Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4064

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
21-09-2018
Zaaknummer
06/920003-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft de drie verdachten die betrokken waren bij JKE Vastgoed BV veroordeeld tot deels onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. De drie verdachten hebben door middel van oplichtingspraktijken geld van niets vermoedende slachtoffers afhandig gemaakt. De slachtoffers is voorgespiegeld dat zij op een veilige manier hoge rendementen konden behalen door geld te investeren in vastgoed in Polen. Een klein deel van het ingelegde geld is uitgeleend aan een bedrijf in Polen, zonder dat daar enige zekerheid tegenover stond. Ook is er geld aan andere doelen besteed. De verdachten hebben daarmee voor zichzelf goede financiële omstandigheden en daarmee een riant levensonderhoud gecreëerd, hoewel niet is gebleken dat zij daarmee grote en dure luxeartikelen hebben aangeschaft. Een groot aantal slachtoffers ondervindt ook nu nog steeds de negatieve financiële gevolgen van het handelen van de verdachten.

Gelet op de forse overschrijding van de termijn waarbinnen een strafzaak afgedaan moet worden heeft de rechtbank de op te leggen straffen gematigd.

Aan twee verdachten is een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Aan de derde verdachte, die zich in aanzienlijk mindere mate heeft bevoordeeld dan zijn medeverdachten, is een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Verder zijn de verdachten veroordeeld tot vergoeding van schade aan een groot aantal benadeelden.

In de ontnemingsprocedures zijn tussenbeslissingen uitgesproken. In die ontnemingsprocedure zal een schriftelijke voorbereiding worden gedaan voordat er een inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 06/920003-10

Datum uitspraak : 18 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het functioneel parket

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres]

Raadsman: mr. H.O. [medeverdachte 1] , advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 januari 2014, 23 mei 2014, 24 november 2015, 21 juni 2018, 22 juni 2018 en 4 september 2018.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan:

1. (mede)plegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan (mede)plegen van oplichting;

subsidiair (mede)plegen van oplichting;

meer subsidiair (mede)plegen van feitelijk leiding geven aan (mede)plegen van verduistering;

meest subsidiair (mede)plegen van verduistering;

2A. (mede)plegen van opdracht gegeven dan wel feitelijk leiding geven aan

(mede)plegen van overtreding van artikel 3.1 Wet toezicht effectenverkeer 1995;

subsidiair (mede)plegen van overtreding artikel 3.1 Wet toezicht effectenverkeer 1995;

2B. (mede)plegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan medeplegen van

overtreding van artikel 5.2 van de Wet op het financieel toezicht;

subsidiair (mede)plegen van overtreding van artikel 5.2 van de Wet op het financieel

toezicht;

3A. (mede)plegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan medeplegen

van overtreding van artikel 6.1 van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

subsidiair (mede)plegen van overtreding van arttikel 6.1 Wet toezicht kredietwezen 1992;

3B. (mede)plegen van opdracht geven dan wel feitelijk leiding geven aan (mede)plegen van

overtreding van artikel 2:11 van de Wet op het financieel toezicht;

subsidiair (mede)plegen van overtreding van artikel 2:11 van de Wet op het financieel

toezicht.

1a. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsman heeft ter terechtzitting van 21 en 22 juni 2018 namens verdachte aangevoerd dat het Openbaar Ministerie (verder: het OM) niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging. Er is niet alleen sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn, maar ook sprake van strijd met een goede procesorde en strijd met het beginsel van een eerlijk proces. Er is bijna achtenhalf jaar verstreken sinds de eerste daad van vervolging tot de zitting van 21 juni 2018. De verdediging heeft voortdurend verzocht om onderzoek in Polen te laten verrichten hoe het door [naam 1] naar [naam 2] overgemaakte geld in Polen is besteed. Dit heeft niet plaatsgevonden omdat de Poolse autoriteiten geen medewerking zouden willen verlenen. Het OM had dit onderzoek ook ambtshalve kunnen verrichten omdat veel van de gevraagde informatie openbaar te verkrijgen is. Het is een onherstelbaar verzuim en een ernstige inbreuk op de beginselen van de goede procesorde, waardoor doelbewust of met grote veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. De ernst van de verzuimen en het nadeel dat daaruit voor de verdediging voortgevloeid is, is zodanig dat de enige passende sanctie daarop niet-ontvankelijkverklaring van het OM is.

Tot slot is als verweer gevoerd dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat het in redelijkheid niet kon besluiten tot vervolging. Al in 2014 is door de verdediging gesteld dat de zaak niet in het strafrecht thuis hoort, maar in het civiele recht.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wel sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn, maar dat dit gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid.

De eerste handeling waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zou worden ingesteld is de dag waarop verdachtes woning is doorzocht, namelijk op 15 februari 2010. In beginsel is, indien er een vonnis gewezen zou worden op 6 juli 2018, sprake van schending van de redelijke termijn van 6 jaren en 143 dagen. Dit dient in beginsel te worden gecompenseerd door vermindering van de op te leggen straf.

De stelling dat de Poolse autoriteiten geen medewerking hebben willen verlenen mist feitelijke grondslag. De Poolse autoriteiten hebben bij brief van 25 juli 2016 een kopie van de tenlastelegging in de strafzaak tegen [naam 3] toegezonden, die aanhangig was bij de rechtbank te Krakau. Daarmee wordt antwoord gegeven op alle vragen zoals die door de rechtbank zijn geformuleerd in de tussenbeslissing van 24 november 2015.

Naar aanleiding van het getuigenverhoor van [naam 3] en de ontvangst van voornoemd stuk is op 13 juli 2017 door de griffier van de rechter-commissaris aan de raadslieden in het [naam 1] -onderzoek verzocht om vóór 1 september 2017 te laten weten of wat hen betreft voldoende is voldaan aan de verwijzingsopdracht/het rechtshulpverzoek richting Polen. Daarop is geen reactie ontvangen.

Het OM is daarom ontvankelijk in de vervolging.

Beoordeling door de rechtbank

Strafrecht of civielrecht:

Uitgangspunt is dat het aan de officier van justitie is om binnen de hem gegeven beleidsvrijheid – daargelaten de voor rechtstreeks belanghebbenden bestaande beklagmogelijkheden van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering – te beslissen of strafvervolging al dan niet opportuun is. Slechts indien het OM in redelijkheid niet tot vervolging had kunnen besluiten of wanneer anderszins sprake is van schending van enig beginsel van behoorlijke procesorde kan het recht tot strafvervolging vervallen worden verklaard. Het is de rechtbank niet gebleken dat de officier van justitie – in het kader van de afweging van de betrokken belangen – in redelijkheid niet tot zijn vervolgingsbeslissing ten aanzien van verdachte heeft kunnen komen.

Onderzoekswensen

De rechtbank heeft vastgesteld dat onderzoekswensen van de verdediging zijn doorgeleid naar de Poolse autoriteiten en deze ook deels zijn uitgevoerd zoals is verzocht. Zo zijn er getuigen gehoord en is er een brief, gedateerd 25 juli 2016, met bijlage, van de Poolse autoriteiten ontvangen. Deze bijlage ziet op de strafzaak tegen [naam 3] en zijn echtgenote in Polen. Het betreft niet alleen een verdenking jegens [naam 3] en zijn echtgenote, maar daarin zijn ook onderzoeksresultaten opgenomen die zijn vastgesteld tijdens het onderzoek dat door de Poolse autoriteiten in Polen is verricht en die ook onderdeel uitmaken van bovengenoemde onderzoekswensen.

Uit het over verdachte en de medeverdachten opgemaakte strafdossier blijkt dat er van het geld dat door [naam 1] in Nederland is opgehaald tijdens de ten laste gelegde periode een bedrag van ongeveer € 2.000.000,-- naar de Poolse vennootschap [naam 2] is overgemaakt. Dit is door geen van de verdachten betwist.

Uit de door de Poolse autoriteiten beschikbaar gestelde gegevens komt een duidelijk beeld naar voren over het functioneren van [naam 2] en haar bestuurders, die overigens ook nog zijn gehoord, zij het in een laat stadium.

De rechter dient overigens met de nodige behoedzaamheid te beoordelen of bewijsmateriaal, gelet op de soms beperkte toetsbaarheid, tot het bewijs kan meewerken. In verband met deze beperkte mogelijkheden om de betrouwbaarheid te toetsen, is het denkbaar dat het gebruik van bewijs niet verenigbaar is met het in artikel 6 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) verankerde recht. Voor zover er onzekerheden zouden zijn blijven bestaan over onder meer het verloop van projecten in Polen en de financiële situatie/vermogenspositie van de Poolse rechtspersonen, zal de rechtbank die in de bewijsvoering niet ten nadele van verdachte uitleggen.

Redelijke termijn

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM is aangevangen op 15 februari 2010, zijnde de dag waarop verdachtes woning is doorzocht.

Daaraan kon verdachte in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het OM een strafvervolging zou worden ingesteld.

Tot op de datum van heden 18 september 2018 heeft verdachte circa 8 jaar en 7 maanden moeten wachten op de uitspraak in deze strafzaak. Deze lange termijn heeft zijn oorzaak in de volgende omstandigheden.

  1. De ingewikkeldheid van de zaak. De strafzaak betreft een omvangrijk en complex onderzoek vanwege de financiële component, de buitenlandse vertakkingen en het grote aantal benadeelden. Een groot deel van de procedure is gelijktijdig met drie medeverdachten gevoerd.

  2. Onderzoekswensen. De verdediging heeft een aantal verzoeken gedaan die veel tijd hebben gekost. Er is een groot aantal getuigen gehoord.

  3. Het opsporingsonderzoek is, de complexiteit in aanmerking genomen, redelijk voortvarend geschied.

Vertraging die niet aan verdachte is toe te rekenen is gelegen in de volgende omstandigheden. In de periode van juli 2011 (afronding strafdossier) tot november 2013 (afstemming eerste regiezitting) is er weinig met de strafzaak gebeurd. In een later stadium heeft het lang geduurd alvorens getuige [naam 3] door middel van een videoverbinding door de rechter-commissaris kon worden gehoord. In de tussenbeslissing van 24 november 2015 heeft de rechtbank de zaak (onder meer) daartoe verwezen naar de rechter-commissaris. Het verhoor heeft plaatsgevonden op 10 juli 2017.

De rechtbank hanteert de vaste jurisprudentie dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Uitzonderlijk is dit geval echter zeker. De rechtbank acht de overschrijding van de redelijke termijn extreem en zal dat oordeel betrekken bij de bepaling van de straf.

Conclusie

Over het strafproces in zijn geheel kan gelet op het bovenstaande niet worden geconcludeerd dat het recht van verdachte op een eerlijke behandeling tekort is gedaan. De conclusie moet zijn dat het OM ontvankelijk is gebleven in zijn recht op vervolging.

1a. Verweer nietige dagvaarding ten aanzien van de feiten 3A en 3B

Mede verwijzend naar hetgeen door de raadslieden in de zaken van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben aangevoerd heeft de raadsman ten aanzien van feit 3A en 3B de nietigheid van de dagvaarding bepleit. Deze voldoet niet aan de eisen zoals gesteld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Er is ten laste gelegd het op één of meer tijdstippen in de ten laste gelegde periode zonder vergunning uitoefenen van een kredietinstelling. Het dossier bevat een oneindige hoeveelheid documenten met betrekking tot allerlei financiële transacties tussen [naam 1] en een veelvoud aan partijen. De dagvaarding is ten aanzien van dit feit dermate onduidelijk en ongrijpbaar dat het op basis van die tenlastelegging onduidelijk is voor welke feitelijkheden verdachte zich moet verdedigen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding voldoende duidelijk is.

De rechtbank overweegt als volgt. Gezien de inhoud van het dossier en het geheel van de tenlastegelegde strafbare feiten in onderlinge samenhang bezien, moet verdachte in staat worden geacht de tekst van de tenlastelegging te begrijpen. Daar doet de omvang van het dossier niet aan af. Bovendien is onder de tekst in de tenlastelegging de verwijzing naar artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 opgenomen, welk artikel het verbod inhoudt voor een in Nederland gevestigde onderneming of instelling om zonder vergunning het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen. Uit de wijze waarop de raadsman ter terechtzitting namens verdachte verweer heeft gevoerd, is de rechtbank gebleken dat het ook voor de raadsman voldoende duidelijk is geweest waar de tenlastelegging op ziet. De tenlastelegging behelst naar het oordeel van de rechtbank een voldoende duidelijke opgave van de feiten nu de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk, begrijpelijk, feitelijk en niet tegenstrijdig is. De rechtbank verwerpt daarom het verweer met betrekking tot de nietigheid van de dagvaarding.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2

Aanleiding onderzoek

De Stichting Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) heeft in januari 2007 melding ontvangen van de CVB Bank NV. Die melding hield in dat klanten van de bank door tussenkomst toetraden tot een vastgoed-CV. Op een later moment werd door de bank gemeld dat er op een rekening gelden werden ontvangen met de omschrijving “participatie Polen/Pools vastgoed CV” en dat het in een aantal gevallen ging om een inleg van minder dan € 50.000,--. Een deel daarvan was door geboekt naar Polen, een deel naar derden wegens provisie en een deel aan participanten wegens rendement. De AFM heeft vervolgens onderzoek ingesteld en aangifte gedaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, 2A primair, 2B primair en 3A primair en 3B primair ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

Met een toelichting als vermeld in diens pleitnotitie en eveneens verwijzend naar hetgeen door de raadslieden in de zaken van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is aangevoerd, heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor alle aan verdachte ten laste gelegde feiten.

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 2A en 2B als subsidiair verweer aangevoerd dat hij zich wat betreft de periode van 13 juni 2006 tot 26 mei 2007 refereert aan het oordeel van de rechtbank. Er kan dan een pleegperiode van één jaar bewezen verklaard worden. In dat geval dient verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. Verdachte heeft advies ingewonnen, mocht daarop vertrouwen en heeft dus gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de gedraging.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De AFM heeft aangifte gedaan tegen [naam 1] en de daarbij betrokken (rechts)personen. De AFM heeft na onderzoek geconcludeerd dat sprake is van overtreding van artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud; hierna Wte) en artikel 5:2 van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft), namelijk het sinds eind 2005 door [naam 1] in Nederland effecten aanbieden zonder dat ter zake van die aanbieding een door de AFM goedgekeurde prospectus algemeen verkrijgbaar was. Verder heeft de AFM geconcludeerd dat – volgens de prospectus – [naam 1] de aangetrokken gelden gebruikte om te ondernemen en [naam 1] derhalve niet als beleggingsinstelling moet worden aangemerkt. Ook heeft de AFM geconcludeerd dat sprake is van commune delicten, onder meer omdat [naam 1] opdracht heeft gegeven om het rendement voor de beleggers lager te laten uitvallen, gelden zijn overgemaakt naar rekeningen waarvan de participanten niet op de hoogte waren en gelden, anders dan in de prospectus voorgehouden, zijn gebruikt als lening aan [naam 2] en niet als investering.3 Ook is door [naam 1] de prospectus van [naam 4] niet ter goedkeuring aan de AFM aangeboden.4

Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 13 maart 2009 blijkt dat de besloten vennootschap [naam 1] (hierna: [naam 1] ) sinds 15 november 2005 onder die naam is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat de statutaire naam daarvoor [naam 5] betrof.5 [medeverdachte 1] is vanaf die datum in functie getreden als bestuurder, evenals [verdachte] en [medeverdachte 2] . 678 Tijdens de aandeelhoudersvergadering op 16 januari 2006 is door het voltallige bestuur van [naam 1] besloten dat [medeverdachte 2] met terugwerkende kracht alleen als aandeelhouder van [naam 1] zou optreden.9

Uit de CV-akte en uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 13 maart 2009 blijkt dat de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot [naam 4] (hierna [naam 4] ) op 15 november 2005 is opgericht, met als handelsnaam [naam 6] . Met ingang van die datum is [naam 1] als enig beherend vennoot met onbeperkte bevoegdheid toegetreden.10en 11

De eerste leenovereenkomst tussen [naam 1] als “the lender” en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) als “the borrower” is op 29 november 2005 te Warschau gesloten en namens [naam 1] door [verdachte] ondertekend. Daarbij is overeen gekomen dat op die datum een bedrag van

€ 200.000,-- werd uitgeleend door het te storten op een rekening van de “borrower”. Dit betrof een lening voor onbepaalde tijd (“loan is granted for a indefinite period of time”) tegen een rentepercentage van 4%.12 Vervolgens zijn nog leenovereenkomsten gesloten op 16 maart 2006;13 19 april 2006;14 30 juni 2006;1510 juli 2006;16 25 juli 2006;17 4 september 2006;18 22 december 2006;19 twee op 26 januari 2007. 20 en 21

Er is een overzicht opgesteld en ondertekend door verdachte, gedateerd 5 december 2005, met als kenmerk [naam 1] . Daarop staat vermeld dat op de derdenrekening van [naam 7] tot op dat moment is binnengekomen € 225.000,-- (klant [medeverdachte 1] ) en € 50.000,-- (klant [medeverdachte 2] ). Ook staat daarop vermeld: inmiddels doorgestort naar [naam 2] € 200.000,--.22

Verdachte heeft ter terechtzitting - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft leren kennen via [naam 8] . Hijzelf had in het verleden bij een bank gewerkt. Hij wist daardoor wel iets van beleggen, maar hij wist niet van de hoed en de rand. Zij zijn samen [naam 1] gestart. [naam 8] was degene die hen adviseerde. Hij is met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 8] in Polen geweest en heeft gezien dat er woningen werden gebouwd. Er zijn leenovereenkomsten met [naam 2] gesloten. Er was wel een afspraak gemaakt met [naam 2] over de rendementen, maar daarover is niets opgenomen in de leenovereenkomsten. Er zijn geldbedragen overgeboekt naar [naam 2] . De overboekingen vonden plaats onder naam van het project waarvoor ze bestemd waren. Er zijn wel renteafrekeningen opgemaakt, maar er is geen geld teruggekomen uit Polen. Toch zijn er daarna nog geldbedragen overgemaakt naar Polen. In gesprekken met inleggers heeft hij altijd [naam 2] genoemd en heeft hij ook gezegd dat [naam 3] en [naam 9] daarbij betrokken waren. De AFM heeft hij daarbij niet altijd genoemd. Het is mogelijk dat er in de beginperiode in de gesprekken met inleggers is gezegd dat [naam 1] een vergunning van de AFM had. De rode lijn van hetgeen de aangevers hebben verklaard over de gesprekken die hij met hen heeft gehouden is wel juist. Hij heeft tijdens gesprekken ook wel flyers van een project getoond. Hij heeft onder andere gezegd dat [naam 2] diverse projecten had, dat [naam 1] investeerde en dat er ook weer geld vanaf [naam 2] terugkwam naar [naam 1] . Aan inleggers is ook wel gezegd dat [naam 10] eigen geld had, maar ook dat [naam 10] geld van [naam 1] nodig had. Er zal vast wel eens wat ontbroken hebben bij het geven van informatie.

Er zijn diverse personen geweest die geld hebben ingelegd voor participatie in [naam 4] . Het geld werd overgeboekt naar de derdenrekening van [naam 8] . Die rekening werd ook door [naam 8] gebruikt voor zijn eigen bedrijven. Eén keer in de maand kreeg hij overzichten te zien van saldo’s. De saldo’s leken altijd te kloppen. Aan klanten is tijdens de gesprekken gezegd dat het geld vanaf de rekening van [naam 1] naar een derdenrekening geboekt zou worden voordat het doorgeboekt zou worden naar Polen.

Het aanvragen van een vergunning bij de AFM zou ongeveer zes tot twaalf maanden gaan duren. Zij waren al begonnen met geld binnenhalen omdat zij niet op de vergunning konden wachten. Hij weet niet of er een aanvraag tot het verkrijgen van de vergunning bij de AFM is ingediend en of deze mogelijk weer is ingetrokken. Er zijn inderdaad stortingen onder de € 50.000,-- gedaan.

Andere bedrijven hielden ook 14% in van de ingelegde geldbedragen. Zo ging dat in die wereld en zij hebben dat met [naam 1] zo overgenomen, evenals het na een aantal weken uitkeren van een rendement van 8% . Van het percentage van 14% dat werd ingehouden van de inleggeleden is geld gebruikt voor de het leasen van bedrijfsauto’s, namelijk 3 [auto's] . Ook werd daarvan 3% betaald aan degene die de klant bij [naam 1] had aangebracht. De bedrijfskosten van [naam 1] vertegenwoordigden normale kosten. Ook is er management fee betaald. Dat was ongeveer € 250.000,--, dus op jaarbasis ongeveer € 70.000,--. Zijn vrouw heeft ook voor [naam 1] gewerkt en ontving voor twee dagen werken per week een loon van € 600,-- tot € 700,-- per maand.

Er is ook een geldbedrag, dat bestemd was om naar Polen over te boeken, overgeboekt naar Spanje om daar activiteiten te ontwikkelen. Dit bedrag kan aangemerkt worden als reguliere bedrijfskosten. Het was de bedoeling om [naam 1] te verbreden. Er is wel aan inleggers meegedeeld dat er geld naar Oostenrijk overgemaakt zou worden.

Er is ook geld aan [naam 11] geleend omdat hij een huis had gekocht. Het was de bedoeling hem daar voor een korte periode mee te helpen. Het geld zou via de notaris teruggeboekt worden, maar [naam 8] heeft dit naar een andere rekening laten overmaken dan de bedoeling was. Er zijn ook contante opnamen gedaan. Daarvan zouden bonnetjes in het kasboek opgenomen moeten zijn. Het geldbedrag dat met de creditcard is uitgegeven, in totaal € 124.000,--, is onder andere gebruikt voor aanschaf van de vliegtickets, verblijf in hotels in Polen, eten en drinken, tanken onderweg.

Er is ook inleggeld besteed aan sponsoring van plaatselijke activiteiten.

Er zijn meerdere versies van de prospectus gemaakt. Deze is een keer aangepast nadat [naam 1] een brief van de AFM had ontvangen.23

Verdachte heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat [naam 1] eind 2005 is opgericht. Het was een naamswijziging van een bestaande lege BV die [medeverdachte 1] al had. Vervolgens is er een CV opgericht, eerst met de naam [naam 6] CV. Die naam is later gewijzigd in [naam 4] omdat er al een BV was met die naam. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 8] zijn begonnen met [naam 1] en zij zochten er een man erbij. Hij is via [naam 8] met de anderen in contact gekomen. Het idee was dat [naam 1] geld zou ophalen bij particulieren om vastgoedprojecten te ontwikkelen. Zij hebben voorbeelden van prospectussen gekregen en ook gedownload en die gebruikt als voorbeeld.24Hij heeft de functie financieel manager in de brochure gezet om aan te gegeven dat hij betrokken was bij financiële zaken van bedrijven. Achteraf gezien was het beter geweest als in de brochure accountmanager had gestaan. Het klopt dat hij geen functie heeft gehad op directieniveau.25 Als een belegger € 100.000,-- inlegde werd er daarvan maximaal € 76.000,-- geïnvesteerd in Polen.26 Voorschotrendement werd betaald uit de 14%. Waarom dat niet in de prospectus is opgenomen? Daar heeft hij niet over nagedacht. Hij vindt ook niet dat het in de prospectus opgenomen hoefde te worden. Als in de prospectus staat dat zij zaken met [naam 12] hebben gedaan dan klopt dat in feite niet. De zin: De CV heeft een aandeel in [naam 12] en daarmee in het project van 100% en heeft daardoor recht op 100% van de uiteindelijke projectwinst die in de prospectus staat klopt niet. Er is geld naar [naam 2] overgemaakt, maar daar hadden zij geen zeggenschap over.27 Er is geen rendement uit Polen gekomen vanwege al verkochte woningen van het project, dus het rendement kon ook niet uit die inkomsten betaald worden.28

[medeverdachte 1] heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij de mensen die zij benaderden om geld in te leggen informeerden op basis van informatie die zij van [naam 2] hadden ontvangen. Zij hadden ook prospectussen en flyers op basis van die informatie. Tijdens de gesprekken werd onder meer gesproken over de rendementen die [naam 2] behaalde, de duur van het project, het storten van het te beleggen bedrag.29 Zij hebben bij [naam 2] geprobeerd om zekerheden van de grond te krijgen. Dat is niet gelukt.30 [naam 12] moest voor de betaling van belasting in Polen worden opgericht. Gelden moesten vanuit Nederland in principe daar heen en dan weer naar [naam 2] . Uiteindelijk heeft dat niet gefunctioneerd. Dat stond in de prospectus, dus de klanten zijn op dat punt onjuist voorgelicht.31 Voor het opstarten van [naam 1] zijn gelden van inleggers gebruikt. Dat is niet aan de klanten verteld.32 Het inhouden van 14% van het ingelegde bedrag is gekopieerd van [naam 13] en [naam 14] . Dat zou in de prospectus horen te staan.33

[medeverdachte 2] heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] aan [naam 1] is begonnen. [naam 1] is op 15 november 2005 opgestart door [naam 15] om te zetten naar [naam 1] . Ieder van hen had één derde deel van de aandelen van [naam 1] . Naast [naam 1] werd [naam 4] opgericht. Daarin zouden de personen die inlegden een participatie krijgen. Toen zij samen met [naam 8] in Polen waren heeft hij besloten vanwege gezondheidsredenen uit [naam 1] te gaan. Hij is twee keer in Polen geweest: eind 2005 om alles door te spreken en wat later om de overeenkomst te tekenen. [naam 2] heeft beide keren projecten laten zien. [naam 2] werkte al met CV’s die geld inbrachten. Eind 2005 is begonnen met het werven van klanten. De eerste aktes van participanten werden begin 2006 gepasseerd. Hijzelf heeft vanaf ongeveer november 2005 klanten benaderd. Het waren bedragen van € 50.000,-- of meer. Hij wist dat de participaties hoger moesten zijn dan € 50.000,--. Als deze lager waren moest er toestemming zijn van de AFM. Dat is uiteindelijk niet gelukt.34 [naam 8] was adviseur van [naam 1] en [naam 4] en beheerder van de rekening waar gelden van [naam 1] op binnen kwamen. Hij heeft niet gezien dat geld is teruggekomen. Van het geld dat werd binnengehaald zou een percentage van 14% aan kosten afgaan voor [naam 1] . Daarvan werd de 8% voorschotrendement aan de belegger uitbetaald en werden de personeelskosten en de huurkosten van het pand betaald. Hij wist dat het geld dat naar [naam 2] ging werd uitgeleend voor 4% per jaar. [naam 1] of [naam 4] werd zelf geen eigenaar van gronden of projecten in Polen. De eigendom bleef bij [naam 2] liggen.35 Hij heeft de prospectus van [naam 1] in eerste instantie tekstmatig overgeschreven vanuit die van [naam 13] en [naam 14] . Dat ging niet helemaal omdat zij bepaalde plaatjes niet hadden. [naam 8] heeft er voor gezorgd dat zij de prospectus van [naam 13] en [naam 14] digitaal kregen. Hij heeft deze taalkundig aangepast, waarna de vrouw van [medeverdachte 1] , [naam 21] , deze vervolgens heeft aangepast met enkele foto’s. Uiteindelijk is de prospectus door [medeverdachte 1] , [verdachte] en hemzelf akkoord bevonden. Deze zal eind 2005, januari 2006 gemaakt zijn.36

Uit onderzoek van de aanwezige bankafschriften over de periode van 15 november 2005 tot en met 29 juni 2009 blijkt dat er 74 investeerders waren; dat die investeerders in totaal € 5.427.861,16 hebben ingelegd; dat er € 1.300.745,21 aan de investeerders is betaald, waarvan vermoedelijk voor € 729.368,05 als uitbetaalde rendementen; dat € 2.777.666,40 is overgemaakt naar buitenlandse rekeningen waarvan € 2.000.630, naar [naam 2] . Er werd daarbij gebruik gemaakt van meerdere rekeningnummers.37 Van een aantal investeerders is het geld niet doorgestort en dus niet gebruikt ten behoeve van enige investering, maar op de rekening van [naam 1] vastgoed blijven staan.38 Na 15 oktober 2007 is geen inleggeld meer overgeboekt naar [naam 2] . Na 15 oktober 2007 is nog wel € 725.000,-- aan inleggeld opgehaald.39

[naam 16] heeft aangifte gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij [medeverdachte 1] al heel lang kende en via hem met [naam 1] in aanraking is gekomen. Aan de verkoop van een huis heeft hij een bedrag van € 40.000,-- overgehouden, waarvan [medeverdachte 1] zei dat het geld naar het buitenland moest. Het zou dan belegd worden en hij zou ongeveer € 266,-- per maand krijgen aan rente. Vervolgens zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] bij hem geweest. [medeverdachte 1] voerde het woord, [verdachte] praatte alleen maar mee. [medeverdachte 1] vertelde dat het geld belegd zou moeten worden in [naam 4] , daar had hij goede connecties mee. Hij heeft geen brochures laten zien of andere informatie gegeven. Op de donderdag erna kwam [medeverdachte 1] met [verdachte] langs. [naam 16] heeft toen het formulier ondertekend voor deze belegging. [medeverdachte 1] kon het geld van zijn rekening halen en overboeken naar [naam 4] . Dat speelde begin 2006. In het begin kreeg hij de rente van € 266,-- netjes. Op enig moment kreeg hij geen rente meer. Bij de notaris [naam 17] te Beilen is hem helemaal niets uitgelegd. Hij kreeg twee aktes. Hij had het volste vertrouwen in [medeverdachte 1] en ook omdat er een notaris bij betrokken was. Hij had geen reden te twijfelen. Hem is nooit verteld wat [naam 1] en/of [naam 4] met zijn ingelegde geld zouden doen.40

Uit de afspraakbevestiging blijkt dat een afspraak is gemaakt om de investering af te handelen op 6 januari 2006 en dat op 9 januari 2006 een bevestiging is gestuurd van de ontvangst van het inschrijfformulier in [naam 4] , waarin wordt meegedeeld dat [naam 16] het voorschotrendement van 8% 6 weken na zijn storting zal ontvangen.4142

Uit het “Deelnameformulier [naam 4] ” blijkt dat [naam 16] door tekening van dat formulier verklaart en bevestigt met de inhoud van de prospectus inzake [naam 4] bekend te zijn en daarin deel wil nemen met een participatie van € 40.000,--; dat hij zich verbindt met het voldoen door het bedrag over te maken op bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 1] en dat de rente maandelijks zal worden overgemaakt op zijn privé-rekening.43

[naam 18] heeft aangifte gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij en zijn vrouw in november 2005 in contact zijn gekomen met [naam 1] / [naam 4] . Het eerste contact was met [medeverdachte 1] omdat hij advies wilde over het beleggingsgedeelte van de hypotheek. Die vertelde over een financieel expert uit de accountancy: [verdachte] , die mogelijk een constructie had via het ophogen van de hypotheek en gebruik van overwaarde. Hij zou daar mee langskomen. Zij zijn op 23 november 2005 langs geweest en zeiden een mooi plan te hebben in Polen. Een man in Polen had samen met de Nederlandse Kamer van Koophandel in Polen een project opgezet: [naam 19] . Zij konden aan dat project meedoen als zij voor 25 november 2005 geld beschikbaar hadden, dus binnen heel korte termijn. [naam 1] zou wel 40% rendement kunnen behalen. Zijzelf zouden 8% ontvangen. Zij hadden vertrouwen in [medeverdachte 1] . De naam [naam 1] zagen zij voor het eerst op briefpapier, waarin de investering in [naam 20] werd bevestigd. Het geld moest worden overgemaakt op een rekening ten name van [naam 7] . [verdachte] heeft op het deelnameformulier geschreven: “de investering/storting zal na 2 jaar teruggestort worden, eea in overleg”. Op 24 november 2005 is de spoedboeking gegeven. Zij hebben op 9 januari 2006 een bevestiging ontvangen van de storting. Bij de notaris heeft hij een volmacht getekend omdat de stukken er nog niet waren. Ter controle heeft hij gekeken op de website van [naam 2] . [medeverdachte 1] had gezegd dat daar foto’s op stonden. Hij kent via [naam 1] / [naam 4] : [verdachte] en [medeverdachte 1] . Bij [naam 1] werkte ook de vrouw van [medeverdachte 1] : [naam 21] . Zij deed de administratie. Verder heeft hij [medeverdachte 2] een keer gezien. [naam 2] was het bedrijf dat in Polen het geld binnen haalde. [naam 3] was de directeur. Bij het tekenen van het deelnameformulier is verteld dat dit deelnameformulier nodig was in verband met vergunning verlenen door de AFM.44

Uit het “Deelnameformulier [naam 4] ” blijkt dat [naam 47] door tekening van dat formulier op 23 november 2005 verklaart en bevestigt met de inhoud van de prospectus inzake [naam 4] bekend te zijn en daarin deel wil nemen met een participatie van € 225.000,--; dat hij zich verbindt met het voldoen door het bedrag over te maken op bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 1] .45 In de brief van 23 november 2005 wordt het gesprek van die middag bevestigd en verzocht het geld over te boeken naar de rekening derdengelden [rekeningnummer 2] ten name van [naam 7] te Doetinchem.46 In de brief van 9 januari 2006 is de ontvangst van het geldbedrag bevestigd.47

[naam 22] heeft aangifte gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij en zijn vrouw een bankrekening hadden bij de CVB bank in Dwingeloo. In dat pand zat ook [medeverdachte 1] met zijn makelaarskantoor. [medeverdachte 1] had deze bank overgenomen. [medeverdachte 1] zag dat zij veel belasting betaalden en vond dat het minder kon. Hij heeft toen de belastingzaken geregeld. Toen zij hun huis verkochten bleef er geld over. [medeverdachte 1] kwam bij hen en vroeg € 200.000,--: voor een vastgoedproject in Polen. Mede omdat zij zo veel vertrouwen in hem hadden hebben zij € 100.000,-- toegezegd. Het moest in twee keer € 50.000,-- gestort worden in verband met de AFM, zei [medeverdachte 1] . Zij hebben een looptijd afgesproken van 1 jaar en een rendement van 12%. Dat is later teruggebracht tot 8%. De lening zou via notaris [naam 17] geregeld worden. De akte is op 28 februari 2006 getekend en het bedrag in twee keer overgeboekt via de rekening van de notaris. Het geld was bestemd voor woningbouw in Polen. Zij hebben geen controle gedaan: zij hadden een onbegrensd vertrouwen in [medeverdachte 1] en later ook in [verdachte] .48

Uit de twee formulieren “Deelnameformulier [naam 4] ” blijkt dat [naam 22] door tekening van die twee formulieren op 10 januari 2006 telkens verklaart en bevestigt met de inhoud van de prospectus inzake [naam 4] bekend te zijn en daarin deel wil nemen met een participatie van € 50.000,-- en dat hij zich verbindt met het voldoen door de bedragen over te maken op bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 1] .49

[naam 23] heeft aangifte gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij via [naam 7] met [naam 1] en/of [naam 4] in aanraking is gekomen. [naam 7] opperde te beleggen in [naam 1] : dat was een oudere man. Bij de eerste afspraak kwam [medeverdachte 1] mee. Zij vertelden dat hij in Pools vastgoed kon beleggen, een belegging met een rendement van 8%. Hij heeft een flyer over [naam 10] gezien. Hij en zijn vriendin I.J. [naam 82] hebben ieder voor € 45.000,-- ingelegd. Er stond € 50.000,--op het inlegformulier, maar dat is gewijzigd. Het zou in de grote pot gaan. Hij kocht een participatie in een belegging. Hij heeft ook een website gezien: van [naam 2] . Hij vertrouwde hen gewoon. Hij heeft geïnvesteerd voor het rendement van 8%. Het geld is op 16 mei 2007 ingelegd door overmaking naar de notaris. Hij is met zijn vriendin naar de notaris gereden om te tekenen. [verdachte] was daar al. Dat was zijn eerste kennismaking met hem. Het eerste rendement is na 5 of 6 weken uitbetaald. Het was een bedrag van € 7.000,--. Voor hem waren de contactpersonen [medeverdachte 1] of [verdachte] . Hij had het idee dat zij compagnons waren. Hij is ook nog een keer gebeld door [medeverdachte 2] . Hij heeft het gesprek met [naam 7] en [naam 1] opgenomen. 50

Het door [naam 23] op 27 december 2007 opgenomen gesprek is uitgewerkt in een proces-verbaal van ambtshandeling. Daaruit blijkt dat [naam 23] een gesprek heeft gehad met een NN-man en [naam 25] , die zich voorstelde als medewerker van [naam 1] . [naam 25] heeft meegedeeld dat investeringen werden gedaan in vastgoedprojecten in Nederland, België, Duitsland, Spanje en Polen. Zij werkten als vastgoed-CV omdat dat veiliger was dan een BV. Bouwprojecten werden voor minimaal 25% gefinancierd uit eigen middelen, de rest door inleggers. Gegarandeerde rendementen, jaarlijks 8%. De overeenkomst tussen de inlegger en [naam 1] werd bekrachtigd bij de notaris, waarna de notaris het geld op de derdenrekening van [naam 1] stortte. [naam 23] zou medeaandeelhouder worden van de vastgoed-CV. De CV zou ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel en de belastingdienst zou daardoor op de hoogte zijn van de transactie. Dat waren de drie zekerheden. [naam 25] heeft gezegd dat “wij” gecontroleerd en goedgekeurd waren door de AFM. En dat zij daar ook blij mee waren omdat [naam 1] zich door het garantierendement onderscheidde. Voorwaarden zoals minimale tijdsduur van de inleg, tussentijdse veranderingen waren omschreven. [naam 25] merkte op dat, als [naam 23] er positief tegenover stond, het een en ander kon worden getekend, zodat het een en ander in gang gezet kon worden. De NN-man vroeg [naam 23] of het al zin had het een en ander te tekenen waarop [naam 23] heeft geantwoord dat hem dat wel zinvol leek. [naam 25] heeft vervolgens gevraagd of hij “deze” wilde invullen. Het waren er twee omdat dat zij met twee keer 50 werkten, samen 100. De NN-man vraagt of [naam 23] en zijn vrouw willen tekenen.51

In het dossier zijn nog meer aangiftes opgenomen van personen die hebben verklaard dat zij via [naam 1] hebben geparticipeerd in [naam 4] . Dit geld zou belegd gaan worden in Polen. Die met name genoemde personen en de door hen ingelegde geldbedragen zijn:

- [naam 26] € 175.000,=;52 - [naam 27] € 60.000,--;53

- [naam 28] € 25.000,--;54- [naam 29] € 150.000,=;55

- [naam 30] € 40.000,--;56 - [naam 31] € 50.000,--;57

- [naam 32] € 75.000,--;58 - [naam 33] € 78.000,--;59

- [naam 25] € 50.000,--;60 - [naam 49] € 25.000,--;61

- [naam 34] € 50.000,--; - [naam 35] € 285.250,=;62

- [naam 36] € 50.000,--.63 - [naam 37] € 50.000,--;64

- [naam 38] en/of

[naam 39] € 130.000,--;65 - [naam 40] € 100.000,--;66

- [naam 41] € 100.000,--67

In het dossier is een lijst van participanten van [naam 4] opgenomen. Daarop staan naast de met naam in de tenlastelegging genoemde personen ook andere personen vermeld die in de ten laste gelegde periode participant van [naam 4] zijn geworden en geld hebben gestort.68

In de prospectus is ondermeer het volgende opgenomen, zakelijk weergegeven:

  • -

    dat [naam 1] belast is met de dagelijkse leiding van de [naam 4] ;

  • -

    dat [naam 12] de ontwikkelaar is van de onroerend goed projecten;

  • -

    dat [naam 12] door de AFM wordt aangeduid als de uitgevende instelling;

  • -

    dat de CV daarin voor 100% participeert;

  • -

    dat de onroerend goed investeringen zich vooral kenmerken doordat door [naam 4] enkel wordt gewerkt met risicodragend vermogen en niet met bankkrediet in welke vorm dan ook;

  • -

    dat het risicodragend vermogen wordt verstrekt door [naam 4] en door aanbetalingen van de kopers van appartementen;

  • -

    dat het startsein voor de bouw van een project pas wordt gegeven, wanneer ten minste 50% van het te realiseren gebouw is verkocht en dat de rest tijdens de looptijd van de bouw verkocht wordt aan particuliere kopers;

  • -

    dat de door [naam 4] gefinancierde investeringen van [naam 12] in de projecten met name liggen in de opstartfase van de bouw, er op deze wijze slechts een beperkt deel van de financieringsbehoefte door [naam 4] wordt geïnvesteerd en verder geen geldverstrekkers behoeven te participeren, waardoor het gehele resultaat (verkoopopbrengst minus bouwkosten) van het complex woningen ten goede komt van de projectontwikkelaar waarin de CV voor 100% participeert;

  • -

    dat het financiering betreft van diverse woningbouwprojecten in Warschau, Poznan en Krakow;

  • -

    dat inmiddels een tweede project is gestart: [naam 10] ;

  • -

    dat de participaties door de AFM worden beschouwd als zogenaamde rechten van deelgenootschap, zijnde certificaten van aandelen in het kapitaal van [naam 12] ;

  • -

    dat de bestuurders en oprichters [medeverdachte 1] en [verdachte] , directeuren, beide ervaren managers zijn op commercieel en financieel gebied, namelijk respectievelijk directeur van een makelaardij en assurantiën en commercieel manager ( [medeverdachte 1] ) en financieel manager bij de [naam 42] , financieel manager bij [naam 43] en bedrijfsadviseur;

  • -

    dat notaris [naam 17] te Beilen als notariaat bij [naam 1] betrokken is;

  • -

    dat de prospectus is opgesteld met inachtneming van de Europese prospectusrichtlijn die als bijlage bij de Wet beleggingsinstellingen (Wtb) en de Wet toezicht effectenverkeer (Wte) hoort en is geconformeerd aan de hiervoor geldende wettelijke vereisten.69

De rechtbank merkt op dat er in het dossier meerdere prospectussen zijn opgenomen die niet exact gelijkluidend zijn, maar dat de verschillen slechts marginale verschillen betreffen.

Conclusie van de rechtbank

Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in 2005 in Polen is geweest. Zij hebben daar met de oprichters van [naam 2] gesproken en samen met hen bouwprojecten bekeken. Er is toen afgesproken dat [naam 1] in Nederland geld zou gaan ophalen bij particulieren en dit zou gaan lenen aan [naam 2] . Op 15 november 2005 is [naam 1] opgestart, waarbij verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn ingeschreven als bestuurders. Op diezelfde dag is ook [naam 4] opgericht, met [naam 1] als enig beherend vennoot met onbeperkte bevoegdheid.

Tijdens één van de volgende bezoeken, op 29 november 2005, is de eerste leenovereenkomst te Warschau gesloten en namens [naam 1] door verdachte ondertekend. Daarbij is overeen gekomen dat op die datum een bedrag van € 200.000,-- werd uitgeleend. Dit betrof een lening voor onbepaalde tijd tegen een rentepercentage van 4%. Dit bedrag is al vóór 5 december 2005 naar een rekening van [naam 2] in Polen overgeboekt. [naam 1] is vervolgens verder opgestart. Daarna zijn nog meer leenovereenkomsten onder dezelfde voorwaarden met [naam 2] gesloten en ook meerdere geldbedragen naar [naam 2] overgemaakt.

Vanaf eind november 2005 werden al de eerste gesprekken gevoerd met potentiële beleggers. In die persoonlijke gesprekken is summier informatie aan de toekomstige investeerders verstrekt.

De aangevers hebben verklaard dat zij tijdens de gesprekken mede door één of meer van de hiervoor genoemde voorgespiegelde zekerheden uiteindelijk werden bewogen tot de afgifte van de ingelegde geldbedragen. Er is tijdens die persoonlijke gesprekken informatie aan toekomstige investeerders verstrekt waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat deze niet juist was. Hen zijn deelnameformulieren voorgelegd die zij hebben ondertekend. Daarmee verklaarden en bevestigden zij telkens met de inhoud van de prospectus inzake [naam 4] bekend te zijn, terwijl zij die prospectus feitelijk niet hadden gezien en deze eigenlijk nog in een ontwerpfase was. Ook hebben zij bij toetreding als commandiet van [naam 4] ervoor getekend de inhoud van de bepalingen van de vennootschap te kennen en ermee bekend te zijn dat de CV een koopovereenkomst/koopovereenkomsten had gesloten, welke strekten tot aankoop/levering van registergoederen in Polen. Ook deze akte van toetreding was in strijd met de waarheid. Er zijn dus toezeggingen gedaan en verplichtingen aangegaan waarvan verdachte en zijn medeverdachten wisten dat deze niet nagekomen zouden worden. De investeerders zijn wel op de juistheid van de verstrekte informatie afgegaan en zijn daardoor bewogen tot investering. [naam 1] verkreeg daardoor de beschikking over gelden, waarover zij anders niet de beschikking zou hebben verkregen.

Zelfs nadat er geen geld meer naar Polen werd overgemaakt, omdat er de nodige problemen waren ontstaan, zijn er nog diverse personen door dezelfde voorgespiegelde zekerheden bewogen tot afgifte van geldbedragen. In het bijzonder uit de aangifte van [naam 23] en de uitwerking van het door hem op 27 december 2007 opgenomen gesprek blijkt dat ook toen nog die zekerheden werden voorgehouden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte mede feitelijk leiding heeft gegeven aan het feit dat [naam 1] door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels personen heeft bewogen tot afgifte van gelden.

Verdachte en diens medeverdachten hebben in dat kader als directieleden van [naam 1] nauw en bewust samengewerkt, zoals onder meer blijkt uit hun eigen verklaringen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

Feiten 2A en 2B :

Onder feit 2A is ten laste gelegd het verbod in of vanuit Nederland buiten een besloten kring bij uitgifte effecten aan te bieden dan wel zodanige aanbieding door middel van advertenties of documenten in het vooruitzicht te stellen (art. 3, lid 1, Wte 1995, geldend tot en met 31 december 2006) en onder 2B het verbod in Nederland effecten aan te bieden aan het publiek of effecten te doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, tenzij van de aanbieding of de toelating een prospectus algemeen verkrijgbaar is, die is goedgekeurd door de AFM of een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat (art. 5:2 Wft, iwtr. 1 januari 2007).

De rechtbank zal deze feiten - gelet op de onderlinge samenhang - gelijktijdig bespreken.

Verdachte heeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – verklaard dat het aanvragen van een vergunning bij de AFM ongeveer zes tot twaalf maanden zou gaan duren. Zij waren al begonnen met geld binnenhalen omdat zij niet op de vergunning konden wachten. Hij weet niet of er een aanvraag tot het verkrijgen van de vergunning bij de AFM is ingediend en of deze mogelijk weer is ingetrokken. Er zijn inderdaad stortingen onder de € 50.000,-- gedaan.

Er zijn meerdere versies van de prospectus gemaakt. Deze is een keer aangepast nadat [naam 1] een brief van de AFM had ontvangen.70

Verdachte heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat [naam 1] eind 2005 is opgericht. Het idee was dat [naam 1] geld zou ophalen bij particulieren teneinde vastgoedprojecten te ontwikkelen. Zij hebben voorbeelden van prospectussen gekregen en ook gedownload en die gebruikt als voorbeeld.71Als een belegger € 100.000,-- inlegde werd er maximaal € 76.000,-- geïnvesteerd in Polen.72Er is geld naar [naam 2] in Polen overgemaakt.73

[medeverdachte 1] heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij de mensen die zij benaderden om geld in te leggen informeerden op basis van informatie die zij van [naam 2] hadden ontvangen. Zij hadden ook prospectussen en flyers op basis van die informatie. Tijdens de gesprekken werd gesproken over de rendementen die [naam 2] behaalde, de duur van het project, en het storten van het te beleggen bedrag.74 Gelden moesten vanuit Nederland in principe naar [naam 12] en dan naar [naam 2] . Dat stond wel in de prospectus. Uiteindelijk heeft dat niet gefunctioneerd. De klanten zijn op dat punt dus onjuist voorgelicht.75 Voor het opstarten van [naam 1] zijn gelden van inleggers gebruikt. Dat is niet aan de klanten verteld.76 Het inhouden van 14% van het ingelegde bedrag is gekopieerd van [naam 13] en [naam 14] . Dat zou in de prospectus horen te staan.77

[medeverdachte 2] heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij vanaf mei 2006 tot en met maart 2008 heeft gewerkt bij [naam 7] , het bedrijf van [naam 8] . Hij verkocht onder andere hypotheken en vertelde klanten dat dat zij eventueel meer geld konden opnemen en dit bedrag konden investeren in vastgoed in Polen. Als mensen interesse hadden dan zorgde hij dat er iemand van [naam 1] bij deze mensen thuis kwam. De adviseurs van [naam 7] brachten het product van [naam 1] aan de man. Hij deed dat dus ook, namelijk de participatie in vastgoed in Polen. Hij kende het product van haver tot gort vanuit zijn tijd bij [naam 1] . Het product was zo dat de klant een vast rendement kreeg van 8% zijn over hun investering. Eén participatie zou 7 tot 8 jaar lopen en na afloop zouden de klanten hun geld terug krijgen of natuurlijk kunnen doorgaan met beleggen. Hij heeft ongeveer 30 klanten via [naam 7] bij [naam 1] aangebracht. Hij adviseerde de klanten in dit product te investeren en als de klanten interesse hadden gaf hij dat door aan [verdachte] of hij liet de klant zelf bellen met [naam 1] . Vervolgens vroeg hij de klant of hij bij het gesprek moest zijn dat [naam 1] in de persoon van [verdachte] of [naam 25] hield met de klant. In veel gevallen was hij aanwezig omdat het natuurlijk invloed had op de hypotheek die opgenomen moest worden. Vaak was het zo dat de hoogte van de participatie afhankelijk was van het bedrag dat de klant maximaal aan hypotheek kon opnemen.78

In het dossier zijn aangiftes opgenomen van personen die hebben verklaard dat zij via [naam 1] hebben geparticipeerd in [naam 4] . Dit geld zou belegd gaan worden in Polen.

De rechtbank zal daar – zonder uitputtend zijn – een aantal van bespreken.

Zo hebben onder andere [naam 38] , [naam 30] , [naam 40] en [naam 27] verklaard dat zij via [medeverdachte 2] , de hypotheekverstrekker van [naam 7] , met [naam 1] in aanraking zijn gekomen. [naam 38] heeft verklaard dat hij daarna met [naam 25] , adviseur van [naam 1] heeft gesproken en heeft besloten geld in te leggen. Hij heeft dat twee keer gedaan. Dat was in totaal een bedrag van € 130.000,--. [naam 44] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] bij hen thuis is geweest en dat daar een [verdachte] van [naam 1] bij was. Zij hebben belegd voor € 40.000,--. [naam 40] heeft verklaard dat zij met [medeverdachte 2] heeft gesproken over [naam 4] en € 100.000,-- heeft ingelegd.79808182

[naam 16] heeft verklaard dat hij via [medeverdachte 1] met [naam 1] in aanraking is gekomen en gesproken. Tijdens de tweede afspraak kwam hij met [verdachte] langs. Hij heeft € 40.000,-- ingelegd in [naam 1] / [naam 4] .83

[naam 29] heeft verklaard dat hij is gebeld door [naam 8] Beheer en dat hij met [naam 8] heeft gesproken over het beleggen in [naam 1] . In 2007 heeft hij een gesprek met [verdachte] gehad en aangegeven dat hij wilde beleggen. Hij heeft in november 2007 € 50.000,-- ingelegd, in januari 2008 nog eens € 50.000,-- en in oktober 2008 nog eens € 50.000,--.84

[naam 23] heeft verklaard dat hij via [naam 7] met [naam 1] en/of [naam 4] in aanraking is gekomen. [naam 7] opperde te beleggen in [naam 1] : dat was een oudere man. Bij de eerste afspraak kwam [medeverdachte 1] mee. Zij vertelden dat hij in Pools vastgoed kon beleggen, een belegging met een rendement van 8%. Hij heeft een flyer over [naam 10] gezien. Hij en zijn vriendin I.J. [naam 82] hebben ieder voor € 45.000,-- ingelegd. Hij kocht een participatie in een belegging. Hij heeft ook een website gezien: van [naam 2] . Het geld is op 16 mei 2007 ingelegd door overmaking naar de notaris. Voor hem waren de contactpersonen [medeverdachte 1] of [verdachte] . Hij is ook nog een keer gebeld door [medeverdachte 2] .85

In het dossier is een lijst van participanten van [naam 4] opgenomen. Daarop staan naast de namen van de personen die hiervoor besproken zijn ook de personen vermeld die in de ten laste gelegde periode participant van [naam 4] zijn geworden en geld hebben gestort en in sommige gevallen meerdere keren geld hebben gestort.86

Uit onderzoek van de aanwezige bankafschriften over de periode van 15 november 2005 tot en met 29 juni 2009 blijkt dat de 74 investeerders in totaal € 5.427.861,16 hebben ingelegd.87

De AFM heeft aangifte gedaan tegen [naam 1] en de daarbij betrokken (rechts)personen. De AFM heeft aan de hand van onderzoek vastgesteld dat sprake is van overtreding van artikel 3 lid 1 Wte 1995 (oud) en artikel 5:2 Wft, namelijk het sinds eind 2005 door [naam 1] in Nederland effecten aanbieden zonder dat ter zake van die aanbieding een door de AFM goedgekeurde prospectus algemeen verkrijgbaar was. De conclusie van de AFM is verder dat – volgens de prospectus – de door [naam 1] aangetrokken gelden werden gebruikt om te ondernemen en [naam 1] derhalve niet als beleggingsinstelling moet worden aangemerkt. Dit maakt dat de aanbieding door [naam 1] van de participaties in [naam 4] prospectusplichtig is. [naam 1] valt niet onder een vrijstelling, omdat [naam 1] de aanbieding ook op haar website heeft gedaan en daarmee de deelnemingsrechten in [naam 4] aan een onbepaald aantal personen heeft aangeboden. Het in de prospectus gepresenteerde product verschilde van het product dat feitelijk werd gerealiseerd. [naam 4] bleek niet te investeren in [naam 2] , maar slechts uit te lenen.88 Ook is door [naam 1] de prospectus van [naam 4] niet ter goedkeuring aan de AFM aangeboden.89

De raadsman heeft aangevoerd dat, voor het geval de rechtbank mocht komen tot bewezenverklaring van de onder feiten 2A en 2B ten laste gelegde varianten, verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld omdat hij advies heeft ingewonnen. Hij mocht daarop vertrouwen en heeft dus gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de gedraging.

De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke grondslag van het verweer niet aannemelijk is geworden. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat over het inwinnen van advies tegenstrijdig is verklaard. Er is door verdachte en de medeverdachten wisselend verklaard waar advies is ingewonnen en wat het gegeven advies inhield. Ook is verklaard dat door de advocaten is gezegd dat al zonder een vereiste vergunning gestart zou kunnen worden. Voorts is verklaard dat niet in alle gevallen een vergunning vereist was.

Uit het onderzoek dat door de AFM is verricht blijkt dat wel gesprekken zijn gevoerd met het door [naam 1] benaderde advocatenkantoor [naam 45] , maar dat dit na de eerste gesprekken niet heeft geleid tot een opdracht. De beoogde relatie is door het advocatenkantoor beëindigd, omdat men het gevoel kreeg dat het advies niet goed bij [naam 1] was geland en dat [naam 1] het idee kreeg dat zij geen vergunning nodig had.

Daarnaast geldt dat een beroep op verschoonbare rechtsdwaling (in beginsel) niet alleen kan worden gebaseerd op een handelen naar aanleiding van adviezen van een advocaat. Verdachte en zijn medeverdachten hadden zich van tevoren voor het verkrijgen van informatie kunnen en moeten wenden tot de ter zake bevoegde autoriteiten, in dit geval de AFM. Gelet op dit alles wordt het verweer verworpen.

Naar het oordeel van de rechtbank was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en andere natuurlijke personen en rechtspersonen om zonder een goedgekeurde prospectus en zonder een vergunning effecten aan te bieden en beleggingsdiensten te verlenen en beleggingsactiviteiten te verrichten.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2A primair en 2B primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de feiten 2A en 2B afzonderlijk ten laste zijn gelegd, maar dat de pleegperiodes op elkaar aansluiten. Dit heeft te maken met verandering van wetgeving, nu de Wet toezicht effectenverkeer 1995 is vervallen met ingang van 1 januari 2007 en op die datum de Wet op het financieel toezicht in werking is getreden. De rechtbank stelt vast dat bij die feiten sprake is van meerdere gelijksoortige feiten of handelingen die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Er is dus sprake van een voortgezette handeling.

Feiten 3A en 3B

Onder feit 3A is ten laste gelegd het verbod als een in Nederland gevestigde onderneming of instelling zonder vergunning het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen (arttikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (hierna Wtk), geldend tot en met 31 december 2006) en onder 3B het verbod voor een ieder met een zetel in Nederland zonder een daartoe verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank of elektronische geldinstelling (art. 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (hierna Wft), iwtr. 1 januari 2007).

De rechtbank zal deze feiten – gelet op de onderlinge samenhang – gelijktijdig bespreken.

De eerste leenovereenkomst tussen [naam 1] als “the lender” en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) als “the borrower” is op 29 november 2015 te Warschau gesloten en namens [naam 1] door [verdachte] ondertekend. Daarbij is overeen gekomen dat op die datum een bedrag van € 200.000,-- werd uitgeleend door het te storten op een rekening van de “borrower”. Dit betrof een lening voor onbepaalde tijd (“loan is granted for a indefinite period of time”) tegen een rentepercentage van 4%.90 Vervolgens zijn nog leenovereenkomsten gesloten op 16 maart 2006;91 19 april 2006;92 30 juni 2006;9310 juli 2006;94 25 juli 2006;95 4 september 2006;96 22 december 2006;97 en twee op 26 januari 2007. 98 en 99

Er is een overzicht opgesteld en ondertekend door [verdachte] , gedateerd 5 december 2005, met als kenmerk [naam 1] . Daarop staat vermeld dat op de derdenrekening van [naam 7] tot op dat moment is binnengekomen € 225.000,-- (klant [medeverdachte 1] ) en € 50.000,-- (klant [medeverdachte 2] ). Ook staat daarop vermeld: inmiddels doorgestort naar [naam 2] € 200.000,--.100

Verdachte heeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] [naam 1] is gestart. [naam 8] was degene die hen adviseerde. Hij is met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 8] in Polen geweest. Er zijn leenovereenkomsten met [naam 2] gesloten. Er zijn geldbedragen overgeboekt naar [naam 2] . De overboeking vond plaats onder naam van het project waarvoor het bestemd was. Er zijn renteafrekeningen opgemaakt. In gesprekken met inleggers heeft hij altijd [naam 2] genoemd en heeft hij ook gezegd dat [naam 3] en [naam 9] daarbij betrokken waren. De AFM heeft hij daarbij niet altijd genoemd. Het is mogelijk dat er in de beginperiode in de gesprekken met inleggers is gezegd dat [naam 1] een vergunning van de AFM had. Er zijn diverse personen geweest die geld hebben ingelegd voor participatie in [naam 4] . Het geld werd overgeboekt naar de derdenrekening van [naam 8] . Het aanvragen van een vergunning bij de AFM zou ongeveer zes tot twaalf maanden gaan duren. Zij waren al begonnen met geld binnenhalen omdat zij niet op de vergunning konden wachten. Hij weet niet of er een aanvraag tot het verkrijgen van de vergunning bij de AFM is ingediend en of deze mogelijk weer is ingetrokken.

Er is ook een geldbedrag, dat bestemd was om naar Polen over te boeken, overgeboekt naar Spanje. Er is ook aan inleggers meegedeeld dat er geld naar Oostenrijk overgemaakt zou worden. Er is ook geld aan [naam 11] geleend omdat hij een huis had gekocht.101

[medeverdachte 2] heeft tegenover de verbalisanten – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] [naam 1] aan [naam 1] is begonnen. Hij is twee keer in Polen geweest: eind 2005 om alles door te spreken en wat later om de overeenkomst te tekenen. Naast [naam 1] werd [naam 4] opgericht. Daarin zouden de personen die inlegden een participatie in krijgen. [naam 8] was adviseur van [naam 1] en [naam 4] en beheerder van de rekening waar gelden van [naam 1] op binnen kwamen. Als je participaties wilde binnenhalen die lager waren dan € 50.000,-- had je toestemming nodig van de AFM. Dat kon je overal lezen, ook op de internetsite van de AFM.102 Hij wist dat het geld dat naar [naam 2] ging werd uitgeleend voor 4% per jaar. [naam 1] of [naam 4] werd zelf geen eigenaar van gronden of projecten in Polen. De eigendom bleef bij [naam 2] liggen.103

De AFM heeft aangifte gedaan tegen [naam 1] en de daarbij betrokken (rechts)personen. De AFM heeft aan de hand van onderzoek geconcludeerd dat [naam 1] de door haar aangetrokken gelden gebruikte om te ondernemen, namelijk voor ontwikkeling van vastgoedprojecten in Polen. De conclusie van de AFM is verder dat – volgens de prospectus – de door [naam 1] de aangetrokken gelden werden gebruikt om te ondernemen en [naam 1] derhalve niet als beleggingsinstelling moet worden aangemerkt. Dit maakt dat de aanbieding door [naam 1] van de participaties in [naam 4] prospectusplichtig zijn. [naam 1] valt niet onder een vrijstelling, omdat [naam 1] de aanbieding ook op haar website heeft gedaan en daarmee de deelnemingsrechten in [naam 4] aan een onbepaald aantal personen heeft aangeboden. Het in de prospectus gepresenteerde product verschilde van het product dat feitelijk werd gerealiseerd. [naam 4] bleek niet te investeren in [naam 2] , maar slechts uit te lenen aan [naam 2] tegen een rente van 4%.104 Ook is door [naam 1] de prospectus van [naam 4] niet ter goedkeuring aan de AFM aangeboden.105

Naar het oordeel van de rechtbank was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en andere natuurlijke personen en rechtspersonen om meerdere malen gelden aan te trekken en weer gelden uit te lenen. Voor het op deze wijze aantrekken en uitlenen van gelden is een vergunning vereist, maar [naam 1] beschikte daar niet over.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 3A primair en 3B primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de feiten 3A en 3B afzonderlijk ten laste zijn gelegd, maar dat de pleegperiodes op elkaar aansluiten. Dit heeft te maken met verandering van wetgeving, nu de Wet toezicht kredietwezen 1992 per 1 januari 2007 is vervallen en op die datum de Wet op het financieel toezicht in werking is getreden. De rechtbank stelt vast dat bij die feiten sprake is van meerdere gelijksoortige feiten of handelingen die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Er is dus sprake van een voortgezette handeling.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2A primair, 2B primair, 3A primair en 3B primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen,(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, onder meer

-de heer en/of mevrouw [naam 16] , een geldbedrag van (totaal) euro 40.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-04]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 29] , een geldbedrag van (totaal) euro 150.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-05]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 28] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=

en/of euro 350,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-06];

en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 46] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-07]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 32] , een geldbedrag van (totaal) euro 75.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-08]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 37] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats:

Aan-09]; en/of

-de heer [naam 38] en/of mevrouw [naam 39] , een geldbedrag van (totaal) euro

130.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-10]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 33] , een geldbedrag van (totaal) euro 78.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-11]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 22] een geldbedrag van (totaal) euro

100.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-12]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 47] , een geldbedrag van (totaal) euro 225.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-13]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 44] , een geldbedrag van (totaal) euro 55.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-14]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 41] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-15]; en/of

-de heer [naam 23] en/of mevrouw [naam 82] , een geldbedrag van (totaal) euro

90.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-16]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 31] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-17]; en/of

-mevrouw [naam 40] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-18]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 35] , een geldbedrag van (totaal) euro

285.250,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-19]; en/of

-de [naam 83] , een geldbedrag van (totaal) euro 60.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-20]; en/of

-de heer [naam 25] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-21]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 26] , een geldbedrag van (totaal) euro 175.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-22]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 36] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-23]; en/of

-de heer [naam 34] en/of mevrouw [naam 34] , een geldbedrag van (totaal)

euro 50.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats; separate

aangifte];

en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het

ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer

en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

(tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen voorwenden

(in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij

presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of

in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in e-mailbericht(en) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen gepresenteerd als ware [naam 1] door de AFM gecontroleerd en/of goedgekeurd en/of [naam 1] beschikte over een vergunning om effecten (aan het publiek) aan te bieden; en/of

B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en)) voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

B1. dat de directie van [naam 1] bestond uit een ex-directeur/financieel manager van de ABN-Amro en/of ervaren managers geweest waren bij grote ondernemingen; en/of

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [naam 12] ; en/of

B3. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig (100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage, afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8 procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [naam 19] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden opgeleverd en/of het project [naam 48] / [naam 10] goed, althans (geheel) volgens plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl hij verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer andere(n), tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

2. A)

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2006 tot en met 31 december 2006, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, effecten heeft aangeboden terwijl er ter zake van de aanbieding geen prospectus algemeen verkrijgbaar was dat was goedgekeurd door Onze Minister of door een toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

2. B)

[naam 1] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2009, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, effecten heeft aangeboden aan het publiek of effecten heeft doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, terwijl er ter zake van de aanbieding of de toelating

geen prospectus algemeen verkrijgbaar was dat was goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten of door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

3.A)

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 november 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Westerveld, althans in Nederland en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, als een in Nederland gevestigde onderneming en/of instelling, al dan niet opzettelijk, het bedrijf van kredietinstelling heeft uitgeoefend zonder

een daartoe van de Bank verkregen vergunning, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

3.B)

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2009, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, met zetel in Nederland, al dan niet opzettelijk zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf bank of

elektronisch geldinstelling heeft uitgeoefend, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

primair:

medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen tot dat feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

Ten aanzien van de feiten 2A primair en 2B primair:

De voortgezette handeling van:

  • -

    medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander tot dat feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging; (2A)

  • -

    medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 5:2 van de Wet op het financieel toezicht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander tot dat feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging; (2B)

Ten aanzien van feit 3A primair en 3B primair:

De voortgezette handeling van:

- medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 6, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen tot dat feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging; (3A)

en

- medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2:11, eerste lid van de Wet op het financieel toezicht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander tot dat feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging (3B).

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd dat hij er bij de strafeis rekening mee houdt dat verdachte en zijn mededaders in nauwe en bewuste samenwerking met [naam 1] , waarvan zij bestuurders en feitelijk leidinggevenden waren, grootscheepse oplichtingdelicten hebben gepleegd en ruim 70 personen hebben bewogen tot afgifte van forse geldbedragen. Bij de hoogte van de te vorderen gevangenisstraf heeft hij als uitgangspunt genomen de LOVS-oriëntatiepunten, waarbij een fraudebedrag van één miljoen euro gelijk staat aan een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en ook heeft hij gekeken naar wat in soortgelijke zaken wordt opgelegd. Rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn vordert de officier van justitie voor de feiten die naar zijn mening bewezen verklaard kunnen worden dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Zonder overschrijding van de redelijk termijn zou hij een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden een passende strafeis hebben gevonden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naast de bepleite vrijspraak aangevoerd dat bij een eventuele bewezenverklaring, gelet op de overschrijding van de redelijk termijn, kan worden volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het aantal dagen dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verdachte is in feite first-offender. Indien de rechtbank van oordeel is dat daarmee niet kan worden volstaan wordt verzocht om een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, daar bijzondere voorwaarden aan te verbinden en tevens een onvoorwaardelijke werkstraf aan verdachte op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met:

  • -

    de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde en met de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt;

  • -

    de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden;

  • -

    de forse overschrijding van de redelijke termijn;

Verdachte heeft als feitelijk leidinggevende gefunctioneerd van [naam 1] en hij heeft een wezenlijke rol vervuld bij de totstandkoming van de oplichtingspraktijken. Verdachte was een van de drie oprichters van [naam 1] en onder zijn verantwoordelijkheid en in zijn opdracht werd een prospectus opgesteld over de financiële producten van [naam 4] . Hierin was een reeks onwaarheden opgenomen. Mede onder leiding van verdachte is geld van niets vermoedende slachtoffers afhandig gemaakt. Hen werd voorgespiegeld dat zij op een veilige manier hoge rendementen konden behalen door geld te investeren in vastgoed in Polen.

Klanten werden voorwaarden en toezeggingen voorgehouden die niet waargemaakt werden. Dit heeft ertoe geleid dat uiteindelijk ruim zeventig klanten ook daadwerkelijk geld bij [naam 1] hebben ingelegd. Slechts een deel van het ingelegde geld is uitgeleend aan een bedrijf in Polen, zonder dat daar – zoals wel voorgespiegeld – enige zekerheid tegenover stond, terwijl de aangevers werd voorgehouden dat het een relatief veilige belegging was met een hoog rendement.

Verder is geld besteed aan heel andere doelen, zoals investeringen in Spanje, Duitsland en Oostenrijk, uitbetalingen van voorschotrendementen aan nieuwe inleggers en buitensporige bedrijfskosten van [naam 1] . Er is naar aangevers toe door middel van persoonlijke gesprekken, informatie op de website en informatie in de prospectus de suggestie gewekt dat [naam 1] een vergunning had van de bevoegde autoriteiten, terwijl dit niet waar was.

Verdachte heeft door het plegen van de bewezen verklaarde feiten destijds mede voor zichzelf goede financiële omstandigheden en daarmee een riant levensonderhoud gecreëerd, hoewel niet is gebleken dat hij daarmee grote en dure luxeartikelen heeft aangeschaft.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een groot aantal slachtoffers ook nu nog steeds de negatieve financiële gevolgen van verdachtes handelen ondervindt, terwijl zij dachten door een voorgespiegelde relatief veilige belegging een goede voorziening voor de toekomst te creëren.

Gelet op de ernst van de feiten, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Mede gelet op de ter zitting naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

De rechtbank neemt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk.

De rechtbank houdt rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn komt de rechtbank echter tot een matiging van die straf van 50%.

Aannemelijk is geworden dat het tijdsverloop grote impact heeft gehad op het emotioneel welbevinden van verdachte en diens gezin.

Alles afwegende zal de rechtbank daarom opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

- Over het beslag

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Breitling horloge, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerp geheel door middel van het onder 1 bewezen verklaarde is verkregen.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De navolgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

De met naam in de tenlastelegging genoemde benadeelden:

- [naam 26] € 175.000,= (inleg € 150.000,-- en € 25.000,--);

- [naam 27] € 67.450,-- (inleg € 60.000,--; rente € 7200,--; kosten € 250,--);

- [naam 28] € 25.350,-- (inleg € 25.000,=; kosten € 350,=);

- [naam 41] € 111.500,-- (inleg € 75.000,-- en € 25.000,--; telkens de 2% rente

per jaar);

- [naam 29] € 150.000,= (inleg);

- [naam 30] € 44.000,= (inleg € 40.000,--; rente € 4000,--);

- [naam 31] € 70.429,-- (inleg € 50.000,--; kosten notaris ad € 179,--; extra inleg

€ 250,--; rendement over 5 jaar: € 20.000,--; rente);

- [naam 32] € 87.874,-- (inleg € 75.000,--; rentederving (2% per jaar)

€ 12.874,-);

- [naam 33] € 88.920,-- (inleg € 78.000,--; rente € 10.920,--);

- [naam 22] € 173.356,99 (inleg € 100.000,--; rente € 70.518,--, kosten advocaat

€ 2.838.99);

- [naam 18] € 351.862,99 (inleg € 225.000,--; rente € 124.024,--; kosten advocaat

€ 2838,99);

- [naam 25] € 56.000,-- (inleg € 50.000,--; misgelopen rente € 6.000,--);

- [naam 49] € 25.000,-- (inleg);

- [naam 34]

€ 54.713,47 (inleg € 50.000,--; diverse kosten € 4.713,47; wettelijke

rente)

- [naam 35] € 325.150,-- (inleg € 285.900,=; rentederving € 39.900,--)

- [naam 23] € 90.000,= (inleg);

- [naam 38] en/of

[naam 39] € 156.000,-- (inleg € 130.000,--; rest: omschreven als: renteverlies)

- [naam 40] € 180.000,-- (inleg € 100.000,--; restschuld woning € 56.000,--;

rente € 8000,--);

- [naam 37] € 47.700,-- (inleg € 45.000,--; misgelopen rente € 2.700,--);

- [naam 36] € 66.575,12 (inleg € 50.000,--, achterstallig rendement: € 13.000,12);

achterstallige rente € 3.575,--);

- [naam 16] € 40.000,-- (inleg);

De niet met naam in de tenlastelegging genoemde benadeelden

- [naam 50] € 84.844,-- (inleg € 50.000,--; rendementen: € 24.000,--; betaalde

rente door hogere hypotheek: € 10844,--);

- [naam 51] € 396.000,-- (inleg € 200.000,--; derving inkomsten € 96.000,--;

immateriële schade € 100.000,--

- [naam 52] € 132.000,-- (inleg € 100.000,--; verlies rente/voorschotrendement:

€ 32.000,--);

- [naam 53] € 72.800,-- (inleg € 65.000,--; rente € 7.800,--);

- [naam 54] € 137.888,-- (inleg € 106.000,--; rendement € 25.440,--; extra kosten

hypotheekakte € 6448,33);

- [naam 55] € 72.000,-- (inleg € 50.000,--; niet ontvangen voorschotrente

€ 20.000,--; rente misgelopen voorschotrente € 2.000,--);

- [naam 56] € 50.000,-- (inleg);

- [naam 57] € 87.625,-- (inleg € 75.000,--; rente € 11.125,--);

- [naam 58] € 37.120,-- (inleg € 29.000,--; rente € 8.120,--);

- [naam 59] € 80.000,-- (inleg);

- [naam 60] € 25.100,-- (inleg € 25.000,--; bijdrage administratie € 100,--);

- [naam 61] € 74.000,-- (inleg € 50.000,--; rente € 24.000,--);

- [naam 62] € 127.600,-- (inleg € 110.000,--; rente hypotheek: € 17.600,--);

- [naam 63] € 28.500,-- (inleg € 25.000,--; rente € 500,--);

- [naam 64] € 45.600,-- (inleg € 30.000,--; rente € 15.600,--)

-J [naam 65] € 134.000,-- (inleg € 100.000,--; rendement: € 24.000,--);

- [naam 66]

€ 67.200,-- (inleg € 60.0000,--; renteverlies € 7.200,--);

- [naam 67] € 144.160,-- (inleg € 97.000,--; rendement € 47.160,--);

- [naam 68] € 60.500,-- (inleg € 55.000,--; rente : € 5.500,--);

- [naam 69] en

[naam 70] € 60.000,-- (inleg)

- [naam 71] € 74.000,-- (inleg € 50.000; rendementen € 24.000,--);

- [naam 72] € 81.583,47 (inleg € 55.000,--; rendement € 23.833,--;

consumentenrente € 2750,47);

- [naam 73] € 25.000,-- (inleg);

- [naam 74] € 60.000,-- (inleg);

- [naam 75] € 74.000,-- (inleg € 50.000,--; rente 8% € 24.000,--);

- [naam 76] € 76.540,-- (inleg € 60.000,-- en € 18.000,--; renteverlies € 10.920,--;

ondersteuning [verdachte] € 100,--; minus ontvangen rendement ad

€ 12.540,--);

- [naam 77] € 58.000,-- (inleg € 50.000,--; rente € 8.000,--);

- [naam 78] /

[naam 79]

€ 239.301,77 (inleg € 120.000,--; vrijwillige bijdrage € 100,--;

kosten hypotheekakte € 3.421,77; rendementsuitkering € 30.000,--; hypotheeklasten; kosten levensverzekering € 28.180,--;

- [naam 81] € 67.200,-- (inleg € 60.000,--; renteverlies € 7200,--).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft meegedeeld dat hij bericht heeft ontvangen van [naam 30] , inhoudende dat deze diens vordering intrekt. De vordering van de benadeelde partij [naam 34] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat deze benadeelde heeft geprocedeerd en al een executoriale titel heeft verkregen. De benadeelde partij [naam 16] dient niet-ontvankelijk verklaard te worden nu vanwege een bij de vordering gevoegde concept dagvaarding niet duidelijk is of deze is uitgebracht en, zo ja, wat dit heeft opgeleverd. De vordering van de benadeelde partij [naam 22] dient niet-ontvankelijk verklaard te worden verklaard omdat de benadeelde is overleden en zich geen erfgenamen hebben gemeld. De vordering van de benadeelde partij [naam 80] dient niet-ontvankelijk verklaard te worden omdat onduidelijkheid bestaat over het ingelegde geldbedrag. De vordering van de benadeelde partij [naam 55] dient niet ontvankelijk te worden verklaard omdat deze benadeelde partij diens vordering heeft ingetrokken.

De overige vorderingen zijn op zich eenvoudig van aard wanneer zij beperkt worden tot toewijzing van de inleggelden, zonder vermeerdering met de wettelijke rente. Een andere mogelijkheid zou bij wijze van geste kunnen zijn het in al die gevallen toewijzen van een bedrag van € 5.000,-- en niet-ontvankelijk verklaring van het meer gevorderde.

De officier van justitie heeft verzocht om telkens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Afhankelijk van de hoogte van het toe te wijzen bedrag kan rekening gehouden worden met de hoogte van de vervangende hechtenis teneinde een disproportionele sanctieoplegging te voorkomen. Eventueel kan de wettelijke rente worden gekoppeld aan de schadevergoedingsmaatregel. Deze is dan verschuldigd vanaf de datum van de uitspraak.

Het standpunt van de benadeelden:

De heer [naam 38] heeft namens een aantal benadeelden het woord gevoerd en daarin toegelicht wat voor invloed het verlies van de ingelegde geldbedragen op hun levens heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zowel vanwege de bepleite vrijspraak als de complexiteit van de vorderingen de niet-ontvankelijkheid van alle vorderingen benadeelde partij bepleit.

Verder is het van belang dat verdachte geen enkel verhaal biedt en dat dit ook nooit meer zal veranderen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank hoeft geen beslissing te nemen op de door [naam 30] en [naam 55] ingediende vorderingen, nu deze blijkens de mededeling van de officier van justitie door hen zijn ingetrokken.

De rechtbank heeft vastgesteld dat alle vorderingen benadeelde partij zien op het onder 1 ten laste gelegde feit. De vorderingen zien op het geld dat door middel van oplichting van hen is aangetrokken. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen op zich niet zijn weersproken.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij [naam 22] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden omdat de benadeelde is overleden en zich geen erfgenamen hebben gemeld.

Het strafgeding voorziet niet in de mogelijkheid dat in geval van overlijden van de benadeelde partij de erfgenaam zich in het geding voegt en de (proces)positie van benadeelde partij overneemt. Dit betekent dat ook indien degene die zich op de voet van art. 51f, eerste lid, Sv als benadeelde partij in het strafgeding heeft gevoegd, is overleden, de rechter ingevolge art. 361, vierde lid, Sv dient te beslissen op diens vordering. Nu de gevorderde schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte, is het mogelijk die vordering toe te wijzen aan de benadeelde partij [naam 22] , wiens vordering op de voet van art. 6:106, tweede lid tweede volzin, BW vatbaar is voor overgang onder algemene titel op de erfgenaam (HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:917).

De rechtbank zal de vordering benadeelde partij [naam 34] niet-ontvankelijk verklaren. Deze benadeelde heeft geprocedeerd tegen [naam 1] , [medeverdachte 1] en [verdachte] en heeft bij vonnis van de rechtbank Assen d.d. 18 augustus 2010 al een executoriale titel verkregen. Zij heeft daarom geen belang meer bij toewijzing van de vordering.

Het standpunt van de officier van justitie dat de rechtbank de benadeelde partij [naam 16] niet-ontvankelijk moet verklaren in haar vordering, nu over die vordering mogelijk al door de burgerlijke rechter reeds is beslist of die vordering bij de burgerlijke rechter nog aanhangig is, is niet juist. Die opvatting vindt geen steun in het recht (HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1279).

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden tot de hoogte van de door hun ingelegde gelden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank zal telkens dat deel van de vordering toewijzen.

Met betrekking tot de benadeelde partij [naam 67] heeft de rechtbank vastgesteld dat de benadeelde partij een bedrag van € 97.000, -- vordert, en daarnaast niet verkregen rendementen. Het bedrag van € 97.000,-- is onderbouwd met een hypotheekakte van notaris [naam 17] van 25 augustus 2006, waaruit blijkt dat de hypotheek van [naam 80] is gesplitst in twee hoofdsommen. De benadeelde vordert dus kennelijk de tweede hoofdsom, namelijk € 97.000,--. Uit de lijst met participanten [naam 4] van [naam 1] (document D064, p. 5803) blijkt dat op naam van [naam 80] op 30 augustus 2006 een inlegbedrag van € 92.000,-- is gestort. De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag daarom beperken tot dit inlegbedrag.

De rechtbank zal de benadeelden voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen nu de behandeling van dat deel van de vorderingen naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partijen kunnen dat deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover door de mededader en/of mededaders telkens het betreffende schadebedrag is of wordt voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De rechtbank zal de vervangende hechtenis in verband met de huidige draagkracht van verdachte en gelet op de in de zaken van de medeverdachten op te leggen vervangende hechtenis telkens stellen op 1 dag.

In een aantal gevallen is door de benadeelde partijen de wettelijke rente gevorderd.

Uit het dossier blijkt dat contracten met inleggers zijn afgesloten waarin de contractuele rente is vastgelegd. Uit de afgesloten contracten blijkt niet wat telkens de definitieve einddatum van de contracten zou zijn omdat het geld herbelegd kon worden, hetgeen in een aantal gevallen ook is gebeurd. Er staat dus niet met voldoende mate van nauwkeurigheid vast wanneer de schades zijn veroorzaakt. Het is daarom voor de rechtbank niet duidelijk wat de grondslag zou moeten zijn van de gevorderde wettelijke rente. De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen ten aanzien van gevorderde wettelijke rente niet-ontvankelijk verklaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 24c, 33, 33a, 36f, 47, 51, 56, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;

1, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

3 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;

6 van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

2:11, 5:2 van de Wet op het financieel toezicht;

alle zoals geldend ten tijde van het ten laste gelegde.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een horloge, merk Breitling.

De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen.

 verklaart de benadeelde partij [naam 34] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

- [naam 26] € 175.000,--;

- [naam 27] € 60.000,--;

- [naam 28] € 25.000,--;

- [naam 41] € 100.000,--;

- [naam 29] € 150.000,--;

- [naam 31] € 50.000,--;

- [naam 32] € 75.000,--;

- [naam 33] € 78.000,--;

- [naam 22] € 100.000,--;

- [naam 18] € 225.000,--;

- [naam 25] € 50.000,--;

- [naam 49] € 25.000,--;

- [naam 35] € 285.000,--;

- [naam 23] € 90.000,--;

- [naam 38] en/of [naam 39] € 130.000,--;

- [naam 40] € 100.000,--;

- [naam 37] € 45.000,--;

- [naam 36] € 50.000,--;

- [naam 50] € 50.000,--;

- [naam 51] € 200.000,--;

- [naam 52] € 100.000,--;

- [naam 53] € 65.000,--;

- [naam 54] € 106.000,--;

- [naam 56] € 50.000,--;

- [naam 57] € 75.000,--;

- [naam 58] € 29.000,--;

- [naam 59] € 80.000,--;

- [naam 60] € 25.000,--;

- [naam 61] € 50.000,--;

- [naam 62] € 110.000,--;

- [naam 63] € 25.000,--;

- [naam 64] € 30.000,--;

-J [naam 65] € 100.000,--;

- [naam 66] € 60.000,--;

- [naam 67] € 92.000,--;

- [naam 68] € 55.000,--;

- [naam 69] en [naam 70] € 60.000,--;

- [naam 71] € 50.000,--;

- [naam 72] € 55.000,--;

- [naam 73] € 25.000,--;

- [naam 74] € 60.000,--;

- [naam 75] € 50.000,--;

- [naam 76] € 78.000,--;

- [naam 77] € 50.000,--;

- [naam 78] /

[naam 79] € 120.000,--;

- [naam 81] € 60.000,--;

- [naam 16] € 40.000,--.

 verklaart deze benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders telkens het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partij(en) te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Vervangende hechtenis

- [naam 26] € 175.000,-- 1 dag

- [naam 27] € 60.000,-- 1 dag

- [naam 28] € 25.000,-- 1 dag

- [naam 41] € 100.000,-- 1 dag

- [naam 29] € 150.000,-- 1 dag

- [naam 31] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 32] € 75.000,-- 1 dag

- [naam 33] € 78.000,-- 1 dag

- [naam 22] € 100.000,-- 1 dag

- [naam 18] € 225.000,-- 1 dag

- [naam 25] € 50.000,- 1 dag

- [naam 49] € 25.000,-- 1 dag

- [naam 35] € 285.000,-- 1 dag

- [naam 23] € 90.000,-- 1 dag

- [naam 38] en/of [naam 39] € 130.000,-- 1 dag

- [naam 40] € 100.000,-- 1 dag

- [naam 37] € 45.000,-- 1 dag

- [naam 36] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 50] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 51] € 200.000,-- 1 dag

- [naam 52] € 100.000,-- 1 dag

- [naam 53] € 65.000,-- 1 dag

- [naam 54] € 106.000,-- 1 dag

- [naam 56] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 57] € 75.000,-- 1 dag

- [naam 58] € 29.000,-- 1 dag

- [naam 59] € 80.000,-- 1 dag

- [naam 60] € 25.000,-- 1 dag

- [naam 61] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 62] € 110.000,-- 1 dag

- [naam 63] € 25.000,-- 1 dag

- [naam 64] € 30.000,-- 1 dag

-J [naam 65] € 100.000,-- 1 dag

- [naam 66] € 60.000,-- 1 dag

- [naam 67] € 92.000,-- 1 dag

- [naam 68] € 55.000,-- 1 dag

- [naam 69] en [naam 70] € 60.000,-- 1 dag

- [naam 71] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 72] € 55.000,-- 1 dag

- [naam 73] € 25.000,-- 1 dag

- [naam 74] € 60.000,-- 1 dag

- [naam 75] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 76] € 78.000,-- 1 dag

- [naam 77] € 50.000,-- 1 dag

- [naam 78] /

[naam 79] € 120.000,-- 1 dag

- [naam 81] € 60.000,-- 1 dag

- [naam 16] € 40.000,-- 1 dag

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. P.J.C. Cremers en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. [naam 25] , griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 september 2018.

Bijlage 1

1.

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, onder meer

-de heer en/of mevrouw [naam 16] , een geldbedrag van (totaal) euro 40.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-04]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 29] , een geldbedrag van (totaal) euro 150.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-05]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 28] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=

en/of euro 350,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-06];

en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 46] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-07]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 32] , een geldbedrag van (totaal) euro 75.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-08]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 37] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats:

Aan-09]; en/of

-de heer [naam 38] en/of mevrouw [naam 39] , een geldbedrag van (totaal) euro

130.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-10]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 33] , een geldbedrag van (totaal) euro 78.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-11]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 22] een geldbedrag van (totaal) euro

100.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-12]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 47] , een geldbedrag van (totaal) euro 225.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-13]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 44] , een geldbedrag van (totaal) euro 55.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-14]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 41] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-15]; en/of

-de heer [naam 23] en/of mevrouw [naam 82] , een geldbedrag van (totaal) euro

90.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-16]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 31] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-17]; en/of

-mevrouw [naam 40] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-18]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 35] , een geldbedrag van (totaal) euro

285.250,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-19]; en/of

-de [naam 83] , een geldbedrag van (totaal) euro 60.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-20]; en/of

-de heer [naam 25] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-21]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 26] , een geldbedrag van (totaal) euro 175.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-22]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 36] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-23]; en/of

-de heer [naam 34] en/of mevrouw [naam 34] , een geldbedrag van (totaal)

euro 50.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats; separate

aangifte];

en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, (tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voorgewend en/of doen voorwenden

(in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in e-mailbericht(en) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen

gepresenteerd als ware [naam 1] door de AFM gecontroleerd en/of

goedgekeurd en/of [naam 1] beschikte over een vergunning om effecten

(aan het publiek) aan te bieden; en/of

B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van

voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en)

en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en))

voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

B1. dat de directie van [naam 1] bestond uit een

ex-directeur/financieel manager van de ABN-Amro en/of ervaren managers geweest

waren bij grote ondernemingen; en/of

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd

(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [naam 12] ;

en/of

B3. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos

was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project

terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig

(100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks

een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een

of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en)

en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of

geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage,

afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8

procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de

stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en/of

participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou

plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste

rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [naam 19] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden

opgeleverd en/of het project [naam 48] / [naam 10] goed, althans (geheel) volgens

plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte,

zulks terwijl hij verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer andere(n), tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009, in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en)

en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, onder meer

-de heer en/of mevrouw [naam 16] , een geldbedrag van (totaal) euro 40.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-04]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 29] , een geldbedrag van (totaal) euro 150.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-05]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 28] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=

en/of euro 350,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-06];

en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 46] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-07]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 32] , een geldbedrag van (totaal) euro 75.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-08]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 37] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats:

Aan-09]; en/of

-de heer [naam 38] en/of mevrouw [naam 39] , een geldbedrag van (totaal) euro

130.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-10]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 33] , een geldbedrag van (totaal) euro 78.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-11]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 22] een geldbedrag van (totaal) euro

100.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-12]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 47] , een geldbedrag van (totaal) euro 225.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-13]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 44] , een geldbedrag van (totaal) euro 55.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-14]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 41] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-15]; en/of

-de heer [naam 23] en/of mevrouw [naam 82] , een geldbedrag van (totaal) euro

90.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-16]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 31] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-17]; en/of

-mevrouw [naam 40] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-18]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 35] , een geldbedrag van (totaal) euro

285.250,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-19]; en/of

-de [naam 83] , een geldbedrag van (totaal) euro 60.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-20]; en/of

-de heer [naam 25] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-21]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 26] , een geldbedrag van (totaal) euro 175.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-22]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 36] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-23]; en/of

-de heer [naam 34] en/of mevrouw [naam 34] , een geldbedrag van (totaal)

euro 50.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats; separate

aangifte];

en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of het ter beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, (tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 5.150.831,16),

hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of een of meer ander(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (in (persoonlijke) gesprek(ken) en/of in een prospectus en/of bij presentatie(s) en/of in brochures en/of in folder(s) en/of in flyer(s) en/of

in nieuwsbrief/nieuwsbrieven en/of in e-mailbericht(en) en/of op website(s)):

A. zich aan het publiek, althans aan een of meer van voornoemde personen

gepresenteerd als ware [naam 1] door de AFM gecontroleerd en/of

goedgekeurd en/of [naam 1] beschikte over een vergunning om effecten

(aan het publiek) aan te bieden; en/of

B. (vervolgens) aan het (benaderde) publiek, althans aan een of meer van

voornoemde personen (tot zekerheid van de belegging(en) en/of investering(en)

en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en))

voorgespiegeld/voorgewend en/of doen voorspiegelen/voorwenden:

B1. dat de directie van [naam 1] bestond uit een

ex-directeur/financieel manager van de ABN-Amro en/of ervaren managers geweest

waren bij grote ondernemingen; en/of

B2. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) (volledig) zouden worden geïnvesteerd

(in vastgoed in Polen via projectontwikkelaar [naam 12] ;

en/of

B3. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) veilig en/of (vrijwel) risicoloos

was/waren, althans een beperkt risico kende(n); en/of

B4. dat de belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of

inleg van geld(en) en/of geldlening(en) na (de oplevering van) een project

terug zou(den) worden betaald, althans vrij beschikbaar kwam(en); en/of

B5. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) volledig

(100%) zouden meedelen in de projectwinst; en/of

B6. dat de belegger(s) en/of deelnemer(s) en/of participant(en) maandelijks

een of meer geldbedrag(en) uitbetaald/uitgekeerd kre(e)g(en) als ware het een

of meer rendement(en) en/of opbrengst(en) van hun/zijn/haar belegging(en)

en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of

geldlening(en); en/of

B7. dat het (geprognosticeerde en/of gegarandeerde) rentepercentage,

afhankelijk van het project, per jaar tussen de 10 en 20 procent, althans 8

procent bedroeg; en/of

B8. dat het eerste voorschot rendement van 8 procent 6 weken na de

stortingsdatum van de belegging(en) en/of investering(en) en/of

participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en) zou

plaatsvinden; en/of

B9. dat het tweede voorschot rendement 12 maanden na de eerste

rendementsuitkering zou plaatsvinden; en/of

B10. dat het project [naam 19] was afgerond en op 1 juli 2007 zou worden

opgeleverd en/of het project [naam 48] / [naam 10] goed, althans (geheel) volgens

plan liep en/of

B11. dat kosten zouden worden bekostigd uit de 'zuivere winst',

waardoor een of meer van voornoemde perso(o)n(en) en/of een of meer andere

perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam 1] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009,in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk enig goed te weten een of meer geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 5.150.831,16) afkomstig van

-de heer en/of mevrouw [naam 16] , een geldbedrag van (totaal) euro 40.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-04]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 29] , een geldbedrag van (totaal) euro 150.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-05]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 28] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=

en/of euro 350,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-06];

en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 46] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-07]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 32] , een geldbedrag van (totaal) euro 75.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-08]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 37] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats:

Aan-09]; en/of

-de heer [naam 38] en/of mevrouw [naam 39] , een geldbedrag van (totaal) euro

130.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-10]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 33] , een geldbedrag van (totaal) euro 78.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-11]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 22] een geldbedrag van (totaal) euro

100.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-12]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 47] , een geldbedrag van (totaal) euro 225.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-13]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 44] , een geldbedrag van (totaal) euro 55.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-14]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 41] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-15]; en/of

-de heer [naam 23] en/of mevrouw [naam 82] , een geldbedrag van (totaal) euro

90.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-16]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 31] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-17]; en/of

-mevrouw [naam 40] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-18]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 35] , een geldbedrag van (totaal) euro

285.250,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-19]; en/of

-de [naam 83] , een geldbedrag van (totaal) euro 60.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-20]; en/of

-de heer [naam 25] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-21]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 26] , een geldbedrag van (totaal) euro 175.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-22]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 36] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-23]; en/of

-de heer [naam 34] en/of mevrouw [naam 34] , een geldbedrag van (totaal)

euro 50.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats; separate

aangifte];

en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

in elk geval een of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan een of meer aan hierboven genoemde personen en/of een of meer van de investeerders binnen [naam 1] , althans aan een of meer ander(en) dan aan [naam 1] en/of haar medeverdachte(n),

anders dan door misdrijf, te weten als belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en), onder zich had(den), telkens zich wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend, zulks terwijl hij verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer andere(n), tot bovenomschreven strafbare feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 november 2005 tot en met 31 december 2009,in de gemeente(n) Westerveld en/of Doetinchem en/of Bronckhorst en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk enig goed te weten een of meer geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van ongeveer EUR 5.150.831,16) afkomstig van

-de heer en/of mevrouw [naam 16] , een geldbedrag van (totaal) euro 40.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-04]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 29] , een geldbedrag van (totaal) euro 150.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-05]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 28] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=

en/of euro 350,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-06];

en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 46] , een geldbedrag van (totaal) euro 25.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-07]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 32] , een geldbedrag van (totaal) euro 75.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-08]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 37] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans euro 45.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats:

Aan-09]; en/of

-de heer [naam 38] en/of mevrouw [naam 39] , een geldbedrag van (totaal) euro

130.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-10]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 33] , een geldbedrag van (totaal) euro 78.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-11]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 22] een geldbedrag van (totaal) euro

100.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-12]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 47] , een geldbedrag van (totaal) euro 225.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-13]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 44] , een geldbedrag van (totaal) euro 55.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-14]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 41] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-15]; en/of

-de heer [naam 23] en/of mevrouw [naam 82] , een geldbedrag van (totaal) euro

90.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-16]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 31] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-17]; en/of

-mevrouw [naam 40] , een geldbedrag van (totaal) euro 100.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-18]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 35] , een geldbedrag van (totaal) euro

285.250,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-19]; en/of

-de [naam 83] , een geldbedrag van (totaal) euro 60.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-20]; en/of

-de heer [naam 25] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans een of

meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-21]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 26] , een geldbedrag van (totaal) euro 175.000,=,

althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-22]; en/of

-de heer en/of mevrouw [naam 36] , een geldbedrag van (totaal) euro 50.000,=, althans

een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats: Aan-23]; en/of

-de heer [naam 34] en/of mevrouw [naam 34] , een geldbedrag van (totaal)

euro 50.000,=, althans een of meer geldbedrag(en) [Vindplaats; separate

aangifte];

en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en) van een of meer ander(en),

in elk geval een of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan een of meer aan hierboven genoemde personen en/of een of meer van de investeerders binnen [naam 1] , althans aan een of meer ander(en) dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

anders dan door misdrijf, te weten als belegging(en) en/of investering(en) en/of participatie(s) en/of inleg van geld(en) en/of geldlening(en), onder zich had(den), telkens zich wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend,

2. A)

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2006 tot en met 31 december 2006, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, effecten heeft aangeboden terwijl er ter zake van de aanbieding geen prospectus algemeen verkrijgbaar was dat was goedgekeurd door Onze Minister of door een toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 februari 2006 tot en met 31 december 2006, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, effecten heeft aangeboden terwijl er ter zake van de aanbieding geen prospectus algemeen verkrijgbaar was dat was goedgekeurd door Onze Minister of door een toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat;

2.B)

[naam 1] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2009, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, effecten heeft aangeboden aan het publiek of effecten heeft doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, terwijl er ter zake van de aanbieding of de toelating

geen prospectus algemeen verkrijgbaar was dat was goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten of door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2009, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, effecten heeft aangeboden aan het publiek of effecten heeft

doen toelaten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, terwijl er ter zake van de aanbieding of de toelating geen prospectus algemeen verkrijgbaar was dat was goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten of door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat;

3. A)

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 november 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Westerveld, althans in Nederland en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, als een in Nederland gevestigde onderneming en/of instelling, al dan niet opzettelijk, het bedrijf van kredietinstelling heeft uitgeoefend zonder

een daartoe van de Bank verkregen vergunning, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 november 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Westerveld, althans in Nederland en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, als een in Nederland gevestigde onderneming en/of instelling, al dan niet opzettelijk, het bedrijf van kredietinstelling heeft uitgeoefend zonder

een daartoe van de Bank verkregen vergunning;

3. B)

[naam 1] , op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2009, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, met zetel in Nederland, al dan niet opzettelijk zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf bank of

elektronisch geldinstelling heeft uitgeoefend, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 31 december 2009, in de gemeente Westerveld, althans in Nederland en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijk(e) perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), althans alleen, met zetel in Nederland, al dan niet opzettelijk, zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf bank of

elektronisch geldinstelling heeft uitgeoefend;

1 De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de Belastingdienst/FIOD, team MDT , kantoor Zwolle opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL43462, gesloten op 8 juli 2011en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Aangifte door de AFM, p. 205-224

4 Brief AFM, p. 228

5 Bijlage D126, p. 6179-6181

6 Bijlage D135, p. 6208

7 Bijlage D134, p. 6204

8 Bijlage D133, p. 6201

9 Bijlage D249, p. 6903

10 C.V. akte , p. 6273-6275

11 Bijlage D132, p. 6198

12 Bijlage D042, p. 5740-5743

13 D043, p. 5744-5747

14 D044, p. 5748-5751

15 D045, p. 5752-5755

16 D046, p. 5756-5759

17 D047, p. 5760-5763

18 D048, p. 5764-5767

19 D049, p. 5768-5771

20 D050, p. 5772-5775

21 D051, p. 5776-5779

22 Bijlage D236, p. 6870

23 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juni 2018

24 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 3045

25 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 3039

26 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 3047

27 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] p. 3055

28 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 3074

29 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 2948

30 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 2954

31 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 2960

32 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 2966

33 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 2973

34 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 3233-3234

35 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 3239 3241

36 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 3246

37 Overzichtsproces-verbaal, p. 32-33

38 Proces-verbaal AH-57, p. 3603

39 Overzichtsproces-verbaal, p. 59

40 Proces-verbaal van aangifte door [naam 16] , p. 231-236

41 Afspraakbevestiging, p. 268

42 Bevestigingsbrief d.d. 9 januari 2006

43 Deelnameformulier, p. 265

44 Aangifte door [naam 18] , p 1217-1222

45 Deelnameformulier, p. 1005

46 Brief p. 1004

47 Brief, p. 1006

48 Proces-verbaal van aangifte door H.J. [naam 47] , p. 997-1000

49 Deelnameformulier, p. 1005

50 Aangifte door [naam 23] , p. 1929-1933

51 Proces-verbaal van ambtshandeling, p. 3497-3499

52 Proces-verbaal van aangifte door [naam 26] , p. 2568 ev.

53 Proces-verbaal van aangifte door [naam 27] , p. 2540 ev.

54 Proces-verbaal van aangifte door [naam 28] , p. 392 ev.

55 Proces-verbaal van aangifte door [naam 29] , p. 277 ev.

56 Proces-verbaal van aangifte door [naam 30] , p. 1640 ev.

57 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 1985 ev.

58 Proces-verbaal van aangifte door [naam 32] , p. 575 ev.

59 Proces-verbaal van aangifte door [naam 33] , p. 865 ev.

60 Proces-verbaal van aangifte door [naam 25] , p. 2549 ev.

61 Proces-verbaal van aangifte door F. [naam 46] , p. 465 ev.

62 Proces-verbaal van aangifte door [naam 35] , p. 2268 ev.

63 Proces-verbaal van aangifte door [naam 36] , p. 2576 ev.

64 Proces-verbaal van aangifte door [naam 37] , p. 633 ev.

65 Proces-verbaal van aangifte door [naam 38] , p. 687 ev.

66 Proces-verbaal van aangifte door [naam 40] , p. 2001 ev.

67 Proces-verbaal van aangifte door [naam 41] , p. 1813 ev.

68 Bijlage D064, p. 5802-5804

69 Prospectus, p. 6296-6309

70 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juni 2018

71 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 3045

72 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 3047

73 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] p. 3055

74 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , p. 2948

75 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , p. 2960

76 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , p. 2966

77 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , p. 2973

78 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 3233-3235

79 Proces-verbaal van aangifte door JH.J. [naam 38] , p. 687 ev.

80 Proces-verbaal van aangifte door [naam 30] , p. 1640 ev

81 Proces-verbaal van aangifte door [naam 40] , p. 2001 ev.

82 Proces-verbaal van aangifte door [naam 27] , p. 2540

83 Proces-verbaal van aangifte door [naam 38] , p. 687 ev.

84 Proces-verbaal van aangifte door [naam 29] , p. 277 ev.

85 Aangifte door [naam 23] , p. 1929-1933

86 Bijlage D064, p. 5802-5804

87 Overzichtsproces-verbaal, p. 32-33

88 Aangifte door de AFM, p. 220-221

89 Brief AFM, p. 228

90 D042, p. 5740-5743

91 D043, p. 5744-5747

92 D044, p. 5748-5751

93 D045, p. 5752-5755

94 D046, p. 5756-5759

95 D047, p. 5760-5763

96 D048, p. 5764-5767

97 D049, p. 5768-5771

98 D050, p. 5772-5775

99 D051, p. 5776-5779

100 D236, p. 6870

101 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juni 2018

102 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 3233-3234

103 Procesverbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 3239 3241

104 Aangifte door de AFM, p. 220-221

105 Brief AFM, p. 228