Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5777

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-12-2018
Datum publicatie
15-03-2019
Zaaknummer
7068360 eindvonnis d.d. 19-12-2018
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Tweedehands auto, consumentenkoop, geen non-conformiteit, geen dwaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 7068360 \ CV EXPL 18-7455 \ 406 \ 32568

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[naam eisende partij]

wonende te [woonplaats eisende partij]

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

gemachtigde mr. M. Alta

procederende krachtens toevoegingsnummer 5DK5507

tegen

[naam gedaagde partij] ,
h.o.d.n. [handelsnaam gedaagde partij]

wonende te [woonplaats gedaagde partij]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

gemachtigde Goedman Adviesgroep B.V.

Partijen worden hierna [naam eisende partij] en [naam gedaagde partij] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 augustus 2018 en de daarin genoemde processtukken

- de comparitie van partijen van 15 november 2018

- de aan de zijde van [naam eisende partij] overgelegde pleitnotities tevens ‘akte houdende verandering van eis’.

2 De feiten

2.1.

Op 6 mei 2018 komt een advertentie voor een Ford Fiesta met kenteken [kentekennummer] (verder de auto) op Marktplaats.nl. Bij de advertentie staat als verkoper [handelsnaam gedaagde partij] vermeld.

2.2.

[naam gedaagde partij] heeft op 9 mei 2018 de auto aan [naam eisende partij] verkocht.

2.3.

Voor de auto heeft [naam eisende partij] een bedrag van € 7.400,00 overgemaakt op een rekeningnummer van [naam rekeninghouder] .

2.4.

Garage [naam Ford dealer] te Hoogeveen, Ford dealer, heeft onder andere nieuwe hemelbekleding en een nieuwe antennespriet gemonteerd in/op de auto.

2.5.

Bij brief van 13 juni 2018 vernietigt [naam eisende partij] de koopovereenkomst tussen haar en [naam gedaagde partij] buitengerechtelijke op grond van dwaling.

3 De vordering en het verweer in conventie

3.1.

[naam eisende partij] vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair voor recht verklaart dat [naam eisende partij] de koopovereenkomst tussen partijen van februari 2016 bij brief van 13 juni 2018 rechtsgeldig heeft vernietigd;

II. subsidiair voor recht verklaart dat de aan [naam eisende partij] geleverde auto met kenteken [kentekennummer] niet beantwoordde aan de overeenkomst en de overeenkomst tussen partijen van 9 mei 2018 te ontbinden ex artikel 7:17 jo. 6:265 BW;

III. meer subsidiair de overeenkomst tussen partijen van 9 mei 2018 te vernietigen wegens dwaling op grond van artikel 6:228 BW;

IV. [naam gedaagde partij] veroordeelt tot betaling van het door [naam eisende partij] betaalde bedrag voor de auto ad € 7.400,00, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 9 mei 2018, met de verplichting van [naam gedaagde partij] de auto terug te nemen;

V. [naam gedaagde partij] veroordeelt in de proceskosten.

In aanvulling op haar vordering verzoekt [naam eisende partij] , indien zijn geen dan wel onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gestelde non-conformiteit, een deskundigenbericht ex artikel 194 Rv te gelasten, althans [naam eisende partij] toe te laten tot het leveren van aanvullend bewijs.

3.2.

[naam eisende partij] baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen. Bij de verkoop van de auto handelde [naam gedaagde partij] in de uitoefening van zijn bedrijf, zodat er sprake is van een consumentenkoop. [naam eisende partij] heeft bij de koop gedwaald doordat [naam gedaagde partij] verzwegen heeft dat er sprake is van een schadeauto en hij ten onrechte heeft gemeld dat de auto technisch in goede staat verkeert en steeds goed is onderhouden. [naam eisende partij] had de auto immers niet gekocht indien zij had geweten dat de auto een schadeauto is en niet goed is onderhouden. Voor zover er geen sprake is van dwaling, is er sprake van non-conformiteit. De hemelbekleding was immers kapot, de antennespriet was niet aanwezig, de portier linksachter kon niet van binnenuit open gedaan worden, de spiegels konden niet versteld worden en er is sprake van een ruisend geluid tijdens het rijden, waarvoor nog een diagnose gesteld moet worden. Deze tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding.

3.3.

[naam gedaagde partij] betwist de vordering en voert daarvoor het volgende aan. De auto is voor een derde verkocht, [naam gedaagde partij] was niet handelend in de uitvoering van zijn beroep of bedrijf. Daarnaast heeft [naam eisende partij] de auto gekocht nadat zij deze had bezichtigd en hiermee een proefrit had gemaakt. Verder is de auto een tweedehands auto die goed rijdt en apk gekeurd is.

4 De vordering en het verweer in reconventie

4.1.

[naam gedaagde partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis [naam eisende partij] veroordeelt om aan hem te betalen € 400,00.

4.2.

[naam gedaagde partij] baseert zijn vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende stellingen. De overeengekomen prijs voor de auto was € 7.800,00 en [naam eisende partij] heeft slechts € 7.400,00 voldaan. Zij is dus nog € 400,00 verschuldigd.

4.3.

[naam eisende partij] betwist de vordering en voert het volgende aan. De overeengekomen prijs voor de auto was € 7.400,00. Mocht de prijs worden vastgesteld op € 7.800,00, dan voert zij aan dat zij € 400,00 mocht gebruiken om reparaties uit te voeren, hetgeen zij gedaan heeft.

5 De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

5.1.

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

5.2.

Het geschil tussen partijen spitst zich eerst toe op de vraag of er sprake is van een consumentenkoop. Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van de koop van een roerende zaak en dat [naam eisende partij] als koper handelde voor doeleinden buiten haar bedrijfs- of beroepsactiviteit. Wel is in geschil of [naam gedaagde partij] als verkoper handelde in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit. Of hiervan sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve factoren.

5.3.

Van doorslaggevend belang is dat [naam eisende partij] de auto heeft gevonden via een advertentie op internet en bij deze advertentie [handelsnaam gedaagde partij] als verkoper vermeld staat. Reden waarom de kantonrechter [naam gedaagde partij] aanmerkt als handelaar in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en er sprake is van een consumentenkoop. Dat [naam eisende partij] uiteindelijk de auto niet bij [handelsnaam gedaagde partij] heeft opgehaald, maar ergens anders maakt dat niet anders.

5.4.

Voor zover [naam gedaagde partij] zich erop beroept dat hij als tussenpersoon van een particulier handelde heeft te gelden dat artikel 7:5 lid 2 Burgerlijk Wetboek (verder BW) bepaalt dat in het geval dat een zaak wordt verkocht door een gevolmachtigde die handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf de koop aangemerkt wordt als consumentenkoop, tenzij de koper wist dat hij handelde voor een particulier. Niet is gesteld dat en wanneer [naam gedaagde partij] aan [naam eisende partij] heeft gezegd dat hij als tussenpersoon handelde (de auto verkocht voor een derde). Het enkele feit dat de koopsom op de bankrekening van een derde is betaald, is niet voldoende om aan te nemen dat [naam eisende partij] wist dat [naam gedaagde partij] als tussenpersoon handelde. Dit leidt ertoe dat ook als [naam gedaagde partij] aangemerkt kan worden als tussenpersoon, er toch sprake is van een consumentenkoop.

5.5.

Dan spitst het geschil zich toe op de vraag of [naam eisende partij] heeft gedwaald bij de koop van de auto. Hoewel zij dit niet concreet specificeert, lijkt [naam eisende partij] een beroep te doen op artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder a BW (onjuiste inlichting van de verkoper) en artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder b BW (schending mededelingsplicht).

5.6.

Met betrekking tot een onjuiste inlichting van de verkoper dient te worden opgemerkt dat aanprijzingen in louter algemene bewoordingen (‘de beste’, ‘van goede kwaliteit’) geen grond vormen voor een beroep op artikel 6:228 BW. Daarnaast heeft [naam eisende partij] , gelet op de betwisting van [naam gedaagde partij] , onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een slechte technische staat van de auto of een schadeauto. Dat er een aantal kleine zaken vervangen moesten worden, is daarvoor onvoldoende. Het had op de weg van [naam eisende partij] gelegen om met bijvoorbeeld een verklaring van een ter zake deskundig persoon te onderbouwen dat er sprake was van een schadeauto. Het door [naam eisende partij] als productie 4 overgelegde document is hiervoor onvoldoende, te meer nu daarop niet is vermeld dat er sprake is van een schadeauto. Dit leidt ertoe dat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een onjuiste mededeling van [naam gedaagde partij] of een schending van de mededelingsplicht van [naam gedaagde partij] . Reden waarom het beroep van [naam eisende partij] op dwaling (artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder a en b BW) niet slaagt en zij ten onrechte de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.

5.7.

Dan dient te worden beoordeeld of er sprake is van non-conformiteit van de auto. Van belang is de vraag of de auto de eigenschappen bezat die de koper mocht verwachten. Hierbij geldt het volgende uitgangspunt. Ingeval een (tweedehands) auto wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, aan het verkeer deel te nemen zal als regel moeten worden aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren, waarbij niet is uitgesloten dat deze regel in bepaalde gevallen uitzondering lijdt. De Hoge Raad heeft hieraan toegevoegd dat uit de hiervoor vermelde maatstaf niet het omgekeerde volgt, te weten dat ingeval een auto niet zodanige gebreken heeft dat gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren, daaruit zou volgen dat de auto wél aan de overeenkomst beantwoordt, ook indien deze nog andere gebreken heeft.
Kortgezegd is er in ieder geval sprake van een non-conforme auto als het gebruik ervan een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid, maar ook als het gebruik ervan geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid, dan kan de auto alsnog non-conform zijn.

5.8.

Niet is gesteld of gebleken dat het gebruik van de auto een gevaar oplevert voor de verkeerveiligheid. Daarnaast heeft [naam eisende partij] onvoldoende feitelijk onderbouwd dat de gestelde gebreken ertoe leiden dat de auto non-conform was. Te meer nu [naam eisende partij] een proefrit heeft gemaakt met de auto, waarbij zij de door haar gestelde gebreken had kunnen ontdekken.

5.9.

Met betrekking tot het aanvullend verzoek tot het gelasten van een deskundigenbericht of het toestaan tot het leveren van aanvullende bewijs wordt het volgende overwogen. Bezien in het licht van het verweer van [naam gedaagde partij] heeft [naam eisende partij] haar stelling naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Dit brengt mee dat niet aan bewijslevering wordt toegekomen en ook niet aan het gelasten van een deskundigenbericht. Daar komt bij dat [naam eisende partij] geen bewijsaanbod heeft gedaan dat concreet op dit punt is toegespitst.

5.10.

Een en ander leidt ertoe dat de gevorderde verklaringen voor recht niet toewijsbaar zijn en de gevorderde ontbinding wordt afgewezen.

5.11.

Met betrekking tot de eis in reconventie heeft te gelden dat [naam gedaagde partij] zelf bij zijn mondelinge conclusie van antwoord heeft verklaard dat hij eerder heeft aangegeven dat [naam eisende partij] het nu gevorderde bedrag van € 400,00 mocht houden. [naam gedaagde partij] kan niet zomaar terugkomen op zijn toezegging dat [naam eisende partij] de € 400,00 mocht houden. De vordering wordt daarom afgewezen.

5.12.

[naam eisende partij] wordt in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen, omdat [naam gedaagde partij] echter in persoon is verschenen bij zijn mondelinge conclusie van antwoord en niemand namens [naam gedaagde partij] is verschenen bij de comparitie, wordt het salaris voor de gemachtigde begroot op nihil. [naam gedaagde partij] wordt in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Hij moet een bedrag van € 60,00 betalen aan de gemachtigde van [naam eisende partij] .

6 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt [naam eisende partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [naam gedaagde partij] begroot op nihil aan salaris voor de gemachtigde;

in reconventie

6.3.

wijst de vordering af;

6.4.

veroordeelt [naam gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [naam eisende partij] begroot op € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde;

6.5.

bepaalt dat [naam gedaagde partij] de proceskosten moet betalen aan de gemachtigde van [naam eisende partij] ;

6.6.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op