Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5431

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-12-2018
Datum publicatie
31-12-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2660
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:8011, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres verzorgt professionele ondersteuning bij een stoppen-met-rokenprogramma. Gelet op de inhoud van haar statuten wordt niet voldaan aan de winstbestemmingseis van artikel 4 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting en kan dus niet worden aangemerkt als een subjectief van vennootschapsbelasting vrijgesteld lichaam in de zin van artikel 5, eerste lid aanhef en letter c, van de Wet VpB.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 02-01-2019
FutD 2019-0010
V-N Vandaag 2019/12
NLF 2019/0131 met annotatie van Gert-Jan de Ruiter
NTFR 2019/480 met annotatie van mr. M. de Jonge
V-N 2019/17.6 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 17/2660

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 17 december 2018

in de zaak tussen

[X] B.V., te [Z] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] RB),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2012 een aanslag vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) opgelegd, berekend naar een belastbare winst, tevens belastbaar bedrag van € 87.042. Tevens is bij beschikking € 4.080 aan belastingrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 mei 2017 de aanslag en de beschikking belastingrente gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen tijdig beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2018. Namens eiseres is verschenen [A] , bijgestaan door de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde] , mr. [B] en [C] .

Eiseres heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd aan de rechtbank en de wederpartij.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is opgericht op [2010] onder de naam [D] B.V. Op [2013] is de naam gewijzigd in [X] B.V. Bestuurder en enig aandeelhouder van eiseres is [E] B.V., waarvan alle aandelen in handen zijn van de heer [F] .

De statuten van eiseres luiden - voor zover van belang – als volgt.

Doel
“Artikel 2:

1. Het doel van de vennootschap is:

a. het voorzien in de behoefte aan medische specialistische zorg en zorg zoals huisartsen, klinisch psychologen en fysiotherapeuten, verloskundigen, diëtisten en andere zorgverleners die plegen te bieden;

b. het aanbieden van een stoppen met roken programma;

2. Onder het doel van de vennootschap is mede begrepen:

a. het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen) financieren van andere ondernemingen, in welke rechtsvorm dan ook;

b. het verstrekken en aangaan van geldleningen, het beheren van en het beschikken over registergoederen en het stellen van zekerheden, ook voor schulden van anderen;

c. het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin.

3. De vennootschap heeft niet het doel winstuitkeringen te doen, zolang op grond van de wet- en regelgeving een winstoogmerk voor medische specialistische zorg niet is toegestaan.

(…).

Winstbestemming
Artikel 20 :

1. De winst staat ter vrije beschikking van de algemene vergadering, met dien verstande dat de vennootschap niet het doel heeft winstuitkeringen te doen, zolang op grond van de wet- en regelgeving een winstoogmerk voor instellingen van medisch specialistische zorg niet is toegestaan.

2. Met inachtneming van het bepaalde in lid 1 van dit artikel, kan de vennootschap aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering vatbare winst slechts uitkeringen doen voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet moeten worden aangehouden.

3. Uitkering van winst geschiedt na de vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij geoorloofd is.

(…)

6. De vennootschap mag tussentijds slechts uitkeringen doen, indien aan het vereiste van lid 2 is voldaan.

(…).


Ontbinding
Artikel 29:

(…)

3. Hetgeen na de voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de ontbonden vennootschap is overgebleven wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders in verhouding tot ieders bezit aan aandelen.

4. De vennootschap blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is”.

3. Eiseres verzorgt professionele ondersteuning bij een stoppen-met-rokenprogramma. De feitelijke uitvoering van het programma is in handen van zelfstandige coaches die op basis van een overeenkomst van opdracht voor eiseres werkzaam zijn. Het programma wordt vergoed vanuit de basisverzekering Zorgverzekeringswet.

4. Op 10 september 2013 heeft eiseres voor het jaar 2012 aangifte Vpb gedaan naar een belastbare winst, tevens belastbaar bedrag van € 0.

5. Met dagtekening 1 oktober 2016 is de aanslag opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 87.042. In de aanslag is het in de aangifte opgenomen bedrag van € 87.042 onder “overige vrijgestelde winstbestanddelen” gecorrigeerd.

Geschil

6. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of eiseres in aanmerking komt voor de vrijstelling van artikel 5, eerste lid, aanhef en letter c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet).

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling wordt voldaan. Subsidiair is eiseres van mening dat indien de vrijstelling niet van toepassing is, de aanloopverliezen uit 2011 alsnog moeten worden verrekend.

8. Verweerder is van mening dat de activiteiten van eiseres niet onder de vrijstelling vallen. Omdat eiseres alsnog recht heeft op verrekening van het in 2011 geleden verlies van € 45.300 met de winst van 2012, dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Beoordeling van het geschil

9. Artikel 5, eerste lid, aanhef en letter c, van de Wet, luidt als volgt:

1. Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur onder daarbij te stellen voorwaarden van de belasting vrij te stellen:
(…)

c. lichamen welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend werkzaamheden verrichten welke bestaan uit:

1° het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen;
(…).

10. Artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 (hierna: Uitvoeringsbesluit) luidt als volgt:

“Een in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de wet omschreven lichaam is van de belasting vrijgesteld mits het lichaam van publiekrechtelijke aard is, dan wel, indien dat niet het geval is, het lichaam, zo het winst behaalt, deze uitsluitend kan aanwenden ten bate van een ingevolge het onderhavige artikel vrijgesteld lichaam of een algemeen maatschappelijk belang.”

11. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet eiseres niet aan de winstbestemmingseis zoals neergelegd in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit. Volgens artikel 20 van de statuten van eiseres staat de winst ter vrije beschikking van de algemene vergadering, met dien verstande dat de vennootschap niet ten doel heeft winstuitkeringen te doen zolang op grond van de wet- en regelgeving een winstoogmerk voor instelling van medisch specialistische zorg niet is toegestaan. Dit brengt mee dat na het beëindigen van de medische werkzaamheden eiseres de opgebouwde winstreserves aan haar aandeelhouder kan uitkeren. Verder volgt uit artikel 29 van de statuten dat na ontbinding het overgebleven vermogen vrijelijk kan worden aangewend. Hierdoor kan de winst van eiseres ook worden aangewend voor andere doeleinden dan uitkeringen ten bate van een vrijgesteld lichaam of een algemeen maatschappelijk belang in de zin van artikel 5, eerste lid aanhef en letter c, van de Wet. De omstandigheid dat eiseres in het jaar 2012 en de jaren daarvoor geen winsten heeft uitgekeerd en dat van ontbinding van de vennootschap ook geen sprake is geweest, doet hieraan niet af.

12. Omdat eiseres niet voldoet aan de in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit gestelde winstbestemmingseis, kan zij reeds daarom niet worden aangemerkt als een (subjectief) van Vpb vrijgesteld lichaam in de zin van artikel 5, eerste lid aanhef en letter c, van de Wet. De rechtbank kan om die reden in het midden laten of de feitelijke werkzaamheden van eiseres in de weg staan aan toepassing van de vrijstelling.

13. Partijen verschillen niet van mening over het feit dat de door eiseres in 2011 geleden verliezen ter grootte van € 45.300 voor verrekening met de belastbare winst van 2012 in aanmerking komen. Het belastbaar bedrag over het jaar 2012 moet alsdan worden vastgesteld op € 41.742.

14. Gelet op het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard.

15. Omdat eiseres geen afzonderlijke gronden tegen de beschikking belastingrente heeft aangevoerd, zal de in rekening gebrachte belastingrente dienen te worden verminderd overeenkomstig de vermindering van de belastingaanslag.

16. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.500 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 249, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 501 en een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbare winst van € 87.042 en een belastbaar bedrag van € 41.742;

- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.500;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 333 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.F. Geerling, voorzitter en mr. P.J. Tikken en mr. A.P. Vaatstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.H. Ruis, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 17 december 2018

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.