Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5170

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-12-2018
Datum publicatie
18-12-2018
Zaaknummer
NL18.3057
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot levering van stalinrichting, bestaande uit melkrobots, voerinrichting en mestrobot. Ovk tot onderhoud. Toerekenbare tekortkoming leverancier, deels eigen schuld veehouder. Door toepasselijkheid AV wordt alleen direct schade vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORBLAD

Rechtbank Gelderland

Zaaknummer: NL18.3057

Maatschap [eiseres] e.a. tegen Melkwinnings Centrum Oost B.V.

Vonnis van 5 december 2018

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer: NL18.3057

Vonnis van 5 december 2018

in de zaak van

1 de maatschap MAATSCHAP [eiseres] ,

en haar maten
2. [maat 1],
3. [maat 2],
gevestigd respectievelijk wonende te Spijk (gemeente Rijnwaarden),
eisers, hierna samen te noemen: de Maatschap,
advocaat mr. A.N. Dijkstra te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MELKWINNINGS CENTRUM OOST B.V.,
gevestigd te Lichtenvoorde (gemeente Oost-Gelre),
verweerster, hierna te noemen: MCO B.V.,
advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de procesinleiding

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de akte van MCO B.V. van 11 september 2018

  • -

    de akte van de Maatschap van 27 september 2018

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 27 september 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Maatschap exploiteert een melkveehouderijbedrijf te Spijk (gemeente Rijnwaarden). Omstreeks februari 2018 hield zij 118 melkkoeien en 79 stuks jongvee. Het bedrijf van de Maatschap is gesloten, dat wil zeggen dat zij geen runderen van buitenaf aankoopt om de insleep van ziekten te voorkomen. Zij verkrijgt haar veestapel door middel van natuurlijke aanwas.

2.2.

MCO B.V. is een landbouwmechanisatiebedrijf en levert complete stalinrichtingen, inclusief voersystemen en melkrobots. Ook verzorgt zij het onderhoud en de service.

2.3.

Tussen MCO B.V. en de Maatschap is in 2011 onderhandeld over de inrichting van een nieuwe stal voor de Maatschap. Op 21 november 2011 heeft MCO B.V. een offerte uitgebracht voor een automatisch melksysteem, de GEA ML-one Multibox (hierna: de melkrobot)1. Op de achterkant van de offerte staan de door MCO B.V. gehanteerde algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (hierna: ‘algemene voorwaarden’). Vervolgens hebben er tussen enerzijds de Maatschap en anderzijds [naam directeur MCO] (directeur MCO B.V.) en [verkoopleider MCO] (verkoopleider GEA Nederland) namens MCO B.V. onderhandelingen plaatsgevonden, resulterend in de orderbevestiging van 30 december 20112. De orderbevestiging van 25 april 20133 ziet op de aanschaf van het automatisch voersysteem (‘Mullerup’), een extra melkrobot, een mestrobot en montage van de stalinrichting. Ook daarin is steeds de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van MCO B.V. bedongen.

2.4.

In artikel 11 (Garantie)4 van deze algemene voorwaarden is het volgende bepaald:

11.1. Voor verkochte en geleverde zaken met fabrieks-, of importeursgarantie gelden

slechts de door deze derde gestelde garantiebepalingen.

11.2.

MCO verleent slechts garantie indien bij het sluiten van de schriftelijke overeen-

komst een garantietermijn overeengekomen is.

11.3.

In geval van zichtbare tekortkomingen dient de afnemer daarvan binnen 1 week na levering schriftelijk aan MCO mededeling te doen, bij gebreke waarvan de geleverde goederen worden geacht te zijn aanvaard. Verborgen gebreken dienen door de afnemer aan MCO schriftelijk te worden gemeld binnen 14 dagen nadat zij zijn ontdekt, althans in redelijkheid ontdekt hadden kunnen worden, bij gebreke waarvan iedere garantieverplichting van MCO ter zake van dat ge[b]rek en de eventuele gevolgen daarvan vervalt.

(…)

11.8.

De aansprakelijkheid van MCO uit hoofde van deze garantie is beperkt tot het (doen) nemen van de redelijkerwijs mogelijke maatregelen tot herstel van die afwijkingen ten opzichte van de door MCO vastgestelde functionele specificatie van het desbetreffende product die binnen de termijn van 6 maanden na levering schriftelijk door afnemer ter kennis van MCO zullen zijn gebracht.

11.9.

Als tekortkomingen zullen slechts gelden wezenlijke afwijkingen van de door MCO vastgestelde functionele specificatie. MCO garandeert uitdrukkelijk niet dat de functies vervat in het gelicentiëerde programma geheel aan de behoeften van afnemer zullen voldoen of zullen werken in de combinaties die door de afnemer voor het gebruik kunnen worden gekozen of dat het programma zonder onderbrekingen geheel foutloos zal functioneren. In dit verband aanvaarden beide partijen dat het niet mogelijk is computerprogramma’s te leveren waarvan vaststaat dat zij vrij van gebreken zijn. Tevens aanvaarden beide partijen dat niet alle gebreken voor herstel vatbaar zijn.

(…)

en in artikel 12 (Garantie) van de AV is het volgende bepaald:

12.1 Als de afnemer stelt schade te hebben geleden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van MCO, dient de afnemer zowel de tekortkoming als de toerekenbaarheid aan te tonen, tenzij overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 een garantie werd gegeven. In dat geval dient de afnemer slechts de tekortkoming aan te tonen.

(…)

12.3.

De aansprakelijkheid voor schade, uit welke hoofde ook van MCO is beperkt tot het bedrag waarvoor een verzekering tegen deze aansprakelijkheid is gesloten. In die gevallen waarin MCO aansprakelijk is voor schade die niet verzekerd is, is haar aansprakelijkheid beperkt tot de netto factuurwaarde van de af te leveren of afgeleverde zaken c.q. verrichte werkzaamheden of diensten, waarmee de schade verband houdt tot een maximum van € 10.000,-.

12.4.

Indirecte schade zoals bedrijfsschade, verminderde opbrengst of aansprakelijkheid jegens derden, komt nimmer voor vergoeding in aanmerking. Afnemer vrijwaart MCO voor eventuele aanspraken van derden.”

2.5.

Ook zijn de Maatschap en MCO B.V. vanaf het moment dat de melkrobots zijn geïnstalleerd een onderhouds/servicecontract overeengekomen van het type ‘Comfort’ en is in de koopovereenkomst van de melkrobots een garantietermijn van drie jaar opgenomen. Tepelvoeringen en melkslangen zijn van de garantie uitgezonderd.

In het servicecontract5 zijn onder meer de volgende artikelen opgenomen:

Artikel 1:

Werkzaamheden: reikwijdte van de overeenkomst

1.1

In het kader van deze overeenkomst wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds preventief onderhoud en anderzijds onderhoud en/of reparatie naar aanleiding van een storingsmelding ('storingsonderhoud').

Artikel 2:

Preventief onderhoud

2.1

Onder preventief onderhoud wordt verstaan jaarlijks een aantal controlebeurten, afhankelijk van het gekozen onderhoudspakket. (…)

2.2

Opdrachtnemer is in het kader van preventief onderhoud in ieder geval niet gehouden tot het kosteloos verrichten van de volgende werkzaamheden:

- het uitvoeren van reparaties;

- het vervangen van onderdelen;

- het leveren van oliën, filters en tepelvoeringen;

- het opheffen van storingen aan het object op andere tijden dan die voor periodiek onderhoud bestemd zijn.

(…)

2.5

De werkzaamheden van het preventief onderhoud worden door de onderhoudsmonteur

geregistreerd en opgeslagen in het daarvoor bestemde logboek.

(…)

In de algemene voorwaarden behorend bij het servicecontract, gedateerd 1 november 2013 en op 3 december 2013 ondertekend door de Maatschap, is in artikel 3.3 opgenomen dat opdrachtnemer na afloop een beknopt “servicerapport” verstrekt aan opdrachtgever met daarin opgenomen de bevindingen van de monteur van opdrachtnemer en eventuele voorstellen voor nog uit te voeren reparaties. In artikel 6 is een regeling omtrent aansprakelijkheid opgenomen die als volgt luidt:

Aansprakelijkheid

6.1

Opdrachtnemer is aansprakelijk voor schade die opdrachtgever lijdt en die het rechtstreeks en uitsluitend gevolg is van een aan opdrachtnemer toe te rekenen tekortkoming. Voor vergoeding komt echter alleen in aanmerking die schade waartegen opdrachtnemer verzekerd is, dan wel redelijkerwijs verzekerd had behoren te zijn.

6.2

De aansprakelijkheid kent de volgende beperkingen:

a. a) bedrijfsschade (bedrijfsstoring, buiten dienst staan van de installatie(s), derving van inkomsten, gederfde winst en dergelijke), door welke oorzaak ook ontstaan, komt niet voor vergoeding in aanmerking:

b) voor schade, welke ook, die door of tijdens de uitvoering van het werk of de montage van zaken of installaties wordt toegebracht aan zaken waaraan wordt gewerkt of aan zaken welke zich bevinden in de nabijheid van de plaats waar gewerkt wordt, is opdrachtnemer niet aansprakelijk, tenzij en voor zover opdrachtnemer daarvoor verzekerd is;

c) schade ontstaan bij de uitvoering van de werkzaamheden door opdrachtnemer, als gevolg van verborgen gebreken, materiaalmoeheid, ouderdom of slijtage van het object, komt niet voor vergoeding in aanmerking, tenzij ontstaan door nalatigheid van de opdrachtnemer in de uitvoering van zijn werkzaamheden;

6.3

Opdrachtgever zal opdrachtnemer vrijwaren van elke aanspraak van derden tot schadevergoeding jegens opdrachtnemer ter zake van verrichte werkzaamheden, tenzij rechtens komt vast te staan dat de aanspraak een rechtstreeks gevolg is van opzet of grove schuld aan de kant van de opdrachtnemer en opdrachtgever terzake geen enkel verwijt treft.”

2.6.

In 2013 heeft de Maatschap de nieuwe ligboxenstal gebouwd. De stal is op 3 december 2013 in gebruik genomen. Op 10 december 2013 is de Maatschap onder leiding van MCO B.V. begonnen met melken met het melkrobotsysteem. De eerste maanden na de opstart hebben zich geen problemen voorgedaan.

2.7.

Vanaf maart 2014 begon het celgetal in de melk sterker te stijgen en kregen diverse koeien uierontstekingen. Vanaf eind april 2014 is het aantal gevallen van uierontstekingen toegenomen. Begin juni 2014 bereikten de problemen hun hoogtepunt. Geconstateerd werd dat de melkstroom sensoren vervuild waren. Op 12 en 19 juni 2014 zijn zeefjes voor de melkstroomsensoren geplaatst en daarmee bleek het probleem verholpen.

2.8.

In augustus 2014 nam het aantal uierontstekingen weer toe. Er bleek lucht in het romitslangetje te zitten. Dit slangetje zorgt voor toevoer van ontsmettingsmiddel bij de tussenreiniging van de melkstellen. De Maatschap heeft de onderhoudsmonteur op de lucht in het slangetje geattendeerd, waarna geconstateerd werd dat het slangetje versleten bleek. Op 4 september 2014 is het slangetje vervangen. Het aantal uierontstekingen nam daarna wat af.

2.9.

Eind september 2014 was weer sprake van een toename van het aantal uierontstekingen. Nadat een monteur van MCO B.V. een kapje van het pompje voor het reinigingsmiddel Romit goed had teruggeplaatst, namen de gevallen van uierontsteking af.

2.10.

Om de werking van de mestrobot (een zelfrijdend apparaat dat de stalvloer schoon schuift) te verbeteren heeft MCO B.V. (volgens de Maatschap op 7 januari 2014, volgens MCO B.V. in juni 2014) de routing voor de mestrobot veranderd. Daarbij is een extra doorsteek gemaakt, waarbij de oude ankers met balken weer aan de vloer zijn bevestigd. MCO B.V. heeft toen nagelaten de draaduiteinden van de bevestigingsbouten af te zagen. Dit heeft geleid tot klauwproblemen bij de koeien. De Maatschap heeft eind september 2014 ontdekt dat de draadeinden niet afgezaagd waren en toen zelf de draaduiteinden afgezaagd.

2.11.

In de zomer van 2016 zijn scheuren geconstateerd in de kleppenblokken, met als gevolg uierontstekingen. De kleppenblokken zijn in augustus 2016 vervangen. In december 2016 is opnieuw een kleppenblok in verband met scheurvorming vervangen.

2.12.

Bij brieven van 8 september 2016 en 8 november 2017 heeft de Maatschap MCO B.V. aansprakelijk gesteld voor haar tekortkomingen en aanspraak gemaakt op vergoeding van de daardoor geleden schade.

2.13.

MCO B.V. heeft de schade gemeld bij haar aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea. Door [verkoopleider MCO] (hierna [naam 1] ) is een expertiserapport aansprakelijkheid opgesteld d.d. 17 november 2016. MCO B.V. heeft de Maatschap op basis van dit expertiserapport een aanbod van € 30.000,00 gedaan tegen finale kwijting. de Maatschap heeft dit aanbod van de hand gewezen.

3 Het geschil

3.1.

De Maatschap vordert samengevat - veroordeling van MCO B.V. tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en proceskosten met nakosten vermeerderd met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis.

3.2.

De Maatschap legt tegen de achtergrond van de vaststaande feiten onder meer de navolgende gronden aan haar vorderingen ten grondslag.

  • -

    Incomplete levering, omdat niet van meet af aan zeefjes zijn gemonteerd voor iedere sensor,

  • -

    onzorgvuldig handelen met betrekking tot onderhoud van de melkstroomsensoren,

  • -

    onzorgvuldig onderhoud van het Romit slangetje,

  • -

    onzorgvuldige nakoming van service/onderhoudcontract, te laat op de hoogte stellen, te lang wachten met vervangen van de kleppenblokken en de thermostaat,

  • -

    het niet afzagen van de draadeinden van de bouten in de vloerbalken in de stal.

Zij beroept zich jegens MCO B.V. op de koopovereenkomst en de daarbij behorende garantie van drie jaar, alsmede op het service/onderhoudscontract.

3.3.

MCO B.V. voert het volgende verweer.

  • -

    De zeefjes zijn geen vast onderdeel van de levering. De Maatschap diende zelf dagelijks en wekelijks de sensoren te controleren.

  • -

    het romitslangetje is conform onderhoudsintervallen en direct na de storingsmelding vervangen. Een foutief teruggeplaatst kapje veroorzaakt niet dat geen reinigingsmiddel wordt opgezogen. De veehouder dient het verbruik van het reinigingsmiddel wekelijks te controleren6.

- Het niet afslijpen erkent MCO B.V., maar het is de eigen verantwoordelijkheid van de veehouder om de stal (en de draaduiteinden) te controleren.

- De kleppenblokken waren niet gebrekkig, maar de schade is mogelijk veroorzaakt door de wijze waarop de Maatschap de blokken reinigde, namelijk met stalreiniger (een 50% zuur oplossing).

MCO B.V. erkent niet altijd snel te hebben gereageerd bij problemen, maar meent dat het onterecht is om te stellen dat zij daardoor is tekortgeschoten in de nakoming van haar overeenkomsten met [eiseres] c.s. Het is volgens MCO B.V. niet redelijk en billijk om de (opstart-)problemen van de nieuwe stal geheel voor haar rekening en risico te laten

komen. Bepaalde aspecten hadden beter gekund, zo onderschrijven ook de experts [naam 1] van Achmea en [naam 2] van Melkwinning, maar MCO B.V. heeft telkens oplossingen aangereikt. De problemen aan de melkrobots zijn opgelost, maar hadden wellicht soms sneller opgelost kunnen worden. Ook zijn er enkele foutjes gemaakt door medewerkers van MCO, zoals het niet juist bijhouden van de logboeken. MCO B.V. heeft haar personeel hierop gewezen.

Op alle werkzaamheden die MCO B.V. verricht en producten die zij levert, zijn haar inkoop- en leveringsvoorwaarden van toepassing, die de Maatschap erkent te hebben ontvangen. De Maatschap heeft niet geprotesteerd tegen deze voorwaarden, zodat zij ze stilzwijgend heeft aanvaard. MCO B.V. mocht gerechtvaardigd vertrouwen dat de Maatschap de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van MCO B.V. had aanvaard.

4 De beoordeling

4.1.

Deze zaak gaat over Maatschap [eiseres] die voor de melkveehouderij een nieuwe stal heeft laten bouwen. MCO B.V. heeft aan de Maatschap de stalinrichting met melkrobots, een automatisch voersysteem en een mestrobot geleverd. Tevens heeft MCO B.V. met de Maatschap afspraken gemaakt voor de service en het onderhoud.

In geschil is of MCO B.V. haar verplichtingen, die zij op grond van de overeenkomsten met de Maatschap had, goed is nagekomen.

De zeefjes

4.2.

Vaststaat dat vanaf maart 2014 de door de Maatschap gehouden koeien in toenemende mate last hebben gekregen van uierontsteking (mastitis). Vaststaat voorts dat dit toen en ook in de maanden daarna aan MCO B.V. is gemeld, maar dat MCO B.V. hierop geen actie heeft ondernomen. Vanaf eind april 2014 nam het aantal gevallen van uierontsteking toe. Op 23 april 2014 heeft MCO B.V. de eerste reguliere onderhoudsbeurt uitgevoerd en geen afwijkingen aan het melkrobotsysteem geconstateerd. Eind mei/begin juni 2014 had echter 1/3 deel van de koeien last van zeer ernstige uierontsteking. Deze dieren leden ernstig als gevolg van de ontstekingen. Enkele koeien stierven of moesten worden geëuthanaseerd. Andere dieren raakten blijvend verminkt.

Begin juni 2014 werd door de Maatschap geconstateerd dat volgens de data van de melkrobot een koe volledig leeggemolken zou zijn, maar dat dat in werkelijkheid niet het geval was. Naar aanleiding van deze constatering heeft MCO B.V. de melkrobot onderzocht en toen bleek dat de melkstroomsensoren vervuild waren, waardoor de uiers niet geheel werden leeggemolken. De uierontstekingen bleken hiermee in verband te staan. Op 12 en 19 juni 2014 zijn zeefjes voor de melksensoren gemonteerd, waardoor het probleem verholpen bleek.

MCO B.V. erkent dat de problemen voorkomen hadden kunnen worden door plaatsing van zeefjes om verontreiniging van de melksensoren te voorkomen, maar stelt dat die zeefjes niet standaard geleverd worden. Zij zijn een extra optie, bijvoorbeeld als in de stal gebruik wordt gemaakt van stro wat bij de Maatschap niet het geval is, aldus MCO B.V.

Vaststaat dat voorafgaande aan de koop en levering van de melkrobot aan de Maatschap niet de mogelijkheid is voorgelegd om zeefjes te plaatsen.

4.3.

Overwogen wordt dat het MCO B.V. verweten kan worden dat zij niet al voorafgaand aan de plaatsing van de robot aan de Maatschap heeft voorgesteld zeefjes te plaatsen en voorts dat zij pas in juni 2014 tot plaatsing daarvan is overgegaan. In dit verband is van belang dat MCO B.V. heeft aangevoerd dat juist in een nieuwe stal met nieuwe melksystemen zoals bij de Maatschap mastitis op de loer ligt, dat de Maatschap ervoor heeft gekozen gebruik te maken van gedroogde mest in plaats van bijvoorbeeld stro en dat zij de Maatschap erop heeft gewezen dat bij gebruik van gedroogde mest een verhoogd risico bestaat op E. Coli, een belangrijke mastitisverwekker.

In een dergelijke situatie had het op de weg van MCO B.V. gelegen de Maatschap te wijzen op de mogelijkheid om zeefjes voor de melksensoren te plaatsen om vervuiling daarvan te voorkomen. Dit temeer, omdat MCO B.V. in haar offerte benadrukt dat met het gebruik van de melkrobot een goede uiergezondheid is verzekerd en hiervoor is van groot belang dat de melksensoren goed werken en dus niet vervuild raken.

Ten aanzien van het verweer van MCO B.V. dat plaatsing van zeefjes een extra optie is als in een stal gebruik wordt gemaakt van stro, wordt overwogen dat niet gesteld en ook niet gebleken is dat bij gebruik van stro in een stal de sensoren eerder vervuild raken dan bij gebruik van gedroogde mest. De verklaring van MCO B.V. dat alle andere systemen waar de zeefjes niet op zitten zonder problemen functioneren en dat de ervaringen bij de Maatschap geen aanleiding zijn geweest bij andere melkrobots alsnog zeefjes te plaatsen, is door de Maatschap gemotiveerd weersproken. Zij heeft aangevoerd dat zij weliswaar geen inzicht heeft in het klantenbestand van MCO B.V., maar dat bij andere melkveehouders die met GEA-systemen werken later de zeefjes zijn geplaatst en dat GEA haar nieuwe systeem heeft aangepast, zodat er geen vuil meer bij de sensoren kan komen. MCO B.V. heeft een en ander niet (voldoende) betwist.

Geoordeeld wordt daarom dat in ieder geval bij de wijze van bedrijfsvoering door de Maatschap de zeefjes essentieel zijn voor het goed functioneren van de melkrobot. In dit verband is nog van belang dat de plaatsing van de zeefjes (in de woorden van MCO B.V.) “amper geld” kost, terwijl daardoor ernstig dierenleed en ernstige financiële schade voorkomen kan worden.

4.4.

De Maatschap heeft weersproken dat het tot haar dagelijkse en wekelijkse werkzaamheden behoorde de melksensoren te controleren op de geleidbaarheid, zoals MCO B.V. heeft aangevoerd. Deze betwisting wordt onderschreven in het rapport van J.A. [naam 2]7. [naam 2] schrijft in dit rapport dat in het overzicht van GEA van de dagelijkse en wekelijkse controlewerkzaamheden door de boer niet de controle van de geleidbaarheid van de sensoren staat vermeld. MCO B.V. heeft aangevoerd dat [naam 2] in een procedure voor de rechtbank Noord Nederland (r.o. 2.13 van het vonnis van 4 mei 2016) heeft verklaard dat het controleren van de melkstroom tot de dagelijkse controle door de boer hoort, maar dat blijkt niet uit dat vonnis. In het in dat vonnis opgenomen citaat uit een rapport van [naam 2] wordt melding gemaakt van vervuiling van de melkstroom-indicatoren als gevolg van teveel zaagselresten aan de spenen van de koeien en van het niet open zijn van de luchtgaatjes van de melkbekers, welke twee punten volgens [naam 2] bij de dagelijkse controle van de veehouder horen. Bij het dagelijks onderhoud staat inderdaad dat de gaatjes in de melkbochtjes onder de melkbeker opengemaakt moeten worden. De verwijzing naar de reiniging van filters ziet op een filter in de buis waar de melk doorloopt. Hieruit kan daarom niet worden afgeleid dat de geleidbaarheid van de sensoren door de boer gecontroleerd moet worden.

De rechtbank leest in het overzicht van GEA8 waar MCO B.V. naar verwijst, niet dat het de taak van de veehouder is dagelijks of wekelijks de geleidbaarheid van de sensoren te controleren. Ook is niet gebleken dat bij de installatie van de melkrobot de Maatschap erop is gewezen dat dit tot haar werkzaamheden behoort. MCO B.V. heeft onvoldoende gesteld om tot bewijs van deze stelling te worden toegelaten.

4.5.

Ten slotte geldt nog dat in het geval het euvel door een simpele controle door de veehouder ontdekt had kunnen worden, het zeker aan het licht had moeten komen bij de onderhoudsbeurt door MCO B.V. eind april 2014. Dat is toen echter niet gebeurd. Dat klemt temeer, omdat van MCO B.V. verwacht mocht worden dat zij de melksensoren aan een meer dan oppervlakkig onderzoek onderwierp, gelet op de gevallen van uierontstekingen die zich vanaf maart 2014 bij de koeien van de Maatschap voordeden. Aan MCO B.V. kan dus ook verweten worden dat de vervuiling van de melksensoren bij die onderhoudsbeurt niet is opgemerkt, waardoor het tot juni 2014 geduurd heeft voordat adequate maatregelen werden getroffen.

Romitslangetje en -kap

4.6.

MCO B.V. heeft aangevoerd dat het slangetje is vervangen conform de onderhoudsintervallen en direct is vervangen toen een storingsmelding binnenkwam. Daarnaast heeft zij betoogd dat het de verantwoordelijkheid van de veehouder is om het gebruik van het reinigingsmiddel wekelijks te controleren en dat dat ook in het voorschrift van GEA staat. Als de Maatschap dit wekelijks had gedaan, kan nooit meer dan een week geen Romit gebruikt zijn, aldus MCO B.V.

De Maatschap heeft een en ander weersproken. MCO B.V. had tijdens de periodieke onderhoudsbeurt op 4 augustus 2014 het slangetje moeten controleren en vervangen, maar zij heeft dat niet gedaan, aldus de Maatschap.

Na deze betwisting heeft MCO B.V. haar stelling dat het slangetje tijdig vervangen is, niet nader onderbouwd. Hier wreekt zich dat MCO B.V. geen deugdelijk logboek heeft bijgehouden van haar werkzaamheden aan de melkrobot. In het door MCO B.V. overgelegde logboek9 staat bij 4 augustus 2014 wel dat in totaal 7,50 uur aan onderhoud en service is besteed, maar niet wat toen is gedaan.

Volgens het overzicht van GEA van de door de veehouder te verrichten werkzaamheden moest wekelijks de speenreiniging en het reinigingsmiddel gecontroleerd worden. De Maatschap heeft erkend dat zij in principe alle reinigingsmiddelen moet controleren. Zij heeft ter zitting aangevoerd dat het verbruik van Romit niet constant is, wat MCO B.V. heeft onderschreven. In het geval van slijtage van het slangetje wordt het verbruik van het reinigingsmiddel langzaam minder. De duur van de reiniging kan worden ingesteld en doordat die duur werd opgeschroefd, werd volgens de Maatschap aanvankelijk niet gemerkt dat minder reinigingsmiddel werd aangevoerd. Begin september 2014 werd gemerkt dat de reinigingsvloeistof terugliep, doordat er lucht in het slangetje zat. Na onderzoek werd op 4 september 2014 door MCO B.V. geconstateerd dat het slangetje lek was en werd het slangetje vervangen, aldus de Maatschap. Zij stelt dat niet zij, maar MCO B.V. het slangetje moest controleren.

MCO B.V. heeft dat laatste niet weersproken. Voor het overige geldt dat de Maatschap een voldoende verklaring heeft gegeven voor het feit dat zij niet al na een week heeft gemerkt dat het slangetje versleten was, maar pas na ongeveer twee weken.

Dit leidt tot het oordeel dat MCO B.V. is tekortgeschoten in het vereiste onderhoud, door niet tijdig het slangetje te vervangen en dat de Maatschap niet verweten kan worden dat pas na ongeveer twee weken bemerkt werd dat het slangetje versleten was.

4.7.

In reactie op de klacht van de Maatschap dat het kapje van het pompje van het reinigingsmiddel Romit niet goed was teruggeplaatst met als gevolg een toename van het aantal uierontstekingen eind september 2014, heeft MCO B.V. aangevoerd dat het onmogelijk is dat een maand later geen reinigingsmiddel door de pomp werd opgezogen door het foutief terugplaatsen van een kapje. Ook heeft zij aangevoerd dat de veehouder dit wekelijks moet controleren, zodat dit euvel eerder had moeten worden ontdekt.

De Maatschap heeft aangevoerd dat bij het vervangen van het romitslangetje een van de drie schroefgaatjes van het kapje is afgebroken. Daardoor kon het kapje maar met twee in plaats van met drie schroefjes worden vastgezet. Doordat het kapje niet goed was gemonteerd en niet ver genoeg was ingedrukt in de daarvoor bedoelde uitsparing, ontstond volgens de Maatschap ruimte tussen het wieltje dat de vloeistof door het slangetje omhoog drukt en de zijkant van het vat, zodat de vloeistof terugliep.

MCO B.V. is na deze nadere onderbouwing niet meer teruggekomen op haar verweer dat het onmogelijk is dat een maand na de vervanging van het slangetje door het foutief terugplaatsen van een kapje geen reinigingsmiddel door de pomp werd opgezogen. Aan dit verweer wordt daarom voorbijgegaan.

Ten aanzien van haar stelling dat de Maatschap dit gebrek eerder had moeten opmerken, wordt overwogen dat gesteld noch gebleken is dat de Maatschap wekelijks het aantal schroeven van het kapje moest controleren en dat uit de stellingen van de Maatschap blijkt dat er minder dan een week heeft gezeten tussen de toename van het aantal uierontstekingen en de constatering dat er geen (voldoende) reinigingsmiddel werd opgepompt.

De kleppenblokken

4.8.

De Maatschap heeft onweersproken aangevoerd dat MCO B.V. in juni 2016 tijdens een onderhoudsbeurt heeft geconstateerd dat het kleppenblok van robotbox 3 gescheurd was, dat zij dat toen niet aan de Maatschap heeft gemeld en dat pas in augustus 2016 MCO B.V. dit kleppenblok heeft vervangen. Toen zij aan de Maatschap meldde dat zij dit kleppenblok ging vervangen, heeft de Maatschap alle kleppenblokken nagekeken en geconstateerd dat alle kleppenblokken gescheurd waren. De Maatschap heeft toen [naam 2] ingeschakeld. Hij constateerde dat er sprake was van grote luchtlekkages en was van mening dat alle kleppenblokken vervangen moesten worden10. In de periode tussen juni 2016 en het vervangen van alle kleppenblokken op 1 augustus 2016 hebben zich volgens de Maatschap negen nieuwe gevallen van uierontstekingen voorgedaan.

4.9.

De Maatschap verwijt MCO B.V. primair dat zij uit hoofde van haar garantieverplichting is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst. Subsidiair stelt zij dat MCO B.V. is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de serviceovereenkomst. De Maatschap heeft al eerder geopperd dat de problemen werden veroorzaakt door de ondeugdelijke thermostaat, maar MCO B.V. liet na deugdelijk onderzoek te doen. Zij heeft te lang gewacht met het vervangen van de kleppenblokken en de thermostaat. Zij heeft nagelaten in juni 2016 de andere kleppenblokken te controleren, terwijl de controle van die blokken bij de periodieke onderhoudswerkzaamheden behoort, aldus de Maatschap.

MCO B.V. heeft aangevoerd dat het scheuren van de kleppenblokken zeer uitzonderlijk is en dat een onderzoek door de leverancier heeft uitgewezen dat de blokken niet gebrekkig waren, maar dat de schade mogelijk is veroorzaakt doordat de Maatschap de blokken reinigde met stalreiniger.

4.10.

Vaststaat dat in maart 2016 een kleppenblok is vervangen en dat in augustus 2016 de kleppenblokken van de robotboxen 1, 2 en 3 zijn vervangen. In december 2016 is het kleppenblok van box 3 opnieuw vervangen. Bij een onderzoek door GEA en MCO B.V. naar de oorzaak van het scheuren van de kleppenblokken is geconstateerd dat de thermostaat die zorgde voor de verwarming van het water voor de reiniging van onder meer de robot, niet goed werkte, waardoor temperaturen van boven 100° C zijn bereikt. Deze thermostaat is begin 2017 vervangen.

Overwogen wordt dat het schadebeeld beter verklaard kan worden door beschadigingen van binnenuit omdat de hoge temperaturen corrosie van POM, het materiaal van de kleppenblokken, tot gevolg kunnen hebben. Hierdoor kunnen dan eerst aan het binnenwerk van de kleppenblokken en vervolgens aan de buitenzijde beschadigingen ontstaan.

Nadat de Maatschap heeft weersproken dat zij stalreiniger heeft gebruikt voor de reiniging van de kleppenblokken, heeft MCO B.V. onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van de door haar gestelde - uitwendige - oorzaak van de schade aan de blokken.

Nu MCO B.V. moet instaan voor de deugdelijkheid van de door haar aan de Maatschap geleverde zaken, waaronder ook de thermostaat, komt het feit dat de kleppenblokken al na relatief korte tijd na ingebruikname van de melkrobot scheurden, voor haar rekening en risico.

De niet afgeslepen draadeinden

4.11.

Vaststaat dat medewerkers van MCO B.V. na het verleggen van de route van de koeien naar en van de mestrobots de draaduiteinden van de bouten in de stalvloer niet hebben afgezaagd, waardoor ze een of twee centimeter uitstaken. Ook staat vast dat hierdoor de koeien last hebben gekregen van klauwproblemen. Ze kregen ontstekingen en gingen kreupel lopen. Dit had weer tot gevolg dat de dieren niet genegen waren naar de melkrobots te komen om te worden gemolken. Niet alleen werden de koeien daardoor onregelmatig gemolken, ook aten ze slecht, waardoor ze een slechtere conditie kregen. Dit alles leidde onder meer tot productieverlies.

4.12.

Partijen twisten over de tijdstip van de route-omlegging, de Maatschap stelt dat dit in januari 2014 is gedaan en dat in de periode van januari tot en met september 2014 meerdere koeien kreupel liepen. MCO B.V. stelt dat de route pas in juni 2014 werd verlegd. Onweersproken is dat eind september 2014 de oorzaak van de klauwproblemen aan het licht is gekomen.

MCO B.V. heeft erkend dat haar medewerkers hier een fout hebben gemaakt, maar stelt dat er sprake is van eigen schuld van de Maatschap. Volgens haar had de Maatschap al veel eerder de uitstekende draadeinden kunnen en moeten ontdekken.

MCO B.V. heeft geen stukken in het geding gebracht waaruit zou kunnen blijken dat de route pas in juni 2014 is verlegd en zij heeft ook anderszins deze stelling niet onderbouwd. De Maatschap daarentegen heeft een verklaring van [maat 1]11 in het geding gebracht. De Maatschap heeft aangevoerd dat [maat 1] haar vaste klauwbekapper is en dat hij de koeien met klauwproblemen heeft behandeld. MCO B.V. heeft dit niet betwist. [maat 1] schrijft dat hij in de eerste periode na ingebruikname van de nieuwe stal vaker dan gebruikelijk op het bedrijf van de Maatschap aanwezig is geweest voor de behandeling van kreupele koeien en dat na verloop van tijd zichtbaar werd dat er meerdere koeien waren met verwondingen aan de klauwen/tussenklauw en beschadigingen/kneuzingen in de klauw.

De rechtbank concludeert hieruit dat aannemelijk is dat de werkzaamheden aan de route in januari 2014 zijn verricht en dat sindsdien de draaduiteinden uitstaken.

4.13.

Ter onderbouwing van haar beroep op eigen schuld aan de kant van de Maatschap heeft MCO B.V. verwezen naar het rapport van [naam 1] van 5 juli 2018. [naam 1] schrijft daarin dat als de Maatschap werkzaamheden laat uitvoeren, zij ziet wat er gebeurt en onmiddellijk moet kunnen zien dat de scherpe delen op de balk niet goed kunnen zijn voor de klauwen van de koeien. De balk zit niet meteen onder de koeienmest, waardoor de Maatschap zeker een week had kunnen zien dat de draadeinden aanwezig waren, aldus [naam 1] .

Overwogen wordt dat het op de weg van de Maatschap had gelegen om, nadat de werkzaamheden aan de route waren voltooid, die werkzaamheden na te lopen om te controleren of zij goed waren uitgevoerd. Zou de Maatschap dit hebben gedaan, zou zij al in een zeer vroeg stadium hebben bemerkt dat de draaduiteinden niet waren afgezaagd en had zij direct maatregelen kunnen treffen.

Dat de Maatschap nadien niet sneller heeft bemerkt waardoor de klauwproblemen werden veroorzaakt, kan haar gelet op het volgende niet verweten worden.

Uit de verklaring van [maat 1] blijkt dat pas enige tijd na het verleggen van de route de verwondingen aan de klauwen zichtbaar werden. Door de Maatschap is ter zitting onweersproken verklaard dat de bouten onder het hek zaten, naar de rechtbank begrijpt (mede aan de hand van de door de Maatschap overgelegde foto’s12) het hek waarmee de route naar of van de melkrobot voor de koe wordt geopend of gesloten. De Maatschap heeft voorts verklaard dat de mestrobot niet goed functioneerde. De wielen van de robot slipten, waardoor de robot vertraging opliep en de mest zich ophoopte. De mestrobot had daardoor moeite de mest weg te schuiven en smeerde de randen van de stal vol, vergelijkbaar met een sneeuwschuiver die teveel sneeuw moet wegschuiven en dan sneeuw aan de zijkant “morst”. Doordat een deel van de mest op de randen geschoven werd, waren de draaduiteinden niet (meer) te zien, aldus de Maatschap.

Hiermee heeft de Maatschap een voldoende verklaring gegeven voor het feit dat het enkele maanden heeft geduurd voordat de oorzaak voor de kreupelheid en de ontstekingen aan de klauwen werd ontdekt. Anders dan MCO B.V. heeft betoogd, zorgde de mestrobot er niet voor dat de stal mestvrij was, maar legde de robot een randje mest over de balk onder het hek en werd juist onder het hek geen mest weggeschoven. MCO B.V. heeft aangevoerd dat de veehouder wekelijks de looppaden van het koeverkeer moet reinigen en verwijt de Maatschap dat zelfs nadat de koeien kreupel werden de vloer van de stal niet goed is gecontroleerd. Dit verwijt treft geen doel, gelet op de door de Maatschap in het geding gebrachte verklaring van [maat 1] . Hij schrijft dat meerdere malen de vloer van de stal is nagelopen, dat rubbermatten in de bochten van de selectiestraat zijn gelegd en dat uiteindelijk de scherpe uitstekende delen op de balken in de selectiestraat de verwondingen bleken te veroorzaken.

Wat betreft de mate van eigen schuld van de Maatschap moet eerst de wederzijdse causaliteit worden beoordeeld. Zowel voor het nalaten van MCO B.V. als voor het nalaten van de Maatschap geldt dat ieder de schade volledig had kunnen voorkomen, zodat de verdeling 50%/50% is. In het kader van de billijkheidscorrectie geldt dat het primair de verplichting van MCO B.V. was om de werkzaamheden zorgvuldig uit te voeren. Haar treft daarom een groter verwijt dan de Maatschap. Dit is aanleiding de mate van eigen schuld van de Maatschap voor wat betreft de schade die zij heeft ondervonden door het niet afgeslepen zijn van de draaduiteinden op 25 % vast te stellen.

4.14.

MCO B.V. heeft aangevoerd dat bij het in gebruik nemen van een nieuwe stal en het wennen aan de melkrobot een grotere eigen verantwoordelijkheid op de veehouder rust om het dierenwelzijn te monitoren. MCO B.V. kan daarin gevolgd worden. Maar anders dan MCO B.V. heeft betoogd, is niet gebleken dat de Maatschap verweten kan worden dat zij die verantwoordelijkheid niet heeft genomen en onvoldoende oog heeft gehad voor het welzijn van haar dieren.

De gezondheidstoestand van de veestapel eind 2013

4.15.

MCO B.V. heeft ook nog aangevoerd dat de conditie van de koeien te wensen overliet toen zij de nieuwe stal betrokken. Ter onderbouwing daarvan heeft zij verwezen naar het rapport van [naam 1] van 17 november 201613. [naam 1] schrijft daarin:

“(…) In mei 2015 gaf de wederpartij [maat 2] zelf aan dat er over 2014 19 dieren zijn afgevoerd die een relatie zouden hebben met de problemen rondom het functioneren van de melkrobots en de klauwproblemen naar aanleiding van de bouten. Ik heb daar een door [eiseres] opgestelde lijst van ontvangen, waarop ik de achterliggende gegevens bij [eiseres] heb opgevraagd. Daarnaast claimt [eiseres] in hetzelfde overzicht nog een 10 tal koeien die in 2015 nog geruimd moeten worden om de eerder genoemde reden. Uit de opgave van de wederpartij [eiseres] blijkt dat hij zelf maximaal 29 dieren claimt die als gevolg van het niet functioneren van de melkrobot of het achterblijven van de draadeinden.

Uit mijn onderzoek blijkt dat er diverse dieren geclaimd worden die voor het in bedrijf stellen van de robot een hoog celgetal hadden of om andere redenen zijn geruimd. In totaal heb ik vastgesteld dat er > 10 koeien zijn geruimd of nog geruimd moeten worden die voor die tijd al een hoog celgetal, een erg lage LW of een slechtere vruchtbaarheid hadden. (…)”

Ook verwijst MCO B.V. naar het rapport van [naam 1] van 5 juli 201814. Hierin schrijft [naam 1] :

“(…) Bij het ingebruikname van de melkrobots waren er diverse koeien in de veestapel die al meerdere keren een verhoogd tot een sterk verhoogd celgetal lieten zien. Dat geeft aan dat de uiergezondheid van de veestapel voor het opstarten van de robots niet optimaal was. Als de uiergezondheid van de volledige veestapel niet optimaal is geeft dat in alle gevallen een teleurstellend resultaat. (…) Sterker nog, de koeien lopen willekeurig door de melkrobot. Dus, koeien met een goede en koeien met een slecht celgetal lopen willekeurig door de robots. De kans dat er op deze wijze verkeerde cellen van de ene naar de andere koe worden versleept is levensgroot. Ondanks dat de robot voor 100% functioneert is dat niet te voorkomen. (…)”

De Maatschap heeft een en ander weersproken. Zij heeft ter onderbouwing van haar betwisting een rapport van de externe inseminator15 in het geding gebracht. Daaruit blijkt dat de vruchtbaarheidsindex op 30 september 2013 als gemiddeld werd beoordeeld en dat de gemiddelde conditiescore in september 2013 2.68 bedroeg. De vaste dierenarts van de Maatschap, [naam dierenarts] , verklaart hierover16:

“(…) Conditie van de koeien is nooit een probleem geweest bij Mts [eiseres] . In elke stal vind

je wel een paar koeien (…) waar iets mee is maar dat is normaal. Pas toen er

veel problemen kwamen met de robot en de klauwen door de beschadigingen op de

balk had je een verhoogd percentage koeien met een conditie score lager dan 2 en

raakt ook de vruchtbaarheid sterk in verval. De overzichten van fokkerijorganisatie

CRV bevestigen dit duidelijk. De familie [eiseres] scoort altijd goed als het gaat om de

conditie van de koeien en ook het aantal koeien met een conditiescore van 2 of lager

(1 is erg mager en 5 is erg dik) is zeer laag. Ook de eerste vier maanden blijft ondanks

de gewenning van de dieren in de nieuwe stal [eiseres] hierop bovengemiddeld scoren.

De opmerking dat de conditie van de koeien te wensen overliet is volstrekt uit de

lucht gegrepen. De cijfers onderbouwen dit. (…)”

Na deze gemotiveerde betwisting heeft MCO B.V. niet nader onderbouwd dat de (uier)gezondheid van de volledige veestapel niet optimaal was bij de ingebruikname van de melkrobot. Stukken die de rapporten van [naam 1] ondersteunen, zijn niet in het geding gebracht.

Ten aanzien van de door [naam 1] genoemde “versleping” van verkeerde cellen wordt nog overwogen dat door de melkrobot de spenen van de koeien na het melken worden gereinigd met een desinfecterend middel, juist om deze versleping te voorkomen.

Het beroep op eigen schuld voor wat betreft de gezondheidstoestand van de veestapel van de Maatschap wordt daarom verworpen.

De algemene voorwaarden

4.16.

De Maatschap heeft aangevoerd dat de door MCO B.V. gehanteerde algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden niet van toepassing zijn op het servicecontract, omdat ze niet voorafgaand aan het sluiten van de serviceovereenkomst aan haar ter hand zijn gesteld. Het servicecontract is pas bij het leveren en monteren van de melkrobot in december 2013 aan haar voorgelegd. Van haar werd toen verlangd dat zij dit contract en de bij dit servicecontract behorende algemene voorwaarden ondertekende, omdat zij anders onder meer geen toegang zou hebben tot de GEA servicedesk, aldus de Maatschap.

Overwogen wordt dat zowel in de door MCO B.V. uitgebrachte offerte voor de levering van de melkrobot als in de orderbevestiging van 25 april 2013 staat vermeld dat op alle overeenkomsten van toepassing zijn de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden gedeponeerd 16 november 2005 Kamer van Koophandel centraal Gelderland. Die algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden staan op de achterzijde van de offerte afgedrukt en zijn dus voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomsten voor de levering van onder meer de melkrobot en het servicecontract aan de Maatschap ter hand gesteld. Bij de ondertekening van het servicecontract in december 2013 was de Maatschap dus bekend met die voorwaarden en wist zij dat ze ook van toepassing zijn op het servicecontract. De stelling van de Maatschap, dat de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden niet van toepassing zijn op de serviceovereenkomst zijn omdat zij haar niet tijdig ter hand zijn gesteld, strandt hierop.

4.17.

Daarnaast zijn op deze serviceovereenkomst van toepassing verklaard de “algemene voorwaarden behorende bij het servicecontract”. MCO B.V. heeft ter zitting aangevoerd dat deze bij de serviceovereenkomst behorende set voorwaarden aanvullend zijn en dat is door de Maatschap niet weersproken. Deze bij de serviceovereenkomst behorende voorwaarden zijn door de Maatschap ondertekend. Ook ten aanzien van deze algemene voorwaarden heeft de Maatschap aangevoerd dat ze niet van toepassing zijn, omdat ze haar niet tijdig ter hand zijn gesteld. Wat betreft de stelling dat niet twee sets van algemene voorwaarden tegelijk van toepassing kunnen zijn en dat door de aanvaarding van de voorwaarden bij de serviceovereenkomst voor die overeenkomst de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden opzij gezet worden, geldt het volgende. In dit geval is op een voor de Maatschap begrijpelijke en niet onredelijk bezwarende wijze kenbaar gemaakt welke van deze sets in het gegeven geval van toepassing zal zijn. Deze stelling van de Maatschap wordt dan ook verworpen en geoordeeld wordt dat de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden deel uitmaken van de serviceovereenkomst. Maar zou al geoordeeld worden dat de bij de serviceovereenkomst behorende algemene voorwaarden niet van toepassing zijn, dan heeft dat geen invloed op de beoordeling van de zaak. MCO B.V. doet immers voor de beperking van haar aansprakelijkheid zowel voor wat betreft de koopovereenkomst als voor wat betreft de serviceovereenkomst een beroep op haar algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden.

4.18.

MCO B.V. heeft een beroep gedaan op de in deze AV opgenomen beperking van haar aansprakelijkheid tot alleen de directe schade. De Maatschap heeft onder meer betoogd dat in de offerte van MCO B.V. staat dat de melkrobot beschikt over een “gespecialiseerd uitmelkcontrolesysteem dat een goede speenconditie en uiergezondheid verzekert”. Hiermee heeft MCO B.V. een garantie gegeven waarmee volgens de Maatschap het contractueel uitsluiten van aansprakelijkheid niet te verenigen is. In haar stellingen over de (niet-)toepasselijkheid van de door MCO B.V. gehanteerde aansprakelijkheidsbeperkingen gaat de Maatschap ervan uit dat MCO B.V. zich erop beroept dat vergoeding van zowel directe als indirecte schade is uitgesloten. MCO B.V. heeft echter aangevoerd dat de beperking van artikel 11 van de AV hier niet op gaat en dat zij zich kan beroepen op de beperking van artikel 12 van de AV. Ingevolge die bepaling is de aansprakelijkheid van MCO B.V. beperkt tot de directe schade. Nu er geen sprake is van de situatie dat alle aansprakelijkheid door MCO B.V. wordt uitgesloten, behoeven het beroep van de Maatschap op de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, mede gebaseerd op de stelling dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van MCO B.V., geen bespreking.

Het derde lid van artikel 12 van de AV bepaalt dat aansprakelijkheid voor schade, uit welke hoofde ook, beperkt is tot het bedrag waarvoor een verzekering tegen deze aansprakelijkheid is gesloten. Vaststaat dat MCO B.V. verzekerd is voor aansprakelijkheid voor de door de Maatschap geleden schade. MCO B.V. heeft, hoewel daartoe door de Maatschap uitdrukkelijk uitgenodigd, haar verzekeringspolis niet in het geding gebracht, zodat niet kan worden vastgesteld tot welk bedrag zij een verzekering voor deze aansprakelijkheid heeft gesloten. De rechtbank gaat daarom ervan uit dat de dekking van door MCO B.V. afgesloten verzekering voldoende is om de door de Maatschap geleden (directe) schade te vergoeden.

4.19.

Over de hoogte van de directe schade heeft MCO B.V. aangevoerd dat deze door de door de Maatschap in de arm genomen expert is begroot op € 35.387,85. Nu dit rapport dateert van 1 augustus 2016, gaat de rechtbank ervan uit dat in die schadebegroting nog niet de schade is opgenomen die de Maatschap geleden heeft door het scheuren van de kleppenblokken.

De Maatschap vordert weliswaar voor het bepalen van de hoogte van de door MCO B.V. te vergoeden schade verwijzing naar de schadestaatprocedure, maar naar het oordeel van de rechtbank kan in de onderhavige procedure de schade worden begroot.

De Maatschap zal daarom in de gelegenheid worden gesteld bij akte haar (directe) schade door de hiervoor besproken gebeurtenissen nader te onderbouwen en te specificeren. MCO B.V. krijgt de gelegenheid hierop bij antwoordakte te reageren.

4.20.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

stelt de Maatschap in de gelegenheid binnen 6 weken na de bekendmaking van deze beslissing een akte in te dienen over wat is vermeld onder 4.19, waarna de wederpartij in de gelegenheid zal worden gesteld daarna een antwoordakte in te dienen,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens - Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2018.

AP/St

1 productie 3 van de Maatschap

2 productie 2 van de Maatschap

3 productie 5 van de Maatschap

4 productie 4 van de Maatschap

5 productie 6 van de Maatschap

6 productie 16 van de Maatschap checklist (wekelijks)

7 productie 46 van de Maatschap

8 productie 16 van de Maatschap

9 productie 4 van MCO B.V.

10 producties 40 en 41 van de Maatschap

11 productie 61 van de Maatschap

12 productie 28 van de Maatschap

13 productie 35 van de Maatschap

14 productie 1 van MCO B.V.

15 productie 63 van de Maatschap

16 productie 60 van de Maatschap