Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3638

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-08-2018
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
05/820022-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, door in onvoldoende mate naar rechts te kijken en te blijven kijken of er verkeer naderde is er geen sprake van een enkel moment van onoplettendheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820022-17

Datum uitspraak : 17 augustus 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

raadsvrouw: mr. W.A. Koers, advocaat te Leusden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 3 augustus 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 december 2016 te Wijchen in de gemeente Wijchen, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig(personenauto,

VW. type Passat), gaande in de richting van de kruising van de wegen, het Kavelpad en de Randweg-Noord, daarmede rijdende over de weg, het Kavelpad

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden,

hierin bestaande dat hij, verdachte, terwijl voor voormelde kruising in de gezien zijn, verdachtes rijrichting rechter berm, althans aan de rechter zijde van die weg, (het Kavelpad) een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en/of direct voor die kruising op het wegdek van die weg (het Kavelpad) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of terwijl het zicht voor hem, verdachte op geen enkele wijze werd belemmerd,

niet of in onvoldoende mate naar rechts heeft gekeken en/of is blijven kijken of over de kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) gezien, zijn verdachtes rijrichting van rechts verkeer naderde en/of die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) en/of die kruising is op- en/of overgereden en/of in strijd met voormeld bord B6 en/of voormelde haaientanden geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een over die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) rijdend, toen gezien,zijn verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf) en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat over die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) rijdend, toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf)

en/of ten gevolge waarvan de bestuurder van laatstgenoemd motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf) de controle over haar motorrijtuig (VW.type Golf) is verloren en/of gezien haar (de bestuurder van dat motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf)) rijrichting, met het door haar bestuurde motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf) naar links gaand, via een vluchtheuvel op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Randweg-Noord is terechtgekomen, waarna dit motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf) frontaal in botsing en/of aanrijding is gekomen met een over voormeld voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Randweg-Noord rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk VW. type Bora)

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een, althans een aantal aan zijn, verdachtes schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan en/of welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 10 december 2016 te Wijchen in de gemeente Wijchen, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, VW. type Passat), gaande in de richting van de kruising van de wegen, het Kavelpad en de Randweg-Noord, daarmede heeft gereden over de weg, het Kavelpad en terwijl voor voormelde kruising in de gezien zijn, verdachtes rijrichting rechter berm, althans aan de rechter zijde van die weg, (het Kavelpad) een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en/of direct voor die kruising op het wegdek van die weg (het Kavelpad) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of terwijl het zicht voor hem, verdachte op geen enkele wijze werd belemmerd,

niet of in onvoldoende mate naar rechts heeft gekeken en/of is blijven kijken of over de kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) gezien, zijn verdachtes rijrichting van rechts verkeer naderde en/of die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) en/of die kruising is op- en/of overgereden en/of in strijd met voormeld bord B6 en/of voormelde haaientanden geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een over die kruisende (voorrangs)weg (de

Randweg-Noord) rijdend, toen gezien, zijn verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf)en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat over die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord rijdend, toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf) en/of ten gevolge waarvan de bestuurder van laatstgenoemd motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf)de controle over haar motorrijtuig (VW.type Golf) is verloren en/of gezien haar (de bestuurder van dat motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf)) rijrichting, met het door haar bestuurde

motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf) naar links gaand, via een vluchtheuvel op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Randweg-Noord is terechtgekomen, waarna dit motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf) frontaal in botsing en/of aanrijding is gekomen met een over voormeld voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Randweg-Noord rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk VW.type Bora),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 december 2016 reedt verdachte als bestuurder in zijn Volkswagen Passat over het Kavelpad in Wijchen in de richting van de T-kuising van de Randweg Noord. Hij keek naar links en rechts, zag dat er van rechts geen verkeer aankwam en is vervolgens de kruising overgestoken en is links af geslagen. Op de voorrangsweg van rechts kwam een Volkswagen Golf aanrijden. De Passat van verdachte raakte met diens linker voorzijde de rechter achterzijde van de Golf. Door de botsing verloor de bestuurder van de Golf de controle en bewoog vanuit een rechtuitgaande richting naar links. Vervolgens kwam de Golf via de vluchtheuvel op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer terecht. Hierna kwam de Golf frontaal in botsing met een aldaar rijdende Volkswagen Bora.2

Uit het onderzoek volgt dat de kruising van het Kavelpad met de Randweg Noord waar het ongeval heeft plaats gevonden binnen de bebouwde kom ligt waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt.3 Met betrekking tot de weersgesteldheid is vastgesteld dat het regende.4

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat [slachtoffer 2] , de bestuurder van de Volkswagen Golf, een gebroken neus, gebroken ribben, gebroken borstbeen, een scheur in de lever, kneuzingen van long en hart, gebroken middenhandsbeentjes en een gebroken rugwervel heeft opgelopen.5

[slachtoffer 2] heeft aangegeven aan dat zij in het ziekenhuis is opgenomen en in totaal drie keer is geopereerd.6

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat [slachtoffer 1] , de passagier van de Volkswagen Bora, meerdere kneuzingen heeft opgelopen.7 Zij heeft fysiotherapie gehad en is behandeld door een psychiater omdat zij angst had ontwikkeld om in een auto te rijden.8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. Hij heeft geconcludeerd dat er bij verdachte sprake was van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 WVW. Volgens de officier van justitie had verdachte uitvoerig stil moeten staan bij het kijken, juist bij zijn positie van waar uit hij te maken had met meerdere rijbewegingen. De zichtbelemmering door de spijl had verdachte moeten wegnemen door langer of eromheen te kijken, hetgeen niet is gebeurd. Dit heeft nare gevolgen gehad in de zin van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] . Ten aanzien van het letsel van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft conform de aan dit vonnis gehechte pleitnotities vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit bepleit. Volgens haar is er niet sprake van een zodanige verkeersfout dat dient te worden gesproken van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. De raadsvrouw heeft toegelicht dat de kruising relatief ruim is opgezet, waardoor het enige tijd duurt voordat een voertuig de gehele kruising is overgestoken, waarbij ook ingedraaid wordt en de zichthoeken veranderen tijdens het rijden. Het regende en was mistig, het zicht was slecht. Verdachte heeft naar beide kanten gekeken om te zien of de kruising vrij was alvorens hij de kruising op reed. De raadsvrouw heeft gesteld dat de Golf achter de A-stijl van de beregende ruit van de auto van verdachte verborgen is gebleven en als het ware achter de A-stijl mee reed naar de plek van de eerdere botsing. Zij heeft verder aangevoerd dat in lijn met de jurisprudentie enkel gekeken dient te worden naar het gedrag van verdachte en niet naar wat er daarna op de andere weghelft gebeurde als geoordeeld moet worden of er sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Zij heeft geconcludeerd dat bij verdachte geen sprake was van aanmerkelijke onvoorzichtigheid, maar dat het zuiver om een ‘over het hoofd zien’ gaat.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WVW). Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor een bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van de gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Vast staat dat verdachte geen voorrang heeft verleend aan een voor hem van rechts komende automobiliste. Daarmee heeft verdachte in strijd gehandeld met hetgeen in artikel 80 van het RRV 1990 is vermeld en met bord B6, zoals genoemd in bijlage 1 van het RRV 1990, te weten dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg. Direct voor die kruising op het wegdek van die weg (het Kavelpad) waren ook haaientanden aangebracht, als bedoeld in artikel 80 van voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg".9

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij bekend is met de situatie ter plaatse. Als hij bij de kruising aan komt rijden, dan komt eerst een fietspad. Hij heeft verklaard dat hij het fietspad overstak, links, rechts, links keek en daarna de kruising is opgereden. Verder is zijn enige verklaring voor het feit dat hij de Volkswagen Golf niet heeft gezien dat de A-stijl van zijn auto en een stukje niet gewiste ruit zijn zicht moeten hebben belemmerd.

De rechtbank leidt uit voormelde bewijsmiddelen af dat verdachte in onvoldoende mate naar rechts heeft gekeken en onvoldoende is blijven kijken of er verkeer van rechts naderde.

Verdachte naderde eerst een fietspad waar hij rechts en links moest kijken en vanuit waar hij zich een overzicht diende te verschaffen over het kruispunt. Hij diende vervolgens voor het oversteken van de rijbaan nog een keer links en rechts te kijken om zich te verzekeren van het mogelijk aankomende verkeer en vervolgens te blijven kijken over het kruispunt. Te meer omdat het een ruim opgezet kruispunt is, waardoor het langer duurt om de kruising volledig over te steken en het lastig is om het kruispunt in één keer volledig te overzien. Ook had verdachte mogelijk minder zicht doordat het regende. De ruitenwissers bestreken immers niet de gehele voorruit, zoals verdachte zelf ook heeft verklaard.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat de A-stijl tijdens de gehele duur van het oversteken van het kruispunt het zicht op het kruispunt heeft belemmerd. Als dat al zo was, dan had van verdachte gevergd mogen worden dat hij zich nadrukkelijk en zorgvuldig had vergewist van de aan- of afwezigheid van overig verkeer op de Randweg Noord, door zijn hoofd heen en weer te bewegen. Dit heeft verdachte kennelijk nagelaten.

Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van een enkel moment van onoplettendheid. Verdachte had op deze kruising op meerdere momenten naar rechts had moeten kijken en zich ervan moeten vergewissen dat de A-stijl zijn zicht niet belemmerde, om zich ervan te verzekeren dat er geen verkeer aankwam.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte aanmerkelijk onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden en hij geen voorrang heeft verleend, waardoor een verkeersongeval is veroorzaakt.

Uit de vaststaande feiten volgt dat het letsel van [slachtoffer 2] als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Zij heeft een gebroken neus, gebroken ribben, gebroken borstbeen, een scheur in de lever, kneuzingen van long en hart, gebroken middenhandsbeentjes en een gebroken rugwervel opgelopen. Zij heeft nog steeds last van haar linker hand.

[slachtoffer 1] heeft meerdere kneuzingen opgelopen. Zij heeft fysiotherapie gehad en is behandeld door een psychiater omdat zij angst had ontwikkeld om in een auto te rijden. Zij kan haar linker arm nog steeds niet boven haar hoofd brengen en heeft onvoldoende kracht in die arm.10 Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet aan te merken als zwaar lichamelijk letsel, maar is er wel sprake van tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden.

Aldus heeft verdachte zich zodanig gedragen dat door een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval zwaar lichamelijk letsel is toegebracht aan [slachtoffer 2] en zodanig lichamelijk letsel is toegebracht aan [slachtoffer 1] , dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het primair ten laste gelegde feit acht de rechtbank daarom bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 10 december 2016 te Wijchen in de gemeente Wijchen, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto,

VW. type Passat), gaande in de richting van de kruising van de wegen, het

Kavelpad en de Randweg-Noord, daarmede rijdende over de weg, het Kavelpad

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend en/of onachtzaam heeft

gereden, hierin bestaande dat hij, verdachte, terwijl voor voormelde kruising in de gezien zijn, verdachtes rijrichting rechter berm, althans aan de rechter zijde van die weg, (het Kavelpad) een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst en/of

direct voor die kruising op het wegdek van die weg (het Kavelpad) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of

terwijl het zicht voor hem, verdachte op geen enkele wijze werd belemmerd, niet of in onvoldoende mate naar rechts heeft gekeken en/of is blijven kijken of over de kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) gezien, zijn verdachtes rijrichting van rechts verkeer naderde en/of die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) en/of die kruising is op- en/of overgereden en/of in strijd met voormeld bord B6 en/of voormelde haaientanden geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een over die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) rijdend, toen gezien, zijn verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf) en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat over die kruisende (voorrangs)weg (de Randweg-Noord) rijdend, toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf) en/of

ten gevolge waarvan de bestuurder van laatstgenoemd motorrijtuig (personenauto, VW.type Golf) de controle over haar motorrijtuig (VW.type Golf) is verloren en/of gezien haar (de bestuurder van dat motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf)) rijrichting, met het door haar bestuurde motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf) naar links gaand, via een vluchtheuvel op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Randweg-Noord is terechtgekomen, waarna dit motorrijtuig (personenauto, VW. type Golf) frontaal in botsing en/of aanrijding is gekomen met een over voormeld voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die Randweg-Noord rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk VW. type Bora) en

aldus zich zodanig heeft gedragen dat een, althans een aantal aan zijn, verdachtes schuld te wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel en een ander, [slachtoffer 1] en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 60 uren werkstraf, te vervangen door 30 dagen hechtenis. En hij heeft geëist om daarnaast een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

Voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, heeft de raadsvrouw verzocht bij een stafoplegging er rekening mee te houden dat het gaat om een ouder feit, dat verdachte vele kilometers per jaar rijdt en nooit ongevallen heeft veroorzaakt, dat hij contact heeft gehouden met de slachtoffers, dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en mantelzorgtaken en dat hij voor zijn werk om de vijf jaar een VOG nodig heeft.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft ook gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 11 juni 2018.

Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden. Hij heeft een verkeersongeval veroorzaakt door bij het links af slaan op een kruising een van rechts komende bestuurder van een Volkswagen Golf geen voorrang te verlenen. Hierdoor is verdachte in botsing gekomen met de van rechts komende Golf waardoor deze op zijn beurt op de verkeerde weghelft terecht is gekomen en frontaal in botsing is gekomen met een tegemoetkomende Volkswagen Bora. De bestuurder van de Golf heeft daarbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen en een passagier van de Bora heeft lichamelijk letsel opgelopen.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat verdachte zich betrokken heeft getoond jegens de slachtoffers. Ook houdt de rechtbank rekening met de mate van schuld. Alhoewel verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld, is er geen sprake van een strafverzwarende omstandigheid zoals te hard rijden. Voorts heeft verdachte amper documentatie.

De rechtbank acht een werkstraf van 60 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis passend en geboden. Gelet op de ernst van het feit ziet de rechtbank aanleiding een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden op te leggen. De rechtbank zal deze rijontzegging in voorwaardelijke vorm opleggen gelet op het feit dat het een ouder feit betreft en verdachte zijn rijbewijs voor zijn werk en zijn mantelzorgtaken nodig heeft.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 60 (zestig) uur, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) maanden;

 bepaalt dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. S. Boot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 augustus 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost Nederland, district Gelderland Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] , gesloten op 2 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 augustus 2018; het proces-verbaal verkeers ongevallen analyse, p. 23.

3 Het proces- verbaal verkeers ongevallen analyse, p. 15.

4 Het proces-verbaal verkeers ongevallen analyse, p. 16.

5 De geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer 2] , p. 26.

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] op 11 november 2017, proces-verbaal nummer PL0600-2016602165-8.

7 De geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer 1] , p. 27.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] op 15 november 2017, proces-verbaal nummer PL0600-2016602165-9.

9 Het proces-verbaal verkeers ongevallen analyse, p. 15.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] op 15 november 2017, proces-verbaal nummer PL0600-2016602165-9.