Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:797

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
22-02-2018
Zaaknummer
05/880584-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor criminele organisatie, grootschalige hennepteelt, valsheid in geschrift en afpersing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880584-15, 05/780023-17 en 05/780040-17

Datum uitspraak : 21 februari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende te Koninginnelaan 159, 6542 ZP Nijmegen

thans gedetineerd te P.I. HvB Grave (Unit A + B) te Grave

raadsman: mr. K. Tunc, advocaat te Hengelo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 en 7 februari 2018, 14 november 2017, 23 augustus 2017, 12 en 13 juni 2017, 28 maart 2017 en 17 januari 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

met betrekking tot parketnummer 05/8800584-15:

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2014 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Ewijk, Lent, Oudheusden, Almere, Amsterdam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en een of meer perso(o)n(en), onder wie (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van:

 misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het telen bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2014 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Oudheusden, Lent, Almere en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) -in de uitoefening van een beroep of bedrijf- opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer):

 in een pand, [adres 1] te Beuningen,

 in een pand, [adres 2] te Beuningen,

 in een pand, [adres 3] te Oudheusden,

 in een pand, [adres 4] te Arnhem,

 in een pand, [adres 5] , te Almere,

 in een pand, [adres 6] te Arnhem en/of

 in een pand, [adres 7] te Lent,

en/of (telkens) heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, althans (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een -grote- hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan en/of een -grote- hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl deze/dit feit(en) (telkens) betrekking hebben/heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van dat middel;

3.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2015 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Ewijk, Amsterdam, Rhoon, Vlaardingen, Lent, Almere en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers hebben/heeft verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie/ salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf (-onder meer- [naam 1]

en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ) en/of een naam van een (fictieve) werknemer (onder wie [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] en/of [naam 8] ) en/of een (fictieve) loonsom vermeld en/of die werkgeversverklaring getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de (fictieve) werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die werkgeversverklaring vermelde gegevens, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2015 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Ewijk, Amsterdam, Rhoon, Vlaardingen, Lent, Almere en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste

werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie/salarisstrook hebben/heeft verstrekt aan (een vertegenwoordiger/verhuurmakelaar van) een verhuurder van een woning/pand en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie/salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf (-onder meer- [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ) en/of een naam van een (fictieve) werknemer (onder wie [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] en/of [naam 8] ) en/of een (fictieve) loonsom hebben/heeft vermeld en/of die werkgeversverklaring hebben/heeft getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de (fictieve) werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die werkgeversverklaring vermelde gegevens, en/of toen aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk hiervoor genoemd(e) valselijk opgemaakt(e) en/of vervalst(e) geschrift(en), die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze/dit geschrift(en) bestemd waren/was om gebruik van te maken als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst;

4.

Primair

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de maand augustus 2014 te Nijmegen en/of Schaijk en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (oplopend van 5000 euro, naar 15.000 euro, tot 100.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zich met een aantal personen/medeverdachten heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] te Nijmegen en/of naar een bedrijfspand te Schaijk, waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich aldaar (telkens) dreigend hebben opgesteld en/of die [slachtoffer 1] dreigend hebben/heeft aangesproken en/of dreigend hebben/heeft gemeld dat hij, [slachtoffer 1] , 5000 euro, vervolgens 15.000 euro en tot slot 100.000 euro moest betalen (vanwege schulden van [naam 9] bij verdachte en/of verdachtes mededader(s)) en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) een "schouderklopje" hebben/heeft gegeven en/of die [slachtoffer 1] (daarbij) dreigend de woorden hebben/heeft toegevoegd: "en nu gaat het naar 100.000 euro" en/of "een werknemer van jou heeft schuld, nu komen we bij jou het dubbele halen" en/of "hun deden het woord, wij voeren het uit, wij gaan het doen", althans dergelijke dreigende woorden/taal hebben/heeft geuit, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de maand augustus 2014 te Nijmegen en/of Schaijk en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht tegen die [slachtoffer 1] , wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden (te weten: afgifte van een of meer geldbedragen, oplopend van 5000 euro, naar 15.000 euro, tot 100.000 euro, in elk geval een groot geldbedrag), zich met een aantal personen/medeverdachten heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] te Nijmegen en/of naar een bedrijfspand te Schaijk, waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich aldaar (telkens) (dreigend/agressief) hebben opgesteld en/of die [slachtoffer 1] (dreigend/agressief) hebben/heeft aangesproken en/of (dreigend/agressief) hebben/heeft gemeld dat hij, [slachtoffer 1] , 5000 euro, vervolgens 15.000 euro en tot slot 100.000 euro moest betalen (vanwege schulden van [naam 9] bij verdachte en/of verdachtes mededader(s)) en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) een "schouderklopje" hebben/heeft gegeven en/of die [slachtoffer 1] (daarbij) (dreigend/agressief) de woorden hebben/heeft toegevoegd: "en nu gaat het naar 100.000 euro" en/of "een werknemer van jou heeft schuld, nu komen we bij jou het dubbele halen" en/of "hun deden het woord, wij voeren het uit, wij gaan het doen", althans woorden/taal hebben/heeft geuit die door die [slachtoffer 1] als dreigend en/of intimiderend zijn/is ervaren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 8 maart 2015, althans in of omstreeks de maand maart 2015 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (27.000 euro) en/of een horloge en/of een tasje met geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), die [slachtoffer 2] met een auto heeft achtervolgd en/of -nadat die [slachtoffer 2] zijn auto tot stilstand had gebracht- met een aantal personen/medeverdachten uit de auto is gestapt en naar die [slachtoffer 2] is gelopen, waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 2] dreigend hebben/heeft aangesproken en/of dreigend hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 2] , verantwoordelijk was voor de dood van [naam 10] , dat hij een "lijkenpikker" was en/of het geld (van de opbrengst van de auto) en/of een horloge en/of een tasje met geld moest afgeven/teruggeven en/of die [slachtoffer 2] een (deel van een) pistool, althans een daarop gelijkend voorwerp, hebben/heeft getoond, althans zichtbaar voor die [slachtoffer 2] voorhanden hebben/heeft gehad, en/of dreigend een hand in hun/zijn jaszak hebben/heeft gedaan alsof een vuurwapen werd vastgehouden en/of dreigend tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 2] , op 12 maart bij restaurant Baklava moest komen om het geld van de auto, het horloge en het tasje met geld te brengen en/of die [slachtoffer 2] dreigend de woorden hebben/heeft toegevoegd: "jij gaat dat allemaal regelen, want jij bent een kankerinformant, jij hebt 15 jaar voor de mannen gewerkt" en/of "ik hoop dat je niet komt, dan kunnen we doen wat we eigenlijk willen doen", althans dergelijke dreigende woorden/taal hebben/heeft geuit, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 8 maart 2015, althans in of omstreeks de maand maart 2015 te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht tegen die [slachtoffer 2] , wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden (te weten: afgifte van een geldbedrag (27.0000 euro) en/of een horloge en/of een tasje met geld, in elk geval enig goed), die [slachtoffer 2] met een auto heeft achtervolgd en/of -nadat die [slachtoffer 2] zijn auto tot stilstand had gebracht- met een aantal personen/medeverdachten uit de auto is gestapt en naar die [slachtoffer 2] is gelopen, waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 2] dreigend en/of agressief en/of op luide toon en/of boos hebben/heeft aangesproken en/of op die wijze hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 2] , verantwoordelijk was voor de dood van [naam 10] , dat hij een "lijkenpikker" was en/of het geld (van de opbrengst van de auto) en/of een horloge en/of een tasje met geld moest afgeven/teruggeven en/of (dreigend) een hand in hun/zijn jaszak hebben/heeft gedaan alsof een (vuur-)wapen/gevaarlijk voorwerp werd vastgehouden en/of dreigend en/of agressief en/of op luide toon en/of boos tegen die [slachtoffer 2] hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 2] , op 12 maart bij restaurant Baklava moest komen om het geld van de auto, het horloge en het tasje met geld te brengen en/of die [slachtoffer 2] dreigend en/of agressief en/of op luide toon en/of boos de woorden hebben/heeft toegevoegd: "jij gaat dat allemaal regelen, want jij bent een kankerinformant, jij hebt 15 jaar voor de mannen gewerkt" en/of "ik hoop dat je niet komt, dan kunnen we doen wat we eigenlijk willen doen", althans woorden/taal taal hebben/heeft geuit die door die [slachtoffer 2] als dreigend en/of intimiderend zijn/is ervaren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij in of omstreeks de maand september 2014, in ieder geval in of omstreeks de periode van de maand juni 2014 tot en met 22 januari 2015 te Lent, gemeente Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid hennepplanten, althans delen daarvan, en/of hennep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) dreigend de woning (aan de [adres 7] te Lent) van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] zijn/is binnengegaan/binnengedrongen en/of op dreigende toon hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 3] , niets mocht doen en dat hij/zij, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in de woonkamer moest(en) blijven (zitten) en/of (daarbij) dreigend een vuurwapen (pistool), althans een daarop gelijkend voorwerp, tevoorschijn hebben/heeft gehaald en/of dat vuurwapen/voorwerp hebben/heeft gericht op en/of getoond aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (hem/haar daarbij indringend aankijkend), althans dreigend dat vuurwapen/voorwerp duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] voorhanden hebben/heeft gehad;

met betrekking tot parketnummer 05/780023-17:

1.

hij op of omstreeks 08 oktober 2015, althans in of omstreeks de maand oktober 2015, te Arnhem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van een gelbedrag van 5000 euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, zich met een of meer personen/medeverdachten heeft begeven naar de kapsalon van die [slachtoffer 6] , waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich aldaar dreigend hebben/heeft opgesteld en/of die [slachtoffer 6] dreigend hebben/heeft benaderd en/of aangesproken en/of dreigend hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 6] , de "business" van verdachte en/of zijn mededader(s) kapot had gemaakt en daarom aan hen/hem geld (duizenden euro's) verschuldigd was en dat hij dat geld moest betalen en/of die [slachtoffer 6] (daarbij) de woorden hebben/heeft toegevoegd: "Door jou kan ik geen 50 euro biljetten meer uitgeven omdat jij aan iedereen vertelt dat ik vals geld uitgeef en hierdoor lijd ik schade. Jij moet mij nu 5000 euro betalen. Betaal jij mij niet, verniel ik jouw auto en verniel ik de zaak van jou. Ik kom nog wel terug om mij te laten knippen. Ik weet waar jij woont" en/of "Jij hebt niks, wacht maar, jij gaat zien. [medeverdachte 6] zegt jij hebt wel, jij maakt mijn business kapot" en/of "Jij gaat geld betalen en anders doe ik jou iets aan als ik de volgende keer terugkom en jij niet betaalt" en/of "wij komen weer terug voor jou, we komen terug. Jij wil niet betalen, wij komen weer terug" en/of "We komen terug en dan komen we voor jou" en/of "Nu doe jij moeilijk, maar de andere keer als wij jou een pistool laten zien, dan ga jij beter met ons praten", althans dergelijke dreigende woorden/taal hebben/heeft geuit, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

Primair

hij op of omstreeks 20 juni 2016, althans in of omstreeks de maand juni 2016, te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot de afgifte van een (aanzienlijk) geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, in de mond van die [slachtoffer 8] hebben/heeft gestopt en/of (vervolgens) dat vuurwapen/voorwerp hebben/heeft doorgeladen en/of een mes, althans een dergelijk -scherp- voorwerp, tegen het geslachtsdeel van die [slachtoffer 8] hebben/heeft gehouden en/of hebben/heeft gedreigd zijn geslachtsdeel en/of zijn vingers af te snijden;

en/of

hij in of omstreeks de periode van de maand juni 2016 tot en met 4 oktober 2016 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] te dwingen tot de afgifte van (telkens) een (aanzienlijk) gelbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, zich heeft begeven naar een woning (waar die [slachtoffer 8] een afspraak had), waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 8] aldaar dreigend hebben/heeft benaderd en/of aangesproken en/of een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, in de mond van die [slachtoffer 8] hebben/heeft gestopt en/of (vervolgens) dat vuurwapen/voorwerp hebben/heeft doorgeladen en/of een mes, althans een dergelijk -scherp- voorwerp, tegen het geslachtsdeel van die [slachtoffer 8] hebben/heeft gehouden en/of hebben/heeft gedreigd zijn geslachtsdeel en/of zijn vingers af te snijden en/of dreigend hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 8] , geld aan hen/hem verschuldigd was (omdat [slachtoffer 8] opdracht zou hebben gegeven een van hen te liquideren) en/of dat [slachtoffer 8] iedere (10e van de) maand geld moest betalen en/of dat zij/hij terug zou(den) komen om dat geld bij hem op te halen, althans dergelijke dreigende/dwingende uitlatingen hebben/heeft gedaan en/of (daarbij) -tevens- bedreigingen in de richting van zijn familie hebben/heeft geuit, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 20 juni 2016, althans in of omstreeks de maand juni 2016, te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 8] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, in de mond van die [slachtoffer 8] hebben/heeft gestopt en/of (vervolgens) dat vuurwapen/voorwerp hebben/heeft doorgeladen en/of een mes, althans een dergelijk -scherp- voorwerp, tegen het geslachtsdeel van die [slachtoffer 8] hebben/heeft gehouden en/of hebben/heeft gedreigd zijn geslachtsdeel en/of zijn vingers af te snijden;

met betrekking tot parketnummer 05/780040-17:

hij in of omstreeks de periode van de maand juni 2014 tot en met de maand september 2014 te Nijmegen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal -ongeveer- 10.000 euro, althans een of meer -grote- geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) een onverwachts/onaangekondigd bezoek hebben/heeft gebracht aan het bedrijfspand ( [adres 8] te Nijmegen) van die [slachtoffer 10] en/of dat bedrijfspand zijn/is binnengegaan en/of zich aldaar dreigend hebben/heeft opgesteld en/of die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] dreigend hebben/heeft benaderd en/of aangesproken en/of met stemverheffing hebben/heeft gevraagd/geëist om geld (in totaal ongeveer 10.000 euro) te betalen en/of dreigend hebben/heeft gezegd dat ze/hij, bij niet betaling, de hele boel kort en klein zou(den) (komen) slaan, en/of (aldus) een dreigende situatie hebben/heeft gecreëerd, en/of dreigend op die [slachtoffer 9] zijn/is toegelopen en/of die [slachtoffer 9] uit balans hebben/heeft gebracht en/of (omver) hebben/heeft geduwd en/of die [slachtoffer 9] -met kracht- met een honkbalknuppel, althans met enig voorwerp, tegen het hoofd en/of lichaam hebben/heeft geslagen en/of die [slachtoffer 9] hebben/heeft geschopt, geslagen en/of gestompt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Met betrekking tot parketnummer 05/8800584-14 feit 1, 2 en 3

Inleiding

Op 15 december 2014 is door het openbaar ministerie een onderzoek gestart naar [medeverdachte 3] en [verdachte] (verdachte) onder de naam Fagot. Uit dit onderzoek ontstond een verdenking van betrokkenheid van de drie broers [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] bij een groot aantal hennepkwekerijen. De gemene deler van die hennepkwekerijen was de verdenking dat steeds één of meer van de drie broers erbij betrokken was. Bij veel van de hennepkwekerijen werden katvangers ingezet die met een vervalste werkgeversverklaring de panden huurden.

De rechtbank zal hieronder de betrokkenheid van verdachte bij de in de tenlastelegging genoemde hennepkwekerijen bespreken en indien van toepassing tevens de rol van de beide medeverdachten. Daarna bespreekt de rechtbank de criminele organisatie en de valsheid in geschrift.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1, 2 en 3, met dien verstande dat hij directe betrokkenheid van verdachte bij het pand [adres 3] in Oudheusden niet bewezen acht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat verdachte betrokken is geweest bij de hennepkwekerijen in de panden

[adres 2] en [adres 1] te Beuningen, [adres 4] te Arnhem, [adres 5] te Almere,

en [adres 6] te Arnhem. Verdachtes rol zou echter beperkt gebleven zijn tot het leveren van materialen en het bemiddelen tussen verhuurder en kweker. Voor het pand [adres 6] in Arnhem had verdachte voorts een maand huur betaald. Van de hennepstekkerij aan het [adres 4] in Arnhem had verdachte ook stekken verkocht. Er is geen sprake van medeplegen.

Met betrekking tot de overige panden bepleit de verdediging vrijspraak.

De verdediging bepleit ook vrijspraak voor feit 1. Zij voert daartoe aan dat er geen sprake is van een goed georganiseerd samenwerkingsverband omdat verdachte hoofdzakelijk buiten zijn broers om de hennepkwekerijen opzette.

Voorts bepleit de verdediging vrijspraak voor feit 3 en voert daartoe aan dat verdachte niet wist dat woningen waar hennep werd geteeld werden gehuurd door middel van valse documenten.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard betrokken te zijn geweest bij de hennepkwekerijen in de panden

[adres 2] en [adres 1] te Beuningen, [adres 4] te Arnhem, [adres 5] te Almere,

en [adres 6] te Arnhem.

De rechtbank zal hierna aan de hand van de bewijsmiddelen overwegen wat de rol van verdachte hierin is en tevens de rol van de medeverdachten, gelet op feit 1 en het ten laste gelegde medeplegen.

Ten laste gelegde hennepkwekerijen:

[adres 2] en [adres 1] Beuningen:

Op 14 mei 2015 worden aan de [adres 1] een hennepkwekerij met 162 planten en een hennepkwekerij in opbouw aangetroffen.2 Op 23 juni 2015 worden aan de [adres 2] goederen aangetroffen die worden gebruikt bij het kweken van hennep en ook worden er hennepresten aangetroffen.3

De huurovereenkomst voor nummer [adres 1] stond op naam van [naam 6] en voor nummer [adres 2] op naam van [naam 5] .4

[naam 6] heeft verklaard dat hij heeft getekend voor het adres [adres 1] in

Beuningen. Hij ging zelf niet in het pand wonen. Twee Surinamers zeiden dat hij moest tekenen. Hij heeft voor het huren van het huis zijn identiteitskaart laten kopiëren, die had hij aan de Surinamer met rastaharen gegeven. Ze hebben ook een salarisstrook voor hem gemaakt. Eén van de mannen was [medeverdachte 3] . Zijn broer [medeverdachte 1] had het loonstrookje gemaakt. [naam 6] werd misbruikt door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [verdachte] . De papieren waren gemaakt door [medeverdachte 1] .5 [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waren bij hem thuis geweest. Hij moest toen met ze mee. Hij moest van [medeverdachte 3] zijn ID-kaart pakken en aan [medeverdachte 3] geven. Hij kwam er naderhand achter dat de woning op zijn naam stond. Hij had de bezichtiging gedaan met een vrouw die [naam 25] heet, die zogenaamd zijn vrouw moest zijn. Hij heeft zijn handtekening gezet onder het huurcontract. Hij kreeg de sleutels van de woningbouwvereniging, maar [medeverdachte 1] kwam die sleutels gelijk ophalen.6

Verhuurder [naam 11] heeft documenten met betrekking tot de verhuur van deze panden verstrekt. Bij de door [naam 11] overgelegde documenten voor de verhuur met betrekking tot het pand [adres 1] bevinden zich naast een identiteitskaart van [naam 6] een werkgeversverklaring van [naam 1] en een salarisspecificatie van hetzelfde bedrijf op naam van [naam 6] .7 De eigenaar van dat bedrijf, [naam 12] , heeft verklaard dat hij de naam [naam 6] niet kent en dat deze nooit voor hem heeft gewerkt. Het bedrijfsstempel op de werkgeversverklaring is niet van het bedrijf.8

[naam 5] heeft verklaard dat hij de officiële huurder is van nummer [adres 2] , maar dat hij er niet ingeschreven stond.9

Voor de verhuur van [adres 2] is naast een kopie van het identiteitsbewijs van [naam 5] , een salarisspecificatie en werkgeversverklaring overgelegd op naam van [naam 5] , van het bedrijf [naam 2] .10 De eigenaar van dit bedrijf, [naam 13] , heeft verklaard dat het bedrijf sinds 2000 inactief is en dus ook geen werknemers heeft.11

Op de werkgeversverklaring staat een opmerkelijke taalfout (“werkwerken” in plaats van “werkweken”).12 Deze fout staat in alle werkgeversverklaringen, van verschillende werkgevers, die zijn overgelegd bij de huur van de panden [adres 2] en [adres 1] in Beuningen, [adres 9] in Deurne, [adres 10] in Arnhem, [adres 11] in Ewijk en [adres 12] in ’s-Hertogenbosch.13

Op 14 mei 2015 hebben verbalisanten een witte autobus zien staan onder de drive in woning aan de [adres 1] . Na ongeveer 10 minuten zagen zij dezelfde bus over de brug nabij het pand rijden. Zij hebben deze bus staande gehouden. De bestuurder bleek [verdachte] te zijn. Nadat de verbalisanten waren binnengetreden in dit pand, waarbij eerdergenoemde hennepkwekerij werd ontdekt, zag één van de verbalisanten dat een mobiele telefoon op de bar lag, die vijf of zes keer werd gebeld. Elke keer zag de verbalisant de naam [verdachte] in het beeldscherm verschijnen.14

Voorts heeft [slachtoffer 3] verklaard dat hij heeft meegeholpen met het bouwen van hennephokken in Beuningen. Hij bouwde vier hokken en zou daarvoor € 16.000,- krijgen. Hij deed dit voor [medeverdachte 3] en [verdachte] , zij waren de kopstukken. De broer vervalste de zaken. [medeverdachte 3] en [verdachte] hadden hem gevraagd om wiethokken te bouwen. Het betrof twee huizen naast elkaar op de [adres 1] in Beuningen. Hij dacht dat het nummer [adres 2] en [adres 1] waren. In die woningen zaten katvangers, één heette [naam 5] en de andere was iemand met een donkere huidskleur. [naam 5] onderhield het meeste contact met [medeverdachte 3] en [verdachte] . [slachtoffer 3] had een telefoon gekregen van [medeverdachte 3] en [verdachte] . Het brein achter het huren en verhuren en vervalsen van papieren was een broer van [medeverdachte 3] en [verdachte] . Hij vervalste bijvoorbeeld inkomstenopgaves.15 [slachtoffer 3] is een foto van [medeverdachte 4] getoond. Hij herkent [medeverdachte 1] als deze broer.16

Bij een zoeking in de woning van [medeverdachte 4] zijn een werkgeversverklaring op naam van [naam 5] , van [naam 2]17 en een werkgeversverklaring op naam van [naam 6] van [naam 1] aangetroffen.18

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat beide panden niet los van elkaar staan en dat [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] de personen zijn achter de hennepkwekerijen in deze panden. [naam 6] en [naam 5] fungeerden als katvangers. Uit de verklaringen blijkt voorts dat de rol van verdachte veel uitgebreider was dan het bezorgen van spullen.

[adres 3] Oudheusden

Op 1 februari 2014 wordt in de woning op de [adres 3] te Oudheusden een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 690 planten.19

Deze woning stond op naam van [naam 14] en voor de huur van deze woningen heeft hij een salarisspecificatie en werkgeversverklaringen overgelegd van “ [naam 15] ”.20 [naam 14] verklaart zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris dat hij de woning aan de [adres 3] huurde voor [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] . Verder verklaart hij dat hij in 2009 in contact kwam met drie Surinaamse broers. Wanneer hem foto’s worden getoond, herkent hij [medeverdachte 4] als de jongste, [medeverdachte 3] als degene die alles organiseerde en [verdachte] als de man van de vuurwapens. [medeverdachte 1] kan alles met computers en doet alles met paspoorten. [medeverdachte 1] deed dat in de bibliotheek in Grave. [medeverdachte 3] had contacten met Chinezen die investeerden in zijn wietteelt. Zijn rol binnen de club is de aanvoerder.

[naam 14] had contact met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] belde hem en wilde afspreken. Ze hebben toen afgesproken in de bibliotheek in Grave. [medeverdachte 1] sprak hem aan en zei dat hij ermee door moest gaan. Hij moest huren, de sleutel overdragen en dan zou hij een gedeelte van de oogst krijgen. Even later kwam [medeverdachte 3] ook uit de bieb. Hij is toen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] ergens naartoe gelopen. Hij zag toen [verdachte] aankomen. [verdachte] zei toen: “het is dat je bij dit soort dingen geen wapens bij je hebt want ik heb er wel een en ik schiet.” Ze zijn toen naar een café in Grave gegaan. Toen ze daar zaten deed [verdachte] zijn shirt omhoog en zag hij een vuurwapen in zijn broeksband zitten. Op enig moment belde [medeverdachte 1] hem met de mededeling “dat het gepakt is”. [naam 14] wist dat het moest gaan om de woning aan de [adres 3] . Hij herkent zijn handtekening op de huurovereenkomst en verklaart over de salarisspecificatie van [naam 15] dat hij daar nooit werkzaam is geweest. De werkgeversverklaring van [naam 15] heeft hij nooit gezien. Hij heeft een ID-bewijs aan [medeverdachte 1] gegeven.21

[naam 15] is een nevenbedrijf van [naam 16] , dat een eenmanszaak is van [medeverdachte 3] .22 De (valse) werkgeversverklaring is opgemaakt door [medeverdachte 4] .23

Bij een zoeking in de woning van [medeverdachte 4] is een salarisspecificatie van [naam 15] op naam van [naam 14] aangetroffen.24

Uit het voorgaande blijkt dat alle drie de broers bij de hennepkwekerij zijn betrokken, waarvoor [naam 14] als katvanger fungeerde.

[adres 4] Arnhem

Op 6 april 2016 is aan het [adres 4] in Arnhem een hennepstekkerij met 142 moederplanten aangetroffen.25
Verdachte heeft verklaard dat hij de spullen voor de hennepstekkerij heeft gebracht. De stekkerij was gebouwd door [naam 17] en [naam 18] . Verdachte heeft ook wietstekken verkocht.26

[naam 18] heeft verklaard dat [verdachte] had gezien dat de stekkerij was ontdekt, omdat hij was gaan kijken toen de bewoners de telefoon niet meer opnamen. Op de vraag of hij er geld voor heeft gekregen van [verdachte] verklaart [naam 18] dat hij vier keer gesneden heeft en er twee keer 50 euro voor heeft gekregen.

De opdracht om de tenten te bouwen waar de kwekerij onder stond kreeg [naam 18] van [verdachte] . [naam 18] had [verdachte] in contact gebracht met de persoon die de stekken kon regelen.27

Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat de rol van verdachte niet beperkt was tot het brengen van spullen en het verkopen van stekken, maar dat hij de persoon is die het opzetten van de kwekerij heeft georganiseerd.

[adres 13] Almere

Op 26 oktober 2016 wordt op het adres [adres 13] te Almere een hennepkwekerij aangetroffen in drie ruimtes, met in totaal 372 hennepplanten. Er lagen ook zes besmeurde knipscharen en de elektriciteit werd illegaal afgenomen.28

Verdachte heeft verklaard dat hij bij deze hennepkwekerij als contactpersoon heeft opgetreden door mensen bij elkaar te brengen.29

Eigenaars van de woning waren [naam 19] en zijn vriendin [naam 20] .30

[naam 19] heeft het volgende verklaard: hij had de woning verhuurd aan ene [naam 21] . Deze [naam 21] kwam de woning bekijken met een man met donkere huidskleur, die meer verstand had van huizen, gezien de manier waarop hij erover sprak.31

Wanneer de politie [naam 19] een tapgesprek laat horen tussen [naam 20] en een man, herkent hij de stem van die man als de stem van “ [verdachte] ”. De man die het huurcontract heeft opgesteld noemde zich [naam 22] en was een broer van deze [verdachte] . [naam 19] moest bij [verdachte] bedelen om betaling voor de huur van het huis. Uiteindelijk ging hij naar Arnhem om de huurpenningen bij [verdachte] te halen. [naam 19] herkent op foto’s [verdachte] als de [verdachte] van wie hij betaald kreeg. [naam 19] herkent [medeverdachte 4] als degene die zich “ [naam 22] ” noemde.32

[naam 19] heeft het huurcontract met de legitimatie van [naam 21] aan de politie overhandigd. Het bleek te gaan om [naam 21] .33 Deze heeft verklaard dat [naam 23] hem had verteld dat hij twee Surinaamse sportschooltypes uit Nijmegen kende die wiethokken exploiteerden en dat daar veel geld mee te verdienen was. [naam 21] heeft daarop zijn bankpas en identiteitskaart gekopieerd en aan [naam 23] gegeven.34

Mede-eigenaar van de woning [naam 20] heeft het volgende verklaard:

Zij herkent [verdachte] als één van twee broers die betrokken was bij de huur van hun woning. Zij herkent [medeverdachte 4] als de andere broer, die de organisatie voor zijn rekening nam.35 De laatste noemde zich [naam 22] .36

Uit een tapgesprek van 30 september 2016 blijkt dat [naam 19] belt met [verdachte] over het ophalen van geld.37

De historische telefoongegevens van de telefoon van [naam 20] zijn geanalyseerd. Uit de analyse blijkt dat [naam 20] tussen 8 juni 2016 en 31 augustus 2016 16 keer telefonisch contact heeft gehad met de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , beide in gebruik bij [medeverdachte 4] en 70 keer met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] , in gebruik bij [verdachte] .38

In de woning van [verdachte] zijn twee acceptgirokaarten aangetroffen van [naam 21] van Energiemaatschappij ENGIE Nederland.

In de woning van [medeverdachte 4] zijn een kopie identiteitskaart van [naam 21] , een kopie bankpas op naam van [naam 21] en een werkgeversverklaring van [naam 4] op naam van [naam 21] aangetroffen.39

Uit het voorgaande blijkt van een significante rol en samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] bij het organiseren van de hennepkwekerij, waarvoor [naam 21] als katvanger fungeerde.

[adres 6] Arnhem.

Op 4 oktober 2016 zijn op het adres [adres 6] in Arnhem diverse goederen aangetroffen die worden gebruikt bij het telen van hennep.40

Verdachte heeft verklaard betrokken te zijn bij deze hennepkwekerij. Hij had er ook in geïnvesteerd (huur betaald) en geholpen de hennepkwekerij op te ruimen.41

Voorts heeft [naam 18] , die de hennepkwekerij met een ander heeft gebouwd, verklaard dat verdachte de opdracht voor het bouwen gaf en dat verdachte 6.000 euro in de kwekerij heeft geïnvesteerd.42

[adres 7] Lent

Op 22 januari 2015 is op het adres [adres 7] in Lent een hennepkwekerij met twee kweekruimtes aangetroffen Ook werden goederen die gebruikt werden bij het kweken van hennep en hennepresten aangetroffen.43

Verdachte heeft verklaard bij deze hennepkwekerij betrokken te zijn, namelijk dat hij heeft geholpen met knippen.44

Medeverdachte [slachtoffer 3] heeft verklaard dat in overleg met [medeverdachte 3] en [verdachte] en [naam 24] de hennepplanten zijn weggehaald voordat de politie langs zou komen, waarna de planten naar [naam 25] zijn gebracht.45 [naam 24] heeft dit bevestigd en heeft voorts verklaard dat hij met [slachtoffer 3] en [medeverdachte 3] de weed heeft weggehaald terwijl [verdachte] op de uitkijk stond.46

Uit het vorenstaande blijkt dat verdachte samen met [medeverdachte 3] en anderen zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van hennep.

Uit de hiervoor besproken bewijsmiddelen, in samenhang bezien, blijkt naar het oordeel van de rechtbank de betrokkenheid van verdachte als medepleger ten aanzien van de genoemde hennepkwekerijen.

Criminele organisatie

Om van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en/of artikel 11b van de Opiumwet te kunnen spreken, is vereist dat sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van deelname is sprake als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel beoogde oogmerk. Voor strafbare deelname is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet dat er een organisatie bestaat en dat die organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Wetenschap van een of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd, is niet vereist, als de dader maar weet dat de organisatie het begaan van misdrijven beoogt. Evenmin is vereist dat de betrokkene daadwerkelijk heeft deelgenomen aan (alle) gepleegde misdrijven, noch dat hij heeft samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie.

Uit de eerdergenoemde bewijsmiddelen blijkt dat bij vier van de ten laste gelegde hennepkwekerijen zowel [verdachte] , [medeverdachte 3] als [medeverdachte 4] betrokken was. Bij één van de ten laste gelegde hennepkwekerijen was naast [verdachte] ook [medeverdachte 4] betrokken.

Ook uit de genoemde verklaringen van de getuigen [naam 6] , [naam 14] , [naam 18] en [slachtoffer 3] blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] een samenwerkingsverband vormden dat in wisselende samenstelling hennepkwekerijen regelde, waarbij ieder een taak had.

Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen uit het dossier het volgende.

Bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 4] is een Albert Heijn tas gevonden met documenten van 66 personen, waarvan er 11 in het onderzoek Fagot als katvanger bekendstonden.47 Onder meer zijn aangetroffen:

- een werkgeversverklaring op naam van [naam 5] , van [naam 2] . Deze werkgeversverklaring is gelijk aan de bij de huurovereenkomst voor het pand [adres 2] in Beuningen aangetroffen valse werkgeversovereenkomst;48

- zeven kopieën van het paspoort van [naam 6] en een werkgeversverklaring op zijn naam van [naam 1] .49 Zoals reeds eerder is vastgesteld, is bij de verhuur aan [naam 6] van het pand [adres 1] een valse werkgeversverklaring van [naam 1] overgelegd;

- een salarisspecificatie van [naam 15] op naam van [naam 14] .50 Voor de huur van het pand [adres 3] Oudheusden is dezelfde salarisspecificatie overgelegd;

- een kopie identiteitskaart van [naam 21] , een kopie bankpas op naam van [naam 21] en een werkgeversverklaring van [naam 4] op naam van [naam 21] , zoals gebruikt bij de huur van het pand [adres 5] in Almere.51

De hiervoor genoemde documenten zijn dus gebruikt voor hennepkwekerijen waar verdachte bij betrokken was.

Daarnaast zijn in het onderzoek Fagot vijf hennepkwekerijen aangetroffen waarbij door de huurder werkgeversverklaringen en salarisspecificaties zijn aangeleverd met daarop de vermelding van werkgever [naam 15] op het adres [adres 14] Nijmegen. De voor die hennepkwekerijen gebruikte werkgeversverklaringen, althans kopieën ervan zijn eveneens aangetroffen bij de huiszoeking bij [medeverdachte 4] .52

Zoals reeds vastgesteld is [medeverdachte 3] eigenaar van [naam 15] .

En tenslotte is er bij een doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] een uitgetypte lijst met namen van diverse panden in diverse plaatsen in Nederland aangetroffen. Bij een doorzoeking van de woning van verdachte is een nagenoeg gelijkluidende lijst aangetroffen, maar dan handgeschreven. En bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 4] is een kopie aangetroffen van die handgeschreven lijst.53 Achter de adressen staan bedragen geschreven die blijkbaar de huurprijs betreffen. Onder meer staat hierop het adres “ [adres 15] ”.

Bij de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] is ook een kopie van het identiteitsbewijs van [naam 8] , een kopie van een bankpas op naam van [naam 8] , een salarisspecificatie op naam van [naam 8] , werkend bij [naam 3] en een werkgeversverklaring van dat bedrijf.54 Ook is een inschrijfformulier voor de [adres 15] te Nijmegen aangetroffen, waarop de gegevens van [naam 8] zijn ingevuld.55
[naam 18] heeft verklaard dat hij contact heeft gehad met [naam 8] en dat hij zich heeft uitgegeven voor hem om een pand te kunnen huren. Dat gaat om de [adres 15] . Daar zou een hennepkwekerij in worden gezet. [verdachte] en [medeverdachte 4] kunnen heel makkelijk panden regelen, dat zeiden zij zelf ook altijd. Hij weet dat [medeverdachte 1] een hoop regelt. Voor [naam 8] heeft [medeverdachte 1] een valse werkgeversverklaring en loonstrook geregeld. [verdachte] en [medeverdachte 1] regelden panden en administratieve zaken en [naam 18] regelde zelf katvangers en planten.56

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het hiervoor overwogene dat er sprake was van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen de drie broers. Tussen het aantreffen van de hennepkwekerij in Oudheusden en die in Almere zit een periode van bijna 32 maanden. Verdachte en zijn broers waren langere tijd bezig met het regelen van hennepkwekerijen in het hele land. Voor het bouwen van de kwekerijen werden weer andere ingeschakeld, terwijl vaak katvangers werden ingehuurd om met valse werkgeversverklaringen huurwoningen op hun naam te zetten. Daarbij wisselden de taken tussen de verschillende broers, waarbij [medeverdachte 4] degene was die voor de vervalste documenten zorgde.

De schaal waarop verdachte en zijn broers hennepkwekerijen exploiteerden in verschillende samenstellingen blijkt ook uit de aangetroffen hennepkwekerijen waar verdachte niet direct was betrokken maar wel [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] , en waar gebruik is gemaakt van dezelfde valse papieren, te weten:

[adres 9] te Deurne

Op 25 juni 2014 is in de woning op de [adres 9] te Deurne een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen in meerdere ruimtes met 588 hennepplanten.57

De woning stond op naam van [naam 14] en voor de huur van deze woning heeft hij een salarisspecificatie en werkgeversverklaringen overgelegd van “[naam 15]”.58

Deze [naam 14] is dezelfde persoon die als bewoner van de hennepkwekerij aan de [adres 3] in Oudheusden stond ingeschreven. Ook daar had [naam 14] papieren van “ [naam 15] ” overgelegd. Over de woning aan de [adres 9] in Deurne heeft [naam 14] verklaard dat hij het geld voor de huur en de vaste lasten kreeg van een man die hij ontmoette op verschillende plekken. Deze man belde hem altijd op de telefoon die hij van [medeverdachte 4] had gekregen.59 De verhuurder van de woning, MVGM Vastgoed verhuur, kreeg de huur voor de [adres 9] van een rekening die toebehoorde aan [naam 26] , de zoon van de partner van [naam 14] . De eerste huursom en de administratiekosten zijn via de rekening van een andere zoon van de partner van [naam 14] , [naam 27] , betaald.60

[adres 16] te Arnhem, [adres 17] te Huissen en [adres 11] te Ewijk
Aan het [adres 16] in Arnhem is op 11 september 2014 een hennepkwekerij aangetroffen met 332 hennepplanten.61 Aan de [adres 17] in Huissen is op 16 oktober 2014 een hennepkwekerij aangetroffen met 524 planten.62 Aan de [adres 11] in Ewijk zijn op 19 april 2015 een op dat moment niet in werking zijnde hennepkwekerij en een hennepkwekerij in aanbouw aangetroffen. In de garage was een sterke hennepgeur waar te nemen en zag de politie gebruikte potten met aarderesten. Ook in de woning was een sterke hennepgeur waar te nemen. Op zolder en de badkamer trof de politie veel volle vuilniszakken met gebruikte potgrond en nog meer professionele apparatuur voor een hennepkwekerij.63 Voor alle drie de woningen geldt dat het huurcontract op naam staat van [naam 28] .64

Ten aanzien van de hennepkwekerij aan het [adres 16] verklaart [naam 28] dat [medeverdachte 4] voor hem een woning zou regelen en dat hij daarvoor een kopie van zijn identiteitsbewijs, een uittreksel van de GBA en zijn bankrekeningnummer aan hem heeft gegeven. [medeverdachte 1] heeft daarna gezegd dat hij op naam van [naam 28] een woning voor expats probeerde te regelen en dat [naam 28] daar geld voor zou krijgen. Toen [naam 28] een boete van Liander ontving, kwam hij erachter dat op het [adres 16] een hennepkwekerij was.65 Bij de huur van de woning zijn een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie overgelegd van [naam 15] op naam van [naam 28] .66

Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [adres 17] verklaart [naam 28] dat [medeverdachte 4] aan hem heeft voorgesteld deze woning te verhuren aan derden, waarbij de woning op naam van [naam 28] zou worden gezet. Hij zou daar een vergoeding van € 500,- per maand voor krijgen. In totaal heeft [naam 28] € 600,- van [medeverdachte 1] ontvangen, bestaande uit “zoethoudertjes” van € 100,- of € 150,-. [naam 28] moest van [medeverdachte 1] de huur betalen, omdat de woning op zijn naam stond. Dit geld kwam van [medeverdachte 1] . Voor het betalen van de huur gebruikte hij de bankrekening van zijn dochter. [medeverdachte 1] adviseerde hem om dit zo te blijven doen.67 De verhuurder van de woning aan de [adres 17] , [naam 29] , heeft de gegevens van [naam 28] verstrekt aan de politie, waaronder een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie van [naam 15] ten name van [naam 28] .68

Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [adres 11] verklaart [naam 28] dat hij betalingen voor de huur heeft gedaan voor dat adres.69 De verhuurder van de woning aan de [adres 11] , Standvast, heeft de documenten die betrekking hebben op de verhuur van die woning verstrekt aan de politie. Het gaat om een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie van [naam 15] ten name van [naam 28] .70

[naam 28] verklaart in het algemeen over de gang van zaken als het gaat om betalingen van huur het volgende. Hij sprak met [medeverdachte 1] af bij de ABN AMRO-bank te Almere om betalingen te doen. [medeverdachte 1] had het geld daarvoor gepast bij zich in een envelop, in biljetten van € 50,-. [medeverdachte 1] zei tegen [naam 28] dat hij het geld op zijn rekening moest storten en het dan meteen moest overmaken. [medeverdachte 1] had de acceptgirokaarten met details daarop bij zich. [medeverdachte 1] bleef erbij als [naam 28] het geld stortte en overmaakte.71

[adres 12] ’s-Hertogenbosch

Op 10 juni 2012 wordt in de woning op genoemd adres een hennepkwekerij in meerdere ruimtes aangetroffen met in totaal 405 hennepplanten.72

De woning staat op naam van [naam 6] . [naam 6] heeft verklaard dat hij niet in het huis heeft gewoond, maar alleen voor de bezichtiging binnen is geweest. Het huis is gehuurd door [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 1] . Om het huis op zijn naam te zetten, heeft [naam 6] € 500,- gekregen van [medeverdachte 1], wat [medeverdachte 3] had geregeld. [naam 6] heeft ook verklaard dat [medeverdachte 1] de administratie deed, rekeningen betalen en zo. Hij is bang dat [verdachte] en [medeverdachte 1] hem komen opzoeken.73 Samen met [medeverdachte 1] heeft hij de sleutel opgehaald bij de makelaar, waarna hij de sleutel aan [medeverdachte 1] heeft gegeven. [medeverdachte 1] maakte volgens [naam 6] voor elke woning een loonstrookje voor de makelaar. Hij heeft ook verklaard dat [medeverdachte 3] hem vaak opbelde en zei dat hij op moest schieten en dat [medeverdachte 1] hem dan kwam ophalen. Soms kwam [medeverdachte 3] en soms kwam [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] is wel zes of zeven keer bij hem thuis geweest.74 [naam 6] heeft verklaard dat hij de woning huurde via de [naam 37] . Door [naam 37] is aan de politie onder meer een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie verstrekt met betrekking tot de verhuur van de woning aan de [adres 12] aan [naam 6] . Op deze documenten staat als werkgever genoemd [naam 30] ten name van [naam 6] , die als ADL-adviseur daar vanaf 15 februari 2002 werkzaam zou zijn en een bruto jaarsalaris zou verdienen van ruim 45 duizend euro.75 Het bedrijf [naam 30] heeft verklaard dat [naam 6] nooit voor hen heeft gewerkt.76

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank bewezen dat verdachte een criminele organisatie heeft gevormd met zijn broers [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] .

Valsheid in geschrift

Bij de bewezenverklaarde hennepkwekerijen zijn zoals eerder vastgesteld valse werkgeversverklaringen dan wel loonspecificaties gebruikt van [naam 1] , [naam 2] , [naam 15] en [naam 4] , die op naam waren gesteld van [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] , terwijl die personen daar niet werkten. Die valse documenten zijn ook aangetroffen bij [medeverdachte 4] thuis. Gelet op hetgeen is overwogen met betrekking tot de criminele organisatie acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij geen weet had van die vervalste formulieren ongeloofwaardig. Daarnaast kan het niet anders dan dat verdachte ook op de hoogte is geweest van het gebruik van de valse werkgeversverklaring van [naam 3] op naam van [naam 8] , gelet op het geschetste samenwerkingsverband en de verklaring van [naam 18] .

Gelet op het hiervoor overwogene en hetgeen de rechtbank heeft overwogen met betrekking tot de criminele organisatie acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het gebruik van valse documenten.

Met betrekking tot parketnummer 05/880584-15

Poging afpersing of poging strafbaar dwingen van [slachtoffer 1] (feit 4)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 subsidiair ten laste gelegde (poging dwang van [slachtoffer 1] ). Volgens de officier van justitie kan niet worden bewezen dat verdachte geprobeerd heeft [slachtoffer 1] af te persen, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primaire als subsidiaire tenlastegelegde, omdat er geen sprake is geweest van bedreiging van [slachtoffer 1] . De verdediging heeft in dit kader gewezen op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [naam 9] die ontkennen dat er iets van een bedreiging/afpersing heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft verdachte een minimale rol in het gesprek met [slachtoffer 1] gehad, zodat hij niet als medepleger gezien kan worden. Volgens de verdediging heeft [slachtoffer 1] het hele verhaal verzonnen.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1] heeft op 6 augustus 2014 gesproken met de politie. Hij heeft verklaard dat hij recent bij zijn woning in Nijmegen “bezoek” heeft gehad van 5 zwarte mannen. De mannen hebben hem verteld dat hij € 15.000,- moet betalen, omdat hij een vriend is van [naam 9] . [naam 9] zou schulden hebben bij deze mannen en [slachtoffer 1] moest dan maar voor hem betalen. Dezelfde zwarte mannen zijn nog een keer langs geweest op een adres in Schaijk. Daar werd deze boodschap herhaald, maar het bedrag was inmiddels opgelopen tot € 100.000,-. De mannen hebben hem met zijn voornaam aangesproken.77

Op 7 augustus 2014 heeft [slachtoffer 1] opnieuw gesproken met de politie. Hij heeft toen verklaard dat de mannen eerst € 5000,- wilden hebben, maar dat ze € 15.000,- vroegen omdat ze nu bij hem waren gekomen. De man met het langere haar had het woord gevoerd. Drie van de vijf personen zijn teruggekomen en één van hen had gezegd: “hun deden het woord, wij voeren het uit. Wij gaan het doen.” [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de mannen geld willen en dat zij mensen intimideren. Hij heeft camera’s hangen en heeft de camerabeelden naar de politie gebracht. Van [naam 9] heeft hij gehoord dat het mogelijk om de [verdachten] ’s zou gaan. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de mannen afgelopen maandag (de rechtbank begrijpt: 4 augustus 2014) bij zijn schoonzoon op de zaak zijn geweest in Schaijk. Daarbij heeft één van de mannen hem een “schouderklopje” gegeven en gezegd: “en nu gaat het naar € 100.000,-.78

Op 16 februari 2016 is [slachtoffer 1] door de politie verhoord. Hij heeft toen verklaard dat er op

3 augustus 2014 vijf personen in zijn tuin zijn geweest. Dit waren personen van de familie [verdachten] . Ze vroegen om € 15.000,-. [naam 9] had blijkbaar een schuld bij de familie [verdachten] . Omdat zij [slachtoffer 1] een aantal malen met [naam 9] hadden gezien, kwamen ze bij [slachtoffer 1] geld halen. De maandag daarop waren ze hij hem op zijn toenmalige werk. Ze vertelden hem dat hij hen al geld had moeten geven. Ze zeiden met een schouderklopje dat het bedrag verhoogd zou worden naar een ton. Om die reden heeft hij een vuurwapen gekocht, hij leeft nog steeds in angst voor hen.79

[naam 9] heeft op 4 augustus 2014 tegen twee politieagenten verklaard dat hij werd afgeperst door de familie [verdachten] . Daar is een [verdachte] bij betrokken en een [verdachten] met van die hangende ogen. Hij moest eerst € 5.000,- betalen, toen € 15.000,- en nu € 100.000,-.80

[naam 31] bijgenaamd [naam 32] is de partner van [naam 9] . Zij heeft verklaard dat de [verdachten] ’s in de zomer van 2014 bij hen aan de deur zijn geweest. [naam 9] heeft toen de deur opengemaakt. Toen hij later de woonkamer binnen kwam, vertelde hij dat de [verdachten] ’s geld wilden en dat hij gezegd had dat zij geen dubbeltje zouden krijgen. Zo’n twee maanden later kreeg [naam 9] een telefoontje dat hij binnen een paar uur geld af moest geven. Hij riep aan de telefoon: “Ik laat me niet afpersen!” of iets dergelijks. Daarna zijn de mannen naar [slachtoffer 1] geweest.81

Verschillende verbalisanten hebben de camerabeelden bekeken die bij de woning van [slachtoffer 1] zijn gemaakt en waarop de 5 mannen te zien zijn. Zij hebben verdachte en [verdachte] herkend.82

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij, zijn broer [medeverdachte 3] en nog 3 anderen bij [slachtoffer 1] zijn geweest.83 [naam 9] had stekken geleverd die hij en [medeverdachte 3] hadden betaald. De levering was rotzooi. Ze waren bij [slachtoffer 1] om hem om hulp te vragen. Volgens verdachte heeft hij niet met [slachtoffer 1] gesproken en was het toeval dat zij met zijn vijven waren.

De rechtbank stelt allereerst vast dat op grond van genoemde bewijsmiddelen een gesprek is gevoerd tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] . De vraag is of [slachtoffer 1] is gezegd dat hij geld aan de mannen moest geven. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, zal de rechtbank de vraag moeten beantwoorden of de wijze waarop dit is gegaan, te duiden is als afpersen of strafbaar dwingen.

[slachtoffer 1] heeft meerdere malen bij de politie verklaard dat de mannen hem vertelden dat hij geld aan hen moest betalen. Hij heeft ook verklaard hoe die mannen dit deden. Zijn verklaringen worden ondersteund door de inhoud van de verklaringen van [naam 9] en [naam 31] bijgenaamd [naam 32] . Daarnaast volgt uit de verklaring van medeverdachte dat er kennelijk sprake was van een schuld van [naam 9] aan verdachte en medeverdachte. De rechtbank twijfelt hierdoor niet aan de juistheid van de inhoud van de verklaringen van [slachtoffer 1] . Hij heeft immers in 2014 al gemeld dat verdachte en [medeverdachte 3] hem proberen af te persen en heeft dit bevestigd in 2016. De bewoordingen die tegen [slachtoffer 1] zijn geuit en de manier waarop dat gegaan is, te weten [slachtoffer 1] met 5 mannen tweemaal bezoeken en hem een schouderklopje geven, zijn dusdanig bedreigend geweest dat [slachtoffer 1] gemeend heeft een vuurwapen te moeten aanschaffen. De bedreigingen en bewoordingen zijn agressief, dwingend en gewelddadig van aard. Dit handelen, dat de rechtbank toeschrijft aan onder meer verdachte en medeverdachte, kan naar het oordeel van de rechtbank enkel worden gezien als een poging [slachtoffer 1] af te persen. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Poging afpersing of poging strafbaar dwingen van [slachtoffer 2] (feit 5)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 subsidiair ten laste gelegde (poging dwang van [slachtoffer 2] ). Hiertoe heeft de officier van justitie gewezen op de verklaringen van aangever [slachtoffer 2] en de inhoud van de tapgesprekken. Uit de verklaringen van [slachtoffer 2] volgt dat hij bang is en hij benoemt dat één van de mannen met wie heeft gesproken een vuurwapen bij zich had. Medeverdachte [medeverdachte 5] bevestigt in een telefoongesprek met zijn vriendin [naam 33] het meeste van het verhaal van [slachtoffer 2] . Volgens de officier van justitie kan niet worden bewezen dat verdachte het vuurwapen van [naam 17] heeft gezien of dat hij ervan af wist. Dat leidt wat de officier betreft tot vrijspraak van de primair ten laste gelegde poging afpersing.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primaire als subsidiaire tenlastegelegde, omdat de gestelde dreiging en druk op [slachtoffer 2] niet is komen vast te staan.

Beoordeling door de rechtbank

Hoewel uit het dossier blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten gesprekken met [slachtoffer 2] hebben gevoerd, waarbij verdachte zijn emoties kennelijk niet de baas was, zijn er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanwijzingen dat [slachtoffer 2] daarbij werd afgeperst. Dit blijkt ook niet uit de tapgesprekken. Weliswaar lijkt uit die gesprekken te volgen dat [slachtoffer 2] bang is en dat verdachte boos op hem is, maar een duidelijke aanwijzing dat [slachtoffer 2] opzettelijk ergens toe is gedwongen valt er naar het oordeel van de rechtbank niet uit af te leiden. Verdachte zal van dat feit worden vrijgesproken.

Diefstal met geweld van hennepplanten van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] (feit 6)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 6 tenlastegelegde. Hiertoe heeft hij gewezen op een aantal verklaringen van [slachtoffer 3] en zijn partner [slachtoffer 4] die bij elkaar passen en belastend zijn voor verdachte en medeverdachte. Hun verklaringen worden in tijd en qua gebeurtenis bevestigd door [slachtoffer 5] . Zodoende acht de officier van justitie bewezen dat verdachte en medeverdachte de hennepkwekerij van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] geript hebben.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 6 tenlastegelegde, omdat er geen overtuigend bewijs is.

Beoordeling door de rechtbank

Op grond van de bewijsmiddelen heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 6 tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank wijst hiertoe op de verschillende verklaringen die door [slachtoffer 3] , zijn echtgenote [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] zijn afgelegd over de datum waarop de gestelde ripdeal zou hebben plaatsgevonden. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben immers eerst verklaard dat dit op 21 januari 2015 zou zijn geweest en hebben later verklaard dat dit niet klopt. De ripdeal zou al in september 2014 hebben plaatsgevonden. [slachtoffer 5] daarentegen heeft verklaard dat de ripdeal in augustus 2014 zou hebben plaatsgevonden. Verder betrekt de rechtbank in haar oordeel dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zouden zijn geript door de op dat moment voor hun onbekende verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] , terwijl zij een maand later vrijwillig met hen zijn gaan samenwerken in de hennepteelt. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat de ten laste gelegde ripdeal heeft plaatsgevonden en zal verdachte vrijspreken van het onder 6 tenlastegelegde.

Met betrekking tot parketnummer 05/780023-17

Poging afpersing van [slachtoffer 6] (feit 1)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 7 oktober 2015 was verdachte samen met [verdachte] en [medeverdachte 6] , bijgenaamd [medeverdachte 6] , in de kapperszaak van [slachtoffer 6] , genaamd “ [slachtoffer 7] ”, aanwezig.84

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Hiertoe is aangevoerd dat enkel is gesproken over geld in relatie tot weed. Verdachte was er toevallig één keer bij. Er is geen sprake geweest van dreigen of dwingen tot afbetaling en de rol van verdachte is hoe dan ook onvoldoende geweest om te kunnen spreken van medeplegen. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat verdachte op de hoogte was van de bedoeling van het bezoek aan [slachtoffer 6] .

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 6] heeft aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij op 7 oktober 2015 in zijn kapsalon in Arnhem werd bezocht door ene [medeverdachte 6] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 6] ) en twee donkergetinte mannen. Hij is tijdens dit bezoek door hen bedreigd, zodat hij geld aan hen zou geven. [slachtoffer 6] heeft over de aanleiding hiervoor verklaard, dat [medeverdachte 6] hem met een vals 50 eurobiljet had betaald. [slachtoffer 6] heeft dit aan een vriend van [medeverdachte 6] verteld. Bij het bezoek zei [medeverdachte 6] tegen hem dat hij door hem geen 50 eurobiljetten meer kon uitgeven, omdat [slachtoffer 6] tegen anderen had gezegd dat [medeverdachte 6] vals geld uitgaf. [medeverdachte 6] leed daardoor schade die [slachtoffer 6] moest vergoeden. Ook zei [medeverdachte 6] dat Jallo nu € 5.000,- moest betalen en als hij dat niet deed, dan zou [medeverdachte 6] zijn auto en zijn zaak komen vernielen. Ten slotte zei [medeverdachte 6] dat hij wel terug zou komen om zich te laten knippen en dat hij weet waar [slachtoffer 6] woont. De Surinaamse man met de rastaharen voegde hieraan toe: “jij gaat betalen en anders doe ik jou iets aan als ik de volgende keer terugkom en jij niet betaalt”.85

[slachtoffer 6] verklaart in een aanvullend verhoor nog het volgende. [medeverdachte 6] was volgens hem agressief en schreeuwde. De twee donkere mannen bleven ook tegen hem praten. [slachtoffer 6] werd bang en gespannen van de manier waarop hij door [medeverdachte 6] en die twee mannen werd aangesproken. De man met de rastaharen heeft gezegd: “wij komen weer terug voor jou, we komen terug. Jij wilt niet betalen, wij komen weer terug”. Ze waren in de zaak blijven hangen en probeerden hem de € 5.000,- te laten betalen. De andere donkere man bleef ook maar praten dat [slachtoffer 6] hen geld moest betalen. Ook deze man zei dat als [slachtoffer 6] niet zou betalen zij terug zouden komen.86

[slachtoffer 6] heeft ten slotte bij het uitkijken van de camerabeelden verklaard dat, doordat de mannen alle drie om hem heen gingen staan, de druk gevoelsmatig werd verhoogd en hij door de wijze van benaderen een gespannen en zenuwachtig gevoel kreeg.87

[naam 34] , een werknemer van [slachtoffer 6] , heeft een getuigenverklaring afgelegd. Hij was aan het werk op 7 oktober 2015 toen [medeverdachte 6] binnen kwam. Ook liepen er twee donkere mannen binnen die met [slachtoffer 6] wilden praten. Hij hoorde [medeverdachte 6] zeggen: “jij hebt niks, wacht maar, jij gaat zien. Jij hebt wel, jij maakt mijn business kapot”. En “waarom heb jij mensen verteld dat ik jou nepgeld heb gegeven?”. De man met het rastahaar was volgens [naam 34] bedreigend naar [slachtoffer 6] toe. Hij sprak met luide stem en op een dwingende toon tegen hem. Dat kwam bedreigend over. [slachtoffer 6] had tegen hem gezegd dat één van de donkere mannen had gezegd: “nu doe jij moeilijk, maar de andere keer als wij jou een pistool laten zien dan ga jij beter met ons praten”.88

Medeverdachte [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij op 7 oktober 2015 met de [verdachten] ’s naar de kapperszaak van [slachtoffer 6] is gegaan. Hij heeft [slachtoffer 6] aangesproken. De [verdachten] ’s hebben tegen [slachtoffer 6] gezegd: “waarom beschuldig jij die jongen van dingen die niet kloppen”. Als wordt verklaard over een man met rastaharen dan is dat volgens [medeverdachte 6] [medeverdachte 3] . [medeverdachte 6] heeft verklaard dat [slachtoffer 6] “goed is aangepakt in de zin qua woorden”. Zelf heeft hij niet veel gezegd. Hij is wel een keer boos geworden op [slachtoffer 6] . [medeverdachte 3] of [verdachte] heeft het gezegd van de € 5000,- en zij waren boos op [slachtoffer 6] . Ze hebben dingen tegen hem gezegd en geroepen. Op de vraag of [medeverdachte 3] en [verdachte] met hem zijn meegegaan om [slachtoffer 6] bang te maken zegt [medeverdachte 6] : “daar kan je gelijk in hebben, het is sowieso niet toevallig”. En op de vraag of [medeverdachte 3] en [verdachte] een beetje met voorbedachten rade zijn meegegaan, omdat ze boos waren op [slachtoffer 6] zegt verdachte: “ja, want hun hadden eigenlijk heel andere dingen te doen”.89

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in vereniging met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] heeft geprobeerd [slachtoffer 6] geld aan hen af te laten geven door hem te bedreigen. Dat verdachte daar ook een actieve bijdrage aan heeft geleverd, volgt uit de verklaringen van [slachtoffer 6] , [naam 34] en [medeverdachte 6] . Dat verdachte en medeverdachten dit feit in vereniging hebben gepleegd volgt ook uit hun eigen verklaringen, die overigens geen ondersteuning bieden voor hetgeen verdachte heeft verklaard over de gebeurtenissen in de kapsalon.

(Poging) afpersing dan wel bedreiging van [slachtoffer 8] (feit 2)

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben zich beiden op standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van al hetgeen onder 2 ten laste is gelegd.

Beoordeling door de rechtbank

Met de rechtbank en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde. Hiertoe is van belang dat de voor verdachte belastende informatie afkomstig is uit (uiteindelijk) één enkele bron, zodat de rechtbank niet op grond van meer dan één (zelfstandig) bewijsmiddel de overtuiging heeft bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde.

Met betrekking tot parketnummer 05/780040-17

Afpersing dan wel mishandeling van [slachtoffer 9]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde afpersing met dien verstande dat niet bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 9] hierbij met een honkbalknuppel heeft geslagen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Volgens de verdediging heeft er geen afpersing plaatsgevonden. Verdachte is hierbij nooit betrokken geweest. Verdachte is een goede bekende van [slachtoffer 9] , terwijl [medeverdachte 3] jarenlang bevriend was met [slachtoffer 9] . Toen het bergafwaarts ging met [slachtoffer 9] heeft [medeverdachte 3] hem geholpen. Getuige [naam 35] heeft verklaard nooit op de hoogte te zijn geweest van iets wat op een afpersing zou lijken. Volgens de verdediging moet [slachtoffer 9] het hele verhaal hebben verzonnen.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 9] heeft bij de politie verklaard dat hij een schuld bij [medeverdachte 3] had. Met hem had hij de afspraak dat hij € 10.000,- zou terugbetalen aan verdachte. Op 26 juni 2014 kreeg [slachtoffer 9] een sms van [medeverdachte 3] dat hij de dinsdag daarna de eerste termijn moest betalen. Op die sms reageerde [slachtoffer 9] niet. De vrijdag daarna stonden [medeverdachte 3] en verdachte in de zaak van de broer van [slachtoffer 9] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 10] ) in Nijmegen, waar hij op dat moment ook was. Hij vertelde dat hij het geld niet kon betalen. Volgens [slachtoffer 9] sloeg [medeverdachte 3] hem vervolgens een aantal keren met een honkbalknuppel, waardoor hij een hoofdwond opliep die hij heeft moeten laten hechten in het ziekenhuis. Hij sprak toen met [medeverdachte 3] af dat hij die dag € 3000,- zou betalen. Dit geld leende hij van zijn broer en gaf hij aan [medeverdachte 3] bij het Mercure hotel in Nijmegen. Daarna betaalde hij in 6 termijnen het resterende bedrag. [slachtoffer 9] heeft tevens verklaard dat verdachte en nog een andere man op 15 september 2014 in de zaak van zijn broer stonden. Ze vertelden dat er in totaal € 2.500,- was betaald, zij wilden het restant voor 12.00 uur hebben. Als ze geen geld zouden krijgen, zouden zij alles kort en klein slaan op de zaak. Ze zetten zijn broer op een stoel. Zijn broer moest op een memo schrijven dat er een totale schuld van € 12.500,- was. Verdachte vertelde dat € 4.000,- voor hemzelf was en € 2.000,- was voor de andere man.90

Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 9] verklaard dat er een situatie over geld was. Die situatie is opgelost, er is geld betaald. Verdachte en [medeverdachte 3] kwamen binnen op de zaak van zijn broer. [slachtoffer 9] en zijn broer werden hierdoor verrast. Verdachte en [medeverdachte 3] wilden hun geld hebben. Het was een hele dreigende situatie. Er werd met stemverheffing gesproken. Verdachte en [medeverdachte 3] naderden hem. Er ontstond een schermutseling. Het zou kunnen dat hij een klap met een voorwerp heeft gekregen.91 Hij week uit en viel met zijn hoofd tegen de kast aan. Daardoor bloedde hij. Hij had geen gebroken arm. Hij kan zich niets meer herinneren over een honkbalknuppel.

[slachtoffer 10] heeft bij de rechter-commissaris het volgende verklaard. Hij is de broer van [slachtoffer 9] . Zijn broer had een conflict met de broers [verdachten] . De [verdachten] ’s kwamen wel eens op zijn kantoor. Hij was aanwezig bij het incident tussen zijn broer en de [verdachten] ’s in 2014. Er werd gescholden en er werd van alles gezegd. [medeverdachte 3] liep te schreeuwen. Het ging over geld. Zijn broer moest geld betalen aan [medeverdachte 3] . Volgens [slachtoffer 10] kan het niet zo zijn dat [slachtoffer 9] zich heeft gestoten in de kantoorruimte. Er was een handgemeen. [medeverdachte 3] en de andere donkere jongen sprongen op en zij sloegen. Een paar seconden later zat [slachtoffer 9] volledig onder het bloed. Hij heeft zijn broer naar het ziekenhuis gebracht, waar zijn broer gehecht is. [slachtoffer 10] heeft geen honkbalknuppel gezien. Hij heeft van [slachtoffer 9] gehoord dat er met een honkbalknuppel is geslagen. Daarna zijn een paar keer twee donkere jongens langs geweest met de vraag of [slachtoffer 9] er was. Een keer kwamen zij ’s morgensvroeg binnen. Hij moest het geld maar voorschieten voor Henk en hij moest zelf maar zien hoe hij dat geld van hem terug zou krijgen.92

[naam 25] heeft bij de politie verklaard dat zij [slachtoffer 9] in januari 2015 naar haar woning had gebracht. [medeverdachte 3] was daar ook en sprak met [slachtoffer 9] over geld. [slachtoffer 9] viel bijna op zijn knieën van het huilen. Hij was al doodsbang toen hij [medeverdachte 3] zag.93

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in vereniging met [medeverdachte 3] , [slachtoffer 9] heeft afgeperst door hem te bedreigen en door hem te slaan. Dat verdachte daar een actieve bijdrage aan heeft geleverd, volgt uit de verklaringen van [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] . Uit deze verklaringen volgt ook dat verdachte en [medeverdachte 3] dit feit in vereniging hebben gepleegd, de verklaringen bieden bovendien geen ondersteuning voor de verklaring van verdachte dat hij niet bij deze gebeurtenis betrokken is geweest. De rechtbank heeft overigens niet de overtuiging bekomen dat [slachtoffer 9] met een honkbalknuppel is geslagen, nu [slachtoffer 10] in het geheel geen honkbalknuppel heeft gezien. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de volgende ten laste gelegde feiten heeft begaan:

 parketnummer 05/880584-15, feit 1 tot en met 4 primair;

 parketnummer 05/780023-17, feit 1;

 parketnummer 05/780040-17, het primair tenlastegelegde, te weten dat:

met betrekking tot parketnummer 05/880584-15:

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2014 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Ewijk, Lent, Oudheusden, Almere, Amsterdam en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en een of meer perso(o)n(en), onder wie (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van:

 misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het telen bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2014 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Oudheusden, Lent, Almere en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) -in de uitoefening van een beroep of bedrijf- opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer):

 in een pand, [adres 1] te Beuningen,

 in een pand, [adres 2] te Beuningen,

 in een pand, [adres 3] te Oudheusden,

 in een pand, [adres 4] te Arnhem,

 in een pand, [adres 5] , te Almere,

 in een pand, [adres 6] te Arnhem en/of

 in een pand, [adres 7] te Lent,

en/of (telkens) heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, althans (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een -grote- hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan en/of een -grote- hoeveelheid hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl deze/dit feit(en) (telkens) betrekking hebben/heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van dat middel;

3.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van de maand januari 2015 tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Ewijk, Amsterdam, Rhoon, Vlaardingen, Lent, Almere en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste

werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie/salarisstrook hebben/heeft verstrekt aan (een vertegenwoordiger/verhuurmakelaar van) een verhuurder van een woning/pand en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of die salarisspecificatie/salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf (-onder meer- [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] ) en/of een naam van een (fictieve) werknemer (onder wie [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] en/of [naam 8] ) en/of een (fictieve) loonsom hebben/heeft vermeld en/of die werkgeversverklaring hebben/heeft getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de (fictieve) werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die werkgeversverklaring vermelde gegevens, en/of toen aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk hiervoor genoemd(e) valselijk opgemaakt(e) en/of vervalst(e) geschrift(en), die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze/dit geschrift(en) bestemd waren/was om gebruik van te maken als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst;

4.

primair

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de maand augustus 2014 te Nijmegen en/of Schaijk en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (oplopend van 5000 euro, naar 15.000 euro, tot 100.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zich met een aantal personen/medeverdachten heeft begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] te Nijmegen en/of naar een bedrijfspand te Schaijk, waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich aldaar (telkens) dreigend hebben opgesteld en/of die [slachtoffer 1] dreigend hebben/heeft aangesproken en/of dreigend hebben/heeft gemeld dat hij, [slachtoffer 1] , 5000 euro, vervolgens 15.000 euro en tot slot 100.000 euro moest betalen (vanwege schulden van [naam 9] bij verdachte en/of verdachtes mededader(s)) en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) een "schouderklopje" hebben/heeft gegeven en/of die [slachtoffer 1] (daarbij) dreigend de woorden hebben/heeft toegevoegd: "en nu gaat het naar 100.000 euro" en/of "een werknemer van jou heeft schuld, nu komen we bij jou het dubbele halen" en/of "hun deden het woord, wij voeren het uit, wij gaan het doen", althans dergelijke dreigende woorden/taal hebben/heeft geuit, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

met betrekking tot parketnummer 05/780023-17:

1.

hij op of omstreeks 08 oktober 2015, althans in of omstreeks de maand oktober 2015, te Arnhem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 5000 euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, zich met een of meer personen/medeverdachten heeft begeven naar de kapsalon van die [slachtoffer 6] , waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) zich aldaar dreigend hebben/heeft opgesteld en/of die [slachtoffer 6] dreigend hebben/heeft benaderd en/of aangesproken en/of dreigend hebben/heeft gezegd dat hij, [slachtoffer 6] , de "business" van verdachte en/of zijn mededader(s) kapot had gemaakt en daarom aan hen/hem geld (duizenden euro's) verschuldigd was en dat hij dat geld moest betalen en/of die [slachtoffer 6] (daarbij) de woorden hebben/heeft toegevoegd: "Door jou kan ik geen 50 euro biljetten meer uitgeven omdat jij aan iedereen vertelt dat ik vals geld uitgeef en hierdoor lijd ik schade. Jij moet mij nu 5000 euro betalen. Betaal jij mij niet, verniel ik jouw auto en verniel ik de zaak van jou. Ik kom nog wel terug om mij te laten knippen. Ik weet waar jij woont" en/of "Jij hebt niks, wacht maar, jij gaat zien. [medeverdachte 6] zegt jij hebt wel, jij maakt mijn business kapot" en/of "Jij gaat geld betalen en anders doe ik jou iets aan als ik de volgende keer terugkom en jij niet betaalt" en/of "wij komen weer terug voor jou, we komen terug. Jij wil niet betalen, wij komen weer terug" en/of "We komen terug en dan komen we voor jou" en/of "Nu doe jij moeilijk, maar de andere keer als wij jou een pistool laten zien, dan ga jij beter met ons praten", althans dergelijke dreigende woorden/taal hebben/heeft geuit, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

met betrekking tot parketnummer 05/780040-17:

hij in of omstreeks de periode van de maand juni 2014 tot en met de maand september 2014 te Nijmegen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal -ongeveer- 10.000 euro, althans een of meer -grote- geldbedragen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) een onverwachts/onaangekondigd bezoek hebben/heeft gebracht aan het bedrijfspand ( [adres 8] te Nijmegen) van die [slachtoffer 10] en/of dat bedrijfspand zijn/is binnengegaan en/of zich aldaar dreigend hebben/heeft opgesteld en/of die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] dreigend hebben/heeft benaderd en/of aangesproken en/of met stemverheffing hebben gevraagd/geëist om geld (in totaal ongeveer 10.000 euro) te betalen en/of dreigend hebben/heeft gezegd dat ze/hij, bij niet betaling, de hele boel kort en klein zou(den) (komen) slaan, en/of (aldus) een dreigende situatie hebben/heeft gecreëerd, en/of dreigend op die [slachtoffer 9] zijn/is toegelopen en/of die [slachtoffer 9] uit balans hebben/heeft gebracht en/of (omver) hebben/heeft geduwd en/of die [slachtoffer 9] -met kracht- met een honkbalknuppel, althans met enig voorwerp, tegen het hoofd en/of lichaam hebben/heeft geslagen en/of die [slachtoffer 9] hebben/heeft geschopt, geslagen en/of gestompt;.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

met betrekking tot parketnummer 05/880584-15:

ten aanzien van feit 1:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet;

ten aanzien van feit 2:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4 primair:

poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen;

met betrekking tot parketnummer 05/780023-17:

ten aanzien van feit 1:

poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen;

met betrekking tot parketnummer 05/780040-17:

afpersing door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van de straffen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de volgende ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht:

 parketnummer 05/880584-15, feit 1 tot en met 3, feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair en feit 6;

 parketnummer 05/780023-17, feit 1;

 parketnummer 05/780040-17.

De officier van justitie heeft verzocht de onder verdachte in beslag genomen telefoons aan verdachte terug te geven en de onder hem in beslag genomen documenten verbeurd te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is voornamelijk vrijspraak bepleit en is geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 29 december 2017;

- een reclasseringsadvies van Novadic Kentron, gedateerd 13 december 2016, opgemaakt door K. de Vos , reclasseringswerker;

- een (beknopt) reclasseringsadvies van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gedateerd 7 oktober 2016, opgemaakt door H. Nouse, reclasseringswerker.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een aanzienlijke periode schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Hij is samen met anderen verantwoordelijk geweest bij het opzetten van een groot aantal hennepkwekerijen. Verdachte heeft ervoor gezorgd dat zogenaamde katvangers in contact werden gebracht met verhuurders. Met valse werkgeversverklaringen en loonstroken die door de broer van verdachte werden gemaakt konden de katvangers woningen huren waar vervolgens hennepkwekerijen in werden gebouwd. Als katvangers werden voornamelijk kwetsbare personen geselecteerd die op deze manier door verdachte en zijn medeverdachten soms tegen hun zin bij misdrijven werden betrokken. Soms hielp verdachte mee met het bouwen van de kwekerij of leverde hij materialen. Verdachte en zijn medeverdachten deden dit in een nauw samenwerkende organisatie, waarin verdachte een onmisbare rol heeft gespeeld. Een dergelijke organisatie heeft een ontwrichtende werking op de maatschappij, doordat zij in belangrijke mate bijdraagt aan benadeling van de volksgezondheid en aan het circuit van crimineel geld dat alleen via inzet van (andere) criminele middelen kan worden witgewassen. Het is een feit van algemene bekendheid dat met handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden hand in hand gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Daar komt bij dat in de zaak van verdachte alle hennepkwekerijen in woonwijken stonden, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat hennepkwekerijen brandgevaar met zich meebrengen. Aan hennephandel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en dit neemt de rechtbank verdachte dan ook bijzonder kwalijk.

Verdachte heeft bovendien geprobeerd diverse mensen onder dreiging van geweld af te persen. Dit deed hij door met een aantal anderen het slachtoffer thuis of op het werk te bezoeken, plekken waar mensen zich juist veilig horen te voelen. Bij één persoon is zelfs daadwerkelijk geweld gebruikt. Een dergelijk delict wordt door degene die het overkomt als buitengewoon bedreigend ervaren en de ervaring leert dat een slachtoffer vaak geruime tijd lijdt onder de psychische gevolgen van dat wat hem is aangedaan. Daarnaast brengen feiten als deze ook angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij teweeg. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Uit het uittreksel justitiële documentatie d.d. 29 december 2017 volgt dat verdachte diverse malen eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten, waarbij substantiële gevangenisstraffen zijn opgelegd. Verdachte heeft zich hierdoor kennelijk niet laten weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen.

In genoemd reclasseringsadvies van 13 december 2016 is overwogen dat verdachte niet lijkt afgeschrikt te worden door de opgelegde straffen en dat hij voor een dergelijke levensstijl lijkt te hebben gekozen. De opsporingsmiddelen van de politie hebben geen legale bronnen van inkomsten zichtbaar kunnen krijgen. Het proces-verbaal heeft een beeld van betrokkenheid bij fors delictgedrag waarbij, afpersing, geweld en het inzetten van katvangers centraal lijkt te staan in het leven van verdachte. Verdachte is zelf van mening dat hij regulier werk heeft verricht sinds 2013, maar dat hij zich niet via de juiste/legale weg liet betalen, waardoor er geen inkomsten leken te zijn. Hiermee toont verdachte aan zichzelf (nog) steeds niet aan de geldende regels en wetten te kunnen of willen houden. Reclasseringsbemoeienis zal geen invloed hebben op het recidivegedrag van verdachte vanwege zijn ontkennende houding, gebrek aan motivatie en het feit dat hij zich niet volledig wil openstellen. Het recidiverisico wordt als onbekend ingeschat.

Gelet op het voorgaande, de aard en de ernst van de strafbare feiten, acht de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie.

Ten aanzien van het beslag

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het 1, 2 en 3 bewezenverklaarde is begaan:

 een iPhone 5S, voorwerpnummer E.03.02.001;

 salaris specificaties en documenten, voorwerpnummer E.04.01.003;

 adreslijsten, voorwerpnummer E.04.02.001;

 een telefoontoestel en sim, voorwerpnummer E.04.03.013.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 47, 57, 140, 225 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11, 11b en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/880515 onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 05/780023-17 onder 2 ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

 een iPhone 5S, voorwerpnummer E.03.02.001;

 salaris specificaties en documenten, voorwerpnummer E.04.01.003;

 adreslijsten, voorwerpnummer E.04.02.001;

 een telefoontoestel en sim, voorwerpnummer E.04.03.013.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. H.P.M. Kester en mr. Y.H.M. Marijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen en mr. A. Bril, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 februari 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, BVH-nummer 2014220661, ONRAA14026 FAGOT, gesloten op 14 februari 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 249-251.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 289.

4 Huurcontract zelfstandige woonruimte, p. 2584-2588 en huurcontract zelfstandige woonruimte, p. 2408-2411.

5 Proces-verbaal van verhoor [naam 6] , p. 456-457

6 Proces-verbaal van verhoor [naam 6] , p. 462.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2579-2580; kopie id-kaart, p. 2591; salarisspecificatie, p. 2590; werkgeversverklaring, p. 2589.

8 Proces-verbaal verhoor [naam 12] , p. 2731.

9 Proces-verbaal van verhoor [naam 5] , p. 295.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2405-2406; kopie id-kaart, p. 2414; salarisspecificatie, p. 2416; werkgeversverklaring, p. 2417.

11 Proces-verbaal van verhoor [naam 13] , p. 2419.

12 Salarisspecificatie, p. 2233.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2142-2143.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 245-246.

15 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3] , p. 431-434.

16 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3] , p. 6548.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2514-2516.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2737-2742.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 873-881.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 873-881, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 36] , p. 968-969, de salarisspecificatie p. 3212 en de werkgeversverklaring, p. 3213.

21 Het proces-verbaal van verhoor [naam 14] , p. 939-943 en 948 en de verklaring van [naam 14] bij de rechter-commissaris.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2191.

23 Proces-verbaal ttz van 12 juni 2017 van [medeverdachte 1]

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2475.

25 Proces-verbaal aantreffen hennepstekkerij, p. 1300-1301.

26 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2018.

27 Proces-verbaal van verhoor [naam 18] , p. 1326-1327

28 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1342-1344.

29 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2018.

30 Proces-verbaal van verhoor [naam 19] , p. 1349.

31 Proces-verbaal van verhoor [naam 19] , p. 1350.

32 Proces-verbaal van verhoor [naam 19] , p. 1353-1354.

33 Proces-verbaal van verhoor [naam 21] , p. 1357.

34 Proces-verbaal van verhoor [naam 21] , p. 1358.

35 Proces-verbaal van verhoor [naam 20] , p. 1367-1368.

36 Proces-verbaal van verhoor [naam 20] , p. 1374.

37 Tapgesprek, p. 1378.

38 Proces-verbaal analyse verkeersgegevens, p. 1381-1383.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 3817; kopieën van acceptgirokaarten, p. 3819-3820; kopieën van bankpassen en ID-kaarten, p. 3821-3827.

40 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1502.

41 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2018.

42 Proces-verbaal van verhoor [naam 18] , p. 1496 en 1499.

43 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1519-1520.

44 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2018.

45 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris.

46 Proces-verbaal van verhoor Fortie bij de rechter-commissaris.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2396.

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2514-2516.

49 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2737-2742.

50 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2475.

51 Proces-verbaal van bevindingen, p. 3817; kopieën van acceptgirokaarten, p. 3819-3820; kopieën van bankpassen en ID-kaarten, p. 3821-3827.

52 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2189, 2198-2208.

53 Proces-berbaal van bevindingen, p. 2399-2404

54 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2396 (met bijlage, excellijst), de kopie van identiteitsbewijs, p. 3948-3949, de kopie van de bankpas, p. 3953, de salarisspecificatie, p. 3944 en 3951 en de werkgeversverklaring, p. 3954.

55 Het inschrijfformulier huurwoning [adres 15] te Nijmegen, p. 3938.

56 Het proces-verbaal van verhoor [naam 18] , p. 3967-3968.

57 Het proces-verbaal zaaksdossier 1, p.195-196.

58 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 873-881, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 36] , p. 968-969, de salarisspecificatie p. 3212 en de werkgeversverklaring, p. 3213.

59 Het proces-verbaal van verhoor [naam 14] , p. 981-983 met bijlagen.

60 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 962-964.

61 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 988-989.

62 Het proces-verbaal van bevindingen nr. 1704, later ingekomen en ongenummerd.

63 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1069-1070.

64 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 990, het proces-verbaal van bevindingen nr. 1704, later ingekomen en ongenummerd en het proces-verbaal van bevindingen, p. 1067-1068.

65 Het proces-verbaal van verhoor [naam 28] , p. 1065 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 990.

66 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 992-993; werkgeversverklaring, p. 1075; salarisspecificatie, p. 1076.

67 Het proces-verbaal van verhoor [naam 28] , p. 1973-1975 en het proces-verbaal van verhoor [naam 28] , p. 1080.

68 Het proces-verbaal van verhoor [naam 29] , p. 3599 met bijlagen op p. 3577 (werkgeversverklaring) en 3575 (salarisspecificatie).

69 Het proces-verbaal van verhoor [naam 28] , p. 1083.

70 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3460 met de werkgeversverklaring op p. 3468 en de salarisspecificatie op p. 3469.

71 Het proces-verbaal van verhoor [naam 28] , p. 1080.

72 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 5999-6005.

73 Het proces-verbaal van verhoor [naam 6] , p. 1172-1174.

74 Het proces-verbaal van verhoor [naam 6] bij de rechter-commissaris.

75 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3120-3121, werkgeversverklaring p. 3160 en salarisstrook p,. 3161.

76 Emailbericht, p. 3164.

77 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4014.

78 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4018 en 4019.

79 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, p. 4039 en 4040.

80 Mutatierapport d.d. 4 augustus 2014, registratienummer PL081A-2014076251-1, verspreid onder partijen met aanvullende stukken.

81 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 4025 t/m 4027.

82 Processen-verbaal van bevindingen, p. 4046, 4048 en 4050

83 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 4058.

84 Proces-verbaal aangifte, p. 4232 en 4233; proces-verbaal van bevindingen tonen bewakingsbeelden, p. 4269; verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 6 februari 2018.

85 Proces-verbaal aangifte, p. 4233.

86 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 4260.

87 Proces-verbaal van bevindingen tonen bewakingsbeelden, p. 4270.

88 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 4288 t/m 4290.

89 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 4298 t/m 4306.

90 Mutatierapport, p. 4644 en 4645.

91 Proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 30 mei 2017.

92 Proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 3 april 2017.

93 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 4686.