Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3837

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
06-09-2018
Zaaknummer
05/840304-18 en 05/840317-18 (ttz gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor huiselijk geweld. De rechtbank acht bewezen dat verdachte in de woning van zijn ouders huisraad heeft vernield, zijn ouders heeft bedreigd en zijn vader heeft geslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/840304-18 en 05/840317-18 (ttz gev.)

Datum uitspraak : 6 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]

gedetineerd in het huis van bewaring Grave (Unit A + B) te Grave

raadsman: mr. W.S. Korteling, advocaat te ’s-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 30 augustus 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/840304-18

1.

hij op of omstreeks 17 april 2018 te Culemborg [slachtoffer 1] (verdachtes vader) en/of [slachtoffer 2] (verdachtes moeder) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- voornoemde personen de woorden toe te voegen: "ik pak een pistool en schiet je dood en ik schiet iedereen dood" en/of

- ( vervolgens) een mes te pakken en/of met dit mes voor voornoemde personen te gaan staan en/of te zwaaien en/of

- ( vervolgens) voornoemde personen de woorden toe te voegen: "ik steek jullie dood", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 april 2018 te Culemborg opzettelijk en wederrechtelijk huisraad, te weten een kastlade en/of een vaas en/of keukenkastje en/of muur en/of raamdecoratie, in elk geval enige goederen, die/dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Parketnummer 05/840317-18

1.

hij op of omstreeks 8 maart 2018 te Culemborg opzettelijk en wederrechtelijk twee vazen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] (verdachtes vader) toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 8 maart 2018 te Culemborg zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te stompen en/of te slaan.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 van parketnummer 05/840304-18 ten laste gelegde feiten en aan de onder 1 en 2 van parketnummer 05/840317-18 ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de bedreiging ten laste gelegd onder feit 1 van parketnummer 05/840304-18. Verdachte heeft ontkend dit feit te hebben gepleegd. Gelet op de verklaring van verdachtes moeder bij de rechter-commissaris, waarbij zij haar eerder afgelegde verklaring heeft genuanceerd en gelet op de verschillen tussen de verklaringen van verdachtes vader en moeder, is er volgens raadsman onvoldoende bewijs voor een bewezenverklaring van de bedreiging. De raadsman heeft ook vrijspraak bepleit voor de mishandeling ten laste gelegd onder feit 2 van parketnummer 05/840317-18. Er is onvoldoende steunbewijs voor de mishandeling nu de mishandeling door verdachte wordt ontkend.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/840304-18 1

De rechtbank zal de feiten 1 en 2 samen beoordelen gelet op de onderlinge samenhang. Daarbij wordt elk bewijsmiddel slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft.

Aangever [slachtoffer 1] , vader van verdachte en wonend op de [adres] te Culemborg, heeft verklaard dat verdachte op 17 april 2018 helemaal doordraaide. Hij zag dat verdachte ontplofte en met huisraad gooide. Verdachte pakte een lade uit de kast en gooide deze door het huis. Van een tafel pakte hij een vaas en gooide deze kapot op de grond. In de keuken gooide verdachte ook verschillende spullen op de grond kapot. Hij hoorde verdachte zeggen: “ik pak een pistool en schiet je dood en ik schiet iedereen dood”. Vervolgens pakte verdachte een mes en stond dreigend voor hen. [slachtoffer 1] hoorde verdachte zeggen: “ik steek jullie dood”. Daarmee bedoelde verdachte hem en zijn vrouw.2

[slachtoffer 2] , moeder van verdachte heeft eveneens verklaard dat verdachte door het lint ging. Ze zag dat hij woest was, omdat hij met de auto weg wilde maar van zijn vader de sleutel niet kreeg. Verdachte begon met allerlei spullen te gooien. Ze zag dat hij een lade uit de kast pakte en deze op de grond gooide. Alle spullen vielen op de grond kapot. Verdachte pakte een fles cola uit de keuken en gooide deze kapot op de grond in de woonkamer. De cola spoot eruit en kwam op de televisie, de muren, de raamdecoratie, de kast en het dressoir. [slachtoffer 2] hoorde verdachte zeggen: “ik pak een pistool en schiet je dood. Verdachte zei dat ook tegen haar man. [slachtoffer 2] zag dat verdachte een mes uit de keuken pakte en ermee begon te zwaaien. Terwijl verdachte met het mes zwaaide zei hij: “nou bel de politie maar”. Verdachte heeft in zijn woede verschillende goederen vernield. Het gaat om een vaas, beschadigingen op de keukenkastjes, de lade die op de grond werd gegooid, de cola die tegen de muur en raamdecoratie spoot en overige spullen.3

Verdachte heeft verklaard dat hij de vernieling heeft gepleegd. Hij was boos omdat hij graag de sleutel van de auto wilde hebben.4 Verdachte heeft de bedreiging ontkend.

De rechtbank acht beide feiten bewezen. De vernieling heeft verdachte bekend.

Wat betreft de bedreiging overweegt de rechtbank dat beide ouders hebben verklaard dat verdachte heeft gezegd dat hij een pistool zou pakken en hen dood zou schieten. Daarnaast blijkt uit beide verklaringen dat verdachte een mes in zijn handen heeft gehad.

De raadsman heeft betoogd dat [slachtoffer 2] haar verklaring bij de rechter-commissaris heeft genuanceerd. [slachtoffer 2] heeft toen verklaard dat ze niet weet of verdachte de bedreigingen heeft geuit. De rechtbank overweegt in dit verband dat [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris ook heeft verklaard dat ze zich de dag van 17 april 2018 niet helemaal meer herinnert door het tijdsverloop en door alle gebeurtenissen in haar persoonlijke situatie. De rechtbank acht om die reden de eerste verklaring van [slachtoffer 2] , die zij heeft afgelegd kort na het incident, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verschillen, overweegt de rechtbank dat dit verschil slechts betrekking heeft op de bedreiging met het mes. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte dreigend met het mes voor hen stond, terwijl [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte met het mes heeft gezwaaid. Dat de verklaringen op dit punt uiteenlopen, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat beide handelingen kunnen hebben plaatsgevonden en dat de ouders zich, zelfs als verdachte op een aantal meters afstand van hen stond zoals [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris heeft verklaard, bedreigd hebben kunnen voelen. Verdachte heeft immers een fors postuur, was erg boos en had een mes in handen.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande de bedreigingen achter de eerste twee aandachtstreepjes bewezen. Nu [slachtoffer 2] niet heeft verklaard dat verdachte, terwijl hij het mes in zijn handen had, bedreigingen heeft geuit, acht de rechtbank de bedreiging achter het derde aandachtsstreepje niet bewezen. Verdachte zal in zoverre daarvan worden vrijgesproken.

Parketnummer 05/840317-18 5

De rechtbank zal de feiten 1 en 2 samen beoordelen gelet op de onderlinge samenhang. Daarbij wordt elk bewijsmiddel slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft.

Aangever [slachtoffer 1] , vader van verdachte en wonend op de [adres] te Culemborg, heeft verklaard dat verdachte op 8 maart 2018 omstreeks 10.30 uur zijn woning in kwam. Hij hoorde verdachte schreeuwen dat hij zijn spullen kwam ophalen. Verdachte kwam vanaf de deur aan de zijkant van de woning de keuken inlopen, waar [slachtoffer 1] was. In de keuken stonden [slachtoffer 1] en verdachte letterlijk tegenover elkaar. [slachtoffer 1] zag en voelde dat verdachte hem meerdere keren met gebalde vuisten tegen de linker- en rechter zijkant van zijn lichaam sloeg. Verdachte liep vervolgens naar boven. Hij was nog steeds opgefokt toen hij weer beneden kwam. Verdachte duwde toen het grijze kastje in de woonkamer omver. De twee glazen vazen die op het kastje stonden, vielen kapot op de grond.6

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat er een verbale ruzie is geweest. Er was ook sprake van trekken en duwen. Het klopt dat hij de vazen heeft vernield.7 Verdachte ontkent zijn vader te hebben geslagen.

De rechtbank acht beide feiten bewezen. De vernieling heeft verdachte bekend.

Ten aanzien van de mishandeling overweegt de rechtbank dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat er is getrokken en geduwd. De rechtbank leidt hieruit af dat er dus fysiek contact is geweest tussen verdachte en [slachtoffer 1] . In verdachtes verklaring ziet de rechtbank voldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte hem heeft geslagen. De rechtbank acht gelet op de verklaring van verdachte niet bewezen dat hij [slachtoffer 1] heeft gestompt.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten van parketnummer 05/840304-18 en de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten van parketnummer 05/840317-18 heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/840304-18

1.

hij op of omstreeks 17 april 2018 te Culemborg [slachtoffer 1] (verdachtes vader) en/of [slachtoffer 2] (verdachtes moeder) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- voornoemde personen de woorden toe te voegen: "ik pak een pistool en schiet je dood en ik schiet iedereen dood" en/of

- ( vervolgens) een mes te pakken en/of met dit mes voor voornoemde personen te gaan staan en/of te zwaaien en/of

- (vervolgens) voornoemde personen de woorden toe te voegen: "ik steek jullie dood",althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 april 2018 te Culemborg opzettelijk en wederrechtelijk huisraad, te weten een kastlade en/of een vaas en/of keukenkastje en/of muur en/of raamdecoratie, in elk geval enige goederen, die/dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Parketnummer 05/840317-18

1.

hij op of omstreeks 8 maart 2018 te Culemborg opzettelijk en wederrechtelijk twee vazen, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] (verdachtes vader) toebehoorden, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 8 maart 2018 te Culemborg zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te stompen en/of te slaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/840304-18:

Feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

Parketnummer 05/840317-18:

Feit 1:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Feit 2:

Mishandeling, begaan tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 van parketnummer 05/840304-18 ten laste gelegde feiten en de onder 1 en 2 van parketnummer 05/840317-18 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 52 weken, waarvan 31 weken voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft verzocht daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals door de reclassering geadviseerd, met dien verstande dat de opname in de zorgstelling wordt bepaald op maximaal één jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de eis van de officier van justitie erg hoog is en heeft verzocht het voorwaardelijk deel zo beperkt mogelijk te houden. Verdachte heeft al vier maanden in voorarrest verbleven. Dat is gelet op de oriëntatiepunten van het LOVS en gelet op zijn strafblad lang. De raadsman heeft gesteld dat verdachte zich kan vinden in de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, maar verzoekt de rechtbank de maximale duur van de klinische behandeling vast te stellen. Hij heeft betoogd dat verdachte er belang bij heeft zo spoedig mogelijk te worden opgenomen. Om dat te realiseren zijn er volgens de raadsman twee opties. De eerste optie is om de voorlopige hechtenis te schorsen met als schorsingsvoorwaarde dat verdachte meewerkt aan een klinische opname. De tweede optie is dat de rechtbank direct uitspraak doet in de strafzaak en in geval van een deels voorwaardelijke straf bepaalt dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zullen zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan huiselijk geweld. Hij heeft goederen van zijn ouders vernield, zijn ouders met de dood bedreigd, met een mes gezwaaid en zijn vader mishandeld. Deze feiten vonden plaats in de woning van zijn ouders, bij uitstek een plaats waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Door zijn handelen heeft verdachte schade en overlast veroorzaakt en gezorgd voor pijn en angst bij zijn ouders dan wel één van hen.

De rechtbank heeft gekeken naar de justitiële documentatie. Daaruit komt naar voren dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor huiselijk geweld. Wèl is hij onder meer veroordeeld voor bedreiging en belediging van de politie en wederspannigheid.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van het rapport van 20 juli 2018, opgemaakt door [naam 1] , forensisch psycholoog, en het rapport van 22 juli 2018, opgemaakt door

dr. [naam 2] , psychiater. Uit deze rapporten komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne, die volgens [naam 1] het niveau heeft van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Verdachte heeft moeite agressie te uiten, waardoor hij veel spanning opbouwt. Door zijn verslaving aan cocaïne is hij niet goed in staat om zijn gedrag volgens een redelijk inzicht vorm te geven. Hij is gefixeerd op het verwerven van cocaïne, welk gebruik ook tot meer agressie en achterdocht leidt. Beide deskundigen adviseren de feiten - indien bewezen - in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Het recidiverisico van gewelddadig of grensoverschrijdend gedrag is hoog. Beide deskundigen adviseren verdachte op te nemen in een forensisch-psychiatrische verslavingskliniek. Gedacht moet worden aan een langer durende opname van ongeveer zes maanden, waarna langzaam aan een terugkeer in de maatschappij kan worden gewerkt.

Over verdachte zijn meerdere reclasseringsadviezen uitgebracht. Uit de reclasseringsadviezen van 1 mei 2018, 9 juli 2018 en 16 augustus 2018 komt naar voren dat verdachte vanaf 2010 cocaïne gebruikt en dat het delictgedrag kan worden gerelateerd aan het cocaïnegebruik. Verdachte heeft verschillende (klinische) behandelingen gehad in Nederland en Engeland. Die hebben er niet voor kunnen zorgen dat hij abstinent bleef. Verdachte heeft geen huisvesting, geen inkomen, geen dagbesteding en maakt misbruik van de goedheid van zijn ouders en het feit dat ze liever voor hem zorgen dan dat hij op straat rondhangt of anderen lastig valt om zijn gebruik te bekostigen. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld tot hoog. Zowel vanuit de reclassering als vanuit de hulpverlening wordt een forensisch klinische behandeling geadviseerd. Met het oog op de rapporten van de deskundigen [naam 2] en [naam 1] heeft de reclassering verdachte aangemeld bij IFZ voor een klinische indicatie. Het IFZ heeft een indicatie afgegeven voor [naam 3] . De reclassering heeft bijzondere voorwaarden geadviseerd in de vorm van een meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan middelencontrole.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie meegedeeld dat verdachte per direct kan worden geplaatst in de kliniek.

De rechtbank overweegt alles in aanmerking nemend dat een gevangenisstraf passend en geboden is gelet op de ernst en de aard van de feiten. De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf te hoog gelet op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank zal om die reden de duur van de gevangenisstraf beperken tot 30 weken. Ten einde te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt, zal daarvan een gedeelte van 9 weken in voorwaardelijke vorm worden opgelegd. De rechtbank ziet in de ernst en aard van de feiten en in de persoon van verdachte aanleiding de proeftijd te bepalen op drie jaren.

De rechtbank zal aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering is geadviseerd. De opname in de zorginstelling zal worden bepaald op maximaal 9 maanden of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 285, 300, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) weken;

  • -

    bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 9 (negen) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

  • -

    stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij Tactus verslavingsreclassering op het adres Randstad 22183, 1316 BM Almere (088-3822887) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende maximaal 9 maanden, of zoveel korter als zijn behandelaars dat in overleg met de reclassering nodig achten, zal laten opnemen in [naam 3] , althans een soortgelijke zorginstelling (te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing), waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

- zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt onder behandeling zal stellen van Tactus verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener (te bepalen door de reclassering), waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. De behandeling start aansluitend aan de klinische behandeling;

- gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig acht zal verblijven in een instelling voor begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang. De reclassering zal in overleg met de behandelaren van de [naam 3] de instelling bepalen. Veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling;

- meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering bepaalt welke controlemiddelen en hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn ademonderzoek (blaastest), urineonderzoek en bloedonderzoek;

 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen (voorzitter), mr. G. Noordraven en mr. S. Boot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 september 2018.

Mr. Boot is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018164437, gesloten op 19 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 04.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 06-07.

4 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

5 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018102072, gesloten op 26 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 03-04.

7 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.