Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5356

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-09-2018
Datum publicatie
12-12-2018
Zaaknummer
C/05/303597 / HA ZA 16-290
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2017:6691. Consignatieovereenkomst schilderijen. Vorderingen na faillissement. In conventie: verkeerde partij gedagvaard. Geen contractsoverneming in de zin van artikel 6:159 BW. Te weinig gesteld voor bestuurdersaansprakelijkheid. In reconventie: geen onrechtmatig beslag op de schilderijen. Redelijk loon na beëindiging consignatieovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/303597 / HA ZA 16-290

Vonnis van 22 augustus 2018

in de zaak van

[eisers in conventie/verweerders in reconventie] ,

laatst gewoond hebbende te Heeze, gemeente Heeze-Leende,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. S.C. Veenhoff te Heilig Landstichting,

tegen

1. vennootschap onder firma

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] ,

gevestigd [plaats winkel] ,

2. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te Velp (Gld), gemeente Rheden,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1,

gevestigd [plaats winkel] ,

4. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4],

wonende te Velp (Gld), gemeente Rheden,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. R.F. Feenstra te Apeldoorn.

Eisers zullen hierna [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , worden genoemd. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] , [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] worden genoemd en gezamenlijk [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie]

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 2 augustus 2017

  • -

    de akte uitlating van de Erven van 13 september 2017

  • -

    de akte uitlating ontslag van instantie van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] van 13 september 2017

  • -

    de akte overlegging producties 42 tot en met 48, later vernummerd 46 tot en met 52, van de Erven

  • -

    het verkort proces-verbaal van comparitie van 3 april 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 11 september 1975 is [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] opgericht. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] is enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] .

2.2.

[eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft vanaf circa 1983 zaken gedaan met [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] met betrekking tot de aankoop en verkoop van kunstvoorwerpen, waaronder schilderijen.

2.3.

Op 25 september 2006 heeft [eisers in conventie/verweerders in reconventie] een door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] bij brief van

11 augustus 2006 aan hem toegezonden lijst waarop vijf schilderijen en een litho zijn vermeld, voor akkoord ondertekend. In deze lijst is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

  1. Olieverf schilderij, H. Familie, uit de school van P.P. Rubens, zie certificaat prof. Dr. J. Müller Hofstede. Dit schilderij is voor 100% uw eigendom, het is geheel door u voldaan middels betalingen per bank en door inruil (zie brief). Het schilderij heeft een kostbare lijst. Vraagprijs € 240.000 (…).

  2. Litho van Marc Chagall, voorstellende Daphne en Cloë, met de hand ingekleurd en voorzien van nieuw passepartout en nieuwe lijst. (Met certificaat van Michler, auteur van het boek Chagall).

100% uw eigendom. Taxatiewaarde fl. 38.500,-- (…) c.q. € 19.750,-- (…)

Olieverf schilderij van Joost de Momper, op paneel, in een fraaie lijst, met certificaat van mevrouw Bernt (…). 100% uw eigendom, door u privé aangekocht en geheel voldaan. Waarde: zie taxatie rapport.

(…)

Olieverf op doek, école David, toegeschreven aan Krüzemann. Monogram H.L. Hortence-Lodewijk (Napoleon). Taxatie waarde fl. 130.000, handelswaarde ca. € 54.000 + € 3.000 voor zeer fraaie lijst met goud bekleed (…). 100% uw eigendom. (…).

Olieverf schilderij, Eduard Manet, voorstellende danseres met gouden armband, waarschijnlijk Berthe Morrisot, met originele lijst. Het werk is diverse malen gecertificeerd (…). Eigendom [namen eigenaar schilderij E. Manet] . Voorlopige taxatie veiling € 250.000 in de toekomst een veel hogere opbrengst te verwachten.

* [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] participeerde met € 20.000 in het aankoopbedrag.

De afspraak luidt (…): na verkoop van de kunst, onder a.b.d.e. vermeld, ontvangt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] 50% van de netto winst, waarin dan de algemene en de verkoopkosten van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] verdisconteerd zijn.

Bij aanschaf eigen gebruik familie [eisers in conventie/verweerders in reconventie] staan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] wel de gemaakte kosten toe en de normale provisie van 10%, dit laatste in goed overleg.

2.4.

Op 1 oktober 2011 is [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] opgericht. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] zijn de vennoten van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] .

2.5.

Na daartoe verzocht verlof bij verzoekschrift van 8 maart 2016 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 9 maart 2016 verlof verleend aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] om ten laste van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] conservatoir beslag te doen leggen op en in bewaring te doen geven een schilderij van (de school van) P.P. Rubens, een litho van Marc Chagall, een schilderij van Krüzemann en een schilderij van Edouard Manet (hierna: de vier schilderijen).

2.6.

Na daartoe verzocht verlof bij verzoekschrift van 9 maart 2016 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van diezelfde datum verlof verleend aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en vier derden om ten laste van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] conservatoir derdenbeslag te doen leggen onder de Rabobank, de SNS-bank, de ING-bank, de ABN Amro-bank, conservatoir beslag te doen leggen op en in bewaring te doen geven de voorraad en inventaris van de winkel [plaats winkel] , alsmede conservatoir beslag te doen leggen op de woning van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] en de aandelen in [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] .

2.7.

Op 10 maart 2016 is namens [eisers in conventie/verweerders in reconventie] conservatoir beslag gelegd op en in bewaring gegeven een schilderij van de school van P.P. Rubens en een schilderij van Krüzemann, welke schilderijen zich bevonden in de woning van een derde, [naam eigenaar woning] . Voorts is op 10 maart 2016 namens [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en vier derden beslag gelegd op en in bewaring gegeven de voorraad van de winkel van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] [plaats winkel] , waaronder een schilderij van Manet en een litho van Chagall.

2.8.

Bij brief van 15 maart 2016 is door de Rabobank bezwaar gemaakt tegen het gelegde beslag omdat ingevolge een akte van 11 november 2011 de roerende zaken die vallen onder de voorraad van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] aan de Rabobank zijn verpand. Daarbij is door de Rabobank verzocht het beslag op te heffen.

2.9.

Bij verzoekschrift van 17 maart 2016 heeft [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] verzocht hen surseance van betaling te verlenen.

2.10.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland, team insolventies, zittingsplaats Zutphen, van 18 maart 2016 is aan [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] surseance van betaling verleend.

2.11.

Bij brief van 22 maart 2016 heeft mr. Veenhoff namens [eisers in conventie/verweerders in reconventie] [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie]

gesommeerd rekening en verantwoording af te leggen met betrekking tot een bedrag van € 374.102,33 dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] aan [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] ter beschikking had gesteld, een lening van € 148.011,34 van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] dan wel [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] opgezegd en [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] gesommeerd om te bevestigen dat de vier in beslag genomen en in bewaring gegeven schilderijen in eigendom toebehoren aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] . Voorts is [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] daarbij zowel als bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] als in privé aansprakelijk gesteld tot nakoming van de verplichtingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] .

2.12.

Op 8 april 2016 zijn [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] in staat van faillissement verklaard, met benoeming mr. E.R. Looijen tot curator (hierna: de curator).

2.13.

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland, team insolventies, zittingsplaats Zutphen, van 13 april 2016 is de surseance van betaling jegens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] ingetrokken.

2.14.

Bij akte van cessie van 21 maart 2017 heeft de curator de vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] op [eisers in conventie/verweerders in reconventie] verkocht en overgedragen aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] . Daarvan is bij brief van 21 maart 2017 mededeling gedaan aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] .

2.15.

Op 5 juli 2017 is [eisers in conventie/verweerders in reconventie] overleden. De Erven hebben bij akte van 13 september 2017 verklaard dat zij de procedure voortzetten.

3 De vorderingen in conventie en in reconventie

in conventie

3.1.

[eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft na vermeerdering van eis bij conclusie van antwoord in reconventie gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. voor recht zal verklaren dat de vier schilderijen in eigendom toebehoren aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hoofdelijk zal veroordelen om deze schilderijen aan hem over te dragen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hiermee in gebreke is,

  2. voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] rechtsgeldig de ontbinding van de consignatieovereenkomst met betrekking tot de vier schilderijen heeft ingeroepen en dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] dienaangaande niets meer van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft te vorderen,

  3. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hoofdelijk zal veroordelen om binnen vier weken na het te wijzen vonnis aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] rekening en verantwoording af te leggen over de tussen partijen plaatsgevonden hebbende betalingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hiermee in gebreke blijft,

  4. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hoofdelijk zal veroordelen om aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] terug te betalen:

  • -

    een bedrag van € 40.000,00, door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] betaald op 18 juni 2006, ter zake van participatie in de voorraad,

  • -

    een bedrag van € 70.011,34, door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] betaald op 20 december 2005 als lening,

  • -

    een bedrag van € 38.000,00, door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] betaald op 26 april 2005 als lening,

  • -

    een bedrag van € 47.800,00, door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] betaald op 22 april 2004 met de omschrijving ‘landing Willem I’, voormelde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de datum van algehele voldoening,

5. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] van het bedrag dat (bedoeld zal zijn:) [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] op grond van de rekening en verantwoording en het financieel overzicht (productie 33 van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] ) verschuldigd blijkt te zijn, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de datum van algehele voldoening,

6. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van de kosten van de beslagen,

7. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De Erven hebben de vordering sub 1. ingetrokken, aangezien de curator de vier schilderijen aan hen heeft afgegeven. Zij handhaven de vorderingen sub 2. en 3. tegen alle vier de gedaagden, dus ook tegen de failliete vennootschappen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] . Voor zover de vorderingen sub 4. tot en met 7. zijn gericht tegen voormelde failliete vennootschappen, is het geding op grond van artikel 29 Fw van rechtswege geschorst. De Erven hebben deze vorderingen tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] gehandhaafd.

3.3.

In conventie liggen derhalve nog de volgende vorderingen van de Erven ter beoordeling voor. De vorderingen sub 2. en 3. tegen [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] en de vorderingen sub 4. tot en met 7. tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] .

3.4.

Ter comparitie van partijen heeft mr. Veenhoff namens de Erven meegedeeld dat de vorderingen sub 2. en 3. voor zover deze zijn gericht tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en haar vennoten [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] zijn gegrond op een tekortkoming in de nakoming van de consignatieovereenkomst en voor zover deze zijn gericht tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] zijn gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid. De grondslag van de vorderingen sub 4. en 5. is terugbetaling van leningen en/of onverschuldigde betaling. Deze zijn ingesteld tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] in hun hoedanigheid van vennoten van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] als bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] . Voorts is [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] in persoon aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad, aldus de Erven.

in reconventie

3.5.

[gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] heeft bij conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen tot betaling van € 422.691,10 aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] op grond van artikel 7:411 BW,

II. voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] en [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen tot betaling van de ten gevolge van dit onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade, nader op de maken bij staat,

III. [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.6.

Daarna heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] zijn eis in reconventie vermeerderd met de door de curator aan hem gecedeerde vorderingen. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] vordert thans dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen tot betaling aan hem van € 422.691,10,

II. voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] en [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen tot betaling aan hem van de ten gevolge van dit onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade nader op de maken bij staat,

III. voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen tot betaling aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] van de ten gevolge van dit onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade nader op de maken bij staat,

IV. voor recht zal verklaren dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zal veroordelen tot betaling aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] van de ten gevolge van dit onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade nader op de maken bij staat,

met veroordeling van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] in conventie en in reconventie in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.7.

Ten aanzien van de vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] hebben de Erven ontslag van instantie gevraagd. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] heeft zich daartegen niet verzet, zodat aan de Erven ontslag van instantie zal worden verleend. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] , die niet failliet is verklaard, heeft haar vordering sub II tegen de Erven gehandhaafd. De curator heeft de vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] gecedeerd aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] en laatstgenoemde heeft zijn eis met die vorderingen vermeerderd.

3.8.

In reconventie liggen derhalve nog de volgende vorderingen ter beoordeling voor. De vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] tot veroordeling van de Erven om aan hem te betalen € 422.691,10 en tot verklaring van recht dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zich onrechtmatig jegens hem, [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft gedragen, met veroordeling van de Erven tot betaling van schadevergoeding aan hem nader op te maken bij staat, en de vordering van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] tot verklaring voor recht dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zich onrechtmatig jegens haar heeft gedragen, met veroordeling van de Erven tot betaling van schadevergoeding aan haar nader op te maken bij staat, alsmede de vorderingen met betrekking tot de proceskosten en de nakosten.

4 De verdere beoordeling

in conventie

4.1.

De Erven stellen dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] in de periode van 19 juni 1999 tot 3 april 2012

€ 421.362,48 op de bankrekeningen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] c.q. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft voldaan. Door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] is in die periode € 47.260,48 aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] betaald, zodat hij per saldo € 374.102,33 (gespecificeerd in productie 2 bij dagvaarding) aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] c.q. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft voldaan, waaronder:

  • -

    € 40.000,00 op 18 juni 2006 met omschrijving ‘participatie in de voorraad’,

  • -

    € 70.011,34 op 20 december 2005 met omschrijving ‘lening’,

  • -

    € 38.000,00 op 26 april 2005 met omschrijving ‘lening’, en

  • -

    € 47.800,00 op 22 april 2003 met als omschrijving ‘Landing Willem I’.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en/of [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft/hebben ondanks sommatie daartoe over het bedrag van € 374.102,33 nimmer rekening en verantwoording afgelegd en [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft over de geldleningen nooit rente ontvangen, aldus de Erven. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] dienen alsnog rekening en verantwoording hierover af te leggen (vordering sub 3.). Voormelde vier bedragen dient [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] volgens de Erven aan hen terug te betalen, nu deze leningen bij brief van 22 maart 2016 zijn opgezegd en omdat het schilderij ‘Landing Willem I’ nooit is aangekocht (vordering sub 4). [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft bij conclusie van antwoord in reconventie van 7 februari 2017 de eis in conventie gewijzigd, onder meer door toevoeging van het onder 2. gevorderde, en een groot aantal producties (7 tot en met 41) overgelegd, waarbij in productie 33 een uitgebreid overzicht van de rekening-courantverhouding vanaf 1999 is gegeven, zoals deze door de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] aan de hand van bankafschriften is gereconstrueerd. De Erven vorderen voorts op grond van onverschuldigde betaling het bedrag, dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] c.q. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] blijkens de gevorderde rekening en verantwoording en op grond van het financiële overzicht van productie 33 bij conclusie van antwoord in reconventie, verschuldigd blijkt te zijn (vordering sub 5).

4.2.

[eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft zijn eis vermeerderd met het sub 2. gevorderde, omdat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] in zijn conclusie van antwoord tevens eis in reconventie heeft gesteld dat de vordering tot afgifte van de vier schilderijen moet worden afgewezen omdat de consignatieovereenkomst nog niet was beëindigd en hij de vier schilderijen dus rechtmatig in zijn bezit had. Voor zover de consignatieovereenkomst wel zou zijn beëindigd, heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] een beroep gedaan op opschorting omdat zij aanspraak stelt te hebben op vergoeding van kosten en winstdeling. In de conclusie van antwoord in reconventie tevens wijziging van eis in conventie is daarom (onder punt 66) door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] de ontbinding van de consignatieovereenkomst ingeroepen op grond van toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] Dat de consignatieovereenkomst eerder dat in voormelde conclusie door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , althans de Erven, is ontbonden is niet gebleken. De Erven hebben daartoe onvoldoende gesteld. Overigens kan dat in het midden blijven omdat de vier schilderijen inmiddels door de curator aan de Erven zijn afgegeven, zodat zij geen belang meer hebben bij de verklaring voor recht dat de consignatieovereenkomst is ontbonden. Een ander belang is door de Erven niet gesteld en is ook niet gebleken. In zoverre zal de vordering sub 2. dan ook worden afgewezen. De door de Erven gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] uit hoofde van de consignatieovereenkomst niets meer van de Erven te vorderen heeft, zal hierna worden behandeld bij de beoordeling van de vordering in reconventie sub 1.

4.3.

Tussen partijen is in geschil wie de contractspartner van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] was, [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , zoals de Erven stellen, of [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] , zoals [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] betoogt.

4.4.

Vaststaat dat het aankopen en het in consignatie geven van de vier schilderijen heeft plaatsgevonden ruim vóór de oprichting van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . Niet gesteld of gebleken is dat er na de oprichting van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] op 1 oktober 2011 nog kunstvoorwerpen door of voor [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zijn gekocht. De Erven stellen dat na de oprichting van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] de rechtsrelatie met [eisers in conventie/verweerders in reconventie] geheel is overgegaan van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] naar [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . Dit blijkt volgens de Erven uit de omstandigheid dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] na 2011 aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] brieven heeft geschreven op briefpapier van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . Ook is de enige onderlinge betaling na 2011, te weten de betaling van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] op 3 april 2012 van € 400,00, gedaan op een bankrekeningnummer van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , aldus de Erven. Volgens de Erven is (het vermogen van) [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] ingebracht in [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] betwist gemotiveerd dat de rechtsrelatie met [eisers in conventie/verweerders in reconventie] is overgegaan van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] op [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . Hij betwist dat sprake is van contractsoverneming en stelt onder meer dat de daartoe op grond van artikel 6:159 BW vereiste akte ontbreekt.

4.5.

Niet gesteld of gebleken is dat er tussen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] een akte is opgemaakt, waarbij de rechtsverhouding met [eisers in conventie/verweerders in reconventie] is overgedragen aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . Van contractsoverneming in de zin van artikel 6:159 BW is daarom geen sprake. De Erven hebben voorts, gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] , onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld, waaruit kan volgen dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] de contractspartner van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zou zijn geworden. De enkele omstandigheden dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] briefpapier van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft gebruikt en dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] een betaling op de bankrekening van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft verricht, zijn daarvoor onvoldoende. Ook de stelling dat (het vermogen van) [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] zou zijn ingebracht in [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , is niet nader geconcretiseerd door de Erven. Nu [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] aanvoert dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] weliswaar per 1 oktober 2011 vennoot is geworden van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , maar dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] daarnaast na 1 oktober 2011 ook nog zelfstandig bleef handelen, dat de handel in schilderijen na 1 oktober 2011 nog steeds vanuit [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] werd gedaan, dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] slechts de juwelier/horloger was en dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] ook na 1 januari 2011 de contractspartner van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] is gebleven, had het op de weg van de Erven gelegen hun stellingen nader te onderbouwen. De Erven hebben dat echter nagelaten, zodat de rechtbank aan hun stellingen op dat punt als onvoldoende onderbouwd voorbij gaat.

4.6.

Dat betekent dat niet is komen vast te staan dat er sprake was van een contractuele relatie tussen [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . De vorderingen sub 3 tot met 5 van de Erven gericht tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en haar vennoten [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] zijn gegrond op een contractuele relatie met [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . De Erven hebben ter gelegenheid van de comparitie van partijen desgevraagd verklaard dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] alleen is gedagvaard in haar hoedanigheid van vennoot van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en niet als zelfstandige contractspartner van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] . Nu het bestaan van de contractuele relatie tussen [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] niet is komen vast te staan, zal de vordering sub 3 tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] dan ook worden afgewezen. De vorderingen sub 4 en 5 tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] zullen eveneens om die reden worden afgewezen.

4.7.

De vorderingen sub 3. tot en met 5. gericht tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] zijn gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid. De Erven stellen dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] als bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] onrechtmatig jegens [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft gehandeld door hem, onder valse voorwendselen en gebruikmakend van het vertrouwen dat hij in [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] had, ertoe te bewegen gelden ter beschikking te stellen als lening of participatie in de voorraad, terwijl daarover nooit rente is betaald en geen rekening en verantwoording is afgelegd. Verder heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] als bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] volgens de Erven onrechtmatig gehandeld doordat hij [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft laten participeren in een voorraad die vervolgens aan de Rabobank is verpand, zonder dit aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] mee te delen, waardoor [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] onrechtmatig heef beschikt over het deel van de voorraad waarin [eisers in conventie/verweerders in reconventie] participeerde en [eisers in conventie/verweerders in reconventie] iedere zekerheid op terugbetaling van de geïnvesteerde geldsom werd ontnomen, doordat hij [eisers in conventie/verweerders in reconventie] allerlei schilderijen heeft laten aanschaffen, waarvan de waarde door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] veel hoger werd getaxeerd dan de werkelijke marktwaarde en hij dat heeft verzwegen voor [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , doordat hij heeft nagelaten transparant te zijn tegen [eisers in conventie/verweerders in reconventie] over de stand van de wederzijdse vorderingen en schulden, doordat hij de rekening-courantverhouding met [eisers in conventie/verweerders in reconventie] niet juist heeft bijgehouden en doordat hij namens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] schulden is aangegaan in de wetenschap dat zij deze niet konden terugbetalen. Als bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] valt hem hiervan een ernstig verwijt te maken en is hij daarom persoonlijk aansprakelijk, aldus de Erven. Zij stellen dat zij belang hebben om de vorderingen (ook) tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] persoonlijk in te stellen, aangezien [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] (en haar vennoten) naar alle waarschijnlijkheid geen of onvoldoende verhaal zal (zullen) bieden.

4.8.

De rechtbank stelt het volgende voorop.

Bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering kan naast de aansprakelijkheid van de vennootschap ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft

gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Als maatstaf geldt in de onder (i) bedoelde gevallen of de betrokken bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, en in de onder (ii) bedoelde gevallen of het

handelen of nalaten als bestuurder van de betrokken vennootschap ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (Hoge Raad 8 december 2006, NJ 2006, 659). Het verwijt dat de bestuurder namens de vennootschap een verplichting is aangegaan, waarvan hij wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen, leidt pas tot aansprakelijkheid van de bestuurder indien deze wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de schuldeiser als gevolg van het niet nakomen van de verplichting schade zou lijden. (Hoge Raad 5 september 2014, NJ 2015, 22)

4.9.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, is niet komen vast te staan dat er een contractuele relatie heeft bestaan tussen [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] . De Erven hebben hun vorderingen tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] slechts ingesteld in haar hoedanigheid van vennoot van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en niet tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] als haar contractspartner. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank onder deze omstandigheden niet in dat aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , als indirect bestuurder van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] , een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt dat de Erven hun vorderingen niet kunnen verhalen op [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en/of haar vennoot [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] . Bovendien is niet gebleken dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] bij het aangaan van de verbintenissen met Van Tuyl, hetgeen allemaal heeft plaatsgevonden vóór 2011, wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] (dan wel [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] ) niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. De Erven hebben dat onvoldoende onderbouwd. Daar komt nog bij dat niet, althans onvoldoende, is gesteld of gebleken dat de Erven schade hebben geleden doordat de voorraad waarin [eisers in conventie/verweerders in reconventie] participeerde in pand is gegeven bij de Rabobank en doordat geen rekening en verantwoording zou zijn afgelegd, hetgeen overigens wordt betwist door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie]

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Erven hun stellingen op dit punt onvoldoende hebben onderbouwd. Aan verdere bewijslevering wordt daarom niet toegekomen.

4.10.

Voorts stellen de Erven dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] als persoon onrechtmatig jegens [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft gehandeld en dat hij daarom aansprakelijk is voor de daardoor door hen geleden schade. Volgens de Erven heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] [eisers in conventie/verweerders in reconventie] schilderijen laten kopen, waarvan hij, [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , wist dat deze een veel lagere waarde hadden dan de aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] voorgespiegelde aankoopprijs. Dit was onder meer bij het schilderij ‘de Heilige Familie uit de school van P.P. Rubens’ (hierna: het schilderij van ‘Rubens’) het geval, waarbij vaststaat dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] ervan op de hoogte was dat er deskundigen waren die dit schilderij op een fractie van de door hem aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] voorgespiegelde waarde hadden getaxeerd, aldus de Erven. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] heeft dat echter niet aan Van Tuyl meegedeeld. De Erven stellen dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] hiermee bewust informatie heeft achtergehouden en dat hij [eisers in conventie/verweerders in reconventie] een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. Ter comparitie van partijen van 3 april 2018 hebben de Erven voorts aangevoerd dat het onrechtmatig handelen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] ook ziet op het schilderij van Manet, nu gebleken is dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] steeds andere bedragen heeft genoemd en de Erven daarom vermoeden dat het een en ander niet klopt.

4.11.

De rechtbank is van oordeel dat in het midden kan blijven of [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] al dan niet onrechtmatig jegens [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft gehandeld met betrekking tot de aankoop van de schilderijen van ‘Rubens’ en Manet, omdat de Erven aan hun stellingen met betrekking tot het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] geen concrete vordering (tot schadevergoeding) hebben verbonden. De rechtbank heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen.

Bij dagvaarding heeft [eisers in conventie/verweerders in reconventie] aanvankelijk onder 3. van het petitum terugbetaling van in totaal € 148.011,34 gevorderd uit hoofde van de opgezegde leningen en van € 47.800,00 (‘landing Willem I’) uit hoofde van onverschuldigde betaling. Onder 4. van dat petitum vorderde hij voorts betaling van € 374.102,33, te verminderen met hetgeen ten aanzien van het onder 3. gevorderde zou worden toegewezen en te verminderen met het bedrag waarvan [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] na de gevorderde af te leggen rekening en verantwoording een deugdelijke betalingsgrond zou hebben kunnen aantonen. Het aanvankelijk onder 4. gevorderde is dus kennelijk gegrond op onverschuldigde betaling.

Bij conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging van eis in reconventie stelt [eisers in conventie/verweerders in reconventie] onder punt 63 dat hij tevens de schade vordert die hij heeft geleden of zal lijden doordat hij verlies maakt op de in consignatie gegeven schilderijen, nader op te maken bij staat. De grondslag hiervoor is kennelijk het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] ten aanzien van de schilderijen van ‘Rubens’ en Manet.

[eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft in voormelde conclusie tevens zijn eis gewijzigd. Daaraan is toegevoegd de thans onder 2. van het petitum gevorderde verklaring voor recht. Het in de dagvaarding onder 3. gevorderde wordt gehandhaafd onder punt 4. van het petitum van die conclusie en het in de dagvaarding onder 4. gevorderde is daarbij in dat petitum onder 5. gewijzigd, in die zin dat betaling wordt gevorderd van het bedrag dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] op grond van de gevorderde rekening en verantwoording en het financieel overzicht van productie 33 van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] verschuldigd blijkt te zijn. De wijziging van het thans onder 5. van het petitum gevorderde is niet nader toegelicht, behoudens dat uit het gestelde onder punt 44 van voormelde conclusie volgt dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , in reactie op de stellingen van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] over de besteding van de door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] gedane betalingen, in productie 33 een financieel overzicht heeft gegeven, dat hij aan de hand van de bankmutaties heeft gereconstrueerd. De grondslag voor de gewijzigde vordering onder 5. is kennelijk nog steeds onverschuldigde betaling. [eisers in conventie/verweerders in reconventie] (althans de Erven) heeft (hebben) in het gewijzigde petitum van voormelde conclusie geen schadevergoeding gevorderd, al dan niet op te maken bij staat. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] dat wel in die zin heeft begrepen. Nu de Erven aan hun stellingen met betrekking tot het onrechtmatig handelen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] geen concrete vordering hebben verbonden, terwijl zij daartoe nog wel de gelegenheid hadden, gelet op het feit dat zij hun eis op een aantal punten nog hebben gewijzigd, gaat de rechtbank aan die stellingen voorbij.

4.12.

Gelet op het voorgaande en hetgeen hierna in reconventie in 4.23. wordt overwogen, zullen de vorderingen van de Erven worden afgewezen.

4.13.

De Erven zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Er is geen reden om [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] in de beslagkosten te veroordelen, nog daargelaten dat de Erven deze niet nader hebben gespecificeerd.

4.14.

De kosten aan de zijde van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] worden begroot op:

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 7.206,00 (3 punten × tarief € 2.402,00)

Totaal € 11.109,00.

in reconventie

4.15.

Voor zover [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] zich in reconventie nog had willen uitlaten over hetgeen de Erven in de conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging van eis in conventie hebben aangevoerd, geldt het volgende. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] voldoende gelegenheid heeft gehad om zich uit te laten over de stellingen van de Erven. Voormelde conclusie van de Erven dateert van 7 februari 2017 en is genomen ter gelegenheid van de eerste comparitie van partijen op 21 februari 2017. Bij die comparitie zijn vooral de procedurele perikelen in verband met het faillissement van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] aan de orde geweest. In het tussenvonnis van 2 augustus 2017 is een nieuwe comparitie bepaald waarbij is vermeld dat de zaak dan inhoudelijk zou worden besproken. Deze tweede comparitie heeft plaatsgevonden op 3 april 2018. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] had derhalve voldoende tijd om voorafgaand aan die comparitie nog nadere stukken toe te zenden en om op die comparitie te reageren op voormelde conclusie van de Erven. De rechtbank zal [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] daartoe dan ook niet meer in de gelegenheid stellen.

4.16.

[gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] stelt dat de beslaglegging door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] op de vier schilderijen onrechtmatig was, omdat (i) [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] de schilderijen rechtmatig in zijn bezit had op grond van de consignatieovereenkomst met [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en (ii) [eisers in conventie/verweerders in reconventie] de voorzieningenrechter onjuist heeft geïnformeerd doordat hij ten onrechte in zijn verzoekschrift heeft gesteld dat er gegronde vrees was dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] naar Rusland zou vertrekken met medeneming van de schilderijen en daarin voorts andere onwaarheden over de schulden van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] en de rechtsverhouding tussen hem en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] heeft gesteld.

[gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] stelt voorts dat de beslaglegging door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] op de winkelvoorraad onrechtmatig was, omdat (x) de ondernemingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] door het beslag op de winkelvoorraad direct werden getroffen in hun bedrijfsvoering, terwijl er geen vrees voor verduistering bestond, zodat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] de voorzieningenrechter heeft misleid, waardoor [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] niet is gehoord op het verzoek tot beslaglegging, (xx) [eisers in conventie/verweerders in reconventie] beslag heeft gelegd voor de subsidiaire vordering (voor het geval de vier schilderijen niet werden aangetroffen), terwijl de primaire vordering (de inbeslagname van de schilderijen) tegelijkertijd geëffectueerd kon worden en er geen sprake was van enige noodzaak van beslaglegging op en inbewaringneming van de winkelvoorraad en (xxx) [eisers in conventie/verweerders in reconventie] geen vordering had op [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] omdat hij altijd alleen met [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] heeft gehandeld.

[gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] stelt dat hij door de onterechte beslagleggingen schade heeft geleden. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] heeft schade geleden doordat zij als gevolg van de beslaglegging geen inkomen meer kon genereren en niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen. Het feit dat verschillende partijen hun zekerheden niet wensten vrij te geven in deze situatie, heeft volgens [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] het gevolg gehad dat er een zogenaamd ‘deadlock’ is ontstaan, waardoor de surseance van betaling is omgezet in een faillissement. Als gevolg van het faillissement en het ontbreken van een daarvoor geschikte winkel, heeft de voorraad nog slechts executiewaarde, die veel lager is dan de normale winkelwaarde, aldus [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie]

4.17.

De Erven betwisten de onrechtmatigheid van de beslagen. Zij voeren aan dat de reden voor de argwaan jegens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] bij (de zoon van) [eisers in conventie/verweerders in reconventie] is ontstaan doordat hij begin februari 2016 een anonieme brief kreeg van iemand die precies op de hoogte was van alle door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] in consignatie gegeven schilderijen, waarin werd meegedeeld dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] in financiële problemen verkeerde en dat de schilderijen van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zich niet meer in de winkel van bevonden, maar naar een onbekende plaats waren gebracht. Naar aanleiding van deze brief is de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] op 1 maart 2016 onaangekondigd naar de winkel van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] in Oosterbeek gegaan en heeft hij gevraagd of hij de vier schilderijen mocht zien. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] heeft toen aan de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] meegedeeld dat hij de schilderijen uit de winkel had moeten halen omdat hij anders onderverzekerd was en dat hij de schilderijen bij een ‘privébank’ had ondergebracht, waarvan hij de naam niet kon noemen. Daarna heeft de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] contact gezocht met de anonieme briefschrijver, die meer details heeft gegeven over de financiële situatie van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] , aldus de Erven. Uit de overgelegde verklaring van de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] (productie 15 van de Erven) volgt dat de anonieme briefschrijver hem een krantenknipsel liet zien, waaruit bleek dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] in kort geding was veroordeeld tot het teruggegeven van in consignatie gegeven klokken en dat hij hem meedeelde dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] twee keer bij verstek was veroordeeld tot het betalen van een forse geldsom. De anonieme briefschrijver heeft de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] voorts de naam van de advocaat gegeven van één van de crediteuren, die het geding had behandeld dat tot een veroordelend vonnis van bijna een ton had geleid, en de namen van enkele andere crediteuren. Daarna heeft de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] contact opgenomen met mr. Veenhoff, die al twee andere zaken tegen [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] in behandeling had en is besloten om conservatoir beslag te leggen, aldus de Erven.

4.18.

De rechtbank is van oordeel dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , gelet op deze verklaring van zijn zoon, die niet, althans onvoldoende door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] is weersproken, voldoende reden had om voor verduistering van de vier schilderijen te vrezen, zodat hij voldoende reden had om conservatoir beslag te doen leggen op die schilderijen. Aangezien [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] aan de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] niet wilde vertellen waar de vier schilderijen zich bevonden, althans daar onduidelijk over was, had [eisers in conventie/verweerders in reconventie] voorts een gerechtvaardigd belang om (subsidiair) conservatoir beslag te doen leggen op andere vermogensbestanddelen van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] , voor het geval er geen beslag kon worden gelegd op de schilderijen. Gelet op de uitlatingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] tegen [eisers in conventie/verweerders in reconventie] over de mogelijke verkoopwaarde van de schilderijen, mocht [eisers in conventie/verweerders in reconventie] ten tijde van de beslaglegging van die waarden uitgaan en zou, indien de schilderijen niet werden aangetroffen, zijn schade mogelijk aanzienlijk zijn geweest. Dat de Erven thans een veel lagere waarde aan die schilderijen toekennen, na kennisname van de brief van de heer J. Bosch van Rosenthal van 1 februari 2017, doet daaraan niet af. Voorts had [eisers in conventie/verweerders in reconventie] op het moment van de beslaglegging reeds contact met andere crediteuren van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] , die uiteindelijk samen met hem conservatoir beslag op de winkelvoorraad hebben doen leggen, op grond waarvan hij ervan mocht uitgaan dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] aanzienlijke schulden had. Dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] de voorzieningenrechter pertinent onjuist heeft geïnformeerd is niet gebleken. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] heeft zijn stellingen op dat punt, tegenover het gemotiveerde verweer van de Erven, onvoldoende onderbouwd.

Voorts is niet gesteld of gebleken dat de andere crediteuren van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] slechts door toedoen van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] zijn overgegaan tot beslaglegging op de winkelvoorraad en dat zij daartoe anders niet zouden zijn overgegaan. Als niet weersproken staat in ieder geval vast dat twee van die crediteuren opeisbare vorderingen tegen [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hadden en dat zij zich in dat verband reeds tot mr. Veenhoff hadden gewend. Niet uitgesloten kan worden dat die andere crediteuren ook zonder [eisers in conventie/verweerders in reconventie] beslag zouden hebben laten leggen op de winkelvoorraad, aangezien ook zij vreesden dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] zouden vertrekken met medeneming van de waardevolle zaken uit de winkel. Of [eisers in conventie/verweerders in reconventie] destijds kon weten dat hij geen rechtsrelatie met [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] had, kan dan ook in het midden blijven. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] hebben voorts onvoldoende weersproken dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] ten tijde van de beslaglegging insolvent was en dat de andere crediteuren niet akkoord zouden zijn gegaan met teruggave van de voorraad, zonder dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] daarvoor adequate zekerheid zou bieden. Bovendien heeft [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] zelf surseance van betaling aangevraagd, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het faillissement van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] . Dat hij dat ‘in paniek’ heeft gedaan, kan niet aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , althans de Erven worden toegerekend. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] had er ook voor kunnen kiezen om onmiddellijk na de beslagleggingen opheffing daarvan te vorderen bij de voorzieningenrechter.

4.19.

Op grond van deze omstandigheden, in hun onderlinge verband beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van onrechtmatig gelegde beslagen, ten gevolge waarvan [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] de door hem gestelde schade heeft geleden. De vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] (sub II. tot en met IV.) en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] (sub II.) zullen dan ook worden afgewezen.

4.20.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] stelt dat door de beslaglegging op de vier schilderijen feitelijk voortijdig een einde is gekomen aan de overeenkomst tussen [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] en dat hij daarom aanspraak maakt op een redelijk loon op grond van artikel 7:411 lid 1 en 2 BW. Het redelijk loon dat hem toekomt heeft hij becijferd op in totaal € 422.691,10, bestaande uit:

  • -

    € 126.515,00, inclusief € 11.015,00 aan kosten, voor het schilderij ‘Rubens’,

  • -

    € 220.500,00, inclusief € 11.000,00 aan kosten, voor het schilderij van Manet,

  • -

    € 56.530,50, inclusief € 9.380,00 aan kosten, voor het schilderij van Krusemann,

  • -

    € 5.945,60, inclusief € 400,00 aan kosten, voor de litho van Chagall en

  • -

    € 14.200,00 voor het schilderij van Joost de Momper.

Volgens de berekeningen, die door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] zijn overgelegd, bestaat het redelijke loon uit 50% van de misgelopen winst, uitgaande van de door hem gestelde taxatiewaarde van de schilderijen, en vergoeding van de helft van de door hem gemaakte kosten, waaronder advertentiekosten, verzekeringskosten, certificeringskosten, restauratiekosten en de kosten van lijsten.

De Erven betwisten dat zij een redelijk loon zijn verschuldigd. Zij voeren aan dat de consignatieovereenkomst is ontbonden door toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] zodat zij geen loon zijn verschuldigd. Voor zover de overeenkomst niet zou zijn ontbonden, betwisten zij de berekeningen van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] omdat die volgens hen uitgaan van een veel te hoge, onrealistische (taxatie)waarde. Voorts voeren zij aan dat op grond van de afspraak tussen partijen (hiervoor weergegeven onder 2.3.) de algemene- en verkoopkosten in het winstdeel van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] zijn verdisconteerd en dat gelet op de door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] verrichte werkzaamheden de hoogte van het gevorderde loon niet redelijk is.

4.21.

De rechtbank is van oordeel dat in het midden kan blijven of de consignatieovereenkomst terecht is ontbonden door de Erven. Vaststaat dat de overeenkomst feitelijk is geëindigd doordat op de vier schilderijen beslag is gelegd, deze in bewaring zijn genomen en uiteindelijk door de curator aan de Erven zijn teruggegeven. Zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het beslag op de vier schilderijen niet onrechtmatig was. Uit het feit dat er beslag is gelegd op de vier schilderijen en het feit dat aanvankelijke afgifte van de schilderijen is gevorderd, blijkt voldoende dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] de consignatieovereenkomst niet langer wenste voort te zetten. Dat stond hem ingevolge artikel 7:408 BW ook vrij. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden, waaronder de beëindiging van de overeenkomst heeft plaatsgevonden, niet zijn toe te rekenen aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , althans aan de Erven, zodat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] , althans [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , geen aanspraak kan maken op het volle loon, zoals bedoeld in artikel 7:411 lid 2 BW. Daarbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] heeft de vier schilderijen in ieder geval reeds vóór 2006 in consignatie gekregen van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] . [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft vanaf 2007 aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] te kennen gegeven dat hij, gelet op zijn hoge leeftijd van toen negentig jaar, de schilderijen wenste te verkopen via de veiling van Christie’s in Amsterdam. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] heeft hem geadviseerd dat niet te doen. Weliswaar zijn er na 2011 enkele biedingen gedaan op de schilderijen, maar deze zijn volgens de Erven op advies van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] afgewezen omdat deze biedingen volgens hem te laag zouden zijn en bij het aantrekken van de economie een beter bod zou kunnen worden verkregen. Daarna heeft de zoon van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , zoals hiervoor is overwogen, naar aanleiding van een anonieme brief in 2016 de winkel in Oosterbeek bezocht en bleek dat de schilderijen zich daar niet meer bevonden, althans dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] over de verblijfplaats van de schilderijen geen duidelijkheid kon of wilde verschaffen, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot de beslaglegging en de teruggave van de schilderijen aan de Erven. Onder deze omstandigheden, die door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] onvoldoende zijn weersproken, is de rechtbank van oordeel dat het overwegend aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] , althans [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , is te wijten dat de consignatieovereenkomst is geëindigd, zodat er geen reden is om [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] , althans [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] een aanspraak op winstdeling toe te kennen. [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan geconcludeerd zou moeten worden dat hem ter zake geen verwijt treft.

4.22.

Ter zake van het schilderij van Joost de Momper maakt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] aanspraak op een bedrag van € 14.200,00, zijnde 10% van de gestelde overwaarde. De Erven hebben de verschuldigdheid van dit bedrag betwist, aangezien dit schilderij volgens de door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] opgestelde lijst (hiervoor weergegeven onder 2.3.) in 2006 reeds 100% eigendom was van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] privé was aangekocht en geheel was voldaan.

Kennelijk maakt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , op basis van de laatste zin van de brief van 11 augustus 2006 (zie onder 2.3.), aanspraak op 10% van de gestelde overwaarde van dit schilderij omdat het schilderij uiteindelijk niet is verkocht, maar door [eisers in conventie/verweerders in reconventie] is behouden. Dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] dit schilderij zelf heeft behouden volgt uit zijn brief aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] van 3 februari 2007 (productie 21 van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] ). Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank niet in waarom [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] , althans [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , thans ca. tien jaren later nog een vergoeding met betrekking tot dit schilderij zou toekomen. Nog daargelaten dat de gestelde (over)waarde van het schilderij door de Erven is betwist en niet nader is onderbouwd. De rechtbank gaat daarom aan de stellingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] op dit punt, als onvoldoende onderbouwd, voorbij.

4.23.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] maakt voorts aanspraak op vergoeding van door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] in het kader van de consignatieovereenkomst gemaakte kosten.

Partijen verschillen van mening hoe de afspraak: “na verkoop van de kunst, onder a.b.d.e. vermeld, ontvangt [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] 50% van de netto winst, waarin dan de algemene en de verkoopkosten van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] verdisconteerd zijn” moet worden uitgelegd.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] heeft ter comparitie van partijen toegelicht dat de algemene verkoopkosten, zoals het ter beschikking stellen van de winkel, voor zijn rekening komen maar dat de bijzondere verkoopkosten, zoals onder meer verzekering-, taxatie-, en advertentiekosten, werden gedeeld. De Erven hebben dat betwist en voeren aan dat de algemene- en de verkoopkosten op grond van voormelde afspraak geheel voor rekening van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] komen.

4.24.

Uit de tekst van voormelde afspraak is niet af te leiden welke kosten onder de ‘algemene en de verkoopkosten’ vallen. Uit de door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] overgelegde afrekening van februari 2008 met betrekking tot het schilderij Janson van Keulen (productie 2) volgt dat de kosten van de lijst, assurantiën en taxatie van in totaal € 2.530,00 voor de helft in rekening zijn gebracht bij [eisers in conventie/verweerders in reconventie] . [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft die afrekening voor akkoord ondertekend. Voorts volgt uit de door [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] overgelegde producties 5, 13 en 17 dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] aan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] heeft verzocht de voorgeschoten kosten met betrekking tot restauratie, certificering en advertenties aan hem te voldoen en dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] deze kosten ook heeft voldaan. De Erven hebben dat niet weersproken. De rechtbank leidt daaruit af dat deze verkoopkosten door partijen werden gedeeld en niet waren verdisconteerd in het winstaandeel van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] . De rechtbank acht voorts aannemelijk dat [eisers in conventie/verweerders in reconventie] , althans de Erven, voordeel hebben genoten van deze kosten, in ieder geval van de kosten voor restauratie, de lijsten en de verzekering. De hoogte van die kosten is door de Erven niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank kan het redelijk loon dat aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] op grond van artikel 7:411 lid 1 BW toekomt daarom gesteld worden op de helft van de door hem opgevoerde kosten. Deze kosten bedragen in totaal € 31.795,00. De helft daarvan is € 15.897,50. Laatstgenoemd bedrag zal als redelijk loon worden toegewezen. Andere relevante omstandigheden, die zouden moeten leiden tot een hoger vast te stellen redelijk loon, zijn niet aangevoerd en ook niet gebleken.

In zoverre zal de vordering sub I. van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] worden toegewezen. Dit betekent dat de door de Erven in conventie onder 2. gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] uit hoofde van de consignatieovereenkomst niets meer te vorderen heeft, zal worden afgewezen.

4.25.

De rechtbank ziet geen aanleiding om dit vonnis, voor zover de Erven daarbij worden veroordeeld tot betaling aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] , niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.26.

Gelet op het ontslag van instantie van de Erven met betrekking tot de vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] komen de proceskosten voor rekening van deze vennootschappen. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 2] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen eveneens in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Erven worden begroot op € 9.297,00 (3 punten × factor 1,0 × tarief € 3.099,00) aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de Erven in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] tot op heden begroot op € 11.109,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de derde dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4.

verleent de Erven ontslag van instantie ten aanzien van de vorderingen van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 1] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 3] ,

5.5.

veroordeelt de Erven om aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie sub 4] te betalen een bedrag van € 15.897,50,

5.6.

veroordeelt [gedaagde partij in conventie /eisers in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] tot op heden begroot op € 9.297,00,

5.7.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in conventie en in reconventie

5.8.

veroordeelt de Erven in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de Erven niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van 14 dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening.

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2018.