Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:879

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
27-02-2018
Zaaknummer
C/05/320080 / HA ZA 17-242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht, gedeeltelijke toewijzing (conventie)

Opschorting over en weer: geen bevoegdheid tot opschorten/ontbinden eiseres wegens geringe tekortkoming, opschortingsbevoegdheid gedaagde vervallen, matiging vordering eiseres (artikel 6:248, lid 2, BW)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/320080 / HA ZA 17-242

Vonnis van 14 februari 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SIZO BUITENRECLAME B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.P.V. den Engelsman te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOPSHELF NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Hedel, gemeente Maasdriel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ODILIO B.V.,

gevestigd te Groningen,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. R.V. van den Wildenberg te Vught.

Partijen zullen hierna Sizo (eiseres) en Topshelf c.s. (gedaagden gezamenlijk) dan wel Topshelf Nederland respectievelijk Odilio (gedaagden afzonderlijk) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 juli 2017

- het proces-verbaal van comparitie van 2 november 2017

- de conclusie van antwoord in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Onder de naam Topshelf heeft een groep van aan elkaar gelieerde vennootschappen een vijftal warenhuizen geopend in voormalige V&D panden. Topshelf Nederland, van welke vennootschap mevrouw [Bestuurder Topshelf] bestuurder is, heeft daartoe een vijftal dochtervennootschappen doen oprichten voor de vijf verschillende vestigingen van Topshelf: Octavio B.V. voor de vestiging Nijmegen (hierna: Octavio); Orino voor de vestiging in Arnhem (hierna: Orino) en Odilio voor de vestiging Groningen, en voorts twee vennootschappen voor de vestigingen Hoofddorp en Alkmaar. Hierna zullen deze zes vennootschappen tezamen worden aangeduid als de Topshelf groep.

2.2.

De Topshelf groep besloot, nadat de huur van vijf V&D panden in 2015 was overgenomen, uit het oogpunt van kostenbesparing het aanwezige interieur en winkelmeubilair niet te renoveren of te vervangen maar te hergebruiken. Het oogmerk was om er warenhuizen met een luxe uitstraling van te maken, voor het marktsegment “net onder de Bijenkorf”. Aangezien het meubilair sterk was verouderd was nodig dat het van een nieuw uiterlijk werd voorzien, met de kleuren en logo’s van Topshelf. Ook diende er visuele communicatie te worden verzorgd met een logo aan de buitengevel en bewegwijzering in de winkel, zodat passanten de weg naar binnen gewezen wordt en de klanten eenmaal binnen hun weg kunnen vinden in het assortiment. De Topshelf groep besloot om de visuele aankleding van de vijf winkelpanden voor al deze doelen (ook wel genoemd: signing) door een daarin gespecialiseerd bedrijf te laten aanbrengen. Het geheel van werkzaamheden in de vijf winkelpanden liet de Topshelf groep coördineren door [projectmanagement].

2.3.

Sizo drijft een onderneming die zich toelegt op signing en biedt haar klanten de verzorging van de gehele visuele communicatie voor onder meer winkelpanden, waarbij ontwerp, printen, snijden, fabriceren en monteren door Sizo in eigen hand wordt gehouden.

[Bestuurder Topshelf] exploiteerde via Topshelf Nederland eerder al een keten van vijf winkels voor sportartikelen en sportkleding ([naam winkelketen]). De signing van de [naam winkelketen] winkels was in het verleden door Sizo verzorgd.

2.4.

In 2016 zijn Topshelf Nederland en Sizo met elkaar in contact getreden over de verzorging van de signing voor de vijf Topshelf winkelpanden. Daarbij is het tot mondelinge afspraken en overeenkomsten gekomen tussen Topshelf Nederland en Sizo, waarbij Sizo het werk heeft aangenomen om de signing voor de vijf winkelpanden te verzorgen. De desbetreffende dochtervennootschap zou steeds worden gefactureerd en betalen. Voor de werkzaamheden aan het winkelpand van Topshelf in Groningen betrof dit dus Odilio, voor Arnhem Orino en voor Nijmegen Octavio.

2.5.

Op 21 oktober 2016 heeft Sizo aan [projectmanagement] een offerte uitgebracht voor de signing van de buitengevel van het winkelpand Groningen van € 10.548,30 exclusief BTW, welke door Topshelf Nederland is aanvaard. De door Sizo aan Odilio verzonden voorschotfactuur van € 6.381,72 voor “Topshelf Groningen” werd door Odilio op 11 november 2016 voldaan. Volgens planning zouden de Topshelf warenhuizen open gaan op 2 december 2016. Voor het winkelpand van Groningen is het niet gelukt om het logo tijdig op de buitengevel te plaatsen. Per e-mailbericht van 20 december 2016 heeft Sizo aan Topshelf Nederland onder meer bericht met als onderwerp: Vergunning gevelreclame Topshelf Groningen: “We hebben de productie al doorgevoerd maar dit is een zeer arbeidsintensief product om te maken. Ik hoop morgen een definitieve plaatsingsdatum te kunnen geven zodat jullie de gemeente op de hoogte kunnen stellen.” Er werd een tijdelijk logo geplaatst en de daarvoor op 18 januari 2017 aan Odilio verzonden factuur F170081 van € 1.184,59 werd door Odilio voldaan. Per e-mailbericht van 20 februari 2017 heeft Sizo aan Topshelf Nederland onder meer het volgende bericht: “Sinds de productie van het logo klaar is staat de plaatsing hiervan in de planning. Hier komen alleen plak werkzaamheden van het gevelbeplating bij kijken, dit dient te gebeuren voordat het logo geplaatst wordt. Door de lage temperaturen zijn wij hiertoe niet in staat geweest. Huidige planning is om 2 en 3 maart het logo te plaatsen, de weersverwachting is positief.” Het definitieve logo is niet geplaatst.

2.6.

Op 18 januari 2017 heeft Sizo voorts aan Odilio een tweetal facturen verzonden voor werkzaamheden in Groningen, beide met 18 januari 2017 als vervaldum:

- factuur F170083 van € 10.804,09 betreffende “Groningen indoor- opleverpunten”.

- factuur F170084 van € 26.967,09 betreffende “Topshelf Groningen - binnensigning”.

2.7.

In de periode van december 2016 tot en met maart 2017 is er e-mailcorrespondentie geweest tussen Sizo en Topshelf Nederland/[projectmanagement]. Daaruit blijkt dat er van de zijde van Topshelf Nederland herhaaldelijk klachten zijn geuit over de verrichte werkzaamheden, vragen zijn gesteld over de facturen (verzoeken om specificaties, betwisting van posten) terwijl van de zijde van Sizo werd aangedrongen op betaling van facturen en werd aangekondigd dat het werk zou worden neergelegd bij uitblijven van betaling. Door Topshelf Nederland werd een betalingsvoorstel gedaan. Op 1 maart 2017 is Sizo niet aangevangen met het voor die dag geplande werk in Arnhem. Per e-mail van 3 maart 2017 heeft Sizo de montagekosten, vermeld op de openstaande facturen betreffende Arnhem, Groningen en Nijmegen, gespecificeerd. In een e-mailbericht van 12 maart 2017 heeft [Bestuurder Topshelf] (posten op) de openstaande facturen voor Arnhem, Nijmegen en Groningen betwist en opnieuw klachten geuit over het werk van Sizo. Partijen hebben vervolgens overleg gevoerd.

2.8.

Op 20 maart 2017 is door Sizo een factuur F170750 van € 165,17 gezonden aan Topshelf Nederland voor “Sports World Stickers”.

2.9.

Op 23 maart 2017 hebben Sizo en Topshelf Nederland afspraken gemaakt over de door de Topshelf groep te verrichten betalingen en nog door Sizo te verrichten werkzaamheden. Als betalingsschema werd overeengekomen:

- 28 maart [2017, rechtbank] : € 14.000,00

- 4 april [2017, rechtbank] : € 11.000,00 en

- 18 april [2017, rechtbank] : € 27.000,00,

met welke betalingen de achterstand zou zijn ingelopen. Dit betalingsschema is bevestigd in een e-mailbericht van Topshelf Nederland van 23 maart 2017. Sizo heeft in een e-mailbericht van 28 maart 2017, waarin de afspraken zijn bevestigd, een lijst van te verrichten werkzaamheden (in Groningen, voor binnen en buiten, en in Arnhem en Nijmegen, beide gevallen voor binnen) vermeld en als planning: “Voor Groningen hebben wij komende week 5 dagen gepland staan om de werkzaamheden zoals hierboven genoemd uit te voeren.”

2.10.

Orino betaalde aan Sizo op 10 maart 2017 factuur F163780 van € 7.432,27 en op 20 maart 2017 factuur F170082 van € 5.585,60. Odilio betaalde op 20 maart 2017 op de facturen F170081, F170183, F170431 en F170432 een bedrag van € 140,87. Deze in maart 2017 door de Topshelf groep verrichte betalingen bedroegen in totaal € 13.158,74.

2.11.

Per e-mailbericht van 29 maart 2017 heeft Sizo aan Topshelf Nederland bericht: “We hebben een afspraak dat er gisteren zou worden betaald. Er is niets ontvangen.”

2.12.

Odilio heeft € 10.804,09 aan Sizo voldaan op de factuur F170083. Per e-mailbericht van 5 april 2017 heeft Sizo aan Topshelf Nederland onder meer bericht: “Zoals gisteren aangegeven is er geen betaling van jullie ontvangen, zoals eerder is afgesproken. Ook vandaag hebben wij niets ontvangen. Ik hoor graag wat we gaan doen.”

Daarop heeft Topshelf Nederland per e-mailbericht van dezelfde datum gereageerd met onder meer het volgende: “Ik bel gisteren gelijk n.a.v. jouw voicemail bericht en dan wordt mij gezegd dat de betaling conform afspraak staat gepland op de datum. Nu bel ik natuurlijk uit mijn plaat naar de afdeling en blijkt dat ze de betalingen qua invoer niet klaar hadden gisteren (het is hier nogal een gekkenhuis) en dit dus vandaag hebben afgemaakt, oftewel het is er nu uit.” Per e-mailbericht van 6 april 2017 bericht Sizo dat er nog steeds geen betaling is ontvangen en dat de werkzaamheden aan de gevel in Groningen zijn gestaakt.

2.13.

Bij brief van de raadsman van Sizo van 10 april 2017 is het volgende aan Topshelf Nederland bericht:

“(…) Cliënte heeft u reeds diverse malen gewezen en doen wijzen op het feit dat haar openstaande facturen ten bedrage van € 26.900,00 nog niet zijn voldaan. Dit niettegenstaande het gegeven dat zij u eerder per mail, telefoon en per gewone post bij herhaling deugdelijk heeft doen verzoeken om betaling in der minne, vide onderstaande (bloemlezing van) e-mailberichten.

Cliënte schortte tot op heden werkzaamheden ten belope van een nog niet in rekening gebracht factuurbedrag van € 11.000,00 op. U blijft weigerachtig deze impasse te doorbreken door te betalen wat reeds verschuldigd is. Namens cliënte ontbind ik de overeenkomst partieel. Derhalve blijft het openstaande bedrag verschuldigd en voor de toekomst is cliënte bevrijd van het verrichten van de nog niet door haar uitgevoerde werkzaamheden. Wel heeft cliënte alles wat door de overeenkomst wordt bestreken reeds geproduceerd voor de toekomstige werkzaamheden en zij lijdt daardoor schade, welke voorlopig wordt begroot op hetzelfde bedrag ad € 11.000,00, immers dat bedrag aan betaling mislopende, daar waar daartegenover bij deugdelijke nakoming uwerzijds nog marginale kosten voor cliënte hadden gestaan, uw toerekenbare tekortkoming weggedacht.(…)”

In deze brief is Topshelf Nederland gesommeerd het bedrag van € 39.536,11 (zijnde € 26.900,00 aan openstaande facturen + € 11.000,00 aan schadevergoeding + € 1.154,00 aan buitengerechtelijke kosten en € 482,11 aan vervallen handelsrente) binnen acht dagen te betalen, met ingebrekestelling voor het geval betaling uitblijft.

2.14.

Aan de sommatie van 10 april 2017 is geen gevolg gegeven.

2.15.

Een aantal Topshelf warenhuizen is inmiddels gesloten en de Topshelf warenhuizen die nog open zijn gaan op korte termijn sluiten.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Sizo vordert samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van Topshelf c.s. tot betaling van € 39.536,11, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Sizo legt aan deze vordering, samengevat weergegeven, het volgende ten grondslag. Topshelf c.s. zijn gehouden de overeenkomst van opdracht na te komen en te betalen voor de werkzaamheden van Sizo. Topshelf c.s. hebben echter een betalingsachterstand laten ontstaan. Ten laatste op 23 maart 2017 zijn daarover afspraken gemaakt. Op 28 maart 2017 zou door Topshelf c.s., om de achterstand in de betalingen aan Sizo in te lopen, € 14.000,00 worden betaald, vervolgens op 4 april 2017 € 11.000,00 en op 18 april 2017 € 27.000,00. Sizo zou het werk aan de filialen in Groningen, Arnhem en Nijmegen afronden. De betalingen zijn niet verricht als afgesproken. De op 18 januari 2017 verzonden factuur van Sizo voor het verrichten van werkzaamheden voor ‘binnensigning’ voor Topshelf Groningen ad (naar beneden afgerond) € 26.900,00, welke zou worden voldaan op 18 april 2017, dient nog te worden betaald. Sizo heeft de werkzaamheden op 6 april 2017 opgeschort omdat betaling wederom uitbleef. Vanwege dit wanpresteren heeft Sizo de overeenkomst op 10 april 2017 gedeeltelijk ontbonden, waarmee zij is bevrijd van haar verplichting tot het verrichten van de nog niet door haar uitgevoerde werkzaamheden. Sizo had echter al een en ander had geproduceerd voor de werkzaamheden die niet meer zullen worden verricht/afgemaakt, zonder dat dit ongedaan kan worden gemaakt. De daarvoor door Topshelf c.s. te betalen vergoeding vergoeding wordt begroot op een bedrag van € 11.000,00, hetgeen de misgelopen betaling betreft die zou zijn verricht als Topshelf c.s. de afspraken wel zou zijn nagekomen en Sizo de werkzaamheden had kunnen afmaken. Het betreft een bedrag dat nog niet was gefactureerd. Daarnaast is een bedrag van € 1.154,00 exclusief BTW verschuldigd aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en vervallen handelsrente, tot 18 april 2017 opgelopen tot € 482,11. In totaal is dan ook verschuldigd € 26.900,00 + € 11.000,00 + € 1.154,00 + € 482,11 = € 39.536,11. Aldus - steeds - Sizo.

3.3.

Topshelf c.s. voeren verweer, dat zich als volgt laat samenvatten. Sizo laat na om onderscheid te maken tussen de verschillende vennootschappen binnen het Topshelf concern. De vordering van Sizo jegens Topshelf Nederland kan, gelet op de tenaamstelling, niet zien op meer of andere facturen dan de factuur van 3 april 2017 ad € 165,17 voor stickermandjes. Topshelf c.s. hebben steeds de juistheid van de facturen betwist en om specificaties verzocht. Telkens bleek dat er ten onrechte uren of kosten in rekening werden gebracht. Het werk van Sizo liet veel te wensen over. Er werd niet goed, niet tijdig en niet volledig gepresteerd door Sizo. De belangrijkste klachten zien op loslatende bestickering en beplakking in de winkels in Groningen, Arnhem en Nijmegen en op het nog altijd niet geplaatste (definitieve) logo op de buitengevel van de winkel in Groningen. Gelet op de grote belangen aan de zijde van Topshelf c.s. om alle winkels tijdig en goed verzorgd geopend te krijgen en te houden (en dus om het nodige werk, waaronder herstelwerk van eerder slecht geleverd werk, te laten doorgaan) is een betalingsafspraak gemaakt op 23 maart 2017. De daarin gemaakte afspraken zijn voor wat betreft de eerste betalingsronde van de zijde van Topshelf c.s., nagekomen met de door Orino en Odilio in maart 2017 verrichte betalingen. Sizo liet echter ten onrechte weten op 28 maart 2017 dat nog geen betaling was ontvangen. Toch werd ook de tweede ronde van afgesproken betalingen voldaan met de betaling op 5 april 2017 door Odilio. Aan haar zijde kwam Sizo echter de op 23 maart 2017 gemaakte afspraken niet na, door een groot aantal van de nog te verrichten werkzaamheden niet af te maken. Voor Topshelf c.s. was de maat dan ook vol toen op 10 april 2017 een sommatie van Sizo werd ontvangen ten aanzien van de reeds verrichte betalingen en een mededeling van ontbinding waarvoor geen rechtsgrond bestond. De derde betalingsronde, die zag op de factuur van € 26.967,09, welke Topshelf c.s. voornemens was geweest te betalen, is vervolgens door Topshelf c.s. vanwege het wanpresteren door Sizo opgeschort. De vordering van Sizo die ziet op vergoeding voor niet gefactureerd werk kan hoe dan ook niet worden toegewezen. De mededelingen betreffende de gedeeltelijke ontbinding en vergoeding waren slechts gericht aan Topshelf Nederland, niet aan Odilio. Laatstgenoemde gedaagde is niet eens in gebreke gesteld. Het te vergoeden bedrag is op geen enkele wijze onderbouwd en wordt betwist. Aldus - steeds - Topshelf c.s.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Topshelf c.s. vorderen samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Sizo tot het uitvoeren van de nog niet uitgevoerde werkzaamheden in en aan de winkel in Groningen; tot het aanbrengen van het definitieve Topshelf-logo boven de ingang tegen de helft van de geoffreerde productie- en montagekosten; tot verstrekking van deugdelijke specificaties op de aan Topshelf c.s. verzonden facturen en tot betaling van de proceskosten.

3.6.

Topshelf c.s. leggen aan deze vordering, samengevat weergegeven, het volgende ten grondslag. Voor de ontbinding van de overeenkomst zijdens Sizo bestond geen grond. Sizo zelf is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door haar werk niet, niet goed, niet volledig en/of niet tijdig te verrichten. Sizo dient alsnog na te komen en bij wijze van schadevergoeding daarbij ook de helft van kosten voor het alsnog aanbrengen van het definitieve Topshelf-logo boven de ingang van de winkel in Groningen te dragen, overeenkomstig het geoffereerde bedrag. De ontvangen facturen zijn, op een na, niet van deugdelijke specificatie voorzien. Deze specificaties dienen alsnog te worden verstrekt. Aldus - steeds - Topshelf c.s.

3.7.

Sizo voert verweer, dat zich laat samenvatten als volgt. Er was niets mis met de werkzaamheden van Sizo. Voor zover afronding en oplevering nog moest plaatsvinden, is dat deugdelijk en correct gebeurd. Gelet op de afspraken van 23 maart 2017 kunnen nu niet meer andere klachten, die daarvoor al bestonden en die volgens Topshelf c.s. een grond voor opschorting of verrekening zouden opleveren, opnieuw van stal worden gehaald. Er bestaat geen belang meer aan de zijde van Topshelf c.s. voor toewijzing van het gevorderde met betrekking tot de werkzaamheden, de winkels zijn gesloten of gaan binnenkort dicht. Er zijn betalingstoezeggingen gedaan, dus gaat het niet aan om de facturen waarover afspraken zijn gemaakt opnieuw ter discussie te stellen. Aldus -steeds - Sizo.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

De samenhang tussen hetgeen over en weer is gevorderd rechtvaardigt in conventie en reconventie rechtvaardigt gezamenlijke behandeling.

partijen bij en inhoud van de overeenkomst

4.2.

Nu de overeenkomst van aanneming van werk tussen partijen niet op schrift is gesteld en veel van de daarin gemaakte afspraken niet of slechts summierlijk uit de stellingen en de onderbouwingen in de stukken aan beide zijden zijn af te leiden, is veel van hetgeen tot uitgangspunt kan worden genomen bij de beoordeling gebaseerd op hetgeen door partijen desgevraagd ter comparitie is toegelicht. Zo staat inmiddels vast dat Topshelf Nederland een overeenkomst van aanneming van werk is aangegaan met Sizo betreffende het verzorgen van de signing van de vijf meergenoemde winkelpanden, waarbij Topshelf Nederland optrad voor de desbetreffende dochtervennootschappen, dus ook voor Odilio in die zin, dat mede namens Odilio is overeengekomen dat Odilio rechtstreeks zou worden gefactureerd voor de door Sizo te verrichten werkzaamheden in en aan het winkelpand van Topshelf in Groningen. Gesteld noch gebleken is dat Topshelf Nederland zich daarbij op enige wijze tot betaling heeft verbonden voor bedoelde facturen of dat zij zich als borg heeft gesteld.

4.3.

Slechts een enkele offerte betreffende het te verrichten werk door Sizo voor de Topshelf groep bevindt zich in het dossier: het betreft de signing van de buitengevel van het winkelpand van Topshelf te Groningen. Of de overige werkzaamheden, in het bijzonder voor het winkelpand in Groningen allemaal vervat waren in vooraf uitgebrachte en goedgekeurde offertes is niet uit de stukken en gegeven toelichtingen af te leiden.

4.4.

Uit het dossier blijkt slechts van een enkele voorschotfactuur betreffende het te verrichten werk door Sizo voor de Topshelf groep: het betrof een factuur ad € 6.381,72 voor “Topshelf Groningen”, waarbij onduidelijk is of dit de buitengevel en/of de binnenkant van het winkelpand betreft. Niet valt af te leiden uit hetgeen over en weer is aangevoerd of en zo ja, welke afspraken zijn gemaakt ten aanzien van werken op basis van voorschotten en evenmin of er meer of andere voorschotten zijn betaald, in het bijzonder voor werkzaamheden in en aan het winkelpand in Groningen.

4.5.

Niets is voorts gesteld of gebleken over afspraken ten aanzien van de betalingstermijn voor facturen. Op de facturen van 1 november 2016 en van 20 maart 2017 staan vervaldata vermeld, waaruit een betalingstermijn van twee weken volgt. Ten aanzien van de vervaldatum van de facturen wijst Topshelf c.s. erop dat de op 18 januari 2017 verzonden facturen, in tegenstelling tot andere facturen, dezelfde datum van 18 januari 2017 als vervaldatum vermelden.

betalingsafspraak 23 maart 2017

4.6.

De betalingsafspraak van 23 maart 2017 zag, zo is af te leiden uit de ter zitting gegeven toelichtingen, op facturen van Sizo die aan de diverse vennootschappen van de Topshelf groep waren gestuurd in de periode tot maart 2017. Een overzicht van de facturen waarop de afspraken betrekking hadden is niet gegeven. De afgesproken termijnen betreffen afgeronde bedragen. Wel staat thans vast dat de derde betalingstermijn (te voldoen op 18 april 2016 ad € 27.000,00) zag op factuur F170084 van € 26.967,09 betreffende “Topshelf Groningen - binnensigning”. De onderhavige vordering in conventie met betrekking tot openstaande facturen beloopt - kennelijk afgerond naar beneden - € 26.900,00 en ziet blijkens de toegelichte stellingen ook slechts op genoemde factuur, welke is gericht aan Odilio.

4.7.

De betalingsafspraak van 23 maart 2017 is gemaakt door Topshelf Nederland met Sizo, wederom namens de Topshelf groep, althans namens de vennootschapen die facturen van Sizo hadden ontvangen die nog openstonden. Ook was een tenminste een deel van de afspraken, zo begrijpt de rechtbank uit de stukken, al eerder voorgesteld door Topshelf Nederland op of omstreeks 1 maart 2017. Uit de ter zitting gegeven toelichtingen volgt dat (op dezelfde voet als gold voor de overeenkomst van aanneming van werk) de desbetreffende vennootschappen van de Topshelf groep aan wie de openstaande facturen, waarop de betalingsafspraak zag, waren gericht, waren gehouden deze te betalen.

4.8.

Blijkens de antwoorden die zijdens Sizo desgevraagd ter zitting zijn gegeven, mede in het licht van hetgeen als onbetaalde facuren nog wordt gevorderd, is niet (langer) betwist dat met de betalingen door Orino aan Sizo op 10 en 20 maart 2017 en de betaling van Odilio aan Sizo op 20 maart 2017 de eerste betalingstermijn door de (desbetreffende venootschappen binnen de) Topshelf groep is voldaan, en evenmin dat met de betaling door Odilio aan Sizo van € 10.804,09 de tweede betalingstermijn is voldaan.

4.9.

Sizo zorgde er ook voor dat de facturen aan de juiste vennootschap werden gericht en verzonden. Dat Topshelf Nederland op basis van de op 23 maart 2017 gemaakte betalingsafspraak of overigens gehouden zou zijn tot betaling in enige zin heeft ingestaan voor betaling van bedoelde facturen is gesteld noch gebleken. Van de facturen die zich in het dossier bevinden is slechts de factuur van 20 maart 2017 (nummer F170750 voor een bedrag van € 165,17) door Sizo gericht en gezonden aan Topshelf Nederland. Het betrof blijkens de omschrijving “Sports World Stickers” en dus activiteiten die de Topshelf groep in een ander kader (de sportwinkels) ontplooide, en bovendien maakt deze factuur geen onderdeel uit van de onderhavige vordering.

tussenconclusie ten aanzien van de vordering in conventie jegens Topshelf Nederland

4.10.

Vaststaat dat Topshelf Nederland de overeenkomst van aanneming van werk en de betalingsafspraak met Sizo is aangegaan namens haar dochtervennootschappen in de Topshelf groep. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat Sizo niet heeft voldaan aan de stelplicht ten aanzien van de (betwiste) gehoudenheid van Topshelf Nederland om het gevorderde te voldoen. In zoverre ligt de vordering in conventie dan ook voor afwijzing gereed.

(tijdig) betaald?

4.11.

Ten aanzien van de verrichte termijnbetalingen zijn partijen verdeeld over de vraag of deze op tijd hebben plaatsgevonden, meer in het bijzonder over de datum waarop de tweede betaling heeft plaatsgevonden. Aanvankelijk meende Sizo dat de eerste betalingstermijn niet tijdig was voldaan, maar dat standpunt heeft zij vervolgens bijgesteld. Volgens Sizo is in elk geval de tweede deelbetaling later dan op de afgesproken datum van 4 april 2017 geschied, zonder dat Sizo daarbij de datum noemt waarop het bedrag dan wel zou zijn ontvangen. Uit de stukken blijkt dat volgens Sizo ook op 5 april 2017 nog niet was betaald. Topshelf c.s. stellen dat de betaling een dag te laat heeft plaatsgevonden, dus op 5 april 2017, zoals ook in de e-mailcorrespondentie van die datum al was medegedeeld aan Sizo. Ter staving hiervan hebben Topshelf c.s. overgelegd een afschrift van een “SEPA CT Import” van Van Lanschot Bankiers, betreffende het bankrekeningnummer van Odilio, waarop de betreffende betalingsopdracht met als gewenste uitvoerdatum 5 april 2017 is weergegeven. Hoewel Sizo de betalingsdatum van 5 april 2017 dus betwist, zonder de datum waarop volgens Sizo wel is betaald te noemen, blijkt in elk geval uit de sommatiebrief van de raadsman van Sizo van 10 april 2017 dat deze slechts ziet op de derde betalingstermijn, waaruit kan worden afgeleid dat ook volgens Sizo de tweede termijn in elk geval al was voldaan op 10 april 2017. Vast staat dus dat de eerste betalingstermijn tijdig was voldaan, maar dat de tweede betalingstermijn niet op de afgesproken dag van (uiterlijk) 4 april 2017 is verricht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Sizo echter, voor zover zij beoogt te stellen dat de overschrijding van de tweede betalingstermijn meer dan een dag of zelfs tot 10 april 2017 heeft geduurd, deze stelling onvoldoende onderbouwd in het licht van het voorgaande. Bij de verdere beoordeling zal dan ook worden uitgegaan van een tijdige betaling van de eerste betalingsronde, termijnoverschrijding van een dag bij de tweede betalingsronde en van het uitblijven van betaling betreffende de derde betalingstermijn.

opschorting en ontbinding door Sizo

4.12.

Sizo stelt dat Odilio niet tijdig de derde betalingstermijn heeft voldaan, en ziet daarin een tekortkoming aan de zijde van Odilio die aan Sizo de bevoegdheid gaf het werk in Groningen per 5 april 2017 neer te leggen uit hoofde van opschorting, en om op 10 april 2017 de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden. Nu Topshelf Nederland de overeenkomst onder meer namens Odilio is aangegaan, wordt de brief waarin de ontbinding is medegedeeld aangemerkt als een mede aan Odilio gerichte verklaring in de zin van artikel 6:267 BW. Om te beoordelen of er sprake was van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Odilio die de ontbinding rechtvaardigt, moet worden gekeken naar de betalingen waartoe de (de desbetreffende vennootschappen binnen de) Topshelf groep zich had(den) verplicht bij de betalingsafspraak van 23 maart 2017. Sizo gaat er van uit dat de daarbij afgesproken termijnen fataal zijn, hetgeen door Odilio niet is weersproken. Zoals volgt uit de overwegingen onder 4.6 tot en met 4.9 was er evenwel in het geheel geen sprake van een te late betaling ten aanzien van de eerste betalingstermijn en slechts een kleine overschrijding ten aanzien van de tweede betalingstermijn.

4.13.

De rechtbank is van oordeel dat er aan de zijde van Sizo op 5 april 2017 geen opschortingsbevoegdheid bestond, op grond waarvan de werkzaamheden konden worden neergelegd, gelet op het navolgende. Blijkens de bevestiging in het e-mailbericht van 28 maart 2017 van de betalingsafspraak van 23 maart 2017 diende Sizo een aantal werkzaamheden te verrichten en af te maken als tegenprestatie tegen de te verrichten betalingen. Voor het verrichten/opleveren van die werkzaamheden waren geen termijnen afgesproken. Ook de volgorde van presteren was daarbij niet bepaald. De rechtbank ziet voldoende aanleiding in het dossier en de gegeven toelichting om uit te gaan van min of meer “gelijk oversteken”. In dat licht zal een opschortingsbevoegdheid aan de zijde van Sizo mede afhangen van de vraag of het verrichte werk en de verrichte betalingen al dan niet voldoende met elkaar in de pas bleven lopen. Gesteld noch gebleken is dat Sizo op 5 april 2017 al zover was gevorderd bij het afwerken van de lijst van werkzaamheden in of aan het winkelpand in Groningen, dat de termijnoverschrijding van een dag bij de betaling van de tweede termijn door Odilio deze opschorting rechtvaardigde. Voorts is de rechtbank van oordeel, gelet op de geringe betekenis van de tekortkoming, dat deze te late betaling geen rechtvaardiging biedt voor de door Sizo ingeroepen (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst van aanneming van werk en/of de betalingsafspraak. Voor die ontbinding bestond dan ook geen bevoegdheid. Dat betekent dat de overeenkomst tussen partijen betreffende de aanneming van werk en/of de betalingsafspraak niet tot een einde zijn gekomen door ontbinding op 10 april 2017 en dat Sizo dus ook niet van haar verbintenissen die voortvloeiden uit de overeenkomst en de betalingsafspraak was ontslagen.

tussenconclusie ten aanzien van de vordering in conventie ad € 11.000,00

4.14.

De buitengerechtelijke (gedeeltelijke) ontbinding houdt in rechte geen stand. Aan Sizo komt dan ook geen vordering toe betreffende vergoeding bij wijze van ongedaanmaking op de voet van het bepaalde in artikel 6:272 BW, welke een gedeelte groot € 11.000,00 (in hoofdsom) van de vordering in conventie betreft. In zoverre ligt de vordering in conventie voor afwijzing gereed.

opschorting door Odilio

4.15.

Volgens Odilio was de brief van Sizo van 10 april 2017 de definitieve aanleiding om niet langer te blijven betalen in de hoop dat Sizo goed werk zou gaan afleveren en besloot Odilio aan de door haar geconstateerde tekortkomingen in de nakoming door Sizo en aan het feit dat Sizo het werk had neergelegd een gevolgtrekking te verbinden: de betaling van de laatste termijnbetaling werd opgeschort. Volgens Odilio is dat te kennen gegeven aan Sizo, hetgeen niet is betwist.

4.16.

De rechtbank volgt op zichzelf dat het neerleggen van het werk door Sizo een gerechtvaardigde aanleiding vormde om de betaling van de laatste termijn op te schorten. Sizo heeft niet (gemotiveerd) weersproken dat op 5 april 2017 nog het merendeel van het (in elk geval) in Groningen te verrichten werk, vermeld in het e-mailbericht van 28 maart 2017, diende te worden verricht. Uit hetgeen over en weer onweersproken is gesteld en toegelicht kan worden afgeleid dat in de eerste week van april 2017 aan de buitengevel van het winkelpand in Groningen is gewerkt, zonder dat dit is afgemaakt met het ophangen van het definitieve logo. Dat er binnen in het winkelpand in Groningen werkzaamheden zijn verricht door Sizo in die betreffende week tot 5 april 2017 (de eerste week na de bevestiging door Sizo van de betalingsafspraken op 28 maart 2017) is gesteld noch gebleken. In zoverre was Odilio dan ook tot opschorting bevoegd.

4.17.

Inmiddels is er evenwel sprake van relevant gewijzigde omstandigheden. Vorderden Topshelf c.s. in reconventie nog - kort gezegd - nakoming in de vorm van het afmaken van de werkzaamheden aan de buitengevel en de binnenkant van het winkelpand te Groningen, ter zitting hebben zij laten weten dat het belang aan die vordering is komen te ontvallen gelet op de aanstaande sluiting van het Topshelf warenhuis in Groningen. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een situatie waarin nakoming, voor zover Sizo daartoe nog bereid zou zijn, onmogelijk of in elk geval zinledig is geworden, gelet op de aanstaande sluiting van het warenhuis te Groningen. Die aanstaande sluiting ligt in de risicosfeer van Odilio. Daarmee is een situatie ontstaan die zich gelijk laat stellen met schuldeisersverzuim aan de zijde van Topshelf c.s. dan wel blijvend onmogelijke nakoming van de verbintenissen door Sizo. De bevoegdheid is dan ook aan de opschorting komen te ontvallen, zodat Odilio zich daarop niet (langer) kan beroepen.

tussenconclusie ten aanzien van de in reconventie gevorderde nakoming

4.18.

De vordering in reconventie, voor zover die ziet op nog door Sizo te verrichten werkzaamheden aan de buiten- en binnenkant van het winkelpand te Groningen zal worden afgewezen, gelet op de aanstaande sluiting van dit Topshelf warenhuis.

laatste betalingstermijn ad € 27.000,00 / factuur F170084 van € 26.967,09

4.19.

De onderhavige vordering in conventie met betrekking tot openstaande facturen beloopt, naar beneden afgerond, € 26.900,00 en ziet slechts op factuur F170084, welke is gericht aan Odilio. Nu de opschortingsbevoegdheid niet langer bestaat is Odilio in beginsel wederom gehouden deze factuur te voldoen. Odilio heeft evenwel aangevoerd dat dit niet van haar kan worden gevergd, gelet op het werk dat door Sizo niet is afgemaakt. Voor zover Odilio beoogt te stellen dat (een deel van) de vordering van Sizo niet opeisbaar is, volgt de rechtbank dit niet, nu voor het verrichten van de werkzaamheden die deel uit maken van de betalingsafspraken van 23 maart 2017, geen termijn is bepaald, anders dan voor de betalingen. Zoals hiervoor is overwogen gaat de rechtbank uit van min of meer “gelijk oversteken”. Het is dan ook niet te bepalen of en zo ja, welk deel van de vordering (nog) niet opeisbaar zou zijn.

4.20.

De rechtbank verstaat het verweer van Odilio evenwel ook als een beroep op artikel 6:248, tweede lid, BW. Daarmee ligt ter beoordeling voor of het in de gegeven omstandigheden al dan niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, indien Odilio onverkort aan de afspraken betreffende de laatste betalingstermijn gehouden zou worden.

4.21.

Zoals hierboven is overwogen ziet factuur F170084 op werkzaamheden aan de binnenzijde van het winkelpand in Groningen. Hoewel in de correspondentie voorafgaand aan het maken van de betalingsafspraak op 23 maart 2017 van de zijde van Topshelf c.s. posten zijn betwist van deze factuur, welke bezwaren ook in de onderhavige procedure naar voren zijn gebracht, stelt de rechtbank vast dat met het maken van de betalingsafspraak Odilio is gehouden deze factuur te voldoen. Daarmee is de factuur voor de betreffende werkzaamheden geaccepteerd.

4.22.

Vast staat dat nog niet alle werkzaamheden in en aan het winkelpand te Groningen, waarop deze factuur betrekking heeft, zijn verricht. Dat geldt ook voor de buitensigning, al vallen die werkzaamheden buiten deze factuur. Op de lijst van werkzaamheden die nog door Sizo dienden te worden verricht, welke is opgenomen in de bevestiging van de betalingsafspraak van 28 maart 2017, staat het volgende opgenomen voor het winkelpand in Groningen:

- buitensigning volledig

- balies verdieping -1 t/m 3 (+hoeklijnen 5e verdieping)

- openingstijden

- navigatievorden bij liften (mits uitsluitsel is met/zonder witte achterzijde)

- 2 stroken zwart behang

- freesletters “Toiletten” (mits er intussen een koof is aangebracht)

- gouden klemmen tbv platen bij inpakatelier.

Deze werkzaamheden zouden worden uitgevoerd in de eerste week van april 2017. In die week is aangevangen met werkzaamheden aan de buitengevel, maar op 5 april 2017 is het werk neergelegd. Het buitenlogo is niet aangebracht. Gesteld noch gebleken is dat binnen in het winkelpand de werkzaamheden zijn verricht die op de lijst van 28 maart 2017 stonden vermeld.

4.23.

Zoals hiervoor reeds is overwogen is Sizo gestopt met het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden, zonder dat daartoe bevoegdheid bestond. Uit de onweersproken toelichting van Odilio blijkt dat dit gebeurde in een fase dat volop werd geprobeerd van het Topshelf warenhuis in Groningen een succes te maken en sluiting nog niet aan de orde was. Volgens Odilio heeft het Topshelf warenhuis in Groningen veel last gehad van het ontbreken van een buitenlogo en het aanzicht van het interieur, dat niet afgewerkt was als afgesproken. Dat is op zichzelf door Sizo niet weersproken. Door de uiteindelijk tegenvallende resultaten en de daaruit voortvloeiende beslissing om het Topshelf warenhuis in Groningen te sluiten is Odilio in een situatie komen te verkeren, waarin haar bevoegdheid is ontvallen om de betaling van de laatste termijn op te schorten.

tussenconclusie ten aanzien van de vordering in conventie ad € 26.900,00

4.24.

De vordering ten aanzien van het bedrag van € 26.900,00 ziet op nakoming van de (laatste termijn van de) betalingsafspraak, welke was geënt op de meergenoemde factuur die aan Odilio was verzonden. In het licht van voorgaande overwegingen acht de rechtbank het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om Odilio onverkort aan de afspraken betreffende de laatste betalingstermijn te houden. Aanvaardbaar zou zijn, rekening houdend met al hetgeen hiervoor is overwogen betreffende de bijzondere omstandigheden van het geval, als het onverrichte deel van de werkzaamheden in enige mate verdisconteerd wordt in het te betalen bedrag. Daarbij maakt de rechtbank een inschatting op basis van het dossier en de gegeven toelichtingen. De rechtbank komt tot het oordeel dat dit onderdeel van de vordering in conventie op de voet van het bepaalde in artikel 6:248, tweede lid, BW gematigd dient te worden, tot een in redelijkheid te bepalen bedrag van € 20.000,00.

(nadere) beoordeling in conventie

4.25.

Uit vorenstaande overwegingen volgt dat het gevorderde (in hoofdsom) tot een bedrag van € 20.000,00 zal worden toegewezen jegens Odilio, en dat het overige (in hoofdsom) gevorderde voor afwijzing gereed ligt. De vordering jegens Topshelf Nederland zal geheel worden afgewezen.

4.26.

Ten aanzien van de gevorderde (handels)rente overweegt de rechtbank als volgt. Nu Odilio tot na het instellen van de vordering in reconventie bevoegd moet worden geacht tot opschorting van de betaling van de derde betalingstermijn (waarvan thans een bedrag van € 20.000,00 zal worden toegewezen), doch ten tijde van de comparitie die bevoegdheid niet meer had, en er dus van verzuim geen sprake is geweest tot (niet later dan) omstreeks 1 november 2017, ziet de rechtbank aanleiding om de rente toe te wijzen als hierna te bepalen, waarbij het deel van de vordering dat ziet op voordien verschenen rente zal worden afgewezen.

4.27.

Onderdeel van de vordering van Sizo is voorts een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. Uit de door Sizo gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Sizo vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Gelet op voorgaande komt dit onderdeel niet voor toewijzing in aanmerking.

4.28.

In het feit dat partijen over en weer deels in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren als hierna te bepalen.

4.29.

Als onweersproken gevorderd zal de beslissing in conventie, voor zover deze veroordelingen behelst, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

(nadere) beoordeling in reconventie

4.30.

Zoals hierboven reeds is overwogen en geoordeeld komt de vordering, voor zover die strekt tot veroordeling van Sizo tot het verrichten van werkzaamheden, niet voor toewijzing in aanmerking. Deze onderdelen zullen dan ook worden afgewezen.

4.31.

Onduidelijk is gebleven waarop de vordering met betrekking tot het verstrekken van specificaties precies ziet, evenals overigens het belang bij deze vordering. Dit onderdeel van het gevorderde zal dan ook als onvoldoende bepaald worden afgewezen.

4.32.

Topshelf c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sizo worden, nu de reconventionele vordering voortvloeit uit het verweer in conventie, bepaald op € 452,00 (2 punten van € 452,00 x 0,5) aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Odilio om aan Sizo te betalen een bedrag van € 20.000,00 (twintig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 1 november 2017 tot de dag van volledige betaling;

5.2.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af en

5.6.

veroordeelt Topshelf c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Sizo tot op heden begroot op € 452,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mans en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.