Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:547

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-02-2018
Datum publicatie
08-02-2018
Zaaknummer
05/740366-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelde een 51-jarige man uit Ulft voor verkrachting. Aan de man wordt een gevangenisstraf van 1 jaar en TBS met dwangverpleging opgelegd. Ook moet de man aan het slachtoffer een schadevergoeding betalen van 2.500 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740366-17

Datum uitspraak : 8 februari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in HvB Ooyerhoekseweg te Zutphen.

Raadsman: mr. A.S. van der Biezen, advocaat te 's-Hertogenbosch.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 november 2017 en 25 januari 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 17 april 2017 te Doetinchem en/of te Ulft, in ieder geval in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met één of meer feitelijkheden, een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten

- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of haar mond;

- het likken van haar vagina;

- het zich door haar laten aftrekken,

waarbij die feitelijkheden en/of bedreiging met feitelijkheden er in hebben/heeft bestaan dat verdachte die [slachtoffer] (diverse malen) te kennen heeft gegeven dat hij compromitterende mails en/of (naakt)afbeeldingen van haar in zijn bezit had en deze naar bekenden van haar zou sturen en/of via internet (you tube, facebook) zou verspreiden en/of die [slachtoffer] slachtoffer

zou laten worden van een groepsverkrachting, indien zij het seksuele contact met hem, verdachte, niet zou voortzetten;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 17 april 2017 te Doetinchem en/of te Ulft, in ieder geval in Nederland,

een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft bedreigd met verkrachting, door die [slachtoffer] , terwijl zij was vastgebonden op bed te kennen te geven dat er -zakelijk weergegeven- op dat moment meerdere mannen onderweg waren om haar te verkrachten,

en/of

door die [slachtoffer] via Whats-app één of meer berichten te sturen waarin hij aangaf -zakelijk weergegeven- dat hij van haar verlangde dat zij seksueel contact met hem zou hebben omdat hij haar anders slachtoffer zou laten worden van een groepsverkrachting.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende, dat verder niet ter discussie staat, vast.

Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2017 tot en met 17 april 2017 zowel te Doetinchem als te Ulft meerdere keren seks met [slachtoffer] gehad. Verdachte is meerdere keren met zijn penis in haar vagina en in haar mond geweest; hij heeft meerdere keren haar vagina gelikt en heeft zich ook meerdere keren door haar laten aftrekken.2en3

De rechtbank moet beoordelen of deze seks vrijwillig is geweest, of dat, en zo ja, op welke wijze, verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen tot seks met hem.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht en geconcludeerd dat verdachte door middel van dreigementen [slachtoffer] telkens heeft gedwongen tot het hebben van seks met verdachte. De officier van justitie vindt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan verkrachting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte aangeefster niet heeft gedwongen tot het hebben van seks. Er kan niet bewezen worden dat verdachte haar heeft gedwongen tot seks door middel van feitelijkheden of bedreiging met feitelijkheden. De compromitterende foto’s en het filmpje zijn gemaakt toen verdachte en aangeefster voor de laatste keer seks met elkaar hadden. Daarom kan verdachte aangeefster niet op een eerder moment met die beelden onder druk hebben gezet om seks met hem te hebben. Verder ontbreekt het causale verband tussen opmerkingen die verdachte heeft gemaakt in de richting van aangeefster en het hebben van seks met haar. Verdachte moet daarom van al het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte [slachtoffer] in de ten laste gelegde periode heeft gedwongen tot seks met hem. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Aangeefster verklaarde tegenover de politie, zakelijk weergegeven, dat zij vanaf eind 2016 met verdachte heeft afgesproken om tegen betaling seks met hem te hebben. Zij hebben toen seks met elkaar gehad, maar hij heeft toen niet betaald, net zo min als de twee keren daarna. Hij is haar vervolgens gaan bedreigen met naaktfoto’s die hij van haar had gemaakt. Verdachte was voor haar via WhatsApp bereikbaar onder het nummer [telefoonnummer 1] en voor het bellen onder het nummer [telefoonnummer 2] . Verdachte heeft haar naaktfoto’s van haarzelf gestuurd en haar vaker gezegd dat hij die foto’s naar anderen zou versturen als zij niet meer naar hem toe kwam om seks met hem te hebben. Vanaf dat moment spraken zij minimaal één keer per week af en hadden zij seks met elkaar. Als zij geen zin had moest zij maar zin maken omdat hij anders de naaktfoto’s en een seksfilmpje zou opsturen of op het internet, zoals you tube en
facebook, zou plaatsen of naar anderen zou sturen. Verdachte had het seksfilmpje bij hem thuis gemaakt terwijl zij seks met elkaar hadden. Hij heeft een camera in een houten kast op zijn slaapkamer met allemaal plankjes gezet en vanuit daar werd er gefilmd. Dat was waarschijnlijk in maart 2017. Zij heeft ruim vier tot vijf maanden aangegeven dat zij geen seksueel contact meer met hem wilde, maar hij dreigde de naaktfoto’s en het filmpje openbaar te maken. Zij heeft iedere keer seks met hem gehad zonder betaald te krijgen omdat zij iedere keer bedreigd werd. Zij voelde zich door die bedreigingen bang, gestrest en onveilig. Zij heeft gemiddeld één tot twee keer per week seks met hem gehad en heeft in totaal nog geen € 100,-- van hem gekregen. Verdachte wilde niet dat zij seks zou hebben met een ander. Zij heeft op 17 april 2017 voor de laatste keer seks met verdachte gehad.4

Verdachte heeft verklaard dat een aantal van de WhatsApp gesprekken die zich in het dossier bevindt zijn verstuurd vanaf zijn telefoon. Hij maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 1] om WhatsApp berichten te versturen en van het nummer [telefoonnummer 2] om te bellen. Verdachte heeft ook aangegeven dat zijn telefoon wel eens gebruikt werd door iemand anders en dat een deel van de WhatsApp gesprekken dus niet door hem zelf is verstuurd.5

De rechtbank is van oordeel dat verdachte op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat een ander dan verdachte gebruik zou hebben gemaakt van zijn telefoon om WhatsApp gesprekken met aangeefster te voeren. Het oordeel van de rechtbank dat verdachte degene is geweest die al de WhatsApp gesprekken met aangeefster heeft gevoerd heeft, vindt ook zijn ondersteuning in een aantal gesprekken die verdachte ter terechtzitting is voorgehouden en waarvan hij toen heeft verklaard dat die door hem met aangeefster zijn gevoerd.6 Eén voorbeeld daarvan is een gesprek op 5 april 2017, namelijk om 14.31 uur waarin aangeefster meedeelt ”nee k wil gwn niet mwer” en waarin verdachte haar om 14.33 uur meedeelt “hoe zou dat vriendje het straks vinden als hij een filmpje van ons ziet”; waarop aangeefster om 14.38 meedeelt ”waarom doe je nou zo” ; waarop verdachte meedeelt “ik geef jou de kans om het samen af te sluiten”; waarop aangeefster om 14.40 uur meedeelt “ja wat wil je dan”; waarop verdachte om 14.40 uur meedeelt ”de laatste keer samen seks samen”.7

Verdachte heeft verklaard dat hij dit WhatsApp gesprek met aangeefster heeft gevoerd.8

De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat alle WhatsApp-gesprekken die in het dossier zitten en zijn gericht aan aangeefster door verdachte zijn gestuurd.

Dreigen met versturen/verspreiden van naaktafbeeldingen en compromitterende mails

Op de telefoon van verdachte werden twee video’s aangetroffen. Het zijn beelden van een man en een vrouw op een bed.9 Verbalisanten beschrijven dat zij verdachte en aangeefster herkennen van de beelden en dat beiden seksuele handelingen verrichten met elkaar.10

Op de telefoon van verdachte is ook een foto aangetroffen van een man een vrouw in een bed. De foto is gemaakt op 5 april 2017.11

Zowel de video’s als de foto’s lijken te zijn gemaakt vanaf het beeldscherm van een camera. De verbalisant ziet dat de opmaak van het bedieningspaneel op het beeldscherm van de camera gelijk is aan hetgeen te zien is op de video’s en foto op de telefoon aangetroffen. Door het afspelen van de video’s op het beeldscherm van de camera konden de video’s vanaf dit beeldscherm worden opgenomen met de telefoon. Zo kon ook de foto worden gemaakt.

De rechtbank constateert daarom dat de op de telefoon van verdachte aangetroffen video’s en foto zijn gemaakt met de onder hem in zijn huis in beslaggenomen camera. Gezien de datum van de gemaakte foto moet in ieder geval één van de video’s uiterlijk op 5 april 2017 zijn gemaakt.

De telefoon van verdachte is onderzocht.12 Op 26 februari 2017 om 16.11 uur is er vanaf de telefoon van verdachte het bericht verstuurd: “stuur eens een foto van jou”; diezelfde dag om 16:16 uur: “of de foto of ik kom langs”, om 16:17 uur reageert aangeefster: “waarom ben je altijd zo dringend?”; diezelfde dag om 16.18 uur appt aangeefster: “maak ik hem zelf wel”; diezelfde dag om 16.21 uur reageert verdachte: ”is dat nou zo moeilijk” en diezelfde dag om 16.22 uur “volgende keer kun je beter gelijk doen als ik iets vraag toch”.13

Op 2 maart 2017 09:55: “(…) Ik denk dat jij het niet leuk zou vinden dat ik [naam 1] mails stuur die jij mij hebt gestuurd”.14

Op 6 maart 2017 om 18.45 uur is er vanaf de telefoon van verdachte het bericht verstuurd “ik zal [naam 1] een paar mails en fotos van jou sturen”.15

Op 18 maart 2017 om 15:05 is er vanaf de telefoon van verdachte het bericht gestuurd “of er nog meer personen zijn die naakt fotos van jou hebben. [slachtoffer] antwoord hierop: “nee, ja jij”.16

Op 3 april 2017 zijn er vanaf de telefoon van verdachte de volgende berichten verstuurd. Om 22.17 uur “Filmpje kan ik bewerken en op you tube zetten”.17 Om 23.16 uur “zo zou nu eens een foto van jou naar [naam 1] sturen18 Om 23.40 uur ”wil ook wel wat foto’s naar jou fb vrienden sturen”.19

(Vetgedrukt: rechtbank)

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte waarschijnlijk in maart 2017 al het filmpje heeft gemaakt dat zij seks met elkaar hadden. De onderzoeksbevindingen aan de camera en de telefoon ondersteunen dit, evenals de inhoud van de hiervoor vermelde WhatsApp gesprekken.

De rechtbank concludeert dat verdachte op 6 maart 2017 al naaktfoto’s van aangeefster in zijn bezit had en dat hij in ieder geval op 3 april 2017 ook beschikte over een filmpje waarop aangeefster en hij naakt te zien waren en seks met elkaar hadden. Uit de geciteerde WhatsApp-gesprekken blijkt ook dat hij heeft gedreigd de foto’s en het filmpje te versturen/openbaren als aangeefster geen seks met hem zou hebben.

Dwingende/dreigende app-berichten

Naar het oordeel de rechtbank hebben veel van de door verdachte aan aangeefster gestuurde berichten ook een dreigend en/of dwingend karakter. Dit karakter is al vanaf het begin van de onderzochte WhatsApp-contacten aanwezig. Voorbeelden daarvan zijn reeds hiervoor vermeld. Andere berichten met een dreigend en/of dwingend karakter zijn:

27 februari 2017 14:19: als jij een goede rede geeft om te stoppen dan wil ik er nog wel over hebben.

27 februari 2017 14:20: maar voorlopig zie ik het nog niet zitten.20

2 maart 2017 09:55: ik kan jou alleen even vertellen dat ik jou de laatste dagen in de gaten heb gehouden. Ik had binnen twee weken met jou willen stoppen maar na alles ben ik er nog hard over na aan het denken. Ik heb veel info van jou (…) als jij wilt stoppen met mij dan zou ik maar meer tijd besteden aan mij. Ik denk dat jij het niet leuk zou vinden dat ik [naam 1] mails stuur die jij mij hebt gestuurd.21

2 maart 2017 15:34 als je verstandig ben zou je 1 april van me af kunnen zijn.22

6 maart 2017 13:27 ik neuk jou morgen wel

6 maart 2017 13:27 heb je er wel zin in

6 maart 2017 13:27 Nee

6 maart 2017 13:27 Totaal niet ik wil het zo snel mogelijk met je afronden

6 maart 2017 13:28 dat kan toch

6 maart 2017 13:28 als je doe wat ik zou willen ben je er 1 april vanaf

6 maart 2017 18:45 ik zal [naam 1] een paar mails en fotos van jou sturen. kijken hoe hij dit gaat vinden23

6 maart 2017 19:01 waarom doe je dan zo moeilijk

6 maart 2017 19:01 omdat het moet en kwa gevoel wil ik helemaal niet met mrt jou sorry dat ik het zeg voel ik me nu vies omdat het met tegenzin is24

19 maart 2017 16:21 dat jij vanaf nu ga jij doen wat ik jou vraag

19 maart 2017 16:21 en dat hou ik een maand vol daarna kijken wij wel25

19 maart 2017 16:22 Nee ik wil niet!

19 maart 2017 16:22 Ik wil niet meer ik laat je niet meer mw leven zuur maken. Ik wil niet meer!!!

19 maart 2017 16:22 oke dan gaat alles naar [naam 1]

19 maart 2017 16:39 of jij doet wat ik jou vraag of alles is binnen 2 uur bij [naam 1]26

19 maart 2017 16:50 …ik wil niet meer!! Ik ben hartstikke ongelukkig! Hoe stom het ook is het liefst spring k [naam 2] achterna.

19 maart 2017 17.06: oké dat is jou keus

19 maart 2017 17:06: maar goed dan stuur ik straks als ik thuis ben alles naar [naam 1]

19 maart 2017 17:07: Nee.

19 maart 2017 17:10: je weet dat ik het doe

19 maart 2017 17:10: of jij ga doen wat ik jouw vraag

19 maart 2017 17:21 van de week wil ik sex met jou

19 maart 2017 17:22 dan wil ik dat je binnen de maand een weekend bij mij slasp

19 maart 2017 17:29 en dan dat jij sm ga doen met mij. dus dat ik jou vastleg

19 maart 2017 17:33 als je dat gedaan hebt dan zit je op de helft.27

3 april 2017 13.35: ben nu niet thuis. maar vanavond app ik [naam 1] wel even

3 april 2017 13.41: Ik ga [naam 1] echt app.

3 april 2017 13:41: kom jij nu achter

3 april 2017 14.16: jij ben voor vanavond 21.00 uur bij mij. en anders gaat alles door naar [naam 1]

3 april 2017 14.16: als ik jou was zou ik [naam 1] vast vertellen wat wij samen gedaan hebben. wand ij denk dat jij er om 21.00 uur toch niet ben. en ik dan alles naar [naam 1] door mail

3 april 2017 17.11: laat maar negeer mij maar. ik stuur straks het wel naar [naam 1].28

3 april 2017 20.10: ik ben thuis en heb alles klaar staan om naar [naam 1] te app

3 april 2017 20.38: nog 20 minuten

3 april 2017 20.39: ga het straks app

3 april 2017 20.42: had jou de kans gegeven om voor 21.00 uur bij mij te zijn

3 april 2017 20.42: jammer nu voor jou

3 april 2017 2043: [slachtoffer] : Iik wil niet dat je dit doet

3 april 2017 20.44: gebeurd wel

3 april 2017 20.44: jij heb je kans gehad

3 april 2017 20.50: ga maar verder met waar je mee bezig ben. ik stuur het zo weg

3 april 2017 20.54: toe maar negeer mij maar

3 april 2017 20.55: ik ben al aan het app met [naam 1]

3 april 2017 20.58: ik denk dat [naam 1] jou vanavond veel gaat vragen

3 april 2017 21.01: ik denk dat jij vanavond het zelfde ga doen als die jongen waar je zo gek o was

3 april 2017 21.02: wat [naam 2] heeft gedaan

3 april 2017 21.02: ik sta al in jou straat

3 april 2017 21.28: jij komt er wel achter. heb ook het filmpje

3 april 2017 21.33: laat ook maar [slachtoffer] je komt er wel achter

3 april 2017 22.00: jij krijg zo nog bezoek

3 april 2017 22.05: de rest krijg [naam 1] ook nog vandaag

3 april 2017 22.17: filmpje kan ik bewerken en op you tube zetten29

3 april 2017 22.34: ik weet zeker dat jij van de week graag langs kom bij mij

3 april 2017 22.36: en [naam 1] weet al dat jij zijn telefoon de fotos er uit wil halen

3 april 2017 22.37: zolang als jij niets zegt stuur ik hem steeds meer

3 april 2017 22.44: jij krijg er heel veel spijt van hoe je tegen mij ben

3 april 2017 23.06: zo zou nu eens een foto van jou naar [naam 1] sturen

3 april 2017 23.10: jij ben niet ziek jij ben een leuke avond aan het houden met andere. maar morgen heb je er heel veel spijt van. nu besef jij het nog niet morgen wel als je weer bij het positieve bent

3 april 2017 23.34: jij had het goed kunnen hebben

3 april 2017 23.35: maar nu [naam 1] al een hoop weet gaat het de andere kant op met jou

3 april 2017 23.37: zolang jij niets zeg heb je je zelf te pakken

3 april 2017 23.40: wil ook wel wat fotos naar jou fb vrienden sturen

4 april 2017 00.33: maar ik ga slapen. denk jij er maar eens over na wat ik. ge app heb

4 april 2017 00.34: en misschien hoor ik dan nog wel iets positiefs van jou terug30

4 april 2017 09.54: [slachtoffer] : Nee ik wil dat je memet rust laat

4 april 2017 09.55: zo kom jij niet van mij af

2 april 2017 om 19.20: [slachtoffer] als je gewoon doe wat ik aan je vraag. Dan ben je zo van mij af31

4 april 2017 09.59: als jij echt wil stoppen dan wil ik nog 1 x seks met jou. dan laat ik jou gaan.

4 april 2017 10.02: [slachtoffer] : Nee ik wil stoppen gwn helwmaal niks mewe

4 april 2017 10.45: denk daar maar over naar. voor ik de fotos en het filmpje naar [naam 1] kan app

4 april 2017 11.45: geef jou tot vandaag de tijd om er antwoord op te geven. en anders gaat het morgen naar [naam 1] toe

4 april 2017 15.40 [slachtoffer] : Nee k wil niet dat je dat doet

4 april 2017 15.40: ik heb je een keus gegeven zelfs vanmorgen een voorstel32

5 april 2017 07.53: hoop dat je nu eens besef waar je mee bezig ben [slachtoffer]

5 april 2017 13.49: ik kan ook iemand anders langs [naam 1] en jou toe sturen nu ik in Antwerpen ben

5 april 2017 13.53 : [slachtoffer] : Ik ga niet meer mwt je mee hoor

5 april 2017 14.06 uur: [slachtoffer] : ik wil niet meer33

5 april 2017 14.33: hoe zou dat vriendje het straks vinden als hij een filmpje van ons ziet

5 april 2017 14.40: ik geef jou een kans om het samen af te sluiten

5 april 2017 14.40: [slachtoffer] : Ja wat wil je dan?!

5 april 2017 14.40: de laatste keer samen sex

5 april 2017 14.43: zou lullig zij als hij dat straks ziet toch34

5 april 2017 14.48: en hoop dat je vriendje het filmpje komt te zien

5 april 2017 14.50: en kom er ook wel achter wie jou vriendje is

5 april 2017 15.02: het is nu jou keus. of samen naar ulft of jou vriendje komt ooit de fotos en filmpje te zien35

Is sprake van dwang’ in de zin van artikel 242 Wetboek van Strafrecht?

Aangeefster heeft gedetailleerd verklaard over wat er volgens haar is gebeurd. Dit vindt ondersteuning in de aangetroffen WhatsApp gesprekken en beelden op de telefoon van verdachte. De rechtbank heeft dan ook geen reden te twijfelen aan de verklaring van aangeefster. Dat zij bij de rechter-commissaris een aantal data niet meer weet, maakt dit niet ineens anders.

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat aangeefster niet uit vrije wil seks met verdachte had en dat zij dat ook vaker heeft laten blijken. Naar het oordeel van de rechtbank was sprake van een zodanige dwang of dreiging dat aangeefster daaraan geen weerstand kon bieden en zo gedwongen werd seks te hebben met verdachte. Daarbij is het volgende van belang.

Verdachte lijkt voor zijn handelen bewust een vrouw uit te kiezen die gemakkelijk te beïnvloeden is. Aangeefster was ruim 30 jaar jonger dan verdachte. Verdachte wist dat zij kwetsbaar was en dat zij in eerste instantie seks tegen betaling wilde omdat zij het financieel moeilijk had. Hij heeft haar aan het lijntje gehouden over het betalen voor de seks die hij wel met haar had, terwijl zij anderzijds contact bleef onderhouden in de hoop om alsnog het geld
- dat zij nodig had en waarom zij dit deed - van verdachte te krijgen. Desondanks is verdachte doorgegaan met het plegen van seksuele handelingen zonder daarvoor te betalen en terwijl aangeefster duidelijk en meermalen aangaf geen seks meer te willen. Hij heeft haar voorwaarden gesteld waaraan ze moest voldoen om van hem af te komen. Hij heeft haar elke keer dreigende berichten gestuurd en vanaf begin maart 2017 de druk opgevoerd door te appen dat hij foto’s op onder andere sociale media zou plaatsen op die momenten dat zij aangaf dat zij geen seks meer met hem wilde. Vanaf begin april 2017 heeft hij dit ook gedaan met een filmpje.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zeer goed wist dat aangeefster geen seks met hem wilde en dat hij haar in een positie heeft gebracht waarin hij haar kon manipuleren. Onder deze omstandigheden is de op aangeefster uitgeoefende druk zodanig is geweest dat zij daaraan geen weerstand kon bieden. Dat verdachte en aangeefster over er weer ook berichtjes met een lieve inhoud hebben gestuurd doet hieraan niets af.

Dreigen met groepsverkrachting.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte aangeefster tot onvrijwillige seks met hem heeft gedwongen door haar te bedreigen met groepsverkrachting. Uit het dossier blijkt wel dat verdachte aangeefster daarmee bedreigd heeft, maar uit het dossier blijkt niet dat er daarna nog seksueel contact tussen hen heeft plaatsgevonden.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode vele malen tegen de wil van aangeefster seks met haar heeft gehad.

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de bedreiging met een groepsverkrachting.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 17 april 2017 te Doetinchem en/of te Ulft, in ieder geval in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of bedreiging met één of meer feitelijkheden, een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten

- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of haar mond;

- het likken van haar vagina;

- het zich door haar laten aftrekken,

waarbij die feitelijkheden en/of bedreiging met feitelijkheden er in hebben/heeft bestaan dat verdachte die [slachtoffer] (diverse malen) te kennen heeft gegeven dat hij compromitterende mails en/of (naakt)afbeeldingen van haar in zijn bezit had en deze naar bekenden van haar zou sturen en/of via internet (you tube, facebook) zou verspreiden en/of die [slachtoffer] slachtoffer

zou laten worden van een groepsverkrachting, indien zij het seksuele contact met hem, verdachte, niet zou voortzetten;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte en oplegging van straf en/of maatregel

Met betrekking tot de strafbaarheid van verdachte en de oplegging van een straf en/of maatregel overweegt de rechtbank het volgende.

Het standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert de zaak overeenkomstig het advies van de reclassering aan te houden teneinde nader onderzoek naar verdachte te laten verrichten in het Pieter Baan Centrum (hierna PBC).

Als de rechtbank hiertoe niet overgaat, vordert de officier van justitie dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt raadsman

De raadsman heeft, in geval van een veroordeling, bepleit om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, eventueel in combinatie met een voorwaardelijk strafdeel. Aan het voorwaardelijk strafdeel kan de bijzondere voorwaarde van een ambulante behandeling in een forensische polikliniek verbonden worden.

De beoordeling van de rechtbank

Verdachte heeft het slachtoffer over een periode van meerdere maanden gedwongen vrijwel wekelijks meerdere keren seks met hem te hebben. Verdachte heeft door zijn handelen een zeer bedreigende en onveilige situatie geschapen en heeft grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Hij heeft zich puur laten leiden door zijn eigen seksueel genot. Hij heeft bovendien misbruik gemaakt van een kwetsbare jonge vrouw en haar gemanipuleerd. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan nog lange tijd ernstige nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Uit de slachtofferverklaring zoals ter zitting voorgelezen blijkt dat de impact groot is geweest.

Verdachte heeft dit feit begaan terwijl hij in 2016 voor soortgelijke feiten is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren. In 2010 is hij bovendien veroordeeld voor oplichting, wat in feite bleek te gaan om het afdwingen van seks door zich voor te doen als politieagent. Daarmee gaat het hier ook om een zedenfeit.

- Over de toerekenbaarheid

Over verdachte is een rapport opgemaakt van psychologisch onderzoek, gedateerd 3 november 2017, door Blaauw, GZ-psycholoog, en een rapport van psychiatrisch onderzoek, gedateerd

16 november 2017, door Dinjens, psychiater. De conclusie van deze rapporten is dat er bij verdachte sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Daarvan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde. Blaauw geeft aan dat verdachte vooral gericht is op zijn eigen behoeften. Hij meent het beste voor te hebben met anderen maar in feite heeft hij vooral aandacht voor zijn zichzelf. Ook legt hij de verantwoordelijkheid voor zijn daden buiten zich zelf. Uit het rapport van Blaauw volgt bovendien dat verdachte ook in 2009 en in 2015 is onderzocht door gedragsdeskundigen. De toenmalige rapporteurs concludeerden ook tot een narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Psycholoog Blaauw heeft op grond van de bij verdachte vastgestelde stoornis geconcludeerd dat verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Psychiater Dinjens heeft aangegeven ten aanzien van de ten laste gelegde verkrachting geen uitspraak te kunnen doen over de mate van toerekening aangezien verdachte vrijwel ontkennend was en lastig onderzoekbaar was. Ten aanzien van de ten laste gelegde bedreiging concludeert de psychiater dat dit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen is.

De rechtbank is op basis van de rapporten van oordeel dat er ten tijde van het plegen van het feit bij verdachte sprake is geweest van een stoornis en dat deze stoornis zijn handelen deels bepaalde. Verdachte wordt daarom in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

- Over het gevaar voor herhaling

Door rapporteur Blaauw wordt het gevaar voor geweldadige recidive als hoog ingeschat. Verdachte heeft geen inzicht in zijn problematiek en er zijn weinig beschermde factoren om recidive te voorkomen. Door behandeling en een intensieve begeleiding zou het recidiverisico verminderd kunnen worden. Dit kan een ambulante behandeling zijn maar daarbij moet sprake zijn van een behandeling met delictscenario zodat verdachte meer zicht kan krijgen op momenten dat hij verkeerde keuzes maakt. Ook merkt Blaauw op dat verdachte in het verleden zijn afspraken en voorwaarden niet altijd goed na kwam en dat geen sprake is van beschermende factoren (zoals een steunend netwerk of een dagbesteding).

De rechtbank constateert dat rapporteur Dinjens in zijn onderzoek is uitgegaan van een eventuele bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit (de bedreiging, en niet de verkrachting). De rechtbank zal om die reden de conclusies van Dinjens minder zwaar laten meewegen.

Uit het rapport van de reclassering van 22 januari 2018 blijkt dat verdachte eerder een verplichte ambulante behandeling heeft doorlopen bij GGNet. De toenmalige behandelaar [behandelaar] heeft twijfels geuit over de mogelijkheden om verdachte nogmaals te kunnen behandelen, zeker toen hij hoorde dat de afwerende houding van verdachte nog vergelijkbaar was met de houding die hij destijds bij verdachte constateerde. [behandelaar] heeft aangeboden om de mogelijkheid te onderzoeken of hij verdachte nogmaals zou kunnen behandelen. Verdachte heeft echter geweigerd om gesprekken met hem aan te gaan. Verdachte heeft stellig meegedeeld dat hij nergens meer aan mee wilde werken. Ook tijdens gesprekken met de reclassering ontstond telkens wrijving met verdachte. Hij verstaat onder behandeling iets compleet anders dan de reclassering. Ter zitting heeft reclasseringsmedewerker [reclasseringsmedewerker] aangegeven dat – zakelijk weergegeven – een opdracht tot ambulante behandeling zal worden opgepakt maar dat de reclassering geen heil ziet in een ambulante behandeling.

De reclassering heeft in het rapport van 21 november 2017 geschreven dat een eerdere ambulante behandeling bij GGNet in 2011 recidive niet heeft kunnen voorkomen. Verdachte staat wel open voor ambulante behandeling maar wil niet over het delict praten waardoor de inschatting is dat er onvoldoende aan de delict gerelateerde factoren gewerkt kan worden. De reclassering adviseerde daarom de mogelijkheid van een TBS met voorwaarden te laten onderzoeken. Dit zou een beter kader voor behandeling bieden dan het volgen van een behandeling, verbonden aan een voorwaardelijk strafdeel. Verdachte heeft echter aan het opmaken van dit rapport niet willen meewerken.

De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht over de persoon van verdachte. Zij wijst daarom het verzoek van de officier van justitie tot aanhouding voor nader onderzoek naar de persoon van verdachte af.

- De noodzaak van terbeschikkingstelling

De rechtbank is van oordeel dat het onverantwoord is om verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij. Dit is de derde keer dat verdachte voor een zeden(gerelateerd) feit wordt veroordeeld. De kans op herhaling van een ernstig zedenfeit is te groot. De rechtbank is ook van oordeel dat een ambulante behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden het gevaar op herhaling niet voldoende kan terugdringen. Eerder ambulante behandeling heeft dit ook niet kunnen voorkomen. Uit alle rapporten en ook uit de behandeling ter zitting blijkt dat verdachte weliswaar open staat voor behandeling maar weinig inzicht heeft in het waarom en in zijn eigen problematiek. Hij wil het vooral hebben over wat hem zelf in het leven is overkomen en niet over de schade die hij bij anderen teweegbrengt. Een behandeling met delictscenario zal daarom moeilijk van de grond kunnen komen. Deze houding van verdachte zal deels het gevolg zijn van zijn persoonlijkheidsstoornis. Daarvan mag echter niet een nieuw slachtoffer de dupe worden. Daar waar de rechtbank in veel gevallen niet direct zal overgaan tot het opleggen van de meest beveiligende afdoeningsvorm, zal zij dat daarom in dit geval wel doen.

De rechtbank zal de terbeschikkingstelling gelasten met een bevel tot verpleging van overheidswege, nu het bewezen verklaarde feit een misdrijf is dat een gevaar oplevert voor of een krenking is van de lichamelijke integriteit van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.

Omdat het een misdrijf betreft dat gericht was tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank de TBS-maatregel daarom niet gemaximeerd aan de verdachte opleggen.

Die enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid betekent dat de strafbaarheid van verdachte niet is uitgesloten. De feiten kunnen verdachte ten dele worden toegerekend. De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde feit zo ernstig is dat naast de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege ook een gevangenisstraf dient te worden opgelegd. De reden hiervoor is met name dat verdachte tweemaal eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat sprake is van een structureel patroon van misbruik van kwetsbare personen. Vergelding van deze feiten in de vorm van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is daarom op zijn plaats.

Uitgaande van hetgeen hiervoor is overwogen en rekening houdend met een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid, zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van één jaar onvoorwaardelijk opleggen.

Gelet op de op te leggen straf en maatregel wordt het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen.

- Over het beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoon Samsung S6, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan.

7. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 14.168,52 (€ 9.168,52 materieel en € 5.000,-- immaterieel).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt tot toewijzing van de gevorderde immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de gevorderde materiële kosten refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de vordering af te wijzen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de door de benadeelde partij gevorderde materiële schade van € 9.168,92 niet-ontvankelijk verklaren, nu het causaal verband tussen het bewezenverklaarde feit en de gestelde schade onvoldoende aannemelijk is gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. De wijze waarop de hoogte van het gevorderde bedrag is bepaald, is echter beperkt onderbouwd. Het is te belastend voor het strafproces om in deze fase hiernaar nog nader onderzoek te laten doen. De rechtbank maakt daarom gebruik van haar schattingsbevoegdheid en stelt het bedrag van geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid vast op een bedrag van € 2.500,--. Wat betreft de meer gevorderde immateriële schade zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 23 mei 2017 (datum aangifte).

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 27, 33, 33a, 36f, 37, 37a, 37b, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een telefoon, merk Samsung S6;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van primair bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 2.500,-- (tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in diens vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 2.500,-- (tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoeningen en de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 35 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en

mr. R.G.J. Welbergen, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 februari 2018.

Mr. Welbergen is buiten staat mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm van de politie-eenheid Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-201798421, gesloten op 22 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 25 januari 2018

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 33-40

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 34-39

5 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 25 januari 2018

6 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 25 januari 2018

7 p. 178

8 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 25 januari 2018

9 Proces-verbaal onderzoek aan gegevensdragers, p. 232.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 71.

11 Proces-verbaal onderzoek aan gegevensdragers, p. 232 en 233.

12 De inhoud van de chatgesprekken van het nummer [telefoonnummer 1] is met behulp van daarvoor geschikte software gekopieerd. De relevante chatbestanden, namelijk die tussen aangeefster en [telefoonnummer 1] - het nummer van verdachte - zijn als bijlage bij het proces-verbaal van onderzoek gevoegd: proces-verbaal onderzoek mobiele telefoon, p. 74-75 en bijgevoegde bijlage van p. 76 t/m p. 229

13 p. 80

14 p. 95

15 p. 100

16 p. 129

17 p. 174

18 p. 175

19 p. 175

20 P. 89.

21 P. 95.

22 P. 96

23 P. 99- 100.

24 P. 101

25 P. 131.

26 P. 132.

27 P. 133.

28 P. 173

29 P. 174

30 P. 175

31 p. 170

32 P. 176

33 P. 177

34 P. 178

35 P. 179