Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:501

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-02-2018
Datum publicatie
10-12-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 4692
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Raad voor Rechtsbijstand stelt kwaliteitseisen voor inschrijving van mediators. Deze eisen zijn niet onredelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/4692

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

mr. [eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de raad voor rechtsbijstand te Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2017 heeft verweerder het verzoek van eiser om hem in te schrijven als mediator afgewezen.

Bij besluit van 25 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2018. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H.J. Spiegelenberg.

Overwegingen

1. Eiser heeft verweerder verzocht hem in te schrijven als mediator. Deze inschrijving zorgt er -kort samengevat- voor dat hij in aanmerking komt voor verwijzingen vanuit gerechten of vanuit het Juridisch Loket. Daarvoor kan hij dan, indien nodig, een toevoeging voor een rechtzoekende aanvragen.

Verweerder heeft dit geweigerd, omdat eiser niet heeft voldaan aan de inschrijvingsvoorwaarden. Zo heeft hij geen peer review met goed gevolg afgelegd en heeft hij niet voldaan aan de eis dat in de drie jaar voor de datum van de inschrijving bij verweerder negen mediations op basis van een Mediationovereenkomst voor de MFN-registermediator zijn verricht.

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat de door verweerder gehanteerde normen dermate bezwarend zijn dat de inschrijving van nieuwe mediators sterk wordt bemoeilijkt, zo niet onmogelijk wordt gemaakt. Dit is in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Tijdens telefonisch contact is door een medewerker van verweerder gezegd dat de maatregelen bedoeld zijn om de toestroom van nieuwe mediators te beperken.

3. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor inschrijving. In geschil is of verweerder deze eisen heeft mogen stellen aan de inschrijving.

4. Verweerder heeft in artikel 33b, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) de bevoegdheid gekregen voorwaarden vast te stellen voor inschrijving als mediator. Deze voorwaarden hebben betrekking op de in artikel 33c van de Wrb genoemde onderwerpen. Uit de Memorie van Toelichting bij dit artikel (Kamerstukken II, 2005/06, 30 436 nr. 3, p. 23) blijkt dat het voor een succesvolle bevordering van mediation van belang is dat burgers erop kunnen vertrouwen dat de mediator voldoet aan objectiveerbare kwaliteitscriteria. Verweerder heeft deze criteria neergelegd in de Inschrijvingsvoorwaarden mediators 2017 (de Inschrijvingsvoorwaarden).

De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder gestelde kwaliteitseisen niet onredelijk zijn. Het is de rechtbank niet gebleken dat verweerder met deze eisen enkel probeert de inschrijving van nieuwe mediators te beperken of onmogelijk te maken.

De beroepsgronden van eiser slagen niet.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. L.M. Noordam, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.