Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3899

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
C/05/321761 / HZ ZA 17-304
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vorderingen afgewezen nu niet vast is komen te staan dat eiseres enige rechthebbende van de Thorarol is. Niet het Joods, maar het Nederlands erfrecht is van toepassing zodat eiseres niet de enige erfgenaam en dus evenmin de enige rechthebbende is.

C/05/321761 / HZ ZA 17-304

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2018-0182
JERF Actueel 2018/367
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/321761 / HZ ZA 17-304

Vonnis van 12 september 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A.T. Eisenmann te Amsterdam,

tegen

NEDERLANDS ISRAËLITISCHE GEMEENTE DE STEDENDRIEHOEK,

gevestigd te Zutphen,

gedaagde,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en De Stedendriehoek genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 maart 2018

  • -

    de producties van [eiseres] ingediend op 7 juni 2018 en 18 juni 2018

  • -

    de producties van De Stedendriehoek ingediend op 8 juni 2018, 11 juni 2018 en 21 juni 2018

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 22 juni 2018, ter gelegenheid waarvan de behandeling van de zaak op verzoek van partijen voor een periode van vier weken is aangehouden ten behoeve van het beproeven van een schikking

  • -

    de door de gemachtigde van [eiseres] overgelegde spreekaantekeningen van 22 juni 2018

  • -

    de door de gemachtigde van De Stedendriehoek overgelegde spreekaantekeningen van 22 juni 2018

  • -

    het rolbericht van 11 juli 2018 van De Stedendriehoek waarin verzocht wordt vonnis te wijzen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In 1858 was in Zutphen gevestigd de Nederlands Israëlitische Ringsynagoge Zutphen (hierna: de Ringsynagoge Zutphen). Die heeft omstreeks eind 19e en begin 20ste eeuw opgehouden te bestaan. Hierna is een joodse gemeente met de naam Nederlands Israëlitische Gemeente Zutphen opgericht (hierna: NIG). Ook die heeft opgehouden te bestaan.

2.2.

Op 13 februari 1858 heeft [naam 1] (hierna: [naam 1] ), middels een overeenkomst daartoe van dezelfde datum, een Thorarol aan de Ringsynagoge Zutphen in gebruik gegeven (hierna: de bruikleenovereenkomst). In de in het Nederlands en Hebreeuws opgestelde overeenkomst, ondertekend door [naam 1] en het kerkbestuur, staat opgenomen dat de Thorarol het eigendom blijft van [naam 1] of zijn erfgenamen of rechthebbenden. Voorts staat in artikel 2 van de overeenkomst onder andere opgenomen dat de Thorarol voor voorlezing of andere gelegenheden gebruikt mag worden. In artikel 3 en 4 staan de voorwaarden opgenomen die gelden mocht [naam 1] de Thorarol uit de synagoge willen nemen. In de overeenkomst staat niet opgenomen voor welke periode die is aangegaan.

2.3.

Uit door partijen overgelegde stukken, onder andere zoekresultaten van de websites www.geni.com en www.joodsmonument.nl, blijkt dat [naam 1] was gehuwd met [naam 2] , dat uit dit huwelijk mogelijk zeven kinderen zijn geboren en dat [naam 1] is overleden op 6 september 1884.

2.4.

De Stedendriehoek, opgericht op 30 januari 2000 te Zutphen, is een geloofsgemeenschap die behoort tot het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (hierna: het NIK). Het NIK is de overkoepelende organisatie van Joodse gemeenten in Nederland en behartigt landelijke belangen van die gemeenten en haar leden.

2.5.

Alle bezittingen van de Ringsynagoge Zutphen zijn overgegaan op De Stedendriehoek.

2.6.

De Stedendriehoek is in het bezit van vijf Thorarollen.

2.7.

Een Thorarol is een op perkament geschreven stuk bestaande uit de vijf boeken van Mozes, vanaf Genesis. Een Thorarol wordt door een erkende scribent, conform religieuze voorschriften, geschreven. Deze wordt door de scribent niet ondertekend. De Thorarol wordt uitsluitend ter synagoge gebruikt, en wel op de Sabbat en op Joodse feestdagen en bovendien enkel bij aanwezigheid van minimaal 10 mannen. De hele Thorarol wordt in een cyclus van één jaar op de Sabbat voorgedragen en wordt daarna weer teruggerold. Wanneer de Thorarol niet meer geschikt is voor gebruik, dient deze begraven te worden op een Joodse begraafplaats.

2.8.

De bruikleenovereenkomst genoemd in 2.2. was in het bezit van [eiseres] en is door haar en haar moeder, [naam moeder] , in 2001 afgestaan aan het Regionaal Archief van Zutphen.

2.9.

[eiseres] heeft nog twee Estherrollen in haar bezit. Een Estherrol heeft geen heilige waarde en wordt niet in een synagoge bewaard. Uit een Estherrol wordt één keer per jaar gelezen en is vaak privébezit.

2.10.

Door rabbijn [naam rabbijn] , directeur ‘Machon Ot’, is onderzoek gedaan naar de Thorarollen in het bezit van De Stedendriehoek. Foto’s daarvan zijn vergeleken met foto’s van de Estherrollen in het bezit van [eiseres] . In zijn rapport van 27 januari 2015, opgesteld in het Ivriet en vertaald in het Engels en Nederlands, concludeert [naam rabbijn] dat één van de Thorarollen in het bezit van De Stedendriehoek en één van de Estherrollen in het bezit van [eiseres] geschreven zijn met dezelfde kleur inkt, die in de loop der tijd is veranderd in roodbruin. Daarnaast vertoont ook de schrijfstijl in de twee rollen gelijkenissen.

2.11.

Machon Ot is een internationaal instituut gespecialiseerd in het identificeren en restaureren van Thorarollen.

2.12.

In een schrijven van mevrouw [naam moeder] van 13 maart 2016 staat het volgende:

Aan mijn dochter [eiseres]

Bij deze bevestig ik dat ik je op 3 mei 2013 heb gevraagd om te onderzoeken of de thorarol die mijn grootvader [naam 1] heeft geschreven nog bestaat.

Ik heb je de thorarol bij die gelegenheid geschonken en in beheer gegeven als de rol nog steeds bestaat.

Dit alles naar aanleiding van het fotoboek

‘Terugblik’ dat je samen met Emile van Kreveld voor mijn 90e verjaardag hebt samengesteld.

2.13.

In een e-mail van 17 januari 2017 van de heer Lezer, voorzitter van het bestuur van De Stedendriehoek, aan [eiseres] staat, voor zover van belang, het volgende:

Wij, het bestuur van NIG de Stedendriehoek, delen u mee, dat uw moeder, mevrouw [naam moeder] eigenaar van de Thorarol, op 21 december 2016 in goede gezondheid, zowel schriftelijk als mondeling, de Thorarol die (naar alle waarschijnlijkheid) is geschreven door haar grootvader de heer [naam 1] , geschonken heeft aan N.I.G. De Stedendriehoek.

Dit wordt notarieel door haar bevestigd!

De Thorarol zal dus tot in lengte van dagen en jaren in Zutphen blijven.

2.14.

Bij e-mail van 28 februari 2017 van de gemachtigde van [eiseres] aan de gemachtigde van De Stedendriehoek is zijdens [eiseres] de bruikleenovereenkomst opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand en aan De Stedendriehoek verzocht de Thorarol aan [eiseres] ter beschikking te stellen. Op dit schrijven is door De Stedendriehoek niet gereageerd.

2.15.

In een schrijven gedateerd 28 augustus 2017 van rabbijn [naam rabbijn] staat, voor zover van belang, het volgende:

As I have made clear numerous times in the course of my conversations with the client who requested the report, I am not able to answer the question which I was asked with 100% certainty, nor do I believe that anyone else is capable of doing so. This is due to the fact that my research was entirely based on a number of photograhps.

I therefore request that my report be accepted as that of a high probability but not of unquestionable certainty.

3. Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht verklaart dat de overeenkomst uit 1858 gesloten door [naam 1] en het voormalig bestuur van de Ringsynagoge te Zutphen m.b.t. het aan de Ringsynagoge in gebruik geven van de door hem geschreven Thorarol, door [eiseres] rechtsgeldig is opgezegd;

II. De Stedendriehoek veroordeelt om binnen één week na dagtekening van het te wijzen vonnis, de Thorarol ter beschikking te stellen aan [eiseres] , zulks op straffe van een dwangsom van € 1.500,- voor elke dag of deel van de dag dat De Stedendriehoek hiermee in gebreke blijft;

III. voor recht verklaart dat [naam moeder] de door [naam 1] geschreven Thorarol niet rechtsgeldig aan De Stedendriehoek heeft geschonken; of

de schenking van voornoemde Thorarol door [naam moeder] aan De Stedendriehoek vernietigt;

IV. De Stedendriehoek veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van de buitengerechtelijke incassokosten, tot op heden begroot op een bedrag van € 925,-, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dat van algehele voldoening, te rekenen vanaf de 15e dag na het vonnis;

V. De Stedendriehoek veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder de nakosten ter hoogte van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, te voldoen binnen veertien dagen, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, te rekenen vanaf de 15e dag na het vonnis.

3.2.

[eiseres] heeft – samengevat – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag gelegd. De in 1858 door [naam 1] geschreven en in bruikleen aan de Ringsynagoge Zutphen gegeven Thorarol is thans in het bezit van De Stedendriehoek. Haar moeder, [naam moeder] , heeft bij vererving de eigendom van de Thorarol verworven en die op haar beurt weer geschonken aan haar dochter, [eiseres] . Conform Joods erfrecht had [naam moeder] als enig erfgenaam van [naam 1] te gelden en heeft zij de Thorarol rechtsgeldig kunnen schenken aan haar dochter, [eiseres] . [eiseres] wil dat de Thorarol een familie erfgoed blijft, en wenst bovendien dat de Thorarol in regulier gebruik blijft, hetgeen nu niet het geval is. Zij is als enige rechthebbende gerechtigd de overeenkomst van bruikleen op te zeggen en afgifte van de Thorarol te vorderen. Dit teneinde de Thorarol in gebruik te geven aan een synagoge die wel op reguliere basis diensten draait.

3.3.

De Stedendriehoek voert – samengevat – als volgt verweer. De Stedendriehoek heeft zich primair op het standpunt gesteld dat [eiseres] niet-ontvankelijk is in haar vordering nu zij niet als (enige) rechthebbende op de Thorarol te gelden heeft. Verder heeft De Stedendriehoek gesteld dat zij niet als rechtsopvolger van de Ringsynagoge Zutphen te gelden heeft, waardoor zij ten onrechte in rechte is betrokken. De Stedendriehoek bestrijdt de stelling van [eiseres] dat zij geen diensten meer zou organiseren. Zo worden nog op regelmatige basis erediensten georganiseerd door De Stedendriehoek, waarvoor zij één of meer Thorarollen nodig heeft. Dat De Stedendriehoek enkel nog als museum dienst zou doen is daarom onjuist. De Stedendriehoek betwist het bestaan van een overeenkomst gesloten met wijlen [naam 1] , en als zou blijken dat die wel bestaat, dan is die ingevolge de geldende regels van de Joodse religie niet opzegbaar. Voorts stelt De Stedendriehoek dat niet kan worden vastgesteld of één van de bij haar in het bezit zijnde Thorarollen de door [naam 1] geschreven Thorarol betreft, en evenmin of die rol dan onderwerp is van de bruikleenovereenkomst waar [eiseres] zich op beroept. Subsidiair heeft De Stedendriehoek een beroep gedaan op verjaring.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De eerste vraag die dient te worden beantwoord is of [eiseres] als (enige) rechthebbende op de Thorarol te gelden heeft en dus bevoegd is rechtshandelingen in dat kader te plegen.

4.2.

[eiseres] heeft ter zake van haar bevoegdheid gesteld dat zij de Thorarol van haar moeder geschonken heeft gekregen. Haar moeder, [naam moeder] , was daartoe als enige erfgenaam van haar grootvader [naam 1] bevoegd. Immers, conform de regels van de Joodse religie, Halakha, erven enkel de zonen en hun nazaten. [naam 1] had drie zoons en drie dochters. Eén van de zoons, [naam zoon 1] , is voor [naam 1] overleden. De Thorarol is daarom na het overlijden van [naam 1] enkel aan de andere twee zoons nagelaten. Eén van die zoons was [naam zoon 2] , de vader van [naam moeder] . De andere zoon, [naam zoon 3] , was kinderloos. Conform de regels van Halakha, erven bij overlijden van de zoons, de nazaten van de zoons, en niet de dochters van de erflater. [naam moeder] heeft als enige nazaat van [naam zoon 2] , de Thorarol van haar vader geërfd. Voorts stelt [eiseres] dat de verdeling van de tot de nalatenschap behorende Thorarol reeds in 1913 heeft plaatsgevonden en [naam zoon 2] al bij die gelegenheid eigenaar is geworden van de Thorarol. Dit zou volgens [eiseres] blijken uit het feit dat de bruikleenovereenkomst in het bezit was van [naam zoon 2] en niet in dat van een van zijn zussen. Ook wijst het feit dat de bruikleenovereenkomst op 23 november 1913, en dus nog voor het overlijden van [naam zoon 3] , in het notulenboek van de Ringsynagoge Zutphen is bevestigd, er op dat [naam zoon 2] reeds bij de verdeling in 1913 eigenaar is geworden van de Thorarol. Als enige erfgenaam en dus eigenaar van de Thorarol, was [naam moeder] bevoegd deze te schenken aan haar dochter, [eiseres] .

4.3.

De Stedendriehoek heeft betwist dat [eiseres] eigenaar is van de Thorarol. Zij heeft in de eerste plaats aangevoerd dat [eiseres] onvoldoende heeft aangetoond dat zij afstammeling is van [naam 1] . De door [eiseres] overgelegde stamboom, die overigens door [eiseres] zelf is opgesteld, is volgens De Stedendriehoek onvoldoende om tot die conclusie te komen. Voorts kon [eiseres] volgens De Stedendriehoek het eigendom niet van haar moeder verwerven, nu [naam moeder] zelf hoogstens maar voor een deel eigenaar was. Het Nederlandse erfrecht is van toepassing en niet zoals gesteld door [eiseres] de regels van vererving conform Halakha. Conform de regels van het Nederlandse erfrecht, zijn er thans meerdere erfgenamen die aanspraak kunnen maken op de eventuele eigendom van de Thorarol. Eén van die erfgenamen is de heer Alexander Kurkziener, die reeds te kennen heeft gegeven dat wat hem betreft de Thorarol kan blijven waar die nu is. Dat er reeds een verdeling van de erfenis heeft plaatsgevonden in 1913 waarbij de Thorarol aan enkel de vader van [eiseres] is toebedeeld, is volgens De Stedendriehoek niet bewezen.

4.4.

Of [eiseres] voldoende heeft bewezen afstammeling te zijn van [naam 1] , kan vooralsnog in het midden worden gelaten. Immers zal aan bewijslevering in dat kader niet toe worden gekomen, gelet op het hierna volgende.

4.5.

Vooropgesteld dient te worden dat het goed waar het in dit geschil om draait, namelijk de door [naam 1] geschreven en in bruikleen afgegeven Thorarol, deel uitmaakt van een in Nederland opengevallen nalatenschap, waardoor het Nederlands erfrecht van toepassing is. Artikel 4:1 BW bepaalt dat erfopvolging plaats heeft bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking. Van de erfopvolging bij versterf kan worden afgeweken bij een uiterste wilsbeschikking die een erfstelling of een onterving inhoudt. De stelling van [eiseres] dat de regels van vererving conform het Joodse recht, Halakha, van toepassing zijn, vindt dus geen grondslag in het recht. Enkel bij wijze van een wettig opgemaakte uiterste wilsbeschikking, kan van de in boek 4 BW neergelegde regels van erfopvolging worden afgeweken. Het ontbreken van een dergelijke uiterste wilsbeschikking is tussen partijen niet in geschil. Er dient dus van uit te worden gegaan dat de regels van erfopvolging bij versterf conform boek 4, titel 2 BW van toepassing zijn op de nalatenschap van [naam 1] . Ingevolge artikel 4:10 lid 1 onder a BW roept de wet als erfgenamen uit eigen hoofde tot een nalatenschap de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater tezamen met diens kinderen. Artikel 4:11 lid 1 BW bepaalt dat degenen die tezamen uit eigen hoofde tot een nalatenschap worden geroepen, voor gelijke delen erven. Dit betekent dat niet alleen de vader van [naam moeder] , grootvader van [eiseres] , als erfgenaam van [naam 1] te gelden had, maar ook zijn overige in leven zijnde broers en zusters. [eiseres] heeft niet weersproken dat ook in ieder geval [naam 3] als afstammeling van [naam 1] te gelden heeft. De stelling van [eiseres] dat haar moeder [naam moeder] als enig erfgenaam van [naam 1] te gelden had en daarom bevoegd was het eigendom van de Thorarol aan haar te schenken, houdt gezien het voorgaande geen stand.

4.6.

[eiseres] heeft zich voorts nog op het standpunt gesteld dat de nalatenschap van [naam 1] reeds in 1913 is verdeeld en de Thorarol bij die gelegenheid aan haar grootvader, [naam zoon 2] , werd toebedeeld. De door [eiseres] aangevoerde feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om aan te nemen dat reeds in 1913 (in juridische zin) verdeling van de nalatenschap van [naam 1] heeft plaatsgevonden. De blote stellingen dat de bruikleenovereenkomst in bezit zou zijn geweest van [naam zoon 2] en dat die overeenkomst nog voor het overlijden van broer [naam zoon 3] in het notulenboek van de Ringsynagoge Zutphen werd bevestigd, kunnen de conclusie dat verdeling van de nalatenschap reeds heeft plaatsgevonden niet dragen. Nu [eiseres] ter onderbouwing van de gestelde verdeling onvoldoende heeft aangevoerd, zal aan een bewijsopdracht niet toe worden gekomen.

4.7.

Op grond van al het voorgaande luidt de conclusie dat [eiseres] in ieder geval niet als enige rechthebbende op de Thorarol geschreven door [naam 1] , kan worden aangemerkt, indien vast zou komen te staan dat zij wel afstammeling is van [naam 1] . Ingevolge artikel 3:172 BW is iedere deelgenoot bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen en indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Echter, de door [eiseres] ingestelde vorderingen ter verkrijging van een verklaring voor recht en afgifte van de Thorarol aan haar, zijn door haar niet ingesteld ten behoeve van de nalatenschap, maar ten behoeve van [eiseres] zelf. Hiertoe is [eiseres] echter wettelijk niet bevoegd. Nog daargelaten dat de rechtbank – zonder zich daarbij uit te laten over de herkomst van de zich onder De Stedendriehoek bevindende Thorarol(len) en de afstamming van [eiseres] – begrip kan opbrengen voor het door [eiseres] nagestreefde doel, namelijk het gebruik van de door haar grootvader [naam 1] geschreven Thorarol conform de Joodse religie te waarborgen, terwijl door De Stedendriehoek, die inmiddels langer dan 100 jaar in het bezit zou zijn van de Thorarol en dit begrijpelijkerwijs wil voortzetten, is erkend dat de door haar verzorgde diensten in de afgelopen jaren teruggelopen zijn tot 4 à 5 keer per jaar, komen de eerste twee vorderingen van [eiseres] niet voor toewijzing in aanmerking.

4.8.

[eiseres] heeft tevens een verklaring voor recht gevorderd dat [naam moeder] de door haar grootvader [naam 1] geschreven Thorarol niet rechtsgeldig heeft geschonken aan De Stedendriehoek. Gezien hetgeen reeds is overwogen, heeft [eiseres] onvoldoende belang bij toewijzing van deze vordering. Het is juist dat [naam moeder] de Thorarol niet rechtsgeldig aan De Stedendriehoek heeft kunnen schenken, nu zij in ieder geval niet als enige rechthebbende op de Thorarol te gelden had en dus niet tot schenking bevoegd was. Echter, de door [eiseres] aan haar vordering ten grondslag gelegde gronden in aanmerking nemende, levert toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht onder genoemde omstandigheden niet het door [eiseres] gewenste resultaat op, zodat [eiseres] bij toewijzing geen belang heeft en die vordering eveneens zal worden afgewezen.

4.9.

De overige stellingen van partijen behoeven geen verdere bespreking.

4.10.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Stedendriehoek worden begroot op:

- griffierecht € 78,00

- salaris advocaat 461,00 (2,0 punten × tarief € 461,00)

Totaal € 539,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van De Stedendriehoek tot op heden begroot op € 539,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. Lasten en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2018.