Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4627

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-10-2018
Datum publicatie
30-10-2018
Zaaknummer
342541
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige uitlatingen. Schade aan eer en goede naam en inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Uitingen (onder andere gedaan in radioprogramma Zwarte prietpraat) verwijzen naar strafbaar gedrag waarvoor in de feiten geen grond is. Verbod herhaling. Geen rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0896
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/342541 / KG ZA 18-388

Vonnis in kort geding van 30 oktober 2018

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VCOMPANY B.V.,

gevestigd te Werkhoven,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HALLOWEEN NIGHTMARES B.V.,

gevestigd te Bunnik,

eisers,

advocaat mr. M.D.N. Jumelet te 's-Gravenhage,

tegen

1. [naam bewindvoerder] in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde sub 1]

kantoorhoudende te Geldermalsen,

2. [voornaam gedaagde sub 2] [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. A.R. Vlieger te [woonplaats] .

Eisers worden hierna afzonderlijk [eiser sub 1] , [eiser sub 2] , Vcompany en Halloween Nightmares en gezamenlijk eisers genoemd. Gedaagden worden hierna afzonderlijk de bewindvoerder, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en gezamenlijk gedaagden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 21

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 23

  • -

    de akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van de

zijde van eisers met producties 22 tot en met 32

- de brief d.d. 15 oktober 2018 van de zijde van eisers met producties 33 tot en met 38

- de brief d.d. 15 oktober 2018 van de zijde van gedaagden met producties 24 tot en met 30

- de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van eisers

  • -

    de pleitnota van gedaagden

  • -

    de door gedaagden tijdens de mondelinge behandeling overgelegde e-

mailberichten.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 1] is een kunstenaar uit [woonplaats] . Hij ontwerpt exclusieve kleding, met name schoenen en doet veel met het thema spookhuis/horror.

2.2.

[gedaagde sub 2] is een vriend van [gedaagde sub 1] die hem al jaren bijstaat.

2.3.

Bij beschikking van 27 februari 2013 heeft de rechtbank Arnhem, bewind ingesteld over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde sub 1] met benoeming van de heer [naam bewindvoerder] als bewindvoerder.

2.4.

In juni/juli 2017 is [gedaagde sub 1] via [persoon A] in contact gekomen met [eiser sub 1] en [eiser sub 2] over het organiseren van een spookhuisevent in het winkelcentrum The Wall in Utrecht (hierna te noemen: het event).

2.5.

[eiser sub 1] is de (middellijk) bestuurder van Vcompany. Vcompany is (onder meer) een attractie(ver)huurbedrijf en party(ver)huurbedrijf.

2.6.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn de (middellijk) bestuurders van Halloween Nightmares. Deze vennootschap is op 19 september 2017 opgericht en legt zich toe op het exploiteren van een spookhuis, attractiehuis en andere gelijk gestemde activiteiten.

2.7.

Van 29 september 2017 tot en met 31 januari 2018 heeft op het parkeerdek van het winkelcentrum The Wall het event Halloween Nightmares plaatsgevonden.

2.8.

In aanloop naar dit event heeft op 21 juli 2017 op nieuwswebsite Looopings een mediabericht ‘Dit kost een kaartje voor het grootste spookhuis van de Benelux” gestaan met onder meer de volgende inhoud:

(…) Halloween Nightmares heeft een circusthema. Bedenker [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] beloofde onlangs dat het spookhuis van 2400 vierkante meter “duizend keer beter” wordt dan de bekende Halloween Fright Nights in Walibi Holland.

2.9.

Na afloop van het event is tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] enerzijds en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] anderzijds een geschil ontstaan over de financiële afwikkeling.

2.10.

Bij sommatiebrief van 11 juni 2018 heeft de advocaat van eisers onder meer het volgende aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geschreven:

(…) Cliënten hebben geconstateerd dat u opzettelijk onjuiste, beledigende, onterechte, lasterlijke en negatieve berichten heeft geuit.

Onder meer heeft u:

- met verschillende opdrachtgevers van cliënten, diverse (markt)partijen en media contact opgenomen, waarin u (onder meer) heeft aangegeven dat cliënten, hun bestuurder(s) en medewerker(s) ‘oplichters’ en ‘criminelen’ zijn. Daarnaast heeft u aangegeven dat zij ‘afspraken niet nakomen’.

- zich voorgedaan als eigenaar/aandeelhouder van het spookhuis ‘Halloween Nightmares’

- onjuiste bezoekersaantallen van het spookhuis gemeld.

(…)

De verwijten die u maakt zijn ongefundeerd en volkomen in strijd met de waarheid. De door

u gebruikte woorden zijn beledigend en lasterlijk. Daarnaast bent u niet de eigenaar, noch

een aandeelhouder, van Halloween Nightmares. Tevens waren er tijdens het evenement in

de Leidsche Rijn geen 42.000 bezoekers maar ‘slechts’ 24.000 bezoekers.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat u onrechtmatig jegens mijn cliënten heeft

gehandeld. Het betreft immers onjuiste, negatieve, onnodig grievende, smadelijke en

lasterlijke uitingen. Door deze handelswijze berokkent u schade aan mijn cliënten. (…)

Namens mijn cliënten verzoek ik u met kracht van sommatie om binnen twee dagen na

heden alle lasterlijke en beledigende uitingen te verwijderen en verwijderd te houden (1),

dergelijke uitingen te staken en gestaakt te houden (2) en gedane uitingen te rectificeren (3).

(…)

2.11.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben aan de sommatie geen gehoor gegeven.

2.12.

[gedaagde sub 1] heeft [eiser sub 1] het volgende Whatsappbericht gestuurd:

vertel iedereen wat voor crimineel jij bent! houd vooral NIET mijn mond (…)

2.13.

Op de Facebook-pagina van [gedaagde sub 1] staat dat hij Creative/Art Director bij Halloween Nightmares is en op zijn Instagram-pagina [naam] staat dat hij de bedenker van Halloween Nightmare is.

2.14.

Ook heeft [gedaagde sub 1] afbeeldingen op Facebook en Instagram geplaatst met teksten en afbeeldingen, zoals: ‘never stop, never stop, never stop’, ‘de aanhouder wint’ en een afbeelding van ‘een boef’ die naar de locatie van The Wall in Utrecht wijst met de tekst ‘wait for it’.

2.15.

Op 27 augustus 2018 heeft [gedaagde sub 1] het volgende bericht op Instagram geplaatst:

Masters of Halloween vanavond live intervieuw van 24h tot 02h op NPO Radio 1

ga ik ook ff mn hart luchten over de criminele van The Wall! [intitialen eiser 1 en 2] .

2.16.

[gedaagde sub 1] heeft tevens per Whatsapp aan [eiser sub 2] bericht:

“Iedereen inclusief media krijgt te horen wat voor persoon jij bent Een dief, een crimineel en een naar persoon [voornaam] is a bitch”

2.17.

Diezelfde avond hebben ( [voornaam gedaagde sub 1] ) [gedaagde sub 1] en ( [voornaam gedaagde sub 2] ) [gedaagde sub 2] in de live radio-uitzending van het radioprogramma ‘Zwarte Prietpraat van de heer Prem Radhakishun op NPO Radio 1 onder meer het volgende gezegd:

22:29

Prem:

Eh… [voornaam gedaagde sub 1] je stuurde me.. je had dat geweldige.. Je was gekomen bij die man van daar bij The Wall Utrecht. Daar. Daar had je vorig jaar dat project van je grootste spookhuis.

22:30

[voornaam gedaagde sub 1] :

Ik had daar het grootste spookhuis van de Benelux.

22:43

Prem:

Hoe is dat afgelopen?

22:45

[voornaam gedaagde sub 1] :

Nou eh… heel slecht

22:46

Prem:

Hoe is dat gekomen, waren er weinig bezoekers?

22:47

[voornaam gedaagde sub 1] :

Nee, we hebben 42.000 bezoekers gehaald.

22:49

Prem:

Wow

22:51

[voornaam gedaagde sub 1] :

Alleen [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] en [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] , mijn compagnons, hebben mij behoorlijk opgelicht en genaaid.

22:56

Prem:

Hoe dan?

22:57

[voornaam gedaagde sub 1] :

Nou eh, ik ben heel creatief en daar hebben ze misbruik van gemaakt om dus mij creatief te laten en elke keer als ik om een contract vroeg, zeiden ze: nee, die komt wel. Maar toen einde van het project kreeg ik een mail waarin ze zeiden: we weten niet wie jij bent.

(…)

23:21

[voornaam gedaagde sub 1] :

[voornaam eiser sub 1] is daar in… Ik vind [voornaam eiser sub 1] een enorme crimineel. Hij heeft mij opgelicht voor € 140.000,-

23:28

Prem:

Wat had hij daar?

23:29

[voornaam gedaagde sub 1] :

Hij heeft in The Wall in Utrecht een springkussenparadijs.

23:36

Prem:

Ik dacht dat jullie dikke maatjes waren?

23:37

[voornaam gedaagde sub 1] :

Nee, nee, hij heeft misbruik gemaakt van mijn creativiteit. Dus hij was dikke maatjes wanneer het hem uitkwam. Boerenslimheid.

(…)

1:36:23

Prem:

[voornaam gedaagde sub 1] , ik wilde nog verder gaan, maar zullen we eerst gaan bellen, en daarna verder gaan. Ok, gooi [voornaam gedaagde sub 2] er maar in. Dag [voornaam gedaagde sub 2]

1:36:31

[voornaam gedaagde sub 2] :

Goedenavond

(…)

1:36:37

[voornaam gedaagde sub 1]

Mijn coach en manager. Hij helpt mij met eh…eh… met dingetjes.

1:36:42

Prem:

[voornaam gedaagde sub 2] , wat voor manager ben je als je geen contract hebt laten maken met dat ding van The Wall?

(…)

1:38:21

[voornaam gedaagde sub 2] :

Los van het papier, heb ik zowel mevrouw [eiser sub 2] als meneer [voornaam eiser sub 1] aangesproken over hun houding, hun gedrag en eh… dat heb ik hen ook een paar keer verteld (ook in bijzijn van [voornaam gedaagde sub 1] ) en mevrouw [eiser sub 2] die beticht ik van oplichting en niet anders.

1:39:07

[voornaam gedaagde sub 2] :

Partijen hebben de zaak bedrogen. (…) En vooral mevrouw [eiser sub 2] is nog niet klaar!

2.18.

Verder is in het Algemeen Dagblad en de Gelderlander (d.d. 4 september 2018) te lezen dat het spookhuisevent van [gedaagde sub 1] is, dat er in vier maanden tijd 42.000 tickets zijn verkocht en dat het event een zakelijk succes is geweest.

2.19.

Op 6 en 12 september 2018 heeft de advocaat van eisers [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] nogmaals een sommatiebrief gezonden.

2.20.

Op 8 oktober 2018 hebben eisers [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in kort geding gedagvaard.

2.21.

Bij deurwaardersexploot van 12 oktober 2018 hebben eisers de bewindvoerder opgeroepen om in het geding te verschijnen teneinde dit geding (mede)verder ten behoeve van [gedaagde sub 1] te voeren.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1.a. Primair [gedaagde sub 1] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, althans tijdens de eerstvolgende uitzending na betekening van dit vonnis, voor eigen rekening, in het radioprogramma “Zwarte Prietpraat” op het radiostation van NPO Radio 1, persoonlijk de navolgende tekst zonder enig daaraan afdoend commentaar uit te spreken:

“Onder meer tijdens de uitzending van “Zwarte Prietpraat” van 27 augustus 2018 heb ik , de heer [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats] , mij op onrechtmatige wijze uitgelaten over onder meer Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares. Bij vonnis van (datum vonnis) heeft de rechter geoordeeld dat dit ernstige beschuldigingen zijn, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Mijn beschuldiging tasten de reputatie, geloofwaardigheid en goede naam van deze personen aan. De rechter heeft mij bevolen mijn gedane uitingen te rectificeren en heeft mij verboden om de rectificatie van enig commentaar te voorzien. Tevens bied ik mijn excuses aan Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares”

althans, een in goede justitie door de voorzieningenrechter te bepalen rectificatie en voorwaarden waaronder deze moeten worden uitgesproken;

b. Subsidiair, voor zover NPO Radio 1, althans Prem, de mondelinge rectificatie niet toe zal staan, [gedaagde sub 1] zal veroordelen om binnen 78 uur na betekening van het vonnis, voor eigen rekening, in Trouw, de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, het NRC, De Gelderlander, en De Telegraaf de navolgende tekst, zonder enig daaraan afdoend commentaar te plaatsen en geplaatst te houden waarbij de volgende tekst volledig zichtbaar dient te blijven, in een zwart omrand kader in totaal ter grootte van tenminste 8,5 cm bij 15 cm tegen een witte achtergrond:

“Onder meer tijdens de uitzending van “Zwarte Prietpraat” van 27 augustus 2018 heb ik , de heer [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats] , mij op onrechtmatige wijze uitgelaten over onder meer Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares. Bij vonnis van (datum vonnis) heeft de rechter geoordeeld dat dit ernstige beschuldigingen zijn, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Mijn beschuldiging tasten de reputatie, geloofwaardigheid en goede naam van deze personen aan. De rechter heeft mij bevolen mijn gedane uitingen te rectificeren en heeft mij verboden om de rectificatie van enig commentaar te voorzien. Tevens bied ik mijn excuses aan Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares”

althans, een in goede justitie door de voorzieningenrechter te bepalen rectificatie en voorwaarden waaronder deze moeten worden geplaatst;

2. [gedaagde sub 1] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op zijn Facebook-accounts “ [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] ”, “Halloween Nightmares”, “Masters of Halloween” en op zijn Instagram-accounts “Officieel_ [namen accounts] ” de navolgende tekst, zonder enig daaraan afdoend commentaar, te plaatsen en geplaatst te houden voor een onafgebroken periode van één (1) jaar na betekening van dit vonnis waarbij de volgende tekst volledig zichtbaar dient te blijven, in een zwart omrand kader in totaal ter grootte van 8,5 cm bij 15 cm (uitgaande van een beeldschermresolutie van 1024 x 768 pixels) tegen een witte achtergrond:

“Onder meer tijdens de uitzending van “Zwarte Prietpraat” van 27 augustus 2018 heb ik , de heer [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats] , mij op onrechtmatige wijze uitgelaten over onder meer Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares. Bij vonnis van (datum vonnis) heeft de rechter geoordeeld dat dit ernstige beschuldigingen zijn, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Mijn beschuldiging tasten de reputatie, geloofwaardigheid en goede naam van deze personen aan. De rechter heeft mij bevolen mijn gedane uitingen te rectificeren en heeft mij verboden om de rectificatie van enig commentaar te voorzien. Tevens bied ik mijn excuses aan Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares”

althans, een in goede justitie door de voorzieningenrechter te bepalen rectificatie en voorwaarden waaronder deze moeten worden geplaatst;

3. [gedaagde sub 1] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het vonnis op zijn Facebook-accounts “ [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] ”, “Halloween Nightmares”, “Master of Halloween” en op zijn Instagram-accounts “Officieel_ [namen accounts] ” de geplaatste afbeeldingen die (onder meer) als productie 12, 13, 14 en 21 zijn overgelegd te verwijderen en verwijderd te houden;

4. [gedaagde sub 1] zal veroordelen om binnen 78 na betekening van het vonnis, voor eigen rekening, op de website van het Algemeen Dagblad en op de website van “Looopings” de navolgende tekst, zonder enig daaraan afdoend commentaar te plaatsen en geplaatst te houden voor een onafgebroken periode van één (1) jaar na betekening van dit vonnis waarbij de volgende tekst volledig zichtbaar dient te blijven, in een zwart omrand kader in totaal ter grootte van 8,5 cm bij 15 cm (uitgaande van een beeldschermresolutie van 1024 x 768 pixels) tegen een witte achtergrond:

“Onder meer tijdens de uitzending van “Zwarte Prietpraat” van 27 augustus 2018 heb ik , de heer [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats] , mij op onrechtmatige wijze uitgelaten over onder meer Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares. Bij vonnis van (datum vonnis) heeft de rechter geoordeeld dat dit ernstige beschuldigingen zijn, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Mijn beschuldiging tasten de reputatie, geloofwaardigheid en goede naam van deze personen aan. Tevens heb ik mij in de media, geheel onterecht, voorgedaan als ‘bedenker en/of eigenaar van het event/het spookhuis Halloween Nightmares. Dit is geheel in strijd met de waarheid. De rechter heeft mij bevolen mijn gedane uitingen te rectificeren en heeft mij verboden om de rectificatie van enig commentaar te voorzien. Tevens bied ik mijn excuses aan Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares”

althans, een in goede justitie door de voorzieningenrechter te bepalen rectificatie en voorwaarden waaronder deze moeten worden geplaatst;

5. [gedaagde sub 1] zal verbieden om negatieve, onjuiste, beledigende, lasterlijk en ernstige beschuldigingen aan het adres van eisers tezamen, dan wel ieder afzonderlijk, te verspreiden (offline/online) of rechtstreeks aan eisers of derden te zenden;

6.a. Primair [gedaagde sub 2] zal veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, althans tijdens de eerstvolgende uitzending na betekening van dit vonnis, voor eigen rekening, in het radioprogramma “Zwarte Prietpraat” op het radiostation van NPO Radio 1, persoonlijk de navolgende tekst zonder enig daaraan afdoend commentaar uit te spreken:

“Onder meer tijdens de uitzending van “Zwarte Prietpraat” van 27 augustus 2018 heb ik , de heer [voornaam gedaagde sub 2] [gedaagde sub 2] , wonende te [woonplaats] , mij op onrechtmatige wijze uitgelaten over onder meer Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares. Bij vonnis van (datum vonnis) heeft de rechter geoordeeld dat dit ernstige beschuldigingen zijn, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Mijn beschuldiging tasten de reputatie, geloofwaardigheid en goede naam van deze personen aan. De rechter heeft mij bevolen mijn gedane uitingen te rectificeren en heeft mij verboden om de rectificatie van enig commentaar te voorzien. Tevens bied ik mijn excuses aan Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares”

Althans, een in goede justitie door de voorzieningenrechter te bepalen rectificatie en voorwaarden waaronder deze moeten worden uitgesproken;

b. Subsidiair, voor zover NPO Radio 1, althans Prem, de mondelinge rectificatie niet toe zal staan, [gedaagde sub 2] zal veroordelen om binnen 78 uur na betekening van het vonnis, voor eigen rekening, in Trouw, de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, het NRC, De Gelderlander, en De Telegraaf de navolgende tekst, zonder enig daaraan afdoend commentaar te plaatsen en geplaatst te houden waarbij de volgende tekst volledig zichtbaar dient te blijven, in een zwart omrand kader in totaal ter grootte van tenminste 8,5 cm bij 15 cm tegen een witte achtergrond:

“Onder meer tijdens de uitzending van “Zwarte Prietpraat” van 27 augustus 2018 heb ik , de heer [voornaam gedaagde sub 2] [gedaagde sub 2] , wonende te [woonplaats] , mij op onrechtmatige wijze uitgelaten over onder meer Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares. Bij vonnis van (datum vonnis) heeft de rechter geoordeeld dat dit ernstige beschuldigingen zijn, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Mijn beschuldiging tasten de reputatie, geloofwaardigheid en goede naam van deze personen aan. De rechter heeft mij bevolen mijn gedane uitingen te rectificeren en heeft mij verboden om de rectificatie van enig commentaar te voorzien. Tevens bied ik mijn excuses aan Vcompany, [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] , [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] en Halloween Nightmares”

althans, een in goede justitie door de voorzieningenrechter te bepalen rectificatie en voorwaarden waaronder deze moeten worden geplaatst;

7. [gedaagde sub 2] zal verbieden om negatieve, onjuiste, beledigende, lasterlijk en ernstige beschuldigingen aan het adres van eisers tezamen, dan wel ieder afzonderlijk, te verspreiden (offline/online) of rechtstreeks aan eisers of derden te zenden;

8. zal bepalen dat gedaagden (hoofdelijk) een direct opeisbare dwangsom van
€ 2.000,00 verbeuren voor iedere dag/dagdeel dat een van hen afzonderlijk, danwel tezamen, aan het in deze te wijzen vonnis onder het gevorderde onder 1 tot en met 7 in gebreke blijven en zulks tot een maximum van in totaal € 100.000,00, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom per dag en maximum;

9. gedaagden hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de volledige proceskostenveroordeling indien niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden.

3.2.

Eisers leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld door hen in de media en online met naam en toenaam “zwart te maken” en diep door het slijk te halen. Zij betogen dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de kwalificaties/termen “oplichters”, “criminelen”, “bedriegers” en “misbruik” hebben gebruikt, terwijl deze verdachtmakingen geheel onjuist, onterecht en niet op feiten zijn gebaseerd. Eisers stellen dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voortdurend en herhaaldelijk een inbreuk op hun naam, eer en persoonlijke levenssfeer plegen en dat zij daardoor schade lijden.

3.3.

Gedaagden voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij dagvaarding van 8 oktober 2018 hebben eisers [gedaagde sub 1] in kort geding gedagvaard. Eisers stellen dat zij ten tijde van het dagvaarden niet op de hoogte waren van het feit dat de goederen die aan [gedaagde sub 1] toebehoren of zullen toebehoren onder bewind staan. Nu voldoende gebleken en door [gedaagde sub 1] erkend is dat zijn bewindvoerder op de hoogte is van de onderhavige procedure, de bewindvoerder bij deurwaardersexploot is opgeroepen om deze procedure verder ten behoeve van [gedaagde sub 1] te voeren en dat de bewindvoerder opdracht aan de advocaat heeft gegeven om in het kort geding verweer te voeren, zal de voorzieningenrechter de bewindvoerder als formele procespartij naast [gedaagde sub 1] aanmerken. Eisers worden derhalve ontvangen in hun vorderingen jegens [gedaagde sub 1] .

4.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de vorderingen van eisers zijn gestoeld op twee grondslagen, namelijk het recht op bescherming van de eer en goede naam met daaraan gekoppeld een vordering tot rectificatie en verwijdering, en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer met daaraan gekoppeld een vordering tot het verbieden van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om eisers rechtstreeks te benaderen.

4.3.

Eerst wordt ingegaan op de vorderingen die zijn gestoeld op het recht op bescherming van de eer en goede naam. Niet in geschil is dat [gedaagde sub 1] op Facebook en Instagram informatie en berichten heeft geplaatst zoals onder overwegingen 2.13., 2.14. en 2.15. vermeld. Evenmin is in geschil dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich tijdens de radio-uitzending van het radioprogramma ‘Zwarte Prietpraat’ van de heer Prem Radhakishun hebben uitgelaten zoals onder overweging 2.16. is opgenomen.

4.4.

Het gaat hier om een botsing van twee fundamentele rechten: het recht op vrijheid van meningsuiting (neergelegd in artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM) van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tegenover het recht van eisers op de bescherming van de eer en goede naam (neergelegd in artikel 8 EVRM). Welk recht in het concrete geval voorgaat berust op een afweging van belangen. Bij deze afweging dienen alle omstandigheden van het geval te worden meegewogen, zoals:

- de aard van de publieke uitingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de uitingen betrekking hebben;

- de ernst van de misstand die de publieke uiting aan de kaak beoogt te stellen;

- de mate waarin de publieke uiting ten tijde van de openbaarmaking steun vond in het toen beschikbare feitenmateriaal;

- de inkleding van de uitingen;

- de mate van waarschijnlijkheid dat in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes had kunnen worden bereikt; en

Deze opsomming is niet limitatief. Het oordeel dat een van beide rechten, na weging van alle omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht brengt mee dat de inbreuk op het andere recht gerechtvaardigd is.

4.5.

In het onderhavige geschil gaat het met name over de radio-uitzending. In die radio-uitzending zijn uitingen door [gedaagde sub 1] gedaan zoals: “Alleen [voornaam eiser sub 1] [eiser sub 1] en [voornaam eiser sub 2] [eiser sub 2] , mijn compagnons, hebben mij behoorlijk opgelicht en genaaid”, “nou eh, ik ben heel creatief en daar hebben ze misbruik van gemaakt (…)”, “ik vind [voornaam eiser sub 1] een enorme crimineel. Hij heeft mij opgelicht voor € 140.000,-”, “Hij heeft in The Wall in Utrecht een springkussenparadijs”, “(…) Hij heeft misbruik gemaakt van mijn creativiteit (…)”.

[gedaagde sub 2] heeft onder meer het volgende gezegd: “(...) en mevrouw [eiser sub 2] die beticht ik van oplichting en niet anders” en “Partijen hebben de zaak bedrogen. (…) En vooral mevrouw [eiser sub 2] is nog niet klaar!”. Beoordeeld moet in de eerste plaats worden of voor dergelijke beschuldigingen genoegzame grond in de feiten is.

4.6.

[gedaagde sub 1] stelt dat het spookhuisevent zijn idee is en dat hij mondeling met [eiser sub 1] en [eiser sub 2] heeft afgesproken het event in The Wall mede te organiseren, waarbij hij de vormgeving en uitvoering van het event voor zijn rekening zou nemen en [eiser sub 1] en [eiser sub 2] de zakelijke kant. Hij stelt dat hij de compagnon van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] is en dat afgesproken is dat de uiteindelijke winst tussen hen drieën zou worden verdeeld. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn dit volgens [gedaagde sub 1] echter niet nagekomen.

4.7.

Eisers betwisten deze lezing. Zij betogen dat zij met [gedaagde sub 1] een overeenkomst van opdracht hebben gesloten voor het verrichten van verschillende acteurs- en bouwwerkzaamheden. Daarnaast geven zij aan dat [gedaagde sub 1] een paar tekeningen heeft gemaakt, maar dat deze schetsen van een dusdanig laag niveau waren dat ze niet bruikbaar waren. Eisers stellen dat zij conform de gemaakte afspraken [gedaagde sub 1] hebben (uit)betaald en dat [gedaagde sub 1] niets meer van hen te vorderen heeft.

4.8.

Hoewel in het overgelegde What’s App-verkeer tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] met betrekking tot het event enerzijds en [gedaagde sub 1] anderzijds aanwijzingen te vinden zijn dat bij het opzetten van het event sprake was van een gezamenlijk project, waarin [gedaagde sub 1] , [eiser sub 1] en [eiser sub 2] compagnons zouden zijn, is daarmee nog niet gezegd dat de samenwerking tussen hen een juridische vorm heeft gekregen en dat en zoja, welke aanspraken [gedaagde sub 1] daaraan zou kunnen ontlenen. Daarover blijkt niets. [gedaagde sub 1] zal op dit punt in een bodemprocedure nader moeten uitwerken welke rechten hij meent aan de door hem gestelde afspraak te ontlenen. In dit kort geding kan dat verder niet worden onderzocht en dat hoeft ook niet voor de beoordeling van de vorderingen van eisers.

4.9.

Ook indien er in het bestek van dit kort geding vanuit zou worden gegaan dat sprake is van een gezamenlijk project, hetgeen door eisers wordt betwist, rechtvaardigt dit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] [eiser sub 1] en [eiser sub 2] betitelen als oplichters, bedriegers of criminelen. Dit zijn ernstige beschuldigen die verwijzen naar strafbaar verboden gedrag zonder dat vaststaat dat daarvan sprake is. Eisers en [gedaagde sub 1] hebben een zakelijk geschil en twisten over de inhoud van de tussen hen gesloten overeenkomst. Het gebruik van de kwalificaties “oplichter”, “bedrieger” en “crimineel” vindt dan ook geen grond in de feiten. Bovendien is het gebruik van deze kwalificaties onnodig. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hadden zich tijdens de radio-uitzending neutraler kunnen uitlaten. Hoewel dit voor [gedaagde sub 1] , in verband met zijn wat onstuimige persoonlijkheid, wellicht lastig is, had ook gezegd kunnen worden dat [gedaagde sub 1] van mening is dat hij als compagnon met eisers heeft samengewerkt en dat zij nu de winst niet met hem willen delen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hadden zich moeten realiseren dat door het gebruik van termen zoals oplichter, bedrog en crimineel aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] als zakenlieden schade zou kunnen worden toegebracht. Het zijn kwalificaties die [eiser sub 1] en [eiser sub 2] nu aankleven. Zakenpartners kunnen zich immers gaan afvragen of zij er wel goed aan doen om zaken met hen te doen. Dat [gedaagde sub 1] heeft gezegd: “ik vind [voornaam eiser sub 1] een enorme crimineel” en [gedaagde sub 2] heeft gezegd: “ik beticht mevrouw [eiser sub 2] van oplichting”, hetgeen op zichzelf genomen subjectieve uitlatingen zijn, doet aan het voorgaande niet af. Om het geschil met [eiser sub 1] en [eiser sub 2] aan de orde te stellen en de rol die zij in de visie van [gedaagde sub 1] spelen, is het voeren van een civielrechtelijke procedure de aangewezen weg en niet het publiekelijk uiten van diffamerende beschuldigingen. De hiervoor genoemde uitlatingen dienen dan ook als onrechtmatig te worden gekwalificeerd.

4.10.

De uitlatingen dat misbruik is gemaakt van de creativiteit van [gedaagde sub 1] acht de voorzieningenrechter daarentegen niet onrechtmatig. Dit is een betrekkelijk neutrale mededeling die niet onnodig diffamerend is en die potentiële zakenpartners van eisers niet behoeft af te schrikken.

4.11.

Behalve de uitlatingen tijdens de radio-uitzending, heeft [gedaagde sub 1] ook diverse teksten op Facebook en Instagram geplaatst. Met betrekking tot de geplaatste tekst “de aanhouder wint”, is geen sprake van onrechtmatig handelen. Daaruit is niet af te leiden dat het om het geschil tussen [gedaagde sub 1] en eisers gaat. In die uitingen is voor derden geen kenbaar verband aanwezig tussen het event in The Wall en [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en de rol die zij in de visie van [gedaagde sub 1] daarin hebben gespeeld.

4.12.

Dit ligt anders voor de door [gedaagde sub 1] geplaatste foto van een boef die naar de locatie van The Wall wijst met de tekst ‘wait for it’. Voor mensen uit de kring van volgers van [gedaagde sub 1] kan, als ze op de hoogte zijn van de kwestie, het verband worden gelegd. Zij kunnen de associatie maken dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] boeven zijn. Dit is onrechtmatig, omdat voor die kwalificatie geen objectieve grond in de feiten bestaat en een duidelijk en rechtens te respecteren belang van [gedaagde sub 1] om zich op deze wijze over eisers uit te laten niet is gebleken.

4.13.

Dan het bericht van [gedaagde sub 1] op Instagram van 27 augustus 2018. Dat [gedaagde sub 1] in het bericht het interview op de radio aankondigt, is op zichzelf niet onrechtmatig. Dit geldt wel voor de toevoeging dat hij zijn hart zal gaan luchten over de criminelen van The Wall en dat hij daarbij verwijst naar de initialen van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Voor derden is hieruit namelijk af te leiden dat [gedaagde sub 1] [eiser sub 1] en [eiser sub 2] crimineel noemt. Zoals reeds hiervoor is overwogen, dient dit als onrechtmatig te worden gekwalificeerd.

4.14.

Tot slot de publicaties in Looopings (productie 17 bij dagvaarding), het Algemeen Dagblad (productie 18 bij dagvaarding), De Gelderlander (productie 19 bij dagvaarding) en de vermeldingen op Facebook en Instagram (productie 21 bij dagvaarding). In deze publicaties en vermeldingen op social media wordt melding gemaakt dat [gedaagde sub 1] de bedenker van het event is en compagnon (creative/art director) bij Halloween Nightmares. Anders dan eisers betogen, is – zoals in overweging 4.8. overwogen – in het bestek van dit kort geding niet uit te sluiten dat deze mededelingen op de waarheid berusten. Niet kan worden gezegd dat de eer of goede naam van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] door toon of inhoud van deze berichten wordt geschaad. Dit maakt dan ook dat de inhoud van deze publicaties of de vermeldingen op Facebook en Instagram niet als onrechtmatig kunnen worden betiteld.

4.15.

Het voorgaande leidt ertoe dat [gedaagde sub 1] de geplaatste foto van een boef die naar de locatie van The Wall wijst met de tekst ‘wait for it’ en het bericht van 27 augustus 2018 waarin hij zijn volgers op de radio-uitzending op NPO Radio1 wijst met de mededeling dat hij “zijn hart zal luchten over de criminelen van The Wall! [intitialen eiser 1 en 2] .” van Instagram dan wel Facebook moet verwijderen en verwijderd houden, voor zover deze foto/dit bericht er nog op staat. Verder worden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] verboden in de toekomst publiekelijk soortgelijke beschuldigingen als hiervoor overwogen over eisers te verspreiden, als hierna te melden.

4.16.

Of een rectificatie van een onrechtmatige publiekelijke uitlating nodig en passend is, staat ter vrije beoordeling van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat rectificatie in het onderhavige geval niet aangewezen is. De belangrijkste schade die [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] eisers hebben toegebracht is in de radio-uitzending van “Zwarte Prietpraat” eind augustus 2018 geweest. Dit is inmiddels enige tijd geleden. Het is dus maar zeer de vraag in hoeverre de inhoud van de uitzending nog bekend is bij het publiek. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat het publiek via google.nl bij de desbetreffende radio-uitzending, en meer specifiek bij de bewuste fragmenten van die radio-uitzending, kan terugkomen. De vraag is hoe effectief rectificatie dan nog is. Het kan de gedane uitlatingen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onnodig oprakelen. Bij een rectificatie zal het publiek zich namelijk afvragen wat tijdens de radio-uitzending van 27 augustus 2018 is gezegd en dit proberen te achterhalen. Daarnaast ligt het niet in de macht van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om een eventuele rectificatie tijdens een radio-uitzending van “Zwarte Prietpraat” op NPO Radio1 uit te spreken. Zij zijn daarvoor afhankelijk van de medewerking van de omroep en de radiomakers. Het voorgaande maakt eveneens dat een rectificatie in de landelijke dagbladen niet proportioneel wordt geacht. Voor een rectificatie in de beslotener sfeer van Facebook of Instagram ziet de voorzieningenrechter ook geen aanleiding. Voor wat betreft het belang van eisers om aan (toekomstige) zakenpartners kenbaar te maken dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op sommige punten onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld, zijn zij namelijk ook in de gelegenheid om dit vonnis te tonen. Daarmee is hun belang in voldoende mate verzekerd.

4.17.

Voor wat betreft de vordering van eisers die is gegrond op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer is voldoende gebleken dat [gedaagde sub 1] zowel aan [eiser sub 1] als aan [eiser sub 2] met een zekere regelmaat (onder meer) Whatsappberichten heeft gestuurd met berichten over het event op The Wall en dat ze nog niet klaar met hem zijn. Recent heeft [gedaagde sub 1] nog een hartje en een GIF-bestand met een plaatje van een atoombom aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gezonden, zo bleek ter zitting. Anders dan [gedaagde sub 1] meent, gaat het recht van vrijheid van meningsuiting niet zo ver dat [gedaagde sub 1] op deze wijze zijn gram bij [eiser sub 1] en [eiser sub 2] kan gaan halen. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zijn niet van dergelijke berichten gediend en zij behoeven dit ook niet van [gedaagde sub 1] te dulden. Als [gedaagde sub 1] meent dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hun afspraken niet nakomen, dan dient hij een andere route te bewandelen door bijvoorbeeld het geschil over de financiële afwikkeling aan de rechter voor te leggen. Dit betekent dat het gevorderde verbod tot het rechtstreeks benaderen van eisers door [gedaagde sub 1] zal worden toegewezen. Nu niet gebleken is dat [gedaagde sub 2] zich ook op deze wijze richting eisers heeft gedragen, bestaat er geen grond om dit verbod ook aan hem op te leggen.

4.18.

Met inachtneming van het voorgaande zullen de vorderingen gedeeltelijk worden toegewezen waarbij alleen veroordelingen van gedaagden jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zullen worden gegeven en niet jegens Vcompany en Halloween Nightmares. De gevorderde dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd als hierna te melden. Omdat er geen grond gesteld of gebleken is om de gevorderde dwangsommen bij hoofdelijkheid toe te wijzen, wordt dit deel van de vordering afgewezen.

4.19.

Nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] om binnen 24 uur na betekening van het vonnis op zijn Facebook-accounts “ [voornaam gedaagde sub 1] [gedaagde sub 1] ”, “Halloween Nightmares”, “Master of Halloween” en op zijn Instagram-accounts “Officieel_ [namen accounts] ” de geplaatste afbeelding van de boef die naar The Wall wijst met de tekst ‘wait for it’ en het geplaatste bericht van 27 augustus 2018 waarin hij zijn volgers wijst op de radio-uitzending op NPO Radio1 met de mededeling dat hij “zijn hart zal luchten over de criminelen van The Wall! [intitialen eiser 1 en 2] .” te verwijderen en verwijderd te houden;

5.2.

verbiedt [gedaagde sub 1] in de toekomst publiekelijk soortgelijke beschuldigingen en verdachtmakingen zoals bedoeld in de overwegingen 4.5. tot en met 4.9., 4.12. en 4.13, op welke wijze dan ook, over [eiser sub 1] en [eiser sub 2] te verspreiden;

5.3.

verbiedt [gedaagde sub 1] om eisers in de toekomst op enigerlei wijze en in welke vorm dan ook te benaderen;

5.4.

verbiedt [gedaagde sub 2] in de toekomst publiekelijk soortgelijke beschuldigingen en verdachtmakingen zoals bedoeld in de overwegingen 4.5. tot en met 4.9., op welke wijze dan ook, over [eiser sub 1] en [eiser sub 2] te verspreiden;

5.5.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ieder voor zich bij overtreding van de tegen hen uitgesproken veroordeling(en) een direct opeisbare dwangsom van € 500,00 verbeuren per keer en per dag dat de overtreding voortduurt met een maximum van € 50.000,00;

5.6.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2018.

Coll: cl