Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3878

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-07-2018
Datum publicatie
07-09-2018
Zaaknummer
C/05/340689 KG RK 18-677
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de wrakingskamer, omdat zij daarvoor dezelfde gronden aanvoert als voor haar eerdere wrakingsverzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/340689 KG RK 18-677

Beslissing van 31 juli 2018

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoekster]

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoekster,

strekkende tot de wraking van

mr. H.P.M. Kester-Bik,

mr. A.F. Germs-de Goede,

mr. G.W.B. Heijmans,

rechters in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechters.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het wrakingsverzoek, gericht tegen de rechters, per e-mailbericht ingekomen op 25 juli 2018.

1.2.

Verzoekster heeft eerder een wrakingsverzoek ingediend, gericht tegen mr. D.J. Post, rechter in deze rechtbank (geadministreerd onder zaaknummer C/05/337869 KG RK 18-502), per e-mailbericht ingekomen op 28 mei 2018 en bij brief (ongedateerd), ingekomen op 30 mei 2018.

Het verloop van die procedure blijkt uit:

- de brief van de wrakingskamer van 8 juni 2018, waarin wordt meegedeeld dat het wrakingsverzoek zal worden behandeld op de mondelinge behandeling van 19 juli 2018;

- de e-mailberichten van verzoekster van 8 juni 2018;

- het schriftelijke verweer van de rechter van 11 juni 2018;

- de brief van verzoekster van 21 juni 2018, ingekomen op 22 juni 2018;

- de brief van verzoekster van 23 juni 2018, ingekomen op 27 juni 2018, waarin zij verzoekt om een eerdere mondelinge behandeling dan 19 juli 2018;

- de brief van de wrakingskamer van 28 juni 2018 aan verzoekster met de mededeling dat de mondelinge behandeling blijft staan op 19 juli 2018;

- de e-mailberichten van verzoekster van 12 juli 2018;

- de brief van verzoekster, ingekomen op 13 juli 2018, waarin zij om uitstel van de mondelinge behandeling verzoekt;

- de e-mailberichten van verzoekster van 13 en 16 juli 2018, waarin zij om uitstel van de mondelinge behandeling verzoekt;

- het e-mailbericht van de wrakingskamer van 17 juli 2018, waarin aan verzoekster is meegedeeld dat geen uitstel van de mondelinge behandeling van 19 juli 2018 zal worden verleend;

- de e-mailberichten van verzoekster van 18 en 19 juli 2018, waarin zij haar verzoek om uitstel herhaalt;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van dit wrakingsverzoek op 19 juli 2018.

Op 24 juli 2018, dus na het sluiten van het onderzoek, heeft verzoekster ook nog e-mailberichten gestuurd.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de zaak met nummer C/05/337869 KG RK 18-502, waarin verzoekster mr. Post voornoemd heeft gewraakt. In deze zaak is nog geen beslissing gegeven.

2.2.

Verzoekster stelt in onderhavig verzoek dat de rechters ten onrechte geen uitstel hebben verleend ten aanzien van de mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking van mr. Post, welke behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 2018. Verzoekster wilde graag persoonlijk aanwezig zijn, maar was te ziek om naar de rechtbank te komen, het was te warm vanwege de hittegolf en haar begeleider was verhinderd. Desondanks toonden de rechters geen barmhartigheid en verleenden zij geen uitstel.

3 De beoordeling

3.1.

De wrakingskamer overweegt dat een verzoek tot wraking in beginsel ter zitting wordt behandeld. Artikel 9.1, sub g, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Gelderland bepaalt dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking aanstonds zonder behandeling ter zitting kan afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid indien het een verzoek tot wraking van de wrakingskamer betreft en daaraan dezelfde feiten of omstandigheden ten grondslag worden gelegd als aan het oorspronkelijke verzoek tegen de met behandeling van de zaak belaste rechter.

3.2.

Verzoekster vindt dat mr. Post partijdig heeft gehandeld in haar zaak met nummer ARN AWB 17/2000 doordat hij geen uitstel verleende voor de mondelinge behandeling in die zaak, welke behandeling stond gepland op 29 mei 2018.

De wrakingskamer constateert dat verzoekster in onderhavig verzoek om dezelfde reden de rechters heeft gewraakt.

3.3.

Daar komt bij dat volgens artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker

bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct

nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke

onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door de indiening van een

wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere

proceshandelingen zijn verricht.

3.4.

Het verzoek tot uitstel is bij e-mailbericht van 17 juli 2018 afgewezen. Het wrakingsverzoek dateert pas van 25 juli 2018. Dat is te laat. De gronden voor wraking waren immers al op of omstreeks 17 juli 2018 bij verzoekster bekend.

3.5.

Het vorenstaande betekent dat de wrakingskamer verzoekster op grond van het bepaalde in artikel 9.1, sub g, alsmede op grond van het bepaalde in artikel 4.1 van het Wrakingsprotocol (kennelijk) niet-ontvankelijk zal verklaren.

4 De beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoekster (kennelijk) niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de rechters.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. van Gijn, S.J. Peerdeman, J.M.C. Schuurman-Kleijberg, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C. van Schelven en in openbaar uitgesproken op 31 juli 2018.

- de griffier - de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.