Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5600

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-10-2018
Datum publicatie
08-01-2019
Zaaknummer
C/05/337637 / KZ ZA 18-132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers vorderen dat Google de link, die verwijst naar een artikel van de Quote waarin wordt verwezen naar een persbericht van de FIOD over een groot onderzoek naar witwaspraktijken in relatie tot eisers, zal verwijderen uit de zoekresultaten bij een zoekopdracht op de naam van eisers.

Kort geding, vordering tot verwijderen link uit zoekresultaten, artikel 17 en 21 AVG, afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/337637 / KZ ZA 18-132

Vonnis in kort geding van 22 oktober 2018

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. Y.G.I. Schrader-Verseveld te Veessen,

tegen

rechtspersoon naar buitenlands recht GOOGLE LLC.,

gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten,

gedaagde,

advocaat mr. A. Strijbos en mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser 1], [eiser 2] en Google genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota van [eiser 1] en [eiser 2],

  • -

    de pleitnota van Google.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] en [eiser 2] waren samen bestuurder van de Arnhemse vastgoedonderneming [naam 1].

2.2.

Google is exploitant van de internetzoekmachine Google Search (hierna: de zoekmachine). Deze zoekmachine helpt gebruikers om informatie elders op het internet te vinden. Gebruikers kunnen één of meer zoektermen opgeven, waarna de zoekmachine resultaten weergeeft. Deze zoekresultaten bevatten verwijzingen (hyperlinks) naar internetadressen van webpagina’s (URL’s).

2.3.

Op 11 oktober 2016 heeft Quote een artikel gepubliceerd op haar website met als kop “Justitie legt beslag op 43 panden van directie Gelders vastgoedbedrijf”. In het artikel wordt verwezen naar een persbericht van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (hierna: FIOD) over een groot witwasonderzoek. In het artikel wordt vermeld dat [eiser 1] hoofdverdachte is in het onderzoek en dat hij en zijn vriendin zijn aangehouden omdat zij worden verdacht van witwassen, valsheid in geschrifte en oplichting. Er is door de FIOD beslag gelegd op onroerend goed en auto’s van de directie van [naam 1], bestaande uit [eiser 1] en [eiser 2]. In het artikel staat dat ten aanzien van [eiser 2] onduidelijk is wat zijn precieze rol is in de zaak.

2.4.

Als in de zoekmachine de zoekopdracht “[eiser 1]” of “[eiser 1]” wordt ingegeven verschijnt bovenaan de zoekresultaten de URL naar het artikel van Quote op de website van Quote met het volgende tekstfragment:

“http://www/quotenet.nl/Nieuws/Justitie-legt-beslag-op-43-panden-van-directie-Gelders-vastgoedbedrijf-186012”.

2.5.

[eiser 1] heeft bij digitaal formulier van 22 januari 2017 Google verzocht tot het verwijderen van een viertal URL’s, waaronder de hierboven onder 2.4. vermelde URL. Als reden voor de verwijdering heeft [eiser 1], voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“Onderhavige URL’s verwijzen naar informatie over een onderzoek van de FIOD naar mij en mijn partner [naam 2]. Een zaak die door het Functioneel Parket tot absurde proporties is opgeblazen. Betrokken websites hebben hun informatie uit een persbericht van de FIOD gehaald. Op dit moment is de zaak onder de rechter, welke inmiddels in een tussenvonnis heeft geoordeeld dat dit persbericht niet bepaald de schoonheidsprijs verdiend en dat het handelen van het Functioneel Parket het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel heeft geschonden. Deze informatie is voor mij zowel in privé als zakelijk nodeloos grievend en gelijktijdig enorm schadelijk. Het is een fiscale discussie welke van het Functioneel Parket een strafrechtelijk sausje heeft meegekregen omdat ze de materie zelf niet snappen. Vertrouwende u hiermee naar voldoening te hebben geïnformeerd en dat u bedoelde informatie uit uw zoekresultaten wilt verwijderen.”

2.6.

Google heeft per e-mail van 2 februari 2017, voor zover van belang, als volgt gereageerd:

“In accordance with your request, Google Inc. is working to block the following URLs from European versions of Google’s search results for queries related to your name:

http://www.destentor.nl/regio/heerde/justitie-legt-beslag-op-43-panden-van-stel-uit-heerde-

1 .6511350

http://www.gelderlander.nl/1 .6557868

http://www.vastgoedmarkt.nl/nieuws/2016/10/12%5B2%5D/beslag-op-panden-gelderse-belegger-q .

These pages will also be blocked for queries relating to your name to users located in your country. Please note that it may take several hours for this action to take effect. This action will not remove the content at issue from the web. You still may wish to contact the site’s webmaster. (…)

With regards to the following URLs:

http://www.quotenet.nl/Nieuws/Justitie-legt-beslag-op-43 panden-van-directie-Gelders-vastgoedbedrijf-186012

In this case, it appears that the URL(s) you have identified included information about you that is relevant and not outdated. Therefore, we conclude that reference to this material in our search results is justified by the public interest in having access to it.”

2.7.

Op een tweede verzoek van [eiser 1] medio april 2018 om tot verwijdering over te gaan van de hierboven onder 2.4. vermelde URL heeft Google bij e-mail van 23 april 2018, voor zover van belang, als volgt gereageerd:

“Met betrekking tot de volgende URLs: (Detlev [eiser 1] / ]ohn [eiser 1])

http://quotenet.nl/Nieuws/Justitie-legt-beslag-op-43 panden-van-directie-Gelders-vastgoedbedrijf-186012.

We hebben uw klacht ontvangen en beoordeeld. Google heeft besloten op dit moment geen actie te ondernemen op basis van ons beleid inzake de verwijdering van inhoud. Zoals altijd raden we u aan geschillen rechtstreeks op te lossen met de eigenaar van de betreffende website.”

2.8.

[eiser 2] heeft op 19 februari 2017 een verzoek tot verwijdering van de onder 2.4. vermelde URL ingediend bij Google. Als reden voor verwijdering heeft [eiser 2], voor zover van belang, het volgende geschreven:

“The present reference in your search result contains for a large part incorrect and offensive information for me and for my family. The mentioned website has published this information without any facts checking and made it it’s own story. Within this context it is giving a suggestive and reasoning story that is far from reality. In the mentioned search result my name and surname are fully mentioned along with my profession.

Furthermore the artikel states that I’m the director of certain limited’s and that I’m the (partial) owner of a company real-estate area. This is absolutely incorrect. But this has created a suggestive context which places me in a doubtful position. All this has very negative consequences for me and my family in our private lives and also for me in my profession lives.

Furthermore is there the relevancy_The base for the article is also quite outdated as is dates back to 2006. All this can’t be in the publics’ interest and ne”

2.9.

Google heeft per e-mail van 6 maart 2017 aangegeven niet tot verwijdering over te gaan. Google heeft, voor zover van belang, het volgende geschreven:

“In dit geval lijkt het erop dat de door u geïdentificeerde URL informatie over u bevat die relevant en niet verouderd is. Daarom concluderen we dat verwijzing naar dit materiaal in onze zoekresultaten gerechtvaardigd is vanwege het algemeen belang van toegang tot dit materiaal. Google heeft besloten op dit moment geen actie te ondernemen tegen deze URL.”

2.10.

[eiser 2] heeft op 19 maart 2017 een tweede verzoek tot verwijdering gedaan aangaande de onder 2.4. vermelde URL. Als reden voor verwijdering heeft [eiser 2], voor zover van belang, het volgende geschreven:

“The present reference in your search result contains for a large part incorrect and offensive information for me and for my family. This information originates from a press release by the Dutch tax authorities (FIOD) as part of an investigation into money laundering in which my name is wrongly mentioned as a possible stakeholder.

Based on the results of this investigation it is moreover questionable if this case will ever be brought to court.

The mentioned website has published this information without any facts checking and gave/made it it’s own context/story. Within this context it is giving a suggestive and reasoning story that is far from reality. The court has meanwhile raised its question regarding the need of the press release by the Dutch tax authorities. After all

under our current legal system you are presumed innocent until proven otherwise, but in this matter there is nothing to prove otherwise. But due to press release the damage is already done.

In the mentioned search result my name and surname are fully mentioned along with my profession.

Furthermore the artikel states that I’m the director of certain limiteds and that I’m the (partial) owner of a company real-estate area. This is absolutely incorrect. But this has created a suggestive context which places me in a doubtful position. All this has very negative consequences for me and my family in our private lives and also for me in my profession live.

Consequences that are a daily burden for which I need to defend myself but that are based on incorrect and suggestive information.

Furthermore is there the relevancy: The bases for the investigation from the Dutch tax authorities is also quite outdated as is dates back to 2006.

All this can’t be in the publics interest and neither is it serving a general concern.”

2.11.

Google heeft bij e-mail van 20 maart 2017 aan [eiser 2] laten weten dat ze op dit moment geen actie ondernemen op basis van haar beleid inzake verwijdering van inhoud.

3 Het geschil

3.1.

[eiser 1] en [eiser 2] vorderen bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad en bij wijze van voorlopige voorziening, Google te bevelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, de verwijzing naar URL http://www/quotenet.nl/Nieuws/Justitie-legt-beslag-op-43-panden-van-directie-Gelders-vastgoedbedrijf-186012 uit de zoekresultaten te verwijderen, een en ander op straffe van een aan [eiser 1] en [eiser 2] (elk) te betalen dwangsom van € 5.000,00 per dag vanaf de dag dat Google niet of niet tijdig voldoet aan het vonnis, met veroordeling van Google in de kosten van dit geding, waaronder de kosten van vertaling van de dagvaarding.

3.2.

[eiser 1] en [eiser 2] baseren hun vordering op artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensverwerking (hierna: AVG), het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Costeja-arrest (Hof van Justitie EG 13 mei 2014, zaaknummer C-131/12, hierna: het Costeja-arrest), alsmede op onrechtmatig handelen van Google. Volgens [eiser 1] en [eiser 2] prevaleren hun rechten op privacy en hun rechten op bescherming van persoonsgegevens boven de belangen van Google en het belang van internetgebruikers om kennis te nemen van informatie. Er zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan de belangenafweging anders moet uitvallen. Het artikel van Quote heeft een bijzonder negatief effect op de persoonlijke en zakelijke levenssfeer van [eiser 1] en [eiser 2]. Mede gelet op de gevolgen die dit voor [eiser 1] en [eiser 2] als persoon en in hun professionele hoedanigheid heeft of kan hebben, moeten de uitlatingen in het artikel van Quote als onrechtmatig worden aangemerkt en Google is gehouden deze onrechtmatigheid op te heffen.

3.3.

Google voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze zaak draait het om de vraag of Google verplicht moet worden om de URL

http://www/quotenet.nl/Nieuws/Justitie-legt-beslag-op-43-panden-van-directie-Gelders-vastgoedbedrijf-186012 te verwijderen uit de zoekresultaten die verschijnen bij een zoekopdracht op de naam van [eiser 1] en [eiser 2].

4.2.

Voor zover Google zich op het standpunt stelt dat de dagvaarding nietig is vanwege het gebrek aan feitelijke onderbouwing van de vordering overweegt de voorzieningenrechter dat Google door het gestelde gebrek niet onredelijk in zijn belangen is geschaad. Het beroep op nietigheid van de dagvaarding wordt derhalve verworpen.

4.3.

Niet in geschil is dat de activiteit van de zoekmachine van Google, die erin bestaat door derden op het internet gepubliceerde of opgeslagen informatie te vinden, automatisch te indexeren, tijdelijk op te slaan en, ten slotte, in een bepaalde volgorde ter beschikking te stellen aan internetgebruikers, moet worden gekwalificeerd als “verwerking van persoonsgegevens” in de zin van artikel 4 lid 2 van de AVG wanneer die informatie persoonsgegevens bevat. Google heeft te gelden als de verantwoordelijke voor verwerking van de persoonsgegevens die zij met haar zoekmachine indexeert (het Costeja-arrest, rechtsoverweging 41).

4.4.

De vordering van [eiser 1] en [eiser 2] dient te worden getoetst aan artikel 17 van de AVG, met inachtneming van de hierna te vermelden uitgangspunten.

4.5.

In artikel 17, eerste lid, van de AVG is, voor zover van belang, bepaald dat de betrokkene het recht heeft van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is:

a. a) de persoonsgegevens zijn niet langer nodig voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt;

(…)

c) de betrokkene maakt overeenkomstig artikel 21, lid 1, bezwaar tegen de verwerking, en er zijn geen prevalerende dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, (…);

d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;

e) de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;

(…).

In het derde lid van artikel 17 staat, voor zover van belang, dat de leden 1 en 2 niet van toepassing zijn voor zover verwerking nodig is:

a. a) voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie;

b) voor het nakomen van een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde wettelijke verwerkingsverplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, of voor het vervullen van een taak van algemeen belang of het uitoefenen van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend;

c) (…)

d) met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, lid 1, voor zover het in lid 1 bedoelde recht de verwezenlijking van de doeleinden van die verwerking onmogelijk dreigt te maken of ernstig in het gedrang dreigt te brengen;

e) (…).

4.6.

In artikel 21, eerste lid, van de AVG is opgenomen dat de betrokkene te allen tijde het recht heeft om vanwege met zijn specifieke situatie verband houdende redenen bezwaar te maken tegen de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens op basis van artikel 6, lid 1, onder e) of f).

4.7.

In het onderhavige geval vindt de gegevensverwerking haar grondslag in

artikel 6 sub f AVG, dat - voor zover hier van belang - voorschrijft dat de verwerking van

persoonsgegevens slechts dan rechtmatig is als de verwerking noodzakelijk is voor de

behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van

een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden

van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan

die belangen.

4.8.

In dat verband is voorts van belang dat de Hoge Raad in zijn X/Google-arrest onder meer, onder verwijzing naar het Costeja-arrest, heeft geoordeeld dat de grondrechten van een natuurlijk persoon als bedoeld in de artikelen 7 en 8 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) (het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens) in de regel zwaarder wegen dan, en dus voorrang hebben op, het economisch belang van de exploitant van de zoekmachine en het gerechtvaardigde belang van de internetgebruikers die mogelijk toegang kunnen krijgen tot de desbetreffende zoekresultaten. Dat kan in bijzondere gevallen anders zijn, afhankelijk van de aard van de betrokken informatie en de gevoeligheid ervan voor het privéleven van de betrokkene en van het belang dat het publiek erbij heeft om over deze informatie te beschikken, wat met name wordt bepaald door de rol die deze persoon in het openbare leven speelt. In dit licht bestaat de mogelijkheid dat de exploitant van een zoekmachine is gehouden om desgevraagd ervoor te zorgen dat bepaalde resultaten niet in een lijst van zoekresultaten verschijnen, namelijk als deze feitelijk onjuist zijn of, gelet op het geheel van de omstandigheden van het geval, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend of bovenmatig zijn voor de doeleinden van de verwerking, omdat zij niet zijn bijgewerkt, of omdat zij langer worden bewaard dan noodzakelijk is, dan wel indien zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen, die verband houden met de persoonlijke situatie van de verzoeker zich ertegen verzetten dat hem betreffende gegevens het voorwerp van een verwerking vormen. Deze verplichting kan ook bestaan indien de publicaties op zichzelf rechtmatig zijn.

4.9.

Een en ander leidt tot de conclusie dat bij de belangenafweging op grond van artikel 6 sub f AVG twee fundamentele rechten in het geding zijn, te weten enerzijds het recht op privacy en op eerbiediging van persoonsgegevens van [eiser 1] en [eiser 2] (artikelen 7 en 8 van het Handvest) en anderzijds het recht op informatievrijheid (artikel 11 van het Handvest) van niet alleen Google maar ook van (alle) internetgebruikers, webmasters en auteurs/aanbieders van informatie op het internet. Daarbij moet het belang van [eiser 1] en [eiser 2] dat de koppelingen niet meer kunnen worden gevonden wanneer wordt gezocht op hun namen worden afgezet tegen het belang van Google om middels haar zoekmachine een betrouwbaar zoekresultaat te produceren en het belang van het publiek om via de zoekmachine relevante informatie te vinden.

4.10.

In de verordening en de jurisprudentie ligt voorts besloten dat indien een zoekmachine persoonsgegevens verwerkt en de betrokkene zich beroept op bescherming van zijn privacy de rechter met inachtneming van artikel 17 en 21 van de AVG altijd een belangenafweging dient te maken die op grond van de hiervoor weergegeven jurisprudentie in het voordeel van de verzoeker uitvalt, behoudens bijzondere gevallen, en dat binnen die belangenafweging (onderling) als richtinggevende (en dus niet zelfstandige) criteria gelden of de zoekresultaten feitelijk onjuist zijn, of gelet op het geheel van de omstandigheden van het geval, voor het doel van de verwerking onvolledig, niet ter zake dienend of bovenmatig zijn.

4.11.

In deze zaak ziet de URL op een zoekresultaat met een verwijzing naar een artikel van Quote van 16 oktober 2016. In het artikel wordt verwezen naar een persbericht van de FIOD over een goot onderzoek naar witwaspraktijken waarbij een 46-jarige hoofdverdachte en zijn 42-jarige vriendin zijn aangehouden en in verzekering gesteld. Zij worden verdacht van witwassen, valsheid in geschrifte en oplichting. Er is beslag gelegd op alle onroerende zaken, auto’s (Range Rover, Land Rover, Mercedes en Mini Cooper), bankrekeningen, een vuurwapen en andere waardevolle spullen. Het strafrechtelijk onderzoek richt zich op de aankoop van 43 panden met gelden die afkomstig zijn uit de Verenigde Arabische Emiraten, Pakistan en Spanje. Het vermoeden bestaat dat de verdachten ten minste 5 miljoen euro hebben witgewassen, aldus de FIOD.

Naar aanleiding van het persbericht heeft Quote onderzoek gedaan, onder meer in het Handelsregister en het Kadaster. Zo heeft Quote ontdekt dat beslag is gelegd bij de tweekoppige directie van [naam 1], waarvan de ene helft - de 46-jarige [eiser 1] - wordt beschouwd als hoofdverdachte. Ook is er beslag gelegd bij de [eiser 2] maar omdat [eiser 2] niet wordt genoemd persbericht van de FIOD is de precieze rol van [eiser 2] in de zaak onduidelijk.

4.12.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter pakt toepassing van de belangenafweging in het onderhavige geval in het voordeel van Google uit. Het recht van de internetgebruiker en Google op vrijheid van meningsuiting (recht op informatie) weegt in dit geval zwaarder dan het recht van [eiser 1] en [eiser 2] op privacy en bescherming van persoonsgegevens. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de publicatie betrekking heeft op de professionele integriteit en fiscale moraal van [eiser 1] en [eiser 2] als directie van [naam 1] en dat zij in professionele context onderwerp zijn van een onderzoek van de FIOD. Hoewel het voorstelbaar is dat de informatie waar de gewraakte zoekresultaat naar verwijst een impact heeft op het persoonlijke leven van [eiser 1] en [eiser 2], zoals zij ook hebben betoogd, heeft deze informatie betrekking op hun activiteiten in professionele zin en niet op hun handelswijze als privépersoon. [eiser 1] en [eiser 2] zijn, anders dan zij zelf aanvoeren, te beschouwen als publiek personen, in de zin dat zij een rol spelen in het openbare leven door hun eigen toedoen. De aanpak van witwassen heeft, volgens het persbericht van de FIOD, prioritiet bij de overheid omdat het van groot belang is voor de effectieve bestrijding van allerlei vormen van ernstige criminaliteit. In zoverre is het handelen van [eiser 1] en [eiser 2] dan ook onderwerp van een actueel maatschappelijk debat.

Verder overweegt de voorzieningenrechter dat, gelet op de niet onderbouwde stellingen van [eiser 1] en [eiser 2], er niet van kan worden uitgegaan dat de informatie die over [eiser 1] en [eiser 2] is gepubliceerd onjuist is. Het enkele feit dat [eiser 1] en [eiser 2] met de inhoud van de publicaties niet content zijn, is onvoldoende grond voor verwijdering.

De publicaties zijn bovendien relatief recent en actueel. Weliswaar heeft de FIOD haar onderzoek in 2017 afgerond maar onduidelijk is gebleven wat er met de strafzaak tegen [eiser 1] en [eiser 2] gaat gebeuren nu er van seponeren kennelijk geen sprake is zodat nog steeds de mogelijkheid bestaat dat ter zake een vervolging tegen [eiser 1] en [eiser 2] wordt ingesteld. Bovendien ligt er nog beslag op de panden van zowel [eiser 1] als [eiser 2].

De voorzieningenrechter acht verder van belang dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [eiser 1] en [eiser 2] hinder ondervinden van de publicatie. Zo heeft [eiser 1] aangevoerd dat de afdeling bijzonder beheer van de bank naar aanleiding van de publicatie onderzoek naar hem heeft gedaan en dat hij volledig openheid van zaken moest geven. Hieraan heeft hij voldaan, waarna er niets meer aan de hand was, aldus [eiser 1]. [eiser 2] heeft te kennen gegeven dat het nog niet zo ver is gekomen dat hij geen nieuwe opdracht als zelfstandig financieel adviseur kan bemachtigen vanwege de publicatie.

Dat de bank in Engeland de kredietrelatie met [eiser 1] heeft opgezegd naar aanleiding van de publicatie en dat [eiser 2] gescheiden woont van zijn gezin naar aanleiding van de publicatie is, gelet op de betwisting hiervan door Google en bij gebreke aan een verdere onderbouwing, onvoldoende aannemelijk geworden. Ook is niet aannemelijk geworden dat de dochter van [eiser 1] vanwege de publicatie door de KNHS uit het Nederlandse team is gezet is, noch daargelaten dat zijn dochter hierdoor rechtstreeks in haar belangen is getroffen en niet [eiser 1].

4.13.

Uit het voorgaande moet worden geconcludeerd dat de aard van de betrokken informatie, de gevoeligheid ervan voor het privéleven van [eiser 1] en [eiser 2] en het belang dat het publiek erbij heeft om over deze informatie te beschikken, ertoe leidt dat in dit geval, dat als ‘bijzonder geval’ in de hiervoor bedoelde zin moet worden aangemerkt, het privacybelang en het recht op bescherming van persoonsgegevens van [eiser 1] en [eiser 2] dient te wijken voor het recht op vrije meningsuiting inclusief het informatierecht van Google en het door haar gediende belang van de internetgebruiker. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.14.

[eiser 1] en [eiser 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Google worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.606,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten, aan de zijde van Google tot op heden begroot op € 1.606,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2018.

db/fo