Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3697

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-08-2018
Datum publicatie
28-08-2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 3093
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Rechtbank heeft legaliserende omgevingsvergunning vernietigd. Verzoeker vraagt handhavend op te treden. Voorzieningenrechter wijst verzoek toe omdat geen concreet zicht op legalisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JNA 2018/41
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/3093

uitspraak van de voorzieningenrechter van

op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: M.J.H. van Baalen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij].

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2018 heeft verweerder een handhavingsverzoek van verzoeker afgewezen (besluit 1).

Ook bij besluit van 6 juni 2018 heeft verweerder een handhavingsverzoek van verzoeker afgewezen (besluit 2).

Verzoeker heeft tegen die besluiten bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op 2 augustus 2018 heeft verweerder een besluit genomen op de bezwaren tegen de besluiten 1 en 2.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2018.

Verschenen zijn [verzoeker] en zijn echtgenote, bijgestaan door hun gemachtigde. Namens verweerder is verschenen mr. B. Akciger.

Ter zitting heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 2 augustus 2018.

Overwegingen

Twee opmerkingen vooraf. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) beroepsprocedure niet.

In de bijlage bij deze uitspraak staan de in de uitspraak aangehaalde bepalingen.

1. Anders dan verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker voldoende spoedeisend belang heeft, omdat hij beoogt om een illegale situatie te beëindigen.

2. Verzoeker woont op een perceel in het buitengebied van Wageningen aan de Keyenbergseweg. Aan de andere kant van de weg ligt De Leemkuil, een gebouwencomplex dat bij de derde-partij in gebruik is als asielzoekerscentrum. Dat gebouwencomplex bevindt zich daar (deels) in strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan Buitengebied en zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Het gaat daarbij met name om de gebouwen B en E, zoals aangeduid op de door verweerder ter zitting overgelegde luchtfoto.

3. Verweerder heeft geprobeerd om de illegale situatie te beëindigen door er een omgevingsvergunning voor te verlenen. Deze omgevingsvergunning is vernietigd door de rechtbank in de uitspraak van 5 april 2018, ecli:nl:rbgel:2018:1528. Daardoor is de situatie nog steeds illegaal.

4. Verweerder stelt zich onder meer op het standpunt dat hij niet handhavend hoeft op te treden omdat er concreet zicht is op legalisatie. Doordat de rechtbank het besluit om een omgevingsvergunning te verlenen heeft vernietigd moet verweerder opnieuw een besluit nemen op de aanvraag.

5. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning vernietigd omdat verweerder er ten onrechte van is uitgegaan dat het hier geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft en dat hij de actuele en regionale behoefte niet inzichtelijk hoeft te maken (ladder van duurzame verstedelijking). Ook is de vergunning vernietigd wegens het ontbreken van een (verkennend) onderzoek naar mogelijke significante gevolgen van het vergunde project voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Veluwe en omdat de toets aan redelijke eisen van welstand niet op het juiste niveau heeft plaatsgevonden.

6. Ter zitting heeft verweerder niet kunnen onderbouwen dat één van deze gebreken inmiddels is hersteld. Volgens de vertegenwoordiger van verweerder is er informatie opgevraagd bij de derde-partij om de actuele behoefte te bepalen en zijn er offertes uitgebracht voor een onderzoek naar de gevolgen voor de Veluwe. Er is nog geen nieuw advies opgevraagd over de welstandsaspecten. Een en ander wekt bij de voorzieningenrechter niet de indruk, dat legalisatie voortvarend wordt aangepakt. Daarin weegt mee, dat er al heel lang een illegale situatie is.

Verweerder kon ter zitting ook geen inzicht geven in het huidige gebruik van de opstallen. De derde-partij was niet ter zitting verschenen om hier een toelichting op te kunnen geven.

7. Op dit moment zijn er naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aanknopingspunten voor dat er in de beroepsprocedure zal worden geconcludeerd, dat er een voldoende concreet zicht op legalisatie is.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening deels toe;

- schorst het besluit van 2 augustus 2018;

- draagt verweerder op om binnen 14 dagen na verzending van deze uitspraak de gebouwen

B en E te verzegelen en daarvan mededeling te doen aan verzoeker;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker ten bedrage van € 1002;

- gelast dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht groot € 170 aan hem

vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van

mr. M.G.J. Litjens, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

Griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.