Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4712

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-11-2018
Datum publicatie
02-11-2018
Zaaknummer
05/840317-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vechtpartij op boot, geldboete, noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840317-17

Datum uitspraak : 2 november 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

raadsman: mr. J.W. Schouten, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 oktober 2017 en 19 oktober 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

zij op of omstreeks 28 juli 2016 op een passagiersschip (van Smyrilline) en/of

op de vaarroute van IJsland naar Denemarken, te IJsland en/of Denemarken,

althans de Noord-Atlantische Oceaan en/of Noordzee openlijk, te weten op een

voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke

ruimte, te weten de lounge/het café van passagiersschip Smyrilline, in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het - duwen in/op/tegen het lichaam en/of - (met kracht) vastpakken van een/de arm(en) en/of - (meermalen) (met kracht) trekken aan de haren en/of - (meermalen) (met kracht) stompen/slaan in/op/tegen het oog en/of de wenkbrauw en/of de lip en/of het (rechter) oor, althans het gezicht/hoofd;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

zij op of omstreeks 28 juli 2016 te 2016 op een passagiersschip (van

Smyrilline) en/of op de vaarroute van IJsland naar Denemarken, te IJsland

en/of Denemarken, althans de Noord-Atlantische Oceaan en/of Noordzee tezamen

en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] heeft

mishandeld door die [slachtoffer 1] (met kracht) (bij de arm(en)) vast te pakken

en/of aan de haren te trekken;

2.

zij op of omstreeks 28 juli 2016 te op een passagiersschip (van Smyrilline) en/of op de vaarroute van IJsland naar Denemarken, te IJsland en/of Denemarken, althans de Noord-Atlantische Oceaan en/of Noordzee [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (meermalen) (met kracht) in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd te trappen/schoppen en/of te stompen/slaan (tengevolge waarvan de bril van die [slachtoffer 2] is (af)gebroken);

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 28 juli 2016 bevond verdachte zich op een passagiersschip van Smyrilline op de vaarroute van IJsland naar Denemarken. Op een gegeven moment is op het schip een vechtpartij uitgebroken waarbij verdachte aanwezig was.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak voor beide feiten.

Ten aanzien van feit 1 stelt de verdediging dat verdachte geen aandeel in het geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gehad.

Ten aanzien van feit 2 doet de verdediging primair een beroep op noodweer. Subsidiair stelt de verdediging dat de opzet van verdachte niet gericht is geweest op het mishandelen van [slachtoffer 2] .

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

De getuigen die niet als verdachten zijn aangemerkt hebben bij de rechter-commissaris verklaren over het begin van de vechtpartij.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] een glas wijn naar verdachte gooide, dat het daarna heel snel ging en dat zij zag dat [slachtoffer 1] verdachte van zich afduwde. Verdachte viel daardoor in de richting van [getuige 2] en [slachtoffer 2] .3

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] de inhoud van een glas wijn naar verdachte gooide. [naam 1] en [naam 2] kwamen aanlopen en ineens was het oorlog. Verdachte kreeg een zet van [slachtoffer 1] , die half op een bank en half op een tafel stond. Verdachte viel daardoor half over de tafel en kwam bij [slachtoffer 2] op schoot terecht.4

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat, nadat [slachtoffer 1] de inhoud van haar glas richting verdachte gooide men elkaar “in de haren” vloog en verdachte werd geduwd en op schoot bij [slachtoffer 2] belandde.5

Uit alle genoemde verklaringen volgt ook dat, nadat verdachte bij [slachtoffer 2] op schoot belandde, zij door hem werd vastgehouden tot zij rustig werd, terwijl er nog werd gevochten tussen [naam 2] en [slachtoffer 1] .

Gelet op de verklaringen van de getuigen die zelf niet actief bij het incident betrokken waren, kan de rechtbank met onvoldoende zekerheid vaststellen dat verdachte op enige wijze aan het tenlastegelegde geweld heeft bijgedragen. Uit deze verklaringen komt eerder naar voren dat die handelingen zijn verricht nadat verdachte al op de schoot van [slachtoffer 2] terecht was gekomen. De laatste verhinderde vervolgens dat verdachte zich verder in het incident mengde. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld in vereniging zoals beschreven in de tenlastelegging en zal verdachte daarom van het primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2:

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte hem een harde trap in het gezicht gaf waardoor zijn bril brak.

Hierover is door de genoemde getuigen als volgt verklaard.

Getuigen [getuige 3] en [getuige 4] hebben verklaard dat verdachte toen ze bij [slachtoffer 2] op schoot lag draaide en spartelde.6 [getuige 4] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] hem later zijn kapotte bril liet zien.7

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte op schoot lag bij [slachtoffer 2] en aan het slaan en schoppen was. Getuige zag dat ze daarbij de bril van [slachtoffer 2] kapot sloeg.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte aan het spartelen en aan het slaan was.9

Uit deze verklaringen leidt de rechtbank af dat verdachte nadat zij bij [slachtoffer 2] op schoot belandde, in het wilde weg is gaan slaan en schoppen, waarbij zij [slachtoffer 2] tegen het hoofd heeft geschopt of geslagen, een actie waarbij zijn bril kapot is gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door op die manier om zich heen te trappen en te slaan bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij [slachtoffer 2] daarbij zou raken. Nu hierdoor de bril van aangever is gesneuveld gaat de rechtbank ervan uit dat dit zo hard is gegaan dat [slachtoffer 2] daardoor pijn heeft ondervonden. De rechtbank acht mishandeling dan ook bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op of omstreeks 28 juli 2016 te op een passagiersschip (van Smyrilline) en/of op de vaarroute van IJsland naar Denemarken, te IJsland en/of Denemarken, althans de Noord-Atlantische Oceaan en/of Noordzee [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (meermalen) (met kracht) in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd te trappen/schoppen en/of te stompen/slaan (tengevolge waarvan de bril van die [slachtoffer 2] is (af)gebroken);

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

mishandeling

5 De strafbaarheid van het feit

De verdediging heeft een beroep gedaan op noodweer. Volgens de verdediging was het handelen van verdachte een reactie op het vastgrijpen door [slachtoffer 2] en had verdachte het recht om zich tegen [slachtoffer 2] te verdedigen.

Over het handelen van [slachtoffer 2] hebben de genoemde getuigen het volgende verklaard.

[getuige 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] verdachte stevig vasthield en zei dat hij haar los zou laten als ze rustig bleef. Het verzet van verdachte stopte toen. [slachtoffer 2] was niet agressief, hij was vrij rustig.

[getuige 4] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] verdachte vasthield en riep dat hij haar los zou laten als ze rustig was. Volgens [getuige 4] deed [slachtoffer 2] precies wat hij moest doen.

[getuige 2] heeft verklaard dat verdachte aan het slaan en schoppen was en [slachtoffer 2] haar bij haar been en arm pakte. [slachtoffer 2] zei dat hij haar los zou laten als ze rustig was. Op een gegeven moment gebeurde dat ook.

[getuige 1] heeft verklaard dat verdachte aan het spartelen en slaan was en dat [slachtoffer 2] haar vasthield bij de schouder en het bekken. Hij zei dat hij haar los zou laten als ze rustig was. [getuige 1] dacht nog “wat ben je rustig”.

Uit deze verklaringen blijkt niet van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer 2] waartegen verdachte zich mocht verdedigen. De rechtbank verwerpt het verweer.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van 750 euro, te vervangen door 15 dagen hechtenis, waarvan 400 euro, te vervangen door 8 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de rol van aangeefster [slachtoffer 1] en met de omstandigheid dat verdachte en [slachtoffer 2] zich bereid hebben verklaard aan mediation deel te nemen, hetgeen niet is geëffectueerd omdat [slachtoffer 1] daar niet aan wilde deelnemen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 19 september 2018.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door iemand tegen het hoofd te schoppen of slaan, waardoor diens bril is gebroken. Gelet op het blanco strafblad van verdachte en het tijdsverloop zal de rechtbank volstaan met een voorwaardelijke geldboete. Nu het feit is gepleegd in 2016 acht de rechtbank een proeftijd van 1 jaar voldoende.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.858,83 waarvan € 2.500,- immateriële schade. Voorts vordert de benadeelde partij een bedrag van € 4.145,48 voor kosten rechtsbijstand.

Nu verdachte wordt vrijgesproken van het feit waar de vordering op ziet zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een geldboete van € 250,- (tweehonderdenvijftig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis;

 bepaalt, dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op één jaar wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

 verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. J.M. Hamaker en mr. S. Boot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 november 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016621594, gesloten op 30 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 19 oktober 2018; proces-verbaal van aangifte, p. 8-10.

3 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] bij de rechter-commissaris.

4 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] bij de rechter-commissaris.

5 Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] bij de rechter-commissaris.

6 Processen-verbaal van verhoren [getuige 3] en [getuige 4] bij de rechter-commissaris.

7 Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] bij de rechter-commissaris

8 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] bij de rechter-commissaris.

9 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] bij de rechter-commissaris.