Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:4012

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
05/881983-17 en 05/720197-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 33 maanden. De man heeft namelijk in vereniging drie gekwalificeerde vermogensdelicten gepleegd, één poging daartoe gedaan, waardevolle goederen gestolen en meerdere (auto)diefstallen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/881983-17 en 05/720197-18

Datum uitspraak : 17 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1]

thans gedetineerd in het HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen

raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat te Harderwijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 14 mei 2018, 23 juli 2018 en 3 september 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

05/881983-17

1. hij op of omstreeks18 september 2017, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand ( [naam juwelier] , gelegen aan [adres 2] ) aldaar heeft weggenomen één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam juwelier] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2. Primair

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2017 tot en met 17 september 2017 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto ( [merk auto 1] , kenteken [kenteken 1] ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair

Hij op of omstreeks 16 september 2017 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3. hij op of omstreeks 22 augustus 2017, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (gelegen aan de [adres 2] ) weg te nemen goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam juwelier] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, immers is hij verdachte en/of zijn mededader(s) met een door hem, verdachte en/of zijn mededader(s) bestuurde (personen)auto, één of meerdere malen tegen de winkelpui aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. Primair

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto ( [merk auto 2] , kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (kenteken [kenteken 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

05/720197-18

1. Hij op of omstreeks 10 november 2017 te Deventer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid sigaretten, althans een hoeveelheid rookwaar, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam] en/of [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, inklimming, een valse sleutel.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

05/881983-17 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat er vrijspraak moet volgen voor het onder 2, primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, kort gezegd, primair aangevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv). Het telefoonnummer van verdachte, [telefoonnummer 1] , is volgens de raadsvrouw op discutabele wijze verkregen, namelijk door het fingeren van een openstaande boete. Na verkrijging van het telefoonnummer heeft de politie vervolgens op onrechtmatige wijze een link gelegd tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en de identiteit van verdachte via facebook. Verdachte heeft gesteld dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] toentertijd door middel van een zoekopdracht niet gekoppeld kon worden aan zijn identiteit, omdat hij vanaf het voorjaar van 2017 zijn privacy-instellingen van Facebook zodanig heeft ingesteld, dat zijn profiel niet zichtbaar is voor buitenstaanders. Dat verdachte de privacy-instellingen van Facebook heeft gewijzigd op 8 maart 2017 en 13 maart 2017, blijkt uit de beheerdersrecords van Facebook die als bijlage is gevoegd. Een redelijk vermoeden van schuld van verdachte was in dat geval immers niet ontstaan en een aanhouding en doorzoeking hadden in dat geval niet plaatsgevonden. Verdachte heeft hiervan nadeel ondervonden, namelijk dat hij – ten onrechte – als verdachte is aangemerkt en is hierdoor in zijn belangen geschaad, aldus de raadsvrouw. Dit verzuim kan niet meer hersteld worden. De rechtbank kan hieraan, op grond van artikel 359a Sv, bewijsluitsluiting verbinden. Het uit te sluiten bewijsmateriaal zou in dat geval al het bewijs wat voortvloeit uit de "link" omvatten, waaronder in ieder geval de verklaringen van verdachte bij de politie en de aangetroffen goederen in de woning van verdachte tijdens de doorzoeking zoals zijn telefoon en laptop.

Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat vrijspraak moet volgen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het dossier enkel indirect bewijs bevat dat wijst in de richting van verdachte, waarbij ten aanzien van elk bewijsmiddel een kanttekening kan worden geplaatst. Alle bewijsmiddelen in samenhang bezien zijn te mager om wettig en overtuigend te bewijzen dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. De bewijsmiddelen leveren dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de verdachte ten aanzien van de tenlastegelegde ramkraak, poging ramkraak en autodiefstallen, als gevolg waarvan verdachte voor deze feiten vrijgesproken dient te worden, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

- Bespreking verweer vormverzuimen

De rechtbank is van oordeel dat de koppeling tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het Facebook-account van verdachte rechtmatig heeft plaatsgevonden. Het verweer van de raadsvrouw op dit punt wordt dan ook verworpen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de processen-verbaal van bevindingen volgt het volgende. Als gevolg van een onderzoek naar de poging tot ramkraak bij [naam juwelier] zijn de historische telefoongegevens gevorderd van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat in gebruik is bij medeverdachte [medeverdachte] . Uit deze gegevens is gebleken dat dit telefoonnummer op 22 augustus 2017, in de nacht dat er een poging ramkraak in Apeldoorn plaatsvond, uitbelt naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Om te achterhalen bij wie dit telefoonnummer in gebruik is, heeft verbalisant [verbalisant 1] aan een medewerker van het Districtelijk Informatie Knooppunt gevraagd om nader onderzoek te doen. Bij het invullen van dit telefoonnummer in de zoekfunctie van Facebook kwam een Facebook-account naar voren op naam van [verdachte 1] , naar later bleek verdachte.2

De rechtbank overweegt dat niet ter discussie staat dat naar aanleiding van het onderzoek naar de historische telefoongegevens van medeverdachte [medeverdachte] , het telefoonnummer van verdachte, namelijk [telefoonnummer 1] in beeld is gekomen. Op dat moment ontstond naar het oordeel van de rechtbank aanleiding om nader onderzoek te doen naar dit telefoonnummer. Uit de processen-verbaal volgt op welke manier het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gekoppeld is aan verdachte, namelijk door dit telefoonnummer in te voeren in de zoekfunctie van Facebook. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de manier waarop dit telefoonnummer is gekoppeld aan verdachte, zoals volgt uit de processen-verbaal, en stelt vast dat dit telefoonnummer op rechtmatige wijze is gelinkt aan verdachte. Dat verdachte de privacy-instellingen van Facebook heeft gewijzigd op 8 maart 2017 en 13 maart 2017, zoals zou blijken uit de beheerdersrecords van Facebook, mag zo zijn, maar deze beheerderrecords geven geen nadere informatie over de inhoud van de wijzigingen die verdachte zou hebben aangebracht. Dit verweer brengt de rechtbank dan ook niet tot een ander oortdeel.

Nu vaststaat dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] op rechtmatige wijze is gelinkt aan verdachte, kan al het bewijs dat voortvloeit uit de "link", waaronder in ieder geval de verklaringen van verdachte bij de politie en de aangetroffen goederen in zijn woning, tijdens de doorzoeking -zoals zijn telefoon en laptop- voor het bewijs worden gebruikt.

- Verdere bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

Gelet op de samenhang tussen alle feiten zal de rechtbank de van belang zijnde bewijsmiddelen gezamenlijk behandelen, waarbij elk bewijsmiddel slechts is gebruikt ten aanzien van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte medeverantwoordelijk is voor de autodiefstallen, de ramkraak alsmede de poging daartoe. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen.

Feiten 3 en 4

Op 22 augustus 2017 om 01.30 uur heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto, een grijze [merk auto 2] met kenteken [kenteken 2] . Op zondag 20 augustus 2017, omstreeks 21.30 uur, heeft hij de personenauto nog zien staan voor zijn woning aan de [adres 3] . Hij heeft zijn auto afgesloten. Op 22 augustus 2017, rond 00.40 uur, zag hij dat de auto was weggenomen.3

Op 22 augustus 2017 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van een poging tot ramkraak. Op 22 augustus 2017 om 03.48 uur kreeg hij een inbraakmelding op zijn telefoon. Toen hij aankwam was de politie al aanwezig en zag hij dat er een donkerkleurige [merk auto 2] op het winkelcentrum stond met de neus richting zijn zaak. Toen hij arriveerde waren de daders al weg. Hij zag verder dat er schade was aan het rolluik en aan de deur.4 Op 27 augustus 2017 heeft de aangever bij de politie verklaard dat op 26 augustus 2017 een man in de leeftijd van 30 en 40 jaar, zich verdacht ophield in zijn winkel. Hij reserveerde een kettinkje op naam [medeverdachte] , [adres 4] . De man gaf als telefoonnummer op: [telefoonnummer 2] .5

Van de poging tot ramkraak zijn camerabeelden van 22 augustus 2017 uitgekeken. Tussen 03.46.47 uur en 03.46.54 uur is te zien dat een persoon, voorts omschreven als verdachte 1, vanaf de [naam winkel] richting de juwelier loopt. In zijn rechterhand draagt hij een donkere container/emmer en in zijn linkerhand een tas. Om 03.46.49 uur is te zien dat een zilverkleurige [merk auto 2] in beeld verschijnt. Tussen 03:46.54 uur en 03.47.18 uur loopt verdachte 1 van het beeld af, stopt naast de pui van de juwelier en legt de spullen neer. De bestuurder van de [merk auto 2] , voorts omschreven als verdachte 2, zet het voertuig in zijn achteruit. Tussen 03.47.19 en 03.47.43 is te zien dat verdachte 2 accelereert richting de juwelier en met de [merk auto 2] de pui van de juwelier twee keer ramt. Beide verdachten rennen daarna weg.6

Uit onderzoek is vast komen te staan dat de telefoonnummers, [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] , aan medeverdachte [medeverdachte] zijn gekoppeld.7 Uit nader onderzoek is tevens gebleken dat het telefoonnummer, [telefoonnummer 1] , aan verdachte toebehoort.8

Onderzoek naar de mastverkeergegevens rondom de periode van de poging ramkraak heeft daarnaast het volgende opgeleverd. Uit de telefoon- en mastverkeersgegevens is gebleken dat er telefonisch contact is geweest tussen het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte] , [telefoonnummer 2] , en het telefoonnummer van verdachte, [telefoonnummer 1] op 22 augustus 2017 om 00.44.33 uur en om 00.48.33 uur in Deventer.

De rechtbank overweegt op grond van vorenstaande bewijsmiddelen als volgt.

Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen staat vast dat verdachte een wezenlijke rol heeft gespeeld in de uitvoering van beide feiten. Daarnaast zijn de aangehaalde bewijsmiddelen belastend. Er is telefonisch contact geweest tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , in de buurt van de plaats van het delict, ongeveer vier tot acht minuten nadat de [merk auto 2] werd gestolen in Deventer. Ruim drie uur later heeft er een poging ramkraak met dezelfde auto bij [naam juwelier] plaatsgevonden. Op beelden zijn telkens twee mensen te zien, waarvan een persoon de [merk auto 2] bestuurt en twee keer tegen de pui van de juwelier ramt terwijl een ander persoon een container/emmer en tas bij zich draagt en naast de pui van de juwelier neerlegt. Ondanks dat deze feiten en omstandigheden schreeuwen om uitleg, heeft verdachte ervoor gekozen om hieromtrent geen verklaring af te leggen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de [merk auto 2] en een poging ramkraak.

Feiten 1 en 2

Op 17 september 2017 rond 19.20 uur heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto, een rode [merk auto 1] met kenteken [kenteken 1] . Aangever heeft de personenauto nog zien staan aan de [adres 5] , in een parkeervak op de parkeerplaats bij de huisartsenpraktijk. Hij heeft de personenauto afgesloten. Op 17 september 2017 omstreeks 17.00 uur zag hij dat de personenauto was weggenomen.9

Op 18 september 2018 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van een ramkraak. Op 18 september 2017 kreeg hij een inbraakmelding waarop hij direct naar zijn winkel is gereden. Onderweg daarnaartoe is hij geen enkel voertuig tegengekomen. Hij stond even stil op de kleine parkeerplaats aan de [straatnaam] , waarbij hij op enkele meters afstand zicht had op de voorzijde van zijn winkel. Toen zag hij flink rook komen uit zijn winkel en zag hij een achterste gedeelte van een auto midden in zijn winkelpui zitten met verlichting aan, naar de beschrijving van aangever ging het om een rode [merk auto 1] met kenteken [kenteken 1] . Men is met de auto de winkelpui aan de voorzijde ingereden met gebruikmaking van oprijplaten, omdat de winkelruit verhoogd is. Aangever heeft een paar keer getoeterd om mogelijke inbrekers af te schrikken, maar hij heeft niemand gezien. Ongeveer drie minuten later zag hij de politie aankomen waarop hij zich bij hen heeft gemeld. Samen met de politie is hij de winkel ingegaan via de achterzijde en trachtte hij te ontdekken wat er binnen was gebeurd. Hij trof een grote ravage aan in zijn winkel. Op 22 augustus 2017 is op soortgelijke wijze geprobeerd in te breken in zijn juwelierswinkel, maar dat was toen niet gelukt. Hij heeft de camerabeelden bekeken en zag personen heen en weer lopen voor de winkelpui op de plek waar men met de auto is ingereden. Hij zag dat men bezig is geweest de oprijplaten tegen de gevel te zetten. Daarna zag hij een auto achterwaarts het voetgangersgedeelte van het winkelcentrum op komen rijden, vanuit de richting [straatnaam] . Vervolgens reed de auto de pui in. Aangever zag de bestuurder van de auto via het autoraam naar buiten klimmen. . De bestuurder had een grote witte zak in zijn handen en iets gelijkend op een hamer. De bijrijder kwam ook via het bestuurdersraam uit de auto. Hij had een tas en iets gelijkends op een hamer in zijn handen. Aangever zag op de beelden dat beide mannen naar vitrines liepen en deze kapot sloegen met de hamer. Vervolgens stopten ze verschillende sieraden in de tas/zak. Het leek erop dat de daders precies wisten waar ze moesten zijn en ze hebben waardevolle sieraden buit gemaakt.10

Verbalisant [verbalisant 2] heeft ter plaatse de aangifte van [slachtoffer 2] opgenomen. Hij zag dat men met een ontvreemde auto met kenteken [kenteken 1] de winkelpui is ingereden. Men heeft gebruik gemaakt van oprijplaten die tegen de winkelpui waren geplaatst. Aangever heeft vrijwillig de beveiligingsbeelden getoond van de winkel. Verbalisant heeft door middel van zijn werktelefoon opnames gemaakt en deze veiliggesteld. Op de beelden is te zien dat twee daders uit de auto kruipen, meerdere vitrines kapot slaan met een hamer, verschillende sieraden ontvreemden en vervolgens in een tas/zak stoppen. De daders hebben via de kapot gereden pui de winkel verlaten.11 De beelden zijn tevens uitgekeken door verbalisant [verbalisant 3] . Om 03.27 uur is te zien dat een auto buiten de pui van de winkel ramt en naar binnen rijdt. Vervolgens liep een persoon met een witte hoodie door de geramde pui langs de auto de winkel in. Vanuit het raamportier van de auto, aan de bestuurderszijde, klom een man met kort donker haar uit de auto. Deze man liep vervolgens de winkel in, waar ook de eerst genoemde persoon heen liep. De eerstgenoemde persoon met de witte hoodie sloeg vervolgens met zijn rechterhand een vitrineruit in. In zijn linkerhand hield hij een witte grote zak vast. Hierin stopte hij de spullen die afkomstig waren van de vitrine. Om 03.28 uur verschenen de twee personen samen in beeld en verdwenen kort daarna weer.12

Verbalisant [verbalisant 4] , heeft de onder verdachte aangetroffen hoodie vergeleken met de kleding van één van de verdachten op de camerabeelden van [naam juwelier] . Op de camerabeelden was een verdachte te zien die een witte hoodie droeg met een donker embleem op de linkerborst. Deze hoodie leek erg op de hoodie die onder verdachte is aangetroffen tijdens de doorzoeking in zijn woning.13 Deze was ook wit.

Het DNA van verdachte is aangetroffen op een hoofdlamp in de middenconsole van de [merk auto 1] die gebruikt is bij de ramkraak bij [naam juwelier] , op 18 september 2017.14

Getuige [getuige 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op 18 september 2017, omstreeks 03.35 uur in zijn slaap werd opgeschrikt door een harde knal. Het was een soortgelijke knal die hij hoorde op 22 augustus 2017, toen met een auto de winkelpui van de [naam juwelier] is ingereden. Toen hij uit zijn slaapkamerraam keek, hoorde hij stemmen van zeker twee mensen.15

Getuige [getuige 2] heeft bij de politie als volgt verklaard. Op zaterdagnacht 17 september 2017 heeft zij tussen 00.00 uur en 02.00 een personenauto zien stoppen met daarin twee personen. De auto stond een poos stil op de parkeerplaats en trok haar aandacht. Na verloop van tijd stapten de twee personen uit de auto. De ene persoon liep naar links richting de [naam juwelier] . De andere persoon liep heen en weer naar de winkel [naam winkel] te Apeldoorn. De getuige vond het vreemd gedrag. Even later liepen de twee personen samen het [naam plein] over en verdwenen ze uit haar zicht.16

Getuige [getuige 3] heeft vanuit zijn flatwoning het volgende waargenomen. Op zaterdag 16 september 2017 omstreeks 08.15 uur hoorde hij een hoop lawaai waarop hij besloot om naar buiten te kijken. Hij zag dat er een rode [merk auto 1] met kenteken [kenteken 1] werd geparkeerd. Hij heeft een foto van de auto gemaakt en wist zodoende het kenteken. Hij zag de bestuurder uitstappen en naar een witte bestelauto lopen. De bestuurder van dit voertuig stapte uit en keek getuige aan. Daarna draaide de bestuurder zich snel om en stapte weer in de bestelauto. Op zondag 18 september 2017 is de bestelauto tussen 16:30 en 17:00 uur weggehaald. De bestuurder van de [merk auto 1] was een blanke man van ongeveer 1.80 meter, ongeveer midden 30 jaar, donker half lang krullend haar en droeg een donkere broek en een donkere jas. De bestuurder van de witte bestelauto was een blanke man van 1.70 meter, leeftijd eind 40 jaar, stevig gedrongen postuur en een kaal hoofd. Hij droeg een licht jack.17

Onderzoek naar de mastverkeergegevens rondom de periode van de ramkraak heeft het volgende opgeleverd. Uit de telefoon- en mastverkeersgegevens is gebleken dat er telefonisch contact is geweest tussen het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte] , [telefoonnummer 3] , en het telefoonnummer van verdachte, [telefoonnummer 1] op 16 september 2017 om 08.09.49 uur en op 18 september 2017 om 03.29.36 uur; het telefoonnummer van beide verdachten straalden toen de mast aan de [adres 6] aan.18

Verbalisant [verbalisant 5] heeft de Asus notebook van verdachte onderzocht en geconstateerd dat er in de maand januari 2018 meerdere keren is gezocht naar de woorden ‘ramkraken’ en ‘juweliers’ op google.19

De rechtbank overweegt op grond van vorenstaande bewijsmiddelen als volgt.

Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat verdachte een rol heeft gespeeld in de uitvoering van beide feiten. Dede aangehaalde bewijsmiddelen zijn belastend. Ondanks dat de feiten, omstandigheden, signalementen en getuigenverklaringen schreeuwen om uitleg, heeft verdachte ervoor gekozen om hieromtrent geen (duidelijke) verklaring af te leggen. Bovendien komt de werkwijze die is toegepast met betrekking tot feiten 3 en 4 op essentiële punten overeen met de werkwijze die is toegepast met betrekking tot feiten 1 en 2. De ramkraak en poging daartoe zijn gepleegd bij dezelfde juwelier en op dezelfde manier, namelijk door met een gestolen auto de pui in te rammen. Daarbij wees onderzoek naar beide incidenten telkens naar dezelfde personen, namelijk medeverdachte [medeverdachte] en verdachte, die telefonisch contact met elkaar onderhielden, in de buurt van de plaatsen delict en rondom het moment van de diefstallen en ramkraken. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de knal die hij hoorde ten tijde van de ramkraak op 18 september 2017 overeenkomt met de knal die hij hoorde op 22 augustus 2017, ten tijde van de poging ramkraak.

Nu de kenmerken van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten zoveel overeenkomsten vertonen met de onder 1 en 2 tenlastegelegde en de feiten 1 en 3 zijn begaan met betrekking tot hetzelfde slachtoffer, is de rechtbank, gelet op de modus operandi en het aantreffen van het DNA van verdachte op de hoofdlamp die is aangetroffen in de auto, van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte zich tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de [merk auto 1] en de ramkraak.

Medeplegen

Vast staat dat verdachte betrokken is geweest in de uitvoering van de tenlastegelegde feiten. De vraag die de rechtbank nog moet beantwoorden is of verdachte de feiten alleen heeft gepleegd of dat er sprake is geweest van medeplegen.

Voor medeplegen van een strafbaar feit is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen. Daarnaast moet de van medeplegen verdachte persoon een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de gepleegde delicten.

Hiervoor heeft de rechtbank vastgesteld dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten sprake is geweest van een gecoördineerd plan van aanpak waarbij afspraken werden gemaakt over de taakverdeling. Uit wat hiervoor is vastgesteld omtrent de wijze van uitvoering van die misdrijven maakt de rechtbank op dat het niet anders kan dan dat daarbij telkens sprake is geweest van betrokkenheid van verdachte bij (de voorbereiding van) de feiten en van bewuste en nauwe samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] . Het plegen van een ramkraak vergt namelijk een plan van aanpak. Zo moet onder meer een locatie worden gekozen waar de ramkraak plaatsvindt, moeten er auto’s “geregeld” worden (één om mee te “rammen” en één om mee te vluchten), moet er bepaald worden wie welke taken uitvoert, hoe men van de plaats delict kan vluchten en hoe de buit wordt vervoerd. Gelet op alle bewijsmiddelen was daarvan sprake. Bij een dergelijk plan zijn doorgaans tenminste twee daders betrokken waarvan vastgesteld is dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gehandeld. Dat daarbij de exacte aard en omvang van de rol van verdachte in het feitencomplex niet precies kan worden vastgesteld, doet aan het voorgaande niet af.

05/720197-18 20

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit omdat enkel een DNA-match op het aangetroffen breekijzer met het DNA van verdachte het bewijs in dit dossier niet sluitend maakt. Verder bevat het dossier geen bewijs dat gekoppeld kan worden aan de daadwerkelijke aanwezigheid van verdachte ten tijde van de inbraak in het tankstation en/of zijn betrokkenheid bij de inbraak.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt heeft aan diefstal door middel van braak van hoeveelheid sigaretten op 10 november 2017 in Deventer.

Op 10 november 2017 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van diefstal door middel van braak. Op 10 november 2017 kreeg hij een inbraakmelding van de meldkamer van de politie. Toen hij aankwam zag hij dat de voordeur ontzet was en dat de onderkant naar binnen was gedrukt. Hij zag verder dat er overal achter de toonbank sigaretten lagen en dat het rolluik kapot was. Hij gaf aan dat er vermoedelijk voor € 10.000 aan sigaretten is weggenomen. Verbalisant [verbalisant 6] heeft, ter plaatse, op een telefoonopname gezien dat het om twee daders ging.21

Verbalisanten hebben waargenomen dat de schuifdeur/toegangsdeur was ontzet en dat er daadwerkelijk was ingebroken. Door de ruiten zagen zij dat het rolluik voor de sigaretten was opengebroken en dat een groot deel van de sigaretten weg waren.22

Er is sporenonderzoek verricht aan het aangetroffen breekijzer in de benzinestation.23 Daarbij is naar voren gekomen dat het DNA-profiel afkomstig van het breekijzer matcht met het DNA-profiel van verdachte.24

Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dit feit.

Medeplegen

Vaststaat dat verdachte het feit heeft gepleegd. De vraag die de rechtbank nog moet beantwoorden is of verdachte het feit alleen heeft gepleegd of dat sprake is geweest van medeplegen.

Voor medeplegen van een strafbaar feit is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen. Daarnaast moet de van medeplegen verdachte persoon een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de gepleegde delicten.

Verbalisant [verbalisant 6] heeft op een telefoonopname gezien dat het om twee daders ging.

Verbalisanten hebben ter plaatse bloedsporen aan de binnenkant van de rolluiken aangetroffen . De sporen werden bemonsterd (onder SIN-nummer [nummer 1] en [nummer 2] ) en naar The Maastricht Forensic Institute (hierna: MFI) gestuurd ter identificatie.25 Blijkens het MFI-rapport van 16 januari was het DNA in beide sporen afkomstig van een ‘onbekende man R’.26 Op 15 juni 2018 heeft het MFI een rapport uitgebracht als aanvulling op het rapport van 16 januari 2018. In dat rapport zijn beide sporen, aan de hand van vergelijkend DNA-onderzoek, gekoppeld aan medeverdachte [medeverdachte] .

Gelet op bovenstaande is, naar het oordeel van de rechtbank, medeverdachte [medeverdachte] betrokken geweest bij het feit in die zin dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] en is er zodoende sprake van medeplegen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de navolgende tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

05/881983-17

1. hij op of omstreeks18 september 2017, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand ( [naam juwelier] , gelegen aan [adres 2] ) aldaar heeft weggenomen één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam juwelier] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2. Primair

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2017 tot en met 17 september 2017 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto ( [merk auto 1] , kenteken [kenteken 1] ) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3. hij op of omstreeks 22 augustus 2017, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (gelegen aan de [adres 2] ) weg te nemen goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam juwelier] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en/of de/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, immers is hij verdachte en/of zijn mededader(s) met een door hem, verdachte en/of zijn mededader(s) bestuurde (personen)auto, één of meerdere malen tegen de winkelpui aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. Primair

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto ( [merk auto 2] , kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

05/720197-18

1. Hij op of omstreeks 10 november 2017 te Deventer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid sigaretten, althans een hoeveelheid rookwaar, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam] en/of [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, inklimming, een valse sleutel.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal-en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 2, primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van feit 4, primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

05/720197-18

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Het standpunt van de verdediging

Inherent aan de bepleite vrijspraken, heeft de raadsvrouw aan de rechtbank verzocht om verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren. Over een eventuele strafmaat heeft zij zich niet uitgelaten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 29 augustus 2018 en

- een advies van reclassering gedateerd 21 maart 2018.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft in vereniging drie gekwalificeerde vermogensdelicten gepleegd waaronder een ramkraak en een poging daartoe, waarbij waardevolle goederen zijn gestolen. Daarnaast heeft hij twee autodiefstallen in vereniging gepleegd. Verdachte heeft bij diverse betrokkenen overlast en significante schade veroorzaakt, waarbij in het bijzonder de ramkraak en poging daartoe bij [naam juwelier] grote financiële schade hebben veroorzaakt bij betrokkenen. De rechtbank vindt dit ernstige feiten, gelet op de manier waarop zij begaan zijn. Medeverdachte [medeverdachte] is tussendoor bij de [naam juwelier] wezen kijken om een voorverkenning te doen. De modus operandi bij de diefstallen en ramkraken, namelijk de voorverkenning, het onderhouden van telefonische contacten vlak voor en na het plegen van de feiten en het plegen van ramkraken met gestolen auto’s, wijzen op een hoog professionaliteitsgehalte. Verdachte en zijn mededader hebben enkel rekening gehouden met hun eigen geldelijk gewin, zonder ook maar enigszins rekening te houden met gevolgen voor gedupeerden. De rechtbank vindt dit bijzonder kwalijk.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 augustus 2018 volgt dat verdachte meerdere malen voor vermogensdelicten is veroordeeld.

Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Hij heeft zich stelselmatig op zijn zwijgrecht beroepen. De reclassering heeft mede hierdoor niet (concreet) kunnen adviseren over de kans op herhaling. Gelet op de proceshouding en de strafblad van verdachte meent de rechtbank dat sprake is van een hoog recidivegevaar. De rechtbank vindt dan ook enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden en zal het verzoek van de raadsvrouw om verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen afwijzen.

De rechtbank zal overgaan tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dit is hoger dan de vordering van de officier van justitie. De rechtbank komt daartoe gelet op de brutaliteit van de feiten, het strafblad van verdachte en zijn proceshouding.

Ten aanzien van het beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven handlamp (onder goednummer [nummer 3] ), schroevendraaier (onder goednummer [nummer 4] ), rijplaat (onder goednummer [nummer 5] , klauwhamer (onder goednummer [nummer 6] ), mand (onder goednummer [nummer 7] ) en bank (onder goednummer [nummer 8] ) zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het onder 1 en 3 bewezenverklaarde met deze voorwerpen zijn begaan.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van drieëndertig (33) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

 verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: handlamp (onder goednummer [nummer 3] ), schroevendraaier (onder goednummer [nummer 4] ), rijplaat (onder goednummer [nummer 5] , klauwhamer (onder goednummer [nummer 6] ), mand (onder goednummer [nummer 7] ) en een bank (onder goednummer [nummer 8] ).

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kleinrensink, voorzitter, mr. M.F. Gielissen en

mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F. Badji, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 september 2018.

Mr. M.F. Gielissen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Noord- en Oost- Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 9] , gesloten op 30 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 416-417 en proces-verbaal van bevindingen van 6 juli 2018.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 370

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 366.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 373.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 386-387.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 416, 563.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 416-417; proces-verbaal van bevindingen analyse Iphone 4s, p. 679.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 340-343.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 307-309.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 310.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 384.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 66; proces-verbaal van bevindingen doorzoeking van de woning van verdachte, 517-521.

14 Het NFI-rapport, p. 491-494.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 344.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 355-356.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 375-377.

18 Rapport vergelijking mastverkeergegevens, p. 418-419; proces-verbaal van bevindingen, p. 427-429.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 665.

20 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 7] van de politie Oost- Nederland, district IJsselland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 10] , gesloten op 13 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

21 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 1-3.

22 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 14.

23 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 13-16.

24 Deskundigenrapportage, Forensisch DNA-onderzoek, p. 26-27.

25 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 14-15.

26 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 25-34.