Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4014

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
C/05/342496 KG RK 18-794
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Wrakingsverzoek niet ingediend op een zodanige wijze dat de rechter er voorafgaand aan de einduitspraak in de hoofdzaak redelijkerwijs kennis van heeft kunnen nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/342496 KG RK 18-794

Beslissing van 17 september 2018

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van

mr. M.A. Jansen-van Leeuwen,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 augustus 2018 van 0:27 uur, de emailberichten van de rechter van 5 september 2018 van 15:59 uur en 16:05 uur met bijlagen en het emailbericht van 11 september 2018 van 15:13 uur van verzoeker.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter, als rechter in de zaak met

met parketnummer 96/230788-15. In die zaak heeft op 30 augustus 2018 om 12:00 uur een zitting plaatsgevonden waarna de zaak aansluitend is afgedaan met een mondelinge eindbeschikking.

2.2.

Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke wrakingsverzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter kennelijk bevooroordeeld is over hem als persoon, omdat de rechter zijn uitstelverzoek niet heeft gehonoreerd. Nadat verzoeker in zijn emailbericht van 10 augustus 2018 had aangegeven dat het voor hem geestelijk niet haalbaar was om zich voor te bereiden op de rechtszaak van 30 augustus 2018, verzocht de rechter om nadere informatie van zijn behandelend psycholoog over zijn geestelijke gezondheid en is hem in een emailbericht 28 augustus 2018 om 7:17 uur te kennen gegeven dat eerst op de zitting over zijn aanhoudingsverzoek zal worden beslist. Verzoeker constateert dat hij ten aanzien van zijn uitstelverzoek niet op zijn woord wordt geloofd en hij vreest dat de rechter zijn woord op de zitting ook niet zal geloven. Verzoeker heeft er geen vertrouwen in dat de rechter onbevooroordeeld is over hem als persoon en dat de rechter onbevooroordeeld inhoudelijk op zijn zaak zal beslissen.

3 De beoordeling

3.1.

De wrakingskamer overweegt dat een verzoek tot wraking ter zitting wordt behandeld, tenzij sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid. Gelet op de hieronder weergegeven feiten en omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om onderhavig verzoek zonder behandeling ter zitting af te doen.

3.2.

De rechter heeft aansluitend op de zitting van 30 augustus 2018 van 12:00 uur einduitspraak gedaan in de onder 2.1. genoemde zaak. Op dat moment was zij niet bekend met het door verzoeker ingediende verzoek. Met het doen van de einduitspraak is de behandeling van die zaak in eerste instantie beëindigd.

3.3.

Een verzoek tot wraking kan worden gedaan totdat einduitspraak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om wanneer de behandeling van een zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak nog wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan. (Vgl. HR 18-12-1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977, NJ 1999/271). Een wrakingsverzoek is tijdig indien het voorafgaande aan de uitspraak bij het gerecht is ingekomen en wel op een zodanig tijdstip dat de betrokken rechter daarvan redelijkerwijs nog kennis kon nemen. De omstandigheid dat het verzoek de rechter te laat bereikt vanwege onduidelijkheid dan wel onvolledigheid van het verzoek, de adressering en de vermelding van de zaaksgegevens daaronder begrepen, komt voor risico van de indiener. (Vgl. HR 13-04-2010, ECLI:NL:PHR:2010:BJ9926). De indiener van het wrakingsverzoek dient er dus voor te zorgen dat het verzoek vóór de einduitspraak de desbetreffende rechter bereikt.

3.4.

Verzoeker heeft het wrakingsverzoek weliswaar op 30 augustus 2018 om 0:27 uur per email verzonden, echter dit emailbericht was gericht aan het mailadres van een medewerkster van de rechtbank die door middel van een afwezigheidsassistent had aangegeven dat zij van woensdagmiddag 29 augustus 2018 tot 3 september 2018 niet bereikbaar zou zijn en dat naar de algemene mailbox moest worden gemaild. Gesteld noch gebleken is dat verzoeker dit laatste heeft gedaan.

3.5.

Eerst na terugkomst van de voornoemde medewerkster op 3 september 2018, dus ruim nadat de rechter op 30 augustus 2018 einduitspraak heeft gedaan, is het wrakingsverzoek onder ogen van de rechter gekomen. In aanmerking genomen dat verzoeker door middel van de afwezigheidsassistent op de hoogte kon zijn van het feit dat zijn mail niet voor de zitting van 30 augustus 2018 zou worden gelezen, dient de omstandigheid dat zijn wrakingsverzoek niet tijdig bij de betrokken rechter bekend is geworden, voor zijn rekening te blijven. Gelet op de hiervoor genoemde jurisprudentie is het verzoek dan ook niet tijdig gedaan. Dat verzoeker wellicht over de informatie van de afwezigheidsassistent heeft heen gelezen, zoals hij aanvoert in zijn emailbericht van 11 september 2018, omdat hij vanwege PTSS en NAH klachten niet goed functioneert, doet daar niet aan af.

3.6.

Het staat vast dat de zaak met een einduitspraak in eerste instantie is geëindigd. Daarom kan het verzoek thans niet meer worden toegewezen en dient verzoeker niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Mede gelet op artikel 9.1 aanhef en sub c. van het ‘Wrakingsprotocol rechtbank Gelderland’ doet de wrakingskamer, nu sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid, het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds af.

4 De beslissing

De rechtbank

verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. T.P.E.E. van Groeningen, C. Kleinrensink en A.M.F. Geerling in tegenwoordigheid van de griffier mr. P.A.C. Modderman en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2018.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.