Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:50

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-01-2018
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
05/881874-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag. Vader heeft zijn kinderen meegenomen naar het buitenland. Veroordeling voor 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 194 dagen voorwaardelijk, met hieraan bijzondere voorwaarden verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881874-16

Datum uitspraak : 08 januari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1984 te [geboorteplaats 1] ,

wonende te [adres] , [woonplaats]

raadsvrouw: mr. M. Stoetzer, advocaat te Lent.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 december 2017 en 27 december 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 november 2016 tot en met 6 november 2016 in Arnhem en/of in Nederland en/of in Duitsland en/of in Oostenrijk en/of in Hongarije, opzettelijk een of meer minderjarige(n), te weten [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] en/of [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 in [geboorteplaats 3] , heeft onttrokken aan het wettig over hen/haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen/haar uitoefende, terwijl die minderjarige(n) beneden de twaalf jaren oud was/waren en/of terwijl list was gebezigd, bestaande uit:

- het door verdachte aan de school van de minderjarig(e), in strijd met de waarheid, mededelen dat de minderjarige(n) een afspraak bij de tandarts zou(den) hebben en de minderjarige(n) daarvoor vroeger op te halen van school, en/of

- het door verdachte uit het huis lokken van zijn, verdachtes, echtgenote, genaamd [naam 3] , door het maken van een afspraak met haar bij een woonboulevard om beweerdelijk te gaan shoppen zodat verdachte de paspoorten en kleding/toiletartikelen van de minderjarige(en) uit de woning kon pakken.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Aangeefster [naam 3] en verdachte zijn getrouwd en hebben samen twee kinderen: [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] , en [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 3] .2 Aangeefster en verdachte hebben beiden gezag over deze kinderen.3 Verdachte heeft op 4 november 2016 de kinderen eerder van school gehaald.4 Hij is vervolgens in een bus gestapt in Nijmegen, heeft in Kleve (Duitsland) een trein genomen, in Düsseldorf (Duitsland) de bus genomen naar Salzburg (Oostenrijk), en heeft vanuit daar een trein naar Boekarest (Roemenië) genomen.5 In deze trein is hij op 6 november 2016 aangehouden, toen de trein zich in Hongarije bevond.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat verdachte niet het opzet had de kinderen aan het gezag van aangeefster te onttrekken. Daarnaast heeft verdachte volgens de verdediging ook geen list gebezigd.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 4 november 2016 omstreeks 10:30 uur door verdachte werd gebeld. Hij vroeg haar of ze om 13:00 uur op hem wilde wachten bij de woonboulevard in Arnhem-Zuid, zodat ze samen konden gaan shoppen. Aangeefster is vervolgens naar de woonboulevard gegaan, maar verdachte was daar niet op het afgesproken tijdstip aanwezig. Omstreeks 14:00 uur is zij naar de school van haar kinderen gegaan om hen op te halen. Daar hoorde ze van de leerkracht dat haar kinderen omstreeks 12:00 uur waren opgehaald door verdachte, met de mededeling dat ze een afspraak hadden bij de tandarts. Aangeefster raakte in paniek, omdat ze wist dat haar kinderen geen afspraak bij de tandarts hadden. Zij heeft verdachte toen meermalen proberen te bellen. Verdachte nam zijn telefoon echter niet op. Zij heeft toen de voicemail ingesproken met de vraag waarom hij hun kinderen had meegenomen. Eenmaal thuis gekomen kwam ze er achter dat de paspoorten van de kinderen en van verdachte weg waren. Ook waren de toiletartikelen en wat kleding van de kinderen weg.7

De leerkracht van [naam 2] ; [getuige 1] , heeft verklaard dat verdachte in de ochtend, net voor het begin van de schooldag, al naar haar toe was gekomen om te vertellen dat hij met zijn dochter naar de tandarts zou gaan. Aan het einde van de ochtend heeft hij haar toen opgehaald. [naam 2] ’s moeder is toen nog na schooltijd geweest om haar op te halen.8 De leerkracht van [naam 1] ; [getuige 2] , heeft verklaard dat verdachte in de ochtend tegen hem had gezegd dat hij [naam 1] om 13:30 op kwam halen om naar de tandarts te gaan.9

Verdachte heeft verklaard dat hij de kinderen op (vrijdag) 4 november 2016 eerder van school heeft opgehaald met de mededeling dat ze naar de tandarts moesten.10 Aangeefster wist niet dat hij de kinderen mee zou nemen. Hij heeft haar ook niet gebeld tijdens de reis.11

De rechtbank concludeert uit voornoemde bewijsmiddelen dat verdachte zijn kinderen voor meerdere dagen naar het buitenland heeft meegenomen zonder dat aangeefster, de moeder van de kinderen, hier weet van had. Hij heeft de kinderen hiervoor eerder van school gehaald, met de mededeling dat zij een afspraak hadden bij de tandarts, dit ook zonder dit aan aangeefster te vertellen. Onderweg heeft hij geen contact met aangeefster opgenomen, tot op de dag van zijn aanhouding. Gelet op deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank de conclusie gerechtvaardigd dat verdachte hiermee zijn kinderen aan het gezag van aangeefster heeft willen onttrekken, tenzij verdachte een aannemelijke verklaring geeft voor het meenemen van de kinderen.

Verdachte heeft verklaard dat hij de kinderen op vrijdag mee wilde nemen voor een verrassingsreisje naar Hongarije, en dat hij maandag weer terug zou komen. Het was de bedoeling dat aangeefster ook meeging. Hij had hiervoor met haar afgesproken op de woonboulevard. Zij kwam toen echter niet opdagen, en daarom is verdachte alvast zonder haar vertrokken. Hij zou haar bellen als hij op de bestemming was aangekomen, zodat ze hen dan met het vliegtuig achterna kon reizen. Hij had niet gezien dat aangeefster hem had gebeld, omdat zijn kinderen met zijn telefoon aan het spelen waren, en de batterij hierdoor leeg was geraakt. Voorts had een van zijn kinderen een gaatje en heeft hij daarom de tandartsenpraktijk gebeld. Hem is toen verteld dat hij zonder afspraak langs kon komen, en dat er dan misschien nog wel een plekje vrijkwam.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte onaannemelijk en ongeloofwaardig. Allereerst acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat verdachte wilde dat aangeefster meteen die vrijdag mee zou reizen met hem en de kinderen. Verdachte heeft immers niet op aangeefster gewacht of haar gebeld toen ze niet op de afgesproken plek zou hebben gestaan. Daarnaast heeft aangeefster verklaard dat zij wel naar de woonboulevard is gegaan, maar verdachte niet is op komen dagen. Ten tweede acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het de bedoeling van verdachte was dat aangeefster, toen zij niet op zou zijn komen dagen, hem en de kinderen achterna zou vliegen nadat verdachte haar op zijn bestemming zou bellen. Gelet op het feit dat verdachte slechts een lang weekend weg zou willen gaan, en hij na twee dagen nog niet op zijn bestemming was, zou aangeefster na aankomst op de bestemming immers bijna meteen weer terug naar huis moeten gaan. Bovendien heeft aangeefster verklaard dat zij bang was om te vliegen,12 en wist verdachte dit ook.13 Ten derde acht de rechtbank het opvallend dat verdachte twee dagen lang geen contact met aangeefster heeft opgenomen. Aangeefster had dan ook geen idee waar verdachte en de kinderen zich bevonden. Als de batterij van zijn telefoon leeg was geweest, had verdachte andere manieren kunnen vinden om contact met zijn vrouw op te nemen. Tot slot acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat verdachte met zijn kinderen naar de tandarts zou gaan. Volgens de betreffende tandartsenpraktijk behandelen zij namelijk geen mensen zonder afspraak.14 Bovendien ziet de rechtbank niet in waarom verdachte de kinderen hiervoor tijdens schooltijd op zou moeten halen, nu er geen afspraak was gemaakt.

Aan de verklaring van verdachte gaat de rechtbank om voornoemde redenen dan ook voorbij.

De rechtbank oordeelt hiermee dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen. Verdachte heeft zijn twee kinderen opzettelijk zonder toestemming en kennis van aangeefster meegenomen naar het buitenland. Hiermee heeft hij zijn kinderen, die onder de twaalf jaar oud zijn, opzettelijk onttrokken aan het gezag van hun moeder. Hij heeft dit gedaan door een list, namelijk door aan de leerkrachten van zijn kinderen in strijd met de waarheid te vertellen dat zij naar de tandarts moesten, en de kinderen hiervoor voor het einde van de lestijd op te halen van school. Hierdoor kon hij ervoor zorgen dat de kinderen al weg waren voordat aangeefster ze op kwam halen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte aangeefster het huis uit heeft gelokt zodat hij onder andere paspoorten kon pakken. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat verdachte op het moment dat aangeefster naar de woonboulevard was de spullen heeft gepakt, of dat dit op een ander moment is gebeurd.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 november 2016 tot en met 6 november 2016 in Arnhem en/of in Nederland en/of in Duitsland en/of in Oostenrijk en/of in Hongarije, opzettelijk een of meer minderjarige(n), te weten [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats 2] en/of [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 in [geboorteplaats 3] , heeft onttrokken aan het wettig over hen/haar gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen/haar uitoefende, terwijl die minderjarige(n) beneden de twaalf jaren oud was/waren en/of terwijl een list was gebezigd, bestaande uit:

- het door verdachte aan de school van de minderjarigen, in strijd met de waarheid, mededelen dat de minderjarige(n) een afspraak bij de tandarts zou(den) hebben en de minderjarige(n) daarvoor vroeger op te halen van school, en/of

- het door verdachte uit het huis lokken van zijn, verdachtes, echtgenote, genaamd [naam 3] , door het maken van een afspraak met haar bij een woonboulevard om beweerdelijk te gaan shoppen zodat verdachte de paspoorten en kleding/toiletartikelen van de minderjarige(en) uit de woning kon pakken.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl list is gebezigd en de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals voorgesteld door reclassering IrisZorg, en met aftrek van de tijd in verzekering in Nederland, en in detentie in Hongarije doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, geen straf op te leggen, onder andere omdat verdachte door zijn detentie in Hongarije al is gestraft, en hij en aangeefster zich hebben verzoend.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 november 2017;

- een voorlichtingsrapportage van IrisZorg, gedateerd 30 november 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn twee kinderen van vijf en zeven jaar oud, onttrokken aan het gezag van zijn vrouw. Hij heeft ze eerder van school opgehaald met als excuus dat ze naar de tandarts moesten, en heeft vervolgens meerdere bussen en treinen genomen in de richting van Roemenië. Hij is uiteindelijk twee dagen later in Hongarije aangehouden. Tot kort voor zijn aanhouding heeft verdachte geen contact met aangeefster opgenomen. Verdachte heeft hiermee doelbewust zijn kinderen weggehaald en weggehouden bij hun moeder. Niet alleen is dit slecht voor de ontwikkeling van deze kinderen, maar ook heeft hun moeder twee dagen lang in onzekerheid geleefd over waar haar kinderen zich bevonden. De rechtbank neemt dit verdachte dan ook erg kwalijk. Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht dan ook niet passend.

De rechtbank overweegt dat gelet op de ernst van het feit, in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur zoals door de officier van justitie gevorderd en doorgaans door de rechtbank voor soortgelijke feiten wordt opgelegd, zonder meer passend is. De omstandigheden waarin aangeefster, verdachte en hun kinderen zich thans bevinden, maken evenwel dat de rechtbank van oordeel is dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan verdachte reeds heeft ondergaan, de gezinssituatie negatief zal beïnvloeden. De rechtbank merkt daarover het volgende op. Voorafgaande aan het ten laste gelegde was er sprake van relatieproblematiek tussen verdachte en aangeefster. Momenteel willen echter zowel aangeefster als verdachte het huwelijk in stand laten. Aangeefster heeft om die reden haar verzoek tot echtscheiding ingetrokken. Na zijn vrijlating eind 2016 wonen verdachte en aangeefster weer samen en zorgen zij ook samen voor de kinderen. Beiden ervaren het positief dat zij inmiddels meer los komen van hun (schoon)familie. Behoudens een enkele melding in september over huiselijk geweld zijn er sinds eind 2016 geen aanwijzingen over (ernstige) verstoringen in de relatie. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte nog steeds serieus wil werken aan de verbetering van hun relatie. Ook aangeefster heeft verklaard dat te willen. Verdachte moet leren zijn relatieproblemen op een andere manier op te lossen dan met plegen van strafbare feiten. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het voornamelijk van belang dat het gezin van verdachte en aangeefster hulp krijgt, en dat aan hun relatieproblematiek wordt gewerkt. Een terugkeer naar de gevangenis zou dit proces negatief beïnvloeden. Reclassering Nederland heeft gerapporteerd dat de (vrijwillige) hulpverlening weinig toegang tot het gezin krijgt. Zorgelijk is dat zowel verdachte als aangeefster aangeven geen hulpvraag te hebben. Om recidive ook op de langere termijn te voorkomen, maken de geschetste omstandigheden hulpverlening dan ook noodzakelijk. Daarom zal de rechtbank dit in een gedwongen kader plaatsen door een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals voorgesteld door de reclassering. Over het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de bijzondere voorwaarden zoals gevorderd, oordeelt de rechtbank als volgt. In dit geval hebben de bijzondere voorwaarden niet alleen veel invloed op verdachte maar ook op de andere gezinsleden. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk voor het verlagen van de kans op recidive, maar zullen niet direct de kans op recidive op de korte termijn verlagen. Voor dat laatste geldt veel meer de voorwaardelijke gevangenisstraf die de rechtbank zal opleggen. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden daarom niet dadelijk uitvoerbaar verklaren. Alles overziend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, waarvan 194 dagen voorwaardelijk passend en geboden.

Met oplegging van deze straf gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte, mits hij zich aan de algemene en bijzondere voorwaarden houdt, niet meer naar de gevangenis hoeft. De rechtbank zal namelijk de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten van de straf aftrekken. De rechtbank heeft van de officier van justitie begrepen dat verdachte na zijn aanhouding in Hongarije, daar 45 dagen gedetineerd heeft gezeten. De rechtbank neemt aan dat dit in het kader van zijn overlevering naar Nederland was, en dus in aanmerking komt voor aftrek in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast heeft verdachte één dag in verzekering in Nederland doorgebracht.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 194 (honderdvierennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

3. zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich uiterlijk binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij reclassering IrisZorg (Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem, telefoonnummer 088-6061311) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht. Hierbij moet de veroordeelde zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering IrisZorg hem geeft;

5. zich onder behandeling zal stellen van Kairos, of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor relatieproblematiek en voor eventuele agressie binnen die relatie. Veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, voor zover en zolang de reclassering het nodig acht.

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om overlevering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. J.B.J. Driessen en mr. H.C.M. Snellen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 08 januari 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 20161206.1140, gesloten op 25 januari 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aangifte [naam 3] , p.10 en proces-verbaal van bevindingen, p.35.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p.35.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.59.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.60.

6 Proces-verbaal van relaas, p.3 en verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 december 2017.

7 Proces-verbaal aangifte [naam 3] , p.10.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p.19.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.36.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.59.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.60.

12 Verklaring van aangeefster [naam 3] , als getuige afgelegd ter terechtzitting van 18 december 2017.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.61.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p.124.