Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5784

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-10-2018
Datum publicatie
28-06-2019
Zaaknummer
5220534 \ CV EXPL 16-10608 en 5547812 \ CV EXPL 16-18739
Rechtsgebieden
Civiel recht
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Uitzendovereenkomst ex art. 7:690? Toezicht en leiding van de derde? Bewijswaardering. Aan de elementen van art. 7:690 BW is voldaan. Ook is sprake van overgang van onderneming ex art. 7:662 e.v. BW. Toewijzing van de vorderingen. Zie ook het tussenvonnis van 28 juni 2017.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0681
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 5220534 \ CV EXPL 16-10608 \ 512 \ 576

5547812 \ CV EXPL 16-18739 \ 512 \ 576

uitspraak van

vonnis

in de hoofdzaak van

1 [eiser(s) 1 t/m 12]

13. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)

statutair gezeteld en gevestigd te Amsterdam

eisende partijen in de hoofdzaak

gemachtigde mr. M.H.D. Vergouwen

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rikla Industriële Diensten B.V.

statutair gevestigd te Kesteren

gemachtigde mr. J.S. Wurfbain

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Recticel B.V.

statutair gevestigd te Kesteren

gemachtigde mr. R. Olde

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Sprintwerkt B.V.

statutair gevestigd te Opheusden

gemachtigde mr. R. van Viersen

gedaagde partijen in de hoofdzaak

en in de vrijwaringszaak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Recticel B.V.

statutair gevestigd te Kesteren

eisende partij in de vrijwaringszaak

gemachtigde mr. R. Olde

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rikla Industriële Diensten B.V.

statutair gevestigd te Kesteren

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rikla B.V.

statutair gevestigd te Kesteren

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Buts Beheer Rhenen B.V.

statutair gevestigd te Rhenen

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Buts Beheer Bennekom B.V.

statutair gevestigd te Bennekom

5. [gedaagde in vrijwaring 5]

6. [gedaagde in vrijwaring 6]

gedaagde partijen in de vrijwaringszaak

gemachtigde mr. S.J. Wurfbain

Eisende partijen in de hoofdzaak sub 1 tot en met 12 worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de werknemers’, dan wel ieder afzonderlijk bij naam. Eisende partij in de hoofdzaak sub 13 wordt hierna aangeduid als FNV. Gedaagde partijen in de hoofdzaak zullen hierna worden aangeduid als respectievelijk Rikla, Recticel (ook in de vrijwaringszaak) en Sprintwerkt. Gedaagde partijen in de vrijwaringszaak zullen hierna worden aangeduid als respectievelijk Rikla, Rikla Holding, BBR, BBB, [gedaagde in vrijwaring 5] en [gedaagde in vrijwaring 6] terwijl ze gezamenlijk Rikla c.s. worden genoemd.

1 De verdere procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

1.1.

Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 juni 2017

- het proces-verbaal van enquête aan de kant van de werknemers en FNV van 26 oktober 2017

- het proces-verbaal van enquête aan de kant van de werknemers en FNV van 27 oktober 2017

- het proces-verbaal van voortzetting van enquête aan de kant van de werknemers en FNV en aanvang contra-enquête aan de zijde van Rikla, Recticel en Sprintwerkt van 15 maart 2018

- het proces-verbaal van voortzetting van contra-enquête aan de kant van Rikla, Recticel en Sprintwerkt van 16 maart 2018

- de conclusie na enquête aan de zijde van de werknemers en FNV

- de conclusie na enquête aan de zijde van Rikla

- de conclusie na (contra-)enquête aan de zijde van Recticel

- de conclusie na (contra-)enquête aan de zijde van Sprintwerkt.

1.2.

Het verdere verloop van de procedure in de vrijwaringszaak blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 juni 2017.

2 De verdere beoordeling in de hoofdzaak

2.1.

De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 28 juni 2017. In dit tussenvonnis zijn de werknemers en FNV in de gelegenheid gesteld feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat sprake is geweest van werkgeversgezag van Recticel als opdrachtgeefster van Rikla over de werknemers van Rikla dat van dien aard was dat deze werknemers de arbeid verrichtten onder toezicht en leiding van deze opdrachtgeefster in de zin van artikel 7:690 BW.

2.2.

Naar aanleiding van de bewijsopdracht hebben de werknemers en FNV in de enquête aan hun zijde 14 getuigen doen horen: [namen getuige(n)] . In de contra-enquête zijn vier getuigen gehoord: [namen getuige(n)] .

2.3.

De vraag die in de eerste plaats voorligt is of de werknemers en FNV het hun opgedragen bewijs hebben geleverd.

2.4.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan haar zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Deze verklaring klopt.

Ik werkte ongeveer acht jaar lang in dienst van Rikla bij Recticel, waarvan zes jaar als operator aan de lijmroller en het laatste jaar als voorman aan de lijmroller. Aan deze machine stonden vijf personen en daar werden verschillende werkzaamheden verricht. Mijn werkzaamheden bestonden onder meer uit het bedienen van de machine, lijmen en kwaliteitscontrole. Aan deze machine stonden eerst mensen in dienst van Recticel, maar die moesten op een gegeven moment weg. Ik denk dat het in ongeveer juni 2014 is geweest dat ik samen met twee vrouwelijke collega’s bij de baas van Rikla moest komen, [gedaagde in vrijwaring 6] was dat. Vanaf dat moment moesten we groene hesjes dragen. Vanaf dat moment moest ik ook als voorman werken en moesten de mensen in dienst van Recticel weg van de lijmroller. Daarna kwamen er verschillende mensen werken aan de lijmroller, elke dag anderen en ook werknemers van Sprintwerkt. Alleen mijn vrouwelijke collega, die ook een hesje droeg, was samen met mij dezelfde. Als er niemand anders was, dan werden er ook wel werknemers van Recticel ingezet voor de makkelijke werkzaamheden aan de machine. Zelf werkte ik ook mee. Soms moest ik mijn hesje uitdoen en ook zelf ergens anders werken. Hoe vaak dit was was erg wisselend, soms geen enkele keer en soms drie tot vijf keer per maand. Als er helemaal geen werk meer te doen was aan de lijmmachine, ging ik werknemers van Recticel helpen. Iedere dag werd er een lijst opgesteld door de voormannen van Recticel, [naam werknemer Recticel] , [naam werknemer Recticel] en [naam werknemer Recticel] . Deze lijst werd door [naam] geprint. Vóór die tijd hoorde ik dat via [naam werknemer Recticel] . Dit is veranderd in ik meen 2012/2013, het moment dat [naam werknemer Recticel] , een werknemer van Recticel, teamleider werd. Welk werk ik moest doen op een dag werd bepaald door de voorman en teamleiders van Recticel. Elke ochtend was er een bijeenkomst waarin werd verteld wie die dag wat moest doen.

Ik heb op de werkvloer af en toe leidinggevenden van Rikla gezien. Zelf haalde ik mijn urenbriefjes wel op bij het kantoor van Rikla, maar dan haalde ik ineens meerdere briefjes. Dit kantoor was aan de overkant van de straat. [naam] kwam elke dag in verband met de lijsten. Als ik mij vanuit huis wilde ziekmelden dan nam ik contact op met [naam] . Als ik mij op het werk ziek wilde melden, gaf ik dat door aan de voorman van Recticel. Als ik vakantie wilde opnemen vulde ik daarvoor een briefje in dat op het kantoor van Recticel lag. Dit briefje werd afgetekend door de directeur van Recticel of door een voorman van Recticel. Ik neem aan dat Rikla daar van op de hoogte werd gesteld maar dat weet ik niet. Het is twee keer voorgekomen dat ik ’s nachts moest werken terwijl ik normaal in de middagdienst werkte. Dit beviel mij erg slecht en daarover heb ik contact opgenomen met [naam] en die heeft dit aan Recticel doorgegeven, waarna ik weer in de middagdienst kon gaan werken. Ik heb ook [gedaagde in vrijwaring 6] en [gedaagde in vrijwaring 5] op de werkvloer wel gezien. [gedaagde in vrijwaring 5] heb ik vaker gezien omdat hij ook zelf in de andere hal werkte. [gedaagde in vrijwaring 6] zag ik zelden op de werkvloer, dit zal op twee handen te tellen zijn.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Ik heb ook gewerkt op tricot en bij inpak voor zover daar bedoeld wordt het inpakken van matrassen in folie. Mr. Vergouwen merkt op dat deze werkzaamheden overeenkomen met de werkzaamheden onder nummer 14 van productie 10 bij dagvaarding. Ik verrichtte deze werkzaamheden samen met de collega’s op de wijze zoals ik hiervoor al eerder heb verklaard. Ik droeg bij deze werkzaamheden ook een groen hesje. De werkzaamheden bij de lijmcabines op de afdeling specialties, waarvan mr. Vergouwen opmerkt dat deze werkzaamheden overeenkomen met de werkzaamheden onder nummer 22 van productie 10 bij dagvaarding, deed ik samen met Nederlandse werknemers in dienst bij Recticel.

Ik denk dat de beslissing over het voorman worden is genomen door [namen getuige(n)] en [gedaagde in vrijwaring 6] samen, maar dat weet ik niet zeker. Nadat ik voorman werd is er eigenlijk niets veranderd in de manier waarop ik mijn werk deed. Ik mocht anderen geen instructies geven en bijvoorbeeld opmerkingen maken als iemand te langzaam of niet goed werkte en als ik dat wel deed kreeg ik zelf op mijn donder van de voorman van Recticel. Ik wilde het hesje op een gegeven moment teruggeven en heb het daar met [gedaagde in vrijwaring 6] over gehad. Dit was naar aanleiding van iemand die zijn werk niet goed deed, terwijl het heel druk was en toen ik daar een opmerking over maakte kreeg ik op mijn kop van de voorman van Recticel, omdat diegene weer bij Recticel ging klagen over mijn opmerkingen. Dit was zo vervelend dat ik daar thuis om heb moeten huilen.

Het werktempo werd bepaald door de teamleider van Recticel, [naam werknemer Recticel] . Niet door [gedaagde in vrijwaring 6] . Af en toe stonden er teamleiders van Recticel met een stopwatch te kijken hoeveel matrassen er in bepaalde tijd verwerkt werden. Gesprekken over het werktempo moest ik voeren met de teamleiders van Recticel. Als er dingen niet goed liepen werden wij daarop aangesproken door [naam werknemer Recticel] die ons zei dat we dan maar iets anders moesten gaan doen en dat er voldoende mensen waren om ons werk over te nemen. Met [gedaagde in vrijwaring 6] heb ik hier niet over gesproken.

Bij binnenkomst registreerde ik mij met een kaart en aan het eind van de dag vulde ik een urenbriefje in en die briefjes werden aan het einde van iedere week door [naam] meegenomen. Mensen van Recticel hielden de gewerkte uren daarnaast ook bij.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

Op het prikbord hingen de werklijsten voor de week erna. De lijsten voor de werkzaamheden op de dag zelf hingen daar niet. De lijsten op het prikbord klopten soms ook niet omdat er dan toch andere werkzaamheden gedaan moesten worden.

Op vragen van mr. Olde antwoord ik:

Toen het werk bij Recticel ophield heb ik opgeschreven wat voor werk ik daar heb gedaan en hoelang. Via de vakbond heb ik op een gegeven moment, ik meen ongeveer een maand geleden, een vragenlijst gekregen en op basis daarvan is mijn schriftelijke verklaring tot stand gekomen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Ik heb mij niet specifiek voorbereid op de verklaring van vandaag en heb niet gesproken met de andere getuigen. Mijn schriftelijke verklaring heb ik van tevoren niet gelezen. Ik heb de verklaring voor de zitting wel gekregen, maar verder niet meer gelezen.

Mr. Vergouwen vertelt dat hij de getuigen die reeds een schriftelijke verklaring hebben afgelegd, kort voor de zitting hun in het Pools opgestelde verklaring heeft overhandigd.

Ik wist waar mijn collega’s werkten, omdat ze dit gewoon vertelden. Daarom wist ik ook wie er in dienst was van Sprintwerkt. In het verleden werkten er ook mensen via andere uitzendorganisaties, maar de laatste periode alleen via Sprintwerkt.”

2.5.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan zijn zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Ik heb deze verklaring nogmaals gelezen en blijf bij de inhoud hiervan. De verklaring heb ik gelezen om mijn geheugen op te frissen en verder heb ik mij niet voorbereid.

Ik werkte sinds 2008 bij Recticel in Kesteren en heb daar als operator CNC gewerkt en ook als heftruckchauffeur (werkvoorbereider). Als operator sneed ik matrassen uit schuimblok. In die functie ben ik ingewerkt door een andere operator in dienst van Rikla, [naam werknemer Recticel] . Op de plek waar ik meestal werkte stonden meerdere operators in dienst van Recticel of bij andere uitzendbureaus. Iedere week was er een lijst waarop stond welk werk ik moest gaan doen, veranderingen hierin hoorde ik via Recticel of via de teamchef. Elke ochtend kwam er iemand van Rikla, [naam] of [naam werknemer Recticel] , de lijst met werkzaamheden brengen. Soms keek ik hier zelf op. Als ik gedurende de dag iets anders moest doen hoorde ik dat via iemand van Recticel.

Als ik verlof wilde opnemen, overlegde ik dat eerst met de teamchef van Recticel en als die akkoord was dan gaf ik dit door aan Rikla. Als ik mij ziek meldde vanuit huis, meldde ik dit bij [naam] . Als ik tijdens het werk ziek werd dan meldde ik dit bij de voorman of teamchef van Recticel. Kleine problemen tijdens het werk op het gebied van de machine of het materiaal probeerde ik zelf op te lossen en grotere problemen op dat vlak besprak ik met de teamchef of voorman van Recticel. Wisselingen in bijvoorbeeld diensten besprak ik eerst met de teamchef van Recticel en als dat akkoord was kreeg ik daarna nog een bevestiging per sms van Rikla, meestal van [naam] . De voorman en teamchef van Recticel bespraken met mij hoe ik mijn werk deed.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Verzoeken om overuren te maken kwamen zowel vanuit Recticel als vanuit Rikla. Het werktempo werd van bovenaf bepaald door Recticel. Daar wilde men de machines optimaal inzetten en er moesten honderd blokken per ploegendienst verwerkt worden.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

Nadat ik was ingewerkt door de operator van Rikla, kon ik mijn werkzaamheden zelfstandig uitvoeren. Ik had tijdens mijn werk geen instructies van anderen nodig maar soms kwam de voorman van Recticel mij zeggen welk werk het eerst gedaan moest worden.

Mr. Olde en mr. Van Viersen hebben geen vragen.”

2.6.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête het volgende verklaard.

“Ik heb bij Recticel vier jaar lang via Sprintwerkt gewerkt en daarna één jaar via Rikla. Eind januari 2015 ben ik uit dienst getreden bij Rikla. Ik heb gewerkt als operator bij contouren. Als operator werkte ik aan twee machines en in mijn buurt stonden dan ook andere operators met overeenkomsten met Recticel of Sprintwerkt of Rikla. ’s Ochtends waren er lijsten waarop stond waar ik die dag moest werken. Voor zover ik weet werden die lijsten opgesteld door de voorman of teamchef van Recticel. Ik deed mijn werk zelfstandig. Het was meestal wel duidelijk. Alleen bij veranderingen in de productieplannen kreeg ik dat te horen van de voorman of teamchef van Recticel.

Wanneer ik vakantie wilde opnemen vulde ik een formulier in dat in het kantoor van Recticel moest worden afgetekend door de teamchef of voorman van Recticel en daarna bracht ik het naar het uitzendbureau. Met uitzendbureau bedoel ik Sprintwerkt of Rikla, omdat ik bij beide heb gewerkt. Een ziekmelding vanuit huis deed ik ook bij het uitzendbureau, maar als ik tijdens het werk ziek werd dan gaf ik dat door aan de teamchef of voorman van Recticel. Soms werd ik dan nog doorgestuurd naar het uitzendbureau, maar wanneer en waarom dat gevraagd werd weet ik eigenlijk niet. Alle zakelijke aanwijzingen kreeg ik van de voorman van Recticel.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

In de tijd dat ik werkte voor Sprintwerkt en daarna Rikla was er in mijn beleving geen verschil in de manier waarop ik mijn werk moest doen. Bij contouren werkte ik meestal (werkzaamheid 15 van productie 10 bij dagvaarding). Ik heb ook wel ander werk gedaan zoals het bij elkaar zoeken van materiaal, uitpakken (dit was het werk vlak na contouren), stansen en boren, horizontalen, korten en met een pompwagen pallets verplaatsen. Dit werk werd ook gedaan door medewerkers van Sprintwerkt en Recticel. Het uitpakken werd niet door werknemers van Recticel gedaan. Het toezicht op alle werkzaamheden werd gehouden door de voorman of teamchef van Recticel.

Ik had mijn eigen werktempo en weet niet wie in het algemeen het werktempo bepaalde. Het is bij mij één keer voorgekomen dat de voorman van Recticel mij vroeg wat harder te werken.

Leidinggevenden van Rikla zag ik meestal één keer per dag, soms vaker. Het was meestal [naam] die de lijsten met daarop de werkplekken kwam brengen.

Een storing op de werkplek meldde ik bij de voorman van Recticel. Er waren op initiatief van de voorman of teamchef van Recticel vergaderingen op de werkplek, dat ging dan over het werk in het algemeen of de productie. Deze vergaderingen waren er soms één keer per week maar soms ook vaker, als er bijvoorbeeld veel retouren waren. Als er een fout ontstond op de werkplek en er bijvoorbeeld iets kapot ging, meldde ik dit bij de voorman van Recticel. Soms werd ik dan naar een andere werkplek gestuurd om even uit te rusten. Als operator moet je namelijk geconcentreerd werken en veel gegevens invoeren en daar kon ik dan even van uitrusten.

Ik denk dat het de voormannen van Recticel waren die bepaalden wanneer er extra werk gedaan moest worden. Ik pauzeerde samen met de werknemers van Recticel, soms verliepen de pauzes wat anders, als er heel veel werk was, maar dit kwam niet heel veel voor.

Mr. Wurfbain en mr. Olde hebben geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Ik heb mij niet op bijzondere wijze voorbereid op de zitting van vandaag. Afgelopen week zijn er twee medewerkers van de FNV bij mij geweest met een aantal vragen die ik heb beantwoord. Met (oud-)collega’s heb ik hierover niet gesproken. De vragen van de FNV leken erg op de vragen die mij vandaag zijn gesteld, bijvoorbeeld over mijn werkplek, wie mij vertelde wat ik moest doen en wat voor werk ik precies heb gedaan. De medewerkers van de FNV kwamen bij mij langs in verband met de gerechtelijke procedure.

Ik wist meestal wel wie bij welke werkgever in dienst was, zeker als mensen er al langer werkten want dan hadden we het daarover.”

2.7.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan zijn zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Ik heb deze verklaring nogmaals gelezen, de inhoud hiervan klopt. Ik heb geen (oud-)collega’s gesproken.

Ik ben vanaf juli 2008 werkzaam geweest bij Recticel, onder meer via Rikla en Sprintwerkt. Ik ben als CNC operator ingewerkt door een medewerker van Rikla, genaamd [medewerker Rikla] . Daarna werkte ik zelfstandig en sneed ik dingen uit, deed de controle en vertelde collega’s waar dingen heen moesten. Omdat er in totaal negen machines stonden kwam het best vaak voor dat er ook aanwijzingen werden gegeven voor bijvoorbeeld de volgorde waarin dingen uitgesneden moesten worden. Deze aanwijzingen werden dan gegeven door de leidinggevende van Recticel. Als ik tijd over had deed ik ook ander werk, bijvoorbeeld bij transport of het uit elkaar halen van schuimblokken. De opdracht voor dit soort werkzaamheden werd door de leidinggevende van Recticel gegeven. De lijsten waarop stond waar iedereen moest werken werden gemaakt door [naam] , die dit doorkreeg via Recticel. Als er op een dag een verandering in werkzaamheden nodig was, dan hoorde ik dat via de leidinggevende van Recticel.

Vakantie moest ik ruim van tevoren regelen. Dit deed ik door de leidinggevende bij Recticel voor akkoord te laten tekenen en dan het briefje in te leveren bij Rikla. Als ik mij vanuit huis wilde ziekmelden dan deed ik dat bij [naam] . Als er tijdens het werk iets was waardoor ik bijvoorbeeld eerder weg moest, dan meldde ik dat bij de leidinggevende van Recticel. Verzoeken om meer te werken kwamen soms van [naam] , maar meestal van Recticel. Een keer per week leverde ik mijn urenbriefjes in bij Rikla.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Ik weet niet zeker of naast Rikla ook door Recticel de gewerkte uren werden bijgehouden, maar ik denk het wel. Naast mijn werkzaamheden als operator bij contouren was ik ook bezig met het stansen van profielen, het verzamelen van onderdelen van een matras op de heftruck en het snijden met een verticale zaag. Ook bij transport en uitpakken heb ik gewerkt. Bij orazone heb ik ook gewerkt en dan moest er worden gezocht naar nieuwe afnemers van retour gekomen matrassen. Ook bij retouren heb ik gewerkt. Overdag hadden de werknemers van Recticel voorrang om als operator CNC te werken en werkte ik daar vooral als er iemand ziek was of met vakantie. Ik werkte vooral ’s nachts en dan werkte ik wel als operator CNC. Ik heb regelmatig ook ander werk dan dat van operator CNC gedaan. De andere werkzaamheden werden door medewerkers van Recticel, Rikla en andere uitzendbureaus gedaan.

Het maakte niet uit bij wie ik in dienst was in de periode dat ik bij Recticel werkte, ik kreeg instructies van de leidinggevende van Recticel.

In mijn schriftelijke verklaring staat dat ik storingen en calamiteiten meldde bij mijn voorman en daarmee bedoel ik de voorman van Recticel. ’s Nachts kon dat niet en dan wachtte ik tot mijn opvolger er ’s ochtends was of anders de voorman van Recticel.

De mensen van Recticel bepaalden het tempo van de werkzaamheden en zeiden dan bijvoorbeeld dat ik sneller moest gaan werken of ander werk moest doen als ik tijd overhad.

Mr. Wurfbain en mr. Niebeek hebben geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Tijdens de nachtdiensten kwam het soms voor dat er niemand was. Als dat het geval was, hield er niemand toezicht en kwam er ’s ochtends iemand een uur eerder om te horen of er nog bijzonderheden waren. ’s Nachts werkten er eigenlijk alleen Poolse mensen. Daar zaten ook voormannen van Recticel tussen, maar het kwam soms voor dat die er ’s nachts niet waren. Ik heb één jaar aaneengesloten alleen ’s nachts gewerkt en ik heb zes operators opgeleid. De meeste mensen die ’s nachts werkten waren in dienst van Rikla, ongeveer tien personen in mijn herinnering. In de hal waar ik ’s nachts werkte waren er in totaal ongeveer twintig tot vijfentwintig personen aan het werk. Er waren naast de hal waar ik werkte drie andere hallen. In de garagehal werkte ’s nachts ongeveer twintig tot dertig personen. In de afvalhal één tot drie en in de laatste hal (polygro) werkten ’s nachts geen werknemers. De pauzes tijdens de nachtdienst waren van tevoren vastgesteld en wij wisten dat we elke twee uur even een pauze konden nemen. Er was dan niet iemand die daar op toezag. Het had de voorkeur van Recticel om tijdens de nachtdiensten mensen in te zetten met ervaring en die goed zelfstandig konden werken. Op die manier moest voorkomen worden dat er ’s nachts problemen zouden ontstaan. Binnen die groep was er geen verschil in hiërarchie omdat ervan uit werd gegaan dat iedereen zelfstandig zijn werk kon doen. Overdag was dit anders, de voorman van Recticel liet mij de machines doordraaien in de tijd dat de werknemers van Recticel pauze hadden. Ik had dan daarna pauze.”

2.8.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan zijn zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Ik heb deze verklaring nogmaals gelezen, de inhoud hiervan klopt. In het verleden heb ik hierover met de vakbond gepraat.

Ik werkte samen met mijn neef, [namen getuige(n)] , als inpakker en daarnaast ook op de expeditieafdeling. In totaal werkten daar ongeveer drie mensen die allemaal in dienst waren van Rikla. [naam] was mijn leidinggevende, maar wij werkten vooral zelfstandig. Als er op de expeditieafdeling een transport binnenkwam, dan kwam het voor dat de medewerkers van Recticel ons vroegen om bij te springen met het uitladen. Ik begon meestal om zes uur ’s ochtends met werken en het kwam vaak voor dat ik tot zes uur ’s avonds moest blijven. Het verzoek om langer te blijven kwam soms van mijn leidinggevende [naam] , maar soms zagen wij het zelf al aankomen. Er hing altijd een lijst met medewerkers waarop bijgehouden werd hoelang er gewerkt werd. Recticel-medewerkers vulden dit in en anders deden we het zelf. Soms was [naam] al van tevoren op de hoogte en dan vulde hij de lijsten in. Iedere vrijdag vulden wij zelf een urenbriefje in en gaven dat op de maandag daarna af op het kantoor van Rikla, dat zich naast het pand van Recticel bevond.

Vakantie regelde ik met [naam] en vulde ik in de weekbriefjes in. Als ik een dag niet kon komen regelde ik dat ook met [naam] . Het werktempo werd bij mij bepaald door de hoeveelheid aangeleverd materiaal. Het kwam voor dat medewerkers van Recticel kwamen kijken hoe wij ons werk deden. Opmerkingen van medewerkers van Recticel kregen wij als er met het materiaal iets niet goed was, er iets nodig was of wanneer er iets veranderd moest worden. Er werden geen opmerkingen gemaakt over de manier waarop wij onze werkzaamheden verrichtten.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Ik werkte niet in de nachtdienst. Hoe het er dan aan toe ging heb ik alleen uit verhalen van collega’s. Uit die verhalen heb ik begrepen dat er ’s nachts door medewerkers van Recticel toezicht werd gehouden.

Naast mijn werkzaamheden als inpakker en op de expeditieafdeling heb ik ook weleens, maar niet vaak, andere werkzaamheden verricht, bijvoorbeeld stansen, uitpak en profielen. Dit laatste echt niet vaak. Op de uitpakafdeling werkten er naast medewerkers van Rikla ook mensen van Sprintwerkt. Bij de andere werkzaamheden werkten er daarnaast ook mensen van Recticel en anderen. Als ik andere werkzaamheden moest verrichten dan was ik met name hulp van meestal Poolse collega’s. Dit waren veel werknemers van Rikla, maar niet altijd. Op de inpakafdeling werkten geen medewerkers van Recticel. Als het daar erg druk was werden er via Sprintwerkt uitzendkrachten ingeschakeld.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

De inpakafdeling bevindt zich in de expeditiehal. Dit is niet bij de afdelingen contouren en specialties. In de expeditiehal liepen ook medewerkers van Recticel rond, waaronder teamleiders en voormannen. Soms bemoeiden die zich ook met ons, bijvoorbeeld als zij iets nodig hadden of als er iets niet goed was gegaan.

Mr. Niebeek heeft geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Tijdens de nachtdienst was er één medewerker van Recticel werkzaam als leidinggevende in onze hal. Ik weet niet of diegene ook leidinggaf in de andere hallen tijdens deze nachtdiensten. Ik weet niet hoeveel medewerkers van Rikla er in alle hallen aan het werk waren tijdens de nachtdienst. Tijdens de nachtdienst werkten er vooral Poolse medewerkers via Rikla en Sprintwerkt. Gedurende een korte periode hebben ook medewerkers van Recticel nachtdienst gedraaid, maar die konden dat werk niet aan.

Ik heb voorafgaand aan vandaag twee keer gesproken met medewerkers van de FNV. Deze gesprekken gingen net als nu over hoe ons werk eruitzag en daarbij is het ook gegaan over dit getuigenverhoor.”

2.9.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan haar zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Ik heb deze verklaring nogmaals gelezen, de inhoud hiervan klopt.

In 2014/2015 kreeg ik een hesje waarop stond ‘leidinggevende Rikla’. Op mijn afdeling specialties waren er ongeveer vier à vijf medewerkers, in ieder geval per ploeg één, met zo’n hesje. Ook op de andere afdelingen was dat zo geregeld. De bedoeling was dat mijn collega’s met mij communiceerden over problemen op het gebied van bijvoorbeeld storingen en dat ik dat dan weer doorgaf aan de teamleider of voorman van Recticel. De teamleider of voorman van Recticel konden op hun beurt ook met mij communiceren over storingen of bijvoorbeeld het verrichten van ander werk als er niets te doen was. In het begin liep dit wel goed, maar daarna werd het minder en communiceerde iedereen weer met iedereen. Voor mijn werkzaamheden aan de boor/freeslijn moest ik overleggen met de operators die in dienst waren van Recticel. Ik hoorde ook van de teamchefs wel wat we die dag moesten gaan doen en wat er aan werk moest worden voorbereid. Er was iedere week een lijst waarop stond in welke ploeg ik moest werken en die werd gemaakt door Recticel.

Ook als ik vakantie wilde opnemen vroeg ik dat aan Recticel, die daarvoor akkoord moest geven. Overwerk deed ik op verzoek van Recticel. Ik hield wel mijn eigen administratie bij en leverde eind van de week een briefje in met daarop de door mij bijgehouden uren en leverde dit in op het plekje naast het kantoor van de teamchefs en voormannen van Recticel. Deze briefjes werden vervolgens door Rikla opgehaald, ik meen dat dit door [naam] werd gedaan. Als ik mij vanuit huis ziek moest melden deed ik dat via een sms aan [naam] , als dit gebeurde onder werktijd dan meldde ik dit aan de teamchef van Recticel. Het is voorgekomen dat ik langer vakantie wilde opnemen in verband met de kerstperiode die ik graag in Polen zou willen doorbrengen. Bij Recticel wilde men dat niet omdat men bang was dat dan iedereen eerder weg zou willen. Daarom heb ik hierover ook bij Rikla gepraat, maar zij zeiden daar dat als Recticel langer vakantie in die periode niet goed zou vinden, dit niet mogelijk zou zijn.

Over zaken als het tempo waarin gewerkt moest worden of dingen die anders moesten, communiceerde ik met voormannen en teamchefs van Recticel, zoals [naam werknemer Recticel]

Naast mijn werk aan de boor/freeslijn heb ik ook kussens ingepakt. Dit werk werd ook gedaan door medewerkers van Recticel, Rikla en Sprintwerkt. Als er geen werk was aan de boor/freeslijn werkte ik bijvoorbeeld ook bij de inpakmachine. Ook daar werkten medewerkers van Recticel, Rikla en Sprintwerkt. Bij de boor/freeslijn werkten, met uitzondering van de operators, alleen medewerkers in dienst van Rikla en Sprintwerkt. De operators bedienden de machines aan de boor/freeslijn en waren verantwoordelijk voor het snijden. Het tricoteren en lijmen deden wij.

Mr. Vergouwen, mr. Wurfbain en mr. Niebeek hebben geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Ik heb ongeveer twee weken voor de zitting van vandaag overleg gehad met de FNV. Daarbij hebben wij gepraat over de onderwerpen zoals we die vandaag ook hebben besproken en daarbij is het ook gegaan over de zitting van vandaag. Ik heb geen overleg hierover gehad met (ex-)collega’s.

De lijst die eind van de week werd gemaakt voor de week erna werd opgesteld door Recticel.

De schriftelijke verklaring heb ik zelf opgesteld in het Nederlands en toegestuurd aan de FNV. Mijn collega’s hadden volgens mij de keuze om de verklaring of in het Nederlands of in het Pools op te stellen.”

2.10.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête het volgende verklaard.

“Ik heb in totaal zes jaar in dienst van Recticel als teamleider gewerkt. Eerst drie jaar op de afdeling bedding, daarna drie jaar op de afdeling assembly/specialties. Als teamleider was ik leidinggevende, dat betekende dat ik toezag op het netjes uitvoeren van de werkzaamheden en bijvoorbeeld ook de planning maakte.

De afdeling bedding was de snijafdeling bij Recticel, waar grote blokken schuim werden verwerkt en voorbereid om er matrassen van te maken. In totaal stonden er ongeveer elf computergestuurde contourmachines en ook nog een aantal kleinere machines op deze afdeling. Er werd in drie shifts gewerkt. Per shift kwam dit neer op ongeveer 40 à 50 medewerkers. Een klein deel daarvan, ongeveer twaalf personen, was in dienst bij Recticel en de rest werd via Rikla ingeleend. Rikla was volgens mij een inhouse flexbedrijf. Als ik het heb over medewerkers van Rikla, dan bedoel ik zowel de medewerkers die bij Rikla in dienst waren als die via Rikla werden ingeleend. Af en toe werd er via Rikla ook extra personeel ingeleend; zij coördineerde dit. Ik weet dat er onder de medewerkers in dienst van Rikla op verschillende niveaus werd gewerkt, maar de indeling van wie waar werkte werd door [naam] gemaakt. Ik gaf wekelijks de planning door van het aantal mensen dat we verwachtten nodig te hebben, waarna [naam] dit verder invulde. Het kwam ook voor dat er gedurende de week meer mensen nodig waren en dan gaf ik dit aan [naam] door. Ik had meerdere keren per dag contact met [naam] , of wel op de werkvloer, of wel op het kantoor van Rikla aan de overkant. Dit gold voor alle teamleiders van Recticel. De andere heren [naam] zag ik ook regelmatig, omdat zij op de werkvloer langsliepen.

Als er mensen met vakantie of afwezig waren, dan was Rikla daarvan op de hoogte. De afstemming van vakantiedagen verliep via Rikla. Een medewerker van Rikla vulde een verlofbriefje van Rikla in, waarop een teamleider van Recticel dit briefje voor gezien tekende, waarna de medewerker het bij Rikla inleverde. Als er door een teveel aan verlof problemen in de bezetting ontstonden dan stemden wij dit direct af met Rikla.

Ziekte werd helemaal geregeld via Rikla. Als ik merkte dat er iemand die dag niet was verschenen, belde ik naar Rikla, maar ook andersom kwam voor, wanneer Rikla al wist dat er iemand niet zou komen. [naam] liep dan langs of belde hierover op. Als er een probleem in de bezetting ontstond, regelde Rikla de vervanging. Als er tijdens het werk iemand ziek werd, dan werd dit doorgegeven aan de voorman of de teamleider. Die tekende dit af op de urenlijst. Met urenlijst bedoel ik de lijst die wij van Rikla ontvingen en waarop werd bijgehouden door Reticel hoeveel uren er iedere dag door een medewerker gewerkt werden. Een kopie van deze lijsten werd iedere dag door Rikla opgehaald en het origineel stopte ik bij Recticel in een dossier.

Als er op een bepaalde afdeling overuren moesten worden gemaakt, dan vroeg de voorman of teamleider dat aan de medewerkers en werd dit ook doorgegeven aan Rikla. Er was continu contact met Rikla.

Op de afdeling assembly/specialties werkten in totaal ongeveer 60 mensen. Op die afdeling stonden ongeveer zes lijmmachines, een boor/freesmachine en in totaal denk ik 20 machines variërend in grootte. Achttien medewerkers waren in dienst van Recticel. De rest was in dienst van Rikla of werd door Rikla als coördinator ingeleend bij andere uitzendbureaus. Ik weet niet precies wie via welk uitzendbureau werd ingeleend. Op deze afdeling had ik dezelfde taken als op de afdeling bedding. De gang van zaken met betrekking tot de planning van vakanties, ziekmelding en urenregistratie waaronder overuren, verliep op dezelfde manier als op de afdeling bedding, zoals door mij hiervoor verklaard.

In 2014/2015 waren er op de afdeling specialties mensen die een hesje gingen dragen. Dit had verband met het feit dat de lijnen binnen de afdeling specialties waren geoutsourcet. Onderdeel van deze outsourcing was, zo is mij uitgelegd, dat er vanaf dat moment per stuk zou worden gefactureerd aan Recticel. Ik wist dat men dit van plan was bij Recticel en neem aan dat er daarvoor een tender was, maar dat weet ik niet zeker. Vanaf het moment dat de hesjes werden uitgedeeld, maakte de teamleider niet langer de planning voor de bemanning van de diverse lijnen. Ik deelde mede aan Rikla ‘die lijn moet draaien’, in plaats van ‘ik heb zoveel mensen nodig voor die lijn’. Het contact over de invulling van het werk met flexmedewerkers werd vanaf dat moment anders. Ook werden de medewerkers niet langer door de voorman van Recticel aangestuurd, maar was het vanaf dat moment zo dat de teamleiders van Recticel communiceerde met de voorman van Rikla/degene die het hesje droeg. Sommige medewerkers van Rikla die het hesje gingen dragen werkten daar al langer. Aanvankelijk verzorgde Rikla de planning en bemanning van de lijnen die waren uitbesteed en daarna is er ook contact geweest met andere uitzendbureaus, maar ik weet niet precies met welke en vanaf welk moment.

Het outsourcen van bepaalde lijnen is volgens mij alleen op de afdeling specialties gebeurd. Het betrof volgens mij één hotmeltlijn, een onderdeel van de boor/freeslijn (het laatste deel van het lopende bandsysteem waarbij onder meer tricothoezen om matrassen moesten worden gedaan) en één lijmwals. De overige lijnen op de afdeling specialties werden bemand door medewerkers van Recticel en flexmedewerkers, waaronder medewerkers van Rikla. Hierin veranderde niets na de outsourcing. Mij is niet bekend bij wie de medewerkers in dienst waren die werkten aan de lijnen die werden geoutsourcet.

Na de outsourcing was ik als teamleider nog wel verantwoordelijk voor de kwaliteit op de afdeling, maar de communicatie daarover verliep via de voorman met het hesje van Rikla. Als ik bijvoorbeeld zag dat er bij een bepaalde lijn te weinig productie werd gedraaid dan gaf ik dat ook door aan de voorman met het hesje van Rikla. Met de planning en bemanning van de lijnen die waren geoutsourcet bemoeide ik mij helemaal niet meer. Het contact met de leidinggevenden van Rikla is door de outsourcing eigenlijk niet veranderd.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Ik ken het overzicht van werkzaamheden dat als productie 10 is overgelegd bij dagvaarding. Binnen Recticel verrichtten alle medewerkers van Recticel en Rikla alle werkzaamheden, met uitzondering van de trimfoam-verwerking (nummer 13 van productie 10) en mobius (nummer 4 van productie 10). De aansturing bij deze werkzaamheden werd niet door Recticel gedaan. Rikla regelde dit en ik weet dat in ieder geval [naam werknemer Recticel] daarin een rol had. Ik weet niet precies wat de reden was om over de outsourcing van bepaalde lijnen te gaan praten, maar dit had denk ik te maken met de prijs omdat het interessant kan zijn om met vaste prijzen te werken, bijvoorbeeld wanneer de omvang van de productie achterblijft.

Ik ben niet bekend met de manier waarop bij Recticel werd gefactureerd. Ik weet dat er geruchten waren dat er in plaats van per uur per kilo werd gefactureerd en dit zou altijd al zo zijn geweest. Ikzelf heb enkel uren doorgegeven op de wijze waarop ik hiervoor heb verklaard en nooit kilo’s, omdat die mij helemaal niet bekend waren.

Als er een calamiteit of storing was werd dat bij de teamleider gemeld. Na de outsourcing kreeg de teamleider dat via de voormannen met het groene hesje te horen.

Als teamleider kon ik alle mensen op de werkvloer, samen met mijn voormannen, direct aanspreken. Pas na de outsourcing is dit veranderd. Er was voor wat betreft lunch, pauzes en informeel contact geen verschil tussen de Rikla-medewerkers en de Recticel-medewerkers. Voor mij was het enige verschil dat ik met de mensen die onder mij vielen wel beoordelingsgesprekken moest voeren.

Als er een fout werd gemaakt dan werd dat bekend gemaakt aan de teamleider of voorman en werd de medewerker in kwestie daarop door hen aangesproken. Het is ook voorgekomen, maar niet vaak, dat een medewerker niet hoefde terug te komen als wij van mening waren dat diegene niet geschikt was voor het werk dat hij of zij op dat moment moest doen. Als het Rikla-medewerkers betrof gaf ik dat door aan mijn contactpersoon bij Rikla, [naam] .

De vakantiebriefjes zaten in een bakje aan de muur van mijn kantoor bij Recticel met daarop het logo van Rikla. In drukke periodes was het moeilijk om verlof op te nemen omdat er bijna altijd gedraaid moest worden. Het kwam dan voor dat ik een verlofaanvraag weigerde.

Ik heb niet de indruk dat, zoals een van de anderen getuigen blijkbaar heeft verklaard, er na enige tijd de klad kwam in de afspraken die er over de communicatie na de outsourcing waren gemaakt. Ik weet wel dat het lastig was, ondanks de goede instructies die er waren gegeven over de communicatie via de voormannen in de groene hesjes. Het is wel voorgekomen dat we ons niet aan de afgesproken spelregels hielden, maar het was altijd wel de bedoeling om ons daaraan te houden. Het ging weleens mis in die zin dat een voorman van Recticel direct contact had met Rikla-medewerkers of andersom.

Ik heb contact gehad met medewerkers van de FNV, maar niet met een van de andere partijen in deze procedure. In het gesprek met de FNV ging het over de gang van zaken tijdens het getuigenverhoor, maar is ook gesproken over de vragen die er vandaag gesteld konden worden. Deze vragen zijn vandaag ook deels aan de orde gekomen.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

U toont een groen hesje met daarop de tekst ‘Rikla leidinggevende’. Dit is het hesje dat de voormannen van Rikla droegen.

Ik heb op zowel de afdeling bedding als specialties ook ’s nachts gewerkt. Op de afdeling bedding was dit vaker omdat er in drieploegendienst werd gewerkt zodat ik één keer in de drie weken een week nachtdienst had. Op de afdeling specialties was dit minder omdat men daar in een tweeploegendienst werkte. Op een gegeven moment was er ook een nachtdienst in verband met de boor/freeslijn en toen heb ik ook daar nachtdiensten gedraaid. Bij nachtdiensten horen ook de weekenden, maar die uren werden als overwerk geregistreerd.

Op vragen van mr. Olde antwoord ik:

Ik werkte van ongeveer mei 2010 tot ongeveer september 2016 in dienst van Recticel.

De functie van de urenlijsten was volgens mij om de aanwezigheid van medewerkers te controleren en ook om overwerk of verkorting van een werkdag op aan te geven. Medewerkers werden bijvoorbeeld tussen zes en twee ingepland, maar waren soms bijvoorbeeld al om twaalf uur klaar en dan werd dit daarop aangetekend. Deze lijsten gingen na afloop naar Rikla.

Ik heb als medewerker van Recticel een ‘druppel’ ontvangen waarmee ik ’s ochtends het pand binnen kon komen. Ik herinner mij niet dat die ook aan medewerkers van Rikla is verstrekt. Op een gegeven moment werden aan medewerkers van Rikla wel pasjes verstrekt die ook gebruikt werden voor de toegang tot het pand. Deze druppels en pasjes dienden de veiligheid, omdat men daarmee wist wie er in het pand was. Voor medewerkers van Recticel dienden de druppels en pasjes ook als controlemiddel voor de gewerkte uren. Medewerkers van Recticel hoefden uren niet zelf te registreren. Op deze manier werd wel duidelijk als er bijvoorbeeld overuren gemaakt waren of wanneer iemand voortijdig het bedrijfspand had verlaten. Het zou ook prima kunnen zijn dat de pasjes dienden ter controle van de gemaakte uren door medewerkers van Rikla.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Er zat geen verschil tussen de medewerkers die overdag werkten en degenen die ’s nachts werkten.

Ik herhaal dat mij niet bekend was hoe en via welk uitzendbureau Rikla haar medewerkers wierf.

Ik ben uit hoofde van mijn functie als teamleider op de hoogte van alle werkzaamheden die er bij Recticel werden verricht. De lijst met werkzaamheden is mij ter voorbereiding van dit getuigenverhoor getoond en ik herkende ze allemaal. Achttien van de op deze lijst voorkomende werkzaamheden vielen onder mijn directe verantwoordelijkheid, maar die staan weer in verband met de overige werkzaamheden. Daarom weet ik ook precies welke van de hiervoor in mijn verklaring opgesomde werkzaamheden volledig door medewerkers van Rikla werden verricht.

Er werd binnen Recticel gesproken over ‘Riklanen’. Daarmee werden feitelijk de flexmedewerkers bedoeld, dat wil zeggen de medewerkers die geen dienstverband bij Recticel hadden. We gebruikten dat woord bijvoorbeeld om te kijken hoe het personeelsbestand op dat moment precies was samengesteld in de mix vast/flex. En ook om te kijken met wie er beoordelingsgesprekken moesten worden ingepland.”

2.11.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan zijn zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Ik heb deze verklaring nogmaals gelezen, de inhoud hiervan klopt.

Ik werkte vanaf 2007 in dienst van Rikla bij Recticel op de inpakafdeling. Daar werkte ik met ongeveer drie mensen en soms met nog twee mensen extra als er veel werk was. Ik werkte alleen ’s ochtends. Toezicht op het werk dat ik deed was er soms via een teamleider, bijvoorbeeld bij een beschadiging. [naam] liep over de inpakafdeling door naar zijn kantoor. Als er een storing was en [naam] was in de buurt, dan werd dit aan [naam] gemeld, die de onderhoudsmonteur inschakelde. Als [naam] er niet was gaven we dit door aan de voormannen van Recticel, bijvoorbeeld [naam werknemer Recticel] en [naam werknemer Recticel] .

Ik heb naast het werk als inpakmedewerker ook wel gewerkt bij stansen, de uitpak, op de bouwplaats en de expeditie. Bijvoorbeeld als er geen werk was bij de inpak, of tijdelijk totdat een andere medewerker er was. Het was [naam] die mij dat vroeg. Soms vroeg een teamchef dat nadat [naam] hem had gebeld om dit aan mij te vragen.

Meestal werkten wij van zes tot zes, maar ook wel van zes tot ongeveer twee of vier uur. Overwerk vroegen wij zelf aan [naam] en die zei dan of het goed was.

Vakantieaanvragen deden wij via [naam] en als hij er niet was via [gedaagde in vrijwaring 6] . In geval van ziekte (vanuit huis of tijdens werktijd) meldden wij dit aan [naam] .

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Alleen bij de uitpak werkten er Nederlandse medewerkers bij de machines en Poolse medewerkers bij de materialen. Maar op een gegeven moment stonden ook de Poolse medewerkers bij de machines. Op de andere afdelingen werkte iedereen door elkaar heen. Toen ik begon met werken kon ik aan de kleding niet zien wie waar werkte, maar ongeveer twee of drie jaar voordat ik stopte, eind 2014/ eind 2015, kwamen er hesjes. Rode hesjes voor de baas, blauwe hesjes voor de hulpmedewerkers. Er waren ook groene hesjes, maar ik weet niet meer wie die hesjes droegen. Het rode hesje werd gedragen door de mensen die verantwoordelijk waren en zij waren allemaal in dienst bij Recticel. Ik herinner mij [naam werknemer Recticel] op de expeditie, [naam werknemer Recticel] , [naam werknemer Recticel] en nog iemand van wie ik de naam niet meer weet.

Wij werkten snel. Soms kwam er iemand langs om te zeggen dat het nog sneller moest of werden er extra mensen ingezet. Het was [naam werknemer Recticel] die meestal langskwam.

Ik heb alleen via Rikla bij Recticel gewerkt. Na mijn ontslag bij Rikla heb ik ongeveer één jaar voor Sprintwerkt gewerkt. Omdat ik in Duitsland woon moest ik reizen, maar er was bij Sprintwerkt maar af en toe werk. Toen ik zei dat ik te weinig werkte/verdiende om elke dag naar Nederland te komen zei men daar dat ik dan maar moest verhuizen. Ik heb in dat jaar niet bij Recticel gewerkt.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

Ik had een vaste collega in de periode dat ik bij Recticel werkte, dat was mijn neef [namen getuige(n)] . Wij hebben de hele periode bij Recticel samengewerkt, maar mijn schoonvader werkte ook bij Recticel op de afdeling inpak. Op uw vraag of wij zelfstandig werkten antwoord ik dat wij samenwerkten. Wanneer wij met drie personen werkten verdeelden wij de taken over drie en als wij met twee personen werkten verdeelden wij dezelfde taken over twee personen.

De inpakafdeling is een paar keer verhuist. Eerst was die bij de expeditie en aan het einde was die bij kantoor. De inpakafdeling was altijd in de buurt van de expeditie, zodat er niet te ver vervoerd hoefde te worden. De inpakafdeling was ook in de buurt van de plek waar de materialen verzameld werden.

Eerst verdiende ik hetzelfde salaris als de andere medewerkers van Rikla. Nadat mijn tweede kind was geboren heb ik aan [gedaagde in vrijwaring 6] gevraagd of ik meer kon verdienen en toen is mijn salaris per uur omhoog gegaan.

Op vragen van mr. Olde antwoord ik:

Met zijn tweeën of drieën werkten wij zelfstandig omdat we wisten wat we moesten doen. De volgorde van werken was bekend, want wij moesten de data aanhouden. Soms kwam [naam werknemer Recticel] met de vraag om een pallet eerder af te handelen omdat men daar op de expeditie op zat te wachten en dan deden wij dat.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

Waar ik eerder in mijn verklaring het heb over Nederlandse medewerkers en Poolse medewerkers had ik ook kunnen zeggen medewerkers van Recticel en medewerkers van Rikla.

Ik weet niet wie de rode hesjes heeft uitgedeeld.”

2.12.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan haar zijde het volgende verklaard.

“Ik heb eerder een schriftelijke verklaring afgelegd, die bij de stukken zit. Ik heb deze niet meer gelezen, maar ik denk dat de inhoud hiervan klopt.

Ik heb van oktober 2005 tot oktober 2008 via Totalteam en van oktober 2008 tot september 2015 in dienst van Rikla bij Recticel gewerkt. Dat wil zeggen; het werk bij Recticel zelf hield in juli 2015 op, dus vanaf dat moment ben ik niet meer bij Recticel geweest. In het begin ben ik ingewerkt door twee Nederlandse medewerkers in dienst van Recticel en toen die naar een andere afdeling gingen ben ik hun taken gaan overnemen en als voorman gaan werken. In die functie kreeg ik van de teamleider, [naam werknemer Recticel] , een medewerker in dienst van Recticel, opdrachten en verdeelde ik die opdrachten onder de Poolse medewerkers. Deze Poolse medewerkers kwamen vanuit verschillende uitzendbureaus, zoals Derksen, PNE, Otto, Total en Sprintwerkt. Ik heb ook een Nederlandse medewerker in dienst van Recticel begeleid, die heette [naam werknemer Recticel] .

Als er veel werk was, werkte ik samen met ongeveer vijf à zes medewerkers op de afdeling trico en als er weinig werk was werkte ik samen met één collega. Er werd op mijn afdeling in drieploegendiensten gewerkt. De laatste vier jaar heb ik zelf alleen in de ochtenden gewerkt, maar daarvóór ook ’s nachts. Het verschil tussen een dag- en nachtdienst is dat het ’s nachts rustiger is. Er zijn ’s nachts ook minder leidinggevenden aanwezig. Overdag waren er twee teamchefs, drie voormannen, de manager Bert [naam werknemer Recticel] , de directeur en ook medewerkers van kantoor die ook de controle deden. Al deze mensen waren in dienst van Recticel. Tijdens de nachtdienst waren er in het begin alleen Poolse mensen aan het werk, maar daarna was er in het bedrijfspand van Recticel ’s nachts ook één voorman in dienst van Recticel aanwezig.

Ik heb de laatste ongeveer acht maanden gewerkt bij de afdeling garage, ook wel genoemd de afdeling specialties.

Op de afdeling trico vroeg ik vakantie aan door een aanvraag daarvoor in te vullen op het kantoor van Recticel en ook bij [naam] . Toen ik op de afdeling garage werkte vroeg ik schriftelijke toestemming van de directeur van Recticel, [namen getuige(n)] . Ik kan mij herinneren dat ik één keer ziek ben geweest en toen ben ik langs het kantoor van Rikla gereden om mij daar ziek te melden. Als ik onder werktijd weg wilde moest ik dat alleen vragen aan degene die de leiding had over de ploegendienst op dat moment of aan de teamchef of voorman van Recticel. Als ik overwerk moest doen werd mij dat meestal door [naam] gevraagd maar soms ook door de voorman van Recticel.

Ik weet niet meer precies wanneer, maar tijdens ongeveer de laatste twee jaar of het laatste jaar kwamen er op de werkvloer rode en groene hesjes. Dit is zo besproken tussen de teamchefs van Recticel en [gedaagde in vrijwaring 6] , maar ik weet niet waarom. De rode hesjes werden gedragen door de teamchefs en voormannen van Recticel. De groene hesjes werden gedragen door mensen in dienst van Rikla. Deze mensen waren benoemd, ik meen door [gedaagde in vrijwaring 6] , om andere mensen aan te sturen op de afdeling specialties. Eigenlijk waren het een soort voormannen. Ikzelf had zo’n hesje niet. De hesjes werden alleen op de afdeling specialties gedragen en op dat moment werkte ik daar niet. Later werkte ik wel op de afdeling specialties en ook toen werden er hesjes gedragen. Ik heb [naam] op een gegeven moment gevraagd waarom ik geen hesje mocht dragen, omdat mensen met een hesje meer betaald kregen. Hij antwoordde dat dat op de plek waar ik werkte niet nodig was.

Ik werkte zowel op de afdeling trico als garage meestal zelfstandig, want ik hield de volgorde van de datum aan. Soms kwam een voorman van Recticel mij vragen om een andere datum wat eerder te doen. Het is één keer gebeurd dat ik zo’n instructie niet direct of niet direct goed opvolgde en toen zei de teamchef dat ik naar hem moest luisteren omdat hij de baas was.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Ik had een kaart om het bedrijfspand van Recticel binnen te komen en klokte daarmee eind van de dag ook uit. Daarnaast was er ook een computersysteem op de werkplek waar ik ’s ochtends op inlogde en eind van de dag op uitlogde en ook wanneer ik pauze had of naar de wc moest. Dit computersysteem kwam er nadat ik vier à vijf jaar op de werkplek bij Recticel werkte. Ik vulde één keer per week een urenlijstenformulier in en liet dit formulier bij Recticel achter. [naam] nam ze van daaruit mee.

De teamchef bepaalde aan het begin van elke dag hoeveel matrassen er gemaakt moesten worden en daar maakte ik een lijst van. Het kwam dan ook voor dat de teamchef gedurende de dag kwam vragen waarom er niet wat meer matrassen gemaakt waren.

Eén keer per week vond er om twaalf uur bij het prikbord een bijeenkomst plaats met de medewerkers van Recticel, Rikla, Sprintwerkt en andere uitzendkrachten. De voorman van Recticel vertelde ons dan of er schade was, welke fouten er eventueel gemaakt waren, of er problemen waren en of wij suggesties hadden om dingen beter te laten lopen.

In de periode tussen 2005 en 2008 werkte ik via het uitzendbureau Totalteam bij Recticel. Ook toen was het zo dat ik bij problemen naar Rikla ging. Het is in die periode een keer voorgekomen dat ik geen verlof kreeg van [namen getuige(n)] , waarop ik naar [gedaagde in vrijwaring 6] ben gegaan. Van oktober 2005 tot oktober 2008 werkte ik via Totalteam en daar had ik ook een uitzendovereenkomst mee gesloten en van Totalteam ontving ik ook mijn salarisstroken. Dat salaris was hetzelfde als dat ik daarna van Rikla ontving.

Sinds ik voor Sprintwerkt werk heb ik niet meer bij Recticel gewerkt. Dat is mij verboden. Ik ben daar zelfs een keer het terrein afgestuurd, maar ik weet niet waarom.

Mr. Wurfbain heeft geen vragen.

Op vragen van mr. Olde antwoord ik:

Het is bij mij niet voorgekomen dat ik mij onder werktijd heb moeten ziekmelden. De voorman van Recticel had mij wel verteld dat ik bij hem moest zijn als ik eerder weg wilde. Ook als er geen werk meer was en ik eerder naar huis kon, werd mij dat door de voorman van Recticel verteld.

Ik ben overgeplaatst naar garage omdat de afdeling trico werd opgeheven als gevolg van het samenvoegen van een aantal werkzaamheden.

Ik heb voorafgaand aan de procedure, ongeveer twee jaar geleden, overleg gehad met de advocaat en de FNV. Ook heb ik ongeveer twee maanden geleden nog een keer overleg gehad met de FNV over de gang van zaken tijdens dit getuigenverhoor. Daarbij is het ook gegaan over mijn schriftelijke verklaring. Deze verklaring hebben wij samen doorgelezen om te kijken of wat daarin stond nog steeds klopte. De vragenlijst aan de hand waarvan ik mijn schriftelijke verklaring heb opgesteld heb ik ongeveer twee jaar geleden ontvangen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

De Polen waarover ik onder O in mijn schriftelijke verklaring iets heb opgeschreven, zijn medewerkers in dienst van Rikla en van andere uitzendbureaus. Ook de medewerkers die via andere uitzendbureaus bij Recticel werkten, werden via Rikla ingezet. Naast een verschil in pauzes, zoals beschreven onder O in mijn schriftelijke verklaring, was een ander verschil tussen de Nederlandse medewerkers in dienst van Recticel en de andere medewerkers dat die andere medewerkers meer moesten doen. Ze moesten eigenlijk harder werken en gewoon doen wat er gezegd werd. De Nederlandse medewerkers werden niet lastiggevallen en niet aangesproken op dingen.

Ook wanneer ik vakantie aanvroeg bij de directeur van Recticel weet ik niet of Rikla daar vervolgens ook van op de hoogte werd gesteld. Als men het bij Recticel niet goed vond dat ik vakantie wilde opnemen, dan kreeg ik geen verlof van Rikla.”

2.13.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête het volgende verklaard.

“Vanaf eind 2007 werkte ik gedurende ongeveer vijf jaar in dienst van Rikla bij Recticel als heftruckchauffeur en daarna als operator. Ik werkte als heftruckchauffeur met name op de expeditie en als operator op twee plekken, namelijk aan de lobsplitmachine en ook op de plek waar twee kranen grote blokken snijden die daarna verder verwerkt worden. In de tijd dat ik als heftruckchauffeur werkte ben ik ongeveer een halve dag begeleid en ging ik daarna zelfstandig aan de slag. Voor mijn functie als operator heb ik een training van ongeveer één week gehad waarna ik zelfstandig ben gaan werken, maar nog wel onder toezicht van andere operators in dienst van Recticel. Met toezicht bedoel ik dat na de inwerkperiode zij mij konden helpen als er iets misging, maar niet dat er steeds iemand met mij meekeek. Dit toezicht was er tijdens de inwerkperiode wel.

Als heftruckchauffeur kreeg ik aan het begin van mijn ploegendienst een lijst van de teamchef van Recticel waarop stond wat ik die dag moest doen. Als operator ontving ik van de teamchef van Recticel ook een lijstje waarop bijvoorbeeld klanten en bonnen stonden. Bij mijn werk aan de kraan stond alles in de computer.

Als ik vakantie wilde opnemen dan vroeg ik dat aan de teamchef van Recticel en die keek dan in de agenda of het kon. Als het kon, dan vertelde ik dat aan Rikla, aan [gedaagde in vrijwaring 6] , en die vroeg dan of het bij Recticel akkoord was. Als ik ziek was gaf ik dat, zowel vanuit huis als vanaf het werk, door aan de teamchef van Recticel. De teamchef gaf dit dan weer door aan [gedaagde in vrijwaring 6] .

Ongeveer vier weken geleden werd ik benaderd door mensen van de FNV of het klopte dat ik in dienst van Rikla bij Recticel had gewerkt en of ik daarover wilde getuigen. Ik heb toen een vragenlijst ontvangen over wat ik bij Recticel heb gedaan. Ik heb deze vragenlijst in het Pools ingevuld. Met andere mensen heb ik het niet over de zitting van vandaag gehad.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

Het werk als operator aan de lobsplit werd alleen gedaan door mensen in dienst van een uitzendbureau en niet door medewerkers in dienst van Recticel. Bij het werk aan de kranen, het snijden van blokken, was ik de enige Poolse medewerker en de rest van de operators was in dienst van Recticel. Mijn leidinggevenden waren teamchefs in dienst van Recticel, eerst was dat [naam werknemer Recticel] en daarna [naam werknemer Recticel] .

Als het tempo van het werk omhoog moest dan werd dat door de teamchef van Recticel gezegd. Storingen of calamiteiten tijdens het werk meldde ik ook aan de teamchef van Recticel. Hetzelfde geldt voor fouten als die werden gemaakt.

Pauze werd door medewerkers van Recticel en medewerkers van Rikla op hetzelfde moment gehouden. Medewerkers van Recticel droegen hun eigen kleding van Recticel. Medewerkers van Rikla droegen hun eigen kleding. Uitzendmedewerkers kregen geen bedrijfskleding. Ik droeg een jas die mij was gegeven door Recticel en daar stond ook de naam van Recticel op. Medewerkers in dienst van Recticel droegen jassen of hesjes, de productiemedewerkers die schuim produceerden droegen nog weer andere kleding. Ik kon aan de hand van de werkkleding die mensen droegen zien bij welk bedrijf ze werkten.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

Bij mijn werkzaamheden aan de kranen reed ik wel langs de afdeling specialties. Het werk aan de lobsplitmachine was op een plek verder weg van de afdelingen. Alleen de teamchef van mijn eigen afdeling had iets over mij te zeggen. De teamchefs en voormannen van de afdeling specialties en de snijafdeling hadden niets over mij te zeggen.

Op vragen van mr. Olde antwoord ik:

Ik denk dat ik halverwege 2012 bij Rikla uit dienst ben gegaan. Ik heb sinds ongeveer halverwege 2008 een relatie met mevrouw [namen getuige(n)] . De vragenlijst van de FNV heb ik zelf ingevuld en daarover heb ik geen overleg met mijn partner gehad.

Mr. Van Viersen heeft geen vragen.”

2.14.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan zijn zijde het volgende verklaard.

“Vanaf 2008 heb ik eerst in dienst van Sprintwerkt en daarna in dienst van Rikla bij Recticel gewerkt. Ik werkte op de inpakafdeling en daar pakte ik matrassen in. Er werkten daar ongeveer drie mensen in dienst van Sprintwerkt en Rikla, maar geen mensen in dienst van Recticel. Ik werkte aan de hand van de bonnen die op de matrassen zaten. Niemand vertelde mij wat ik moest doen. Ik kan mij niet herinneren dat er weleens iets mis is gegaan bij mijn werk. Als er een matras beschadigd was dan stuurden we die terug naar de productie en ik denk dat we dat dan ook vertelden aan de voorman van Recticel.

Het is niet voorgekomen dat ik mij ziek moest melden. Ik heb in totaal ongeveer tweeënhalf jaar via Rikla bij Recticel gewerkt. In het eerste jaar vroeg ik verlof aan bij [naam] en de laatste anderhalf jaar deed ik dat op het kantoor van Recticel. Recticel besliste over het verlof. Ook in de periode dat ik verlof aanvroeg bij [naam] besliste Recticel daarover en daarom is dit veranderd. Ik weet niet meer wie van Recticel mij dit heeft verteld.

Naast mijn werk op de inpakafdeling heb ik ook wel gewerkt op de plek waar dingen moesten worden verzameld. Op die plek werkten zowel mensen van Rikla als van Recticel als van Sprintwerkt. Ik heb sporadisch ook nog wel ander werk gedaan.

Ongeveer een maand geleden had iedereen een individuele afspraak bij de FNV. Toen hebben wij gesproken over wat ik bij Recticel deed. We hebben verder niet over de zitting van vandaag gesproken.

Op vragen van mr. Vergouwen antwoord ik:

In de periode dat ik via Sprintwerkt ook bij Recticel werkte, werkte ik daarnaast via Sprintwerkt ook op andere plekken. Ik heb via Sprintwerkt vanaf 2008 ongeveer vier jaar bij onder meer Recticel gewerkt. Daarna werkte ik via Rikla bij Recticel. In de periode dat ik via Sprintwerkt bij Recticel werkte, verliep de aansturing op dezelfde manier als in de periode dat ik via Rikla bij Recticel werkte, namelijk door de voormannen en teamchefs van Recticel.

Als ik sneller moest werken dan werd mij dat verteld door de teamchef of voorman van Recticel. Als er een matras kapot was, dan moest die matras met de bon naar de expeditieafdeling en werd die afgegeven aan de teamchef of leider van de expeditie of anders aan de voorman. Als het voorkwam dat ik zelf een fout maakte in mijn werk, dan meldde ik dat aan de voorman van Recticel.

In de tijd dat ik via Sprintwerkt bij Recticel werkte ontving ik de planning/het rooster per sms van de coördinator van Sprintwerkt. In de tijd dat ik via Rikla bij Recticel werkte ontving ik de planning eerst via [naam] en later kon ik die zien bij het kantoor van Recticel.

Op vragen van mr. Wurfbain antwoord ik:

Ik heb eerst anderhalf jaar bij de inpak gewerkt en daarna bij de opzoek/de plek waar dingen moesten worden verzameld. Dit gaat over de totale periode dat ik via Rikla bij Recticel gewerkt heb.

Mijn collega’s bij de inpak waren de heren [naam werknemer Recticel] en de heer [naam werknemer Recticel] .

De hiervoor door mij aangehaalde veranderingen in procedures hadden niet te maken met mijn verandering in werkzaamheden.

Bij de afdeling opzoek werkte ik samen met [naam werknemer Recticel] . Die was in dienst bij Rikla en kwam later dan ik in dienst. Ik begeleidde hem en hij niet mij. Het werd wel gezegd dat het bij de afdeling opzoek een puinhoop was, maar wij konden gewoon alles vinden wat nodig was om een matras in elkaar te zetten. [naam werknemer Recticel] was niet betrokken bij de manier die is gevonden om ervoor te zorgen dat alle zaken op de afdeling opzoek wel terechtkwamen.

Mr. Olde heeft geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen antwoord ik:

In het geval ik mij wel ziek had moeten melden, dan zou dat in het begin zijn geweest bij Sprintwerkt, daarna bij Rikla en aan het eind bij Recticel.

Op een nadere vraag van mr. Vergouwen antwoord ik:

Op de afdeling opzoek was er een teamchef in dienst van Recticel die deze afdeling, maar daarnaast ook een groter deel van de werkzaamheden, onder zijn hoede had.”

2.15.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan zijn zijde het volgende verklaard.

“Ik heb ter voorbereiding van de zitting van vandaag gesproken met de advocaat over het feit dat er vandaag een zitting zou zijn. Ik heb niet eerder een schriftelijke verklaring afgelegd maar was wel aanwezig bij de comparitie. Ik heb in dienst van Rikla eerst op de uitpakafdeling gewerkt. Daarna werkte ik bij de zaagmachine waar ik matrassen sneed en daarnaast soms ook nog op de uitpak waar ik matrassen schoonmaakte. Ik werd door leidinggevenden van Recticel, Richard, [naam werknemer Recticel] of Hans , gevraagd bepaald werk te doen. Zij hielden toezicht tijdens het werk maar dat betekent niet dat zij per se naar mij toe kwamen. Maar ze liepen rond om af en toe te kijken en het werk te controleren. Zij zeiden niks bijzonders maar gaven opdrachten. Zij werkten ieder een shift, dus niet samen. Deze opdracht kon zijn of naar de zaagmachine of naar de uitpak. Het kwam voor dat er bij de uitpak waar ik op dat moment aan het werk was teveel producten ophoopten en dan werd mij door een van de leidinggevenden van Recticel gevraagd om dat weg te werken bij de zaagmachine. Dit kwam één a twee keer per week voor en was vooral afhankelijk van het werktempo en de ervaring van mijn collega’s.

s’ Ochtends hing er een lijst die door [naam] werd voorgelezen, wie die lijst maakte weet ik niet. Daardoor wist ik waar ik die dag moest werken. s’ Ochtends was dus al bekend of ik op de uitpak of bij de zaagmachine mocht werken. Als ik vrij wilde nemen dan melde ik dat bij [gedaagde in vrijwaring 6] . Dit deed ik ook als ik een keer ziek was. Als het nodig was om langer te werken dan werd mij dit door [naam] gevraagd.

Op vragen van mr. Vergouwen:

De werkzaamheden die ik verrichtte bij de zaagmachine en de uitpak werden gedaan door Poolse werknemers in dienst van Rikla. Er werkten daar ook mensen via andere uitzendbureaus. Ik hield mij nooit bezig met wie waar in dienst was. Ik weet dat bij de uitpak voornamelijk mensen in dienst van Rikla werkten en één Nederlander in dienst van Recticel. Bij de zaagmachine werkte ik zelf en soms werd ik afgewisseld met een werknemer van Rikla. Er werd geen norm gezegd voor wat betreft de aantallen of snelheden matrassen per uur. Als je aan het werk was werkte je gewoon door. Er zaten op de matrassen bonnen voordat ze naar de zaagmachine gingen. Op die bonnen stonden de afmetingen volgens welke ik moest snijden. Volgens mij werden deze bonnen door Recticel gemaakt, er stond namelijk volgens mij Recticel op de bon, maar misschien vergis ik mij. De machinebewerkers moesten de afmetingen programmeren die wij dan moesten aflezen voordat de matrassen gesneden werden. Er werd gewerkt met een inkloksysteem, ik had een pasje dat s ’ochtends en s ’middags werd gescand. De kantoorruimte van Rikla zat ongeveer 10 meter van de productieruimte buiten de productiehal. De kantoorruimte van Recticel zat ín de productiehal. Als er een storing of calamiteit was dan melden ik dat bij de ploegleider van Recticel. Die belde dan de machine-insteller van Recticel die dan kwam om het probleem op te lossen. Er was een wekelijkse bijeenkomst over het werk onder leiding van [naam werknemer Recticel] van Recticel, die vertelde in het Nederlands hoe het werk verliep. Dit werd vertaald in het Pools, maar ik spreek geen Nederlands en geen Pools. Ik weet daarom niet wat hij vertelde wat er gebeurde als het niet goed zou gaan met de vorderingen op het werk. Maar de leidinggevende van Recticel vertelde dit soort dingen aan de ploegchef die dan weer naar degene ging die wat moesten weten.

Op vragen van mr. Wurfbain

Ik spreek Grieks, Russisch, Georgisch en Turks. Ik spreek geen Duits en Engels, een beetje Pools en een beetje Nederlands. Mijn werk bij de uitpak en de zaagmachine zat bij elkaar in de buurt. Dit is één afdeling maar ik weet niet hoe die heet. Ik heb op deze afdeling vanaf 2003 tot en met 2015 gewerkt. Ik heb veel ervaring opgedaan in het soort werk dat ik deed, ik kende mijn werk uitstekend. Ik ben een tijdje ook als een soort leidinggevende aangesteld door [naam werknemer Recticel] . Als een van mijn collega’s niet goed functioneerde ging ik naar een van de drie ploegleiders van Recticel. Niet naar [gedaagde in vrijwaring 6] . De ploegleiders hadden gevraagd dit aan hen door te geven en waarschijnlijk gaven zij dit weer aan [gedaagde in vrijwaring 6] door. Ik werkte nieuwe mensen op mijn afdeling in, de ploegleider vroeg naar dit aan de ervaren mensen op de afdeling. Naast mij werd dit door iedereen die langer werkte op de afdeling, gedaan. Ik startte mijn werk om zes uur en wist vaak niet hoe lang ik zou moeten werken, er werden vaak overuren gemaakt. Op mijn afdeling werkte ik eerst in meer ploegendiensten maar later werkte ik alleen in de eerste ploegendienst. Ik had dit aan [gedaagde in vrijwaring 6] gevraagd omdat s ‘nachts werken een steeds groter probleem werd. Ik werd toen vast in de eerste ploegendienst ingedeeld. Toen de nieuwe manager van Recticel kwam, waarvan ik de naam niet meer weet, werd ik wel weer in de tweede shift ingedeeld.

Op vragen van mr. Nouwen

Geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen

Waar ik eerder sprak over “onze problemen” bij Rikla en Recticel samen met de advocaat, bedoelde ik dat we eerst niet wisten wat er speelde. Pas tijdens de zitting werd duidelijk dat wij onderbetaald werden en dat bedoel ik met “onze problemen”. Ik sprak met de leidinggevende van Recticel, Richard, [naam werknemer Recticel] en Hans , in het Nederlands, want als het over het werk gaat, begrijp ik het Nederlands voldoende. Op mijn afdeling was er geen onderscheid in functies tussen voormannen en de rest. Er waren wel operators, maar dat waren Marokkanen en Nederlanders in dienst van Recticel. Ik weet niet waarvoor het inkloksysteem precies was bedoelt. Naast het pasje dat wij daarvoor gebruikten werden mijn werktijden ook op papier geregistreerd. Dit was door Rikla gevraagd. Deze briefjes leverden wij ondertekend door [gedaagde in vrijwaring 6] bij Rikla in. Degene die in geval van een storing of calamiteit het probleem kwam oplossen was in dienst bij Recticel.”

2.16.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête aan haar zijde het volgende verklaard.

“Ik heb mij natuurlijk voorbereid op vandaag. Ik ga vandaag vertellen hoe het is. De advocaat is bij mij geweest om te vertellen dat er een zitting zou komen. Ik was ook aanwezig bij een eerdere zitting. Ik heb vanaf 2001 voor een andere organisatie gewerkt. Vanaf 2004 of 2005 werkte ik via Rikla. Vanaf 2009 of 2010 had ik een vast contract tot ongeveer 2015. Ik heb niet vanaf het allereerste begin bij Recticel gewerkt. Vanaf 2007 of 2008 werkte ik bij Recticel. De eerste drie-en-een-half jaar werkte ik aan de profielmachine. Vervolgens werkte ik ongeveer twee, tot tweeëneenhalf jaar bij de inpak, de tricotafdeling, aan de stansmachine en de boormachine. s ‘Ochtends vertelde [naam] waar we die dag moesten staan en dat bleef de hele dag op dezelfde plek. Ik startte om zes uur en tijdens de eerste pauze vertelde [naam] tot hoe lang wij zouden moeten werken en of er over gewerkt moest worden. Als ik een dag vrij wilde nemen dan vroeg ik dat aan [naam] of [gedaagde in vrijwaring 6] . Bij ziekte belden wij altijd [gedaagde in vrijwaring 6] op. Het werk aan de profielmachine deed ik samen met één a twee hulpkrachten. Die waren in dienst van Sprintwerkt, of een ander uitzendbureau. Bij de inpak werkten wij met z’n tweeën en dat was samen met iemand in dienst van Recticel. Op de tricotafdeling werkten wij met twee personen en werkte ik samen met iemand in dienst van Rikla. Bij de stansmachine werkte ik ook met twee personen samen met iemand in dienst van Rikla. Bij de boormachine werkten wij met z’n tweeën, dat was samen met of iemand in dienst van Sprintwerkt of in dienst bij Rikla. Ik wist bij mijn werk wat ik moest doen. De ploegleiders [naam werknemer Recticel] , Richard of [naam werknemer Recticel] , allemaal in dienst van Recticel, kwamen af en toe kijken hoe het ging. Zij gaven verder geen aanwijzingen, wij kregen een bon en daarop stond precies wat wij moesten doen. Die bon is een soort paspoort bij het matras. Ik weet niet precies wie die bon maakte, maar hij kwam van Recticel. De bon kwam bij iedere machine waar ik in die tijd bij Recticel mee heb gewerkt.

Op vragen van mr. Vergouwen:

Vanaf 2001 heb ik via het uitzendbureau P&E gewerkt. Dat was bij een bedrijf dat salades maakte, maar vanaf 2004 heb ik via P&E ook bij Recticel gewerkt. Toen P&E werd gesloten ben ik vanaf ongeveer 2006, 2007 in dienst van Rikla bij Recticel gaan werken. Er zat geen verschil in de aansturing van mijn werk in de periode dat ik bij P&E in dienst was ten opzichte van de periode waarvan ik in dienst was bij Rikla. Bij ziekte, vakantie of verlof meldde ik dat bij P&E. Ook als er iets niet goed ging vertelde ik dat aan P&E. Als er in de tijd dat ik via P&E bij Recticel werkte, een machine stuk ging, dan meldde ik dat aan de ploegleider van Recticel. Opdrachten om bijvoorbeeld langer te werken konden gegeven worden door de ploegleiders van Recticel. In de tijd dat ik via P&E bij Recticel werkte waren er ook bijeenkomsten, maar toen niet iedere week. Als wij in de kantine zaten dan konden de ploegleiders of leidinggevenden van Recticel ons dingen komen vertellen. Er werd dan in het Engels verteld hoe het ging met de matrassen en of de norm en planning was gehaald. Dit werd dan vertaald naar het Pools. In de tijd dat ik via Rikla bij Recticel werkte is er eigenlijk niets anders geworden, wij bleven werken zoals daarvoor. Ik werd in die periode voor het stansen, profileren en boren ingewerkt door ploegleiders in dienst van Recticel. Ik heb maar een paar dagen, twee of drie, aan de lijmwals gestaan. Ik denk dat wij dit de garage noemden. Daar werkten mensen van Sprintwerkt, Recticel en Rikla. De afdeling polygrow is mij onbekend. Zowel bij de stans- als boorwerkzaamheden werd in per twee shifts per dag gewerkt. Als er veel werk was, was er ook een derde shift in de nacht. Ik heb zelf nooit in de tweede of in de derde shift gewerkt. Ik kwam ‘s ochtends en loste mensen van Rikla en Sprintwerkt uit de nachtshift af. Overdag kwamen er mensen van Recticel bij. Bij de stansmachine en de lijmwals werd ‘s nachts gewerkt door mensen van Rikla en Sprintwerkt, overdag kwamen daar mensen van Recticel bij. In de tijd dat ik via Rikla bij Recticel werkte was [naam werknemer Recticel] van Recticel de baas. Wie er de baas was in de tijd dat ik via P&E werkte, weet ik niet meer maar er werkten toen dezelfde mensen van Recticel. Als er in de tijd dat ik via Rikla bij Recticel werkte, een machine stuk ging, dan verliep dat op dezelfde manier als in de tijd dat ik via P&E bij Recticel werkte. Wij meldden dat bij dezelfde ploegleiders. In de tijd dat ik via Rikla bij Recticel werkte was er aan het einde van iedere week een bijeenkomst in de vergaderruimte. Dit was met de ploegleiders van Recticel. Op een papieren bord werden dan de resultaten van die week getoond.

Op vragen van mr. Wurfbain:

Ik spreek Russisch, Georgisch, Grieks en een klein beetje Pools.

Op vragen van mr. Nouwen:

Voor wat betreft de urenregistratie was er een lijst van Rikla, daar schreven wij op hoe laat wij ‘s ochtends kwamen en hoe laat wij weer weg gingen. Aan het eind van de week leverden wij die lijst weer in bij Rikla. Dit was of bij [naam] of in het postvakje op het kantoor van Rikla.

Op vragen van mr. Van Viersen:

Ik heb gesproken met de advocaat over de zitting en mij is gezegd de waarheid te vertellen en te vertellen hoe het was. Dat is wat ik u nu ook vertel. Het belang van vandaag is dat wij werkloos zijn gebleven toen ons bedrijf van Rikla stopte. Het heeft namelijk twee tot drie maanden geduurd voordat wij via Sprintwerkt weer aan het werk konden. Het loonbelang zoals dat bij iedereen geldt, geldt ook bij ons. Toen ik aan de profielmachine werkte waren er één a twee hulpkrachten en kun je het zo zien dat ik een soort leidinggevende was. Ik was de operator aan de machine en stelde de machine in. De matras ging er doorheen en de andere twee moesten de twee stukken opvangen. Wij werkten aan de profielmachine op zelfstandige basis. Bij de inpak deden mijn collega van Recticel en ik precies hetzelfde werk. Als diegene ziek was, kwam er vervanging door iemand van Rikla of een ander uitzendbureau. Zowel in de periode dat ik via P&E bij Recticel werkte, als in de periode dat ik via Rikla bij Recticel werkte, gebeurde dat rechtstreeks. In beide periodes kreeg ik aan het begin van de dag van [naam] te horen waar ik die dag aan het werk moest. Ik heb gedurende de nachtshifts nooit gewerkt, maar ik vermoed dat de taakverdeling op dezelfde manier ging als overdag.”

2.17.

[namen getuige(n)] heeft in de enquête het volgende verklaard.

“Ik heb met [naam] van het FNV aan de hand van een vragenlijst gesproken over de tijd dat ik via Sprintwerkt bij Recticel werkte. Omdat dat ongeveer vier jaar geleden was, was het goed om het daarover op deze manier te hebben. Ik heb ook een brief ontvangen met de reden waarom ik hier vandaag zit. In de periode 2013/2014 heb ik ongeveer 15 á 16 maanden via Sprintwerkt bij Recticel gewerkt. Dat was al die tijd aan de nieuwe lijn, dat wil zeggen de machine die door Recticel in 2012/2013 nieuw was aangeschaft. Aanvankelijk was ik productiemedewerker, later kwaliteitscontroleur en aan het eind leidinggevende/productiemedewerker plus controleur. Dit laatste betekent dat ik ook toezicht hield op de kwaliteit. Aan de nieuwe lijn werkten in totaal ongeveer negen mensen. Deze mensen waren in dienst van Rikla, Sprintwerkt en Sherpa. Daar werd geen onderscheid tussen gemaakt. De operator was in dienst van Recticel. De laatste drie, vier maanden van mijn tijd bij Recticel droeg ik een groen hesje met op de achterkant “leidinggevende”. Dit betekende dat ik voorvrouw op de lijn was en verantwoordelijkheid had. In de praktijk betekende dat, dat ik moest kijken of alles goed ging en als dat niet zo was, dan meldde ik dat aan de teamleiders van Recticel, [naam werknemer Recticel] , [naam werknemer Recticel] of [naam werknemer Recticel] . Als het nodig was vertelde ik dit aan de operator. Dit waren Nederlandse werknemers, in dienst van Recticel. Mij is door een teamleider van Recticel, ik meen [naam werknemer Recticel] , gevraagd om leidinggevende te worden. Als ik ziek werd tijdens het werk, meldde ik dat aan de teamleiders van Recticel. Bij mij is dat nooit gebeurd, maar een ziekmelding aan het begin van de dag was verplicht om te melden bij het uitzendbureau. Eén of meer dagen vrij moest ik melden bij Recticel en pas nadat het urenbriefje voor akkoord was ondertekend door de teamleider wist ik dat ik vrij kon nemen. Dit briefje mailde ik naar of bracht ik naar Sprintwerkt. Aan het begin van de dag was er een meeting met de teamleiders van Recticel waarbij besproken werd wat er die dag moest gebeuren. Meestal had iedereen een vaste plek om te werken en was dat duidelijk. Als dat tijdens de dag anders werd, dan hoorden wij dat van de teamleiders van Recticel. Als er moest worden overgewerkt dan hoorde ik dat ook via de teamleiders van Recticel. Ik heb de coördinator van Sprintwerkt bij Recticel misschien één keer gezien. Later was dit [naam werknemer Recticel] maar de naam van zijn voorganger ben ik vergeten. Ik kreeg een keer per week een sms met daarin de weekplanning en als er veranderingen waren kreeg ik deze via sms van Sprintwerkt doorgegeven. Ik weet het niet meer precies maar volgens mij was de nieuwe lijn de enige lijn in het bijgebouw van Recticel. De machine stond er al voordat ik daar ging werken. Voordat ik een groen hesje ging dragen waren er geen hesjes. Op drie lijnen in mijn hal, de nieuwe lijn, hotmeld en Saba stonden per lijn drie mensen met groene hesjes. Het verschil in mijn werkzaamheden voor en nadat ik het groene hesje ging dragen, is dat er meer coördinatie met mij was, maar er ging ook heel veel hetzelfde via de teamleiders. Toen ik de functie had van kwaliteitscontroleur werkte ik wat minder met mensen en deed ik wat meer met kwaliteit. Ik was als leidinggevende ook verantwoordelijk voor het aantal matrassen en moest bijvoorbeeld ingeval van een storing een verandering in het aantal matrassen doorgeven. Meestal werd dit al aan de teamleider van Recticel doorgegeven. De mensen die aan mijn lijn werkten wisten al wat ze moesten doen. Er werd soms onderling van taak gewisseld om het werk leuk te houden.

Op vragen van mr. Vergouwen:

Als collega’s van mij fouten maakten sprak ik ze daar, in de tijd dat ik leidinggevende was, zelf als eerste op aan, als dat niet hielp, schakelde ik de teamleider van Recticel in. Met Rikla, [naam] of [gedaagde in vrijwaring 6] had ik verder over de werkzaamheden geen contact. Het enige was de BHV-cursus die wij samen met Rikla kregen. Bovendien ben ik in de tijd dat ik samen met mijn collega’s als leidinggevende werd gevraagd om namens de groep met [naam] of [gedaagde in vrijwaring 6] te overleggen over de salarisverhoging. Dit is uiteindelijk geregeld. Zelf heb ik die salarisverhoging via Sprintwerkt ontvangen. Er was geen verschil in aansturing tussen mijzelf en de andere medewerkers van Rikla, Sprintwerkt, Sherpa en Recticel die op dat moment bij Recticel aan het werk waren.

Op vragen van mr. Wurfbain

Ik ben sinds 12 jaar in Nederland. Voordat ik via Sprintwerkt bij Recticel ben gaan werken werkte ik ongeveer drie jaar bij een wasserij. Eerst via een uitzendbureau en later in dienst bij de wasserij. Nadat ik weg ben gegaan bij Recticel ben ik eerst weer terug gegaan naar de wasserij voor ongeveer een jaar en heb ik daarna een half jaar als orderpicker gewerkt. Daarna heb ik ongeveer tweehalfjaar als coördinator bij een uitzendbureau gewerkt. In Polen heb ik een algemene Mbo-opleiding gevolgd. Op dit moment studeer ik in Nederland. Ik ben sinds 2016 lid van de FNV.

Op vragen van mr. Van Viersen

Ik ben niet actief binnen de FNV. Op dit moment heb ik een WW-uitkering. In 2015/2016 heb ik ongeveer een jaar gewerkt bij Stuwadoors bedrijf van Rooy in Hedel. Bij dit bedrijf zijn er problemen ontstaan met de medewerkers.”

2.18.

[namen getuige(n)] heeft in de contra-enquête het volgende verklaard.

“Ik heb mij op de zitting van vandaag voorbereid door gewoon te gaan vertellen hoe het er volgens mij destijds aan toe ging. Met de advocaat heb ik de gang van zaken op de zitting besproken. Ik ben in totaal ongeveer 40 jaar in dienst bij Recticel, waarvan 15/16 jaar als productieleider. In de periode waar het vandaag over gaat was ik werkzaam als productieleider op de assemblyafdeling die toen nog specialities werd genoemd. Op deze afdeling worden matrassen geplakt en matrassen met en zonder hoes gemaakt en verpakt. Op deze afdeling staan drie lijnen: de hotmeld, Saba en boor- freeslijn. Aan de hotmeldlijn staan ongeveer 5, 6 mensen. Aan de Saba lijn ongeveer 5 mensen en aan de boor- freeslijn 6 tot 9 mensen. Er wordt in twee ploegen gewerkt, en iedere ploeg heeft één teamchef. Per ploeg werken er ongeveer dertig werknemers en naast de mensen die ik hiervoor noemde wordt er op de afdeling gewerkt aan hoofdkussens, cabines en werkzaamheden die zien op voorbereiding en afvoer. Eind 2013, begin 2014 werden op de drie lijnen groene hesjes ingevoerd met daarop “leidinggevende Rikla”. Aan de boor- freeslijn werkten vier tot zeven mensen in dienst van Rikla en aan het bovendeel twee operators in dienst van Recticel. De werknemers van Rikla werden begeleid door de mensen in de groene hesjes. De operators werden begeleid door Recticel. Bij de andere twee lijnen werkten alleen mensen in dienst van Rikla die ook werden begeleid door de mensen in de groene hesjes. Voordat de groene hesjes werden ingevoerd lag de leiding bij de teamchefs en de voormannen in dienst van Recticel. Vanaf het moment dat de groene hesjes werden ingevoerd verliep feitelijk alles rondom de te verrichten werkzaamheden via de Rikla leidinggevenden. Vanuit Recticel werd er niet meer rechtstreeks gesproken met de medewerkers aan de lijn maar enkel met de leidinggevenden van Rikla in de groene hesjes. Daarvoor spraken de leidinggevenden van Recticel iedereen rechtstreeks aan op de voortgang van het werk, de kwaliteit en dat soort zaken. Voordat de groene hesjes werden ingevoerd vroegen de mensen van Rikla voor het opnemen van een vrije dag toestemming aan Rikla en daarna ook. Ik weet niet meer bij wie de medewerkers van Rikla zich voor de invoering van de groene hesjes meldden bijvoorbeeld in het geval dat zij tijdens het werk ziek werden. Daarna werden ziekmeldingen tijdens het werk gedaan bij de groene hesjes. Ziekmeldingen voor het werk werden altijd gedaan bij Rikla. De verdeling van het werk verliep voor de invoering van de groene hesje via de teamchef van Recticel en daarna via de groene hesjes. Het mededelen van noodzakelijk overwerk verliep voor de invoering van groene hesjes via Recticel en daarna via de groene hesjes.

Op vragen van mr. Nouwen

Geen vragen.

Op vragen van mr. Vergouwen

Geen vragen.

Op vragen van mr. Wurfbain

Geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen

De twee operators in dienst van Recticel deden het meer technische werk, de rest van het werk werd gedaan door medewerkers van Rikla. Deze keuze is gemaakt omwille van de continuïteit van het werk, het kost namelijk wel een half jaar om het werk van de operators goed te kunnen uitvoeren.”

2.19.

[namen getuige(n)] heeft in de contra-enquête het volgende verklaard.

“Ik ben mijn onderneming Sprintwerkt in 2008 gestart en vanaf 2010 stel ik mensen ter beschikking aan Rikla die vervolgens bij Recticel aan het werk gingen. Na 1 april 2015 ben ik rechtstreeks mensen aan Recticel ter beschikking gaan stellen. In de periode daarvoor, ongeveer 2014, was het onduidelijk of dit door zou gaan omdat ook Tempo Team deze opdracht van Recticel graag wilde hebben. Voor 2014 deed ik altijd zaken met [naam] en [gedaagde in vrijwaring 6] van Rikla. [naam] deed de planning en [gedaagde in vrijwaring 6] de zakelijke afspraken zoals tarieven en dergelijke. Toen Recticel een nieuwe directeur kreeg, [naam werknemer Recticel] , die mij verder onbekend was, wilde men bij Recticel gaan werken bij het nieuwe uitzendbureau. [gedaagde in vrijwaring 6] heeft op een gegeven moment in oktober/november 2014 de overeenkomst met mij opgezegd. Ik haalde ongeveer 40% van mijn omzet via uitzendkrachten aan Rikla. Ik ben begonnen met twee man en op het hoogtepunt waren het er wel 60 of 70. Naast mijn onderneming werd er door Rikla ook gewerkt met uitzendbureau Ottoworkforce, Worksupport en Sherpa (voorheen Hands2Work). Nadat de overeenkomst door [gedaagde in vrijwaring 6] werd opgezegd werden wij langzaam afgebouwd omdat de bedoeling was dat Tempo Team het zou gaan overnemen. Tempo Team heeft gedurende ongeveer een maand het werk helemaal gedaan, maar dat ging vervolgens fout. Toen kreeg ik een telefoontje van [naam werknemer Recticel] en kwam ik voor de eerste keer in vijf jaar binnen bij Recticel en heb ik de mensen daar leren kennen. Ik heb met [naam werknemer Recticel] een prijs afgesproken en ben vanaf dat moment gaan leveren. Door Recticel wordt ook nog gewerkt met Tempo Team maar dan gaat het hooguit over vier of vijf mensen. Wij zijn toen gestart met ongeveer 40 man en nu werken wij met ongeveer, 50/60 menen bij Recticel. In de periode dat ik rechtstreeks met Recticel kon gaan werken heb ik hierover veel contact gehad met [naam] van CNV. [naam] vroeg mij of ik op een gegeven moment ook niet mensen wilde overnemen die op dat moment in dienst waren bij Rikla. Ik heb daarop aangegeven dat ik beter nieuwe mensen kon aannemen omdat men bij Rikla langer lopende contracten had. In overleg met het CNV is afgesproken dat [gedaagde in vrijwaring 6] ontslag zou aanvragen om via een pro forma procedure via de rechtbank te komen tot het einde van het dienstverband van 26 werknemers die vervolgens bij Sprintwerkt een fase-b contract kregen aangeboden. Deze 26 werknemers hebben nu allemaal een vaste baan bij Recticel. Met 12 medewerkers is deze afspraak niet gemaakt en dat zijn de eisers in deze procedure.

Op vragen van mr. Van Viersen

Ziekmeldingen moeten bij ons worden gedaan. Ten tijde van Rikla was dit wel eens anders, dan kreeg ik voor 6 uur ‘s ochtends een telefoontje van [naam] die zelf twee ziekmeldingen had ontvangen en mij vroeg of ik vervanging had. Ook toen was eigenlijk de afspraak dat ziekmeldingen via Sprintwerkt zou moeten gaan. De planning van de werkzaamheden verliep via [naam] . Iedere vrijdag kregen wij via e-mail de weekplanning van hem door. Als er wijzigingen waren dan stuurde [naam] de wijzigingen van de dag erna. Het aanvragen van vrije dagen moest via vakantiebriefjes bij Sprintwerkt worden gedaan. Het gebeurde ook wel dat ik via [naam] een door hem gescand vakantiebriefje kreeg toegestuurd. Een keer per week maakte ik van alle medewerkers een overzicht van alle aangevraagde vakantiedagen. Als dit dan op problemen zou stuiten dan hoorde ik dat van [naam] . Ik heb nooit van Recticel dergelijke vakantiebriefjes ontvangen. Ik had alleen met [naam] en soms met Roeland contact over de mensen die bij Recticel werkten. Ik weet niet meer precies wanneer de groene hesjes zijn ingevoerd en ook niet door wie. Ik was er wel van op de hoogte dat ze op een gegeven moment zijn ingevoerd om duidelijk te maken bij wie de leiding en toezicht lag. Die lag bij Rikla. Als er problemen waren in de bezetting dan kreeg ik daarover een telefoontje van [naam] . Ik heb daarover nooit contact gehad met Recticel. Als er overuren gemaakt moesten worden dan kregen wij daarover een belletje van [naam] . Onder de term “Riklanen” werden alle mensen die werkten voor Rikla, inclusief de uitzendkrachten bedoeld. De mensen die wij ter beschikking stelden aan Rikla hadden verschillende functies. Ze begonnen meestal als productiemedewerker maar als ze goed waren en de Engelse taal goed machtig, werden ze door mij en door [naam] ook gevraagd om langer te blijven om opgeleid te worden tot operator. De FNV is al sinds 20 jaar cao-partner. Ik ben er dan ook vanuit gegaan dat de FNV op de hoogte was van de situatie bij Recticel in relatie tot de mensen bij Rikla en Sprintwerkt.

Op vragen van mr. Nouwen:

Geen vragen.

Op vragen van mr. Wurfbain:

Geen vragen.

Op vragen van mr. Vergouwen:

De gang van zaken was dat ik op een dag bijvoorbeeld 50 mensen aan Rikla leverde. Of al die mensen die dag bij Recticel gingen werken of sporadisch bij een andere klant van Rikla was mij die dag onbekend. Ik weet wel dat mensen soms gevraagd werd andere taken te doen zoals ramen lappen. Rikla had een loongebouw op basis waarvan ik de mensen verloonde. De eerste zes maanden gold de ABU-cao en daarna hanteerde ik het loongebouw van Rikla.”

2.20.

[naam] heeft in de contra-enquête het volgende verklaard.

“Ik ben van 2002 tot juli 2015 in dienst geweest van Rikla in de functie van planner. Ik ben niet eerder bij deze procedure betrokken geweest en heb met mr. Wurfbain de zitting van vandaag eerder deze week besproken. Als planner was ik verantwoordelijk voor het inplannen van de Poolse medewerkers. Bij bijvoorbeeld de trimfoam werkten Nederlandse medewerkers en die hoefde ik niet zelf in te plannen. Dat was een klein clubje en meestal deed mijn vader dat. De Poolse medewerkers plande ik in op de verschillende afdelingen bij Recticel zoals contouren, specialties, expeditie en inpakken. Elke dag om 10:00 uur had ik overleg met de teamleiders van Recticel en zei vertelden mij hoeveel mensen er die dag nodig waren. De teamleiders in die tijd waren [naam werknemer Recticel] , [naam werknemer Recticel] Marlo en Hans van Baaren . Er werd in shifts gewerkt, de shift van 14:00 uur, 22:00 uur en 06:00 uur. De planning maakte ik op kantoor, dat zit tegenover Recticel. Ik moest de planning maken voor de machineoperators, dat waren vaste mensen. Overdag waren er daar één a twee mensen nodig en ’s nachts vijf omdat er ’s nachts geen operators in dienst van Recticel werkten. Er waren ongeveer zeven uitpakkers nodig waarvan er vijf vaste mensen waren en twee wisselend want daar was wat meer verloop. Het was een redelijk vast clubje, maar omdat het relatief eenvoudiger werk was kon je daar bijvoorbeeld bij ziekte makkelijker wisselen. Bij contouren had ik een vast team van ongeveer, 10, 11 contourders die ik kon inplannen. Er waren voor drie shifts ongeveer zeven, acht contourders nodig. Bij specialties was er een vaste club en er omheen wat wisselde mensen. Er stonden daar drie lijmwalsen en per wals waren er vier, á vijf mensen nodig. Op de expeditie stonden er vast twee tot drie mensen. Bij de inpakkers waren er twee mensen nodig. Dat waren vaste mensen en ik stond daar ook zelf mee te werken. Dat waren ervaren jongens die goed op elkaar waren ingespeeld en ik werkte zelf gewoon mee. Ik liep ook wel rond bijvoorbeeld als ik een telefoontje kreeg. Omdat er veel vaste mensen waren, was de planning van wie waar moest werken duidelijk voor mij. Nieuwe mensen moesten meer in de gaten gehouden worden. Dan vroeg ik bijvoorbeeld aan een ervaren Poolse collega van Rikla, om een nieuwe Poolse collega in te werken, bijvoorbeeld bij het uitpakken. Die nieuwe Poolse collega kon van Rikla zijn maar ook van bijvoorbeeld Sprintwerkt. Nieuwe contourders werden opgeleid door ervaren contourders in dienst van Rikla of in dienst van Sprintwerkt. Omdat het meer geavanceerd werk was keken we dan soms in overleg met Recticel wie diegene het beste kon inwerken. Als er mensen van Rikla of Sprintwerkt waren die niet mee konden komen dan hoorde ik dat van de voorman van Recticel. Ik ging er dan naartoe en waarschuwde degene dat het niet goed ging en dat hij zich moest verbeteren. Als het dan nog niet goed ging dan nam ik na overleg met Recticel, afscheid van die collega. Eigenlijk had ik dergelijke gesprekken alleen met de mensen van Sprintwerkt of andere uitzendbureaus. De mensen die via Rikla aan het werk waren, waren al meer ervaren en daarom had ik dergelijke gesprekken met hen nooit. Als er mensen tijdens het werk ziek werden dan meldden ze dat bij mij of ik werd door de voorman van Recticel gebeld. Ik vroeg dan aan de voorman of teamchef van Recticel of ik voor vervanging moest zorgen of dat er wat in de samenstelling geswitcht kon worden. Als mensen een vrije dag wilde hebben, dan belden ze mij op. De mensen die via Sprintwerkt aan het werk gingen meldden dat aan Sprintwerkt en dan gaf Sprintwerkt dat aan mij door. Ik bekeek dan de planning en keek of het kon en als dat nodig was overlegde ik daarover met Recticel. Bij het overleg om 10:00 uur werd bepaald of er die dag na 14:00 uur nog doorgewerkt moest worden en als dat zo was dan ging ik de mensen van Rikla en Sprintwerkt langs of ze die dag tot 18:00 door wilden. Tijdens het planningsoverleg werd doorgenomen hoeveel blokken er die dag nog verwerkt moest worden en hoeveel mensen er die dag nodig waren om die te kunnen verwerken. Ik was zelf degene die in de hele hal van Recticel rondliep om te kijken of het goed ging. Als ik er een dag niet was dan deed mijn broer dat en maakte hij ook de planning. Voordat ik de planner was, deed hij dit werk namelijk. Ook de voorman van Recticel lette hierop, maar het kwam wel voor dat ik door Rikla mensen zelf werd gebeld met de vraag waarom ik bepaalde nieuwe collega’s op een bepaalde plek neerzette.

Op vragen van mr. Wurfbain:

Op een gemiddelde werkdag besteedde ik ongeveer 30% van mijn tijd aan meewerken en verder aan de planing. Daarnaast moest ik het klokkaartenoverzicht bijhouden. Alle mensen hadden een klokkaart en zeker als er wat verloop was geweest kostte het maken van het overzicht wat meer tijd. Ik startte mijn werkdag om 05:15/05:30 uur op het kantoor van Rikla. Ik keek dan als eerste naar de planningslijst en om 06:00 uur checkte ik in de hal van Recticel of iedereen er was en zette ik de nieuwe mensen op hun plek. Ik zag dan ook dat er mensen niet waren of werd daarover gebeld. Dit kwam vooral bij de mensen die het “handjeswerk” deden regelmatig voor en dat meldde ik aan het desbetreffende uitzendbureau of ondernam ik zelf actie als het over Rikla mensen ging. Ik bracht daarmee de shift van 06:00 op orde. De shift om 14:00 uur verliep eigenlijk op dezelfde manier behalve dat ik door het planningsoverleg om 10:00 uur al wist hoe die eruit kwam te zien. Voor de shift in de nacht maakte ik lijsten die op een vast punt in de fabriek hingen. Daarop stond de planning, de namen en wat ze moesten doen, en dan konden ze zelf kijken waar ze moesten staan. ’s Nachts was er een vrij vast clubje van mensen van Sprintwerkt en Rikla maar soms moest ik ook daar ingrijpen als er iemand niet was. Wij werkten ook op zaterdagochtend vanaf 06:00 uur en dat verliep op dezelfde manier als doordeweeks. Op zondagavond werd er vanaf 22:00 uur gewerkt. In het begin moest ik dan de deur openen en kon ik zien wie er waren. Als er dan mensen niet aanwezig waren dan belde ik naar het desbetreffende uitzendbureau of als het om Rikla mensen ging belde ik deze mensen zelf op. Later werd de deur open gemaakt door iemand van Recticel of gaf ik de sleutel aan een ervaren Poolse Rikla kracht die ik dit vroeg. Ik vroeg dan ook aan mij door te geven als er mensen niet aanwezig waren. Als er mensen ’s ochtends al ziek waren dan kreeg ik dat in het geval van Rikla mensen zelf te horen anders hoorde ik dat via de planner van Sprintwerkt.

Op vragen van mr. Nouwen:

Geen vragen.

Op vragen van mr. Van Viersen:

Het doel van de klokkaarten, die later druppels werden, was om te zien wie er in het pand was en dus in verband met de veiligheid en ook kon je op die manier de uren zien.

Op vragen van mr. Vergouwen:

Naast Rikla en Sprintwerkt werd er bij Recticel ook gewerkt met twee andere kleinere uitzendbureaus waar ongeveer vijf á zes mensen vandaan kwamen. Dat waren Sherpa en Worksupport. De door mij hiervoor beschreven gang van zaken was voor die mensen hetzelfde. Daarmee bedoel ik voor wat betreft de planning, aansturing, ziekmelding en opneming van een vrije dag. Als er een machine kapot was of er was sprake van een calamiteit dan belde of ik of de voorman van Recticel de technische dienst van Recticel. De wijze van uren bijhouden verliep aan de hand van door mij gemaakte planningslijst. Aanpassingen in uren of in de werkplek deed ik meestal zelf, soms werd dat gedaan door de Poolse voorman van Rikla of door de voorman van Recticel. ’s Nachts werden wijzigingen op de planningslijst ingevuld door een Pools aanspreekpunt van Rikla, [naam werknemer Recticel] . Het klokkaartje en later de druppel was bedoeld voor het totale aantal uren en het kwam wel voor dat op basis daarvan een correctie moest worden doorgevoerd. De planningslijsten van de dag ervoor nam ik vervolgens in kopie mee naar mijn kantoor en over de inhoud daarvan was eigenlijk nooit discussie met Recitcel. Deze werden gewoon in de map gestopt. De urenlijsten op basis van het klokkaartsysteem van Recticel werden één keer per week naar mij toegestuurd en op basis van deze lijsten kon ik zo nodig mijn eigen planningslijsten van die week nog aanpassen. Ik weet dat er door Recticel op een gegeven moment een ander uitzendbureau, ik meen Otto, is ingeschakeld voor ongeveer een maand of drie. Waarom dit gebeurde en of dit ook effect had voor Sprintwerkt of Rikla, dat weet ik niet.”

2.21.

[gedaagde in vrijwaring 6] heeft in de contra-enquête het volgende verklaard.

“In de periode 2010-2015 ging ik elke dag voor 06:00 uur naar het kantoor van Rikla tegenover Recticel. Daar sprak ik mijn neef [naam] die de planning voor die dag bij zich had. Hij ging dan de fabriek van Recticel in en ik deed wat kantoorwerk. Per dag ging ik één á twee keer de fabriek van Recticel in. De eerste keer was rond een uur of 08:00 en als alles draaide ging ik kijken of alles liep. Ik liep dan door de grootste productiehallen. De andere afdelingen deed mijn broer meestal. Als er dingen waren dan ging ik daarmee om, zoals bijvoorbeeld vragen van medewerkers. Zo’n ronde duurde ongeveer een uur. Tijdens zo’n ronde werden mij regelmatig vragen gesteld door personeelsleden van Rikla maar soms ook door de uitzendkrachten die er via Sprintwerkt, Sherpa, Hands2Work en vroeger P&E en Otto werkten. Uitzendkrachten vroegen mij op maandag en dinsdag veel waar hun loon bleef. De mensen van Rikla stelden mij meer werk gerelateerde vragen, daarmee bedoel ik dat zij bijvoorbeeld spraken over problemen met machines. De hotmeldlijmwals was een lastige machine en de technische dienst van Recticel werkte niet altijd goed. De klachten gingen dan vaak over die machine. Het waren ook wel persoonlijke praatjes. De planningslijst die mijn neef maakte had ik meestal de dag ervoor al met hem besproken. Dan keek ik naar de bezetting. Als daar rare dingen op stonden dan ondernam ik actie. Dat was bijvoorbeeld als een hele ploeg niet was ingepland omdat de chefs van Recticel dat aan mijn neef hadden aangegeven. Dan ging ik hierover overleggen met de heer [naam werknemer Recticel] , de plantmanager van Recticel. Meestal, zeker als er achterstanden waren zei [naam werknemer Recticel] dan, “plan de ploeg maar gewoon in”, en [naam werknemer Recticel] regelde dat dan met de chefs van Recticel. Meestal regelde [naam] de zaken rondom ziekte en vrije dagen van medewerkers. Dit was in ieder geval zo voor de Rikla medewerkers en soms ook voor de medewerkers via uitzendbureaus want dan had [naam] daar rechtstreeks contact over met de uitzendbureaus. Als [naam] iemand bijvoorbeeld niet te pakken kon krijgen, dan kwam het ook voor dat ik daar achteraan ging. Als mensen hun werk niet goed deden dan werd ik daarop aangesproken bijvoorbeeld door [namen getuige(n)] , een vaste medewerker van Rikla. Dan ging ik daarna naar diegene toe en zei wat er verbeterd moest worden en als dat na een paar dagen nog niet was gelukt, dan nam ik na overleg met [namen getuige(n)] afscheid van diegene. In zulke gevallen ging het met name over medewerkers van uitzendbureaus en dan overlegde ik niet met Recticel. Als het over Rikla medewerkers ging die niet goed functioneerden, was dat anders. Als daar iemand naar mijn mening niet goed functioneerde overlegde ik dat soms wel met de chef van Recticel van de desbetreffende afdeling. Het is ook wel voorgekomen dat de chef van Recticel mij aansprak over het functioneren van een Rikla medewerker. Dan zei ik meestal, die werkt hier al zo lang, en dan dacht ik hooguit na over een andere plek binnen Recticel of ik liet het gewoon zo.

Op vragen van mr. Wurfbain:

Ik ken de verschillende afdelingen binnen Recticel zeer goed. Dit geldt vooral voor de grootste hal omdat ik daar zo’n 25 jaar geleden zelf ben begonnen met het kortblokmagazijn en de eerste machine daar zelf heb bediend. Langzaamaan is deze productiehal uitgebreid maar ik ben daar dag en nacht geweest zodat ik de ruimte zeer goed ken. In de grootste hal worden verschillende werkzaamheden verricht. Er waren twee contourders aan het werk, [eiser(s) 1 t/m 12] en [eiser(s) 1 t/m 12] , die producten verwerkten tot blokken schuim, die uiteindelijk bij de uitpakkers terecht kwamen. De contourders waren Rikla en Recticel mensen. Er stonden ongeveer negen machines, iedere contourder bediende twee á drie machines. Dit zijn zelfstandige werkprocessen. De Rikla medewerkers werkten zelfstandig en de contourders waren opgeleid door een andere Rikla medewerker. Op de blokken schuim die via de band naar de machines kwamen zaten bonnen met codes die werden ingevoerd en dan ging de machines snijden. De uitpakkers stonden in het verlengde van de contourders, daar kwamen de gesneden blokken uit. Er stonden ongeveer zeven mensen per ploeg. Dat waren allemaal Rikla mensen en uitzendkrachten die wij inhuurden en meneer [namen getuige(n)] gaf daar een soort leiding. Er werkten bij de uitpakkers geen andere medewerkers die nu eisers zijn. Mevrouw [namen getuige(n)] werkten samen met mevrouw [namen getuige(n)] in het verlengde van de uitpakkers, zij deden het zogenaamde “klein inpakwerk”. Dit is iets anders dan de inpakafdeling. In de andere hal stonden drie lijmwalsen, de hotmeld, de Saba/lamiet en de boor- freeslijn. Drie van de eisers werkten aan de lijmwalsen, mevrouw [namen getuige(n)] en mevrouw [naam] aan de Saba lijn en mevrouw [namen getuige(n)] aan de boor- freeslijn. Deze mensen werkten zelfstandig en droegen vanaf 2014 groene hesjes. Aan de lijmwalsen stonden alleen Rikla mensen en uitzendkrachten. Elders in de hal werkten wel Recticel mensen. Als er een volle ploeg aan het werk was, kwam dit neer op 35 mensen van Rikla of uitzendbureaus en per ploeg ongeveer vijf productiemedewerkers van Recticel. De inpakafdeling bevond zich in een separate ruimte, naast de expeditie hal. Daar werkten twee Poolse Rikla medewerkers, mijn neef en ikzelf soms ook. Deze twee Poolse medewerkers waren de heer [namen getuige(n)] en de heer [namen getuige(n)] . Bij de inpakafdeling werkte men zelfstandig. Aansturing was er wel door [naam] maar ook de heer [namen getuige(n)] was een soort voorman en ontving daarvoor een wat hoger salaris. Als er langer doorgewerkt moest worden bepaalden zij dat ook zelf. Soms voerden ze overleg met [naam] of mij en zeiden dan dat er ‘s avonds een extra ploeg moest komen. Die extra ploeg waren [naam] , [naam werknemer Recticel] en ik soms ook gewoon zelf. De heren [namen getuige(n)] en [eiser(s) 1 t/m 12] werkten als opzoekers, wat wil zeggen dat zij in de dropzone tussen de contouren en specialties onderdelen bij elkaar moesten zoeken en compleet maken. Daar werkte hooguit één Recticel medewerker. De Rikla mensen werkten zelfstandig. Op enig moment is de heer [medewerker Rikla] , een medewerker van Rikla, daar door mij neergezet om het nieuwe systeem met beide Rikla mensen te verbeteren. Er is op een gegeven moment vanuit de chef van Recticel een klacht gekomen over mevrouw [namen getuige(n)] die op dat moment bij de stansmachine stond in de grootste hal. Om de rust te behouden heb ik haar overgeplaatst naar de specialtiesafdeling. Men wilde haar vanuit Recticel ook ontslagen hebben maar dat heb ik geweigerd want dat bepaal ik. Vanuit Recticel heeft men mij steeds gezegd dat de FNV er van op de hoogte was hoe er werd gewerkt. Tien tot vijftien jaar terug heb ik op verzoek van Recticel ook een verklaring afgegeven waarin stond dat ik in ieder geval het minimumloon betaalde en werkte met gecertificeerde uitzendbureaus. Ik heb zelf geen rechtstreeks contact met het FNV gehad.

Op vragen van mr. Nouwen:

Geen vragen.

Op vragen van mr. Van Vieren:

Geen vragen.

Op vragen van mr. Vergouwen:

Ik ben zo’n 25 tot 30 jaar geleden mede-eigenaar van Rikla geworden. Naast Rikla Industriële Diensten hadden mijn broer en ik ook de onderneming Rikla Service waarbinnen schoonmaakwerkzaamheden werden verricht. Deze onderneming bestond al voordat wij bij Recticel gingen werken. Daar werd niet met Poolse medewerkers gewerkt maar naast mijn broer met drie tot vijf Nederlandse mensen. Toen wij via Recticel binnen Rikla Industriële Diensten op een gegeven moment de “Kosovo order” kregen, bleek dat wij onvoldoende Nederlandse uitzendkrachten konden vinden om daarvoor het werk te doen. Via HP-uitzendbureau en later ook andere uitzendbureaus hebben wij toen Poolse uitzendkrachten ingeschakeld. Het kwam ook voor dat Poolse mensen zich rechtstreeks bij ons kantoor melden om bij ons te werken. Voor de “Kosovo order” hadden wij ongeveer 100 mensen nodig. Twintig in vaste dienst, de rest was uitzendkracht. De onderneming Rikla Industriële Diensten B.V. is sinds november 2017 geliquideerd. Onder “Riklanen” verstonden wij de vaste medewerkers van Rikla. Zij noemden zichzelf zo en hadden het gevoel Rika te zijn. Het schoonmaakwerk was ondergebracht in Rikla Service. Daarvoor gold de cao schoonmaak. Het kwam incidenteel voor dat de medewerkers van Rikla Industriële Diensten samen met uitzendkrachten schoonmaakwerk deden. Dit was niet glazen wassen. Wel kwam het incidenteel voor dat bij wegrestaurants tafels en stoelen afgenomen moesten worden. Hiervoor konden dan ook uitzendkrachten van Sprintwerkt en andere uitzendbureaus worden ingezet en dit gaf ik dan aan die uitzendbureaus door. Binnen Rikla Industriële Diensten hadden wij naast Recticel ook andere klanten zoals een bedrijf dat vloeren legde. Daarvoor moesten bussen met verfcomponenten gesjouwd worden. Hierop zette ik dan één á twee Rikla medewerkers en één á twee uitzendkrachten in. Dit gaf ik dan door aan het desbetreffende uitzendbureau. Ik weet dat [naam werknemer Recticel] , toen de nieuwe directeur van Recticel, op een gegeven moment tegen mij heeft gezegd dat zij een ander bureau dan Rikla wilden inzetten. Rikla heeft toen samen met Sherpa een offerte uitgebracht en ook Tempo Team Outsourcing bracht een offerte uit. Er is volgens mij wel overleg geweest tussen Sprintwerkt en Tempo Team Outsourcing. In 2014 heeft de heer [naam] mij de keuze van Recticel meegedeeld. Een voorname reden om niet voor Rikla te kiezen was het feit dat wij 50 medewerkers in vaste dienst hadden en dat de heer [naam] geen werkgarantie voor die mensen wilde geven. En toen heb ik aangegeven dat dat voor mij onbespreekbaar was. Ik weet niet wat er tussen Recitel en Sprintwerkt is besproken. Vóór 2014 bepaalde ik zelf wie ik inzette, mijn vaste kern van medewerkers werd in ieder geval ingezet en daaromheen zat een flexibele schil waarin variatie zat. Ik weet niet of men bij de FNV wist wat de vaste medewerkers van Rikla verdienden.”

2.22.

Uit de verklaring in de contra-enquête van [namen getuige(n)] blijkt dat de leidinggevenden van Recticel de medewerkers van Rikla rechtstreeks aanspraken op de voortgang van het werk, de kwaliteit ervan en dat soort zaken. Voor de hotmeltlijn, de sabalijn en de boor-/freeslijn van de afdeling assembly/specialities is hierin volgens [namen getuige(n)] eind 2013, begin 2014 verandering gekomen door de invoering van de groene hesjes met daarop de tekst “leidinggevende Rikla”. Peeters heeft eveneens verklaard dat vanaf de invoering van de groene hesjes de medewerkers van Rikla op de afdeling assembly/specialities niet langer door de voorman van Recticel werden aangestuurd. Voorts heeft Peeters verklaard dat er wat betreft de aansturing van de overige lijnen niets is veranderd na de invoering van de groene hesjes en in zijn verklaring komt naar voren dat tot de invoering van de groene hesjes de aansturing op alle lijnen op ongeveer dezelfde wijze gebeurde. Ook uit de verklaringen in de contra-enquête van [naam] en [gedaagde in vrijwaring 6] is af te leiden, zij het met verschillen, dat Recticel ten opzichte van de medewerkers van Rikla enige zeggenschap had. Zo heeft [naam] verklaard dat aanpassingen in uren of in de werkplek van medewerkers van Rikla soms ook door de voorman van Recticel werden gedaan en heeft [gedaagde in vrijwaring 6] verklaard dat hij soms wel overleg had met de chef van Recticel van de desbetreffende afdeling over het functioneren van een medewerker van Rikla. Uit de verklaring van [gedaagde in vrijwaring 6] leidt de kantonrechter af dat dit overleg in beginsel iedere bij Recticel ingezette medewerker van Rikla kon betreffen, ook de medewerkers met een groen hesje. De door de werknemers afgelegde verklaringen in onderling verband beschouwd, bevestigen het beeld dat ook de medewerkers van Rikla zich hadden te houden aan de door Recticel bij de uit te voeren werkzaamheden gegeven aanwijzingen. Aldus hebben de werknemers en FNV aangetoond dat Recticel een instructiebevoegdheid had ten opzichte van de medewerkers van Rikla dan wel dat zij in enigerlei gezagsverhouding tot Recticel stonden. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende voor de conclusie dat in de regel geen sprake is geweest van aanneming van werk, maar van werkgeversgezag van Recticel als opdrachtgeefster van Rikla over de werknemers van Rikla dat van dien aard was dat deze werknemers de arbeid verrichtten onder toezicht en leiding van Recticel in de zin van artikel 7:690 BW. De werknemers en FNV zijn dan ook geslaagd in hun bewijsopdracht.

2.23.

Dat Recticel aan bepaalde medewerkers of groep van medewerkers van Rikla feitelijk geen of nauwelijks aanwijzingen en instructies heeft gegeven, kan in algemene zin noch ten aanzien van de betreffende medewerkers of medewerkersgroep leiden tot een andersluidend oordeel. Doorslaggevend is dat Recticel de mogelijkheid had aanwijzingen of instructies te geven. Uit de getuigenverklaringen, waaronder die van de heren van Butselaar, komt voldoende duidelijk naar voren dat Recticel zeggenschap kon uitoefenen over de medewerkers van Rikla aan wie zij geen of nauwelijks aanwijzingen of instructies heeft verstrekt, dus ook over de medewerkers van Rikla met een groen hesje na de introductie ervan, bijvoorbeeld via het planningsoverleg, door het bepalen van de werk- en pauzetijden en het werktempo, door een verlofverzoek van een medewerker van Rikla voorgelegd te krijgen en/of door mee te praten over de vraag of een medewerker van Rikla zijn of haar werk goed deed.

2.24.

De slotsom luidt dat aan alle elementen van het bepaalde in artikel 7:690 BW is voldaan. Er is voldaan aan het vereiste van uitzendkrachten die op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam zijn en aan het vereiste van uitzendonderneming. Geoordeeld wordt derhalve dat Rikla met Recticel een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW heeft gesloten voor de door de werknemers van Rikla ten behoeve van Recticel uitgevoerde werkzaamheden. Het gevolg is dat Rikla valt onder de werkingssfeer van de van toepassing zijnde cao(’s) en dat de werknemers aanspraak hebben op verloning conform deze cao’s. Vaststaat dat dit niet is gebeurd. Dit brengt mee dat de vordering van de werknemers en FNV als opgenomen in het petitum onder II. van de akte vermindering van eis ten aanzien van Rikla in beginsel toewijsbaar is.

2.25.

Wil een tegenover Sprintwerkt ingestelde vordering voor toewijzing in aanmerking kunnen komen, dan zal de vraag moeten worden beantwoord of sprake is (geweest) van een overgang van onderneming van Rikla naar Sprintwerkt in de zin van artikel 7:662 e.v. BW.

2.26.

Bij de beantwoording van de hiervoor vermelde vraag stelt de kantonrechter, met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:830 en de daarin vermelde rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU), het volgende voorop.

2.27.

Door de overgang van onderneming gaan de rechten en verplichtingen die op het tijdstip van de overgang voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen hem en een daar werkzame werknemer van rechtswege over op de verkrijger (artikel 7:663 BW). Voor zover hier van belang moet voor de toepassing van de artikelen 7:662 tot en met 7:666 BW onder overgang worden verstaan “de overgang, ten gevolge van een overeenkomst (…) van een economische eenheid die haar identiteit behoudt”, terwijl onder economische eenheid moet worden verstaan “een geheel van georganiseerde middelen, bestemd tot het ten uitvoer brengen van een al dan niet hoofdzakelijk economische activiteit” (artikel 7:662 lid 2, aanhef en onder a en b BW). De artikelen 7:662 tot en met 7:666 BW strekken ter uitvoering van Richtlijn 77/187/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan (Pb 1977, L 61/26). De nadien vastgestelde richtlijn 98/50/EG, het ter uitvoering van die richtlijn vastgestelde nieuwe lid 2 van artikel 7:662 BW en de nadien vastgestelde richtlijn 2001/23/EG (Pb 2001, L 82/16), beogen niet inhoudelijk af te wijken van de voordien geldende regels. Hierna zullen de richtlijnen gezamenlijk de Richtlijn worden genoemd.

2.28.

Ter betwisting van de stelling dat sprake is (geweest) van een overgang van onderneming van Rikla naar Sprintwerkt in de zin van artikel 7:662 e.v. BW heeft Sprintwerkt aangevoerd dat tussen haar en Rikla geen overeenkomst is gesloten, dat geen sprake is van een economische eenheid en dat geen sprake is van identiteitsbehoud van de economische eenheid (de onderneming).

2.29.

Wat betreft het betoog dat tussen Sprintwerkt en Rikla geen overeenkomst is gesloten, stelt de kantonrechter voorop dat de Richtlijn tot doel heeft ook bij verandering van ondernemer de continuïteit te waarborgen van de in het kader van een bedrijf bestaande arbeidsverhoudingen (zie bijvoorbeeld HvJEU 18 maart 1986, ECLI:NL:XX:1986:AC8669, ‘Spijkers’, punt 11). Om dit doel tot zijn recht te laten komen, moet het begrip ‘overeenkomst’ in artikel 1 lid 1 van de Richtlijn (vgl. artikel 7:662 lid 2, aanhef en onder a BW) ruim moet worden uitgelegd. De Richtlijn is van toepassing telkens wanneer in het kader van de contractuele betrekkingen een wijziging plaatsvindt in de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie van de onderneming en als werkgever verplichtingen aangaat ten opzichte van de werknemers van de onderneming (HvJEU 19 mei 1992, ECLI:NL:XX:1992:AD1667, ‘Redmond’, punt 11). Rechtstreekse contractuele betrekkingen tussen vervreemder en verkrijger zijn geen vereiste. De overgang kan ook in twee fasen geschieden via een derde, bijvoorbeeld de eigenaar of verhuurder (HvJEU 7 maart 1996, ECLI:NL:XX:1996:AB9707, ‘Merckx en Neuhuys’, punt 29 en 30). Het begrip ‘overdracht krachtens overeenkomst’ kan naar het geval een schriftelijke of mondelinge overeenkomst zijn tussen de vervreemder en de verkrijger over een wijziging van de voor de exploitatie van de economische eenheid verantwoordelijke persoon, of een stilzwijgende overeenkomst tussen hen blijkend uit praktische samenwerking op bepaalde punten, waarin hun beider wens om tot een dergelijke wijziging over te gaan tot uiting komt (HvJEU 13 september 2007, JAR 2007/252, ‘Jouini’, punt 25).

2.30.

Uit het voorgaande volgt dat in de productie de exploitatie van uitzendbureau Rikla – voor zover dit betreft het uitlenen van werknemers van Rikla aan Recticel – per 1 juli 2015 op Sprintwerkt is overgegaan en dat daarmee een wijziging heeft plaatsgevonden in de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie van de onderneming en als werkgever ten opzichte van de werknemers verplichtingen aangaat. Partijen hebben aldus kennelijk de wens gehad tot deze wijziging over te gaan. Naar het oordeel van de kantonrechter kan daaruit worden afgeleid dat aan de overgang een overeenkomst als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Richtlijn en artikel 7:662 lid 2, aanhef en onder a BW ten grondslag ligt. Indien, overeenkomstig de stelling van Sprintwerkt, juist is dat tussen partijen geen contact heeft plaatsgevonden en/of geen overeenkomst is gesloten, Rikla heeft tot 1 oktober 2015 het loon van de werknemers betaald die per 1 juli 2015 zijn overgegaan van Rikla naar Sprintwerkt, dan leidt dit niet tot een ander oordeel. Blijkens voornoemde maatstaf zijn rechtstreekse contractuele betrekkingen tussen vervreemder en verkrijger voor de toepasselijkheid van de Richtlijn geen vereiste. De overgang kan ook in twee fasen geschieden via een derde. In dit geval heeft Sprintwerkt in ieder geval met de heer Stroek van de CNV afspraken over de overgang van de werknemers van Rikla naar Sprintwerkt gemaakt. Het betoog dat tussen Sprintwerkt en Rikla geen overeenkomst tot stand is gekomen, wordt verworpen.

2.31.

Het betoog van Sprintwerkt dat een economische eenheid ontbreekt, gaat evenmin op. Voor de toepasselijkheid van richtlijn 77/187 is vereist dat de overgang betrekking heeft op een duurzaam georganiseerde economische eenheid waarvan de activiteit niet beperkt is tot de uitvoering van een bepaald werk. Het begrip eenheid verwijst naar een georganiseerd geheel van personen en elementen waarmee een economische activiteit met een eigen doelstelling kan worden uitgeoefend. Een dergelijke eenheid moet weliswaar voldoende gestructureerd en autonoom zijn, maar behoeft niet noodzakelijkerwijs materiële en immateriële activa van betekenis te omvatten. In sommige economische sectoren is er veelal slechts een minimum aan activa en zijn arbeidskrachten de voornaamste factor. Een georganiseerd geheel van werknemers die speciaal en duurzaam met een gemeenschappelijke taak zijn belast, kan derhalve, wanneer er geen andere productiefactoren zijn, als economische eenheid worden aangemerkt (zie bijvoorbeeld: HvJEU 10 december 1998, JAR 1999/16, ‘Hernández Vidal’, punt 26 en 27).

2.32.

Het vorenstaande geldt des te sterker – gezien artikel 2, lid 2, tweede alinea, sub c, van richtlijn 2001/23 – in het geval van uitzendbureaus. Volgens deze bepaling vallen arbeidsverhoudingen met dergelijke ondernemingen immers in principe onder richtlijn 2001/23. Dit betekent dat met de specifieke omstandigheden van dergelijke ondernemingen rekening moet worden gehouden wanneer de gang van zaken bij een overname daarvan wordt onderzocht. Kenmerkend voor uitzendbureaus is dat er gewoonlijk geen eigen bedrijfsorganisatie is op grond waarvan binnen de onderneming verschillende afzonderlijk over te dragen economische eenheden zijn aan te wijzen aan de hand van de organisatie van de vervreemder. In deze context impliceert de beoordeling van het bestaan van een economische eenheid in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 2001/23 dat wordt nagegaan of de door de vervreemder overgedragen bedrijfsmiddelen bij hem een operationeel geheel vormden waarmee zelfstandig diensten konden worden verricht die kenmerkend waren voor de economische activiteit van de onderneming, zonder de inzet van andere bedrijfsmiddelen van enige omvang of andere onderdelen van dit bedrijf (HvJEU 13 september 2007, JAR 2007/252, ‘Jouini’, punt 33 en 34).

2.33.

Rikla is een uitzendbureau in dienst waarvan voor 1 juli 2015 van de in totaal 46 werknemers 39 bij Recticel in de productie werkzaam waren. Van die werknemers zijn met ingang van 1 juli 2015 26 werknemers bij Sprintwerkt in dienst getreden. Sprintwerkt heeft deze werknemers, die reeds gedurende een aantal jaren het productiewerk bij Recticel verrichtten, eveneens bij Recticel in de productie tewerkgesteld. De kennis en ervaring die de werknemers in dienst van Rikla hebben verworven, hebben zij daarom na 1 juli 2015 voor Sprintwerkt kunnen inzetten. De kantonrechter is van oordeel dat uit deze feiten volgt dat Rikla bedrijfsmiddelen aan Sprintwerkt heeft overgedragen die bij haar een operationeel geheel vormden waarmee zelfstandige diensten konden worden verricht. Als gevolg van de overgang van een groot aantal werknemers met relevante kennis en ervaring (know how) en de enige klant (Recticel) van Rikla naar Sprintwerkt, was Sprintwerkt immers in staat met ingang van 1 juli 2015 deze uitzendkrachten aan Recticel ter beschikking te stellen. Dit gaat, anders dan Sprintwerkt heeft aangevoerd, verder dan een uitbreiding van uitzendwerk aan de zijde van Sprintwerkt. Dat Sprintwerkt ook voor 1 juli 2015 productiemedewerkers aan Recticel uitleende, doet daaraan niet af. De conclusie is dat Rikla moet worden aangemerkt als een economische eenheid in de zin van de Richtlijn.

2.34.

Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een overgang in de zin van de Richtlijn is tot slot beslissend of de identiteit van het bedrijf bewaard blijft. Met het oog daarop dient te worden onderzocht of het gaat om de vervreemding van een lopend bedrijf. Dit kan met name blijken uit het feit dat de exploitatie ervan in feite door de nieuwe ondernemer wordt voortgezet of hervat met dezelfde of soortgelijke bedrijfsmiddelen. Bij de beoordeling hiervan moet rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, zoals de aard van de betrokken onderneming of vestiging, het al dan niet overdragen van de materiële activa zoals gebouwen en roerende zaken, de waarde van de immateriële activa op het tijdstip van de overdracht, het al dan niet overnemen van vrijwel al het personeel door de nieuwe ondernemer, het al dan niet overdragen van de klantenkring, de mate waarin de voor en na de overdracht verrichte activiteiten met elkaar overeenkomen en de duur van een eventuele onderbreking van die activiteiten. Daarbij verdient opmerking dat al deze factoren slechts deelaspecten zijn van het te verrichten onderzoek en daarom niet elk afzonderlijk mogen worden beoordeeld (HvJEU 18 maart 1986, ECLI:NL:XX:1986:AC8669, ‘Spijkers’, punt 11 tot en met 13).

2.35.

Voor zover in bepaalde sectoren, waarin de arbeidskrachten de voornaamste factor zijn bij de activiteit, een groep werknemers, die duurzaam een gemeenschappelijke activiteit verricht, een economische entiteit kan vormen, moet evenwel worden erkend dat een dergelijke entiteit haar identiteit ook na de overdracht kan behouden, wanneer de nieuwe ondernemer niet alleen de betrokken activiteit voortzet, maar ook een wezenlijk deel – qua aantal en deskundigheid – van het personeel overneemt dat zijn voorganger speciaal voor die taak had ingezet. In dat geval verwerft de nieuwe ondernemer namelijk het georganiseerde geheel van elementen waarmee de activiteiten of bepaalde activiteiten van de overdragende onderneming duurzaam kunnen worden voortgezet (HvJEU 11 maart 1997, ECLI:NL:XX:1997:AG1499, ‘Süzen’, punt 21).

2.36.

Rikla heeft in de periode tot 1 juli 2015 al haar werknemers aan Recticel uitgezonden. Van de in totaal 46 werknemers waren er bij Recticel 39 in de productie en 7 in de trimfoamverwerking werkzaam. Recticel was dus de enige klant van Rikla. Aan alle productiewerknemers bij Rikla die bij Recticel werkzaam waren, is aangeboden met ingang van 1 juli 2015 bij Sprintwerkt in dienst te treden. Dit aanbod is door 26 productiewerknemers aanvaard. Die werknemers zijn bij Sprintwerkt hetzelfde werk gaan verrichten als zij voor 1 juli 2015 in dienst van Rikla deden. Sprintwerkt heeft dan ook het grootste deel van de ondernemingsactiviteiten van Rikla zonder feitelijke onderbreking duurzaam voortgezet. Aangezien de overgenomen werknemers voor de overname gedurende een aantal jaren via Rikla bij Recticel in de productie werkzaam zijn geweest, heeft Sprintwerkt, anders dan zij aanvoert, qua deskundigheid een wezenlijk deel van het personeel van Rikla overgenomen. De kantonrechter is dan ook – het geheel overziende – van oordeel dat sprake is van identiteitsbehoud als hierboven bedoeld.

2.37.

De slotsom is dat aan het bepaalde van artikel 7:662 lid 2 BW is voldaan. Dit betekent dat sprake is van een overgang van onderneming van Rikla naar Sprintwerkt en wel per 1 juli 2015. Vanaf dat moment zijn de werkgeversverplichtingen jegens de werknemers op grond van artikel 7:663 BW van rechtswege overgegaan van Rikla op Sprintwerkt. Ook de verplichtingen die op grond van de arbeidsovereenkomsten voor Rikla ten opzichte van de werknemers al bestonden, zijn van rechtswege overgegaan op Sprintwerkt. Sprintwerkt zal derhalve – gelet op de onder 3.3 van het vonnis van 28 juni 2017 genoemde eisvermindering – ten aanzien van [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] , [eiser(s) 1 t/m 12] , [namen getuige(n)] en [namen getuige(n)] - worden veroordeeld tot naleving van de CAO voor de Uitzendkrachten, de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche alsmede artikel 8 Waadi, meer precies (1) tot het maken van loonberekeningen voor de hiervoor in deze overweging genoemde werknemers met betrekking tot de periode van 1 juli 2015 tot en met de datum waarop de arbeidsovereenkomsten met de werknemers rechtsgeldig zijn geëindigd, (2) de bedragen die uit de loonberekeningen voortvloeien – in het geval de loonberekeningen uitwijzen dat te weinig loon is betaald – na te betalen aan de werknemers en (3) daarvan deugdelijke salarisspecificaties en betaalbewijzen over te leggen aan de werknemers en FNV, een en ander binnen vier weken na betekening van dit vonnis.

2.38.

Voorts zal de kantonrechter op grond van al het voorgaande – mede gezien het bepaalde in artikel 7:663, tweede volzin BW – Rikla en Sprintwerkt hoofdelijk als hierna bepaald veroordelen tot (1) het maken van loonberekeningen tot 1 juli 2015, (2) de bedragen die uit de loonberekeningen voortvloeien – in het geval de loonberekeningen uitwijzen dat te weinig loon is betaald – na te betalen aan de werknemers en (3) daarvan deugdelijke salarisspecificaties en betaalbewijzen over te leggen aan de werknemers en FNV, een en ander binnen vier weken na betekening van dit vonnis. Met Rikla is de kantonrechter van oordeel, anders dan de medewerkers en FNV hebben gesteld, dat uit de als productie 22 en productie 23 bij dagvaarding overgelegde correspondentie van 17 en 27 juli 2015 geen schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de medewerkers zich ondubbelzinnig hun recht op nakoming tot betaling van het gestelde achterstallige loon kan worden afgeleid, zodat het beroep op verjaring van Rikla slaagt. Nu Rikla heeft betoogd dat de werknemers eerst op 23 juni 2016 een beroep hebben gedaan op de nabetaling van het gestelde achterstallige loon en verder niet is gebleken van feiten waaruit volgt dat de medewerkers in de periode tussen 17/27 juli 2015 en 23 juni 2016 de verjaring van hun loonaanspraken hebben gestuit, neemt de kantonrechter 23 juni 2011 als begindatum voor de te maken loonberekeningen en het na te betalen loon. Weliswaar heeft Sprintwerkt geen beroep op verjaring gedaan, maar nu vaststaat dat Rikla tegenover de werknemers vanaf 23 juni 2011 (en niet eerder) verplicht is loon na te betalen en Sprintwerkt door de overgang van onderneming is getreden in de rechten en verplichtingen van Rikla, gaat de kantonrechter in verband met de onderhavige veroordeling ook ten aanzien van Sprintwerkt uit van 23 juni 2011 als begindatum (op Rikla rust immers niet de verplichting vóór 23 juni 2011 loon na te betalen) (Gerechtshof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDA:2016:241). Overigens beperkt de veroordeling op dit onderdeel zich voor Sprintwerkt tot de werknemers [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] , [eiser(s) 1 t/m 12] , [namen getuige(n)] en [namen getuige(n)] . Voor zover de tussen de werknemers [naam] , [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] , [eiser(s) 1 t/m 12] , [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] en [namen getuige(n)] enerzijds en Sprintwerkt anderzijds getroffen (niet overgelegde) schikking meebrengt dat Sprintwerkt heeft gepresteerd, geldt op de voet van artikel 6:7 lid 2 BW dat ook Rikla is bevrijd ten opzichte van de werknemers jegens wie Sprintwerkt is nagekomen.

2.39.

De werknemers en FNV hebben niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat Rikla en/of Sprintwerkt geen salarisspecificaties en betaalbewijzen zouden verstrekken op het moment dat het te weinig betaalde loon aan de werknemers wordt voldaan. De kantonrechter acht daarom geen gronden aanwezig een dwangsom te koppelen aan de op Rikla en Sprintwerkt rustende verplichting de salarisspecificaties en betaalbewijzen te verstrekken.

2.40.

FNV heeft voorts een schadevergoeding ex artikel 15 Wet CAO en artikel 3 Wet AVV gevorderd van € 100.000,00. FNV heeft aangevoerd dat zij zowel materiële schade – bestaande uit de uren die de medewerkers van FNV in deze zaak hebben gestoken – als immateriële schade – in de vorm van prestigeverlies en verlies aan wervingskracht – heeft geleden. De kantonrechter zal, alle omstandigheden in aanmerking nemend, de vergoeding door Rikla en Sprintwerkt in aanmerking komende kosten in dit geval ex aequo et bono begroten op een bedrag van € 15.000,00. Rikla en Sprintwerkt zullen hoofdelijk worden veroordeeld om dit bedrag aan FNV te betalen. De wettelijke rente over het bedrag wordt toegewezen vanaf dertig dagen na betekening van dit vonnis.

2.41.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. FNV heeft ter onderbouwing van haar vordering aangevoerd dat zij de werknemers meermalen heeft gehoord, verklaringen heeft opgesteld, berekeningen van achterstallig loon heeft gemaakt, met de gedaagde partijen heeft gecorrespondeerd en een advocaat heeft ingeschakeld. De hiervoor begrote schadevergoeding van € 15.000,00 ziet reeds (mede) op deze werkzaamheden, zodat voor toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten geen plaats meer is.

2.42.

De werknemers en FNV hebben aan hun vorderingen jegens Recticel ten grondslag gelegd dat de door Rikla gepleegde wanprestatie (de onderbetaling van de werknemers tot 1 juli 2015) een onrechtmatige daad van Recticel ten opzichte van hen meebrengt. Volgens de werknemers en FNV heeft Recticel de situatie van onderbetaling uitgelokt dan wel deze voor haar profijtelijke situatie willens en wetens in stand gehouden. Ook heeft Recticel zich niet gehouden aan de vergewisplicht die volgt uit artikel 3 lid 8 van de CAO van Recticel, aldus de werknemers en FNV.

2.43.

Voorop gesteld wordt dat het een partij bij een overeenkomst niet onder alle omstandigheden vrij staat de belangen te verwaarlozen die derden bij een behoorlijke nakoming van een contract kunnen hebben (HR 3 mei 1946, ECLI:NL:HR:1946:4). Onder omstandigheden is het uitlokken of profiteren van de wanprestatie van een ander door een derde onrechtmatig, bijvoorbeeld wanneer de derde de verbintenis kende, zich bewust moet zijn geweest van het aanmerkelijk nadeel dat door de wederpartij uit de tekortkoming zou voortvloeien en de ander tot de wanprestatie heeft aangezet (HR 17 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4789 en HR 27 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AG5024). Het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dit handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, levert op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens die derde op. Of een dergelijk handelen jegens die derde onrechtmatig is, hangt af van de omstandigheden van het geval (HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU5682). Indien de belangen van een derde zo nauw zijn betrokken bij de behoorlijke uitvoering van de overeenkomst dat hij schade of ander nadeel kan lijden als een contractant in die uitvoering tekort schiet, kunnen de normen van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt meebrengen dat die contractant deze belangen dient te ontzien door zijn gedrag mede door die belangen te laten bepalen. Bij de beantwoording van de vraag of deze normen zulks meebrengen zal de rechter de ter zake dienende omstandigheden van het geval dienen te betrekken, zoals de hoedanigheid van alle betrokken partijen, de aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst, de wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken, de vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was, de vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien, de vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden, de aard en omvang van het nadeel dat voor de derde dreigt en de vraag of van hem kon worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt, alsmede de redelijkheid van een eventueel aan de derde aangeboden schadeloosstelling (HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9069 en HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0485).

2.44.

Recticel heeft terecht niet weersproken dat indien wordt geoordeeld dat de werknemers uitzendkrachten zijn, zij recht hebben op het loon dat zij verdiend zouden hebben wanneer zij voor dezelfde arbeid in loondienst zouden zijn geweest van Recticel. Dit uitgangspunt is vervat in de op de werknemers van toepassing zijnde ABU CAO en getuige de CAO van Recticel heeft Recticel zich daaraan ook verbonden. Gesteld noch gebleken is dat de CAO van Recticel een bepaling bevat die Recticel verplicht alleen uitzendkrachten in te lenen van inleners die haar hebben toegezegd het loon te betalen dat uitzendkrachten anders, in dienst van Recticel, zouden hebben gekregen. Een dergelijke bepaling zou overigens geen rechtstreeks vorderingsrecht opleveren voor de werknemers, die immers geen partij zijn bij de CAO van Recticel. Op Recticel rust naar het oordeel van de kantonrechter ook geen verplichting erop toe te zien dat de loonsom die zij aan Rikla betaalde, na aftrek van de opslag voor Rikla, door deze laatste ook daadwerkelijk aan de ingeleende krachten werd doorbetaald. Recticel had geen zicht op deze concrete uitbetalingen en deze factor is voor haar ook moeilijk te beïnvloeden. Echter indien Recticel een situatie van onderbetaling heeft uitgelokt of deze voor haar profijtelijke situatie willens en wetens in stand heeft gehouden, dan kan dit een onrechtmatig handelen jegens de werknemers opleveren.

2.45.

Gezien vorenstaand beoordelingskader dient te worden bezien in hoeverre het voor Recticel duidelijk moet zijn geweest dat de medewerkers van Rikla lager werden beloond dan de eigen, met hen vergelijkbare, medewerkers van Recticel. Indien Recticel aan Rikla ten behoeve van de medewerkers van Rikla een lager uurtarief betaalde dan het brutoloon dat zij aan haar eigen medewerkers was verschuldigd, is evident dat zij van de onderbetaling moet hebben geweten en daar zelf ook van heeft geprofiteerd. Ook bij een gelijk of nagenoeg gelijk tarief zal dat haar, gelet op de daarin vervatte opslag voor Rikla, duidelijk moeten zijn geweest. Indien het door Rikla gedeclareerde tarief echter zodanig was dat daaruit (realiter) een met het salaris van de eigen medewerkers van Rikla corresponderende loonsom aan de medewerkers van Rikla kon worden uitbetaald, behoefde Recticel geen situatie van onderbetaling te vermoeden en kan haar reeds daarom niet worden verweten dat zij deze heeft uitgelokt of in stand gehouden.

2.46.

Als onbetwist staat vast dat Recticel per werknemer, ongeacht de werkzaamheden die voor Recticel werden uitgevoerd, een vast uurtarief van € 17,25 exclusief btw aan Rikla heeft betaald. De uurtarieven die volgens de door de medewerkers en FNV als productie 20 bij dagvaarding overgelegde tabel aan de medewerkers van Rikla hadden moeten worden betaald, variëren van € 11,43 bruto per uur voor de laagst betaalde medewerker tot € 13,84 bruto per uur voor de hoogst betaalde medewerker. Het gemiddelde bruto uurloon bedraagt € 12,79 per medewerker. De kantonrechter acht het verschil tussen het door Rikla aan Recticel berekende tarief en de bedragen die de werknemers van Rikla volgens de werknemers en FNV zouden hebben verdiend wanneer de werknemers van Rikla voor dezelfde arbeid in loondienst zouden zijn geweest van Recticel niet zodanig dat Recticel daaruit wel moest begrijpen dat Rikla de medewerkers tekort zou doen en haar daar aldus toe heeft aangezet, zoals de medewerkers en FNV stellen. Het verschil is onvoldoende klein om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat Recticel op onrechtmatige wijze van de wanprestatie van Rikla heeft geprofiteerd. Hoewel de medewerkers en FNV er terecht op wijzen dat Recticel de vergelijking tussen bovengenoemde bedragen ten onrechte simplificeert door het verschil ertussen volledig als opslag voor Rikla te bestempelen, acht de kantonrechter dat verschil – óók rekening houdend met reserveringen, door Rikla nog af te dragen werkgeverslasten en te compenseren met eigen administratiekosten – niet zodanig gering dat Recticel moest veronderstellen dat de medewerkers door Rikla niet behoorlijk zouden worden uitbetaald. De vorderingen jegens Recticel zullen daarom worden afgewezen.

2.47.

Rikla en Sprintwerkt worden ten opzichte van de werknemers en FNV grotendeels in het ongelijk gesteld en zij moeten daarom in relatie tot de werknemers en FNV de proceskosten dragen, daaronder begrepen de schadeloosstelling als bedoeld in artikel 182 Rv voor de kosten verbonden aan het horen van de getuigen die de werknemers en FNV hebben voorgebracht. De kantonrechter neemt de in de processen-verbaal van (voortzetting van) enquête aan de kant van de werknemers en FNV genoemde kosten over en stelt deze – met inbegrip van de bij deze definitief vastgestelde schadeloosstelling van € 696,00 betreffende [namen getuige(n)] – vast op een totaalbedrag van € 2.872,32 (inclusief btw).

2.48.

De werknemers en FNV worden ten opzichte van Recticel in het ongelijk gesteld en zij moeten daarom in relatie tot Recticel de proceskosten, hieronder begrepen de kosten van het incident, dragen.

3 De verdere beoordeling in de vrijwaringszaak

3.1.

Nu de vorderingen van de werknemers en FNV in de hoofdzaak tegen Recticel worden afgewezen, dient dat tevens te gelden voor de vorderingen in de vrijwaringszaak die Recticel tegen Rikla c.s. heeft ingesteld. De vorderingen tegen Rikla c.s. zullen daarom worden afgewezen.

3.2.

Recticel zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de vrijwaringszaak worden veroordeeld. De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.

4 De beslissing

De kantonrechter

in de hoofdzaak

4.1.

veroordeelt Sprintwerkt tot naleving van de CAO voor de Uitzendkrachten, de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche alsmede artikel 8 Waadi, meer precies (1) tot het maken van loonberekeningen voor de werknemers [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] , [eiser(s) 1 t/m 12] , [namen getuige(n)] en [namen getuige(n)] met betrekking tot de periode van 1 juli 2015 tot en met de datum waarop de arbeidsovereenkomsten met voornoemde werknemers rechtsgeldig zijn geëindigd, (2) de bedragen die uit de loonberekeningen voortvloeien – in het geval de loonberekeningen uitwijzen dat te weinig loon is betaald – na te betalen aan deze werknemers en (3) daarvan deugdelijke salarisspecificaties en betaalbewijzen over te leggen aan de werknemers en FNV, een en ander binnen vier weken na betekening van dit vonnis;

4.2.

veroordeelt Rikla en Sprintwerkt hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een nakomt ook de ander is bevrijd, tot (1) het maken van loonberekeningen voor de werknemers [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] , [eiser(s) 1 t/m 12] , [namen getuige(n)] en [namen getuige(n)] vanaf 23 juni 2011 tot 1 juli 2015, (2) de bedragen die uit de loonberekeningen voortvloeien – in het geval de loonberekeningen uitwijzen dat te weinig loon is betaald – na te betalen aan deze werknemers en (3) daarvan deugdelijke salarisspecificaties en betaalbewijzen over te leggen aan de werknemers en FNV, een en ander binnen vier weken na betekening van dit vonnis;

4.3.

veroordeelt Rikla tot (1) het maken van loonberekeningen voor de werknemers [naam] , [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] , [eiser(s) 1 t/m 12] , [namen getuige(n)] , [namen getuige(n)] en [namen getuige(n)] vanaf 23 juni 2011 tot 1 juli 2015, (2) de bedragen die uit de loonberekeningen voortvloeien – in het geval de loonberekeningen uitwijzen dat te weinig loon is betaald – na te betalen aan deze werknemers en (3) daarvan deugdelijke salarisspecificaties en betaalbewijzen over te leggen aan de werknemers en FNV, een en ander binnen vier weken na betekening van dit vonnis;

4.4.

veroordeelt Rikla en Sprintwerkt hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de ander is bevrijd, tot betaling aan FNV van een bedrag van € 15.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf dertig dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

4.5.

veroordeelt Rikla en Sprintwerkt in relatie tot de werknemers en FNV hoofdelijk, in die zin dat voor zover de een betaalt ook de ander is bevrijd, in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van de werknemers en FNV begroot op € 6.951,77 in totaal, welk bedrag bestaat uit € 108,45 aan dagvaardingskosten, € 471,00 aan griffierecht, € 3.500,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 2.872,32 aan schadeloosstelling in de zin van artikel 182 Rv;

4.6.

veroordeelt de werknemers en FNV in relatie tot Recticel in de proceskosten, hieronder begrepen de kosten van het incident, tot deze uitspraak aan de kant van Recticel begroot op € 4.200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

4.7.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.8.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in de vrijwaringszaak

4.9.

wijst de vorderingen af;

4.10.

veroordeelt Recticel in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Rikla c.s. begroot op € 700,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proceskosten vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag van volledige betaling.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op