Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3917

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-09-2018
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
05/840471-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling, diefstal en poging tot afpersing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0743
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/840471-16

Datum uitspraak : 11 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1971 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres 1] , [woonplaats] .

Raadsman: mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 augustus 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, althans in of omstreeks de periode van 31 maart 2016 tot en met 1 april 2016, in de gemeente Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd te weten [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] bij zijn woning opgezocht en hem gezegd "dat ze met hem, [slachtoffer 1] , wilde praten" en/of

- nadat die [slachtoffer 1] verdachte en/of zijn mededader(s) in zijn woning hadden binnengelaten met verheffende stem tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd "wat een nette getrouwde vrouw bij hem, [slachtoffer 1] , had te zoeken" en/of

- die [slachtoffer 1] op indringende/agressieve wijze verzocht mee te gaan, althans heeft gedwongen mee te gaan en/of

- die [slachtoffer 1] geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen in een auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer 1] onder druk gezet om voornoemde [slachtoffer 2] op te bellen (met de kennelijke bedoeling die [slachtoffer 2] naar een bepaalde plaats te lokken/geleiden) en/of

- die [slachtoffer 1] (nadat hij werd gedwongen weer uit te stappen) meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht geslagen en/of gestompt en/of

- ( nadat die [slachtoffer 1] weer in de auto had plaatsgenomen) gedwongen de waarheid te vertellen en dat wanneer hij de waarheid niet zou zeggen hij, [slachtoffer 1] , zou worden afgemaakt, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] in een auto vervoerd naar een -voor hem- onbekende bestemming en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) tegen zin/wil vastgehouden in een auto en/of

- die [slachtoffer 1] bij een voor hem onbekende woning ( [adres 2] ) (binnen)gebracht/geduwd/getrokken en/of

- die [slachtoffer 1] in voornoemde woning "gedwongen" naar de keuken begeleid en/of

- die [slachtoffer 1] tegenover die [slachtoffer 2] gezet en/of daarbij gemaand/gedwongen bepaalde uitspraken te doen en/of

- die [slachtoffer 1] (aldus) in voornoemde woning vastgehouden en/of op allerlei mogelijke manieren belet de woning te kunnen ontvluchten;

2.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, althans in of omstreeks de periode van 31 maart 2016 tot en met 1 april 2016, in de gemeente Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk zijn ex-partner genaamd [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 2] naar een tankstation gelokt en/of

- die [slachtoffer 2] (vervolgens) bij de haren uit de auto getrokken/gesleurd en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd gestompt en daarbij geschreeuwd "je bent verliefd op hem"? en/of

- die [slachtoffer 2] in een (andere) auto geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] tegen haar wil op de achterbank van voornoemde auto vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 2] in een auto vervoerd naar een -voor haar- onbekende bestemming en/of

- die [slachtoffer 2] op de plaats van bestemming aan de haren uit de auto getrokken en/of vervolgens bij een woning ( [adres 2] ) naar binnen gebracht/geduwd/getrokken en/of

- die [slachtoffer 2] in voornoemde woning vastgehouden en/of op allerlei mogelijke manieren belet de woning te kunnen ontvluchten

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht gespuugd en/of uitgescholden;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 31 maart 2016 op 1 april 2016, in de gemeente Berg en Dal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bankpas ( [naam 1] bankpas met [slachtoffer 2] als tenaamgestelde) en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

4.

hij in of omstreeks de periode van 31 maart tot en met 7 april 2016, in de gemeente Berg en Dal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 1100 euro, althans een (of meer)geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel; te weten door het wederrechtelijk gebruik van een [naam 1] bankpas met een bij die bankpas behorende pincode, tot het gebruik waarvan verdachte niet gerechtigd en/of gemachtigd was;

5.

hij op of omstreeks 04 april 2016, in de gemeente Berg en Dal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte:

- zich naar het bedrijf van die [slachtoffer 3] (werkgever ex-vrouw) heeft begeven en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 3] met verheffende stem heeft gesommeerd het geld van zijn vrouw aan hem over te maken en/of af te geven en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft geschreeuwd/gezegd "maak mij niet gek. Als je het aan de verkeerde geeft, dan kom ik het persoonlijk halen. Jij moet mij dat geld geven" en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft geschreeuwd/geroepen - en nadat verdachte de deur voor die [slachtoffer 3] had dicht gedaan/gegooid- "ik moet dat geld hebben. Ik ga niet zonder geld weg. Ik maak je af" en/of

- die [slachtoffer 3] (stevig) bij de handen heeft vastgepakt en/of bij de jas heeft vastgepakt en daarbij die [slachtoffer 3] met kracht tegen de muur aan geduwd en daarbij geschreeuwd "je gaat nu betalen. Ik ga niet zonder geld weg. Maak me niet gek" en/of

- die [slachtoffer 3] in de buik heeft getrapt en/of geschopt en/of die [slachtoffer 3] (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, te Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen een persoon genaamd [slachtoffer 1] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] (met kracht)

- met een ijzeren staaf, althans met een hard voorwerp meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen de be(e)n(en), althans in/op/tegen het lichaam te slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht/hoofd, althans in/op/tegen het gehele lichaam te slaan en/of te stompen;

7.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, te Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen een persoon genaam [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal,

- ( met kracht) aan haar ha(a)r(en) te trekken en/of

- ( met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of/althans in/op/tegen het (gehele)lichaam te slaan en/of te stompen

- met een ijzeren staaf, althans met een hard voorwerp in/op/tegen het bovenbeen en/of de heup, althans in/op/tegen het lichaam te slaan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Op 31 maart 2016 is bij de politie gemeld dat bij een tankstation in Berg en Dal twee vrouwen tegen hun zin in een auto werden getrokken door meerdere mannen en dat er een man over de straat werd gesleept die werd geschopt en geslagen. Er waren meerdere auto’s bij betrokken en getuigen hebben het kenteken van een van de auto’s doorgegeven. Agenten zijn naar het adres van de tenaamgestelde van dat kenteken gegaan, te weten [adres 2] in Nijmegen. In die woning troffen zij acht personen aan, waaronder een emotionele vrouw, [slachtoffer 2] .2

Door [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) is aangifte gedaan, waarbij zij – kort samengevat – hebben verklaard dat zij op 31 maart 2016 tegen hun wil naar de woning aan [adres 2] zijn gebracht en dat ze daar moesten blijven. Zij hebben allebei verteld dat er fysiek geweld is gebruikt. [slachtoffer 2] heeft daarnaast verklaard dat haar telefoon is afgepakt, haar bankpas is verdwenen en dat een bedrag van € 1.100,- van haar bankrekening is gehaald. De feiten die ten laste zijn gelegd onder 1, 2, 3, 4, 6 en 7 hebben betrekking op dit incident.

[slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan tegen verdachte. Dit betreft een incident dat op 4 april 2016 zou hebben plaatsgevonden, ten laste gelegd als feit 5.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten. Wel moet vrijspraak volgen voor feit 3 voor zover het gaat om de mobiele telefoon.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2, 3, 5, 6 en 7. Hij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft feit 4.

Over de feiten 1, 2, 6 en 7 heeft hij naar voren gebracht dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een motief hadden om niet naar waarheid te verklaren. Zij hadden immers een relatie met elkaar. Ook wilde [slachtoffer 2] haar kinderen niet kwijt en het zou in haar voordeel zijn als verdachte vast zou komen te zitten. Dit heeft invloed op de betrouwbaarheid van hun verklaringen.

Bovendien kan geen sprake zijn geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] , omdat [slachtoffer 1] zelf heeft verklaard dat hij steeds de mogelijkheid had om te vertrekken.

Over de tenlastegelegde mishandelingen heeft de raadsman naar voren gebracht dat het alleen [slachtoffer 1] is die verklaart te zijn gestompt op zijn lichaam en in zijn gezicht. Ook ten aanzien van het slaan met de ijzeren staaf is er onvoldoende steunbewijs. Bovendien is geen medische verklaring over [slachtoffer 1] voorhanden en heeft een verbalisant beschreven dat hij geen letsel bij [slachtoffer 1] heeft gezien.

[slachtoffer 2] heeft weliswaar enkele verwondingen, maar haar verklaring wordt niet bevestigd door iemand anders dan [slachtoffer 1] .

Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat niet blijkt dat verdachte de telefoon heeft afgepakt. Ook is niet gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander. De bankpas van [slachtoffer 2] is nooit bij verdachte aangetroffen en zij verklaart ook enkel dat ze de pas is kwijtgeraakt.

Er is volgens de raadsman onvoldoende bewijs voor feit 5. Alle informatie komt uit één bron, namelijk aangever [slachtoffer 3] . De getuige heeft niets gezegd over het gebruik van geweld door verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1, 2, 6 en 7

De verklaring van verdachte komt er kort gezegd op neer dat geen sprake is geweest van enige druk, bedreiging of geweld. [slachtoffer 1] is zonder problemen meegegaan met de auto. Bij het tankstation is ook met [slachtoffer 2] besproken dat ze naar de woning aan [adres 2] zouden gaan om te praten. Volgens verdachte is alleen met emotie en stemverheffing gesproken.

De rechtbank zal hieronder eerst de relevante passages uit de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] weergeven. Vervolgens zal de rechtbank ingaan op de met elkaar samenhangende vragen of deze verklaringen betrouwbaar zijn en of er bewijsmiddelen zijn die deze aangiftes ondersteunen.

Verklaring [slachtoffer 1]

heeft verklaard dat [slachtoffer 2] , een collega van hem, op 31 maart 2016 bij hem langs kwam in zijn woning in Nijmegen. Toen ze weg was, hoorde [slachtoffer 1] vanaf de straat zijn naam roepen. Het bleek verdachte te zijn. [slachtoffer 1] heeft hem de woning in gelaten en daar werd verdachte heel agressief. Verdachte vroeg wat een nette vrouw bij [slachtoffer 1] te zoeken had en of [slachtoffer 1] een verhouding had met [slachtoffer 2] . Nadat [slachtoffer 1] had ontkend een verhouding met [slachtoffer 2] te hebben, bleef verdachte schreeuwen dat hij ( [slachtoffer 1] ) loog.3 Verdachte heeft [slachtoffer 1] in zijn eigen woning twee keer geslagen. Dit was met zijn rechter vlakke hand tegen de linker kant van het gezicht.4

Ook heeft verdachte [slachtoffer 1] met de vuist geslagen.5 Verdachte zei op een gegeven moment dat [slachtoffer 1] mee moest komen. [slachtoffer 1] wilde niet mee, maar durfde niet te weigeren omdat verdachte zo agressief was in zijn taalgebruik en zijn blik. [slachtoffer 1] is meegegaan omdat hij bang was.6 Verdachte stopte de huissleutel van [slachtoffer 1] in zijn zak. [slachtoffer 1] is onder druk meegelopen naar beneden. De druk bestond uit de klap en de vuistslag en de woorden: “Kom, we gaan”.7

Beneden stond nog een man, een neef van verdachte. Deze man zei dat verdachte eerst met [slachtoffer 1] aan de gang zou gaan en dat hij het daarna zou overnemen. [slachtoffer 1] moest in de auto gaan zitten.8 Verdachte en zijn neef hebben [slachtoffer 1] bij zijn armen gepakt. [slachtoffer 1] dacht dat het zijn einde was. Hij had geen controle meer over de situatie.9 In de auto ging het schelden en de beledigingen door.10 Verdachte zei dat [slachtoffer 1] niet de waarheid sprak.11 Verdachte zei dat [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] moest bellen om haar te zeggen dat ze naar Berg en Dal moest komen. [slachtoffer 1] wilde dat niet, maar hij moest van verdachte, die hem erg onder druk zette. [slachtoffer 2] weigerde aanvankelijk, maar is uiteindelijk naar het benzinestation in Berg en Dal gekomen. Verdachte, de neef en [slachtoffer 1] reden eerst langs het tankstation en stopten iets verderop bij [naam 2] . Verdachte deed het portier van de auto open en de neef hield de handen van [slachtoffer 1] vast. Verdachte sloeg [slachtoffer 1] met kracht in zijn gezicht. [slachtoffer 1] denkt dat dat twee of drie keer gebeurde. Hij voelde pijn aan zijn mond en zijn gezicht en bloedde een beetje aan zijn mond. Toen reden ze naar het benzinestation. Verdachte stapte uit de auto. De neef bleef bij [slachtoffer 1] in de auto. De deur werd op slot gedaan, dus [slachtoffer 1] kon de auto niet uit. Er kwamen nog andere auto’s aan. [slachtoffer 1] zag onder andere [naam 3] en de zus en zwager van verdachte.12 [slachtoffer 1] heeft gezien dat er aan [slachtoffer 2] werd getrokken. Of er is geslagen, heeft hij niet gezien, maar aan haar lichaamshouding kon hij zien dat zij zich probeerde te beschermen tegen klappen. Ze zat in de auto en probeerde zich weg te draaien van de mensen.13

Op een gegeven moment stapten verdachte en de man met als bijnaam ‘ [naam 3] ’ in de auto. Verdachte zei dat [slachtoffer 1] nu echt de waarheid moest zeggen. Hij mocht niet liegen. Verdachte zei dat als [slachtoffer 1] niet de waarheid zou zeggen, hij (verdachte) [slachtoffer 1] zou afmaken. [naam 3] zei toen dat als [slachtoffer 1] de waarheid zou zeggen, hij ( [naam 3] ) ervoor zou zorgen dat [slachtoffer 1] veilig naar huis kon. [slachtoffer 1] heeft toen gezegd dat [slachtoffer 2] gevoelens voor hem had.14 [slachtoffer 1] heeft niet geprobeerd de auto uit te komen, want er waren zoveel auto’s en mensen om hem heen, dat hij dacht dat dat toch geen zin zou hebben.15 Ook belette [naam 4] dat [slachtoffer 1] kon vluchten bij het tankstation.16

Daarna werden alle auto’s gestart en reden ze naar een voor [slachtoffer 1] onbekend adres.17 [slachtoffer 1] zat links achterin de auto. [naam 4] zat naast hem, verdachte reed en daarnaast zat [naam 8] .18 Bij die woning ging iedereen naar binnen.19 [slachtoffer 1] werd de woning duwend binnengebracht.20 Zodra ze in de woning waren, pakte verdachte een ijzeren staaf van ongeveer 30 cm lang en ongeveer 2 cm dik. Verdachte sloeg [slachtoffer 2] met deze staaf op haar benen.21

Verdachte sloeg [slachtoffer 1] twee keer met de ijzeren staaf op zijn linker onderbeen.22

[slachtoffer 1] moest toen naar de keuken. Hij werd geslagen met de handen en vuisten door iedereen behalve [naam 3] , [slachtoffer 2] , [naam 6] en haar man. In de kamer zei iedereen tegen [slachtoffer 2] dat ze moest bekennen dat ze een verhouding met [slachtoffer 1] had. Ze schreeuwden en scholden tegen haar en tegen hem. Daarna moest [slachtoffer 1] tegenover [slachtoffer 2] gaan zitten en moest hij tegen haar zeggen dat ze moest bekennen. [slachtoffer 1] moest weer zeggen dat hij een verhouding met [slachtoffer 2] had gehad.23

[slachtoffer 1] voelde zich onder druk gezet doordat hij werd geslagen en uitgescholden. Hij was alleen en kon zich niet verweren tegen de meerderheid. Hij heeft niet geprobeerd weg te komen uit de woning omdat verdachte hem toch weer te pakken zou krijgen. Bovendien zou verdachte dan denken dat alles wat hij (verdachte) al dacht, waar zou zijn.24

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij bloedingen in zijn mond had. Ook heeft hij enkele dagen last van zijn kaak gehad.25 Verder had hij pijn aan zijn benen.26

Verklaring [slachtoffer 2]

heeft verklaard dat zij op 31 maart 2016 werd gebeld door een collega, [slachtoffer 1] , die vertelde dat haar ex-man, verdachte, bij hem was. [slachtoffer 2] is met de auto naar een tankstation in Berg en Dal gereden. Uit de telefoontjes van [slachtoffer 1] begreep ze dat verdachte in de veronderstelling was dat zij een relatie met elkaar zouden hebben.27 [slachtoffer 1] zei dat [slachtoffer 2] echt moest komen om te praten omdat verdachte allerlei dingen tegen hem deed en vreselijke dingen zouden gebeuren als zij niet zou komen.28

Bij het tankstation kwamen twee auto’s aan gereden. Verdachte stapte uit een van de auto’s. Verder waren [slachtoffer 1] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 4] en twee vrienden van verdachte, [naam 8] en [naam 9] , aanwezig. Verdachte rukte het portier van de auto van [slachtoffer 2] open. Verdachte pakte haar bij de haren en trok haar met kracht aan haar haren en haar kleding uit de auto. Hij sloeg haar daarna met gebalde vuisten en met kracht in het gezicht. Verdachte schreeuwde: “Je bent verliefd op hem”, in het Turks. Nadat [slachtoffer 2] door verdachte met geweld uit de auto was getrokken, werd zij ook vastgepakt door [naam 7] .29 [naam 7] en [naam 6] zeiden vieze woorden tegen [slachtoffer 2] . Omdat [slachtoffer 2] begon te schreeuwen, pakten [naam 7] en verdachte haar vast en duwden haar naar de auto van [naam 6] .30 [naam 7] zat al op de achterbank en hield [slachtoffer 2] vast. Zij zat tussen verdachte en [naam 7] in; ze kon geen kant op. Ze heeft gezegd dat ze de auto uit wilde. [naam 6] bestuurde de auto.31 In de auto is ze geslagen door verdachte.32

[slachtoffer 2] weet niet hoe ze gereden zijn, maar op een gegeven moment kwamen ze bij de woning aan [adres 2] in Nijmegen.33 [slachtoffer 2] denkt dat [naam 8] haar bij de woning aan de haren uit de auto heeft getrokken. Ze is toen ook geslagen door verdachte en [naam 8] .34

Vervolgens is [slachtoffer 2] de woning in getrokken. Ook hier is ze geslagen. Dat gebeurde door verschillende personen. Er was geen mogelijkheid om te vluchten uit de woning. [slachtoffer 2] werd vastgehouden en kon niet weg. Ook [slachtoffer 1] kon en mocht niet weg uit de woning. Omdat haar telefoon in de auto was afgepakt, kon ze ook niemand bellen. In de woning is [slachtoffer 2] door verdachte uitgescholden en meerdere keren in het gezicht gespuugd.35

Ook is [slachtoffer 2] in de woning geslagen met een ijzeren staaf van ongeveer 40 cm lang en ongeveer 3 cm dik. Verdachte sloeg haar met die staaf op haar linker bovenbeen en haar heup. Ze heeft daar blauwe plekken gezien en heeft er veel pijn gehad.36 Verdachte sloeg [slachtoffer 1] ook met een ijzeren staaf die hij in zijn hand had. [slachtoffer 2] heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] sloeg. Ze denkt twee keer.37

Ze hebben niet iets gezegd in de trant van ‘als je gaat, dan…’, maar [slachtoffer 2] voelde zich gedwongen daar te blijven. Ze denkt dat het ongeveer twintig minuten duurde voordat de politie kwam.38

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze letsel heeft opgelopen aan haar linkerhand. Verder heeft ze, als gevolg van het trekken aan haar haar, enkele plukken haar uit haar hoofd. Daarnaast heeft ze pijn aan haar gezicht, dikke en opgezwollen ogen en een dikke, blauwe kin.39

Zijn de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar en is er voldoende steunbewijs?

De rechtbank overweegt dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar zijn. Weliswaar wijken de verklaringen op enkele onderdelen van elkaar af, maar naar het oordeel van de rechtbank gaat het dan om kleine en voor het tenlastegelegde niet relevante details, zoals de reden voor het bezoek van [slachtoffer 2] aan de woning van [slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen consistent en niet onderling tegenstrijdig zijn. Bovendien worden de aangiftes ondersteund door andere bewijsmiddelen die de rechtbank hieronder zal bespreken.

Het tankstation

Een getuige heeft gezien dat een man naar de overkant van de straat werd gesleept en daar werd geslagen en geschopt. Ook werden twee vrouwen in een auto geduwd.40

Een andere getuige heeft ook gezien dat twee vrouwen tegen hun zin een auto in werden geduwd. Deze getuige heeft een filmpje gemaakt.41

Op de filmopname is het volgende te horen, waarbij er zowel in het Nederlands als het Turks wordt gesproken:

NNman zegt (mogelijk tegen NNvrouw die schreeuwt):’ Het is een leugen, wij zeggen tegen jou...’

(Hierna zoveel als mogelijk woordelijk uitgewerkt)

NNvrouw: s Avonds... (...onverstaanbaar).

NNman: Hou je mond (...onverstaanbaar).

NNmanl: Oke, loop maar, loop, loop, ga instappen in de auto, ga instappen in de auto.

NNvrouw: (Schreeuwt, maar is niet verstaanbaar).

NNman: Ga jij maar, ga jij maar.

NNvrouw: Ik (...onverstaanbaar), het spijt me, laat me los.

NNman: De auto (.. onverstaanbaar).

NNvrouw: Nee... (schreeuwt, maar niet verstaanbaar).

NNman: Gooien kerels/ erin doen kerels, (...onverstaanbaar).

NNvrouw: (schreeuwt en huilt, maar is niet verstaanbaar).

(…)

NNman/NNman: Het lukt niet broer (...onverstaanbaar)

NNvrouw: (schreeuwt en huilt nog steeds, maar is niet verstaanbaar).

NNman: Instappen in de auto, instappen in de auto.

NNvrouw: Ik heb niets gedaan (...onverstaanbaar).

NNman; Je hebt gezegd dat je gevoelens voor het/hem/haar had, of niet (...onverstaanbaar).42

Bij het tankstation is de hoofddoek van [slachtoffer 2] aangetroffen.43 Volgens verdachte klopt het dat [slachtoffer 2] in de woning geen hoofddoek op had.44 Later is ook gezien dat [slachtoffer 2] een grote pluk haar miste aan de voorkant van haar hoofd.45

Letsel

Een verbalisant constateert dat [slachtoffer 2] zichtbaar last heeft van haar hand, mond en linker bovenarm.46

In medische informatie is vermeld dat [slachtoffer 2] hematomen heeft rechts boven haar oog, op de linker onderkaak en de dorsale zijde van de bovenarm. Verder heeft zij bij de arts aangegeven pijn over het hele lichaam te hebben, met name aan het hoofd en de linker bovenarm.47

Verklaringen verdachte

De rechtbank overweegt dat enkele verklaringen van verdachte passen bij de verklaringen die door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn afgelegd.

Zo klopt het dat verdachte en zijn neef [naam 4] [slachtoffer 2] op 31 maart 2016 zijn gevolgd om te kijken waar ze heen ging. Ook heeft verdachte aan [slachtoffer 1] gevraagd wat [slachtoffer 2] bij hem in de woning deed en geloofde hij het antwoord van [slachtoffer 1] niet.48 Verdachte was boos en was aan het schreeuwen. In de auto was er een woordenwisseling, waarbij verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij de waarheid moest zeggen.49

Bij het tankstation in Berg en Dal waren meerdere mensen aanwezig. Naast verdachte, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] waren dat de zus, zwager en neef van verdachte ( [naam 6] , [naam 7] en [naam 4] ) en een vriend van verdachte ( [naam 8] ). [naam 8] en [naam 4] stonden bij [slachtoffer 1] en de rest stond bij [slachtoffer 2] .50 Er is heftig gediscussieerd. [slachtoffer 1] is op een gegeven moment vastgehouden door [naam 8] en [naam 4] .51

Verdachte heeft vervolgens samen met zijn zwager en [slachtoffer 2] in een auto gezeten.52

In de woning werd gesproken op hoge toon. Tegen [slachtoffer 2] werd gezegd dat ze haar kinderen niet verdient en dat ze een slechte vrouw en moeder is. Toen [slachtoffer 1] ging roken, “gingen wij door met [slachtoffer 2] ”, zo heeft verdachte verklaard. Haar werd gevraagd hoe het nu zat.53

Conclusie van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank worden de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Hoewel de verklaringen van de beide getuigen over de situatie bij het tankstation niet geheel juist zijn, nu zij beschrijven dat twee vrouwen in een auto werden geduwd, volgt uit deze verklaringen, ook in combinatie met de geluidsopname, wel dat sprake was van een incident waarbij personen tegen hun zin zijn meegegaan in een auto. Ook de omstandigheid dat de auto van [slachtoffer 2] bij het tankstation is blijven staan54 duidt er naar het oordeel van de rechtbank op dat zij niet vrijwillig is meegegaan in de auto van haar schoonzus, [naam 6] .

Dat de hoofddoek van [slachtoffer 2] bij het tankstation is gevonden en zij plukken haar miste, past bij haar verklaring dat zij, zowel bij het tankstation als later bij de woning aan [adres 2] , aan haar haar is getrokken.

Op basis van het voorgaande overweegt de rechtbank dat de situatie zowel bij het tankstation als in de woning aan [adres 2] voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zeer bedreigend is geweest. Ook verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] heeft beledigd en hij opdringerig was en dat de emoties hoog opliepen.55 Dit in combinatie met de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over pijn en het bij hen geconstateerde letsel maakt dat de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar vindt. Dat betekent ook dat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 6 en 7. Er is sprake geweest van een situatie van wederrechtelijke vrijheidsberoving, waarbij niet alleen intimiderende uitlatingen zijn gedaan, maar ook fysiek geweld is gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van medeplegen. De daarvoor benodigde nauwe en bewuste samenwerking was aanwezig. Verdachte is samen met zijn neef naar de woning van [slachtoffer 1] gegaan. Neef [naam 4] heeft zich buiten bij die woning ook dreigend uitgelaten richting [slachtoffer 1] . Zij zijn vervolgens gezamenlijk naar het tankstation gereden. Verdachte heeft verklaard dat hij vanuit de auto zijn zus heeft gebeld. Toen zij naar het tankstation kwam met haar man [naam 7] is ook hun vriend [naam 8] , die bij hen was, meegekomen.56 De rechtbank leidt hieruit af dat het kennelijk de bedoeling (van verdachte) was met meerdere mensen bij elkaar te komen bij het tankstation. Ook uit de verklaringen van de getuigen volgt dat er een overtalsituatie bestond. Vervolgens is iedereen naar de woning aan [adres 2] gegaan. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat zij daar door meerdere mensen zijn geslagen. Verder werd er door de aanwezigen met stemverheffing gesproken. [slachtoffer 1] heeft ook verklaard dat hij zich niet kon verweren tegen een meerderheid. Dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden vastgehouden door een groep mensen, heeft voor hen het gevoel verstrekt dat ze niet weg konden komen.

Vrijspraak feit 3
Met betrekking tot de telefoon overweegt de rechtbank dat [slachtoffer 2] aanvankelijk heeft verklaard dat het verdachte is geweest die haar telefoon heeft afgepakt, maar bij de rechter-commissaris komt zij terug op die verklaring. Dan verklaart ze dat [naam 7] de telefoon heeft afgepakt. Dat verdachte de telefoon mogelijk op enig moment in handen heeft gehad, is onvoldoende voor bewezenverklaring van diefstal.

Ten aanzien van de bankpas overweegt de rechtbank dat [slachtoffer 2] enkel heeft verklaard dat haar bankpas verdwenen is. Dat sprake zou zijn van diefstal én dat verdachte daarbij betrokken zou zijn, volgt niet uit deze verklaring. Ook anderszins is er geen bewijs, zodat de rechtbank komt tot een vrijspraak voor dit feit.

Feit 4

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat er op 1 april 2016 en 2 april 2016 geld is overgemaakt van haar rekening naar de rekening van verdachte. Het was twee keer € 500,- en één keer

€ 100,-. Verdachte weet wat de pincode is.57

Verdachte heeft inderdaad een paar dagen na 31 maart 2016 met de app op zijn telefoon geld overgeboekt. Hij had alleen de pincode nodig en hij beschikte over de inloggegevens van [slachtoffer 2] . Het gaat om een bedrag van € 1.000,-.58

De rechtbank vindt dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in totaal € 1.100,- heeft overgemaakt van de rekening van [slachtoffer 2] naar zijn eigen rekening. Dat hij het geld nodig had voor de kinderen en hij dit in het verleden vaker zo heeft gedaan, maakt niet dat hij zich nu niet schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. [slachtoffer 2] heeft immers geen toestemming gegeven voor deze transacties.59

De rechtbank overweegt verder dat niet kan worden bewezen dat verdachte wederrechtelijk gebruik heeft gemaakt van een bankpas en de bijbehorende pincode. Van dat deel zal hij worden vrijgesproken. Omdat verdachte wel de inloggegevens en daarbij behorende code van [slachtoffer 2] heeft gebruikt, is wel bewezen dat hij het geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Feit 5

Op 4 april 2016 is verdachte naar het kantoor van [slachtoffer 3] in Nijmegen gegaan. De ex-partner van verdachte is een medewerkster van de organisatie van [slachtoffer 3] . Verdachte wilde geld hebben, maar [slachtoffer 3] wilde hem dat niet geven.60

Volgens [slachtoffer 3] werd verdachte steeds bozer en verhief hij zijn stem. In het Turks riep hij: “Maak mij niet gek. Als je het aan de verkeerde geeft, dan kom ik het persoonlijk halen. Jij moet mij dat geld geven.” Verdachte bleef schreeuwen en roepen. [slachtoffer 3] hoorde hem onder andere roepen: “Ik moet dat geld hebben. Ik ga niet zonder geld weg. Ik maak je af.” Verdachte was volgens [slachtoffer 3] zeer dreigend. Toen [slachtoffer 3] de deur open deed, deed verdachte de deur weer dicht en pakte [slachtoffer 3] daarna stevig met beide handen vast aan zijn jas. Verdachte duwde [slachtoffer 3] met kracht tegen de muur en hield hem met kracht tegen de muur. Verdachte riep steeds: ”Je gaat nu betalen. Ik ga niet zonder geld weg. Maak me niet gek.” Daarna trapte verdachte [slachtoffer 3] met zijn (verdachtes) knie in zijn (aangevers) buikstreek. [slachtoffer 3] ging zich verdedigen en toen voelde hij dat verdachte hem met gebalde vuisten sloeg. [slachtoffer 3] voelde stoten op zijn bovenlijf.61

Verdachte heeft toegegeven dat hij met stemverheffing heeft gesproken en boos werd. Ze hebben elkaar uitgescholden62, maar er is niet geslagen of geschopt en verdachte heeft [slachtoffer 3] ook niet bedreigd. Omdat [slachtoffer 3] met zijn armen zwaaide en dicht bij verdachte kwam staan en verdachte het gevoel had dat [slachtoffer 3] hem zou slaan, heeft verdachte de hand van [slachtoffer 3] vast gepakt en hem naar de deur gedraaid.63

De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [slachtoffer 3] voldoende wordt ondersteund door ander bewijs. Zo heeft getuige [getuige 1] gehoord dat in het kantoor naast zijn lokaal mensen op boze toon en met stemverheffing praatten. Hij hoorde dat er ruzie gaande was. Er klonk steeds harder geschreeuw in het kantoor van [slachtoffer 3] . Eenmaal binnen in de kamer zag [getuige 1] dat [slachtoffer 3] in de hoek van de kamer zat en dat de man met wie hij in gesprek was, heel agressief tegenover hem stond. Deze man begon zijn stem te verheffen en bedreigde [slachtoffer 3] . [getuige 1] heeft gezien dat [slachtoffer 3] na het incident krassen aan de zijkant van zijn gezicht had zitten.64 Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verdachte de agressor is geweest. Dit past ook bij de omstandigheid dat verdachte geld wilde van [slachtoffer 3] en deze dat niet wilde geven.

De rechtbank vindt verder van belang dat [slachtoffer 3] op 4 april 2016, kort na het incident in het kantoor, een WhatsApp-bericht heeft ontvangen met de tekst (in het Turks): “ [slachtoffer 3] , je hebt tot morgen 13 uur de tijd. Als je het geld dat binnen zit/te goed staat niet geeft, dan zal ik naar de Belastingdienst gaan en daar vertellen, onder opgave van namen, dat je medewerkers zwart laat werken en dat je aan dubbele boekhouding doet. Laat het niet zover komen dat ik dit moet doen, denk goed na, bel mij op.” Dit bericht is ontvangen van een nummer dat [slachtoffer 3] kent als het nummer van verdachte.65

Dat verdachte zijn telefoon op enig moment onbeheerd heeft achtergelaten en iemand anders dit bericht zou hebben verstuurd, zoals verdachte heeft verklaard, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het was immers verdachte die wilde dat [slachtoffer 3] het loon van [slachtoffer 2] aan verdachte zou geven. Verdachte heeft ook verklaard dat [slachtoffer 2] tegen hem had verteld dat [slachtoffer 3] medewerkers zwart uitbetaalde.66

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van feit 5.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1, 2, 4, 5, 6 en 7 heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, althans in of omstreeks de periode van 31 maart 2016 tot en met 1 april 2016, in de gemeente Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd te weten [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] bij zijn woning opgezocht en hem gezegd "dat ze met hem, [slachtoffer 1] , wilde praten" en/of

- nadat die [slachtoffer 1] verdachte en/of zijn mededader(s) in zijn woning hadden binnengelaten met verheffende stem tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd "wat een nette getrouwde vrouw bij hem, [slachtoffer 1] , had te zoeken" en/of

- die [slachtoffer 1] op indringende/agressieve wijze verzocht mee te gaan, althans heeft gedwongen mee te gaan en/of

- die [slachtoffer 1] geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen in een auto plaats te nemen en/of

- die [slachtoffer 1] onder druk gezet om voornoemde [slachtoffer 2] op te bellen (met de kennelijke bedoeling die [slachtoffer 2] naar een bepaalde plaats te lokken/geleiden) en/of

- die [slachtoffer 1] (nadat hij werd gedwongen weer uit te stappen) meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht geslagen en/of gestompt en/of

- ( nadat die [slachtoffer 1] weer in de auto had plaatsgenomen) gedwongen de waarheid te vertellen en dat wanneer hij de waarheid niet zou zeggen hij, [slachtoffer 1] , zou worden afgemaakt, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] in een auto vervoerd naar een -voor hem- onbekende bestemming en/of

- die [slachtoffer 1] (daarbij) tegen zin/wil vastgehouden in een auto en/of

- die [slachtoffer 1] bij een voor hem onbekende woning ( [adres 2] ) (binnen)gebracht/geduwd/getrokken en/of

- die [slachtoffer 1] in voornoemde woning "gedwongen" naar de keuken begeleid en/of

- die [slachtoffer 1] tegenover die [slachtoffer 2] gezet en/of daarbij gemaand/gedwongen bepaalde uitspraken te doen en/of

- die [slachtoffer 1] (aldus) in voornoemde woning vastgehouden en/of op allerlei mogelijke manieren belet de woning te kunnen ontvluchten;

2.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, althans in of omstreeks de periode van 31 maart 2016 tot en met 1 april 2016, in de gemeente Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk zijn ex-partner genaamd [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 2] naar een tankstation gelokt en/of

- die [slachtoffer 2] (vervolgens) bij de haren uit de auto getrokken/gesleurd en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd gestompt en daarbij geschreeuwd "je bent verliefd op hem"? en/of

- die [slachtoffer 2] in een (andere) auto geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] tegen haar wil op de achterbank van voornoemde auto vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 2] in een auto vervoerd naar een -voor haar- onbekende bestemming en/of

- die [slachtoffer 2] op de plaats van bestemming aan de haren uit de auto getrokken en/of vervolgens bij een woning ( [adres 2] ) naar binnen gebracht/geduwd/getrokken en/of

- die [slachtoffer 2] in voornoemde woning vastgehouden en/of op allerlei mogelijke manieren belet de woning te kunnen ontvluchten

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht gespuugd en/of uitgescholden;

4.

hij in of omstreeks de periode van 31 maart tot en met 7 april 2016, in de gemeente Berg en Dal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 1100 euro, althans een (of meer)geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.; te weten door het wederrechtelijk gebruik van een [naam 1] bankpas met een bij die bankpas behorende pincode, tot het gebruik waarvan verdachte niet gerechtigd en/of gemachtigd was.

5.

hij op of omstreeks 4 april 2016, in de gemeente Berg en Dal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon genaamd [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte:

- zich naar het bedrijf van die [slachtoffer 3] (werkgever ex-vrouw) heeft begeven en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 3] met verheffende stem heeft gesommeerd het geld van zijn vrouw aan hem over te maken en/of af te geven en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft geschreeuwd/gezegd "maak mij niet gek. Als je het aan de verkeerde geeft, dan kom ik het persoonlijk halen. Jij moet mij dat geld geven" en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft geschreeuwd/geroepen - en nadat verdachte de deur voor die [slachtoffer 3] had dicht gedaan/gegooid- "ik moet dat geld hebben. Ik ga niet zonder geld weg. Ik maak je af" en/of

- die [slachtoffer 3] (stevig) bij de handen heeft vastgepakt en/of bij de jas heeft vastgepakt en daarbij die [slachtoffer 3] met kracht tegen de muur aan geduwd en daarbij geschreeuwd "je gaat nu betalen. Ik ga niet zonder geld weg. Maak me niet gek" en/of

- die [slachtoffer 3] in de buik heeft getrapt en/of geschopt en/of die [slachtoffer 3] (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, te Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen een persoon genaamd [slachtoffer 1] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1] (met kracht)

- met een ijzeren staaf, althans met een hard voorwerp meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen de be(e)n(en), althans in/op/tegen het lichaam te slaan en/of

- meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht/hoofd, althans in/op/tegen het gehele lichaam te slaan en/of te stompen;

7.

hij op of omstreeks 31 maart 2016, te Berg en Dal en/of in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen een persoon genaamd [slachtoffer 2] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal,

- (met kracht) aan haar ha(a)r(en) te trekken en/of

- ( met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of/althans in/op/tegen het (gehele) lichaam te slaan en/of te stompen

- met een ijzeren staaf, althans met een hard voorwerp in/op/tegen het bovenbeen en/of de heup, althans in/op/tegen het lichaam te slaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Eendaadse samenloop van

feit 1: medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

en

feit 6: medeplegen van mishandeling;

Eendaadse samenloop van

feit 2: medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

en

feit 7: medeplegen van mishandeling;

Feit 4: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 5: poging tot afpersing.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht geen gevangenisstraf op te leggen van langere duur dan de al ondergane voorlopige hechtenis. Verdachte heeft op geen enkele manier contact gezocht met aangevers en de reclassering is erg positief over verdachte.

Mocht de rechtbank toch komen tot een gevangenisstraf, dan zou dat in voorwaardelijke vorm moeten. Eventueel zou een werkstraf kunnen worden opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de vrijheidsberoving en mishandeling van zijn ex-vrouw en een collega van haar. De rol van verdachte is een belangrijke geweest; hij was immers degene die ‘erkenning’ wilde van of voor de families. Daarnaast heeft hij geld gestolen van zijn ex-vrouw en heeft hij geprobeerd haar werkgever geld af te persen.

Het incident heeft op met name zijn ex-vrouw een enorme impact gehad, zoals zij heeft vermeld in de schriftelijke slachtofferverklaring. Zij heeft zich gedwongen gevoeld naar een andere stad te verhuizen en moet daar haar leven opnieuw opbouwen. Verdachte heeft een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en fysieke integriteit van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Hij is alleen bezig geweest met het verkrijgen van erkenning tegenover zijn familie en de familie van [slachtoffer 2] .

Verdachte wordt in het rapport van 25 oktober 2016 door psychiater [naam 10] omschreven als een wat krenkingsgevoelige en impulsieve man, maar een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling is niet geconstateerd. Er is geen sprake van een (licht) verminderde toerekenbaarheid. De Turkse achtergrond van verdachte, waarbij eerwraak en eergelateerd geweld een rol kunnen spelen, en het niet kunnen zien van zijn kinderen kunnen van belang zijn voor de kans op recidive.

Psycholoog [naam 11] heeft in het rapport van 20 oktober 2016 beschreven dat sprake is van narcistische trekken, maar dat die onvoldoende zijn om de delict-dynamiek te verklaren. Er is geen nadrukkelijke ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Betrokkene is toerekeningsvatbaar te achten. Het risico op recidive is klein.

Ook de reclassering heeft over verdachte gerapporteerd. In het meest recente rapport, dat van

30 april 2018, is vermeld dat verdachte zijn leven stabiel heeft opgebouwd. Hij heeft huisvesting en werk, zijn financiën zijn op orde en er is geen sprake van middelenproblematiek.

De voorlopige hechtenis van verdachte is begin augustus 2016 geschorst en sindsdien heeft hij zich coöperatief opgesteld in het reclasseringstoezicht. Verdachte heeft de aangereikte kennis en vaardigheden op een goede wijze toegepast. Voortzetting van het reclasseringstoezicht acht de reclassering niet nodig en zij beschouwen het toezicht als positief afgerond.

In algemene zin wordt het recidiverisico ingeschat als laag. Geadviseerd wordt, mits dat proportioneel wordt geacht, een straf op te leggen van gelijke duur als de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Dit omdat betrokkene een coöperatieve houding heeft laten zien in een reclasseringstoezicht van ruim 20 maanden. Mocht besloten worden toch een onvoorwaardelijke straf op te leggen, dan is de uitvoering van een werkstraf mogelijk.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld, met zijn volledige toerekeningsvatbaarheid, met de straffen die in de zaken van de medeverdachten zijn opgelegd en de eendaadse samenloop van de feiten 1 en 6 en van de feiten 2 en 7. De rechtbank vindt dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan de al ondergane voorlopige hechtenis moet worden opgelegd. Hoewel de ernst van de feiten dat wel zou rechtvaardigen, lijkt verdachte zijn leven op orde te hebben en zou dit kunnen worden doorkruist door een (forse) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bovendien hebben de feiten geruime tijd geleden plaatsgevonden, namelijk in maart/april 2016.

De rechtbank legt een voorwaardelijk strafdeel van zes maanden gevangenisstraf op, als stok achter de deur. Gelet op de informatie in het rapport van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld bepaalt de rechtbank de proeftijd op drie jaar en wordt als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [slachtoffer 2] aan het voorwaardelijk strafdeel verbonden.

Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op, namelijk een werkstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als deze straf niet (naar behoren) wordt verricht.

8. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich, bijgestaan door mr. N.D. Geraads, in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Zij vordert in totaal een bedrag van € 13.505,12.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen voor zover het gaat om de reiskosten, het door verdachte gestolen geldbedrag van

€ 1.100,-, de kosten van het verblijf bij [naam 12] en de kosten van de aanschaf van een Aware-systeem. Voor zover het gaat om het bedrag dat de Belastingdienst heeft teruggevorderd, zou niet-ontvankelijkheid moeten volgen. De officier van justitie heeft zich gerefereerd ten aanzien van de gevorderde immateriële schade en de gevorderde verhuiskosten.

De officier van justitie heeft verder naar voren gebracht dat wettelijke rente moet worden toegekend en dat de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd voor wat betreft de reiskosten en het bedrag van € 1.100,-. Er zou niet-ontvankelijkverklaring moeten volgen voor zover het gaat om de kosten van het verblijf bij [naam 12] , de aanschaf van een Aware-systeem en de verhuiskostenvergoeding. De gevraagde immateriële schadevergoeding zou moeten worden gematigd.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De rechtbank zal de vordering toewijzen voor zover het gaat om de reiskosten (€ 78,96), de kosten van het Aware-systeem (€ 99,-), het verblijf bij [naam 12] (€ 602,16) en het door verdachte weggenomen bedrag van € 1.100,-. De rechtbank zal daarnaast een bedrag van

€ 2.500,- toekennen voor verhuiskosten en een bedrag van € 2.500,- voor immateriële schade. Bij deze laatste twee bedragen heeft de rechtbank gebruikt gemaakt van haar schattingsbevoegdheid. In totaal wordt een bedrag toegekend van € 6.880,12.

Voor het overige wordt [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waarbij de rechtbank overweegt dat de terugbetaling aan de Belastingdienst geen direct verband houdt met de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal wettelijke rente toekennen en de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Ook zal zij bepalen dat verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor vergoeding van een bedrag van

€ 5.780,12. Indien en voor zover dit bedrag door zijn mededader(s) is betaald, is verdachte niet meer gehouden tot vergoeding. Voor het resterende bedrag van € 1.100,-, dat immers alleen door verdachte is weggenomen, geldt dit niet. Verdachte zal die schade zelf moeten vergoeden.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 55, 57, 282, 300, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 281 (tweehonderdeenentachtig) dagen;

 bepaalt een gedeelte van de gevangenisstraf groot 180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

o de algemene voorwaarde dat verdachte:

zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

o de bijzondere voorwaarde dat verdachte:

op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 2] 1974 in [geboorteplaats] , wier woonadres bij justitie bekend is;

bepaalt dat deze bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt een taakstraf op, te weten een werkstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feiten 2, 4 en 7 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 6.880,12 (zesduizend achthonderd tachtig euro en twaalf cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verstaat dat indien en voor zover door een mededader of mededaders een schadebedrag van € 5.780,12 is betaald, verdachte daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 6.880,12 (zesduizend achthonderd tachtig euro en twaalf cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 69 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter, mr. E.H.Th. Rademaker en

mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 september 2018.

mr. Pastoors is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , operationeel specialist A tactische opsporing van de politie Oost Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, nummer 2016281777 (onderzoek [naam 13] ), gesloten op 2 november 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal Algemeen dossier, p. 1.

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 41.

4 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 51-52.

5 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

6 Proces-verbaal van aangifte, p. 42.

7 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

8 Proces-verbaal van aangifte, p. 42.

9 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 51-52.

10 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

11 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 51-52.

12 Proces-verbaal van aangifte, p. 42-43.

13 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

14 Proces-verbaal van aangifte, p. 42-43.

15 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 54.

16 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

17 Proces-verbaal van aangifte, p. 43.

18 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

19 Proces-verbaal van aangifte, p. 43.

20 Proces-verbaal van verhoor van aangever bij de rechter-commissaris, 9 november 2016.

21 Proces-verbaal van aangifte, p. 43-44.

22 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 55.

23 Proces-verbaal van aangifte, p. 44.

24 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 55-56.

25 Proces-verbaal van verhoor van aangever, p. 53.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 68.

27 Proces-verbaal van aangifte, p. 6-7.

28 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster bij de rechter-commissaris, 20 februari 2017.

29 Proces-verbaal van aangifte, p. 7.

30 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster bij de rechter-commissaris, 20 februari 2017.

31 Proces-verbaal van aangifte, p. 7.

32 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster bij de rechter-commissaris, 20 februari 2017.

33 Proces-verbaal van aangifte, p. 7-8.

34 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster, p. 24.

35 Proces-verbaal van aangifte, p. 8.

36 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster, p. 24-25.

37 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster bij de rechter-commissaris, 20 februari 2017.

38 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster bij de rechter-commissaris, 20 februari 2017.

39 Proces-verbaal van aangifte, p. 7.

40 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 96-97.

41 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 90-91.

42 Proces-verbaal van bevindingen, p. 95 en proces-verbaal van bevindingen met uitwerking opname, p. 98-99.

43 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 94 en proces-verbaal van bevindingen, p. 38.

44 Verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 28 augustus 2018.

45 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , p. 159.

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 16.

47 Medische informatie, p. 35.

48 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 284-285.

49 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 287.

50 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 285.

51 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 285 en p. 290.

52 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 288.

53 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 286.

54 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 6] , p. 434.

55 Verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 28 augustus 2018.

56 Verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 28 augustus 2018.

57 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 25.

58 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 289-291 en verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 28 augustus 2018.

59 Proces-verbaal van aangifte, p. 9.

60 Proces-verbaal van aangifte, p. 221-225 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 278-281.

61 Proces-verbaal van aangifte, p. 221-225.

62 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 278-279.

63 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 278-279.

64 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 231-232.

65 Proces-verbaal van aangifte, p. 224 en de Nederlandse vertaling van het WhatsApp bericht, ontvangen door [slachtoffer 3] , p. 229.

66 Verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 28 augustus 2018.