Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4785

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-11-2018
Datum publicatie
15-11-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 939
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OVW politie. Het besluit van verweerder van 3 januari 2017 over de compensatie heeft het karakter van buitenwettelijk begunstigend beleid. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder het beleid niet consistent heeft toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: 18/939

uitspraak van de meervoudige kamer van 8 november 2018

in de zaak tussen

[eiser 1] , te [woonplaats 1] ,

[eiser 2] , te [woonplaats 2] ,

[eiser 3] , te [woonplaats 3] ,

eisers

(gemachtigde: aanvankelijk mr. M. Wegerif, thans mr. S.G. Volbeda),

en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 24 augustus 2017 (de primaire besluiten) heeft verweerder eisers een compensatie toegekend door hen met ingang van 1 januari 2017 te plaatsen in de eerste periodiek van de bij salarisschaal 10 behorende periodiekenreeks voor Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden (OVW).

Bij besluit van 10 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is, tezamen met de zaken 17/6385, 17/6394, 17/6426, 17/6427, 18/704, 18/874, 18/892, 18/910 en 18/1767, gevoegd behandeld op de zitting van 10 oktober 2018. Eisers [eiser 1] en [eiser 1] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde die tevens eiser [eiser 2] vertegenwoordigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. van den Bergh, mr. H.J. de Wit en F.J.H. Günther.

In de zaken 17/6385, 17/6394, 17/6426, 17/6427, 18/704, 18/874, 18/892, 18/910 en 18/1767 wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie 2008-2010 is onder meer

afgesproken dat voor de sector Politie landelijk een nieuw functiegebouw zal gaan gelden. Er is vervolgens een stelsel van 92 organieke functies met daarbij behorende functiebeschrijvingen ontwikkeld, voorzien van een waardering per organieke functie. Aan de functies zijn daar waar nodig geacht werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten gekoppeld. Dit geheel wordt aangeduid als het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) en is door de voormalige Minister van Veiligheid en Justitie (hierna: de Minister) vastgelegd in de Regeling vaststelling LFNP. Invoering van het LFNP geschiedt in stappen, hetgeen is beschreven in de Regeling overgang naar een LFNP functie (hierna: de Regeling), vastgesteld door de Minister op 8 mei 2013 en gepubliceerd in de Staatscourant. 1

De korpschef heeft in brieven van 31 juli 2013 en 8 augustus 2013, gericht aan alle medewerkers, benadrukt dat de vertraging in de toekenning van de LFNP-functie geen financiële gevolgen voor hen heeft. Uitkering van financiële aanspraken die samenhangen met de toekenning van een LFNP-functie, vindt met terugwerkende kracht plaats.

Eisers zijn werkzaam geweest in de voormalige korpsfunctie van Docent C MBO bij de Politieacademie. Bij besluiten van 16 december 2013 zijn zij met ingang van 1 januari 2012 overgegaan naar de LFNP-functie van Docent C in het domein Ondersteuning, vakgebied Docenten. Deze functie geeft geen recht op een OVW-toelage. Deze besluiten zijn in rechte vast komen te staan, bij eiser Matla na beroep en hoger beroep.

Bij brief van 23 september 2014 heeft de Politieacademie de Minister verzocht om enkele aanpassingen in het LFNP aan te brengen, onder meer omdat daarin geen rekening was gehouden met het geven van politieonderwijs in de operationele uitvoeringspraktijk door executieve politieambtenaren. De Minister heeft deze kwestie ingebracht in het Centraal Georganiseerd Overleg Politieambtenaren (CGOP). In februari 2016 is in het CGOP overeenstemming bereikt over een structurele oplossing en de termijn daarvoor. Vervolgens zijn de functies van Operationeel Begeleider B (schaal 9) en Operationeel Begeleider A (schaal 10) ontwikkeld. In april 2016 is een voorgenomen besluit tot vaststelling van deze twee nieuwe LFNP-functies doorgeleid naar het CGOP. Op 2 juni 2016 is het protocol dynamisch beheer en onderhoud (process-flow) in het CGOP vastgesteld. Het CGOP heeft op 7 juli 2016 ingestemd met de voorgestelde aanpassing van het LFNP. Op 24 april 2017 is de Regeling van de Minister van 11 april 2017, houdende wijziging van de vaststelling van de Regeling vaststelling LFNP, in de Staatscourant gepubliceerd.2 Deze wijziging is met ingang van 7 juli 2016 in werking getreden en houdt onder meer in dat in bijlage 1, behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Regeling vaststelling LFNP in het domein Uitvoering het vakgebied Operationele Begeleiding is toegevoegd met daarin de functies van Operationeel Begeleider B en Operationeel Begeleider A. De kerntaak van deze functies is het trainen, begeleiden en coachen van politiemedewerkers en teams tijdens de uitvoering van hun operationele werkzaamheden in de openbare ruimte. Deze functies geven recht op een OVW-toelage.

De korpsleiding heeft op 3 januari 2017 besloten om de medewerkers die geplaatst worden op deze nieuwe LFNP-functies een compensatie toe te kennen, bestaande uit enerzijds een financiële tegemoetkoming en anderzijds een direct hogere inschaling in de OVW-periodiekenreeks. Er is een commissie ingesteld voor de nadere uitwerking, berekening en vaststelling van de compensatie voor elke daarvoor in aanmerking komende medewerker. Deze commissie heeft nadien voor de Operationeel Specialisten ook een (beperktere) compensatie vastgesteld.

Bij besluiten van 20 april 2017 heeft verweerder eisers met ingang van 1 januari 2017 geplaatst op de functie van Operationeel Specialist B. Daarbij is hun met ingang van dezelfde datum een OVW-toelage toegekend. Tegen een eventueel genomen beslissing op bezwaar hierover is geen beroep ingesteld.

2. Verweerder heeft eisers een compensatie toegekend door hen met ingang van 1 januari 2017 te plaatsen in de eerste periodiek van de bij salarisschaal 10 behorende OVW-periodiekenreeks. Hieraan is ten grondslag gelegd dat de door de korpsleiding vastgestelde compensatieregeling aanvankelijk alleen voor de functie van Operationeel Begeleider gold, omdat de Operationeel Specialisten in het algemeen meer met coördinerende taken zijn belast en minder met uitvoerende werkzaamheden. De commissie die met de uitvoering van de compensatieregeling was belast, heeft nadien ook aan de Operationeel Specialisten een compensatie toegekend.

3. Eisers voeren aan dat in het oorspronkelijke LFNP sprake is van een weeffout, in het bijzonder omdat daarin onvoldoende rekening is gehouden met het geven van politieonderwijs in de operationele uitvoeringspraktijk. Nu eisers al op 1 januari 2012 de werkzaamheden behorende bij de functie van Operationeel Specialist B verrichtten en sindsdien zijn blijven verrichten, dienen zij volledig gecompenseerd te worden voor vanaf 1 januari 2012 gemiste OVW-periodieken, bijvoorbeeld in de vorm van een waarnemingstoelage. Eisers beroepen zich op de brieven van de korpschef van 31 juli 2013 en 8 augustus 2013, waarin wordt aangegeven dat de vertraging in het toekennen van de LFNP-functie geen financiële gevolgen heeft en uitkering van financiële aanspraken die samenhangen met de toekenning van een LFNP-functie met terugwerkende kracht plaatsvindt. Eisers willen in ieder geval dezelfde compensatie ontvangen als de Operationeel Begeleiders en beroepen zich in dit verband op het gelijkheidsbeginsel.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

5. De rechtbank stelt voorop dat eisers geen beroep hebben ingesteld tegen hun plaatsing in de functie van Operationeel Specialist B met ingang van 1 januari 2017 en de toekenning van een OVW-toelage met ingang van dezelfde datum. Daarmee worden de besluiten van verweerder hierover naar inhoud en wijze van totstandkoming geacht rechtmatig te zijn.

6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het besluit van de korpsleiding van 3 januari 2017 een besluit van algemene strekking is dat slechts beperkt toetsbaar is. Daarbij is verwezen naar artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht en rechtsoverweging 4.2.2. van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 2 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3801 tot en met 3803.

7. De rechtbank stelt vast dat het besluit van de korpschef van 3 januari 2017 geen grondslag vindt in enig wettelijk voorschrift. Daarmee heeft dit besluit het karakter van buitenwettelijk begunstigend beleid. De vaststelling van de compensatie voor Operationeel Specialisten door de commissie die met de uitvoering van de compensatieregeling was belast moet worden gezien als een uitbreiding van dat beleid. Volgens vaste rechtspraak dient de bestuursrechter het bestaan en de inhoud van dergelijk beleid als een gegeven te aanvaarden en is de rechterlijke toetsing beperkt tot de vraag of het bestuursorgaan het beleid consistent heeft toegepast. De bestuursrechter kan niet treden in de vraag of het beleid redelijk is. Er is evenmin ruimte voor een beoordeling van het beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel. 3

Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder het beleid niet consistent heeft toegepast.

8. Voor zover eisers betogen dat hun een waarnemingstoelage had moeten worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een besluit daarover in dit geding niet voorligt. Indien eisers van mening zijn dat zij daarvoor in aanmerking (dienen te) komen, kunnen zij een aanvraag daartoe doen.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. van Gijn, voorzitter, mr. M.P. Bos en mr. P.L. de Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.A. Kajim-Panjer, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 8 november 2018

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Staatscourant 2013, nr. 13141.

2 Staatscourant 2017, nr. 22386.

3 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 11 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1