Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4885

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-11-2018
Datum publicatie
19-11-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 268
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Precariobelasting. Eiseres is door de eigenaar aangewezen als netbeheerder van gasleidingen. Gelet op het arrest van de Hoge Raad in de zaak Muiden is eiseres terecht aangeslagen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur leiden niet tot een ander oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 20-11-2018
FutD 2018-3126
V-N Vandaag 2018/2560
NTFR 2018/2917
NTFR 2018/2920
NLF 2018/2594 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 18/268

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 13 november 2018

in de zaak tussen

[X] N.V., te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tiel, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2017 op 20 mei 2017 een aanslag precariobelasting opgelegd van € 1.254.515.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 29 november 2017 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 9 januari 2018, ontvangen door de rechtbank op 10 januari 2018, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2018.

Eiseres is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Namens verweerder is mr. [gemachtigde] verschenen.

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is netbeheerder en economisch eigenaar van de gasnetten in de gemeente Tiel (hierna: de gemeente). De leidingen bevinden zich deels in de grond die eigendom is van de gemeente. Juridisch eigenaar van het netwerk is [A] N.V.

2. In de gemeente geldt voor het jaar 2017 de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting ter zake van buizen, draden, kabels of leidingen 2016 (hierna: de Verordening). Artikel 3 van de Verordening luidt als volgt:

“1. Ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen ter zake waarvan op grond van de gaswet of Elektriciteitswet een netbeheerder is aangewezen, wordt de precariobelasting geheven van de door de minister aangewezen netbeheerder.

2. In alle andere gevallen wordt de precariobelasting geheven van degene die buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.”

Geschil

3. In geschil is of de aanslag precariobelasting terecht is opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of eiseres in de heffing kan worden betrokken, omdat zij niet door de minister, maar door de eigenaar op grond van de Gaswet is aangewezen als netbeheerder. Daarnaast heeft eiseres zich beroepen op schending van een aantal algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Beoordeling van het geschil

4. De Hoge Raad heeft op 21 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1700) arrest gewezen in een vergelijkbare situatie betreffende de gemeente Muiden. Artikel 3 van de desbetreffende verordening is (nagenoeg) gelijkluidend aan artikel 3 van de onderhavige Verordening. De overwegingen van de Hoge Raad houden (samengevat) in dat weliswaar de bewoordingen van het eerste lid van artikel 3 van de Verordening alle gevallen lijken te omvatten waarin op grond van de Gaswet of de Elektriciteitswet een netbeheerder is aangewezen, maar in het slot van dat eerste lid alleen de door de Minister aangewezen netbeheerder als belastingplichtige is aangemerkt. Daarom moet worden aangenomen dat het niet de bedoeling van de gemeentelijke wetgever is geweest elke (andere) op grond van de Gaswet of de Elektriciteitswet aangewezen netbeheerder onder de werking van het eerste lid te brengen. Dat betekent dat alle gevallen waarin een netbeheerder niet door de Minister is aangewezen, behoren tot de “andere gevallen” bedoeld in het tweede lid van dat artikel.

5. De rechtbank ziet geen aanleiding in deze zaak tot een ander oordeel te komen. Eiseres valt onder artikel 3, tweede lid, van de Verordening, omdat sprake is van een ander geval dan de gevallen die het eerste lid omvat. Dit leidt tot de conclusie dat eiseres belastingplichtig is voor de precarioheffing over haar netwerken in de gemeente.

6. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de heffing in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Bij al deze gronden gaat zij echter telkens uit van de onjuiste aanname dat zij niet onder de reikwijdte van de “andere gevallen” als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Verordening valt. Er is een voldoende duidelijke wettelijke grondslag voor de heffing, verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld en de aanslag is niet willekeurig omdat deze past binnen de uitleg die de Hoge Raad aan artikel 3 van de Verordening heeft gegeven.

7. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, voorzitter, mr. A.M.F. Geerling en mr. J.J. Westerbaan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Roosma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 13 november 2018

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.