Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4639

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-10-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
05/760149-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 137 Wetboek van Militair Strafrecht. Schuld bij het niet opvolgen van een dienstvoorschrift, waarbij levensgevaar voor personen en gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Vereiste veiligheidsmaatregelen bij wapengebruik waren niet genomen. Veroordeling tot 30 uur werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/760149-17

Datum uitspraak : 29 oktober 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 15 oktober 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij als militair, op of omstreeks 28 augustus 2017, te of nabij Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig,

het dienstvoorschrift VS-7-511 (Pistool Glock) en het dienstvoorschrift Uitvoeringsbepalingen KMar vuurwapens en munitie (Nr. A/005 A Te beschermen Belangen Wapens en Munitie), waarin in respectievelijk deel 0 onder 3 (Veiligheidsregels) en punt 4 (laden en ontladen van wapens) (onder meer) is voorgeschreven dat:

 personeel dat het wapen in gebruik of beheer heeft op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd (deel 0 onder 3), en/of

 voordat de veiligheidsmaatregelen zijn genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is, omdat het uitwendig niet te zien is of het wapen ontladen is (deel 0 onder 3.a), en/of

 voor het uiteennemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (deel 0 onder 2.c), en/of

 voor iedere wapeninspectie de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (deel 0 onder 2.d.), en/of

 wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (deel 0 onder 3.f.), en/of

 de laad- en ontlaadhoek bij alle veiligheidsgerelateerde handelingen, waaronder het laden en ontladen van een wapen, gebruikt dient te worden (Nr. A/005, punt 4),

niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij verdachte, aldaar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, in de wapenonderhoudsruimte op de Koningin Maximakazerne, een pistool (Glock 17) ter onderhoud uit zijn holster heeft genomen en/of het wapen (vervolgens) geprobeerd heeft uiteen te nemen, althans, het wapen uiteen wilde gaan nemen, zonder dat hij, verdachte, als gebruiker van dit wapen zich (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin zijn wapen verkeerde en/of zonder dat hij, verdachte, voor het uiteennemen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat hij, verdachte, voor het inspecteren van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat hij, verdachte, bij het uitvoeren van veiligheidsgerelateerde handelingen gebruik had gemaakt van de laad- en ontlaadhoek, waarbij/waarna er door hem, verdachte, een schot werd gelost, althans uit dat wapen een schot werd gelost, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar voor een ander, te weten de zich in de directe nabijheid van hem, verdachte, bevindende [naam] en/althans gemeen gevaar voor die [naam] en/of verdachte en/of gemeen gevaar voor goederen, te weten een (onderhouds)tafel en/of muur (van de onderhoudsruimte) en/of

overige in de directe nabijheid van hem, verdachte, bevindende goederen is ontstaan, althans te duchten was;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte is als militair aangesteld bij de Koninklijke Marechaussee. Op 28 augustus 2017 was verdachte op de Koningin Maximakazerne te Badhoevedorp waar hij in het kader van de Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT) een schietles heeft gevolgd. Aan het begin van de IBT is verdachte door de schietinstructeurs geattendeerd op de veiligheidsmaatregelen. Na de schietles heeft verdachte zijn dienstwapen, een Glock 17, zelfstandig op de schietbaan ontladen. Op weg naar de wapenonderhoudskamer heeft verdachte zijn patroonhouder weer in zijn wapen gedaan, maar was zich hier niet van bewust. Hij is vervolgens samen met [naam] (hierna: [naam] ) naar de wapenonderhoudsruimte gegaan. Verdachte heeft daar zijn dienstwapen ter hand genomen voor onderhoud. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat zijn wapen leeg was en heeft voorafgaand aan het wapenonderhoud niet eerst de veiligheidsmaatregelen in acht genomen. Verdachte heeft vervolgens de slede van het wapen naar achter gehaald. Aangezien er een gevulde patroonhouder in het wapen zat, is er een patroon in de kamer terechtgekomen. Toen verdachte de trekker van het geladen wapen overhaalde, werd een schot gelost. [naam] stond op dat moment naast verdachte aan de onderhoudstafel. Verdachte heeft geen gebruik gemaakt van de in de onderhoudsruimte aanwezige laad- en ontlaadhoek.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde waarbij verdachte in ernstige mate nalatig heeft gehandeld. Volgens de officier van justitie kan niet worden bewezen dat sprake is van opzet, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de in de onderhoudsruimte aanwezige laad- en ontlaadhoek omdat hij in de veronderstelling was dat het wapen was ontladen. De verdachte heeft ter terechtzitting voorts verklaard dat hij in de veronderstelling was dat er geen gevulde patroonhouder in zijn dienstwapen zat, toen hij de slede naar achter trok. Hij heeft vervolgens onbewust de trekker van het wapen overgehaald waardoor het schot werd gelost. De verdachte heeft verklaard niet opzettelijk te hebben gehandeld.

Beoordeling door de militaire kamer

Overtreden dienstvoorschrift

In het dienstvoorschrift VS-7-511 (Pistool Glock 17) staan onder andere de volgende veiligheidsmaatregelen en -regels beschreven:

2 Veiligheidsmaatregelen
Neem in de volgende gevallen de veiligheidsmaatregelen:
a) (...)
b) (...)
c) Voor het uiteennemen.
d) (...).

Uitvoering:

- Houdt het wapen met de loop in een veilige richting met de vinger gestrekt langs de beugelkrop.

- Neem wanneer er een patroonmagazijn is geplaatst deze uit het wapen en controleer of zich hierin munitie bevindt.

- Trek de slede naar achteren.

- Controleer of de kamer leeg is.

- Laat de slede onder geleide naar voren gaan en haal de trekker over.

- (...)

3 Algemene veiligheidsregels

Personeel dat het pistool in gebruik of in beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en er op toezien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.
a) Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, moet het wapen behandeld worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is. (...). 3

In een nota van de Commandant Koninklijke Marechaussee van 17 augustus 2009 is bepaald dat bovenstaande voorschriften ook van toepassing zijn op militairen van de Koninklijke Marechaussee, zoals verdachte.4

Voorts staat in het dienstvoorschrift Uitvoeringsbepalingen KMar vuurwapens en munitie (Nr. A/005A Te beschermen Belangen Wapens en Munitie) het volgende geschreven:

4 Laden en ontladen van wapens

(...) Op elke KMar-object is een zogenaamde “laad- en ontlaadhoek” geplaatst. Deze laad- en ontlaadhoek dient gebruikt te worden bij alle veiligheidsgerelateerde handelingen waaronder het laden en ontladen van een wapen. (...) 5

Verdachte heeft verklaard dat hij bekend is met de regelgeving omtrent het laden en ontladen van zijn dienstwapen.6

Vast staat dat verdachte, voorafgaand aan het onderhoud van zijn wapen, bovenstaande dienstvoorschriften niet heeft nageleefd. Hierbij neemt de militaire kamer mede in aanmerking dat uit technisch onderzoek is gebleken dat er geen afwijkingen zijn geconstateerd aan de Glock 17 van verdachte. Het verkeerde zowel wapen- als schiet technisch in prima staat en het was niet mogelijk dat het wapen spontaan een schot kon laten afgaan zonder dat de trekker actief werd bediend.7 Het kan daarom niet anders dan dat verdachte het schot heeft gelost door het overhalen van de trekker. Daarbij heeft verdachte nagelaten de van toepassing zijnde dienstvoorschriften in acht te nemen.

Opzet of schuld?

De militaire kamer is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk, ook niet in voorwaardelijke zin, de dienstvoorschriften heeft overtreden. De militaire kamer zal verdachte hiervan vrijspreken.

De vraag die de militaire kamer vervolgens dient te beantwoorden is of het niet opvolgen van de dienstvoorschriften het gevolg is van een (ernstige) nalatigheid. De militaire kamer begrijpt deze formulering als een vorm van schuld in de gradaties ‘aanmerkelijke schuld’ dan wel ‘grove schuld’ en concludeert dat de opsteller van de tenlastelegging niet heeft beoogd de zwaarste schuldvorm ‘roekeloosheid’ ten laste te leggen.

Om tot een bewezenverklaring van ‘schuld’ in de zin van artikel 137 Wetboek van Militair Strafrecht (hierna: WMSr) te komen, is vereist dat verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk oplettend, onvoorzichtig of onachtzaam heeft gedragen. Hiervoor geldt dat in ieder geval sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van (verwijtbare) onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij wordt opgemerkt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het incident kan worden afgeleid dat sprake is van schuld als bedoeld in artikel 137 WMSr.

Bij de beoordeling van de mate van schuld in deze strafzaak gaat de militaire kamer uit van het navolgende.

Verdachte heeft verklaard dat hij gecertificeerd is en alle Integrale Beroepsvaardigheden Training (hierna: IBT) heeft gevolgd. Tevens is hij sinds 1993 executief en wapendragend.

Verdachte heeft in strijd met de veiligheidsvoorschriften, die hij gezien zijn ruime ervaring goed kende, niet of onvoldoende zijn wapen gecontroleerd op de aanwezigheid van munitie. Evenmin heeft hij het voorschrift nageleefd dat de veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen voor het uiteennemen van het wapen en dat het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen. Tot slot had verdachte de ontlaadbak – die aanwezig was in deze wapenonderhoudskamer8 – moeten gebruiken bij alle veiligheidsgerelateerde handelingen. De omstandigheid dat verdachte naar eigen zeggen in de veronderstelling verkeerde dat het wapen ontladen was, ontslaat verdachte naar het oordeel van de militaire kamer niet van de verplichting deze veiligheidsmaatregelen te nemen. De veiligheidsmaatregelen zijn immers verplicht, onafhankelijk van de vraag of de persoon voor wie de verplichting geldt weet of denkt te weten of het wapen al dan niet geladen is. Ze zijn juist mede bedoeld om risico’s die voortvloeien uit vergissingen op dit punt uit te sluiten dan wel te beperken.

Naar het oordeel van de militaire kamer is verdachte ernstig nalatig geweest bij het verzuimen van de, in de betreffende dienstvoorschriften voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Verdachte was op de hoogte van de voorschriften en hij is als professioneel wapendrager ook op de hoogte van de grote risico’s die voortvloeien uit het onjuist gebruik van een vuurwapen, zeker in de nabije aanwezigheid van andere personen. Hij weet dat de veiligheidsmaatregelen in het belang van de veiligheid in de voorgeschreven omstandigheden altijd uitgevoerd dienen te worden. Dat geldt ook als hij in de (onjuiste) veronderstelling verkeerde dat het wapen ontladen was. Met het desalniettemin veronachtzamen van deze veiligheidsmaatregelen is hij in ernstige mate nalatig geweest. Dit leidt tot de conclusie dat er sprake is van aanmerkelijke schuld, in ernstige mate nalatig handelen.

Levensgevaar en/of gemeen gevaar voor personen

De vraag die de militaire kamer vervolgens moet beantwoorden, is of er levensgevaar en/of gemeen gevaar voor personen te duchten is geweest. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest.

Verdachte bevond zich in een kleine ruimte van de Koningin Maximakazerne samen met [naam] . Zij stonden op een meter afstand naast elkaar aan de onderhoudstafel met hun gezicht richting de muur. [naam] stond links van verdachte. Nadat verdachte diverse handelingen aan zijn wapen had verricht en vervolgens de trekker overhaalde en het schot afging, hield hij het wapen schuin rechts naar het werkblad van de onderhoudstafel voor zich gericht, waarna de kogel via het werkblad van de onderhoudstafel de muur tegenover verdachte raakte. De kogelpunt is door een van de IBT-instructeurs uit de linkerhoek van de ruimte van de grond gepakt. [naam] bevond zich ook aan de linkerzijde van verdachte.9

De militaire kamer constateert dat de kogelpunt richting [naam] had kunnen ricocheren. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat een afketsende kogel een ongecontroleerde richting aan kan nemen. Aangezien [naam] zich in de directe nabijheid van verdachte bevond, was levensgevaar voor hem te duchten. De kogel had immers een vitaal lichaamsdeel van [naam] kunnen raken.

Voorts is de militaire kamer van mening dat er, gelet op de aanwezige onderhoudstafel en andere goederen en de mogelijke schade die een inslag kan veroorzaken eveneens gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij als militair, op of omstreeks 28 augustus 2017, te of nabij Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig,

het dienstvoorschrift VS-7-511 (Pistool Glock) en het dienstvoorschrift Uitvoeringsbepalingen KMar vuurwapens en munitie (Nr. A/005 A Te beschermen Belangen Wapens en Munitie), waarin in respectievelijk deel 0 onder 3 (Veiligheidsregels) en punt 4 (laden en ontladen van wapens) (onder meer) is voorgeschreven dat:

 personeel dat het wapen in gebruik of beheer heeft op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd (deel 0 onder 3), en/of

 voordat de veiligheidsmaatregelen zijn genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is, omdat het uitwendig niet te zien is of het wapen ontladen is (deel 0 onder 3.a), en/of

 voor het uiteennemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (deel 0 onder 2.c), en/of

voor iedere wapeninspectie de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (deel 0 onder 2.d.), en/of

wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (deel 0 onder 3.f.), en/of

 de laad- en ontlaadhoek bij alle veiligheidsgerelateerde handelingen, waaronder het laden en ontladen van een wapen, gebruikt dient te worden (Nr. A/005, punt 4), niet heeft opgevolgd,

hierin bestaande dat hij verdachte, aldaar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, in de wapenonderhoudsruimte op de Koningin Maximakazerne, een pistool (Glock 17) ter onderhoud uit zijn holster heeft genomen en/of het wapen (vervolgens) geprobeerd heeft uiteen te nemen, althans, het wapen uiteen wilde gaan nemen, zonder dat hij, verdachte, als gebruiker van dit wapen zich (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin zijn wapen verkeerde en/of zonder dat hij, verdachte, voor het uiteennemen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat hij, verdachte, voor het inspecteren van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat hij, verdachte, bij het uitvoeren van veiligheidsgerelateerde handelingen gebruik had gemaakt van de laad- en ontlaadhoek, waarbij/waarna er door hem, verdachte, een schot werd gelost, althans uit dat wapen een schot werd gelost, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar voor een ander, te weten de zich in de directe nabijheid van hem, verdachte, bevindende [naam] en/althans gemeen gevaar voor die [naam] en/of verdachte en/of gemeen gevaar voor goederen, te weten een (onderhouds)tafel en/of muur (van de onderhoudsruimte) en/of overige in de directe nabijheid van hem, verdachte, bevindende goederen is ontstaan, althans te duchten was.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

als militair aan zijn schuld te wijten zijn dat hij een dienstvoorschrift niet opvolgt, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat

en

als militair aan zijn schuld te wijten zijn dat hij een dienstvoorschrift niet opvolgt, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft op dit punt geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 14 september 2018.

De militaire kamer overweegt het navolgende.

Verdachte is een ervaren en getrainde schutter die op de hoogte was van de voorgeschreven veiligheidsregels die gelden ten aanzien van de Glock 17. Verdachte droeg op dat moment de verantwoordelijkheid over zijn wapen. Met deze verantwoordelijkheid is hij op onverantwoorde wijze omgegaan. Door deze ernstige nalatigheid van verdachte heeft een andere militair levensgevaar gelopen. Daarbij komt dat verdachte gedurende het incident een leidinggevende positie had ten opzichte van [naam] . Hieruit leidt de militaire kamer af dat verdachte een voorbeeldfunctie had. De militaire kamer tilt zwaar aan een dergelijke nalatigheid. Immers, militairen mogen binnen defensie een veilige werkomgeving verwachten en daar dient iedere individuele militair aan bij te dragen. Daarbij komt dat verdachte als coördinator tactische opsporing bij de brigade Recherche van het CargoHarc-team regelmatig een wapen bij zich draagt.

Anderzijds houdt de militaire kamer rekening met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en zich bewust is van de fouten die hij gemaakt heeft en de gevaren die hij heeft veroorzaakt. Verdachte is ruim 36 jaar in dienst van Defensie. Verdachte heeft na het incident meteen zijn excuses aangeboden aan [naam] . De volgende dag heeft verdachte een bos bloemen naar [naam] gestuurd en nogmaals zijn excuses aangeboden. In de dagen na het voorval heeft verdachte meermalen gevraagd aan [naam] hoe het met hem ging. Hieruit kan worden geconcludeerd dat verdachte zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Tevens heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij een waarschuwing heeft gekregen van zijn werkgever en hierdoor in een soort van proefperiode zit.

De militaire kamer houdt bij het bepalen van de strafmodaliteit en strafmaat uitdrukkelijk met dit laatste rekening. Een werkstraf voor de duur van 30 uren acht de militaire kamer in deze dan ook passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 137 van het Wetboek Militair Strafrecht.

9 De beslissing

De militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 een werkstraf gedurende 30 uren (dertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. G.W.B. Heijmans, rechters, en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 oktober 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , adjudant-onderofficier der Koninklijke Marechaussee, Staf Commandant van de Koninklijke Marechaussee, Kabinet/ Cluster Integriteit Sectie Interne Onderzoeken, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27AZ/17-000207, gesloten op 24 oktober 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , p. 17, proces-verbaal verhoor verdachte, p. 26-28, alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 15 oktober 2018.

3 Schriftelijk bescheid in de vorm van dienstvoorschrift VS-7-511 (Pistool Glock 17), p. 71-73.

4 Schriftelijk bescheid in de vorm van Nota Koninklijke Marechaussee d.d. 17 augustus 2009, p. 66-67.

5 Schriftelijk bescheid in de vorm van Uitvoeringsbepalingen Koninklijke Marechaussee Beveiligingsbeleid, Deelgebied Beveiliging Algemeen & Organisatie, Nr. A/005 A: Te Beschermen Belangen Wapens en Munitie d.d. 8 februari 2013, p. 64-65.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 29.

7 Schriftelijk bescheid, te weten Projectrapport Onderzoek functioneren wapens KMAR GLOCK 17 JB NL 21157, p. 53.

8 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 34 alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 15 oktober 2018.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 27 alsmede zijn verklaring afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 oktober 2018, proces-verbaal van verhoor getuige [naam] , p. 17-18 en de tekening p. 21.