Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3597

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-08-2018
Datum publicatie
20-08-2018
Zaaknummer
C/05/340668 / KG ZA 18-316 / 172 / 512
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Afgifte van een hond op grond van revindicatie dan wel nakoming. Het gevorderde wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/340668 / KG ZA 18-316 / 172 / 512

Vonnis in kort geding van 20 augustus 2018

in de zaak van

[Eiser] ,

[woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. J. van Elk te Woerden,

tegen

de stichting

STICHTING ZALIKAS OPVANGHONDEN,

gevestigd te Loerbeek,

gedaagde,

bijgestaan door mr. F. Bonefaas te Leiden.

Partijen zullen hierna [Eiser] en Zalikas worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Zalikas en de daarbij gevoegde producties 1 tot en met 3, 5 en 6.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Zalikas is opgericht om honden een beter leven te geven. Zalikas importeert Bulgaarse zwerfhonden en brengt deze tegen betaling onder bij Nederlandse baasjes.

2.2.

Op 23 juni 2016 heeft [Eiser] met Zalikas een zogenoemde Opvangovereenkomst gesloten ter zake van de pup Sunday. De daarvan opgemaakte akte vermeldt onder meer het volgende:

Artikel 1 – Opvang

De Stichting (Zalikas, vzr) heeft heden aan Opvanger ( [Eiser] , vzr) in Opvang gegeven de navolgende hond. Dit voor onbepaalde tijd en tot wederopzegging. De Opvang eindigt op de datum waartegen wordt opgezegd.

1. Gegevens hond

Naam Sunday

(…)

2. Opvanger verklaart de genoemde hond van de Stichting in ontvangst te hebben genomen. De hond blijft te allen tijden eigendom van de Stichting en kan bij niet nakomen van deze Opvangovereenkomst worden teruggevorderd door de Stichting. In dat geval verplicht Opvanger zich om de hond (inclusief het bijbehorende dierenpaspoort) aan een vooraf bekend gemaakte medewerker van de Stichting mee te geven.

3. Het te betalen bedrag voor Opvang van de hond bedraagt € 295 (…) Hiermee steunt Opvanger het werk van de Stichting ter zake van de opvang en begeleiding van de dieren. Het bedrag is nadrukkelijk geen koopsom. (…)

Artikel 2 – Verplichtingen Opvanger.

De Opvanger heeft de volgende verplichtingen:

=> voor de hond te zorgen overeenkomstig de normen en geldende wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn, als ook de kosten voor het onderhoud van de hond te dragen. Te denken valt hierbij o.a. goed en voldoende voedsel — voldoende water — voldoende en juiste lichaamsbeweging

=> de hond bij het einde van de Opvangovereenkomst aan de Stichting terug te geven

=> om bij ziekte van de hond voor eigen rekening te zorgen voor passende diergeneeskundige behandeling

=> is verplicht om bij de hond regelmatig een VacciCheck te laten doen (bij de leeftijd van 1 jaar, en verder volgens data in paspoort). De uitslag moet worden doorgeven aan de Stichting dmv kopie betreffende pagina uit paspoort.

=> de Stichting direct te waarschuwen als de hond is weggelopen of om een andere reden wordt vermist

=> om te minste 2 keer per jaar de Stichting mondeling of schriftelijk op de hoogte te brengen van het welzijn van de hond. Bij voorkeur per mail.

=> zich onmiddellijk tot de Stichting te wenden indien Opvanger deze voorwaarden niet meer wil of kan nakomen, zodat de Stichting de gelegenheid heeft om de hond elders onder te brengen. Dit heeft te gelden als opzegging van de Opvangovereenkomst

=> om de hond de aanpassingstijd (circa 8 weken) te geven en indien nodig direct hulp in te roepen van de Stichting, zodat de Stichting de maatregelen kan nemen die zij nodig acht, waaronder het inschakelen van een gedragstherapeut via de Stichting.

(…)

=> tijdens de looptijd van de Opvangovereenkomst huisbezoeken door de Stichting toe te laten. Dit zodat de Stichting zich ervan kan vergewissen dat de hond in de juiste omgeving wordt of is geplaatst. De Stichting zal huisbezoeken tijdig schriftelijk aankondigen aan Opvanger.

Artikel 3 – Zaken die niet zijn toegestaan:

Het is Opvanger niet toegestaan om:

(…)

=> de hond te registreren bij een databank. De hond komt op naam van de Stichting in een databank, waarvoor de kosten door de Stichting worden gedragen. De hond zal derhalve te allen tijde op naam van de Stichting staan, en haar eigendom blijven.

Artikel 4. Niet naleven van de Opvangovereenkomst

Het niet naleven door Opvanger van een of meerdere van de bovenstaande punten van onderhavige Opvangovereenkomst geeft de Stichting het recht om de hond onmiddellijk terug te eisen, en de Opvangovereenkomst te beëindigen. Dit zal gemotiveerd en schriftelijk gebeuren. Tevens heeft de Stichting het recht om de hond terug te eisen wanneer —alleen ter beoordeling aan de Stichting — het welbevinden van de hond of de veiligheid van anderen (mensen en dieren) in het geding is.

2.3.

[Eiser] heeft Sunday, onder de naam Zora, laten registreren bij de Stichting Nederlandse Databank Gezelschapsdieren (SNDG).

2.4.

Omdat Sunday diarree kreeg en ging braken heeft [Eiser] op 25 en 26 juni 2018 de dierenarts geconsulteerd, die Sunday heeft ingeënt en behandeling met een antibraakmiddel en antibiotica heeft voorgeschreven. Op 26 juni 2018 heeft [Eiser] Zalikas hiervan telefonisch op de hoogte gebracht. [Eiser] is daarbij te kennen gegeven dat de diergeneeskundige behandeling niet door Zalikas werd onderschreven, dat de gezondheid van Sunday in gevaar was en dat [Eiser] Sunday ter behandeling aan Zalikas moest teruggeven. [Eiser] heeft Sunday diezelfde dag bij Zalikas teruggebracht. [Eiser] heeft toen met Zalikas afgesproken dat hij Sunday terug zou krijgen op het moment dat de hond weer volledig zou zijn genezen.

2.5.

[Eiser] heeft Zalikas in de hierop volgende dagen herhaaldelijk om afgifte van Sunday verzocht. Bij brief van 3 juli 2018 heeft zijn advocaat eenzelfde verzoek gedaan. De verzoeken zijn niet ingewilligd. De weigering van Zalikas om Sunday terug te geven is op internet via sociale media bekritiseerd, onder meer door de vader van [Eiser] .

2.6.

Op 11 juli 2018 heeft de politie Zalikas bezocht, op aangifte van [Eiser] en zijn vader.

2.7.

Bij brief van 13 juli 2018 heeft [naam dierenarts] verklaard dat hij Sunday op 12 juli 2018 heeft onderzocht en dat Sunday op dat moment in goede gezondheid verkeerde zonder symptomen van ziekte.

2.8.

Vanwege de weigering Sunday terug te geven aan [Eiser] is twee dagen lang voor de ingang van het pand van Zalikas gedemonstreerd. SBS6 en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hebben zich bij Zalikas gemeld met vragen over Sunday en de bedrijfsvoering van Zalikas. De vader van [Eiser] heeft op internet, onder meer refererend aan een demonstratie, het publiek verzocht om donaties ter bekostiging van een strafzaak om Sunday terug te krijgen.

2.9.

Zalikas heeft Sunday niet aan [Eiser] geretourneerd. De hond is op 14 augustus 2018 aan een ander in opvang gegeven.

3 Het geschil

3.1.

[Eiser] vordert,

primair dat de voorzieningenrechter Zalikas, versterkt met een dwangsom, zal verplichten om Sunday over te dragen aan de beschikkingsmacht van [Eiser] ,

en subsidiair dat de voorzieningenrechter Zalikas, versterkt met een dwangsom, zal veroordelen tot nakoming van de overeenkomst van 26 juni 2018 en dus tot teruggave van Sunday aan [Eiser] ,

steeds met veroordeling van Zalikas in de proceskosten, waaronder de eigen bijdrage van [Eiser] .

3.2.

[Eiser] baseert zijn primaire vordering erop dat hij eigenaar is van Sunday en uit dien hoofde aanspraak heeft op afgifte van de hond. Zalikas heeft Sunday aan hem verkocht en geleverd, aldus [Eiser] . De subsidiaire vordering is daarop gegrond dat Zalikas uit hoofde van de overeenkomst gehouden was tot afgifte van Sunday aan [Eiser] op het moment dat de hond weer volledig genezen was. Zalikas heeft zich aan deze afspraak niet gehouden, verkeert in verzuim omdat zij heeft laten weten de afspraak niet na te zullen komen en kan daarom tot nakoming van de afspraak worden veroordeeld, aldus [Eiser] .

3.3.

Zalikas voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In de stellingen van [Eiser] ligt een voldoende spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening besloten.

4.2.

In geschil is in de eerste plaats of [Eiser] recht heeft op afgifte van Sunday omdat hij eigenaar is van de hond. In dit verband staat voorop dat de akte er geen twijfel over laat bestaan dat geen sprake is van koop, maar van een duurovereenkomst ter zake van de opvang van Sunday, die aan Zalikas in eigendom blijft toebehoren. Zalikas heeft zich immers in art. 1 van de akte nadrukkelijk de eigendom van Sunday voorbehouden. Verder is daar expliciet vermeld dat het bedrag van € 295,00 dat [Eiser] voor de hond heeft betaald niet een koopsom is maar een bijdrage in de kosten van het werk van Zalikas. Bovendien is in art. 3 opgenomen dat de hond te allen tijde eigendom van Zalikas zal blijven.

4.3.

Dat [Eiser] niettemin mocht aannemen dat hij Sunday kocht heeft hij mede gebaseerd op advertenties op internet waarmee Zalikas Sunday heeft aangeprezen. Daarin mag gesproken worden van ‘het opnemen van een hond in uw gezin’, van ‘een eigen baasje’ voor de hond, van ‘een levenslange keuze voor de hond maar ook voor u’ en van ‘adoptie’ in plaats van ‘opvang’, maar deze bewoordingen wijzen niet duidelijk op een koopovereenkomst. Zeker niet tegenover de tekst van de akte die daartoe evident niet strekt. Bovendien is in de overgelegde advertentie op marktplaats.nl ook sprake van ‘opvang gezinnen’, een term die goed aansluit bij de tekst van de akte.

4.4.

[Eiser] heeft voor Sunday betaald. In de akte staat expliciet dat dit niet een koopsom is. Waarom hij daarvan toch uitging heeft [Eiser] niet duidelijk toegelicht. Gesteld noch gebleken is dat Zalikas mondeling bij [Eiser] de indruk heeft gewekt dat hij Sunday kocht. Zalikas heeft betwist dat zij de betekenis van de akte niet mondeling aan [Eiser] heeft toegelicht. Voor bewijslevering in dit verband is in dit kort geding geen plaats. Bij deze stand van zaken ligt niet voor de hand aan te nemen dat [Eiser] , uit het gegeven dat hij Zalikas heeft betaald om Sunday mee te mogen nemen, redelijkerwijs kon afleiden dat hij de hond kocht.

4.5.

Dat [Eiser] in het bezit is gesteld van Sunday en diens hondenpaspoort is een uitvloeisel van de opvangovereenkomst tussen partijen. Daaruit kon [Eiser] dus evenmin afleiden dat hij Sunday kocht. Dat geldt ook voor de inschrijving bij SNDG van [Eiser] als baasje van Sunday. Dit betreft een eenzijdige handeling van [Eiser] die Zalikas niet in de hand heeft gewerkt maar juist heeft verboden in art. 3 van de akte.

4.6.

Mogelijk heeft [Eiser] de akte niet goed genoeg gelezen of de betekenis daarvan niet goed genoeg tot zich laten doordringen. Dat is echter niet voldoende om aan te nemen dat [Eiser] mocht verwachten dat hij Sunday kocht.

4.7.

Gelet op het voorgaande heeft [Eiser] tegenover de duidelijke bewoordingen van de overeenkomst onvoldoende gesteld om aannemelijk te achten dat de rechter in een geding ten gronde zal concluderen dat [Eiser] de hond ten titel van koop in eigendom heeft verkregen. Er bestaat daarom thans geen aanleiding Zalikas te gebieden Sunday aan [Eiser] af te geven, ook niet op basis van de nadere afspraak dat de hond zou worden afgegeven zodra deze weer beter was. In dit laatste verband geldt het volgende.

4.8.

Met de verklaring van de dierenarts van 13 juli 2018 is aannemelijk dat toen aan de voorwaarde voor afgifte van Sunday aan [Eiser] werd voldaan. Nadat de afspraak was gemaakt heeft [Eiser] echter ervan blijk gegeven dat hij, anders dan waartoe de overeenkomst hem blijkens art. 2 van de akte verplicht, geen bemoeienis meer duldt van Zalikas met Sunday. Gepoogd is zelfs de afgifte van Sunday af te dwingen door inschakeling van de politie, SBS6 en de NVWA en met een tweedaagse demonstratie. [Eiser] beroept zich daarbij op een onvoorwaardelijk recht van eigendom uit hoofde van koop. Die pretentie is hiervoor ongefundeerd geoordeeld. Zalikas is bovendien na de totstandkoming van de afspraak gebleken dat [Eiser] Sunday op zijn eigen naam had laten registreren bij een databank, in weerwil van het expliciete contractuele verbod daartoe. Aannemelijk is dan dat toereikende gronden bestaan voor opzegging van de overeenkomst. [Eiser] kan Zalikas in die situatie niet houden aan nakoming van deze overeenkomst en de nadere afspraak die partijen over teruggave van Sunday hebben gemaakt.

4.9.

[Eiser] heeft zich nog erop beroepen dat de bepalingen in het contract waarin Zalikas zich de eigendom voorbehoudt onredelijk bezwarend zijn. Voor zover daarmee is gedoeld op de regeling van art. 6:233 BW gaat dit beroep niet op. Het betreffende beding ziet op de kern van de prestaties en is daarom geen algemene voorwaarde zoals in die bepaling is bedoeld. Voor zover [Eiser] heeft willen betogen dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Zalikas zich op het beding beroept kan dat standpunt evenmin worden gevolgd. De verklaring die Zalikas voor de constructie heeft gegeven, namelijk dat zij alleen effectief het welzijn van de honden die aan haar zorgen worden toevertrouwd kan bewaken als zij eigenaar blijft, komt de voorzieningenrechter niet onaannemelijk voor. Hiertegenover legt de enkele wens van [Eiser] om weer met Sunday te worden herenigd te weinig gewicht in de schaal. Het gevorderde is niet toewijsbaar.

4.10.

[Eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Zalikas worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris rechtshelper 816,00

Totaal € 1.442,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [Eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Zalikas tot op heden begroot op € 1.442,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2018.