Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:806

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
23-02-2018
Zaaknummer
05/861768-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dagvaarding met oplichting en verduistering van dezelfde personen is geldig. Oplichting tezamen en in vereniging, waarbij meerdere personen zijn opgelicht. Vrijspraak van verduistering. Witwassen en het voorhanden hebben van wapen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/861768-13

Datum uitspraak : 22 februari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

raadsmannen: mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem en mr. U. Yildirim, advocaat te Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 8 februari 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 7 januari 2014, te Arnhem en/of te Rijssen en/of te Almelo en/of te

Oosterbeek, gemeente Renkum, althans (telkens) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door

het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door

een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 1.711.093,10 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 251.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 3] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 1.800,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 200.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 37.000,00 Euro, althans 8.000 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 199.761,71 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 159.000,10 Euro, althans 141.948,66, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 206.950,00 Euro, althans 66.321,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 9.500,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 10] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 60.000,00 Euro, althans 2.500 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 12] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 304.906,00 Euro, althans 150.310,00, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 33.000,00 Euro, althans 31.100.00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 15] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 195.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 16] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 105.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 17] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 13.618,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 18] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 103.790,10 Euro, althans 42.805,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 19] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 2.721.326,60 Euro, althans 860.503,26 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 20] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 20.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 21] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 9.085,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 22] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 23.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 23] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 62.330 Euro, althans 43.000,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 24] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 15.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 25] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 8500,00 Euro, althans 5.000,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld,

hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een (zeer) vermogend man (ongeveer 331 en/of 432 miljoen en/of meer dan 400 miljoen Euro, althans veel geld in Mexico, althans in het buitenland) en/of

- verteld dat hij/zij het geld naar Nederland wil(len) halen, maar dat hij/zij niet aan dat (buitenlandse) geld/vermogen kon(den) komen, omdat hij/zij boetes moest(en) betalen in verband met een inkeerregeling en/of

- een (vals) rekeningafschrift van de ( [naam 1] )bank van rekeningnummer [X 1] met een saldo van 412.197.675,00 Euro getoond en/of afgegeven en/of

- een of meer (valse/gefingeerde) renteoverzicht(en) van bankrekening [X 2] van een bank in Mexico - op naam van [verdachte] - getoond en/of

- een (valse/gefingeerde) brief aan [verdachte] van de [Bank] Mexico (dd 25 maart 2009) getoond dat de investering van 10 jaar compleet is en dat de totale balans zal worden overgemaakt naar een privé account in Nederland en/of

- verzocht hem/hen geld te lenen om aan het geld in het buitenland te kunnen komen en/of om de transportkosten voor overbrenging van het geld te kunnen betalen en/of

- een (valse/gefingeerde) mededeling vrijwillige verbetering 2013 van de rijksoverheid getoond en/of overhandigd en/of

- ( meerdere malen) verteld dat het nog niet gelukt was om het geld naar Nederland te krijgen, omdat er meer (boete) moest worden betaald en/of

- verteld dat de lener zijn geld weer terug kreeg met een hoog rendement en/of

- als zekerheid een wilsbeschikking overhandigd en/of een overeenkomst ondertekend dat de lener 50 a 60 procent van het vermogen van verdachte zou krijgen na diens overlijden en/of een jacht en/of

- verteld dat hij/zij in ( [naam 2] ) gereedschap wilde(n) investeren en/of dat die investering een rendement van 10 a 15 procent en/of 20 procent zou opleveren en/of

- dat (bank)rekeningen zijn geblokkeerd en/of daardoor hij/zij niet kan investeren in de aanschaf van ( [naam 2] ) gereedschap en/of

- dat de gedane investering binnen een jaar zou worden terugbetaald en/of

- grote sommen geld voor het lenen van het geld in het vooruitzicht gesteld en/of

- verteld dat er 20 miljoen Euro onderweg was vanuit Monaco en/of

- verteld dat hij/zij miljoenen op de ( [naam 3] ) bank heeft en/of dat dat geld via een bepaalde constructie zal loskomen en/of

- verteld dat hij/zij geld nodig had voor betaling van de advocaat en/of griffiekosten en/of daarvan papieren getoond en/of

- verteld dat hij/zij geld nodig had om te voorkomen dat er beslag zou worden gelegd op zijn woning en/of

- verteld dat hij geld nodig had voor de aanschaf van een stuk grond in [plaats 1] en daarbij de grond als borgstelling beloofd en/of

- verteld dat een rendement van 400% voor een lening zou zitten en daarvoor een leenovereenkomst ondertekend en/of

- verteld dat hij/zij het geld zou kunnen beleggen en dat hij/zij er veel meer van kon maken, althans een hoog rendement zou krijgen en/of

- verteld dat er een container vast stond in de haven en dat hij/zij met spoed geld nodig had om de container door te laten gaan en/of

- verteld dat hij (smeer)geld nodig had voor het vrijmaken van geld in Mexico, dat was vrijgekomen na de verkoop van panden en/of

- verteld dat geld zal worden belegd in Spanje met een rendement van 10 a 15% en/of

- verteld dat hij/zij een auto zou(den) opknappen/restaureren en/of werkzaamheden in een woning zou(den) verrichten en/of

- verteld dat er geld zou worden geïnvesteerd in de aankoop van 6D cinemasets en/of [merk] en/of [merk] laptops en/of

- verteld dat er kon worden geïnvesteerd in een leenstelsel wat een hoog rendement zou opleveren,

waardoor bovengenoemde personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari

2009 tot en met 7 januari 2014, te Arnhem en/of te [plaats 2] en/of te Oosterbeek

en/of te Nijmegen en/of te Apeldoorn en/of te Almelo, in ieder geval

(telkens)in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 4.409.444,26 Euro,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 8]

en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 12]

en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 26]

en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 17]

en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 24] en/of [medeverdachte]

en/of andere perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn

mededader(s)(telkens) anders dan door misdrijf, te weten voor het doen van

investeringen, onder zich had(den), zich (telkens) wederrechtelijk heeft

toegeëigend;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 7 januari 2014, te Arnhem en/of te Oosterbeek, gemeente Renkum

en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten

4.429.444,26 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of een [automerk 1]

en/of een [automerk 2] en/of een [automerk 3] en/of andere voertuigen en/of meerdere

horloges en/of ringen, althans sieraden en/of een (flatscreen)tv ( [merknaam 1] )

en/of meerdere keyboard(s) ( [merknaam 2] en/of [merknaam 3] ) en/of meerdere

keyboardstandaards ( [merknaam 4] ) een sampler en/of een mengpaneel ( [merknaam 5] )

en/of een surroundset ( [merknaam 6] ) en/of meerdere mobiele telefoons (i [merknaam 7] en/f

[merknaam 8] en/of [merknaam 1] ) en/of meerdere computers/laptops ( [merknaam 9] ) en/of een tablet

( [merknaam 1] ) en/of een fotocamera ( [merknaam 10] ) en/of andere goederen, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van die goederen, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat het bovenomschreven

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

4.

hij op of omstreeks 07 januari 2014, te Oosterbeek, gemeente Renkum, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool ( [merknaam 11] ) en/of een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

5. hij op of omstreeks 07 januari 2014, te Oosterbeek, gemeente Renkum, (een) wapen(s) van categorie I, onder 7° te weten een gasdruk/paitballpistool ( [merknaam 12] ), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.

2 Geldigheid van de dagvaarding

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van de feiten 1 en 2 nietig is. Oplichting en verduistering zijn immers delicten die elkaar uitsluiten. Oplichting veronderstelt een onrechtmatige wijze van het verkrijgen van gelden, terwijl voor verduistering vereist is dat iemand gelden rechtmatig onder zich heeft en daar vervolgens een strafbaar feit mee begaat. Het is voor de verdediging door deze tegenstrijdigheid onvoldoende duidelijk waartegen zij zich moet verweren, zodat er sprake is van strijd met het bepaalde in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat van een nietige dagvaarding geen sprake is. Hij wijst onder andere op een uitspraak van de Hoge Raad van 10 april 2012, vindplaats ECLI:NL:HR:2012:BV5575.

Beoordeling door de rechtbank

Artikel 261, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat de dagvaarding een opgave bevat van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding wanneer en waar het begaan zou zijn. De dagvaarding vormt het kader voor het onderzoek ter terechtzitting en begrenst de feiten die ter beoordeling aan de rechtbank worden voorgelegd.

In het geval van verdachte is onder 1 ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het oplichten in vereniging van een groot aantal mensen. Onder 2 is hem ten laste gelegd dat hij gelden van deze zelfde mensen heeft verduisterd. De rechtbank is het met de raadsman eens dat – op het eerste gezicht – de feiten 1 en 2 met elkaar in strijd lijken te zijn. Immers, onder 1 is het verwijt dat verdachte de gelden door middel van een strafbaar feit heeft verkregen, terwijl onder 2 staat vermeld dat hij deze zelfde gelden rechtmatig onder zich had.

De rechtbank is van oordeel dat deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid niet tot het oordeel leidt dat de dagvaarding nietig is. De rechtbank baseert dat oordeel op de volgende argumenten:

  1. Onder de feiten 1 en 2 is een groot aantal personen genoemd van wie verdachte – zo blijkt uit het dossier – gelden heeft ontvangen. De vraag is of verdachte zich ten aanzien van het verkrijgen van deze gelden schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit. De rechtbank zal die vraag beantwoorden en zal, op basis van de tenlastelegging, eerst beoordelen of er bij een of meer ontvangsten sprake is van oplichting. Daarna zal de rechtbank beoordelen of verdachte zich, voor zover van toepassing (ook), schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Zeker in combinatie met het dossier bezien, is voldoende duidelijk dat er ten aanzien van sommige personen die zijn genoemd in de tenlastelegging vragen te stellen zijn over de titel waarop verdachte de gelden van deze personen heeft ontvangen. Dit kan een rechtmatige of een onrechtmatige titel zijn, zo is af te leiden uit het dossier. De rechtbank begrijpt de dagvaarding aldus dat het de bedoeling is om beide varianten ter beoordeling voor te leggen. Het is mogelijk dat de feiten 1 en 2 bewezen kunnen worden verklaard, ten aanzien van verschillende personen. Het is ook mogelijk dat verdachte geheel wordt vrijgesproken.

  2. Het is juist dat feiten als deze – oplichting en verduistering – doorgaans in een en/of variant ten laste worden gelegd, onder één feit. Dat is in het geval van verdachte niet gebeurd. Dat is wellicht ongelukkig, maar een heel fundamenteel verschil ziet de rechtbank niet tussen de en/of variant in één feit en de in deze zaak gekozen constructie van twee feiten. Immers het woordje ‘en’ in een en/of variant impliceert dat ook beide varianten – oplichting èn verduistering – aan de orde kunnen zijn.

  3. Uit het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2012 leidt de rechtbank net als de officier van justitie overigens af dat oplichting en verduistering in concrete omstandigheden ook naast elkaar kunnen bestaan. Dat deze verdenkingen naast elkaar ten laste worden gelegd, leidt dus niet per definitie tot het oordeel dat de dagvaarding nietig is.

De conclusie is dat voldoende duidelijk is waartegen verdachte zich in deze zaak dient te verweren en wat de grenzen van het onderzoek van de rechtbank zijn. Er is geen sprake van strijd met het bepaalde in artikel 6 EVRM.

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 17] en [slachtoffer 24] . De officier van justitie heeft aangevoerd dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 2] . Hierbij hebben zij gebruik gemaakt van het verhaal dat een van hen € 400 miljoen in het buitenland heeft. [medeverdachte 2] heeft dit met valse documenten onderbouwd richting de slachtoffers en vervolgens de opbrengst direct aan verdachte overgemaakt. Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] zijn deze valse documenten in beslag genomen. Ook hebben getuigen verklaard dat verdachte zelf dit verhaal heeft verteld.

De officier van justitie heeft verder gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van geld van [slachtoffer 12] en [slachtoffer 19] . Verdachte heeft het geld niet geïnvesteerd in hetgeen de geldverstrekkers is voorgehouden. Verdachte heeft verklaard dat hij het geld heeft opgemaakt.

Ook heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Hij heeft het door eigen misdrijf verkregen geld contant opgenomen, dure auto’s geleased en gegokt in het casino. Hij heeft ervoor gezorgd dat het geld niet traceerbaar is en het laten verdwijnen.

Daarnaast kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4 en 5 ten laste gelegde feiten. De in de woning van verdachte aangetroffen wapens zijn onderzocht. Het betreffen wapens in de zin van de Wet wapens en munitie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van oplichting, verduistering en witwassen. De enkele omstandigheid dat niet terug betaald zou zijn, is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is geweest van het plegen van strafbare feiten.

De verdediging heeft ten aanzien van de oplichting aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het geld heeft geleend om zichzelf te bevoordelen. Uit niets blijkt dat het geld niet is geïnvesteerd zoals afgesproken. Ook is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte listige kunstgrepen heeft toegepast of onware mededelingen heeft gedaan om geld te lenen. Bovendien was verdachte niet op de hoogte van de afspraken die [medeverdachte 2] heeft gemaakt met zijn contacten. Uit het handtekening vergelijkend onderzoek blijkt dat de handtekeningen op de contracten niet van verdachte zijn. Daarom dient verdachte vrijgesproken te worden van oplichting.

Ten aanzien van de verduistering heeft de verdediging aangevoerd dat geïnvesteerd is in de horeca en de gokbranche. Door het ingrijpen van politie en justitie is de investering teniet gedaan. Bovendien kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich opzettelijk de gelden heeft toegeëigend.

Ten aanzien van het witwassen heeft de verdediging aangevoerd dat voor het voorhanden hebben van door eigen misdrijf verkregen gelden ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde goederen heeft gefinancierd met uit misdrijf verkregen gelden of met gelden die middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Ten aanzien van de onder feit 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Bewijsmiddelen

Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2009 tot 7 januari 2014 ruim vier miljoen euro ontvangen van derden op zijn bankrekeningen. Dit geld is grotendeels contant opgenomen. Ook werd geld overgemaakt naar rekeningen van zijn (ex)vriendinnen [naam 4] en [naam 5] , waarna het vanaf deze rekeningen contant werd opgenomen.2

Verdachte woonde vanaf eind oktober 2013 aan de [adres 2] . Daarvoor woonde hij in [plaats 2] .3

Op 7 januari 2014 zijn in de woning aan de [adres 3] van medeverdachte [medeverdachte 2]4 diverse documenten aangetroffen en in beslag genomen:

  • -

    drie kopieën van de [Bank] , betreffende rekeningnummer [X 2] en rekeninghouder [verdachte] te Haarlem. In dit document staat vermeld dat op 24-02-2009 de volgende bedragen zijn afgeschreven: € 50.000.000,00, € 20.000.000,00 en € 99.000.000,00;

  • -

    een renteoverzicht van rekeningnummer [X 2] , met een saldo van

€ 25.43.208,72;

  • -

    een bankafschrift van de [naam 1] bank, gedateerd 26 maart 2009 met rekeningnummer [X 3] en de rekeninghouder is [verdachte] , de saldo’s zijn gedeeltelijk doorgehaald;

  • -

    een document met het logo van de Rijksoverheid. In dit document staan de namen van belanghebbenden vermeld, met achter hun naam grote bedragen. Dit document verwijst naar vaststellingsovereenkomsten van 13 september 2013 en 2 januari 2014. Het document is ondertekend door [naam 6] .5

Het rekeningnummer [X 2] is geen product van de [Bank] .6

De heer [naam 7] van de [Bank] heeft verklaard dat de transactiebevestiging van het rekeningnummer [X 3] niet een origineel afschrift is.7 Op het rekeningafschrift staat een transactiebevestiging van het rekeningnummer [X 3] van de [naam 1] Bank met een saldo van € 412.197.675,00, op naam van [verdachte] .8

[naam 8] van de Belastingdienst heeft verklaard dat er op naam van [medeverdachte] geen verklaring vrijwillige verbetering is ingediend bij de Belastingdienst. Het is voor [naam 8] onduidelijk welke overheidsinstantie het document ‘vrijwillige verbetering’ opgemaakt door [naam 6] , met het kenmerk [X 4] , heeft opgemaakt. Ook is geen medewerker met de naam [naam 6] bekend bij de Belastingdienst. Bovendien roept het document inhoudelijk vraagtekens op. [naam 8] heeft aangegeven twijfels te hebben over de echtheid van het document.9

Getuige [getuige] heeft in een strafzaak waarvoor verdachte reeds is veroordeeld, verklaard over de werkwijze van verdachte. Verdachte had grote verhalen dat hij geld had op een bank in het buitenland. Ook had hij een schema gemaakt met hoe dat geld naar Nederland zou moeten komen.10

Verdachten

Verdachte [naam 4] heeft verklaard dat verdachte regelmatig belde met een man die [naam 9] heet.11 Deze [naam 9] regelde geld wanneer verdachte dat nodig had.12 Verdachte heeft tegen haar gezegd dat hij 480 miljoen in Mexico zou hebben en later was dat in Spanje.13

Verdachte [slachtoffer 19] heeft verklaard dat [slachtoffer 7] € 19.400,- via zijn rekening naar verdachte heeft overgemaakt. [medeverdachte] heeft dit geregeld. [slachtoffer 19] heeft ook bedragen van [slachtoffer 15] , een contact van [medeverdachte] , ontvangen met de bedoeling om dit door te sluizen aan verdachte.14 [slachtoffer 19] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] ook geld heeft geïnvesteerd en dat een deel daarvan via zijn rekening is gegaan.15 [medeverdachte] gaf door dat er geld aankwam en hij vroeg [slachtoffer 19] om het door te storten aan verdachte. Vervolgens werd er geld op zijn rekening gestort en heeft [slachtoffer 19] dat door gestort aan verdachte.16

Uit bankafschriften van [slachtoffer 19] blijkt dat hij in de periode van juli 2009 tot januari 2010 ook € 167.000,- heeft overgemaakt aan [medeverdachte] .17

In een tapgesprek van 24 oktober 2013 tussen [medeverdachte] en verdachte, zegt [medeverdachte] tegen verdachte ‘ik wil zeggen meneer N, Meneer J en meneer P die zijn nog bezig met geld’. Verdachte zegt dat ‘meneer N ken ik wel, meneer J ook, meneer P wee ik niet’. Vervolgens zegt [medeverdachte] dat dat [P] is. Verdachte reageert met ‘O’. [medeverdachte] zegt ‘he waar je hooguit een tonnetje of negen van hebt’.18 [medeverdachte] zegt tegen verdachte ‘ik hoefde maar één bedrag te betalen en dat werd er iets van… maar dat doen we niet over de telefoon. Dus nou moeten we tweeënzestig en een half betalen (…) andere mensen zijn bezig, zijn allemaal handel aan het verkopen, want die denken nog steeds dat je aankomt. (…) Ik weet zeker dat je niet aankomt.19

Verdachte heeft verklaard dat hij een [automerk 1] en een [automerk 2] in gebruik had. Verdachte heeft verklaard dat hij leeft van het geld dat hij heeft geleend. Hij heeft oude schulden van het geleende geld betaald, dat waren hele hoge bedragen. Verdachte ziet zichzelf niet als ondernemer.20 Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens gokt met grote bedragen. Soms gaat het om € 20.000,- tot € 30.000,- per avond.21 Verdachte heeft drie miljoen geleend van [medeverdachte]22 en gebruikt om van te leven, te gokken en schulden te betalen.23 Verdachte heeft verklaard dat hij nergens in heeft geïnvesteerd, niet in huizen en niet in de horeca.24

Bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij eerder heeft gezeten voor een zaak waarbij valse bankafschriften zijn gebruikt. De aangetroffen valse bankafschriften, die in het dossier zitten, zijn dezelfde bankafschriften. Wat gevonden is, is volgens verdachte van zijn oude dossier.25

Getuigen en aangevers

Getuige [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] hem eind 2012 heeft gevraagd geld te lenen. Dit omdat [medeverdachte] boetes moest betalen in verband met een inkeerregeling. [medeverdachte] zou een bedrag van meer dan 300 miljoen in Mexico hebben en wilde dit naar Nederland halen.26 [slachtoffer 1] zou het geld met rendement terugkrijgen. Eerst heeft [slachtoffer 1] aan [medeverdachte] een bedrag van € 100.000,- geleend. Vervolgens kwam [medeverdachte] steeds weer met een verhaal waarom het niet gelukt was en dat hij opnieuw geld nodig had. De strekking van deze verhalen was dat er een geheimhouding afgekocht moest worden. Deze verhalen vond [slachtoffer 1] geloofwaardig. Ook werd door accountant [slachtoffer 8] bevestigd dat [medeverdachte] over het genoemde bedrag zou beschikken. [medeverdachte] heeft [slachtoffer 1] brieven laten zien van de [Bank] waarin een bedrag van 333 miljoen genoemd was. [slachtoffer 1] heeft eenmalig telefonisch contact gehad met verdachte, in verband met een lening van zestig- à zeventigduizend euro die betaald moest worden en verdachte kon [medeverdachte] niet bereiken. [slachtoffer 1] heeft ook een wilsbeschikking van [medeverdachte] waarin staat dat hij bij overlijden van [medeverdachte] vijftig tot zestig procent van zijn vermogen en de beschikking over een jacht zal krijgen.27

Op 5 januari 2014 heeft [medeverdachte] aan [slachtoffer 1] documenten laten zien, waaronder documenten van de Rijksoverheid. [medeverdachte] vertelde dat er nog € 381.000,- betaald zou moeten worden aan de belastingdienst voor de inkeerregeling. [slachtoffer 1] herkende de documenten die de politie aan hem toonde, als de documenten die [medeverdachte] hem heeft laten zien.28

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat de eerste lening een bedrag van € 163.000,- betrof voor de aankoop van een partij gereedschap. [slachtoffer 1] zou uit de winst een bedrag van € 400.000,- krijgen.29 In mei 2013 heeft [slachtoffer 1] een bedrag van € 95.000,- overgemaakt voor de aanschaf van een stuk grond in Almelo. De grond werd aan [slachtoffer 1] in borg gegeven.30

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] hem een rendement van 400% heeft voorgehouden.31

[slachtoffer 1] heeft een overzicht van de door hem verstrekte leningen verstrekt, hieruit blijkt dat hij in totaal € 1.711.093,10 heeft geleend aan [medeverdachte] .32De bedragen in het overzicht zonder toelichting, waren leningen die te maken hadden met de inkeerregeling.33

[slachtoffer 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij heeft gevraagd waarvoor het geld bestemd was. Hij heeft geïnformeerd bij de [Bank] en navraag gedaan bij [slachtoffer 19] .34 Hij wilde stukken zien om te controleren dat het legaal was en is hiermee naar de accountant gegaan.35 Hij wist dat [medeverdachte] tijdelijk geld nodig had om meer geld los te krijgen, daarom gaf hij het geld. Hij zou daar een hoog rendement voor krijgen.36 [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij niet wist dat de aan hem getoonde documenten vals waren.37

Aangever [slachtoffer 4] heeft op 22 januari 2014 verklaard dat hij ongeveer een jaar eerder in contact is gekomen met [medeverdachte] .38 [medeverdachte] heeft hem gevraagd of hij € 2.000,- wilde uitlenen aan hem, zodat [medeverdachte] een werknemer kon betalen. [medeverdachte] zou hem dat geld zo spoedig mogelijk terugbetalen, met rente. [medeverdachte] heeft verteld dat hij enkele miljoenen bij de [naam 3] Bank zou hebben, die via een constructie zouden loskomen. Hij moest wat betalen en dan kwam dat geld los. Ook zou er een rechtszaak lopen en [medeverdachte] beschikte over de nodige papieren van rechtszaken. De volgende dag vroeg [medeverdachte] weer om een lening, om advocaat- en griffiekosten te betalen. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij mede door de papieren waarover [medeverdachte] beschikte, zijn mooie praatjes en de toegezegde rente [medeverdachte] het geld heeft geleend. Hierna kwam [medeverdachte] bijna elke dag naar hem toe om geld te lenen. Ook heeft [medeverdachte] hem verteld dat er beslag op zijn huis zou worden gelegd, hij heeft toen geld gegeven om dat te voorkomen. Vervolgens heeft [medeverdachte] [slachtoffer 4] verteld dat hij € 400 miljoen in Mexico had staan. [medeverdachte] liet op de computer zien dat er geld afgeschreven was, maar dat het vast stond. Op een of andere manier zou het geld toch ter beschikking komen en naar Nederland komen. Dat transport moest gefinancierd worden.39 [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij zijn geleende geld terug wilde zien en omdat het verhaal op hem geloofwaardig overkwam, hij weer geld heeft uitgeleend. Vervolgens waren er problemen aan de grens en moest er een spoedbetaling plaatsvinden. [slachtoffer 4] heeft toen met de chauffeur gesproken. De chauffeur noemde zichzelf ‘ [naam 10] ’. In totaal heeft hij [medeverdachte] ongeveer € 200.000,- geleend. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hem een bedrag van € 2 miljoen in het vooruitzicht werd gesteld.40

Getuige [slachtoffer 5] heeft verklaard dat [medeverdachte] hem in november 2009 heeft gevraagd hoe hij geld dat in het buitenland staat, waarover geen belasting is betaald, naar Nederland kan krijgen. [slachtoffer 5] heeft hem toen in contact gebracht met [slachtoffer 8] om te helpen met een inkeerregeling. Op een gegeven moment heeft hij een document gezien van de [Bank] waar een bedrag van € 421 miljoen op stond.41 Later kwam hij er achter dat dat op naam van verdachte stond. Het geld zou op een rekening in Mexico staan. [slachtoffer 5] twijfelde niet aan de echtheid van het document.

[slachtoffer 5] heeft verklaard dat hem is verteld dat het geld naar Nederland zou komen, tenminste een deel van € 60 miljoen. Dat geld zou geparkeerd staan bij de [Bank] . De overeenkomsten voor de rekeningen heeft hij ook gezien. [medeverdachte] vertelde dat de [Bank] het geld tegenhield. [slachtoffer 5] heeft € 37.000,- aan [medeverdachte] geleend. [medeverdachte] zou hier voorraad van kopen. Het geld zou binnen drie dagen worden terugbetaald, maar [slachtoffer 5] heeft dit ten tijde van het verhoor nog niet terug ontvangen.42 Hij heeft het geld ook overgemaakt aan verdachte. [medeverdachte] zou verdachte moeten betalen om gereedschap binnen te krijgen. Het geld in Mexico stond op naam van verdachte, maar zou feitelijk van [medeverdachte] en verdachte gezamenlijk zijn. Het geld moest naar verdachte worden overgemaakt om het geld vrij te krijgen.43

Getuige [slachtoffer 6] heeft verklaard dat [medeverdachte] geld nodig had om kosten te betalen die te maken hadden met zijn handel. Ook heeft hij een keer geld betaald voor een rechtszaak die [medeverdachte] had lopen. [medeverdachte] zou hem met de opbrengsten van de rechtszaak terugbetalen.44 [slachtoffer 6] geloofde [medeverdachte] doordat er goederen aan hem zijn verpand en omdat [medeverdachte] [slachtoffer 6] meerdere keren heeft verteld dat hij veel geld, miljoenen, zou hebben.45 Er zijn meerdere leningen verstrekt en hiervoor zijn overeenkomsten opgesteld. In totaal heeft [slachtoffer 6] € 199.761,- uitgeleend. Dit geld is overgemaakt aan verdachte.46 Uit een door [slachtoffer 6] overlegde overeenkomst blijkt dat er een rente van 10% is afgesproken.47

Getuige [slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij op 27 juni 2012 voor het eerst geld heeft overgemaakt. Hij zou het geld binnen een paar dagen terug krijgen. Hij zag het als een investering. [slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij als dank geld zou krijgen. Dit zouden gelden uit Mexico zijn. [medeverdachte] heeft verteld dat hij veel geld in het buitenland had staan en dat hij dit geld naar Nederland zou halen. Dit geld zou vast staan bij de [Bank] . [medeverdachte] heeft een brief van [Bank] aan [slachtoffer 7] laten zien waar een bedrag van miljoenen in stond, die in het bezit van [medeverdachte] zouden zijn. [medeverdachte] zou niet over dit geld kunnen beschikken. Hij zou een regeling hebben getroffen met de fiscus, maar daar moest telkens weer geld bij. [medeverdachte] heeft [slachtoffer 7] op 5 januari een document laten zien van de belastingdienst, dat betrekking had op een inkeerregeling.48 [slachtoffer 7] heeft in totaal € 159.364,04 aan [medeverdachte] geleend. Dit geld heeft hij grotendeels overgemaakt aan verdachte.49

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 7] verklaard dat hij het geld over moest maken naar verdachte. In het begin had hij geld geleend dat bestemd zou zijn voor een rechtszaak. Hij zou rendement op zijn geleende geld krijgen.50 [slachtoffer 7] heeft verklaard dat het geld dat vrij zou komen uit de inkeerregeling voor hem reden is geweest om geld aan [medeverdachte] te geven.51

Getuige [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij eind 2009 samen met [slachtoffer 5] een bijeenkomst met [medeverdachte] heeft gehad over de inkeerregeling. [medeverdachte] zou al tien jaar een bedrag van een paar honderd miljoen dollar in Mexico hebben staan, ongeveer 425 miljoen euro. [medeverdachte] heeft verteld dat 45% van het vermogen van hem was en 55% van verdachte. Ongeveer 20 miljoen zou vanuit Monaco worden overgeboekt naar Nederland. Een ander gedeelte zou in een transportactie in Europa gestoken zijn. Dit zou gaan om vijftien trucks met goederen.52 In deze trucks zouden goederen ter waarde van 100 miljoen zitten. [medeverdachte] heeft [slachtoffer 8] verteld dat ze heel veel kosten hadden om dit transport rijdende te houden. Verdachte zou dit transport begeleiden. [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij verdachte één keer telefonisch heeft gesproken.53

[medeverdachte] heeft [slachtoffer 8] een aantal documenten overhandigd:54 een afschrift van de [Bank] met rekeningnummer [X 3] op naam van [verdachte] , met een saldo van ruim € 412.197.675,-55 en een drietal renteoverzichten van een rekening in Mexico met rekeningnummer [X 5] op naam van [verdachte] .56

[slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij € 66.321,- heeft uitgeleend. De eerste keer dat [medeverdachte] aan [slachtoffer 8] heeft gevraagd om geld over te maken, was omdat er een transport vaststond. [slachtoffer 8] heeft verklaard dat als er om geld werd gevraagd, hij vaak werd gebeld door [medeverdachte] of [slachtoffer 19] . Er was altijd wat met [medeverdachte] aan de hand waardoor hij niet kon betalen. Dat was dan de schuld van anderen, zoals door beslaglegging door de douane als een transport niet kwam. Hij hoorde dan wat er nodig was en waarvoor. Er was dan vaak niet voldoende en het bedrag dat [medeverdachte] te kort kwam, werd dan aan hem gevraagd.57 Wat er was, kreeg hij op zijn rekening gestort, hij vulde dat aan en stortte vervolgens het totaal door naar verdachte. Zijn rekening werd gebruikt, omdat er haast bij geboden was. Hij weet dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 19] en [slachtoffer 15] ook hebben geïnvesteerd.58

[slachtoffer 8] heeft verklaard dat er ongeveer 25% rendement werd beloofd.59 Hij ging er vanuit dat het geld binnen een maand terugbetaald zou worden, met het afgesproken rendement.60 Hij heeft het geld geleend voor het transport van de goederen. Het verhaal van het geld in Mexico diende als waarborg dat het geld er moest zijn.61

Getuige [slachtoffer 9] heeft verklaard dat [medeverdachte] heeft verteld dat hij een beleggingsrekening had in het buitenland en dat hij dit geld naar Nederland wilde halen. [slachtoffer 9] had het idee dat dit over miljoenen ging. [medeverdachte] vroeg kort na 30 maart 2011 aan hem om € 9.500,- zodat hij dit geld snel zou kunnen krijgen. Dit geld moest overgemaakt worden aan verdachte. Vervolgens zou [medeverdachte] hem een ton lenen, zodat hij zijn schuldeisers in één keer kon betalen. [slachtoffer 9] heeft nog om stukken gevraagd. [slachtoffer 8] heeft aan hem aangegeven dat hij de stukken had gezien en dat het geld er was.62

Getuige [slachtoffer 10] heeft verklaard dat [medeverdachte] heeft verteld dat hij € 60.000,- voor hem kon beleggen. Hiervan zou [medeverdachte] € 100.000,- maken. [slachtoffer 10] heeft verklaard dat hij dit heel aantrekkelijk vond en hij vertrouwde [medeverdachte] . [medeverdachte] was een vriend van hem en had overal verstand van. [slachtoffer 10] heeft rond 2009/2010 het geld naar hem overgemaakt.63 [medeverdachte] heeft verteld dat hij problemen had met de [naam 3] bank, waar hij geld had. Ook heeft [medeverdachte] verteld dat hij geld had in Mexico. [slachtoffer 10] had hierdoor de indruk dat [medeverdachte] genoeg geld had.64

Getuige [slachtoffer 16] heeft verklaard dat verdachte vanaf 1 januari 2013 een woning van hem huurde in Rhenen.65 Verdachte heeft aan [slachtoffer 16] verteld dat hij een rechtszaak had lopen en zijn advocaat moest betalen. Als de rechtszaak was afgelopen, kon hij weer bij zijn geld. [slachtoffer 16] zou zijn geld snel terugkrijgen en een rente van 10% over de lening krijgen. [slachtoffer 16] dacht dat verdachte genoeg geld had, omdat hij een luxe leven leidde.66 Van de eerste lening van € 61.000,- is een leenovereenkomst opgesteld.67 Daarna heeft [slachtoffer 16] € 35.000,- geleend, die verdachte zou investeren in [merk] . Deze lening heeft verdachte snel terugbetaald. Daarna heeft [slachtoffer 16] nogmaals € 51.000,- geleend aan verdachte.68

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 16] verklaard dat de eerste lening € 36.000,- betrof en dat deze lening snel is terugbetaald. De tweede lening betrof een lening van € 50.000,-. De derde lening betrof een lening van € 61.000,- en was bestemd voor de handel in [merk] . Bij de tweede lening ging het om advocaatkosten in Duitsland. Verdachte moest een groot bedrag vrij krijgen. [slachtoffer 16] heeft verklaard dat hij denkt dat de eerste lening hier ook voor bestemd was, maar dat hij dit niet meer zeker wist. Ten aanzien van de lening voor de [merk] werd 61 % van de winst beloofd, bovenop de terugbetaling van de lening.69

Getuige [slachtoffer 18] heeft op 15 januari 2014 verklaard dat [medeverdachte] hem heeft verteld dat er bij zijn bedrijf was ingebroken. De rekeningen van [medeverdachte] zouden geblokkeerd zijn, waardoor hij niet meer bij zijn geld kon komen. Daarom heeft [medeverdachte] hem gevraagd om geld lenen. Hij heeft het bedrag niet in één keer geleend. [medeverdachte] vroeg hem elke keer weer bedragen die hij nodig had. Ook vertelde [medeverdachte] dat hij veel geld had waar hij niet bij kon komen, maar dat het met het terugbetalen wel goed zat. [slachtoffer 18] heeft het geld overgemaakt naar de zakelijke rekening van [medeverdachte] van het bedrijf [naam 11] , naar verdachte en hij heeft contant geld gegeven. Hij zou een rendement krijgen van 5%.70 Tevens gaf [medeverdachte] aan dat als het met hem goed zou gaan, het met [slachtoffer 18] ook goed zou gaan. [slachtoffer 18] heeft een contract opgesteld nadat het geld was verstrekt, omdat hij steeds meer het gevoel kreeg dat de afspraken niet nagekomen werden. Het betreft een schuldbekentenis van € 103.790,-.

Drie jaar geleden vertelde [medeverdachte] dat zijn rekeningen geblokkeerd waren en dat hij de rekeningen van verdachte gebruikte om zijn zakelijke transacties te kunnen doen.71

Getuige [slachtoffer 22] heeft verklaard dat hij via [slachtoffer 24] in contact is gekomen met verdachte. Hij heeft van 8 maart 2012 tot en met 26 mei 2012 bedragen aan verdachte overgemaakt, in totaal ongeveer € 23.000,-. Het geld was bedoeld als investering in vastgoed in Zuid-Amerika. De vader van verdachte zou vermogen in vastgoed hebben opgebouwd in Mexico. De vader van verdachte zou overleden zijn en ze hadden de panden verkocht. Dat geld zou op een bank staan in Mexico. Er moest smeergeld betaald worden om dat geld vrij te maken. Dan zou het geld in Spanje worden belegd met een rendement van 10% tot 15%. Verdachte stelde voor dat [slachtoffer 22] zou investeren om het geld vrij te krijgen uit het vastgoed in Mexico. Hij had zelf ook gezien dat verdachte in dure auto’s reed. Verdachte vroeg in eerste instantie om € 5.000,-, maar er moest steeds meer bij om het geld vrij te krijgen.72 [slachtoffer 22] zou een rendement krijgen van 50% tot 75%, of nog meer. [slachtoffer 22] heeft verklaard dat het hem niet uitmaakte waarin geïnvesteerd werd, als hij het rendement maar zou krijgen. [slachtoffer 22] heeft een deel van het geld terug ontvangen.73

Aangever [slachtoffer 24] heeft verklaard dat verdachte van hem een woning heeft gehuurd in [plaats 3] . In december 2011 heeft verdachte gevraagd om geld te kunnen lenen voor een investering met een hoog rendement. [slachtoffer 24] wist dat verdachte altijd in dure auto’s reed. Verdachte heeft hem een brochure van een beleggingsconcept getoond. Het was een soort leenstelsel, waarbij verdachte het geld zou verstrekken aan horecaondernemers. Als hij
€ 10.000,- zou investeren, zou hij € 21.000,- terug krijgen tegen het einde van januari 2012. [slachtoffer 24] heeft eerst € 5.000,- betaald. In januari 2012 heeft hij nogmaals € 10.000,- geleend aan verdachte.74 In februari 2012 heeft verdachte aan [slachtoffer 24] verteld dat het geld niet naar de horeca is gegaan, maar dat hij bezig was om een groot geldbedrag vrij te krijgen dat hij in Mexico had staan. Verdachte zou daar miljoenen euro’s hebben staan, maar hij had geld nodig om dit naar Nederland te krijgen.75 [slachtoffer 24] heeft verklaard dat, doordat verdachte de indruk wekte over veel geld te kunnen beschikken, hij steeds een aannemelijk verhaal had en een brochure liet zien, hij ervan overtuigd raakte om geld aan verdachte te lenen. Hij heeft wel geprobeerd om zijn geld terug te krijgen, maar werd dusdanig gemanipuleerd en onder druk gezet, dat hij in eerste instantie meer geld gaf en uiteindelijk geen geld terug kreeg.76 [slachtoffer 24] heeft verklaard dat verdachte zijn leven geruïneerd heeft. Hij heeft grote schulden en zit financieel aan de grond.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen, teneinde daarvan misbruik te maken en met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen.

Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.

Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Bij een samenweefsel van verdichtsels behoren tot die omstandigheden onder meer de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang. Door de in de wet omschreven oplichtingsmiddelen valt niet iedere vorm van bedrog – bijvoorbeeld bedrog bestaande uit niet meer dan het doen van een onware mededeling – en niet iedere toerekenbare tekortkoming in civielrechtelijke zin binnen het bereik van het strafrecht.

Oplichtingsmiddelen

Uit de bewijsmiddelen blijkt een modus operandi die (in meer of minder uitgebreide vorm) door verdachte en [medeverdachte] is toegepast bij verschillende personen. Verdachte en [medeverdachte] hebben verschillende getuigen gevraagd om geld aan hen te lenen, dan wel te investeren. Zij deden dit door hen te vertellen dat zij over grote sommen geld beschikten in Mexico of elders in het buitenland, maar niet bij dit geld konden komen. Sommige getuigen hebben zij verteld over een inkeerregeling en/of boetes die betaald moesten worden, voordat zij over het geld konden beschikken. Hiertoe hebben zij valse of gefingeerde stukken getoond en/of overlegd, waaronder valse rekeningafschriften, valse renteoverzichten en een valse mededeling vrijwillige verbetering. De getuigen zouden een rendement krijgen over het door hen verstrekte geld, soms wel tot 400% procent. In een enkel geval is zelfs een wilsbeschikking overhandigd om aannemelijk te maken dat het geld zou worden terugbetaald. Verdachte en zijn medeverdachte hebben meerdere getuigen telkens opnieuw naar geld gevraagd, omdat er nog meer betaald zou moeten worden om over het geld te kunnen beschikken. Hierbij maakten verdachte en [medeverdachte] ook gebruik van de vertrouwensrelatie die zij met enkele getuigen hadden. Ook heeft verdachte zich voorgedaan als vermogend man door in luxe auto’s rijden.

Dat zij niet over het geld beschikten, blijkt uit het feit dat de documenten vals of gefingeerd zijn. Hieruit blijkt tevens dat verdachten nooit de intentie hebben gehad om het geld terug te betalen, laat staan het beloofde rendement te voldoen.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben doelbewust en langdurig de geldverstrekkers, dan wel de investeerders, een rad voor ogen gedraaid. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake van listige kunstgrepen. De rechtbank merkt hierbij op dat hoewel de wet spreekt over kunstgrepen, ook één listige kunstreep voldoende kan zijn (HR 25 oktober 1909, W8916).

In de uitspraak van de Hoge Raad van 6 mei 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AF6599) had verdachte in strijd met de waarheid doen geloven dat hij of zijn bedrijf de geïnvesteerde bedragen zou terugbetalen met een rendement. De verdachte had verzwegen dat hij noch de intentie had noch in staat was om de afspraken na te komen. In dit geval oordeelde de Hoge Raad dat sprake was van een samenweefsel van verdichtsels.

In de huidige zaak hebben verdachte en/of zijn medeverdachte meerdere getuigen verteld dat zij het geld zouden beleggen of zouden investeren. Hierbij werd een hoog rendement beloofd. Dat dit in strijd was met de waarheid en dat verdachte en zijn medeverdachte niet de intentie hadden om de afspraken na te komen, blijkt uit het feit dat het geld door verdachte is besteed aan schulden, gokken en zijn luxe levensstijl. Tevens blijkt dit uit het feit dat zij ook door middel van de hiervoor beschreven listige kunstgrepen mensen hebben bewogen tot afgifte van geld. Ook het verhaal dat geld zou worden geïnvesteerd, was naar het oordeel van de rechtbank niet meer dan een manier om het geld afhandig te maken. Ook in de huidige zaak kan naar het oordeel van de rechtbank, gezien de uitspraak van de Hoge Raad van 6 mei 2003, in enkele gevallen worden geoordeeld dat er sprake was van een samenweefsel van verdichtsels.

Medeplegen

De rechtbank overweegt dat verdachte heeft verklaard dat de bij [medeverdachte] aangetroffen valse documenten afkomstig zijn uit een strafzaak waarvoor hij al is veroordeeld. De inbeslaggenomen documenten dateren echter van na de veroordeling van verdachte door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van september 2008. Kennelijk zijn de documenten dus geactualiseerd. Het verhaal van verdachte - dat hij over honderden miljoenen beschikt in het buitenland - heeft [medeverdachte] aan meerdere getuigen verteld, zo blijkt uit voorstaande verklaringen. Ook verdachte zelf heeft tegen [slachtoffer 22] en [slachtoffer 24] verteld dat hij het geleende geld heeft gebruikt om een groot geldbedrag vrij te krijgen, dat hij in Mexico had staan. Vervolgens werd het geld (via [slachtoffer 19] en [medeverdachte] ) direct overgemaakt aan verdachte. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte de valse documenten aan [medeverdachte] heeft verschaft, zijn modus operandi heeft uitgelegd en dat zij dit in vereniging hebben voortgezet. De verklaring van verdachte dat hij niet wist waarom anderen dan [medeverdachte] geld aan hem overmaakten, acht de rechtbank gezien het voorgaande ongeloofwaardig. Uit het tapgesprek van 24 oktober 2013 blijkt dat verdachte ervan op de hoogte is dat [medeverdachte] bezig is met het krijgen van geld van anderen. In het tapgesprek zegt [medeverdachte] namelijk dat verdachte negen ton van ‘ [P] ’ heeft.

Oogmerk

Dat verdachte en [medeverdachte] het oogmerk hadden om zich het geld wedderrechtelijk toe te eigenen, blijkt uit het feit dat zij valse documenten hebben getoond en/of onware verhalen hebben verteld. Naar het oordeel van de rechtbank hadden verdachte en zijn medeverdachte slechts tot doel het geld te gebruiken voor zichzelf. Verdachte heeft het geld na ontvangst vrijwel direct contant opgenomen of laten opnemen en heeft het besteed aan luxe auto’s en gokken in het casino. Ook uit zijn eigen verklaring blijkt dat hij het verkregen geld alleen aan zijn luxe leven heeft besteed en schulden heeft afgelost. Hij heeft verklaard dat hij nergens in geïnvesteerd heeft. De later afgelegde verklaring van verdachte, dat hij het geld zou hebben geïnvesteerd in de horeca en de gokbranche, acht de rechtbank ongeloofwaardig en vindt onvoldoende steun in het dossier.

Overweging per getuige of aangever

De rechtbank zal per getuige of aangever ingaan op de vraag of hij door (een van) de hiervoor uiteengezette oplichtingsmiddelen is bewogen tot de afgifte van geld.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij geld heeft geleend aan [medeverdachte] om de vele miljoenen die in Mexico stonden, naar Nederland te krijgen. De rechtbank concludeert dat de getoonde documenten77 aan [slachtoffer 1] op 5 januari 2014, de valse ‘mededeling vrijwillige verbetering’78 betroffen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de verklaringen van [slachtoffer 1] dat hij is bewogen tot de afgifte van het geld door de door [medeverdachte] gedane mededelingen en toezeggingen. Het bedrag van € 115.000,- dat [slachtoffer 1] aan [slachtoffer 19] heeft geleend voordat hij [medeverdachte] heeft ontmoet79, kan naar het oordeel van de rechtbank niet aan verdachte worden toegerekend. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 1] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van in totaal € 1.596.093,10.

[slachtoffer 2] heeft geen contact gehad met verdachte of [medeverdachte] . Hij heeft op verzoek van [slachtoffer 1] geld overgemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank dient verdachte vrijgesproken te worden van oplichting van [slachtoffer 2] .

[slachtoffer 3] heeft op verzoek van [medeverdachte] geld overgemaakt, omdat een container met goederen vast zou staan in de haven van Antwerpen. De rechtbank overweegt dat niet uit het dossier blijkt dat er nadere afspraken zijn gemaakt of anderszins toezeggingen zijn gedaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze enkele mededeling aanleiding had moeten geven voor [slachtoffer 3] om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of dat hij zich daardoor niet had moeten laten bedriegen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 3] .

De verklaring van [slachtoffer 4] bij de politie, is naar het oordeel van de rechtbank betrouwbaar, omdat zijn verklaring overeenkomsten heeft met de verklaringen van andere getuigen. Zo heeft [slachtoffer 4] verklaard over de miljoenen in Mexico en dat er eerst betaald moest worden, voordat het geld vrij zou komen. Ook heeft [slachtoffer 4] verklaard over een rechtszaak, waarvoor advocaat- en griffiekosten betaald moesten worden. [slachtoffer 4] heeft uitdrukkelijk verklaard dat hij is bewogen tot afgifte van het geld door de verhalen van [medeverdachte] , de getoonde papieren en het beloofde rendement. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 4] door listige kunstgrepen heeft bewogen tot afgifte van telkens een hoeveelheid geld.

[slachtoffer 5] heeft geld geleend, zodat hiermee gereedschap aangeschaft kon worden. [slachtoffer 5] zou dit geld binnen drie dagen terugkrijgen. Dat dit niet de intentie van [medeverdachte] was, blijkt uit het feit dat hij een deel van het bedrag heeft laten overmaken aan verdachte. Tevens heeft [medeverdachte] aan [slachtoffer 5] verteld over de grote geldbedragen in Mexico, die naar Nederland zouden worden gehaald. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 5] door middel van een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot afgifte van € 37.000,-.

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij geld heeft uitgeleend, mede omdat [medeverdachte] heeft verteld dat hij vele miljoenen had. [medeverdachte] heeft verteld dat hij het geld zou investeren in zijn handel en er zou 10% rente worden betaald. Dat het geld niet was bestemd voor zijn handel, blijkt uit het feit dat het geld overgemaakt moest worden aan verdachte. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 6] door middel van een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van € 199.761,71.

[slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij geld heeft geleend, omdat er geld vrij zou komen uit de inkeerregeling. Tevens is hem verteld dat hij rente over de leningen zou krijgen. [slachtoffer 7] moest het geld overmaken aan verdachte. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 7] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van in totaal € 159.000,-.

[slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij geld heeft geleend aan verdachte voor het transport van goederen ter waarde van € 100 miljoen. [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij wist dat [medeverdachte] en verdachte vele miljoenen hadden in Mexico en dat er dus voldoende geld moest zijn om het geld terug te betalen, inclusief het beloofde rendement. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 8] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van in totaal € 66.321,-.

[slachtoffer 9] heeft verklaard dat hij geld heeft geleend aan [medeverdachte] , zodat hij aan geld in het buitenland kon komen. Van dit geld zou [medeverdachte] een ton aan [slachtoffer 9] lenen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 9] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van in totaal € 9.500,-.

[slachtoffer 10] heeft verklaard dat [medeverdachte] geld voor hem kon beleggen en dat hij een goed rendement zou krijgen. De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 10] ook de indruk had dat [medeverdachte] over voldoende geld beschikte in Mexico. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het feit dat [medeverdachte] ook tegen [slachtoffer 10] heeft verteld over het geld in Mexico, dat [medeverdachte] gebruik heeft gemaakt van de voor verdachte en [medeverdachte] gebruikelijke modus operandi. Ook heeft [slachtoffer 10] een keer een bedrag van € 2.500,- overgemaakt aan verdachte.80 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 10] door een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van in totaal € 60.000,-.

[slachtoffer 12] heeft verklaard dat hij geld heeft geïnvesteerd in gereedschappen. [slachtoffer 12] heeft geen onderzoek gedaan naar dit verhaal, het rendement was niet uitdrukkelijk besproken en hij kende verdachte niet goed. De rechtbank is van oordeel dat het enkele verzoek te investeren aanleiding had moeten zijn voor [slachtoffer 12] om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of dat hij zich daardoor niet had moeten laten bedriegen. Ook is niet gesproken over geld in het buitenland of is op ander wijze komen vast te staan dat verdachte betrokken was. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 12] .

[slachtoffer 13] heeft zeven à acht jaren voor 2010 geld aan [medeverdachte] gegeven. Dit is ruim voor de ten laste gelegde periode. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 13] .

[slachtoffer 14] heeft geen geld gegeven aan [medeverdachte] of verdachte. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 14] .

[slachtoffer 15] heeft verklaard dat [medeverdachte] hulp nodig had en dat hij een rendement zou krijgen over het geleende geld. [medeverdachte] heeft niet verteld waarin hij wilde investeren. De rechtbank is van oordeel dat het enkele verzoek te investeren aanleiding had moeten zijn voor [slachtoffer 15] om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of dat hij zich daardoor niet had moeten laten bedriegen. Ook is niet gesproken over geld in het buitenland of is op ander wijze voldoende komen vast te staan dat verdachte betrokken was. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 15] .

De rechtbank overweegt dat tussen de verklaringen van [slachtoffer 16] bij de politie en de rechter-commissaris kleine verschillen zitten. De kern van zijn verklaringen, dat hij geld heeft geleend aan verdachte vanwege een rechtszaak in Duitsland en voor de aankoop van [merk] , is wel consistent. Ook heeft hij een leenovereenkomst overlegd. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 16] daarom betrouwbaar. [slachtoffer 16] heeft verklaard dat verdachte hem heeft verteld dat er een rechtszaak liep in Duitsland. Als de rechtszaak afgerond was, zou hij weer aan zijn geld kunnen komen. Dit verhaal vertoont grote overeenkomsten met de modus operandi van verdachte en [medeverdachte] , namelijk dat verdachte over veel geld beschikt in het buitenland, waar hij niet bij kan komen. Tevens is een rendement beloofd aan [slachtoffer 16] . Verdachte heeft verklaard niet geïnvesteerd te hebben. Ook is niet gebleken dat verdachte over geld beschikt in Duitsland of dat er sprake was van een rechtszaak. De rechtbank is van oordeel dat dit slechts een variant is op het leugenachtige verhaal over geld in Mexico. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 16] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van een hoeveelheid geld.

[slachtoffer 17] heeft verklaard dat hij in 2009 en 2010 geld heeft overgemaakt, omdat hij verdachte nodig had voor een rechtszaak. [slachtoffer 17] is eerder door verdachte opgelicht en hiervoor is verdachte al veroordeeld. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 17] .

[slachtoffer 18] heeft verklaard dat hij geld heeft geleend aan [medeverdachte] , omdat zijn rekeningen geblokkeerd zouden zijn. [medeverdachte] zou veel geld hebben waar hij niet bij kon. [slachtoffer 18] zou een rendement krijgen van 5%. Dat het geld niet was bestemd voor zijn handel, kan ook worden afgeleid uit het feit dat het geld deels overgemaakt moest worden aan verdachte. Hierdoor is aannemelijk dat het nooit de intentie is geweest om de leningen terug te betalen en het beloofde rendement te voldoen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 18] door middel van een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot afgifte van € 103.790,-.

Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 19] mogelijk ook een rol heeft gespeeld bij het verkrijgen van geld van anderen. De rechtbank is er daarom niet van overtuigd dat [slachtoffer 19] slachtoffer is geworden van het tenlastegelegde handelen van verdachte. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 19] .

[slachtoffer 20] heeft geld aan verdachte geleend voor de horeca. Het geld is slechts op basis van vertrouwen geleend. Er is geen overeenkomst opgesteld. De rechtbank is van oordeel dat het enkele verzoek geld te lenen aanleiding had moeten zijn om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 20] .

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte [slachtoffer 21] heeft opgelicht. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 21] .

[slachtoffer 22] heeft verklaard dat hij het geld heeft geleend, zodat het geld in Mexico vrijgemaakt kon worden. Verdachte heeft hem een zeer hoog rendement toegezegd en dat was voor hem de reden om het geld te investeren. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 22] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van € 23.000,-.

[slachtoffer 23] heeft verklaard dat verdachte geld heeft gevraagd aan hem om te investeren in 6D cinema sets, [merk] en [merk] laptops. De rechtbank is van oordeel dat het enkele verzoek geld te investeren aanleiding had moeten zijn om de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van oplichting van [slachtoffer 23] .

[slachtoffer 24] heeft verklaard dat hij aan verdachte geld geleend had, dat geïnvesteerd zou worden in een soort leenstelsel. Hierbij heeft verdachte een hoog rendement beloofd en een brochure laten zien. Ook heeft verdachte zich voorgedaan als vermogend man, omdat hij altijd in dure auto’s reed. Dat verdachte nooit de intentie heeft gehad om het geld te investeren, blijkt mede uit het feit dat hij later heeft verteld tegen [slachtoffer 24] dat hij het geld heeft gebruikt om een groot geldbedrag vrij te krijgen uit Mexico. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met [medeverdachte] , [slachtoffer 24] door een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van € 15.000,-.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 25] heeft opgelicht en zal verdachte daarom hiervan vrijspreken.

De rechtbank merkt nog op dat de deelbetalingen die enkele getuigen of aangevers terug hebben ontvangen, niet af doen aan het feit dat verdachte en [medeverdachte] hen – voor zover bewezenverklaard – door oplichtingsmiddelen hebben bewogen tot afgifte van de genoemde bedragen.

Ten aanzien van feit 2

Naast het plegen van oplichting van een groot aantal mensen is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich jegens deze zelfde mensen schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Verdachte zou zich geld, dat hij van deze mensen rechtmatig onder zich heeft, wederrechtelijk hebben toegeëigend. Bij de beoordeling van het preliminaire verweer heeft de rechtbank overwogen dat het in concrete en specifieke omstandigheden mogelijk is dat gedragingen van een verdachte zowel onder het feit oplichting als onder het feit verduistering vallen. In deze zaak is door de officier van justitie niets gesteld op grond waarvan de rechtbank tot het oordeel zou kunnen komen dat dat ook nu het geval is. Het dossier biedt hiervoor evenmin aanknopingspunten. Dit betekent dat verdachte zal worden vrijgesproken van het verduisteren van gelden afkomstig van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 22] en [slachtoffer 24] .

Ten aanzien van het geld afkomstig van [slachtoffer 12] en [slachtoffer 19] heeft de officier van justitie gesteld dat er sprake is van verduistering.

De rechtbank is van oordeel dat dat niet het geval is. Van verduistering is sprake indien iemand zich een goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort wederrechtelijk toe-eigent. Een enkele civielrechtelijke wanprestatie is voor een bewezenverklaring van verduistering niet voldoende (vergelijk de uitspraken van de Hoge Raad van 2 oktober 2012, NJ 2013/14 en 16 april 2013, NJ 2013/247). Uit de bewijsmiddelen moet blijken dat de ander als heer en meester over het goed is gaan beschikken.

In de zaak die nu voorligt, blijkt uit het dossier dat verdachte gelden van [slachtoffer 19] , [medeverdachte] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 26] en [slachtoffer 25] heeft ontvangen, al dan niet door tussenkomst van [medeverdachte] . De afspraken waaronder verdachte de gelden heeft ontvangen, zijn onduidelijk. De gelden zijn bedoeld als investering en verdachte zal ze op enig moment terugbetalen, zo verklaren de verschillende getuigen. Het moment waarop terugbetaling zou plaatsvinden, is onduidelijk. Dit maakt dat uit het dossier niet blijkt of en zo ja, wanneer verdachte als heer en meester over deze gelden is gaan beschikken. Dat het er alle schijn van heeft dat verdachte deze gelden voor zichzelf heeft gebruikt en dat hij de gelden niet meer zal terugbetalen, is niet hetzelfde als wettig en overtuigend bewijs. Voor de rechtbank weegt mee dat uit het dossier niet blijkt dat de personen die aan verdachte gelden ter beschikking hebben gesteld, verdachte termijnen hebben gesteld voor het terugbetalen van de gelden en hem, bijvoorbeeld, aansprakelijk hebben gesteld voor het uitblijven van terugbetaling.

De conclusie is dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde verduistering.

Ten aanzien van feit 3

Bewijsmiddelen

Verdachte heeft in totaal € 2.525.797,- contant opgenomen van zijn bankrekeningen, € 181.560 geleend aan [medeverdachte 3] , € 140.076,- geleend aan [naam 4] en € 493.800,- geleend aan [naam 5] . Hiervan heeft [naam 4] € 117.361,- contant opgenomen en [naam 5] € 319.953,-.81

Verdachte [naam 4] heeft verklaard dat, tijdens haar relatie met verdachte, verdachte geld stortte op haar rekening en dat zij het namens hem cash opnam. Ook kwam het vaker voor dat van haar [Bank] rekening met rekeningnummer [X 6] rekeningen werden betaald. Verdachte had altijd veel geld nodig, reed in dure auto’s en had een heel duur leven.82 [naam 4] heeft verklaard dat zij nooit over het geld dat verdachte overmaakte heeft beschikt. Ze weet niet waarom hij de overboekingen 'lening’ noemde.83

Verdachte [naam 5] heeft verklaard dat zij een bedrag van € 319.953,- in de periode van 4 juli 2013 tot 20 september 2013 contant heeft opgenomen.84 Zij heeft in maart 2013 een [Bank] rekening met rekeningnummer [X 7] geopend, zodat verdachte geld op haar rekening kon storten voor boodschappen. Enkele maanden later heeft verdachte een aantal keren grote bedragen op haar rekening gestort. Deze bedragen heeft zij volledig contant opgenomen en aan verdachte gegeven. Ze weet niet hoe verdachte aan dit geld is gekomen.85 Ze heeft ook in opdracht van verdachte grote bedragen van zijn rekening overgemaakt naar haar eigen bankrekening. Vervolgens heeft zij dit geld contant opgenomen.86Verdachte woonde vanaf eind oktober 2013 aan de [adres 2] . Daarvoor woonde hij in [plaats 2] .87

Verdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat het een keer of vijf is voorgekomen dat wanneer hij met verdachte naar de bank ging, verdachte grote bedragen naar zijn rekening stortte bij de kasbalie. Vervolgens nam [medeverdachte 3] dit bedrag direct weer op. Dit ging vaak om € 10.000,-, de limiet. Het is ook voorgekomen dat verdachte het bedrag al via internet had overgeboekt. [medeverdachte 3] ging het geld vervolgens opnemen bij de bank. Hij gaf dit geld direct weer aan verdachte.88 [medeverdachte 3] heeft ongeveer € 93.000,- geleend van verdachte.89

Overwegingen

Op 7 januari 2014 is de woning van verdachte aan de [adres 2] doorzocht. Daarbij is een groot aantal goederen aangetroffen. Voor de woning stonden een [automerk 1] en een [automerk 4] geparkeerd. [naam 12] heeft verklaard dat zij de [automerk 5] , die ook in het kader van het strafrechtelijk onderzoek in beslag is genomen, van verdachte heeft gekregen. Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij de goederen, waaronder horloges, audioapparatuur en een televisie, heeft witgewassen. Dit geldt ook voor de auto’s.

Naar de goederen en de auto’s is geen nader onderzoek gedaan. Onduidelijk is wanneer de goederen zijn gekocht en van welk geld. Ten aanzien van de auto’s is niet duidelijk wanneer verdachte deze precies heeft gekocht of geleased en hoe de betaling verliep. Ook de stellingen van de officier van justitie, zoals opgenomen in het ten laste gelegde feit en zoals verwoord in het requisitoir, zijn de rechtbank niet duidelijk. Op welke wijze is er ten aanzien van de goederen en de auto’s sprake van witwassen? Het enkele voorhanden hebben van goederen uit eigen misdrijf levert volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad geen strafbaar handelen op. Dat er in het geval van verdachte sprake is van een eigen misdrijf waaruit verdachte gelden heeft ontvangen, staat naar het oordeel van de rechtbank vast (zie daarvoor de beoordeling van de rechtbank van feit 1). Hoe het ontvangen van die gelden samenhangt met het voorhanden hebben van een groot aantal goederen en drie Audi’s in de periode van 1 januari 2009 tot en met 7 januari 2014 blijkt niet uit het dossier en is door de officier van justitie niet nader onderbouwd. Bij die stand van zaken dient verdachte te worden vrijgesproken van het witwassen van de goederen.

Aan verdachte is ook ten laste gelegd dat hij een bedrag van € 4.429.444,26 heeft witgewassen. In het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’ (p. 1438-1446) is uiteengezet waaruit dit bedrag is opgebouwd. Het betreft alle gelden die in de periode tussen 1 januari 2009 en 7 januari 2014 door derden op rekeningen van verdachte zijn gestort, vermeerderd met een contante betaling van € 20.000,-. Door de officier van justitie is uiteengezet dat verdachte het grootste gedeelte van deze gelden heeft uitgegeven aan zijn levensstijl en casinobezoek.

Ook ten aanzien van het voorhanden hebben van (grote) geldbedragen geldt dat dit geen afzonderlijk strafrechtelijk verwijt oplevert, indien de gelden afkomstig zijn uit eigen misdrijf. Omdat de gelden rechtstreeks afkomstig zijn van de door verdachte gepleegde oplichting, is er sprake van een eigen misdrijf en is het voorhanden van de gelden dus niet (automatisch) een witwashandeling. Voor zover de gelden zijn opgenomen in contanten of aan anderen zijn overgemaakt en daarna opgenomen of vergokt, ligt dat naar het oordeel van de rechtbank anders. Dan is er sprake van omzettingshandelingen en daarmee van witwassen.

De rechtbank zal bewezen verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van gelden in de ten laste gelegde periode, voor zover de gelden zijn opgenomen in contanten of aan anderen zijn overgemaakt en daarna zijn opgenomen. Dit betreft een bedrag van € 2.525.797,- dat verdachte zelf contant heeft opgenomen. [naam 4] heeft een bedrag van € 117.361,- contant opgenomen en [naam 5] heeft een bedrag van € 319.953,- contant opgenomen. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij een keer of vijf € 10.000,- contant heeft opgenomen en aan verdachte heeft gegeven. Dit acht de rechtbank geloofwaardig, aangezien er € 181.560,- door verdachte aan [medeverdachte 3] is overgemaakt. In totaal betreft dit een bedrag van € 3.013.111,-.

De rechtbank constateert dat dit bedrag hoger is dan het bedrag dat door de slachtoffers van de oplichting door verdachte zoals bewezenverklaard onder feit 1 ter beschikking is gesteld. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat verdachte het hele bedrag van € 3.013.111,- heeft witgewassen. Door de Belastingdienst is geconstateerd dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode (vrijwel) geen legale inkomsten had.90 Een andere verklaring voor het bedrag, voor zover het de door genoemde slachtoffers ter beschikking gestelde bedragen overstijgt, is door verdachte niet gegeven. Bij die stand van zaken moet de conclusie zijn dat verdachte deze gelden heeft omgezet, wetende dat zij van misdrijf afkomstig zijn.

Ten aanzien van feit 4 en 5

In de woning van verdachte aan de [adres 2] zijn op 7 januari 201491 een pistool, een gasbusje en een luchtdrukwapen aangetroffen.92

Verbalisant [naam 13] heeft vastgesteld dat het pistool van het merk [merknaam 13] een vuurwapen is van categorie III onder 1°, in de zin van de Wet Wapens en Munitie.93

Verbalisant [naam 14] heeft vastgesteld dat het gasbusje van het merk [merknaam 14] een voorwerp is dat bestemd is voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof. Dit is een wapen in de zin van de Wet Wapens en Munitie van de categorie II, onder 6°.94

Verbalisant [naam 14] heeft vastgesteld dat het gasdruk-paintball-pistool van het merk [merknaam 12] , een nabootsing van een pistool betreft.

Het betreft een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk [merknaam 15] .95

Verdachte heeft verklaard dat het in zijn woning aangetroffen vuurwapen van hem is.96 Voor het overige is er geen verweer gevoerd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

4 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 7 januari 2014, te Arnhem en/of te Rijssen en/of te Almelo en/of te

Oosterbeek, gemeente Renkum, althans (telkens) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door

het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door

een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 1.711.093,10 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 251.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 3] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 1.800,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 200.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 37.000,00 Euro, althans 8.000 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 199.761,71 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 159.000,10 Euro, althans 141.948,66, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 206.950,00 Euro, althans 66.321,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 9.500,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 10] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 60.000,00 Euro, althans 2.500 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 12] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 304.906,00 Euro, althans 150.310,00, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 33.000,00 Euro, althans 31.100.00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 15] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 195.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 16] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 105.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 17] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 13.618,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 18] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 103.790,10 Euro, althans 42.805,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 19] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 2.721.326,60 Euro, althans 860.503,26 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 20] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 20.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 21] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 9.085,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 22] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 23.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 23] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 62.330 Euro, althans 43.000,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 24] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 15.000,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of

- [slachtoffer 25] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 8500,00 Euro, althans 5.000,00 Euro, in ieder geval (telkens) een hoeveelheid geld,

hebben de verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een (zeer) vermogend man (ongeveer 331 en/of 432 miljoen en/of meer dan 400 miljoen Euro, althans veel geld in Mexico, althans in het buitenland) en/of

- verteld dat hij/zij het geld naar Nederland wil(len) halen, maar dat hij/zij niet aan dat (buitenlandse) geld/vermogen kon(den) komen, omdat hij/zij boetes moest(en) betalen in verband met een inkeerregeling en/of

- een (vals) rekeningafschrift van de ( [naam 1] )bank van rekeningnummer [X 1] met een saldo van 412.197.675,00 Euro getoond en/of afgegeven en/of

- een of meer (valse/gefingeerde) renteoverzicht(en) van bankrekening [X 2] van een bank in Mexico - op naam van [verdachte] - getoond en/of

- een (valse/gefingeerde) brief aan [verdachte] van de [Bank] Mexico (dd 25 maart 2009) getoond dat de investering van 10 jaar compleet is en dat de totale balans zal worden overgemaakt naar een privé account in Nederland en/of

- verzocht hem/hen geld te lenen om aan het geld in het buitenland te kunnen komen en/of om de transportkosten voor overbrenging van het geld te kunnen betalen en/of

- een (valse/gefingeerde) mededeling vrijwillige verbetering 2013 van de rijksoverheid getoond en/of overhandigd en/of

- (meerdere malen) verteld dat het nog niet gelukt was om het geld naar Nederland te krijgen, omdat er meer (boete) moest worden betaald en/of

- verteld dat de lener zijn geld weer terug kreeg met een hoog rendement en/of

- als zekerheid een wilsbeschikking overhandigd en/of een overeenkomst ondertekend dat de lener 50 a 60 procent van het vermogen van verdachte zou krijgen na diens overlijden en/of een jacht en/of

- verteld dat hij/zij in ( [naam 2] ) gereedschap wilde(n) investeren en/of dat die investering een rendement van 10 a 15 procent en/of 20 procent zou opleveren en/of

- dat (bank)rekeningen zijn geblokkeerd en/of daardoor hij/zij niet kan investeren in de aanschaf van ( [naam 2] ) gereedschap en/of

- dat de gedane investering binnen een jaar zou worden terugbetaald en/of

- grote sommen geld voor het lenen van het geld in het vooruitzicht gesteld en/of

- verteld dat er 20 miljoen Euro onderweg was vanuit Monaco en/of

- verteld dat hij/zij miljoenen op de ( [naam 3] ) bank heeft en/of dat dat geld via een bepaalde constructie zal loskomen en/of

- verteld dat hij/zij geld nodig had voor betaling van de advocaat en/of griffiekosten en/of daarvan papieren getoond en/of

- verteld dat hij/zij geld nodig had om te voorkomen dat er beslag zou worden gelegd op zijn woning en/of

- verteld dat hij geld nodig had voor de aanschaf van een stuk grond in Almelo en daarbij de grond als borgstelling beloofd en/of

- verteld dat een rendement van 400% voor een lening zou zitten en daarvoor een leenovereenkomst ondertekend en/of

- verteld dat hij/zij het geld zou kunnen beleggen en dat hij/zij er veel meer van kon maken, althans een hoog rendement zou krijgen en/of

- verteld dat er een container vast stond in de haven en dat hij/zij met spoed geld nodig had om de container door te laten gaan en/of

- verteld dat hij (smeer)geld nodig had voor het vrijmaken van geld in Mexico, dat was vrijgekomen na de verkoop van panden en/of

- verteld dat geld zal worden belegd in Spanje met een rendement van 10 a 15% en/of

- verteld dat hij/zij een auto zou(den) opknappen/restaureren en/of werkzaamheden in een woning zou(den) verrichten en/of

- verteld dat er geld zou worden geïnvesteerd in de aankoop van 6D cinemasets en/of [merk] en/of [merk] laptops en/of

- verteld dat er kon worden geïnvesteerd in een leenstelsel wat een hoog rendement zou opleveren,

waardoor bovengenoemde personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 7 januari 2014, te Arnhem en/of te Oosterbeek, gemeente Renkum

en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten

3.013.111 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld en/of een [automerk 1]

en/of een [automerk 2] en/of een [automerk 3] en/of andere voertuigen en/of meerdere

horloges en/of ringen, althans sieraden en/of een (flatscreen)tv ( [merknaam 1] )

en/of meerdere keyboard(s) ( [merknaam 2] en/of [merknaam 3] ) en/of meerdere

keyboardstandaards ( [merknaam 4] ) een sampler en/of een mengpaneel ( [merknaam 5] )

en/of een surroundset ( [merknaam 6] ) en/of meerdere mobiele telefoons (i [merknaam 7] en/f

[merknaam 8] en/of [merknaam 1] ) en/of meerdere computers/laptops ( [merknaam 9] ) en/of een tablet

( [merknaam 1] ) en/of een fotocamera ( [merknaam 10] ) en/of andere goederen, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van die goederen, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat het bovenomschreven

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

4.

hij op of omstreeks 07 januari 2014, te Oosterbeek, gemeente Renkum, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool ( [merknaam 11] ) en/of een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

5. hij op of omstreeks 07 januari 2014, te Oosterbeek, gemeente Renkum, (een) wapen(s) van categorie I, onder 7° te weten een gasdruk/paintballpistool ( [merknaam 12] ), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Oplichting, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Witwassen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Handelen in strijd met art. 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij art. 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5:

Handelen in strijd met art. 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij art. 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft hierbij rekening gehouden met het tijdsverloop van de strafzaak.

De officier van justitie heeft verzocht de voorwerpen met voorwerpnummer 33 tot en met 50 terug te geven aan verdachte of de rechtmatige eigenaar. De officier van justitie heeft verzocht de wapens te onttrekken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de ouderdom van de zaak en de ouderdom van de veroordelingen op het strafblad van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 19 januari 2018;

- de reclasseringsadviezen van het [naam 15] , gedateerd 26 februari 2014 en 13 juli 2015.

Verdachte heeft samen met een ander meerdere mensen opgelicht en heeft zich hierbij enkele miljoenen euro’s toegeëigend. Hij heeft gedurende een lange periode, stelselmatig en op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zijn slachtoffers in hem en zijn mededader hadden. Hij heeft verteld dat hij over miljoenen beschikte in het buitenland en dat hij geld nodig had om dit bedrag vrij te krijgen. Telkens zei verdachte dat hij nóg meer geld nodig had. Telkens heeft hij de slachtoffers nóg meer geld afhandig gemaakt. Verdachte heeft hen hoge rendementen beloofd, maar in werkelijkheid heeft hij al het geld besteed aan zijn luxe levensstijl. De slachtoffers hebben hun eigen financiële middelen uitgeput en de betaling van hun eigen schulden uitgesteld. Eén van zijn slachtoffers heeft verklaard dat door verdachte zijn leven geruïneerd is en meerdere slachtoffers zitten financieel aan de grond.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte op schaamteloze wijze over de rug van anderen heeft geleefd in luxe, veel geld heeft vergokt en dure auto’s heeft geleased.

Daarnaast heeft verdachte het geld witgewassen door het contant op te nemen. Hierbij heeft hij gebruik gemaakt van zijn (ex-)vriendinnen. Ook had verdachte diverse wapens in zijn woning liggen.

Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Ook is verdachte na de huidige feiten veroordeeld door de politierechter op 20 januari 2017, voor het in voorraad hebben van valse bankbiljetten.

Uit het dossier blijkt dat verdachte zijn handelswijze na zijn veroordeling in 2008 gewoon heeft voortgezet. Hij is niet uit zichzelf gestopt, maar is doorgegaan tot hij op 7 januari 2014 is aangehouden. Kennelijk heeft verdachte niets geleerd van zijn vorige veroordeling en heeft hij geen enkel respect voor zijn slachtoffers. Hij heeft verklaard het normaal te vinden om in exclusieve auto’s te rijden, zoals een [automerk 6] . Dat zijn slachtoffers hierdoor financieel aan de grond zitten, lijkt verdachte niets uit te maken. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan en daarom acht de rechtbank enkel een forse gevangenisstraf passend.

Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting is bij een benadelingsbedrag boven € 1 miljoen, een gevangenisstraf variërend van een duur van 24 maanden tot het wettelijk maximum passend. De rechtbank is van oordeel dat de gevolgen voor de slachtoffers, de lange duur en de stelselmatigheid strafverzwarend zijn. Ook de recidive van verdachte, voor wie leugens en bedrog kennelijk een manier van leven zijn geworden, is strafverzwarend. De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte, net als de officier van justitie, rekening met het tijdsverloop van de strafzaak en zal daarom de geëiste vier jaren gevangenisstraf opleggen.

Ten aanzien van het beslag

De rechtbank stelt vast dat uit de beslaglijst blijkt dat ten aanzien van de wapens reeds is besloten om deze te onttrekken aan het verkeer.

De computer van het merk [merk] is in beslag genomen en nog niet teruggegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk dat met deze computer overboekingen zijn gedaan en/of documenten zijn vervalst. Het onder feit 1 en of feit 3 bewezenverklaarde is dus met behulp van de computer begaan. De rechtbank acht het in strijd met het algemeen belang om de computer weer terug te geven aan verdachte. De computer met voorwerpnummer 32, computer, merk [merk] , inclusief toebehoren, zal daarom worden onttrokken aan het verkeer.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de voorwerpen met nummers 33 tot en met 42 en 44 tot en met 50, aan de veroordeelde dan wel de rechthebbende.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 256.016,86.

De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De vordering is niet eenvoudig van aard en leent zich niet voor behandeling in het strafproces. De verdediging heeft gesteld dat de vordering onvoldoende is gemotiveerd.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en de door de benadeelde partij overgelegde overeenkomsten en afschriften, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 199.761,18 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De gevorderde rente zal tot de wettelijke rente worden toegewezen, het meerdere zal worden afgewezen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 6 juni 2012.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij. De gevorderde en toegewezen rente, zijn daar niet bij inbegrepen.

De benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 189.672,-.

De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. De vordering is niet eenvoudig van aard en leent zich niet voor behandeling in het strafproces. De verdediging heeft gesteld dat de vordering onvoldoende is gemotiveerd.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is gemotiveerd en een onevenredige belasting vormt voor het strafproces. De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De benadeelde partij [slachtoffer 24]

De benadeelde partij [slachtoffer 24] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 310.975,15.

De officier van justitie en de verdediging hebben gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat deze onvoldoende is gemotiveerd.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is gemotiveerd en een onevenredige belasting vormt voor het strafproces. Ook lijken sommige schadeposten geen causaal verband met de oplichting te hebben. De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 13]

De benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 13] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van oplichting van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 14] , zal de rechtbank de vorderingen niet-ontvankelijk verklaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 47, 63, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen met voorwerpnummer 33 tot en met 42 en 44 tot en met 50 aan de veroordeelde dan wel rechthebbende;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: voorwerpnummer 32, computer, merk [merk] , inclusief toebehoren.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], van een bedrag van € 199.761,18 (honderdnegenennegentigduizend zevenhonderdéénenzestig euro en achttien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 6] voor het overige af;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 6] , een bedrag te betalen van € 199.761,18 (honderdnegenennegentigduizend zevenhonderdéénenzestig euro en achttien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 365 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 bepaalt dat, indien veroordeelde of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 8] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 13] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Klep (voorzitter), mr. G. Noordraven en mr. M.A. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district IJsselland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH 2013106046, gesloten op 27 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 1441.

3 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 5] , p. 300.

4 Het proces-verbaal van doorzoeking, p. 1382.

5 Het proces-verbaal van zaaks dossier 1, p. 9.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 125-1.

7 Een e-mail van [naam 7] van de [Bank] , verstuurd op 20 januari 2014, p. 126.

8 Een rekeningoverzicht van de [naam 1] Bank, p. 128.

9 Verslag m.b.t. het verzoek 126a Strafvordering inzake [verdachte] , p. 186.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 157.

11 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 272.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 274.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 273.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 19] , p. 655.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 19] , p. 656.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 19] , p. 657.

17 Het proces-verbaal overdachte [Bank] afschrift [slachtoffer 19] , p. 732.

18 Het tapgesprek van 24 oktober 2013 om 22: 51 uur, p. 562.

19 Het tapgesprek van 24 oktober 2013 om 22: 51 uur, p. 563.

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 361.

21 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 364.

22 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 371.

23 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 364.

24 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 365.

25 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris op 27 november 2014, p. 6 en 7.

26 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 748; het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 750.

27 Het proces-verbaal van bevindingen van een gesprek met getuige [slachtoffer 1] , p. 748.

28 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 751.

29 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 751.

30 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 752.

31 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 752.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 755-2

33 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 751.

34 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, p. 6.

35 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, p. 7.

36 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, p. 4.

37 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris, p. 7.

38 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 775.

39 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 776.

40 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 777.

41 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 5] , p. 861.

42 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 5] , p. 862.

43 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 5] , p. 862.

44 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] , p. 1005.

45 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] , p. 1006.

46 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 6] , p. 1005.

47 De overeenkomst van geldlening, p. 1015.

48 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 7] , p. 1121.

49 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 7] , p. 1123 en 1124.

50 Het verhoor van getuige [slachtoffer 7] bij de rechter-commissaris, op 16 september 2014, p. 2.

51 Het verhoor van getuige [slachtoffer 7] bij de rechter-commissaris, op 16 september 2014, p. 4.

52 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1140.

53 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1141.

54 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1140.

55 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1150.

56 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1152, 1153 en 1154.

57 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1142.

58 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 1143.

59 Het verhoor van getuige [slachtoffer 8] bij de rechter-commissaris, op 25 september 2014, p. 5.

60 Het verhoor van getuige [slachtoffer 8] bij de rechter-commissaris, op 25 september 2014, p. 6.

61 Het verhoor van getuige [slachtoffer 8] bij de rechter-commissaris, op 25 september 2014, p. 9.

62 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 9] , p. 1190.

63 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 10] , p. 1197.

64 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 10] , p. 1198.

65 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 16] , p. 864.

66 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 16] , p. 865.

67 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 16] , p. 871.

68 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 16] , p. 865.

69 Het verhoor van getuige [slachtoffer 16] bij de rechter-commissaris, op 16 september 2014, p. 2.

70 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 18] , p. 1245.

71 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 18] , p. 1246.

72 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 22] , p. 1207.

73 Het verhoor van getuige [slachtoffer 22] bij de rechter-commissaris, op 22 september 2014, p. 2.

74 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 24] , p. 1216.

75 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 24] , p. 1217.

76 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 24] , p. 1218.

77 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 754 en 755.

78 Verslag m.b.t. het verzoek 126a Strafvordering inzake [verdachte] , p. 186.

79 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 747.

80 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 1509.

81 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 1484.

82 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 273.

83 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 278.

84 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 5] , p. 303.

85 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 5] , p. 337.

86 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 5] , p. 338 en 305.

87 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 5] , p. 300.

88 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] , p. 601.

89 Overeenkomsten van geldlening p. 622-625.

90 Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. 1494-1502.

91 Het proces-verbaal van inbeslagname, p. 1251.

92 Het proces-verbaal van inbeslagname, p. 1258.

93 Het proces-verbaal van Wet Wapens en Munitie, p. 194.

94 Het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 198.

95 Het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 201.

96 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 372.