Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3616

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-07-2018
Datum publicatie
21-08-2018
Zaaknummer
5532996 CV EXPL 16-7033
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit paard. Allergie na deskundigenbericht niet vast komen te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 5532996 CV EXPL 16-7033

Grosse aan: mr. S.A. Wensing

Afschrift aan: mr. M. Margadant

Verzonden d.d.

Vonnis d.d. 18 juli 2018 van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

[woonplaats eiseres],

eisende partij,

gemachtigde: mr. M. Margadant,

tegen

[gedaagde]

gevestigd te Eibergen,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. S.A. Wensing.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 oktober 2017 en de daarin genoemde processtukken,

- de akte houdende wijziging van eis,

- de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde],

- het deskundigenbericht ontvangen ter griffie op 12 februari 2018 (gedateerd op 30 november 2017),

- de e-mail van de griffier van de rechtbank van 25 april 2018, waarin aan partijen is bericht dat de rechtbank ondanks herhaalde pogingen de deskundige niet heeft kunnen bereiken en partijen in de gelegenheid zijn gesteld om opmerkingen ten aanzien van het rapport gericht aan de deskundige in te dienen bij de rechtbank,

- de brief d.d. 23 mei 2018 van mr. Margadant,

- de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van [gedaagde],

- de rolbeschikking van 30 mei 2018, waarin het deskundigenbericht van 30 november 2017 is aangemerkt als een definitief deskundigenbericht,

- de e-mail van de rechtbank van 31 mei 2018, waarin de rechtbank de deskundige heeft verzocht om een einddeclaratie in te dienen binnen vier weken en heeft aangekondigd dat het loon op nihil zal worden vastgesteld indien de einddeclaratie niet (tijdig) wordt ingediend,

- de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van [eiseres],

- de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van [gedaagde].

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

[eiseres] heeft bij akte ter rolle van 10 januari 2018 haar eis gewijzigd in die zin dat zij in plaats van de primaire, subsidiaire, meer subsidiaire en nog meer subsidiaire vorderingen zoals weergegeven in het tussenvonnis van 28 juni 2018 onder 3.1., primair vordert dat de overeenkomst partieel wordt ontbonden, subsidiair vordert dat de koopprijs evenredig wordt verminderd ex artikel 7:22 BW en meer subsidiair vordert dat de koopovereenkomst gedeeltelijk wordt vernietigd op grond van dwaling. [gedaagde] heeft zich niet verzet tegen deze eiswijziging zodat daarop recht zal worden gedaan.

2.2.

[eiseres] heeft de kantonrechter in de conclusie na deskundigenbericht verzocht te gelasten dat [gedaagde] het veterinaire dossier van het paard van vóór de koop aan haar toezendt, hetgeen een eisvermeerdering doet vermoeden. [eiseres] heeft haar vordering echter niet expliciet vermeerderd (in een petitum neergelegd) en heeft bovendien in voormelde conclusie gepersisteerd bij de vordering. De kantonrechter zal daarom deze vermoedelijke vermeerdering van eis buiten beschouwing laten.

2.3.

De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 4 oktober 2017. In dit tussenvonnis heeft de kantonrechter professor P. Roosje, verbonden aan de universiteit van Bern, als deskundige benoemd.

2.4.

De deskundige heeft een deskundigenbericht opgesteld. In dit deskundigenbericht is, voor zover relevant, het volgende vermeld:

“(…)

Op basis van de informatie in uw email is de diagnose allergie op krachtvoer gebaseerd op de volgende waarnemingen:

- Bultjes evtl urticaria welke niet na enkele maanden verdwenen zijn.

- Op basis van histologie van huidbiopsien: eosinophiele dermatitis met duidelijk oedem waarschijnlijk in het kader van een allergische dermatitis (dit kan theoretisch ook door insekten/parasieten veroorzaakt worden)

- Allergeenonderzoek in bloed: hierbij is niet duidelijk op welke allergene getest werd allergene in voedsel of allergene van pollen of bomen /gras/onkruid /hooi –en stofmijten, insekten.

In principe past die klinische beschrijving en de histologie bei urticaria wat een reaktiepatroon van de huid is bij paarden met zeer veel verschillende oorzaken. (Bijv: aeroallergenen, kontaktallergenen, voedsel /voedseladditiven, fysische urticaria ( koude/ warmte urticaria, door inspanning, druk), medikamenten, infekties (viren, bakterien, schimmels, parasieten, insekten) urticaria door stress, en chronische idiopathische urticaria. Voor de prognose van dit problem is een diagnose van de oorzaak en de eliminatie daarvan (zover mogelijk) zeer belangrijk. Helaas is bij vele paarden de oorzaak niet te vinden en deze hebben dan een idiopathische urticaria.

(…)

Om een diagnose van voedselallergie of voedselreaktie (reaktie zonder immunologische reaktie) te bevestigen ist de “goldstandard” test een dieet wat uit voedsel bestaat wat het paard daarvoor NIET gekregen heeft.

Bij paarden bestaat dit meestal uit alleen hooi (liefst van 1 grassoort) en water. Het paard moet zo gevoerd worden over een periode von mindestens 3 – 4 weken.

Daarna wordt “geprovoceerd” met het oude voer, inkl. krachtvoer, extra’s (wordt noch extra voedsel/anders voedsel als beloning gegeven?) hooi en dan komen de huidveränderungen terug. Een recidive/ heroptreden van urticaria kan binnen enkele uren ontstaan of in elk geval binnen een periode van 2 weken.

(…) Over het algemeen is er weinig informatie over hoe vaak een voedselreaktie/allergie werkelijk de oorzaak is van uticaria bei het paard.

(…)

Vragen:

a. Is het paard allergisch voor krachtvoer?

Op basis van de gegevens de informatie in de email kan niet gezegd worden dat het paard allergisch is op krachtvoer. Dit kan alleen na het verdwijnen van de symptomen na/tijdens het uitsluitdiet (zie bovengenoemd) inklusief rezidive bij provocatie met het krachtvoer/ het komplete voederregime wat het paard voor het uitsluitdieet kreeg. Er zijn mij geen wetenschappelijke studies bekent die aantonen dat een voedselreaktie/allergie bij paarden gemeten kan worden met behulp van deze in vitro test (bloedonderzoek) met een goede specificiteit en sensitiviteit.

(…)

Voor mij is diagnose van voedselallergie op basis van deze informatie niet zeker en kan het paard ook een chronische idiopathische urtcaria hebben of een urticaria door een andere oorzaak. Echter zolang de oorzaak niet duidelijk is of niet elimineerd kan worden en de urticaria blijven terug komen dan is het een duidelijk probleem voor een sportpaard wat het gebruik in de sport moeilijk/ onmogelijk maakt.”

2.5.

De deskundige heeft partijen niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op het deskundigenbericht. Omdat de griffier van de rechtbank ondanks herhaalde pogingen de deskundige niet heeft kunnen bereiken, zijn partijen op 25 april 2018 in de gelegenheid gesteld om hun opmerkingen ten aanzien van het rapport gericht aan de deskundige aan de rechtbank toe te zenden en zijn partijen er eveneens op gewezen dat wanneer zij het wenselijk achten dat in deze procedure een andere deskundige wordt benoemd, daartoe op éénparig verzoek van partijen zal worden overgegaan. Partijen hebben vervolgens gereageerd op het deskundigenbericht maar hebben daarbij geen opmerkingen gericht aan de deskundige geformuleerd en evenmin verzocht om een andere deskundige te benoemen. Bij rolbeschikking van 30 mei 2018 heeft de kantonrechter het deskundigenbericht daarom aangemerkt als een definitief deskundigenbericht.

2.6.

De kantonrechter stelt vast dat de conclusies van de deskundige zijn onderbouwd en voortvloeien uit de in het rapport vermelde gegevens, alsmede dat partijen de juistheid van de zienswijze van de deskundige niet, althans onvoldoende gemotiveerd, hebben betwist. De kantonrechter neemt daarom de conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare.

2.7.

[eiseres] heeft zich naar aanleiding van het deskundigenbericht op het standpunt gesteld dat daaruit blijkt dat het paard allergisch is voor krachtvoer. Volgens [eiseres] levert het alternatieve, allergene (en dure) voer dat [eiseres] het paard is gaan geven, geen allergische reactie op en het traditionele krachtvoer wel. Dit betoog kan [eiseres] niet baten. De deskundige heeft immers geconcludeerd dat op basis van de bij haar aanwezige informatie niet gezegd kan worden dat het paard allergisch is voor krachtvoer. Volgens de deskundige kan de diagnose van voedselallergie of voedselreactie alleen worden bevestigd door een zogenoemd ‘uitsluitdieet’ zoals is beschreven in het deskundigenbericht. Niet gesteld of gebleken is dat de bultjes zijn verdwenen na een dergelijk uitsluitdieet. Het enkel stellen dat de bultjes zijn verdwenen nadat [eiseres] het paard alternatief en allergeen voer is gaan geven, is daartoe onvoldoende. [eiseres] heeft zich voorts nog op het standpunt gesteld dat ook als de oorzaak van de allergie niet vast komt te staan het een feit blijft dat het paard reeds voor de verkoop aan een ernstige allergie leed omdat het paard over het hele lijf ‘urticaria bultjes’ had, dat wil zeggen een allergische reactie. De kantonrechter volgt [eiseres] niet in dit standpunt. Een allergie is een verhoogde gevoeligheid voor bepaalde stoffen die ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken. Uit het deskundigenbericht blijkt dat urticaria bultjes zeer veel verschillende oorzaken kunnen hebben, waaronder ook fysische urticaria (koude/warmte urticaria, door inspanning, druk) en urticaria door stress. De bultjes kunnen derhalve ook worden veroorzaakt door een andere oorzaak dan een allergie.

2.8.

Gelet op de conclusies uit het deskundigenbericht is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het paard allergisch is en daarom niet kan worden uitgebracht in de hogere dressuursport. Hetgeen door [gedaagde] is aangevoerd vormt geen aanleiding om af te wijken van dit oordeel. Bij gebreke van ander bewijs brengt het vorenstaande met zich dat [eiseres] niet geslaagd is te bewijzen dat het paard als gevolg van een allergie niet kan worden uitgebracht in de hogere dressuursport. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat het paard niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. De vordering van [eiseres] zal daarom worden afgewezen.

2.9.

De kantonrechter ziet zich genoodzaakt om – conform de aankondiging aan de deskundige – het loon en de schadeloosstelling voor het deskundigenbericht vast te stellen op nihil omdat de rechtbank, ondanks het verzoek van 31 mei 2018 om een einddeclaratie in te dienen, niets van de deskundige heeft vernomen.

2.10.

[eiseres] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. De door [gedaagde] gevorderde nakosten zullen worden vastgesteld op een bedrag van € 100,00, zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vordering af;

3.2.

stelt het loon en de schadeloosstelling van de deskundige voor het deskundigenbericht vast op nihil;

3.3.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 1.400,00 aan salaris gemachtigde en € 100,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

3.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. I.C.J.I.M. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2018.

lt