Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3842

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-09-2018
Datum publicatie
07-09-2018
Zaaknummer
05/243223-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een werkstraf van 120 uren en tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden, wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Slachtoffer met zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/243223-17

Datum uitspraak : 7 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 augustus 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 juli 2017 te Gendt, gemeente Lingewaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Flierensestraat, komende uit de richting van Gendt en gaande in de

richting van Doornenburg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het zicht voor hem, verdachte, door een (sterk) vervuilde en/of beslagen voorruit van het door hem bestuurde motorrijtuig enigszins werd belemmerd, en/of aldaar heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 km/h, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overige

verkeer op die weg, en/of (daarbij) ter hoogte van voormelde bocht naar rechts zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden), en/of (daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of (daarbij) in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of (daarbij) met dat door hem bestuurde motorrijtuig naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terecht gekomen, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg rijdende (uit de richting Doornenburg komend) toen dicht genaderd zijnde fietsster, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 juli 2017 te Gendt, gemeente Lingewaard als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto (bestelauto)), daarmee rijdende op de weg, Flierensestraat, komende uit de richting van Gendt en gaande in de richting van Doornenburg, terwijl het zicht voor hem, verdachte, door een (sterk) vervuilde en/of beslagen voorruit van het door hem bestuurde motorrijtuig enigszins werd belemmerd, en/of aldaar heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 km/h, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer op die weg, en/of (daarbij) ter hoogte van voormelde bocht naar rechts zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de

situatie en/of plaatselijke omstandigheden), en/of (daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of (daarbij) in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

(daarbij) met dat door hem bestuurde motorrijtuig naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terecht gekomen, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg rijdende (uit de richting Doornenburg komend) toen dicht genaderd zijnde fietsster, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 13 juli 2017 omstreeks 05.50 uur reed verdachte met zijn bestelbusje op de Flierensestraat in Gendt, gemeente Lingewaal, komende uit de richting van Gendt en gaande in de richting van Doornenburg.2 Het slachtoffer fietste op dezelfde weg, in tegengestelde richting als verdachte.3 Verdachte is ter hoogte van huisnummer 62, net na een bocht, op de andere weghelft terechtgekomen en is tegen het slachtoffer gebotst.4

Hierdoor heeft het slachtoffer letsel opgelopen: een breuk in haar linkerarm, meerdere grote wonden op het linker bovenbeen, een open bekkenfractuur, een gebroken linkerknie en gering uitwendig bloedverlies. Het slachtoffer heeft meerdere operaties moeten ondergaan. De duur van de genezing werd door de arts geschat op 6 tot 12 maanden.5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. Onvoldoende is gebleken dat het zicht van verdachte werd belemmerd door een vervuilde of beslagen voorruit. Van dit onderdeel van de tenlastelegging dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft aangevoerd dat hij het slachtoffer niet heeft gezien en dat ze in zijn dode hoek, veroorzaakt door de raamstijl van de auto, moet hebben gereden.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen

Het slachtoffer heeft bij de politie verklaard dat ze op de Flierensestraat reed en zag dat vanuit tegengestelde richting een witte Caddy met hoge snelheid aan kwam rijden. De auto was snel bij haar. Op het moment dat de auto haar naderde, zag ze dat deze op haar weghelft reed. De auto kwam steeds verder op haar weghelft en de bestuurder deed niets om haar te ontwijken. Ze kon geen kant meer op, want ze reed al aan de zijkant van de weg. Zij werd geraakt op haar linkerbeen en is vervolgens in het weiland gevallen.6

Op de plaats van het ongeval is onderzoek gedaan. Daaruit volgt dat de personenauto deels op de weghelft van de fietser terecht is gekomen en met de linkerzijde tegen de linkerzijde van de fiets is aangereden. Vanuit de rijrichting van de fietsster gezien, werden krassporen aan de rechterzijde van de weg aangetroffen. Er waren geen bijzonderheden voor wat betreft de toestand van en het onderhoud aan de weg. Het was licht, zonnig, droog en helder weer.7 Het was niet mogelijk een snelheidsberekening te maken, wegens het ontbreken van daarvoor beschikbare sporen.

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van vorengenoemd artikel. De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto niet zoveel mogelijk rechts gehouden en is, nadat hij uit een flauwe bocht kwam, op de andere weghelft terecht gekomen. Op deze weghelft is hij vervolgens in botsing gekomen met een tegemoetkomende fietsster. Hoewel de snelheid van verdachte niet kon worden vastgesteld, kan uit het vorengaande worden afgeleid dat verdachte ter hoogte van de bocht zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast, ook omdat bij het inzetten van de bocht geen zicht bestaat op de weg die komt na de bocht en dus op eventuele verkeersdeelnemers daar8. Daarbij heeft verdachte onvoldoende op de weg en op het overige verkeer op die weg gelet. Verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer niet heeft gezien. Zijn verklaring, dat het slachtoffer in een dode hoek moet hebben gereden, acht de rechtbank niet aannemelijk. Zowel verdachte als het slachtoffer waren in beweging en het is niet aannemelijk dat het slachtoffer daarbij voortdurend achter de raamstijl van de voorruit is weggevallen. Verdachte had de fietsster dan ook tijdig kunnen en moeten waarnemen. Op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan zijn schuld te wijten is. Uit de vaststaande feiten volgt dat het letsel van de fietsster als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Het slachtoffer heeft diverse breuken en open wonden opgelopen. Ze heeft meerdere operaties moeten ondergaan en heeft lange tijd moeten revalideren. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat het zicht van verdachte werd belemmerd door een vervuilde of beslagen voorruit. Verder is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte met een snelheid van ongeveer 80 km/h heeft gereden. Van deze onderdelen van de tenlastelegging zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 13 juli 2017 te Gendt, gemeente Lingewaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de Flierensestraat, komende uit de richting van Gendt en gaande in de

richting van Doornenburg,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht voor hem, verdachte, door een (sterk) vervuilde en/of beslagen voorruit van het door hem bestuurde motorrijtuig enigszins werd belemmerd, en/of

aldaar heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 km/h, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of het overige verkeer op die weg, en/of (daarbij) ter hoogte van voormelde bocht naar rechts zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd en/of aangepast (aan de situatie en/of plaatselijke omstandigheden), en/of

(daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

(daarbij) met dat door hem bestuurde motorrijtuig naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terecht gekomen, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg rijdende (uit de richting Doornenburg komend) toen dicht genaderd zijnde fietsster,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis, en tot een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft aangevoerd dat zijn baan in gevaar komt bij oplegging van een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 juli 2018.

Verdachte heeft onvoldoende gelet op de weg en het overige verkeer op die weg. Door onvoldoende rechts te houden en in een flauwe bocht zijn snelheid niet aan te passen, is hij op de andere weghelft terechtgekomen en is hij op een fietsster gebotst. Hierdoor heeft de fietsster zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft. Over verdachte is geen advies uitgebracht door de reclassering.

Gedurende de periode tussen het ongeluk en de terechtzitting heeft verdachte zich niet betrokken getoond bij de toestand van het slachtoffer; een omstandigheid waar de rechtbank in beginsel ten nadele van verdachte rekening mee houdt. Daarentegen is ter terechtzitting door mw. [naam 1] , begeleider van verdachte namens [naam 2] , toegelicht dat verdachte een matig verstandelijke beperking heeft, met een intelligentieniveau van 50-60. Daarnaast lijkt er sprake te zijn van enige persoonlijkheidsproblematiek die meebrengt dat verdachte zich moeilijk kan uiten en zich moeilijk kan verplaatsen in de belevingswereld van anderen. Dit lijkt mede ten grondslag te liggen aan het feit dat verdachte zich ten aanzien van het slachtoffer volledig in stilzwijgen heeft gehuld. Het lijkt eveneens een verklaring voor de houding van verdachte ter terechtzitting, waar hij zich eveneens moeilijk lijkt te kunnen verplaatsen in het slachtoffer. De rechtbank houdt hier rekening mee bij de strafoplegging.

Alles afwegende komt de rechtbank tot een andere straf dan geëist door de officier van justitie.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf een passende straf is. Wat betreft de ontzegging van de rijbevoegdheid, weegt de rechtbank mee dat sprake is van een kennelijk kwetsbare verdachte. Zij acht het van groot belang dat verdachte zijn huidige baan, die hem structuur geeft, kan behouden. Om die reden zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast zal de rechtbank een werkstraf opleggen voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

  • -

    ontzegt verdachte ten aanzien van het onder bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;

  • -

    bepaalt, dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens, (voorzitter), mr. J.M. Hamaker en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 september 2018.

mr. F.J.H. Hovens en mr. S. Blankenspoor zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017324216, gesloten op 18 december 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 18.

3 Proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer] , p. 8.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 19.

5 Geneeskundige verklaring [slachtoffer] d.d. 8 augustus 2017, p. 13.

6 Proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer] , p. 8.

7 Proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 5-8.

8 Foto’s plaats aanrijding, p. 6,7 VOA.