Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4963

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-11-2018
Datum publicatie
20-11-2018
Zaaknummer
C/05/342657/KG ZA 18-389
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. De zorgverzekeraar heeft in het kader van een te voeren preferentiebeleid besloten een preferent middel met een bepaalde werkzame stof aan te wijzen in uitsluitend een bepaalde (hoge) dosering, met als gevolg dat door de minister als verzekerde prestatie aangewezen andere doseringen van die stof niet langer door de zorgverzekeraar zullen worden vergoed. De vraag die speelt is of de zorgverzekeraar de bevoegdheid daartoe kan ontlenen aan artikel 2.8 lid 1 jo lid 3 van het Besluit Zorgverzekeringen (Bzv).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/342657 / KG ZA 18-389

Vonnis in kort geding van 1 november 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOODLIFE FERTILITY B.V.,

gevestigd te Lelystad,

eiseres,

advocaten mrs. N.U.N. Kien en C.I. de Geus te Rotterdam,

tegen

1. de coöperatie

COÖPERATIE MENZIS U.A.,

2. de naamloze vennootschap

MENZIS N.V.,

3. de naamloze vennootschap

MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,

allen gevestigd te Wageningen,

4. de naamloze vennootschap

ANDERZORG N.V.,

gevestigd te Groningen,

gedaagden,

advocaat mr. B.T.J.A. van Aalst te Wageningen.

Partijen zullen hierna Goodlife en Menzis worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met productie 1 tot en met 24

  • -

    de producties 1 tot en met 9 van Menzis

  • -

    de nagezonden producties 10 tot en met 13 van Menzis

  • -

    de vermeerdering van eis van Goodlife

  • -

    de mondelinge behandeling van 18 oktober 2019

  • -

    de pleitnota van Goodlife

  • -

    de pleitnota van Menzis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De werkzame stof Colecalciferol is een andere naam voor Vitamine D. Vitamine D is een steroïde, die onder invloed van zonlicht in de huidcellen ontstaat uit een voorloper van cholesterol. In de lever en de nieren wordt de vitamine omgezet in een actieve stof, die een belangrijke rol speelt bij de kalkhuishouding van het lichaam. Zo speelt Vitamine D onder andere een rol bij de skeletopbouw en -instandhouding. Colecalciferol is in de doseringen 800IE, 1.000IE, 5.600IE, 25.000IE, 30.000IE, 50.000IE en 100.000IE beschikbaar. Vanaf 3.000IE is Colecalciferol een geneesmiddel; daaronder een voedingssupplement dat vrij verkrijgbaar is.

2.2.

De onderneming Consilient Health Ltd. is registratiehouder van verschillende sterktes van het geneesmiddel Colecalciferol. Zij heeft daarmee toestemming om dit geneesmiddel in Nederland in het handelsverkeer te brengen. Goodlife heeft sinds

31 oktober 2015 een samenwerkingsovereenkomst met Consilient Health Ltd. strekkende tot exclusieve verkoop van vijf verschillende sterktes van Colecalciferol in Nederland.

2.3.

Colecalciferol Benferol is in een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.8 lid 1 onder a Besluit Zorgverzekering (Bzv) in verschillende doseringen variërend van 800 tot 100.000IE als geregistreerd geneesmiddel aangewezen.

2.4.

Bij brief van 1 juni 2018 heeft de minister voor Medische Zorg en Sport (hierna: de minister) de Tweede Kamer der Staten-Generaal geïnformeerd over het basispakket Zorgverzekeringswet 2019. In deze brief staat onder meer het volgende vermeld:

‘(…)

1. Wijzigingen in het basispakket per 2019

(…)

Vitaminen, mineralen en paracetamol

Per 1 januari 2019 zullen vitaminen, mineralen en paracetamol waarvoor een gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig alternatief bestaat in de vrije verkoop niet meer worden vergoed vanuit het basispakket. Door deze maatregel komt ongeveer € 40 miljoen per jaar vrij. (…)

Het Zorginstituut heeft op 13 december 2016 geadviseerd om deze middelen uit het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) te verwijderen. Dit advies heeft mijn ambtsvoorganger u reeds toegezonden op 21 december 2016. Het gaat hier in veel gevallen om geneesmiddelen en voedingssupplementen die lage kosten met zich meebrengen; gemiddeld gaat het om €60 per patiënt per jaar. Bovendien gaat het om middelen die ook verkocht worden in de vrije verkoop, bijvoorbeeld bij een drogist. In dat geval zijn de middelen vaak aanzienlijk goedkoper, dit komt onder meer doordat een patiënt alleen betaalt voor de geneesmiddelkosten en er geen receptregelvergoeding van toepassing is. Doordat de kosten doorgaans lager uit zullen vallen dan het gemiddelde van € 60, kunnen de kosten voor eigen rekening van de patiënt komen en hoeven om die reden niet vanuit een collectieve verzekering vergoed te worden. Het Zorginstituut is van mening dat deze middelen vanuit het oogpunt van noodzakelijk te verzekeren zorg niet thuishoren in het pakket.

Ik wil benadrukken dat de effectiviteit en medische noodzaak van het gebruik van deze middelen niet ter discussie staat. Zowel bij het Zorginstituut als bij VWS hebben partijen (patiëntenorganisaties en zorgverleners) hun zorgen geuit over het uitsluiten van deze middelen voor vergoeding. Ik ga er vanuit dat patiënten en artsen het goede gesprek voeren om de juiste geneesmiddelen te kiezen en de therapietrouw te borgen. (…) De behandelaar heeft de verantwoordelijkheid om geen zwaardere medicatie voor te schrijven dan nodig en om de patiënt uit te leggen waarom een geneesmiddel voorgeschreven wordt.

(…)

Omdat ik het van belang vind dat we een goed zicht hebben op het effect van deze maatregel, zal ik dit laten monitoren.

(…)’

2.5.

De minister heeft vervolgens de doseringen 800IE en 1.000IE van Colecalciferol niet langer als verzekerde prestatie onder de Zorgverzekeringswet aangemerkt.

2.6.

Menzis is een zorgverzekeraar en voert, zoals ook andere zorgverzekeraars, ten aanzien van bepaalde productcategorieën van geneesmiddelen, een preferentiebeleid met toepassing van artikel 2.8 lid 1 onder a en lid 3 Bzv. Menzis heeft het preferentiebeleid dat zij met ingang van 2019 wil voeren vastgelegd in het Beleidsdocument 2019-2021. Dit document heeft Menzis medio 2018 op haar website geplaatst.

2.7.

Menzis heeft het Beleidsdocument 2019-2021 bij brief van 14 augustus 2018 aan (onder andere) Goodlife ter beschikking gesteld. In deze brief staat onder meer het volgende vermeld:

‘(…)

Menzis wijst productcategorieën aan voor een periode van anderhalf jaar met de mogelijkheid deze aanwijzing stilzwijgend te verlengen met een periode van 2 jaar indien op de peildatum 1 juli 2020 de prijs van een product in de G standaard van juli 2020 per eenheid de laagste of de een na laagste is. (…)

Zoals bekend zullen bepaalde sterkten Vitamine D niet langer vergoed worden vanaf 1-1-2019. Nu al zien we in declaraties dat artsen en apothekers tot omzettingen overgaan van de 800IE producten naar hoger gedoseerde producten. Menzis is voornemens preferentiebeleid te voeren over alle overige Vitamine D producten (inclusief de doorgeleverde waterige oplossingen bereidingen) en één product met de sterkte 25.000 IE of 30.000 IE tablet of (drink)ampul aan te wijzen. Beiden hebben als dosering 1 x per maand resp. 25.000 IE of 30.000 IE. Hiermee kunnen ook veelvouden gegeven worden bij deficiënties bij Vitamine D. Menzis heeft een voorkeur voor het preferent verklaren van een tablet omdat Vitamine D veel wordt voorgeschreven aan ouderen en deze tablet ook meegegeven kan worden in weekdoseerverpakkingen en daarmee de therapie ondersteund wordt ten opzichte van los aanbieden van een ampul en de apotheekkosten structureel lager zijn i.v.m. het verschil in een normaal apotheektarief en een weektarief. Zie hiervoor verder artikel 4.6 van het document. (…)’

2.8.

Bij e-mailbericht van 20 augustus 2018 heeft Menzis (onder andere) Goodlife uitgenodigd om een offerte uit te brengen voor het leveren van haar Vitamine D-producten in de doseringen 25.000IE en 30.000IE, waarbij Menzis heeft aangegeven dat zij na ontvangst van alle offertes de keuze zal maken voor de partij die de laagste prijs heeft geoffreerd voor de gewenste producten.

2.9.

Goodlife heeft in reactie op het e-mailbericht van Menzis geen offerte uitgebracht, maar in plaats daarvan aan Menzis (onder andere) te kennen gegeven dat het door Menzis

opgestelde preferentiebeleid 2019-2021 volgens haar in strijd is met de eigen doelstellingen van Menzis alsook met die van de wetgever en van zorgverzekeraars gezamenlijk. Menzis heeft haar voorgenomen preferentiebeleid vervolgens niet aangepast. Namens Menzis heeft de heer [naam 1] bij e-mailbericht van 27 september 2018 kenbaar gemaakt dat in het kader van het preferentiebeleid de levering van Colecalciferol voorlopig is gegund aan Galephar Netherlands B.V.

2.10.

In het kader van haar Zorginkoopbeleid Farmaceutische Zorg 2019 koopt Menzis (extramurale) farmaceutische zorg voor haar verzekerden in door overeenkomsten met apotheekhouders te sluiten. Vanaf 2019 zal Menzis op basis van het dan geldende zorginkoopbeleid toetsen in welke mate apotheekhouders het preferentiebeleid naleven en daaraan bepaalde consequenties verbinden. Hierover staat in het Zorginkoopbeleid 2019 het volgende vermeld:

‘Aanpassing van de contracteervoorwaarden van Menzis

A. Uitsluiten van apotheken die in 2018 een slechte preferentiecompliance hebben gerealiseerd: (…)

Preferentiecompliance (deze compliance wordt altijd per apotheek (op AGB-code- berekend en bekeken)

 Van 0 tot 30%: Geen contract

 Van 30 tot 60%: Standaard Basiscontract Menzis; (ook als apotheker onderdeel is van een inkoopcollectief);

 Van 85% en hoger: BasisPluscontract (via door de apotheker gekozen inkoopcollectief)

(…)’

2.11.

Op basis van het Zorginkoopbeleid 2019 heeft Menzis onlangs aan zorgaanbieders een contractvoorstel gestuurd, welk voorstel de zorgaanbieders tot uiterlijk 1 november 2018 kunnen accepteren door het retour sturen van het contract.

3 Het geschil

3.1.

Goodlife vordert - na vermeerdering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

Menzis met onmiddellijke ingang, althans binnen vijf dagen na de datum van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn die in dezen geraden voorkomt, al dan niet gelimiteerd in tijd, ten minste totdat het vonnis van de rechter in de bodemprocedure kracht van gewijsde heeft verkregen, dan wel totdat partijen buiten rechte een regeling in der minne overeenkomen, althans totdat een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn die in deze geraden voorkomt is verstreken:

I te gebieden haar preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D, zoals beschreven in haar Beleidsdocument 2019-2021, buiten werking te stellen, en/of

II te gebieden haar preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D, zoals beschreven in haar Beleidsdocument 2019-2021, op te schorten, en/of

III te gebieden de invoering op 1 januari 2019 van haar preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D, zoals beschreven in haar Beleidsdocument 2019-2021, op te schorten, en/of

IV te verbieden dat per 1 januari 2019 een preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D, zoals beschreven in haar Beleidsdocument 2019-2021, wordt gevoerd, en/of

V te gebieden dat Menzis de inkoopovereenkomsten met apothekers voor 2019 en het Zorginkoopbeleid Farmaceutische Zorg voor 2019 aanpast in die zin dat voor het beoordelen van de preferentiecompliance van apothekers de afgeleverde Vitamine D buiten beschouwing wordt gelaten, en/of

VI te gebieden dat Menzis haar informatievoorziening op haar website ter zake het preferentiebeleid Vitamine D in overeenstemming brengt met dit vonnis, en/of

VII te gebieden dat Menzis alle behandelaars, apothekers, leveranciers alsook verzekerden adequaat informeert omtrent de in dit vonnis te geven voorziening ter zake het preferentiebeleid voor Vitamine D, met gelijktijdige verzending van een afschrift van deze mededeling(en) en de bijbehorende verzendlijst aan de raadsvrouwe van Goodlife, en/of

VIII te gebieden dat Menzis haar preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D, zoals beschreven in haar Beleidsdocument 2019-2021, aanpast, door van elke in Nederland geregistreerde sterkte/dosering Vitamine D (Colecalciferol) er ten minste één aan te wijzen, en/of

IX te gebieden dat Menzis alleen een preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D kan dan wel mag voeren, indien zij van elke in Nederland geregistreerde sterkte/dosering Vitamine D (Colecalciferol) er ten minste één aanwijst, en/of

Subsidiair

X de voorziening(en) te treffen die de voorzieningenrechter in dezen geraden voorkomt, en

Primair en subsidiair

XI Menzis te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente, dit alles met bepaling dat Menzis binnen een termijn van één week na betekening van dit vonnis aan de veroordeling zal voldoen, onder verbeurte van een dwangsom van

€ 15.000,00 voor iedere dag dat Menzis in gebreke blijft en/of de overtreding voortduurt.

3.2.

Menzis voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende uit de stellingen van Goodlife voort.

4.2.

Menzis heeft in het kader van een te voeren preferentiebeleid in de periode 2019-2021 besloten een preferent middel met de werkzame stof Colecalciferol aan te wijzen uitsluitend in de dosering 25.000IE of 30.000IE, met als gevolg dat door de minister als verzekerde prestatie aangewezen andere doseringen van de stof Colecalciferol niet langer door Menzis zullen worden vergoed. De vraag die partijen verdeeld houdt is of Menzis de bevoegdheid daartoe kan ontlenen aan artikel 2.8 lid 1 jo lid 3 van het Besluit Zorgverzekeringen (Bzv). De achtergrond van dit door Menzis ingezette beleid is dat de minister recentelijk heeft besloten Colecalciferol in de dosering van 800IE en 1.000IE niet meer aan te wijzen als geneesmiddel zoals bedoeld in artikel 2.8 lid 1 onder a Bzv, zodat het middel in die doseringen niet meer behoort tot de verzekerde prestaties. De gedachte achter het schrappen van het middel Colecalciferol in deze doseringen is dat dit in wezen geen geneesmiddelen zijn, maar voedingssupplementen die vrij verkrijgbaar zijn bij (onder andere) drogisterijen en door gebruikers dan maar zelf moeten worden gekocht en betaald. Dit brengt een kostenbesparing mee ten opzichte van aflevering van Colecalciferol op recept. Menzis vreest dat ten gevolge van die maatregel patiënten die tot op heden doseringen van 800IE of 1.000IE kregen voorgeschreven en gebruikten en deze vanaf 2019 niet langer vergoed zullen gaan krijgen, zullen worden omgezet naar een hogere dosering van 5.600IE, die nog wel behoort tot de door de minister aangewezen verzekerde prestaties. Om te komen tot een kostenreductie heeft Menzis daarom besloten om enkel nog een preferent middel van Colecalciferol in een van de veel hogere sterktes van 25.000IE of 30.000IE aan te wijzen en overige doseringen van vergoeding uit te sluiten, waarmee naast voorkoming van omzetting dan tevens kosten van aflevering door de apotheker worden bespaard omdat deze veel minder frequent in rekening kunnen worden gebracht dan bij aflevering in geringere doses. Volgens Goodlife is dat in de eerste plaats in strijd met artikel 2.8 Bzv.

4.3.

Op grond van artikel 11 Zvw heeft een verzekerde jegens de zorgverzekeraar recht op prestaties bestaande uit (de vergoeding van de kosten van) de zorg of overige diensten waaraan hij behoefte heeft. De inhoud en de omvang van deze prestaties zijn op grond van artikel 11 leden 3 en 4 Zvw nader geregeld in het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering (Rzv). Hier gaat het om artikel 2.8 Bzv waarin is geregeld wat de farmaceutische zorg omvat. In artikel 2.8 lid 1 onder a Bzv is bepaald dat de farmaceutische zorg ter handstelling omvat van bij de ministeriële regeling aangewezen geregistreerde geneesmiddelen voor zover die zijn aangewezen door de zorgverzekeraar. Colecalciferol is voor doseringen hoger dan 1.000IE opgenomen in de ministeriële regeling en daarmee in het geneesmiddelen vergoedingssysteem (GVS). Farmaceutische zorg omvat daarmee in beginsel ook terhandstelling van Colecalciferol in de verschillende aangewezen doseringen. De bij ministeriële regeling opgenomen geneesmiddelen behoren echter alleen tot de verzekerde farmaceutische zorg voor zover die zijn aangewezen door de zorgverzekeraar. In artikel 2.8 lid 3 Bzv is de bevoegdheid van de zorgverzekeraar tot aanwijzing geclausuleerd: deze geschiedt zodanig dat van alle werkzame stoffen die voorkomen in de bij ministeriële regeling aangewezen geneesmiddelen ten minste een geneesmiddel voor de verzekerde beschikbaar is.

4.4.

Volgens Goodlife brengt artikel 2.8 lid 3 Bzv met zich dat een geneesmiddel zoals Colecalciferol niet in de door de minister aangewezen doseringen hoger dan 1.000IE van vergoeding mag worden uitgesloten, omdat op die manier van dit geneesmiddel in die betreffende doseringen niet ten minste één middel beschikbaar is. Alleen geneesmiddelen die eenzelfde dosis van de werkzame stof bevatten, zijn volgens Goodlife identiek en onderling uitwisselbaar. Aangezien er bij invoering van het preferentiebeleid met ingang van 2019 niet een geneesmiddel met de werkzame stof Colecalciferol in andere doseringen dan 25.000IE of 30.000IE zal worden vergoed, is volgens Goodlife niet aan de eis van artikel 2.8 lid 3 Bzv voldaan en is Menzis niet bevoegd deze andere doseringen van vergoeding uit te sluiten. Menzis is het daar niet mee eens.

4.5.

In de tekst van artikel 2.8 lid 3 Bzv is de aanwijzingsbevoegdheid van de zorgverzekeraar daardoor begrensd dat van alle werkzame stoffen die voorkomen in geneesmiddelen op de lijst tenminste één geneesmiddel beschikbaar is voor de verzekerde. De in artikel 2.8 lid 3 Bzv neergelegde aanwijzingsbevoegdheid strekt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zover dat zorgverzekeraars kunnen bepalen dat van door de minister als verzekerde prestatie aangewezen verschillende doseringen van een bepaald geneesmiddel nog slechts één of enkele dosering(en) in het kader van een preferentiebeleid voor vergoeding in aanmerking komt/komen. Aangenomen moet worden dat in het kader van een te voeren preferentiebeleid een zorgverzekeraar in beginsel alleen bevoegd is om van beschikbare middelen met dezelfde werkzame stof in dezelfde dosering aan te wijzen welk middel in die dosering voor vergoeding in aanmerking komt en wel zodanig dat de desbetreffende werkzame stof in elke dosering die door de minister als verzekerde prestatie is aangewezen in ten minste één middel beschikbaar is. Door bepaalde doseringen die door de minister zijn aangewezen van vergoeding uit te sluiten, treedt Menzis buiten haar bevoegdheid en doet zij wat is voorbehouden aan de minister. De minister heeft bepaald dat alleen de doseringen 800IE en 1.000IE niet langer als verzekerde prestatie worden aangemerkt en het gaat dan niet aan dat Menzis nu eigenmachtig ook andere doseringen dan 25.000IE of 30.000IE van vergoeding uitsluit. Hoewel de werkzame stof Colecalciferol in de ene of andere dosering dezelfde is, wordt de werkzaamheid van geneesmiddelen mede bepaald door de dosering waarin de werkzame stof wordt toegediend, in die zin dat het behandelingsresultaat met toediening van die stof in een bepaalde dosering niet gelijk hoeft te zijn aan het behandelingsresultaat met toediening van die stof in een andere dosering. Professor [naam 2] heeft ten aanzien van de werkzame stof Colecalciferol ter zitting toegelicht dat als men in een langere periode één keer een heel hoge dosis toedient, de aanwezigheid van de hoeveelheid stof en de werkzaamheid in het lichaam niet gedurende de hele periode op een constant niveau is, terwijl dat resultaat wel kan worden bereikt bij een frequentere toediening van de stof in een lagere dosis. Door op deze manier uit Colecalciferol in verschillende doseringen zelf de keuze te maken voor een bepaalde dosis, zodanig dat andere doseringen niet meer worden vergoed, begeeft Menzis zich dus ook op het terrein van de arts die feitelijk moet beoordelen met welke dosering een patiënt moet worden behandeld om het vereiste (beste) behandelingsresultaat te verkrijgen.

4.6.

Dit betekent dat de handelwijze van Menzis die erop neerkomt dat uitsluitend de dosering 25.000IE of 30.000IE wordt vergoed in strijd is met het bepaalde in artikel 2.8 Bzv. Dit handelen is daarmee tevens onrechtmatig jegens Goodlife. Als gevolg van deze handelwijze bestaat de mogelijkheid dat Goodlife schade zal lijden, doordat producten in andere doseringen dan 25.000IE of 30.000IE die zij op de markt brengt van vergoeding worden uitgesloten. Goodlife heeft er daarom een gerechtvaardigd belang bij om maatregelen te vorderen die erop neerkomen dat Menzis geen uitvoering mag geven aan het thans vormgegeven preferentiebeleid 2019-2021. Nu Menzis een preferentiebeleid wil invoeren dat in strijd is met de wet, komt het in deze zaak verder niet aan op de beoordeling van de precieze vormgeving van het beleid en kan verder in het midden blijven wat daarvan zij.

4.7.

Een belangenafweging kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat er weinig twijfel over kan bestaan dat Menzis in strijd handelt met het Besluit Zorgverzekeringen en niet valt aan te nemen dat daarover in een bodemprocedure anders zal worden geoordeeld. Het financiële belang van Menzis om het door haar ontwikkelde preferentiebeleid met ingang van 2019 in te voeren is in de gegeven omstandigheden dan ook geen rechtmatig belang waarmee in dit kort geding rekening kan worden gehouden.

4.8.

Al het voorgaande leidt ertoe dat de vordering van Goodlife onder IV, strekkende tot een verbod voor Menzis om per 1 januari 2019 een preferentiebeleid ten aanzien van Vitamine D, zoals beschreven in het Beleidsdocument 2019-2021, te voeren, zal worden toegewezen, omdat het Menzis niet is toegestaan een preferentiebeleid te voeren dat in strijd is met de wet. In het kader van dit verbod mag Menzis ook geen uitvoering geven aan de daarop gebaseerde inkoopovereenkomsten met apothekers voor 2019 en dient zij haar Zorginkoopbeleid Farmaceutische Zorg 2019 aan te passen in die zin, dat voor het beoordelen van de preferentiecompliance van apothekers de afgeleverde Vitamine D buiten beschouwing wordt gelaten. Dit brengt met zich dat Menzis de informatievoorziening op haar website moet aanpassen aan het bepaalde in dit vonnis en behandelaars, apothekers, leveranciers en verzekerden daarvan adequaat dient te informeren. Ook de vorderingen onder V, VI en VII zullen daarom worden toegewezen.

4.9.

Voor het overige heeft te gelden dat reeds is geoordeeld dat Menzis het preferentiebeleid dat haar nu voor ogen staat niet mag voeren. Het is echter niet aan de voorzieningenrechter om Menzis in algemene zin te veroordelen een preferentiebeleid te voeren en ook niet een preferentiebeleid met een bepaalde inhoud. Indien Menzis een nieuw preferentiebeleid ontwikkelt met betrekking tot Colecalciferol, dient zij daarbij het bepaalde in dit vonnis in acht nemen, maar in deze procedure kan niet worden vooruitgelopen op de beantwoording van de vraag wat in dat verband wel of niet is toegestaan. De vorderingen strekkende daartoe zullen daarom worden afgewezen.

4.10.

Aangezien Menzis te kennen heeft gegeven zich te zullen houden aan dit vonnis en de voorzieningenrechter geen reden heeft om daaraan te twijfelen, zullen de veroordelingen niet worden versterkt met een dwangsom.

4.11.

Menzis zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Goodlife tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 81,00

  • -

    griffierecht € 626,00

  • -

    salaris advocaat € 980,00

Totaal € 1.687,00

4.12.

De gevorderde wettelijke rente en nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt Menzis per 1 januari 2019 een preferentiebeleid ter zake Vitamine D, zoals beschreven in haar Beleidsdocument 2019-2021, uit te voeren,

5.2.

gebiedt Menzis binnen één week na betekening van dit vonnis de inkoopovereenkomsten met apothekers voor 2019 en het Zorginkoopbeleid Farmaceutische Zorg 2019 aan te passen in die zin dat voor het beoordelen van de preferentiecompliance van apothekers de afgeleverde Vitamine D buiten beschouwing wordt gelaten,

5.3.

gebiedt Menzis binnen één week na betekening van dit vonnis de informatievoorziening op haar website ter zake het preferentiebeleid Vitamine D in overeenstemming te brengen met het bepaalde in dit vonnis,

5.4.

gebiedt Menzis binnen één week na betekening van dit vonnis alle behandelaars, apothekers, leveranciers alsook verzekerden adequaat te informeren omtrent de in dit vonnis toegewezen voorzieningen ter zake het preferentiebeleid voor Vitamine D, met gelijktijdige verzending van een afschrift van deze mededeling(en) en de bijbehorende verzendlijst aan de advocaat van Goodlife,

5.5.

veroordeelt Menzis tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Goodlife tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.687,00, waarin begrepen € 980,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.6.

veroordeelt Menzis, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Goodlife volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 157,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.7.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] op 1 november 2018.