Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3803

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-09-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
05/880853-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man, zonder vaste woon- of verblijfplaats, veroordeeld voor een drietal afpersingen (overvallen) in Apeldoorn. De man kreeg hiervoor een gevangenisstraf opgelegd.

De man is daarnaast veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880853-18

Datum uitspraak : 4 september 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Raadsman: mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 21 augustus 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 april 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van -een hoeveelheid geld ((tussen de) 400 euro en/of 600 euro, althans enig geldbedrag) en/of een hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd, althans met bedekt gelaat, en/of

met in zijn hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp de tankshop van [naam 1] is binnengelopen en/of voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp (op korte afstand) op (het hoofd en/of het bovenlichaam) van die [slachtoffer 1] heeft gericht (gehouden) en/of

-(vervolgens) een schot heeft afgevuurd/gelost en/of de trekker heeft overgehaald en/of heeft voorgedaan alsof hij de trekker zou overhalen en/of

-meermalen, althans eenmaal, op intimiderende en/of nerveuze/zenuwachtige wijze/manier tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "Ik wil geld" en/of "Geef mij geld" en/of

-tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "Ik

wil sigaretten" en/of "geef mij sigaretten" en/of

-(daarbij) het vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp steeds op die [slachtoffer 1] heeft gericht (gehouden);

en/of

hij op of omstreeks 27 april 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen -een hoeveelheid geld ((tussen de) 400 euro en/of 600 euro, althans enig geldbedrag) en/of een hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd, althans met bedekt gelaat, en/of met in zijn hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp de tankshop van [naam 1] is binnengelopen en/of voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp (op korte afstand) op (het hoofd en/of het bovenlichaam) van die [slachtoffer 1] heeft gericht (gehouden) en/of

-(vervolgens) een schot heeft afgevuurd/gelost en/of en/of de trekker heeft overgehaald en/of heeft voorgedaan alsof hij de trekker zou overhalen en/of

-meermalen, althans eenmaal, op intimiderende en/of nerveuze/zenuwachtige wijze/manier tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "Ik wil geld" en/of "Geef mij geld" en/of -tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "Ik wil sigaretten" en/of "geef mij sigaretten" en/of

-(daarbij) het vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp steeds op die [slachtoffer 1] heeft gericht (gehouden);

2.

hij op of omstreeks 1 mei 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van -een hoeveelheid geld (ongeveer Euro 440,-) en/of een hoeveelheid sigaretten (ter waarde van ongeveer euro 100,-), in elk geval enig(e) goed(eren),

dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] en/of

snackbar ' [naam 2] ', in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd, althans met bedekt gelaat, gehuld in donkere kleding en/of met in zijn (rechter)hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp de snackbar " [naam 2] " is binnengelopen en/of voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp (op korte afstand) op (het hoofd en/of het bovenlichaam) van die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden) en/of

-(vervolgens) heeft geroepen/ geschreeuwd "Overval!" en/of

-meermalen, althans eenmaal, op intimiderende en/of nerveuze/zenuwachtige

wijze/manier tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "geld!, geld! ook klein en sigaret!" en/of

-(daarbij) het vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp steeds op die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden);

en/of

hij op of omstreeks 01 mei 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen heeft weggenomen een hoeveelheid geld (ongeveer Euro 440,-) en/of

een hoeveelheid sigaretten (ter waarde van ongeveer euro 100,-), in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 2] en/of snackbar ' [naam 2] ', in ieder geval aan een ander of anderen dan aan verdachte welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij

-verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd, althans met bedekt gelaat, gehuld

in donkere kleding en/of met in zijn (rechter)hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp de snackbar " [naam 2] " is binnengelopen en/of voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp (op korte afstand) op (het hoofd en/of het bovenlichaam) van die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden) en/of

-(vervolgens) heeft geroepen/ geschreeuwd "Overval!" en/of

-meermalen, althans eenmaal, op intimiderende en/of nerveuze/zenuwachtige

wijze/manier tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk

weergegeven) "geld! , geld! ook klein en sigaret!" en/of

-(daarbij) het vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp steeds op die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden);

3.

hij op of omstreeks 07 mei 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 200/250 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan die [slachtoffer 3] of aan (een) derde(n), te weten aan [naam 3]

en/of [naam 4] en/of [slachtoffer 4] toebehoorde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd en/of met een capuchon op,

althans met bedekt gelaat, en/of met in zijn hand een vuurwapen, althans een daarop

gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp, de [naam 3] (te weten

een Dierenspeciaalzaak) (met versnelde pas) is binnengelopen en/of

-op intimiderende/dreigende toon heeft geroepen/gezegd (zakelijk weergegeven)

"Geld" en/of "Geld, zei ik" en/of -(vervolgens) die [slachtoffer 3] (met kracht) met zijn (verdachtes) (rechter)hand tegen de (linker)wang, althans het hoofd, heeft gestompt/geslagen en/of -(nadat een toegesnelde collega (te weten [slachtoffer 4] ) het papiergeld uit de kassa's had gehaald en roept/zegt (zakelijk weergegeven) "Komt eraan") nogmaals, op dreigende/intimiderende toon, heeft geschreeuwt/geroepen (zakelijk weergegeven) "Al het geld" en/of

-(vervolgens) voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp, op/tegen de wang/nek en/of het hoofd, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer 3] heeft gezet/gericht (gehouden) en/of

-dreigend en/of intimiderend het geld uit de handen van die [slachtoffer 4] heeft

gegrist/gegraaid;

en/of

hij op of omstreeks 07 mei 2018, te Apeldoorn, een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 200/250 Euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] en/of [naam 4] en/of [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd en/of met een capuchon op, althans

met bedekt gelaat, en/of met in zijn hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp, de [naam 3] (te weten een Dierenspeciaalzaak) (met versnelde pas) is binnengelopen en/of

-op intimiderende/dreigende toon heeft geroepen/gezegd (zakelijk weergegeven) "Geld" en/of "Geld, zei ik" en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 3] (met kracht) met zijn (verdachtes) (rechter)hand tegen de (linker)wang, althans het hoofd, heeft gestompt/geslagen en/of

-(nadat een toegesnelde collega (te weten [slachtoffer 4] ) het papiergeld uit de kassa's had gehaald en roept/zegt (zakelijk weergegeven) "Komt eraan") nogmaals, op dreigende/intimiderende toon, heeft geschreeuwd/geroepen (zakelijk weergegeven) "Al het geld" en/of

-(vervolgens) voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp, op/tegen de wang/nek en/of het hoofd, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer 3] heeft gezet/gericht (gehouden) en/of

-dreigend en/of intimiderend het geld uit de handen van die [slachtoffer 4] heeft

gegrist/gegraaid. (parketnummer 05-740374-18)

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van drie afpersingen op 27 april, 1 mei en 7 mei 2018 in Apeldoorn.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 3 heeft verdachte ter terechtzitting ontkend dat hij aangever [slachtoffer 3] in zijn gezicht heeft geslagen en dat hij het wapen tegen de wang van [slachtoffer 3] heeft gezet. Voor het overige heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] namens [naam 1] , p. 76-77;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 43-44;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] namens [naam 2] , p. 277-279;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 43-44;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018.

Feit 3

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] namens [naam 3] , p. 23-24;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , namens [naam 3] , p. 166-167;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 43-44;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het geweld tegen [slachtoffer 3] het volgende.

Aangever [slachtoffer 3] (verder: aangever) heeft verklaard dat verdachte heel dicht voor hem ging staan en zei: “Geld, zei ik”. Direct hierna zag en voelde aangever dat verdachte met zijn rechterhand tegen zijn linkerwang sloeg. Hij voelde direct daarna pijn aan zijn wang.2

Verbalisant [verbalisant 1] , die kort daarna ter plaatse was, heeft gezien dat aangever een kras in het gezicht had en een lichte zwelling aan zijn lip.3 Dit zichtbare letsel ondersteunt de verklaring van verdachte. De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever met zijn rechterhand op de linkerwang van aangever heeft geslagen.

De rechtbank heeft evenmin reden te twijfelen aan de verklaring van aangever [slachtoffer 3] dat verdachte het wapen op de wang/nek van [slachtoffer 3] heeft gezet en acht daarom ook dit deel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 27 april 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van -een hoeveelheid geld ((tussen de) 400 euro en/of 600 euro, althans enig geldbedrag) en/of een hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd, althans met bedekt gelaat, en/of

met in zijn hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp de tankshop van [naam 1] is binnengelopen en/of voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp (op korte afstand) op (het hoofd en/of het bovenlichaam) van die [slachtoffer 1] heeft gericht (gehouden) en/of

-(vervolgens) een schot heeft afgevuurd/gelost en/of de trekker heeft overgehaald en/of heeft voorgedaan alsof hij de trekker zou overhalen en/of

-meermalen, althans eenmaal, op intimiderende en/of nerveuze/zenuwachtige wijze/manier tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "Ik wil geld" en/of "Geef mij geld" en/of

-tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "Ik

wil sigaretten" en/of "geef mij sigaretten" en/of

-(daarbij) het vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp steeds op die [slachtoffer 1] heeft gericht (gehouden);

2.

hij op of omstreeks 1 mei 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van -een hoeveelheid geld (ongeveer Euro 440,-) en/of een hoeveelheid sigaretten (ter waarde van ongeveer euro 100,-), in elk geval enig(e) goed(eren),

dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] en/of

snackbar ' [naam 2] ', in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd, althans met bedekt gelaat, gehuld in donkere kleding en/of met in zijn (rechter)hand een vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp de snackbar " [naam 2] " is binnengelopen en/of voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp (op korte afstand) op (het hoofd en/of het bovenlichaam) van die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden) en/of

-(vervolgens) heeft geroepen/ geschreeuwd "Overval!" en/of

-meermalen, althans eenmaal, op intimiderende en/of nerveuze/zenuwachtige

wijze/manier tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "geld!, geld! ook klein en sigaret!" en/of

-(daarbij) het vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp steeds op die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden);

3.

hij op of omstreeks 7 mei 2018, te Apeldoorn, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 200/250 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan die [slachtoffer 3] of aan (een) derde(n), te weten aan [naam 3]

en/of [naam 4] en/of [slachtoffer 4] toebehoorde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte-

-met een (zwarte) bivakmuts over zijn hoofd en/of met een capuchon op,

althans met bedekt gelaat, en/of met in zijn hand een vuurwapen, althans een daarop

gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp, de [naam 3] (te weten

een Dierenspeciaalzaak) (met versnelde pas) is binnengelopen en/of

-op intimiderende/dreigende toon heeft geroepen/gezegd (zakelijk weergegeven)

"Geld" en/of "Geld, zei ik" en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 3] (met kracht) met zijn (verdachtes) (rechter)hand tegen de (linker)wang, althans het hoofd, heeft gestompt/geslagen en/of

-(nadat een toegesnelde collega (te weten [slachtoffer 4] ) het papiergeld uit de kassa's had gehaald en roept/zegt (zakelijk weergegeven) "Komt eraan", nogmaals, op dreigende/intimiderende toon, heeft geschreeuwd/geroepen (zakelijk weergegeven) "Al het geld" en/of

-(vervolgens) voornoemd vuurwapen, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) voorwerp, op/tegen de wang/nek en/of het hoofd, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer 3] heeft gezet/gericht (gehouden) en/of

-dreigend en/of intimiderend het geld uit de handen van die [slachtoffer 4] heeft

gegrist/gegraaid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair, telkens:

“Afpersing”

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 3 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie geëist dat de inbeslaggenomen telefoon, sigaretten, post, kleding, salarisstrook en ID-bewijs kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbende. De inbeslaggenomen spuit, verdovende middelen, wit T-shirt, bivakmuts, vuurwapen en munitie dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de strafoplegging in verhouding moet staan met ernstigere strafbare feiten en de straffen die daarvoor worden opgelegd. Daarnaast is er sprake van een blanco strafblad.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 juli 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Iriszorg, gedateerd 15 augustus 2018.

Verdachte heeft zich in een zeer korte periode schuldig gemaakt aan een drietal overvallen op een tankstation, snackbar en dierenspeciaalzaak en heeft daarbij gebruikt gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Bij de overval op de dierenspeciaalzaak heeft verdachte ook geweld gebruikt door aangever een klap in zijn gezicht te geven en het ‘vuurwapen’ tegen aangevers achterhoofd/nek te drukken.

Overvallen onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zijn ernstige feiten, die schade veroorzaken en bij de benadeelden, maar ook in de samenleving, gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengen. Bovendien kunnen zij voor de direct betrokkenen bijzonder traumatiserend zijn en tot langdurige psychische schade leiden.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij bij de overval op het tankstation het vuurwapen heeft doorgeladen om zo extra angst aan te jagen bij aangever [slachtoffer 1] en dat hij bij de overval bij de dierenspeciaalzaak aangever [slachtoffer 3] heeft geslagen. Uit de voorgelezen slachtofferverklaring van aangeefster [slachtoffer 2] blijkt dat haar leven na de overval veranderd is. Verdachte heeft geen enkel oog gehad voor de slachtoffers en was slechts uit op financieel gewin om in zijn drugsverslaving te voorzien. Dat hij door zijn dealers min of meer zou zijn gedwongen om de overvallen te plegen, wordt niet door de inhoud het dossier ondersteund. Ter zitting heeft verdachte ook erkend dat hij uiteindelijk zelf de afweging heeft gemaakt.

De rechtbank neemt ten voordele van verdachte mee dat verdachte geloofwaardig overkomt in zijn spijt en dat hij de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] wil betalen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting aansluiting gezocht bij soortgelijke zaken en de oriëntatiepunten van het LOVS. De oriëntatiepunten gaan uit van een gevangenisstraf van 2 jaren per overval. Gelet op de blanco justitiële documentatie en de houding van verdachte ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 5 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is.

Beslag

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welk en met behulp waarvan het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair bewezenverklaarde zijn begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang of de wet:

  • -

    1 injectiespuit (p. 4, PL0600-2018248981)

  • -

    verdovende middelen (p. 7, PL0600-2018248981)

  • -

    1 shirt, kleur wit (p. 78, PL0600-2018333484)

  • -

    1 bivakmuts, kleur zwart (p. 78, PL0600-2018333484)

  • -

    1 vuurwapen (balletjespistool) (p. 79, PL0600-2018333484)

  • -

    1 magazijn/houder (p. 79, PL0600-2018333484).

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de rechthebbende:

  • -

    1 telefoon, Alcatal, kleur zwart (p. 5, PL0600-2018248981)

  • -

    1 pakje sigaretten, merk Camel (p. 11, PL0600-2018248981)

  • -

    1 briefpost, KPN (p. 12, PL0600-2018248981)

  • -

    1 hoodie, merk Gapstar (p. 13, PL0600-2018248981)

  • -

    1 salarisstrook (p. 17, PL0600-2018248981)

  • -

    2 zorgpassen, [naam 5] , tnv [verdachte] (p. 19, PL0600-2018248981)

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [naam 6] – [naam 1] (feit 1 primair) (verder: [naam 1] ), [naam 2] (feit 2 primair) en [slachtoffer 2] (feit 2 primair) hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het de onder respectievelijk feit 1 primair en feit 2 primair bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van respectievelijk € 648,95 ( [naam 1] ), € 2291,- ( [naam 2] ) en € 1750,- ( [slachtoffer 2] ).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [naam 1] tot betaling van het bedrag van €648,95 toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [naam 2] toe te wijzen tot het bedrag van €791,-, vermeerderd met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van het bedrag van €1750,- toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de vordering van [naam 1] heeft de verdediging aangevoerd dat uit de stukken niet blijkt dat de vordering door een persoon is ingevuld die daartoe gemachtigd is. De vordering dient daarom niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Ten aanzien van de vordering van [naam 2] dient de materiele schade afgewezen te worden nu deze niet is onderbouwd. Ook de immateriële schade wordt niet onderbouwd en dient te worden afgewezen. De verdediging refereert zich ten aanzien van de gevorderde kosten met betrekking tot dubbele inroostering.

Beoordeling door de rechtbank

[naam 1]

Het verweer dat de vordering niet door de juiste persoon is ingevuld is een verweer dat enkel door de rechtspersoon zelf kan worden gevoerd (ECLI: NL:HR:2004:AR3043) en kan daarom niet slagen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het feit 1 primair bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag €648,95 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 27 april 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen rente is daar niet bij inbegrepen.

[naam 2] (feit 2 primair)

De benadeelde partij zal ten aanzien van de gevorderde materiele schade niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu deze materiele schade niet is onderbouwd.

Ten aanzien van de kosten die gemaakt zijn voor het dubbel inroosteren van personeel na de overval is de rechtbank van oordeel dat het gevoel van onveiligheid bij het personeel na de overval – hoe begrijpelijk ook – geen rechtstreekse schade is als bedoeld in de wet. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering met betrekking tot de immateriële schade van de benadeelde partij te worden afgewezen, omdat een rechtspersoon geen psychisch letsel kan hebben.

[slachtoffer 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 2 primair bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 1750,- schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 mei 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen rente is daar niet bij inbegrepen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    1 injectiespuit (p. 4, PL0600-2018248981)

  • -

    verdovende middelen (p. 7, PL0600-2018248981)

  • -

    1 shirt, kleur wit (p. 78, PL0600-2018333484)

  • -

    1 bivakmuts, kleur zwart (p. 78, PL0600-2018333484)

  • -

    1 vuurwapen (balletjespistool) (p. 79, PL0600-2018333484)

  • -

    1 magazijn/houder (p. 79, PL0600-2018333484).

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende, te weten:

  • -

    1 telefoon, Alcatal, kleur zwart (p. 5, PL0600-2018248981)

  • -

    1 pakje sigaretten, merk Camel (p. 11, PL0600-2018248981)

  • -

    1 briefpost, KPN (p. 12, PL0600-2018248981)

  • -

    1 hoodie, merk Gapstar (p. 13, PL0600-2018248981)

  • -

    1 salarisstrook (p. 17, PL0600-2018248981)

  • -

    2 zorgpassen, [naam 5] , tnv [verdachte] (p. 19, PL0600-2018248981).

 De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1] :

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 1], van een bedrag van € 648,95 (zeshonderden achtenveertig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 1], een bedrag te betalen van € 648,95 (zeshonderden achtenveertig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 12 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 2] :

verklaart de benadeelde partij [naam 2] ten aanzien van feit 2 primair,

ten aanzien van de materiele schade niet-ontvankelijk in haar vordering;

wijst af de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [naam 2] ten aanzien van de immateriële schade;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van €1750,- (zeventienhonderd en vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van €1750,- (zeventienhonderden vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 27 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.A. van Hoof (voorzitter),

mr. C.H.M. Pastoors en mr. Y. van Wezel, rechters,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2018.

1 Ten aanzien van feit 1 en 2: Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018248981, gesloten op 18 juni 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Ten aanzien van feit 3: Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018333484, gesloten op 26 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 24

3 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 30