Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3807

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-09-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
05/032576-14, 05/840326-16, 05/720215-16 en 05/740447-16 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor reeks delicten, waaronder meerdere diefstallen (uit een woning), het kweken van hennep en het aanwezig hebben van hard- en softdrugs. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/032576-14, 05/840326-16, 05/720215-16 en 05/740447-16 (gev. ttz)

Datum uitspraak : 4 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres 1] ,

raadsman: mr. A.J. Admiraal, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 mei 2014, 12 april 2017, 21 augustus 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/032576-14 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 12 februari 2014

te Vaassen, gemeente Epe

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]

) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 55, althans

een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

2.

hij op of omstreeks 12 februari 2014

te Vaassen, gemeente Epe

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 820 en/of 368 en/of

438 en/of 24 gram, in elk geval een hoeveelheid van (een) materia(a)l(en)

bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA

(MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine, zijnde (een) middel(en)

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/840326-16 ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 december

2015 t/m 16 maart 2016 te Vaassen, gemeente Epe,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

aan [adres 3] aldaar heeft weggenomen

- een Playstation 3 (met controllers) en/of

- een (Dolby) surround-systeem (Harman en Kardon) en/of

- een camera (Go Pro 3) en/of

- een rubberboot en/of

- een hoeveelheid kleingeld en/of

- vier, althans een of meer voerboten (merk Navigator)en/of

- een of meer zgn. "fishfinder(s)" en/of GPS-syste(e)m(en) en/of

- zestien, althans een of meer bootaccu('s)

- acht, althans een of meer "fishfinder"-accu('s) en/of

- acht, althans een of meer accupack('s) voor een handzender en/of

- vier, althans een of meer acculader(s)(Ctek) en/of

- vier, althans een of meer karpershengel(s) (Century Fatboy Slim) en/of

- vier, althans een of meer hengelhoes/-zen (Fox Royal Single Jacket) en/of

- vier, althans een of meer karpermolen(s) (Shimano Aero Technium) en/of

- vier, althans een of meer spoel(en) voor karpersmolens en/of

- een set zgn. "piepers" (Fox, zwarte box) en/of

- drie, althans een of meer karpertent(en)(kleur groen) en/of

- een zgn. "Overwrap (Nash AS, kleur groen) en/of

- een karperschepnet (kleur groen) en/of

- een tent (De Waard, kleur cream-blauw) en/of

- een vistas (Fox) met inhoud (waaronder lampen),

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 december

2015 t/m 16 maart 2016 te Vaassen, gemeente Epe, en/of te Zwolle, althans in

Nederland, meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten

een rubberboot (merk Vortex) en/of een voerboot (merk Navigator) met accu

en/of drie, althans een of meer zgn. "fishfinder(s)" en/of een handzender

en/of een of meer accupack('s) en/of een oplader heeft verworven, voorhanden

gehad en/of overgedragen,

terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat

het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/720215-16 ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2016 tot en met 10 juli 2016 te 't Harde,

gemeente Elburg, althans in Nederland,

in de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan

[adres 4] heeft weggenomen:

-een laptop en/of een notebook en/of een tablet en/of

-een playstation (met bijbehorende spellen) en/of

-een koffiezetapparaat en/of

-een horloge en/of

-een navigatiesysteem en/of

-(sport)kleding en/of -schoenen en/of andere sportartikelen en/of

-een fles wodka en/of

-geld (te weten een contant geldbedrag, totaal groot 2000 euro) en/of

-andere goederen,

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg

te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak, verbreking, inklimming;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 10 juli 2016 te 't Harde, gemeente Elburg, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer goederen, te weten:

-een laptop en/of een notebook en/of een tablet en/of

-een playstation en/of

-een koffiezetapparaat en/of

-een horloge en/of -(sport)kleding en/of

-schoenen en/of andere sportartikelen en/of

-een fles wodka, heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat

het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/740447-16 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 augustus 2016 te Vaassen, gemeente Epe, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen heeft weggenomen,

een telefoonklapper, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een

ander dan die [verdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan een

persoon genaamd [slachtoffer 3] ;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2016

tot en met 8 augustus 2016 te Vaassen, gemeente Epe, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

heeft weggenomen,

(telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

een (of meer) geldbedrag(en) (te weten

-tweemaal een geldbedrag van 500 euro

-eenmaal een geldbedrag van 250 euro

-eenmaal een geldbedrag van 72 euro (gepind bij een tankstation)

-eenmaal een geldbedrag van 118,20 euro (gepind bij een tankstation)

-eenmaal een geldbedrag van 1000 euro (overgeboekt naar een andere

bankrekening)),

in elk geval enig goed, dat gehele of ten dele aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan een persoon

genaamd [slachtoffer 3] ,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

te weten door een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 3] , in een of meer

pinautomaten te plaatsen en/of de daarbij behorende pincodes in te voeren

en/of aan de hand van de bankgegevens met bijbehorende pinpas(sen) geld over

te schrijven naar een of meer andere bankrekeningen;

3.

hij in of omstreeks 24 november 2016 te Vaassen, gemeente Epe,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 173 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram

hennep, zijnde hennep

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op of omstreeks 24 november 2016 te Vaassen, gemeente Epe,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 3 XTC pillen en/of een hoeveelheid amfetamine, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA en/of MDE en/of MDA en/of amfetamine,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDE en/of

MDA en/of amfetamine,(telkens)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/032576-14 1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

 de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018;

 het proces-verbaal van bevindingen, p. 42.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

 de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018;

 het proces-verbaal van bevindingen, p. 43;

 het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 12 mei 2014;

 Het NFI-rapport identificatie van drugs en precursoren d.d. 23 mei 2014.

Parketnummer 05/840326-16 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 23 december 2015 tot en met 16 maart 2016 zijn uit de woning van [slachtoffer 1] , gelegen aan [adres 3] , de volgende goederen weggenomen: een PlayStation, een dolbysurround-systeem, een camera, vier voerboten met fishfinders, een rubberboot, zestien bootaccu’s, acht fishfinderaccu’s, acht handzender accupacks, vier acculaders, vier karperhengels, vier hengelhoezen, vier karpermolens, vier spoelen voor karpermolens, een set piepers, een vistas met daarin lampen, drie karpertenten, een overwrap, een karperschepnet en een tent.3

[slachtoffer 1] bewaarde de visspullen op zolder. De deur naar deze ruimte had hij afgesloten met een hangslot.4 Eén van de oogschroeven waar het hangslot aan was bevestigd, was dusdanig verbogen dat de deur ontgrendeld kon worden zonder dat het hangslot daadwerkelijk geopend hoefde te worden.5

In voormelde periode verhuurde aangever zijn woning aan [medeverdachte 1] en zijn ouders.6 De afspraak met de familie [medeverdachte 1] was dat zij in de woning mochten verblijven, maar niet in de afgesloten ruimte op zolder mochten komen.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, met dien verstande dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het goed ‘een hoeveelheid kleingeld’.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit verdachte vrij te spreken en heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] niet aan het bewijs van het tenlastegelegde mag bijdragen nu hij tegenstrijdig en wisselend heeft verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het wegnemen van voormelde goederen. Zij overweegt daartoe het volgende.

[medeverdachte 1] heeft het volgende verklaard. [medeverdachte 1] verbleef in de woning van [slachtoffer 1] en wist dat op de afgesloten zolder visspullen lagen. Hij heeft deze visspullen ter sprake gebracht bij verdachte. Verdachte heeft tegen [medeverdachte 1] gezegd dat hij deze spullen goed kon verkopen. Op 16 maart 2016 besloten ze om de visspullen van zolder te pakken. Verdachte heeft de visspullen gepakt en [medeverdachte 1] heeft de boel in de gaten gehouden.8 Daarnaast hebben ze ook (onder andere) een Harman Kardon set en een PlayStation meegenomen.9 Alle goederen hebben ze in de auto van verdachte gelegd. Verdachte heeft de spullen toen naar zijn woning gebracht.10 Verdachte wist dat de spullen niet van [medeverdachte 1] waren.11 Eerder die maand heeft verdachte ook een voerboot van [slachtoffer 1] meegenomen.12

Op 8 maart 2016 heeft [naam 1] van verdachte een Navigator voerboot en drie fishfinders gekocht voor € 800.13 [naam 1] heeft verdachte horen zeggen dat hij ook nog Fox piepers te koop had.14

De Navigator voerboot bleek van [slachtoffer 1] te zijn.15

[naam 2] (de vriendin van verdachte) heeft verklaard dat verdachte haar visspullen liet zien.

Verdachte heeft ervoor gezorgd dat de spullen in haar woning terechtkwamen en vroeg [naam 2] of zij iemand wist voor de spullen. [naam 2] heeft met haar telefoon foto’s gemaakt van de visspullen. [naam 2] heeft deze foto’s naar meerdere personen doorgestuurd.16 Daarnaast is in de woning van [naam 2] op 23 maart 2016 een groene vistas aangetroffen.17 Deze tas werd door [slachtoffer 1] herkend als zijn eigendom.18

Conclusie

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 1] overweegt de rechtbank als volgt. [medeverdachte 1] heeft weliswaar op bepaalde punten wisselend verklaard, daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank echter niet uit dat de gehele verklaring van [medeverdachte 1] onbetrouwbaar zou zijn. Met betrekking tot de vraag óf [medeverdachte 1] samen met verdachte de goederen heeft weggenomen heeft [medeverdachte 1] wel consistent verklaard. Daarbij komt dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het verdachte is geweest die de spullen heeft meegenomen uit de woning aan [adres 3] . Dit wordt ondersteund door de verklaring van [naam 2] , dat de visspullen door toedoen van verdachte in haar woning terecht zijn gekomen. De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 1] op dat punt dan ook betrouwbaar. Daarnaast is het verdachte geweest die een deel van de weggenomen visattributen te koop heeft aangeboden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] de goederen uit de woning van [slachtoffer 1] heeft weggenomen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het goed ‘een hoeveelheid kleingeld’ heeft weggenomen, nu dit door [medeverdachte 1] op een ander moment is weggenomen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Parketnummer 05/720215-16 19

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit verdachte vrij te spreken en heeft daartoe aangevoerd dat het scenario van verdachte gevolgd moet worden, namelijk dat hij enkel [medeverdachte 2] heeft opgehaald en dat [medeverdachte 2] op dat moment een aantal spullen bij zich had.

Beoordeling door de rechtbank

Op 10 juli 2016 omstreeks 04:02 uur bevonden verbalisanten zich in hun opvallende politievoertuig op de Eperweg te ’t Harde. Daar zagen zij een voertuig rijden komend uit de richting van de bebouwde kom van ’t Harde. Bij het zien van het politievoertuig, maakte het voertuig direct een draai van 180 graden. Hierop zijn verbalisanten achter het voertuig aan gereden. Verbalisanten zagen vanuit de achterbak van het voertuig een kabel hangen met daaraan een stekker. Op enig moment hebben verbalisanten het voertuig een stopteken gegeven. In het voertuig bleken twee personen te zitten: verdachte en [medeverdachte 2] .20

Na doorzoeking van het voertuig zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen: een koffieapparaat waar de koffiebonen nog in zaten, een notebook van het merk Lenovo, een Sony PlayStation 4, een fles Wodka waar het ijs nog aan de fles zat, een etiket met [slachtoffer 2] , [adres 4] ,21 een horloge, een sjaal van Ajax met daarop de naam ‘ [slachtoffer 2] ’, een laptop van het merk Acer, een tas van volleybalvereniging [naam voetbalvereniging] met daarin voetbalschoenen en een tas met daarin een joggingsbroek, een T-shirt en een paar Nike schoenen.22Bij het activeren van de notebook verscheen de naam ‘ [naam 3] ’ in beeld.23

Verbalisanten zijn vervolgens naar de woning van [slachtoffer 2] aan de [adres 4] gegaan. Daar zagen zij dat er deuren opengebroken waren.24 Ook zagen verbalisanten dat het raam naast de bijkeuken open stond en dat in het kozijn twee moeten zichtbaar waren. Deze moeten zaten ter hoogte van twee vergrendelingen.25 De bewoner ( [slachtoffer 2] ) was op vakantie.

De vader van de bewoner heeft verklaard dat hij op 9 juli 2016 omstreeks 17:00 uur samen met zijn vrouw voor het laatst in de woning van hun zoon is geweest. Toen zij de woning verlieten, hebben zij alle ramen en deuren van de woning afgesloten.26

De bewoner ( [slachtoffer 2] ) kwam op 10 juli 2016 omstreeks 17:00 uur thuis en trof een grote bende in zijn woning aan.27 [slachtoffer 2] mist diverse goederen. Daarnaast heeft de vader van [slachtoffer 2] de fiets van de vrouw van [slachtoffer 2] in een heg/struik aan [adres 5] aangetroffen.28

In de woning van [slachtoffer 2] is een sporenonderzoek verricht. Aan het woonkamerraam aan de achterzijde van de woning is braakschade aangetroffen. Verbalisant constateerde dat er twee keer in de sluitnaad was gestoken met vermoedelijk een schroevendraaier. Hierdoor werd het raamboompje aan de onderzijde verbogen en kon het raam geopend worden. Verbalisant zag dat de gehele woning was doorzocht, dat meerdere kasten en lades waren leeggehaald en dat de inhoud daarvan deels op de vloer lag. Daarnaast is op de vensterbank een fragment van een schoenspoor aangetroffen.29 Dit fragment kwam overeen met het profiel en de maat van de rechterschoen van [medeverdachte 2] .30

[medeverdachte 2] heeft bij de politie het volgende verklaard. Verdachte heeft [medeverdachte 2] thuis opgehaald en samen zijn zij naar de woning in [plaats] gereden. Daar zou volgens verdachte “een klap geld” liggen.31 Zij zijn over het hek geklommen om de situatie te bekijken. [medeverdachte 2] heeft vervolgens het raam aan de achterkant van de woning met een schroevendraaier geopend en verdachte is naar binnen gegaan. [medeverdachte 2] heeft toen buiten de boel in de gaten gehouden. Na een tijdje is ook [medeverdachte 2] naar binnen gegaan. Verdachte heeft allerlei goederen in tassen gedaan.32 [medeverdachte 2] heeft meegeholpen om de spullen naar de auto te sjouwen.33 [medeverdachte 2] kan zich herinneren dat zij onder andere een PlayStation en een koffiezetapparaat hebben meegenomen. Ook heeft [medeverdachte 2] een fles wodka uit de vriezer meegenomen.34 [medeverdachte 2] heeft een fiets van de bewoners gebruikt om naar de auto te fietsen. Deze fiets heeft hij verderop in de struiken gezet.35

De buurman van [slachtoffer 2] heeft camerabeelden overhandigd van 10 juli 2016 om 01:04:47 uur.

Op deze camerabeelden zijn twee personen te zien die een route lopen rond de woning van [slachtoffer 2] .36 [medeverdachte 2] heeft over deze camerabeelden het volgende verklaard. [medeverdachte 2] herkent zichzelf als de persoon die voorop loopt en verdachte als de persoon die achter hem loopt. Volgens [medeverdachte 2] was dat het moment dat zij een rondje zijn gaan lopen om de situatie te verkennen.37

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting ontkend bij het tenlastegelegde betrokken te zijn geweest. Ondanks deze ontkenning is de rechtbank van oordeel dat uit bovenvermelde bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal in vereniging in/uit de woning van [slachtoffer 2] . Aan de verklaring van verdachte, namelijk dat hij [medeverdachte 2] samen met de spullen op de parkeerplaats van het AC restaurant te ’t Harde heeft opgehaald, hecht de rechtbank geen geloof. Verbalisanten hebben de camerabeelden van de bewuste avond van dat restaurant bekeken. Daarop is niets te zien wat de verklaring van verdachte ondersteunt. Bovendien heeft [medeverdachte 2] een gedetailleerde verklaring afgelegd en daarmee ook zichzelf belast. De rechtbank heeft geen enkele reden om aan de inhoud van zijn verklaring – die op diverse punten ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen – te twijfelen.

De rechtbank acht niet voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor diefstal van de tablet, de spellen van de PlayStation, het navigatiesysteem en de gelden, nu deze goederen niet in de auto zijn aangetroffen en [slachtoffer 2] in zijn aangifte ook niet over deze goederen spreekt.

Parketnummer 05/740447-16 38

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie verzocht verdachte vrij te spreken, nu het opzet op het aanwezig hebben ontbreekt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte de telefoonklapper heeft meegenomen dan wel onder zich heeft gehad.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat enkel het pinnen van € 250 bewezen kan worden.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging vrijspraak bepleit, nu niet vastgesteld kan worden dat verdachte beschikkingsmacht had over de pillen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

[slachtoffer 3] heeft het volgende verklaard. Op 5 augustus 2016 omstreeks 09:00 uur kwam [medeverdachte 1] aan de deur. [medeverdachte 1] zei dat hij een sollicitatiegesprek had en vroeg of hij even achter de computer mocht.39 Toen [medeverdachte 1] achter de computer zat ging de deurbel. [slachtoffer 3] zag dat er een kleine man voor de deur stond. De man vertelde dat hij een TV kwam kopen. [slachtoffer 3] had echter geen TV te koop staan. Even later stond de man weer voor de deur en vroeg of [slachtoffer 3] met hem mee kon lopen. Op de momenten dat [slachtoffer 3] in gesprek was met de man, had hij geen zicht op [medeverdachte 1] . Een paar uur later kwam [slachtoffer 3] erachter dat zijn telefoonklapper was meegenomen. In de telefoonklapper noteerde [slachtoffer 3] wachtwoorden en gebruikersnamen van websites en de pincode van zijn bankpas.40

Op 7 augustus 2016 omstreeks 22:00 uur ging [slachtoffer 3] naar bed. De achterdeur sloot hij af met de sleutel en de haak. De voordeur draaide hij op het nachtslot en liet de sleutel in het slot zitten. De portemonnee van [slachtoffer 3] lag op de keukentafel.41 Toen [slachtoffer 3] op 8 augustus 2016 omstreeks 07:45 uur beneden kwam, merkte hij dat de voordeur niet meer op het nachtslot zat. [slachtoffer 3] zag dat zijn portemonnee met inhoud, waaronder zijn ING bankpas, was weggenomen. Toen [slachtoffer 3] de bank belde om zijn bankpas te laten blokkeren, kreeg hij te horen dat er geld van zijn rekening was gepind en dat er geprobeerd was om geld over te boeken naar de rekening van [medeverdachte 1] . De vader van [medeverdachte 1] vertelde [slachtoffer 3] dat de reservesleutel van de woning van [slachtoffer 3] – die in de kluis van de vader [medeverdachte 1] lag – was verdwenen.42

Op 8 augustus 2016 om 05:22 uur heeft verdachte met de pinpas van [slachtoffer 3] € 250 gepind van de bankrekening van [slachtoffer 3] bij de Rabobank in Vaassen.43

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 5 augustus 2016 naar de woning van [slachtoffer 3] ging met het verhaal dat hij een sollicitatiebrief moest schrijven, maar met de bedoeling om een foto van de inloggegevens van [slachtoffer 3] ING-rekening te maken. Toen [medeverdachte 1] achter de computer zat, heeft verdachte twee keer aangebeld. Het was de bedoeling dat verdachte [slachtoffer 3] aan de praat zou houden.44

Daarnaast heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij en verdachte met de gestolen pinpas van [slachtoffer 3] gepind hebben. Verdachte heeft één keer € 250 gepind.45

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 1] hem geld schuldig was. Verdachte kreeg midden in de nacht een bericht van [medeverdachte 1] waarin hij schreef dat hij geld had ontvangen. Verdachte is toen naar [medeverdachte 1] gegaan. Daar kreeg hij een pinpas van [medeverdachte 1] waarmee hij geld mocht pinnen. Hij dacht dat de pinpas van de moeder van [medeverdachte 1] was en dat hij daar gebruik van mocht maken. De rechtbank vindt de verklaring van verdachte ongeloofwaardig. De pintransactie vond op een opmerkelijk tijdstip, namelijk in de nacht, plaats. Daarnaast is op de fotoprintjes van de camerabeelden van de pintransactie te zien dat verdachte zich probeerde te vermommen met de capuchon van zijn jas, terwijl het zomer was.46 De verklaring van [medeverdachte 1] daarentegen wordt ondersteund door de aangifte van [slachtoffer 3] . De rechtbank heeft dan ook de overtuiging dat het verdachte is geweest die twee keer bij [slachtoffer 3] aan de deur is geweest om hem af te leiden, terwijl [medeverdachte 1] de telefoonklapper met daarin de pincode van de pinpas van [slachtoffer 3] meenam. De rechtbank acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde dan ook wettig bewezen, met dien verstande dat verdachte ten aanzien van feit 2 vrijgesproken zal worden van de overige bedragen, nu niet vastgesteld kan worden dat verdachte daarbij betrokken was.

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

 de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018;

 het proces-verbaal van bevindingen, p. 646 t/m 648.

Ten aanzien van feit 4

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden wat verdachte onder 4 is ten laste gelegd, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte weet had van de aanwezigheid van de pillen, zodat de opzet ontbreekt.

3 Bewezenverklaring

Ten aanzien van parketnummer 05/032576-14

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks in de periode van 1 januari 2014 tot en met 12 februari 2014

te Vaassen, gemeente Epe

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]

) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 55, althans

een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

2.

hij op of omstreeks 12 februari 2014 te Vaassen, gemeente Epe

opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 820 en/of 368 en/of

438 en/of 24 gram, in elk geval een hoeveelheid van (een) materia(a)l(en)

bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA

(MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine, zijnde (een) middel(en)

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Ten aanzien van parketnummer 05/840326-16

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 december

2015 t/m 16 maart 2016 te Vaassen, gemeente Epe,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

aan [adres 3] aldaar heeft weggenomen

- een Playstation 3 (met controllers) en/of

- een (Dolby) surround-systeem (Harman en Kardon) en/of

- een camera (Go Pro 3) en/of

- een rubberboot en/of

- een hoeveelheid kleingeld en/of

- vier, althans een of meer voerboten (merk Navigator)en/of

- een of meer zgn. "fishfinder(s)" en/of GPS-syste(e)m(en) en/of

- zestien, althans een of meer bootaccu('s) en

- acht, althans een of meer "fishfinder"-accu('s) en/of

- acht, althans een of meer accupack('s) voor een handzender en/of

- vier, althans een of meer acculader(s)(Ctek) en/of

- vier, althans een of meer karpershengel(s) (Century Fatboy Slim) en/of

- vier, althans een of meer hengelhoes/-zen (Fox Royal Single Jacket) en/of

- vier, althans een of meer karpermolen(s) (Shimano Aero Technium) en/of

- vier, althans een of meer spoel(en) voor karpersmolens en/of

- een set zgn. "piepers" (Fox, zwarte box) en/of

- drie, althans een of meer karpertent(en) (kleur groen) en/of

- een zgn. "Overwrap (Nash AS, kleur groen) en/of

- een karperschepnet (kleur groen) en/of

- een tent (De Waard, kleur cream-blauw) en/of

- een vistas (Fox) met inhoud (waaronder lampen),

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking.

Ten aanzien van parketnummer 05/720215-16

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2016 tot en met 10 juli 2016 te 't Harde,

gemeente Elburg, althans in Nederland,

in de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan

[adres 4] heeft weggenomen:

-een laptop en/of een notebook en/of een tablet en/of

-een playstation (met bijbehorende spellen) en/of

-een koffiezetapparaat en/of

-een horloge en/of

-een navigatiesysteem en/of

-(sport)kleding en/of -schoenen en/of andere sportartikelen en/of

-een fles wodka en/of

-geld (te weten een contant geldbedrag, totaal groot 2000 euro) en/of

-andere goederen,

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg

te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van

braak, verbreking, en inklimming;

Ten aanzien van parketnummer 05/740447-16

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 5 augustus 2016 te Vaassen, gemeente Epe, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen heeft weggenomen,

een telefoonklapper, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een

ander dan die [verdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan een

persoon genaamd [slachtoffer 3] ;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2016

tot en met 8 augustus 2016 te Vaassen, gemeente Epe, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

heeft weggenomen,

(telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

een (of meer) geldbedrag,(en) (te weten

-tweemaal een geldbedrag van 500 euro

-eenmaal een geldbedrag van 250 euro

-eenmaal een geldbedrag van 72 euro (gepind bij een tankstation)

-eenmaal een geldbedrag van 118,20 euro (gepind bij een tankstation)

-eenmaal een geldbedrag van 1000 euro (overgeboekt naar een andere

bankrekening)),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan een persoon

genaamd [slachtoffer 3] ,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

te weten door een of meer bankpassen op naam van [slachtoffer 3] , in een of meer

pinautomaten te plaatsen en/of de daarbij behorende pincodes in te voeren

en/of aan de hand van de bankgegevens met bijbehorende pinpas(sen) geld over

te schrijven naar een of meer andere bankrekeningen;

3.

hij op of omstreeks 24 november 2016 te Vaassen, gemeente Epe,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 173 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 05/032576-14:

feit 1:

‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod’

feit 2:

‘opzettelijk handelen in strijd met in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’

ten aanzien van parketnummer 05/840326-16:

‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking’

ten aanzien van parketnummer 05/720215-16:

‘diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming’

ten aanzien van parketnummer 05/740447-16:

feit 1:

‘diefstal door twee of meer verenigde personen’

feit 2:

‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels’

feit 3:

‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden gekoppeld te worden zoals geadviseerd door de reclassering.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen heeft de officier van justitie verzocht de teruggave te gelasten aan de rechthebbende.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 26 juli 2016 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 3 augustus 2018.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks delicten, waaronder meerdere diefstallen (uit een woning), het kweken van hennep en het aanwezig hebben van hard- en softdrugs. Alle zijn ernstige feiten. De wijze waarop de diefstallen zijn gepleegd getuigt niet alleen van brutaliteit, maar ook van een leefwijze zonder respect voor andermans bezit. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Dergelijke feiten brengen gevoelens van angst met zich mee en veroorzaken – meer in het algemeen – maatschappelijke onrust.

Daarnaast is het algemeen bekend dat drugs schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen.

Het is niet voor het eerst dat verdachte voor het plegen van strafbare feiten wordt veroordeeld. Het uittreksel uit het algemeen documentatieregister telt 16 pagina’s. Eerdere veroordelingen hebben verdachte klaarblijkelijk niet weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Door de officier van justitie is een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf geëist. Oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank zal daarom de eis van de officier van justitie niet volgen. Alles afwegende acht de rechtbank – mede gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS – een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, zoals door de reclassering zijn geadviseerd. Om zoveel mogelijk te waarborgen dat verdachte geen strafbare feiten zal plegen, heeft de rechtbank ervoor gekozen om een proeftijd van drie jaren vast te stellen.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de Apple computer, het kentekenbewijs en de Huawei telefoon aan de rechthebbende ( [slachtoffer 3] ).

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Parketnummer 05/840326-16

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 6.707,76.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Beoordeling door de rechtbank

Ontvreemde goederen

Ten aanzien van deze schadepost is de rechtbank van oordeel dat op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen tot € 346,80 (twee draagtassen en een accupakket) schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Ten aanzien van het meer gevorderde met betrekking tot deze schadepost, zal de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu dit deel van de goederen niet ten laste isgelegd.

Schade aan woning

De benadeelde partij heeft gesteld dat als gevolg van de diefstal schade is ontstaan aan de woning. Dit betreft beschadigingen aan de houten trap en deurkozijn, gestukadoorde wanden van de woonkamer, hal en overloop, het behang in de woonkamer en het glas in lood raam.

Ten aanzien van de beschadigingen in de woonkamer acht de rechtbank aannemelijk dat deze zijn ontstaan als gevolg van het lostrekken van het dolbysurround-systeem van de muur. De rechtbank zal ten aanzien van deze schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en zal een schadevergoeding van € 650 toewijzen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van deze schadepost niet ontvankelijk in haar vordering worden verklaard, nu onvoldoende is onderbouwd dat deze schade door het bewezenverklaarde is ontstaan en niet bijvoorbeeld op een ander moment in de periode dat de familie [medeverdachte 1] in de woning verbleef.

Cilindersloten woning

De benadeelde partij zal ten aanzien van deze schadepost niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering omdat er onvoldoende causaal verband bestaat tussen het vervangen van de cilindersloten en het bewezenverklaarde.

Vermindering arbeidsvermogen en reiskosten

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot deze schadepost is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot € 253,47 schade heeft geleden . De schadepost is voor toewijzing vatbaar.

Concluderend zal de vordering tot € 1.250,27 worden toegewezen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 16 maart 2016.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Parketnummer 05/740447-16

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.585,01.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering voor wat betreft de materiële schade volledig toe te wijzen. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor wat betreft de materiële schade slechts tot € 250 kan worden toegewezen. Voor het overige heeft de verdediging verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering te verklaren.

Beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot € 250 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De materiële schade dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige met betrekking tot deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van de overige bedragen.

Immateriële schade

Volgens het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2002 (NJ 2002, 240) is voor vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106 BW vereist dat het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. In het arrest van 9 mei 2003 (NJ 2005, 168) heeft de Hoge Raad de hieraan te tellen eisen gepreciseerd. Hierin is bepaald dat de partij die zich op aantasting van de persoon beroept voldoende concrete gegevens zal moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat naar objectieve maatsteven het bestaan van het geestelijk letsel is of kan worden vastgesteld. In de regel zal dit betekenen dat rapportage door een deskundige onontbeerlijk is. De benadeelde partij heeft de door haar beschreven psychische gevolgen niet onderbouwd met zo een rapportage. Ook ontbreken andere objectieve maatstaven. Gelet daarop zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering met betrekking tot de immateriële schade.

Concluderend zal de vordering tot € 250 worden toegewezen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 8 augustus 2016.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen

  • -

    14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 4 tenlastegelegde ten aanzien van parketnummer 05/740447-16;

 verklaart voor het overige bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, te weten 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald:

de algemene voorwaarden:

  • -

    dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

de bijzondere voorwaarden:

  • -

    dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij reclassering Nederland ( [adres 6] ) en zich gedurende het reclasseringstoezicht zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich hierbij houden aan de opdrachten en aanwijzingen die hem door of namens de reclassering zullen worden gegeven;

  • -

    dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen bij Transfore te Zwolle of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling zullen worden gegeven, zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen (Apple computer, het kentekenbewijs en de Huawei telefoon) aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer 3] ;

De beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1] (parketnummer 05/840326-16)

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 1.250,27 (duizend tweehonderdvijftig euro en zeventwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag der algeheel voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeven van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag van € 1.250,27 (duizend tweehonderdvijftig euro en zeventwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 22 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

[slachtoffer 3] (parketnummer 05/740447-16, feit 2)

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 250 (tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2016 tot aan de dag der algeheel voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeven van de benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag van € 250 (tweehonderdvijftig euro), , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. S.A. van Hoof en

mr. Y. van Wezel, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2018.

mr. C.H.M. Pastoors en mr. Y. van Wezel zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0618-2014011413-34, gesloten op 26 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016177339, gesloten op 18 april 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 64 t/m 68 en de goederenbijlage, p. 72 en 73.

4 Het proces-verbaal van aangifte, p. 65.

5 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 75.

6 Het proces-verbaal van aangifte, p. 64.

7 Het proces-verbaal van aangifte, p. 65.

8 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris van 29 januari 2018.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 128.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 99.

11 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris van 29 januari 2018.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 107.

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 102 en 103 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 140.

14 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 103.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 104.

16 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [naam 2] bij de rechter-commissaris van 4 juli 2017.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 146.

18 Het proces-verbaal relaas, p. 14.

19 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016381062, gesloten op 4 augustus 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 68.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 71.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 73.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 71.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 71 en 72.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 77.

26 Het proces-verbaal van aangifte, p. 78.

27 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde, p. 99.

28 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde, p. 100.

29 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 115.

30 Het proces-verbaal uitslag vergelijkend schoensporenonderzoek, p. 117.

31 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 148.

32 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 149.

33 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 152.

34 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 169.

35 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 168.

36 Het proces-verbaal bevindingen camerabeelden, p. 137.

37 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 168.

38 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016596556, gesloten op 7 april 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

39 Het proces-verbaal van aangifte, p. 376.

40 Het proces-verbaal van aangifte, p. 377.

41 Het proces-verbaal van aangifte, p. 377.

42 Het proces-verbaal van aangifte, p. 378.

43 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 385 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2017.

44 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 498.

45 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 498 en 499.

46 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 447 met bijlagen.