Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3915

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-09-2018
Datum publicatie
11-09-2018
Zaaknummer
05/720346-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vordering tenuitvoerlegging toegewezen. De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden zoals deze door de rechtbank Gelderland op 12 februari 2018 is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

rechtbank

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720346-17

beslissing ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht van de meervoudige kamer naar aanleiding van de op 8 mei 2018 ingekomen vordering

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verooreelde] , geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

1 De procedure

De veroordeelde is niet ter terechtzitting van 27 augustus 2018 verschenen. De verschenen raadsman was niet uitdrukkelijk gemachtigd om namens veroordeelde het woord ter verdediging te voeren.

Ter terechtzitting van 27 augustus 2018 is gehoord de officier van justitie.

2 De feiten

De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:

- Het vonnis van de rechtbank van 12 februari 2018 waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich zal melden bij Reclassering Nederland te Arnhem (of op een andere locatie indien Reclassering Nederland dat nodig acht) en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich, indien de reclassering dat noodzakelijk acht, onder ambulante behandeling zal stellen en zal meewerken aan vaststelling van een diagnose op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling en/of deskundige aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn psychiatrische stoornis;

- indien de reclassering dat noodzakelijk acht, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, en zich zal houden aan het (dag)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

- Een advies tenuitvoerlegging van de Reclassering Nederland, gedateerd 7 augustus 2018 waarin wordt gerapporteerd dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden die hem zijn opgelegd.

- De beschikking van de rechtbank Gelderland, kabinet rechter-commissaris, zittingsplaats Arnhem, waarbij de rechter-commissaris de vordering voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling ex artikel 14fa van het Wetboek van Strafrecht op 9 mei 2018 heeft afgewezen.

3 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering.

4 De motivering van de beslissing

De rechtbank is, gelet op de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, van oordeel dat het aan de veroordeelde te wijten is dat het reclasseringscontact niet naar behoren heeft plaatsgevonden.

De rechtbank heeft de behandeling van de vordering van veroordeelde op 18 mei 2018 aangehouden zodat veroordeelde de kans zou krijgen om zich (alsnog) te melden bij de reclassering. Veroordeelde heeft zich echter niet gemeld. De reclassering heeft, ondanks vele pogingen om veroordeelde te bereiken, slechts één keer telefonisch contact kunnen leggen met veroordeelde. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Wijst de vordering toe en

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 12 februari 2018 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Deze beslissing is gegeven door mr. C. Kleinrensink, voorzitter, mr. S.A. van Hoof en

mr. H.F.R. van Heemstra, rechters in tegenwoordigheid van mr. E. Bruinsma-Visscher, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 september 2018.