Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5811

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-10-2018
Datum publicatie
07-03-2022
Zaaknummer
6673433
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 6673433 CV 18-656

Grosse aan: mr. Van Ginkel

Afschrift aan: mr. Van Dijk

Verzonden d.d.

vonnis d.d. 3 oktober 2018 van de kantonrechter

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

tegen

de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. T.R. van Ginkel (USG Legal Professionals).

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] respectievelijk Dexia genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1

Dit blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 februari 2018;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in (voorwaardelijke) reconventie;

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie;

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in (voorwaardelijke) reconventie;

- de conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie.

1.2

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eis.conv./ged.reconv.] is op 14 januari 2000 de volgende effectenleaseovereenkomst genaamd (hierna: de overeenkomst) aangegaan met een rechtsvoorgangster van Dexia (hierna ook: Dexia):

Nr.

Contractnr.

Datum

Naam overeenkomst

Looptijd

Totale leasesom

1.

[plaats]

14-01-2000

Overwaarde Effect

240 mnd

€ 108.674,40

2.2

Bij de totstandkoming van de overeenkomst was Spaar Select als tussenpersoon betrokken.

2.3

De overeenkomst is in januari 2005 tussentijds beëindigd. Daarbij is een restschuld ontstaan van € 8.785,73, die door [eis.conv./ged.reconv.] is voldaan. Later heeft Dexia twee derde van de restschuld, vermeerderd met wettelijke rente, aan [eis.conv./ged.reconv.] gerestitueerd.

2.4

Bij brief van 7 juni 2006 heeft Leaseproces namens [eis.conv./ged.reconv.] aan Dexia meegedeeld:

(…) Hierbij bericht ik u dat bovengenoemde cliënt mij verzocht heeft zijn belangen in het geschil met u te behartigen. Ik sluit een kopie van de door hem getekende volmacht bij. (…)

Voorts wordt het contract hierbij, voor zover nog nodig, vernietigd c.q. ontbonden op grond van de artikelen 3:44 lid 4 BW (misbruik van omstandigheden), 6:74 BW (wanprestatie), 6:162 BW (onrechtmatige daad), 6:194 BW (misleidende reclame) en 6:228 BW (dwaling). Namens cliënt wordt het recht voorbehouden om hiertoe nog andere gronden aan te voeren.(…)”.

2.5

Bij brief van 9 oktober 2009 heeft Leaseproces namens [eis.conv./ged.reconv.] aan Dexia het volgende geschreven:

(…) Hierbij zenden wij u een lijst van 488 pagina’s genaamd “Lijst Dexia relaties”.

Namens de op deze lijst vermelde cliënten bevestigen wij u dat zij hun vorderingen op Dexia Bank Nederland N.V. onverkort handhaven en dat deze brief met bijlage als doel heeft om de mogelijke verjaring van hun vorderingen op Dexia Bank Nederland N.V. te stuiten. (…)

2.6

Bij brief van 23/24 januari 2012 heeft Leaseproces namens [eis.conv./ged.reconv.] aan Dexia meegedeeld:

(…) dat zij hun vorderingen op Dexia onverkort handhaven en dat deze brief met bijlage bedoeld is om de verjaring van deze vorderingen (…) te stuiten. (…)

2.7

Bij brief van 24 oktober 2016 heeft Leaseproces namens [eis.conv./ged.reconv.] Dexia gesommeerd alle door [eis.conv./ged.reconv.] betaalde bedragen binnen veertien dagen terug te betalen. Leaseproces heeft daarbij gewezen op de arresten van de Hoge Raad van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012 en 2016:2015) en aangevoerd dat Dexia 100 % van alle schade moet vergoeden wegens verboden advisering van [eis.conv./ged.reconv.] door Spaar Select.

3 De vordering en het verweer in conventie

3.1

[eis.conv./ged.reconv.] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat Dexia onrechtmatig jegens [eis.conv./ged.reconv.] heeft gehandeld en/of toerekenbaar jegens hem tekort is geschoten op de in de dagvaarding genoemde gronden;

II. Dexia veroordeelt tot betaling van de door [eis.conv./ged.reconv.] geleden schade, bestaande uit de door hem betaalde bedragen aan inleg in de effectenleaseovereenkomst, te verneerderen met de wettelijke rente;

III. voor recht verklaart dat Dexia aansprakelijk is voor de door [eis.conv./ged.reconv.] geleden hypotheekschade, bestaande uit de afsluitkosten, de notariskosten, en de betaalde hypotheekrente voor het gedeelte van de hypotheek dat gebruikt is om de inleg in de effectenleaseovereenkomst te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente;

IV. Dexia veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eis.conv./ged.reconv.] conform

rapport Voorwerk II, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

V. Dexia veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2

[eis.conv./ged.reconv.] stelt daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende. Spaar Select heeft zonder een daartoe benodigde vergunning een op zijn persoon gericht financieel advies gegeven en geadviseerd om de overeenkomst aan te gaan. Dexia heeft door gebruik te maken van Spaar Select in strijd gehandeld met artikel 41 van de Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999 (hierna: NR 1999). Daardoor heeft Dexia onrechtmatig gehandeld en is zij aansprakelijk voor de gevolgen van het handelen van de tussenpersoon en de daaruit voortvloeiende schade. De billijkheid vereist in dat geval dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft.

3.3

Dexia voert verweer en concludeert tot afwijzing, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten. Op de inhoud van het verweer zal hieronder waar nodig nader worden ingegaan.

4 De vordering en het verweer in voorwaardelijke reconventie

4.1

Dexia vordert, onder de voorwaarde dat de kantonrechter het in haar conclusie van antwoord opgenomen verweer met betrekking tot de klachtplicht en verjaring verwerpt, [eis.conv./ged.reconv.] te bevelen op verbeurte van een dwangsom binnen twee weken na betekening van het vonnis aan Dexia tegen vergoeding van de kosten daarvan kopie te verstrekken van het dossier dat Leaseproces omtrent hem heeft aangelegd, althans van het intakeformulier of de intakeformulieren die Leaseproces omtrent hem heeft opgemaakt, een en ander met veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] in de kosten van het geding.

4.2

De achtergrond van de vordering in voorwaardelijke reconventie, die is gebaseerd op artikel 843a Rv, is door Dexia als volgt weergegeven. Thans, meer dan 17 jaar na dato, zal alsnog vastgesteld moeten worden wat zich in 2000 tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Spaar Select heeft afgespeeld en of Spaar Select destijds wel of niet op de risico’s heeft gewezen. Dexia meent dat daarbij van [eis.conv./ged.reconv.] gevergd kan worden dat hij open kaart speelt en dat hij het volledige dossier dat Leaseproces omtrent hem heeft aangelegd, overlegt. Daartoe is volgens Dexia te meer aanleiding nu het onderhavige debat ook in 2006 gevoerd had kunnen worden en het slechts aan [eis.conv./ged.reconv.] te wijten is dat daarmee een decennium is gewacht. Met name stelt [eis.conv./ged.reconv.] zelf dat in 2006 sprake is geweest van een uitvoerige intake-procedure bij Leaseproces, waarin de gang van zaken in 2000 ongetwijfeld uitvoerig aan de orde is gekomen. Het is Dexia bovendien bekend dat Leaseproces destijds gebruik maakte van intakeformulieren, waarin onder meer de vraag werd gesteld of was gewezen op de risico’s van het afgenomen product.

4.3

[eis.conv./ged.reconv.] voert verweer en concludeert tot afwijzing, met veroordeling van Dexia in de proceskosten. Voor zover nodig zal de kantonrechter hierna op de stellingen van partijen ingaan.

5 De vordering en het verweer in onvoorwaardelijke reconventie

5.1

Dexia vordert in onvoorwaardelijke reconventie bij dat voor recht verklaard wordt dat de met [eis.conv./ged.reconv.] gesloten effectenleaseovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet vernietigd is en niet bloot staat aan vernietiging op enige grond waarop van de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] een beroep kan worden gedaan, dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot die overeenkomst niet werd blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbare zware financiële last en dat Dexia niets meer verschuldigd is aan [eis.conv./ged.reconv.] , met veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] in de kosten van het geding.

5.2

Dexia stelt daartoe dat het niet ongebruikelijk is dat Leaseproces bij afwijzing van haar vordering de in procedure zijnde overeenkomst op andere gronden tot inzet van een nieuwe procedure maakt. Leaseproces wordt er aldus toe gedwongen om reeds in deze procedure al haar stellingen die betrekking hebben op de overeenkomst en/of aansprakelijkheid van Dexia aan de orde te stellen.

5.3

[eis.conv./ged.reconv.] voert verweer en concludeert tot afwijzing, met veroordeling van Dexia in de proceskosten. Voor zover nodig zal de kantonrechter hierna op de stellingen van partijen ingaan.

6 De beoordeling

in conventie

6.1

In de arresten van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012 en 2016:2015) heeft de Hoge Raad geoordeeld, kort weergegeven, dat indien een cliëntenremisier zich niet beperkt tot het aanbrengen van potentiële cliënten bij een beleggingsinstelling of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, de aldus handelende cliëntenremisier over een vergunning dient te beschikken. Als de cliëntenremisier geen vergunning heeft en zich niet alleen heeft beperkt tot het aanbrengen van de cliënt maar ook jegens de afnemer als financieel adviseur is opgetreden, handelt zij in strijd met artikel 41 NR 1999. Indien Dexia wist of behoorde te weten dat de cliëntenremisier tevens adviseerde, dan levert dit een (extra) onrechtmatigheidsgrond jegens de afnemer van het effectenproduct op. Gelet op de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten, eist de billijkheid in dat geval in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als de mogelijke financiële gevolgen van de leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last voor de afnemer vormden.

6.2

[eis.conv./ged.reconv.] heeft de overeenkomst met Dexia afgesloten via tussenpersoon Spaar Select. Tussen partijen is niet in geschil dat Spaar Select niet beschikt over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. Beoordeeld moet derhalve worden of Spaar Select beleggingsadvieswerkzaamheden verrichtte en of Dexia daarvan op de hoogte was of behoorde te zijn.

6.3

Partijen zijn het erover eens dat van advisering sprake is indien een aanprijzing wordt toegesneden op de persoon en/of als een product (in dit geval een effectenleaseovereenkomst) als geschikt voor de betrokken persoon wordt aanbevolen. De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon hem in voormelde zin heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had althans behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon [eis.conv./ged.reconv.] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [eis.conv./ged.reconv.] .

6.4

In dit kader heeft [eis.conv./ged.reconv.] uiteengezet dat hij Spaar Select zelf telefonisch heeft benaderd. In het telefoongesprek heeft hij ingestemd met het voorstel van Spaar Select om een afspraak te maken voor een huisbezoek. De heer Jelle Wind, adviseur van Spaar Select, is vervolgens bij hem langsgekomen. Tijdens het gesprek heeft de adviseur geïnformeerd naar de financiële situatie en wensen van [eis.conv./ged.reconv.] , waarop [eis.conv./ged.reconv.] heeft aangegeven vermogen te willen opbouwen voor (de studie van) zijn kinderen. Naar aanleiding van deze doelstelling adviseerde de adviseur om het Overwaarde Effect product van Dexia af te nemen. Hiermee zou [eis.conv./ged.reconv.] op een veilige manier en zonder risico een gemiddeld rendement van 12% tot en met 25% kunnen behalen. De adviseur heeft vervolgens een financieel plan opgesteld, waarin specifiek het Overwaarde Effect product aan [eis.conv./ged.reconv.] werd aangeraden. Ter onderbouwing van zijn stellingen heeft [eis.conv./ged.reconv.] de overeenkomst met Dexia overgelegd. Daarin is Spaar Select als adviseur vermeld. [eis.conv./ged.reconv.] heeft tevens een stuk met als opdruk “Het Overwaarde Effect” overgelegd, hetgeen volgens hem het door Spaar Select opgestelde financieel plan betreft. In het stuk is onder meer het volgende opgenomen:

Dit is een spaarlease plan waarbij u aandelen least van vier bedrijven. (…)

Uw storting van ƒ 50.000 is de vergoeding om het bedrag van ƒ 93.770 te kunnen leasen en bestaat uit rente en aflossing.

Twee keer per jaar vindt er dividenduitkering plaats. Dit bedrag wordt op uw rekening gestort. Gemiddeld over 5 jaar is dit een bedrag van ƒ 17.000. (per maand ƒ 280)

Bij een rendement van 3% onbelast dividend en 12,5% koersstijging zal het aandelenpakket na 5 jaar een waarde van ƒ 168.978 bedragen. Na aftrek van het restant leasebedrag resteert een belastingvrije uitkering van ƒ 83.375.

Hier kan het bedrag van ƒ 50.000 (hypotheek) weer van worden afgelost. U houdt dan een bedrag over van ƒ 33.375.

Door op deze manier te gaan sparen valt de hypotheekrente weg tegen de te ontvangen dividend. Aan hypotheek rente bent u een bedrag verschuldigd van ƒ 14.250. Het te ontvangen bedrag aan dividend is ƒ 17.000. De winst gedurende de looptijd bedraagt zelfs ƒ 2.750. Het spaarplan kost u dus helemaal niets terwijl het u over vijf jaar wel een bedrag oplevert van ƒ 2.750 + 33.375 = ƒ 36.125”.

6.5

Dexia heeft het betoog van [eis.conv./ged.reconv.] ten aanzien van de totstandkoming van de overeenkomst bestreden. Zij wijst er onder meer op dat het overgelegde financieel plan de naam van [eis.conv./ged.reconv.] en de datum van schrijven mist, zodat het niet duidelijk is of dit plan voor [eis.conv./ged.reconv.] is opgesteld en wanneer dat is gebeurd. Dexia betwist daarom dat dit het plan van [eis.conv./ged.reconv.] is. Dexia wordt hierin gevolgd. Door [eis.conv./ged.reconv.] is onvoldoende gesteld waaruit blijkt of kan blijken dat het overgelegde plan door de adviseur van Spaar Select ten behoeve van zijn persoon is opgesteld. Dat de plannen met betrekking tot de vorm en opzet van elkaar verschillen moge zo zijn, maar dat leidt niet tot de slotsom dat het onderhavige plan dus van [eis.conv./ged.reconv.] is. [eis.conv./ged.reconv.] heeft daarmee onvoldoende onderbouwd dat bij de totstandkoming van de overeenkomst sprake is geweest van verboden beleggingsadvieswerkzaamheden. Anders dan [eis.conv./ged.reconv.] meent, kan dat evenmin worden afgeleid uit het feit dat Spaar Select als adviseur op de overeenkomst is vermeld. Zoals Dexia terecht opmerkt, kan uit die enkele vermelding namelijk niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat Spaar Select specifiek op de persoon gericht financieel advies verrichte, laat staan in dit concrete geval. De vordering van [eis.conv./ged.reconv.] strandt daarom op dit punt. Dexia is aldus niets aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd op grond van een aan haar bekende advisering door de tussenpersoon.

in voorwaardelijke reconventie

6.6

Met de afwijzing van de vordering van [eis.conv./ged.reconv.] , wordt aan het verjaringsverweer en het beroep op schending van de klachtplicht in de zin van artikel 6:89 BW niet toegekomen. De voorwaarde waaronder deze reconventionele vordering is ingesteld is dan ook niet vervuld, zodat daarop niet hoeft te worden beslist.

in onvoorwaardelijke reconventie

6.7

In reconventie vordert Dexia verschillende verklaringen voor recht die naar de kern genomen erop zijn gericht vast te stellen dat Dexia niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] is verschuldigd. De procesefficiëntie is er volgens haar bij gediend om alle geschilpunten in deze procedure beoordeeld te krijgen en om ervoor te zorgen dat Leaseproces na afwijzing van de vordering niet een nieuwe procedure aanhangig maakt. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] heeft Dexia geen belang bij haar gevraagde verklaringen voor recht, is haar vordering te vaag om toegewezen te worden, heeft Dexia haar vordering niet onderbouwd en meent hij ten slotte nog enkele vorderingen op Dexia te hebben.

6.8

Vooropgesteld wordt dat het in beginsel aan de schuldeiser van een vordering is om te bepalen of en op welk moment hij zijn vordering in rechte geldend wil maken. Indien hij de regels ten aanzien van de (stuiting van) de verjaring (en onder omstandigheden de klachtplicht) in acht neemt, kan hij daarvoor de tijd nemen. Anderzijds dient het procesrecht er ook toe om bescherming te bieden aan een schuldenaar die jarenlang wordt genoodzaakt rekening te houden met een onduidelijke, mogelijk nog jegens hem geldend te maken vordering. Ook hem moet de mogelijkheid worden geboden om aan die situatie op enig moment een einde te maken door uitsluitsel te kunnen krijgen over de vraag of het gaat om daadwerkelijk bestaande civielrechtelijke rechten. Daartoe kan de door Dexia gevraagde verklaring voor recht een geëigend middel zijn. Anders dan [eis.conv./ged.reconv.] betoogt, heeft Dexia derhalve voldoende belang om haar reconventionele vordering in te stellen.

Verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet is vernietigd en niet blootstaat aan vernietiging op een grond waarop van de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] een beroep gedaan kan worden

6.9

In de namens [eis.conv./ged.reconv.] aan Dexia verstuurde brief van 2006 heeft Leaseproces een aantal gronden voor vernietigbaarheid van onderhavige overeenkomst benoemd, namelijk de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW en 3:40 BW. Op die gronden is dus in een eerder stadium van de zaak een beroep gedaan, zonder dit beroep in de procedure zelf uit te werken. Nu [eis.conv./ged.reconv.] de kans had om deze gronden thans aan de orde te stellen maar dit aldus niet gedaan heeft en hij daarnaast terecht heeft opgemerkt dat ook vernietiging op grond van 1:89 BW in casu niet speelt, zal de gevraagde verklaring voor recht worden toegewezen voor zover het de gronden uit de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW, 3:40 BW en 1:89 BW betreft. De gevraagde verklaring voor recht zal niet conform gevorderd worden toegewezen omdat niet kan worden uitgesloten dat zich in de toekomst, al dan niet op grond van uitgekristalliseerde jurisprudentie, een situatie voordoet dat [eis.conv./ged.reconv.] de overeenkomst alsnog op een andere grond kan vernietigen.

Verklaring voor recht dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot de overeenkomst niet werd blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last

6.10

Nu de vordering in conventie is afgewezen heeft Dexia, anders dan [eis.conv./ged.reconv.] betoogt, belang bij deze gevraagde verklaring voor recht omdat de eventuele blootstelling aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last relevant is voor de schadeverdeling. Dexia heeft met de betaling van twee derde van de restschuld van [eis.conv./ged.reconv.] erkend dat zij haar zorgplicht om te waarschuwen voor het risico van een restschuld jegens [eis.conv./ged.reconv.] niet is nagekomen. Zij heeft onweersproken aangevoerd dat [eis.conv./ged.reconv.] bij het aangaan van de overeenkomst niet werd blootgesteld aan een risico op een onaanvaardbare financiële last, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen. Dit voert tot de slotsom dat [eis.conv./ged.reconv.] op deze grond geen aanspraak heeft op meer dan hetgeen door Dexia reeds als schade is vergoed. De door Dexia gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen.

Verklaring voor recht dat Dexia niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] is verschuldigd

6.11

Voor toewijzing van de vordering van Dexia is vereist dat in dit geding kan worden vastgesteld dat zij niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is. Dat betekent dat wanneer dat niet ten volle kan worden vastgesteld, in beginsel afwijzing van de vordering behoort te volgen. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rusten de stelplicht en bewijslast ter zake op Dexia. Op [eis.conv./ged.reconv.] rust vervolgens de verplichting om, wil hij niet dat de vordering bij gebrek aan verweer wordt toegewezen, de stellingen van Dexia gemotiveerd te betwisten, zodanig dat daaruit de onjuistheid van de stellingen van Dexia kan worden afgeleid. Tegen die achtergrond dient thans, in dit concrete geval, te worden bezien op welke gronden [eis.conv./ged.reconv.] meent nog vorderingen op Dexia te hebben.

6.12

In dit kader heeft [eis.conv./ged.reconv.] allereerst aangevoerd nog een vordering te hebben tot terugbetaling van de door Dexia onterecht op de eindafrekening aan hem in rekening gebrachte toekomstige termijnen. [eis.conv./ged.reconv.] heeft daarbij geen bedragen genoemd, maar heeft slechts volstaan met een verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:773). Volgens Dexia is zij (ook) op dit punt niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd. In het onderhavige geval zijn immers geen resterende termijnen in rekening gebracht. [eis.conv./ged.reconv.] heeft zijn standpunt hierop niet nader onderbouwd, zodat zijn verweer als onvoldoende onderbouwd wordt gepasseerd.

6.13

[eis.conv./ged.reconv.] heeft verder aangevoerd dat hij, ook in het geval zijn vordering in conventie wordt afgewezen, aanspraak maakt op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten in verband met kosten die vooraf gingen en/of het gevolg waren van de door Dexia reeds betaalde vergoeding van de restschuld.

6.14

Uit artikel 6:96 lid 2, aanhef en onder b en c, BW volgt dat redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte als vermogensschade voor vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking komt, behoudens voor zover krachtens artikel 241 Rv de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn.

6.15

Tussen partijen is niet in geschil dat op Dexia een wettelijke verplichting tot schadevergoeding rust. Dexia heeft vanwege schending van op haar rustende zorgplichten vergoeding van schade betaald conform het hofmodel. De werkzaamheden waarvan [eis.conv./ged.reconv.] meent nog een vergoeding te krijgen, kwalificeren, wanneer [eis.conv./ged.reconv.] zijn vordering op dit punt in rechte geldend wil maken, als kosten ter instructie van de zaak en ter voorbereiding van gedingstukken. Dat geldt ook voor de kosten die zijn gemaakt voor het opstellen en versturen van de opt-outverklaring, de klacht- en sommatiebrief van 2006 en de stuitingsbrieven uit 2009 en 2012. Nu de inhoud van deze brieven eenvoudig en gestandaardiseerd is en geen blijk geeft van enig schikkingsvoorstel, kunnen deze werkzaamheden niet - ook niet in combinatie - als kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte worden aangemerkt. Het voorgaande laat echter onverlet dat nu [eis.conv./ged.reconv.] de door hem gepretendeerde vordering op Dexia nog niet in rechte aanhangig heeft gemaakt, deze kosten in beginsel wel als vermogensschade kunnen worden aangemerkt. Voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van die schade is echter wel vereist dat aan de dubbele redelijkheidstoets is voldaan. [eis.conv./ged.reconv.] heeft onvoldoende (met stukken onderbouwde) informatie verschaft om deze toets te kunnen uitvoeren, met name door [eis.conv./ged.reconv.] geen inzicht heeft verschaft in het ontstaan en de hoogte van de kosten die hij tot op heden heeft gehad. Ook is niet duidelijk welk deel van deze werkzaamheden betrekking heeft op het in de onderhavige procedure gevoerde verweer en daarmee valt onder de eigen aard en regels van de proceskostenveroordeling in deze procedure.

6.16

Het voorgaande voert tot de slotsom dat [eis.conv./ged.reconv.] in het licht van de gemotiveerde betwisting door Dexia (de grondslag voor) het bestaan van een vordering onvoldoende heeft gesubstantieerd en daarmee zijn verweer dat hij op dit punt nog een vordering heeft op Dexia onvoldoende onderbouwd.

6.17

Nu [eis.conv./ged.reconv.] niet heeft toegelicht welke vordering(en) hij verder op Dexia meent te hebben, slaagt zijn verweer niet. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is. Ook hier geldt dat de verklaring voor recht niet conform gevorderd zal worden toegewezen, omdat niet kan worden uitgesloten dat zich in de toekomst een situatie voordoet dat Dexia op een andere grond nog iets verschuldigd is.

In conventie en in reconventie

6.18

[eis.conv./ged.reconv.] is in het ongelijk gesteld en zal daarom zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld.

7 De beslissing

in conventie:

7.1

wijst het gevorderde af;

7.2

veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Dexia tot op heden vastgesteld op € 800,00 aan salaris gemachtigde;

in (onvoorwaardelijke) reconventie:

7.3

verklaart voor recht dat de overeenkomst met nummer [plaats] rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet is vernietigd op grond van de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW,

3:40 BW en 1:89 BW en niet bloot staat aan vernietiging op één van deze gronden;

7.4

verklaart voor recht dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot de overeenkomst met nummer [plaats] niet werd blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last;

7.5

verklaart voor recht dat Dexia op de in deze procedure aangevoerde gronden niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] is verschuldigd;

7.6

veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Dexia tot op heden vastgesteld op € 400,00 aan salaris gemachtigde;

in conventie en in reconventie:

7.7

verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

fh