Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:5103

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-11-2018
Datum publicatie
29-11-2018
Zaaknummer
05/740377-18 + 05/740045-15 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, de verplichting om mee te werken aan diagnose en behandeling en tot een werkstraf van 120 uren wegens verwerven en in bezit hebben van blootfoto’s en video’s van een 13 jarig meisje en voor het vertonen van zijn eigen blootfoto’s en video’s aan datzelfde meisje. Vrijspraak voor bezit van andere kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740377-18 + 05/740045-15 (TUL)

Datum uitspraak : 29 november 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1988 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] ,

raadsvrouw: mr. E.R.T. Tromp, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 april 2016 tot en met 22 juli 2016 te Beuningen en/of Nijmegen, althans in Nederland, en/of te 2500 lier, althans in België, meermalen, althans eenmaal, telkens een (hoeveelheid) afbeelding(en) en/of gegevensdrager(s), te weten een mobiele telefoon ( [telefoonmerk] ) en/of een computer ( [merk] ), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een (haar)borstel en/of spuitbus vaginaal penetreren van het eigen lichaam van die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 2 en 4 op bladzijde 121 en 122 PV (in toonmap)) en/of

het met de hand/vinger(s) betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel van die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 1 op bladzijde 121 PV (in toonmap)) en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer] , althans deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose, althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer] , althans deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (foto 1, 3, 5, 6 en 7 op bladzijden 121, 122, 124, 126 en 129 PV (in toonmap)) en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 april 2016 tot en met 22 juli 2016, te Beuningen en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland, en/of te 2500 Lier (België), in elk geval in België, (een) afbeelding(en) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, zijnde (een) foto('s) en/of video('s) van zijn ontblote stijve penis (foto 8, 9, 10, 11 en 12 op bladzijde 124, 125, 126 en 127 PV (in toonmap)), heeft vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2]

), van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar;

3.

hij op of omstreeks 1 mei 2018 te Beuningen, althans in Nederland, een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (merk [telefoonmerk] ), bevattende een hoeveelheid (ongeveer 52) afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis oraal en vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (film: [bestandsnaam 1] ") en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (film: " [bestandsnaam 2] " en/of " [bestandsnaam 3] ") en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding: " [bestandsnaam 4] ").

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- Pro Justitia navolgend proces-verbaal 302287/2016, 10 augustus 2016, notitie ME.37.L5.004959/2016, synthese audiovisueel verhoor [slachtoffer] ° [geboortedatum 2] ;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 november 2018.

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde feit. Op de telefoon van verdachte werden 52 afbeeldingen teruggevonden. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat de afbeeldingen op telefoon terecht zijn gekomen doordat de gebruiker van de telefoon deze heeft gedownload, opgeslagen of zelf heeft gemaakt. De verklaring van verdachte dat iedereen dat kan hebben gedaan, is ongeloofwaardig. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat alleen hij toegang had tot de telefoon. Het bezit van de afbeeldingen is dan ook aan verdachte toe te rekenen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] kan niet worden opgemaakt waar de nader omschreven afbeeldingen zijn aangetroffen: in de browser-map of in de map met thumbnails. Dat maakt dat niet valt uit te sluiten dat de nader omschreven afbeeldingen zijn aangetroffen in de browser-map. Van die map kan niet worden vastgesteld of de bestanden actief zijn benaderd door de gebruiker van de telefoon, zoals beschreven door verbalisant [verbalisant 2] in een aanvullend proces-verbaal. Niet kan worden vastgesteld of verdachte de beschikkingsmacht over deze bestanden had omdat er sprake kan zijn van zogenoemde bijvangst. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat de bestanden mogelijk door toedoen van een derde die zijn telefoon heeft gebruikt in de telefoon terecht zijn gekomen.

Beoordeling door de rechtbank

Op 1 mei 2018 is verdachte aangehouden ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daarbij werd onder meer de telefoon van verdachte in beslag genomen.

De in beslag genomen telefoon is onderzocht. De bevindingen daarvan zijn uitgewerkt in de processen-verbaal van 11 juli 2018 en van 12 oktober 2018. Hieruit bleek het volgende.

Op de gegevensdrager werden afbeeldingen aangetroffen in twee mappen. De map [bestandsnaam 5] (hierna: map sbrowser) wordt gebruikt door de standaard [telefoonmerk] internet browser op de telefoon. De afbeeldingen die in de cachemap van deze browser worden opgeslagen, zijn afkomstig van bezochte websites en worden bij een hernieuwd bezoek aan die site(s), vanuit deze map weer in de browser getoond. In deze map werden 124 afbeeldingen aangetroffen. Niet kan worden vastgesteld of de bestanden actief zijn benaderd door de gebruiker van de telefoon.

De map [bestandsnaam 6] (hierna: map thumbnails) is een map binnen het Android besturingssysteem bestemd voor de kleinere versie van (met de camera gemaakte dan wel vanaf internet gedownloade of opgeslagen) fotografische afbeeldingen die wordt gebruikt om een afbeelding te openen in de zogenaamde galerij op de smartphone. In deze map werden 52 afbeeldingen aangetroffen.

In een proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2018 is beschreven dat op de mobiele telefoon van verdachte als kinderpornografisch aangemerkt materiaal is aangetroffen. In voornoemd proces-verbaal zijn vier afbeeldingen en een fragment nader omschreven.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte dit als kinderpornografisch aangemerkt materiaal in bezit had en of zijn opzet daarop was gericht. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Verdachte heeft ontkend dat hij welbewust kinderporno heeft gedownload of dat hij opzet heeft gehad op het bezit daarvan. Nader onderzoek naar meer concrete gegevens hierover is niet verricht.

De rechtbank constateert dat uit de betreffende processen-verbaal volgt dat op de telefoon van verdachte in totaal 186 afbeeldingen zijn aangetroffen. In die processen-verbaal is echter niet aangegeven of en waarom (al) deze afbeeldingen als kinderpornografisch moeten worden aangemerkt - en dat uit die 186 (of 52) afbeeldingen vervolgens een selectie is gemaakt die ziet op de nadere omschrijving in de tenlastelegging - of dat het nader omschreven materiaal het enige aangetroffen kinderpornografisch materiaal betrof.

Ten aanzien van het nader omschreven en als kinderpornografisch aangemerkt materiaal, kan uit het dossier niet worden opgemaakt wanneer dit materiaal op de telefoon is opgeslagen. Verder is in het proces-verbaal van 23 oktober 2018 niet beschreven uit welke map op de telefoon van verdachte dit materiaal afkomstig was: uit de map browser of uit de map thumbnails. Uit de omschrijving op de tenlastelegging, te weten “een gegevensdrager (…) bevattende een hoeveelheid (ongeveer 52) afbeeldingen van seksuele gedragingen (…), zou kunnen worden afgeleid dat het nader omschreven materiaal afkomstig is uit de map met thumbnails, nu in deze map 52 afbeeldingen zijn aangetroffen. Nu dit echter niet concreet is vermeld, en dit uit de bestandsnamen van het filmpje en de afbeeldingen evenmin kan worden afgeleid, blijft het ongewis of het kinderpornografisch materiaal daadwerkelijk uit de map thumbnails afkomstig is. In het geval dat de afbeeldingen in de map sbrowser zijn aangetroffen kan, zoals eerder omschreven, niet worden vastgesteld of de bestanden actief zijn benaderd door de gebruiker van de telefoon, of dat er sprake is van bijvangst.

De enkele bevinding dat kinderpornografisch materiaal is aangetroffen op een benaderbare locatie van een gegevensdrager van verdachte leidt naar het oordeel van de rechtbank weliswaar tot een zwaarwegend vermoeden inzake bezit in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, maar is in zijn algemeenheid voor het bewijs van dit bezit op zichzelf niet voldoende.

Op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de conclusie dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte welbewust kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad of hiernaar welbewust heeft gezocht. Nu verder niet is onderzocht of verdachte op internet heeft gezocht naar pornografisch materiaal, kan evenmin worden gesteld dat verdachte zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat hij door het downloaden van niet ongeoorloofd pornografisch materiaal tevens kinderpornografisch materiaal zou binnenhalen en daarmee in zijn bezit zou krijgen, noch dat hij die kans heeft aanvaard.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 april 2016 tot en met 22 juli 2016 te Beuningen en/of Nijmegen, althans in Nederland, en/of te 2500 Lier, althans in België, meermalen, althans eenmaal, telkens een (hoeveelheid) afbeelding(en) en/of gegevensdrager(s), te weten een mobiele telefoon ( [telefoonmerk] ) en/of een computer ( [merk] ), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een (haar)borstel en/of spuitbus vaginaal penetreren van het eigen lichaam van die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 2 en 4 op bladzijde 121 en 122 PV (in toonmap)) en/of

het met de hand/vinger(s) betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel van die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 1 op bladzijde 121 PV (in toonmap)) en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer] , althans deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose, althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel van die [slachtoffer] , althans deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (foto 1, 3, 5, 6 en 7 op bladzijden 121, 122, 124, 126 en 129 PV (in toonmap)) en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 april 2016 tot en met 22 juli 2016, te Beuningen en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland, en/of te 2500 Lier (België), in elk geval in België, (een) afbeelding(en) waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, zijnde (een) foto('s) en/of

video('s) van zijn ontblote stijve penis (foto 8, 9, 10, 11 en 12 op bladzijde 124, 125, 126 en 127 PV (in toonmap)), heeft vertoond aan een minderjarige, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2]

), van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in het bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl de schuldige daar een gewoonte van maakt.

Ten aanzien van feit 2:

Een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, aanbieden aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 160 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met aftrek en met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering. Daaraan dienen te worden toegevoegd de bijzondere voorwaarden van het zich onthouden van contacten met minderjarigen via social media of anderszins en de medewerking aan het toezicht daarop door controle van zijn gegevensdragers. Verder heeft de officier van justitie geëist dat aan verdachte een werkstraf zal worden opgelegd voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om, rekening houdend met een mogelijk taakstrafverbod, over te gaan tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van een dag, gecombineerd met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou het behandeltraject waar verdachte inmiddels aan deelneemt doorkruisen. Ook zou verdachte in dat geval zijn baan kwijtraken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 12 oktober 2018; en

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 5 november 2018.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderporno.

Via social media heeft hij een destijds dertienjarig meisje benaderd. In daaropvolgende

chatgesprekken heeft verdachte naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf gestuurd en vroeg hij haar

hetzelfde te doen. Daardoor voelde zij zich zodanig onder druk gezet dat zij blootfoto’s en

filmpjes van zichzelf heeft gemaakt en aan verdachte heeft opgestuurd. Het meisje had nog geen

seksuele ervaring en werd voortdurend overgehaald tot handelingen waar ze nog niet aan toe

was. In die chatgesprekken is het verdachte duidelijk geworden dat hij te maken had met een

meisje van 14 jaar zoals zij zelf heeft gezegd. Desondanks is hij welbewust verder gegaan met

het uitwisselen van foto’s en video’s met seksuele handelingen van zichzelf en van het meisje,

waartoe hij haar bewoog. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van

dergelijke feiten een lange tijd psychische en lichamelijke gevolgen kunnen ondervinden. Dit is

ook gebleken uit de toelichting van de ouders van het slachtoffer ter terechtzitting van

15 november 2018.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat hij ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten nog in een proeftijd liep. De rechtbank rekent dit verdachte extra zwaar aan.

In het reclasseringsadvies van 5 november 2018 is beschreven dat verdachte, in het kader van een andere (soortgelijke) strafzaak, sedert november 2015 onder toezicht is gesteld bij Reclassering Nederland. Eind 2015 is hij gestart met behandeling bij de forensische polikliniek Kairos te Nijmegen. Hij heeft zich ogenschijnlijk positief ontwikkeld in zijn coping, het uiten van zijn gevoelens en het tonen van openheid jegens zijn behandelaars, vriendin en Reclassering Nederland. Tijdens meerdere meldplichtgesprekken heeft hij verklaard dat recidive uitgesloten is, dat hij enorm was geschrokken van de gevolgen van de delicten waarvoor hij eerder was veroordeeld, en dat hij deze, gelet op de impact op de slachtoffers, afkeurde. Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte in de onderhavige zaak heeft op 14 mei 2018 een evaluatiegesprek plaatsgevonden waarbij verdachte, zijn vriendin, de behandelaars van Kairos en een reclasseringsmedewerker aanwezig waren. Verdachte kon niet aangeven waarom hij tot deze daden is gekomen en liet zich summier en terughoudend uit. Het is opvallend dat de huidige verdenking kort na zijn vorige veroordeling is ontstaan. Daarvan kan zowel worden gezegd dat verdachte ondanks zijn behandeling niet open is geweest als dat hij in die beginfase van zijn behandeling nog niet de vaardigheden bezat om open te kunnen zijn. Zowel Kairos als Reclassering Nederland concluderen dat de behandeling in ieder geval meer tijd behoeft. Er is onvoldoende zicht op de totstandkoming van de delicten, waardoor het recidiverisico en delictgedrag moeilijk in te schatten zijn. De ondoorzichtigheid van verdachte baart zowel Kairos als de Reclassering zorgen. In de onderhavige strafzaak wordt dan ook geadviseerd tot een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke instantie.

De ter terechtzitting aanwezige deskundige van Reclassering Nederland heeft toegelicht dat gaandeweg de meldplicht en behandeling openheid leek te ontstaan over het delict waarvoor verdachte in 2015 is veroordeeld. Het is de Reclassering Nederland en Kairos nog niet duidelijk hoe het opnieuw fout heeft kunnen gaan. Er zijn te weinig aanknopingspunten om de redenen voor het (nieuwe) delictgedrag te kunnen aanwijzen. In de afgelopen drie jaren heeft verdachte wekelijks een groepsgesprek gevoerd bij Kairos en soms individuele gesprekken waarbij zijn partner eveneens aanwezig was. Verdachte maakt kleine stapjes in zijn behandeling. De behandeling is bij lange na niet voltooid. Zijn houding dient te veranderen, anders heeft de behandeling niet het gewenste resultaat. Om die reden is ook nog geen diagnostiek verricht. Daarvoor dient verdachte transparanter te worden.

De rechtbank begrijpt de zorgen omtrent verdachte vanuit Reclassering Nederland en vanuit Kairos. Verdachte wordt thans drie jaar behandeld, maar is gedurende de proeftijd opnieuw in de fout gegaan. De rechtbank erkent dan ook het belang om verdachte verder te behandelen. Anderzijds is er sprake van ernstige feiten, met gevolgen voor het slachtoffer, en is er sprake van recidive. Verder houdt de rechtbank rekening met het taakstrafverbod, zoals neergelegd in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op vorengenoemde omstandigheden acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Een aanzienlijk deel van de op te leggen gevangenisstraf zal voorwaardelijk opgelegd worden, als stok achter de deur, om te bewerkstelligen dat verdachte daadwerkelijk mee zal (blijven) werken aan zijn behandeling bij Kairos, of een soortgelijke instelling. De rechtbank acht een behandeling noodzakelijk ter voorkoming van soortgelijk delictgedrag in de toekomst. Mocht verdachte alsnog binnen de proeftijd recidiveren, staat er een fors strafrestant open om ten uitvoer te leggen.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, onder aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal zij de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de Reclassering Nederland. Daaraan zal de rechtbank toevoegen dat verdachte dient mee te werken aan diagnostiek, om daar een (meer) passende behandeling voor verdachte aan te verbinden. Verder zal de rechtbank daaraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals aanvullend gevorderd door de officier van justitie. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte opleggen een werkstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis.

Beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen goederen aan het verkeer te onttrekken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich over het beslag niet uitgelaten.

Beoordeling door de rechtbank

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven aan verdachte toebehorende telefoon ( [telefoonmerk] ), met betrekking tot welk de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, nu het onder 1 en 2 bewezenverklaarde met behulp van dit voorwerp is begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Nu op de [merk] computer tevens kinderpornografisch materiaal is aangetroffen, dient deze computer ook aan het verkeer te worden onttrokken. Dat niet bewezen kan geworden dat verdachte met deze computer actief naar kinderpornografisch materiaal op zoek is geweest, doet niet af aan de omstandigheid dát dergelijk materiaal op de computer is aangetroffen en dat teruggave zou bewerkstelligen dat dergelijk materiaal weer in omloop komt.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Namens de benadeelde partij [slachtoffer] heeft [wettelijk vertegenwoordiger] zich als wettelijk vertegenwoordiger in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering (als voorschot) toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat het een feit van algemene bekendheid is dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan psychische gevolgen ondervinden. Het slachtoffer heeft nog steeds klachten en is voor een korte periode opgenomen geweest in het ziekenhuis. Ook heeft ze niet de opleiding kunnen volgen die ze had willen volgen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen. Niet kan worden vastgesteld dat de klachten verband houden met het verwijt dat verdachte wordt gemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

Namens de benadeelde partij is aangevoerd dat zij fysieke klachten heeft overgehouden aan de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten, waarvoor zij gedurende een periode opgenomen is geweest in het ziekenhuis. De rechtbank acht de samenhang tussen de klachten (en de daaropvolgende ziekenhuisopname) en de bewezenverklaarde feiten onvoldoende onderbouwd. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat vast is komen te staan dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte. De begroting van immateriële schade is voorbehouden aan de rechtbank en de rechtbank zal de omvang van de immateriële schade schattenderwijs en naar maatstaven van billijkheid bepalen op € 1.250,-.

De rechtbank zal op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde wettelijke rente is toepasbaar vanaf 11 april 2016.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 1 maand gevangenisstraf die door de meervoudige kamer te Arnhem op 9 november 2015 voorwaardelijk is opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen, dan wel de proeftijd te verlengen of de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

Beoordeling door de rechtbank

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank acht het echter niet wenselijk dat de bij vonnis van 9 november 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand ten uitvoer wordt gelegd. Zij overweegt daartoe het volgende.


In de adviesrapportage van 28 augustus 2018 is beschreven dat het niet de voorkeur heeft om het voorwaardelijk strafdeel ten uitvoer te leggen. Het is van belang dat continuïteit blijft bestaan in de behandeling van verdachte. De reclassering heeft, mede op basis van de visie van Kairos, geadviseerd om te termijn van de proeftijd (en de bijbehorende bijzondere voorwaarden) te verlengen met de duur van een jaar.

Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hij open staat voor verlenging van de proeftijd. Verdachte heeft verklaard dat hij baat heeft bij de behandeling.

De rechtbank is van oordeel dat het overtreden van de voorwaarde consequenties dient te hebben. In beginsel zou dit de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf rechtvaardigen. Als de rechtbank dat zou doen, zou verdachte de voorwaardelijke straf uit zitten en bestaat de kans dat er daarna gedurende een bepaalde periode geen toezicht op verdachte mogelijk is. Dit acht de rechtbank in het geval van verdachte een bijzonder onwenselijke situatie. Om het gevaar voor herhaling in te perken, dient het handhaven van de voorwaarden te prevaleren boven het tenuitvoerleggen van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om de proeftijd te verlengen met twee jaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 22c, 22d, 36b, 36c, 36f, 57, 240a en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op 3 (drie) jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, Stieltjesstraat 1, 6511 AB te Nijmegen, en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- indien de reclassering het nodig acht, zich nader diagnostisch laat onderzoeken;

- zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig acht, onder behandeling zal stellen van de forensische polikliniek Kairos of een soortgelijke instantie, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de zorgverlener zullen worden gegeven;

- zich gedurende de proeftijd op welke wijze dan ook zal onthouden van het seksueel getint communiceren met minderjarigen, het gedrag dat is gericht op in een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en het gedrag dat is gericht op in een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Veroordeelde zal tijdens gesprekken met de reclassering bespreken hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. Veroordeelde zal meewerken aan toezicht en controles van computers, digitale gegevensdragers en andere apparatuur tijdens huisbezoeken;


Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt veroordeelde wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

Ten aanzien van het beslag

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de telefoon en de [merk] computer;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

  • -

    veroordeelt veroordeelde ten aanzien van feit 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 1.250,- (twaalfhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.250,- (twaalfhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

verlengt de proeftijd, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Arnhem van 9 november 2015, met 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen (voorzitter), mr. G. Noordraven en

mr. A. Cimen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2018.

mr. A. Cimen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, dienst regionale recherche, afdeling thematische opsporing, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017040198, gesloten op 13 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.