Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3865

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
11-12-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 1333
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ZW. Niet arbeidsongeschikt ten gevolge van zwangerschap en/of bevalling. Verweerder stelt terecht dat er geen rechtstreeks objectiveerbaar causaal verband is vast te stellen tussen de huidige klachten en de zwangerschap/bevalling van eiseres in 2014. Van belang zijn het lange tijdsverloop, dat eiseres ook voor haar zwangerschap buikklachten had en dat uit de informatie van haar behandelaars niet blijkt dat haar huidige klachten direct gerelateerd zijn aan de zwangerschap en/of bevalling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: 18/1333

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 september 2018

in de zaak tussen

[naam] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te Arnhem, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 november 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres meegedeeld dat haar arbeidsongeschiktheid op grond van de Ziektewet (ZW) vanaf 16 maart 2017 niet het gevolg is van zwangerschap of bevalling.

Bij besluit van 21 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2018. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van Klaveren-Drost.

Overwegingen

1.1.

Eiseres heeft gewerkt als kapster. In 2012 is zij geopereerd aan een levertumor (FNH). Tijdens haar zwangerschap in 2013 en 2014 heeft eiseres ziekengeld ontvangen op grond van de ZW nadat zij zich had ziekgemeld in verband met ontregelde diabetes mellitus. Na afloop van haar uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) was eiseres vanaf 13 augustus 2014 arbeidsongeschikt als gevolg van depressieve klachten. Ook was sprake van buikklachten. Bij besluit van 17 oktober 2014 is eiseres meegedeeld dat zij vanaf die datum wel arbeidsongeschikt is op grond van de ZW, maar dat haar beperkingen niet meer het gevolg zijn van zwangerschap of bevalling. Eiseres heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.

1.2.

In september 2015 is eiseres gaan werken als verkoopmedewerkster bij [Bedrijf A] voor 20 uur per week. Bij besluit van 1 augustus 2016 is aan eiseres per 10 augustus 2016 een uitkering toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). In 2016 is bij eiseres het buikwandpijnsyndroom ACNES vastgesteld. In verband daarmee is zij op 10 november 2016 geopereerd. In verband hiermee heeft eiseres zich van 10 november 2016 tot en met 6 maart 2017 ziekgemeld bij [Bedrijf A] . Op 16 maart 2017 heeft eiseres zich opnieuw ziekgemeld, waarna zij op 21 mei 2017 ziek uit dienst is gegaan.

2. Verweerder heeft eiseres meegedeeld dat zij vanaf 16 maart 2017 wel arbeidsongeschikt is op grond van de ZW, maar niet door zwangerschap of bevalling. Hieraan liggen medische onderzoeken ten grondslag.

3.1.

Eiseres voert in de eerste plaats aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd. Eiseres voelt zich niet serieus genomen door verweerder. Verweerder had steeds het dossier niet of men wist niet waarvoor eiseres kwam. Verder zijn de verzekeringsartsen niet bekend met haar ziektes en hebben zij zich volgens eiseres niet ingelezen.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. Uit de medische rapporten blijkt ten eerste dat alle klachten van eiseres in kaart zijn gebracht, te weten de buik(pijn)klachten en vermoeidheidsklachten en de diagnoses FNH-tumor, ACNES en diabetes mellitus. Verder blijkt uit de rapporten dat de verzekeringsartsen deze klachten hebben betrokken bij hun medische boordeling. In de rapportages zijn de ziekteverschijnselen beschreven en deze beschrijving komt overeen met de informatie van eiseres. Ook blijkt uit het rapport van verzekeringsarts bezwaar en beroep Klompjan dat zij informatie heeft opgevraagd bij de huisarts en dat zij deze informatie bij haar beoordeling betrokken heeft. Het behoort tot de deskundigheid van een verzekeringsarts dat hij of zij op de hoogte is of raakt van aandoeningen om vervolgens de beperkingen als gevolg daarvan te kunnen vaststellen. De rechtbank heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de verzekeringsartsen niet beschikten over de vereiste deskundigheid. De beroepsgrond slaagt niet.

4.1.

Eiseres voert in de tweede plaats aan dat haar klachten nog steeds voortkomen uit haar zwangerschap in 2014. Door de hormonen in de zwangerschap is de levertumor weer gaan groeien. Destijds was nog niet bekend of dit haar hevige buikpijnklachten kon verklaren, of dat er zenuwen bekneld zaten door het oprekken van de buik en door de keizersnede. Inmiddels is de diagnose ACNES gesteld. Eiseres stelt dat de buikklachten nog steeds gerelateerd zijn aan haar zwangerschap en bevalling. Deze klachten zijn in de loop van de tijd steeds erger geworden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres brieven van haar behandelaars toegestuurd.

4.2.

In reactie op deze beroepsgrond verwijst verweerder naar de medische rapporten. Volgens de verzekeringsarts is eiseres ongeschikt voor het eigen werk van verkoopmedewerker voor 20 uur per week, maar is dit geen direct gevolg van zwangerschap en/of bevalling. Eiseres is na mei 2014 niet zwanger geweest. Verzekeringsarts bezwaar en beroep Klompjan heeft geconcludeerd dat er geen rechtstreeks objectiveerbaar causaal verband is aangetoond tussen de pijnklachten in 2017 en de zwangerschap en bevalling in 2014. De klachten van FNH bestaan al sinds 2012. Na de bevalling bleef eiseres wel arbeidsongeschikt, maar dit kwam door psychische klachten. Volgens Klompjan zou even goed gezegd kunnen worden dat de huidige pijnklachten voortkomen uit de in 2012 geconstateerde FNH. Zij heeft er verder op gewezen dat chirurg Van Gulik in de brief van 28 juli 2015 heeft vermeld dat het onwaarschijnlijk is dat de klachten gerelateerd zijn aan de FNH in de lever. In beroep heeft verzekeringsarts bezwaar en beroep Gommers geconcludeerd dat de informatie van de behandelend sector geen aanleiding gaf om het standpunt te wijzigen. Volgens hem kan een duidelijke relatie met de zwangerschap in 2014 niet gelegd worden.

4.3.

De rechtbank is van oordeel dat verweerders verzekeringsartsen voldoende inzichtelijk hebben beargumenteerd dat de oorzaak van de klachten van eiseres op 16 maart 2017 niet meer direct kan worden gerelateerd aan de zwangerschap en/of bevalling in 2014. Volgens vaste rechtspraak zijn in een dergelijke situatie de criteria van de Standaard “Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid” (Standaard) van belang. Volgens de algemene criteria van deze Standaard is het aannemelijker dat er sprake is van een oorzakelijk verband met de zwangerschap/bevalling als de klachten nog niet voor het begin van de zwangerschap bestonden. Daarnaast wordt de aannemelijkheid van het verband tussen klacht en de zwangerschap/bevalling kleiner geacht naarmate er meer tijd is verstreken na de bevalling, ook als er aanvankelijk wel een verband werd aangenomen. Volgens de Standaard geldt in het algemeen dat als er drie maanden na de bevalling nog steeds sprake is van arbeidsongeschiktheid, dit aanleiding geeft om de oorzakelijkheid kritischer te beoordelen.1 In het geval van eiseres zit er ongeveer drie jaar tussen de zwangerschap en bevalling en de huidige beoordelingsdatum 16 maart 2017. De oorzakelijkheid kan dus minder snel worden aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht stelt dat er geen rechtstreeks objectiveer causaal verband is vast te stellen tussen de huidige klachten en de zwangerschap/bevalling. Daarbij is niet alleen het lange tijdsverloop van belang, maar ook het feit dat eiseres ook voor haar zwangerschap al buikklachten had als gevolg van de FNH. Bovendien blijkt uit de informatie van haar behandelaars niet dat haar huidige klachten direct gerelateerd zijn aan de zwangerschap en/of bevalling. De beroepsgrond slaagt dan ook niet.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. Zippelius, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Kool, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 6 september 2018

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 29 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3591.