Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3536

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
14-08-2018
Zaaknummer
05/227320-17, 05226697-17, 05/841261-17, 05/841299-17, 05/840284-18, 05/840296-18 en 05/840476-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mishandeling, diefstal met braak, vernieling, huisvredebreuk, bedreiging en het overtreden van een gedragsaanwijzing tot een gevangenisstraf gelijk aan voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met bijzondere voorwaarden en oplegging van de maatregel ex artikel 38v Sr, bestaande uit een contact- en gebiedsverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/227320-17, 05226697-17, 05/841261-17, 05/841299-17, 05/840284-18, 05/840296-18 en 05/840476-18

Datum uitspraak : 14 augustus 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

Raadsvrouw: mr. J.G. Roethof, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 juli 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

- In de zaak met parketnummer 05/227320-17 -

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Arnhem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een of meerdere malen (met kracht) met een (ijzeren) (honden)ketting op/tegen het hoofd van die [benadeelde 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Arnhem [benadeelde 1] heeft mishandeld door een of meerdere malen (met kracht) met een (ijzeren) (honden)ketting op/tegen het hoofd van die [benadeelde 1] te slaan.

- In de zaak met parketnummer 05/226697-17 -

1.

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Arnhem, een goed, te weten een (huis)sleutel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of dat weg te nemen (huis)sleutel onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het ingooien van

een ruit;

2.

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een ruit (van een woning gelegen aan [adres 2] aldaar), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] en/of Vivare toebehoorde, heeft

vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Arnhem, in de woning, gelegen aan t Hofje 25 aldaar en in gebruik bij [benadeelde 2], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen;

- In de zaak met parketnummer 05/841261-17 -

1.

hij op of omstreeks 13 november 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 12 november 2017, gegeven

door de officier van justitie (van het Openbaar Ministerie Oost Nederland) te Arnhem, kort weergegeven inhoudende, dat hij, verdachte, zich niet in het gebied van de woning aan [adres 2] zal ophouden en/of dat hij de woning aan [adres 2] niet zal betreden en/of zich niet bij en/of in de nabijheid van die woning zal ophouden en/of niet in/bij die woning aanwezig zal zijn, immers heeft verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing die woning aan [adres 2] betreden en/of is verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing in die woning aan [adres 2]

aanwezig geweest;

2.

hij op of omstreeks 13 november 2017, in de gemeente Arnhem, in de woning, [adres 2], bij een ander, te weten bij [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], althans bij

een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;

3.

hij op of omstreeks 13 november 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een hoeveelheid glazen en/of een of meer kast(en) en/of een of meer ruit(en)

van een perceel aan [adres 2] aldaar, in elk geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

- In de zaak met parketnummer 05/841299-17 -

1.

hij op of omstreeks 17 november 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 12 november 2017, gegeven door de officier van justitie (van het Openbaar Ministerie Oost Nederland) te Arnhem, kort weergegeven inhoudende,

-dat hij, verdachte, zich niet in het gebied van de woning aan [adres 2] zal ophouden en/of dat hij de woning aan [adres 2]

niet zal betreden en/of zich niet bij en/of in de nabijheid van

die woning zal ophouden en/of niet in/bij die woning aanwezig zal zijn, en/of

-dat hij, verdachte, zich zal onthouden van contact met een persoon, genaamd

[benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 2], immers:

-heeft verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing die woning aan [adres 2] betreden en/of is verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing in die woning aan [adres 2] aanwezig geweest, en/of -heeft verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing contact

gezocht en/of contact onderhouden met genoemde [benadeelde 2],

geboren op [geboortedatum 2];

2.

hij op of een of meer verschillende tijdstippen op of omstreeks 17 november

2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) een ruit van een woning aan [adres 2] aldaar, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of woningcorporatie Vivare, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

- In de zaak met parketnummer 05/840284-18 -

hij op of omstreeks 7 april 2018, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en) van een aan [adres 2] aldaar gelegen woning, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de woningcorporatie Vivare toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

- In de zaak met parketnummer 05/840296-18 -

1.

hij op of omstreeks 12 april 2018, in de gemeente Arnhem, [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of

met brandstichting, door die [benadeelde 2] via een e-mail bericht dreigend de woorden toe te voegen onder meer: "En de volgende X zijn geen stenen maar molotov cocktails ij heg geeb

genade voor ans dus hou je bek dicht nog 1 x ik zrt haat heir kkr huis in de

fik", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en welke woorden

toen daar ook ter kennis van die [benadeelde 3] zijn gekomen/gebracht;

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2017 tot en met 15 april 2018,

in de gemeente Arnhem, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 2], immers heeft hij in genoemde periode die [benadeelde 2], - meermalen e-mail-berichten en/of Face-book berichten met teksten van al dan niet dreigende strekking gestuurd en/of - die [benadeelde 2] meermalen via face-book en/althans via social media foto's gestuurd en/of - die [benadeelde 2] meermalen vriendschapsverzoeken en/of contactverzoeken gestuurd en/of - zich meermalen in en/of in de (onmiddellijke) omgeving van de woning van die [benadeelde 2] opgehouden en/of is daarin binnengedrongen en/of - heeft hij een of meer ruit(en) van de woning van die [benadeelde 2] vernield met het oogmerk die [benadeelde 2], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

- In de zaak met parketnummer 05/840476-18 -

1.

hij op of omstreeks 10 juni 2018, in de gemeente Zevenaar, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een aan de [adres 3] aldaar gelegen woning en/of een ruit van een geparkeerd staande auto, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2]

en/of de woningcorporatie toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 10 juni 2018, in de gemeente Westervoort, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto (politie dienstvoertuig), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de politie Oost-Nederland toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/227320-17 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 november 2017 stond verdachte voor de deur van [adres 2] in Arnhem. [getuige 1] deed de deur open. [benadeelde 1] kwam erbij en zei dat hij moest oprotten. Toen [benadeelde 1] erbij kwam en begon te schreeuwen, draaide verdachte door.2/3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair tenlastegelegde mishandeling.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat [getuige 1] de deur open deed en dat verdachte niet mocht binnenkomen. Verdachte heeft last van psychoses en kan daardoor paniekaanvallen krijgen. Hij was angstig toen hij niet naar binnen mocht. [getuige 1] blokkeerde de ingang en [benadeelde 1] begon te schreeuwen. Hij werd echt lijp. Verdachte krijgt daar paniekaanvallen van. Hij weet niet of hij [benadeelde 1] heeft geslagen want hij heeft een paniekaanval gehad. Hij kan het zich niet herinneren.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. Verdachte heeft uit paniek gehandeld en had geen opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Beoordeling door de rechtbank

[benadeelde 1] heeft verklaard dat hij tegen verdachte zei dat hij moest oprotten, waarop verdachte hem twee keer met een hondenketting sloeg. De eerste keer kon [benadeelde 1] afweren met zijn arm en de tweede keer werd hij op zijn hoofd geraakt.4

[getuige 1] heeft gezien dat verdachte met de hondenriem begon te zwaaien en met kracht te slaan en een poging deed om [benadeelde 1] daarmee te slaan. Nadat verdachte had geslagen, is hij weggelopen. De getuige zag toen pas dat [benadeelde 1] op zijn hoofd was geraakt en dat hij gewond was.5In het dossier zit een foto waarop te zien is dat [benadeelde 1] wondjes op zijn hoofd had.6

De rechtbank is op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling door [benadeelde 1] met een hondenketting tegen het hoofd te slaan.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – ook niet in voorwaardelijke zin - en zal verdachte daarom vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/226697-17 7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1, 2 en 3.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat hij heeft verklaard dat hij de sleutel heeft weggegooid waardoor niet is komen vast te staan of hij de sleutel heeft weggenomen of dat hij de bedoeling had die sleutel voor zichzelf te gebruiken. In het laatste geval zou sprake kunnen zijn van verduistering.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

Op 12 november 2017 was [benadeelde 2] thuis en hoorde zij dat verdachte haar buiten riep. Zij heeft niet gereageerd maar bleef op haar slaapkamer naar buiten kijken en belde de politie. Zij zag dat verdachte een tuintegel pakte en die met beide handen achter zijn hoofd hield. Zij had het idee dat hij die tegel ging gooien dus zij ging schuilen. Ze hoorde heel hard glasgerinkel en voetstappen in de woning beneden. Opeens hoorde zij niets meer en na 5 minuten was de politie er. De ruit van de achterdeur was ingeslagen en de tuintegel lag in de gang. Ook was de huissleutel uit de achterdeur gehaald, die er de avond daarvoor nog in zat toen zij de deur op slot deed.

Er is verder niemand binnen geweest. [benadeelde 2] had kleding van verdachte in een gele Jumbo-tas klaargezet en die tas heeft hij meegenomen.8

De achterbuurvrouw van [benadeelde 2] hoorde glasgerinkel en dacht dat dat weleens van [adres 2] zou kunnen zijn (omdat daar de laatste tijd zoveel te doen is). Zij zag dat er binnen 2 minuten na het glasgerinkel een man uit de tuin van [adres 2] kwam lopen die zij herkende als degene waar de bewoonster een relatie mee had. Hij droeg een lichtkleurige “afzakbroek” en had een grote, gele boodschappentas bij zich.9

Ter plaatse gekomen agenten zagen dat de ruit van de achterdeur van de woning geheel kapot was. Er lag een stoeptegel in de gang van de woning. [benadeelde 2] vertelde dat verdachte een bruin jack en een lichtkleurige trainingsbroek droeg. [getuige 2] vertelde dat de man een lichte broek droeg en een gele boodschappentas had. De agenten hoorden van de beveiliger van winkelcentrum Kronenburg (aan wie het signalement was doorgegeven) dat de verdachte daar was en hebben hem daar aangehouden. Verdachte vertelde tegen een van de agenten dat hij de sleutel van [adres 2] in het gras achter de woning had gegooid.10

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde volgt de rechtbank de raadsvrouw niet in het verweer dat mogelijk sprake is geweest van verduistering van de sleutel, nu niet is gebleken dat verdachte de sleutel anders dan door misdrijf onder zich had. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, te weten diefstal van een sleutel door middel van braak, vernieling van een ruit en huisvredebreuk. Ten aanzien van de eerste twee feiten is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van eendaadse samenloop.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/841261-17 11

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Aan verdachte is op 12 november 2017 een gedragsaanwijzing uitgereikt. Hij mag niet in de buurt van [adres 2] komen en geen contact opnemen met [benadeelde 2].12

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

[getuige 3] is de buurvrouw van [benadeelde 2] en woont op [adres 4]. Zij wist dat [benadeelde 2] en [benadeelde 1] ergens anders verbleven. Toen zij op 13 november 2017 rond 00.30 uur zag dat er licht brandde in de woning aan [adres 2] is zij poolshoogte gaan nemen. Op het moment dat zij de sleutel in het slot stak, ging de verlichting uit. Zij is direct naar huis gegaan en heeft [benadeelde 1] gebeld, die vervolgens de politie belde. De getuige is samen met de politie naar de woning gegaan om de deur open te doen. Toen de politie binnen was, hoorde zij een hoop lawaai. Een agent zei: “Hij gaat eruit via het raam”. Toen is de getuige weggegaan en heeft verdachte niet gezien.13

Toen de verbalisanten binnen waren en zich kenbaar hadden gemaakt, hoorden zij gestommel vanaf de eerste etage. Vanuit het trapgat zagen zij een binnendeur open gaan en hoorden zij luid gerommel. De ene verbalisant riep: “Hij gaat weg via de achterzijde!” en de andere rende naar de achterdeur en zag door het raam een man in donkere kleding de achtertuin uit rennen. Aangezien de achterdeur op slot zat is de verbalisant via de voordeur in dezelfde richting gerend. Hij zag dezelfde man wegrennen en ging er achteraan. Op een gegeven moment raakte hij hem kwijt, waarna er een hondengeleider kwam. De hond liep direct een voortuin in en ging hard blaffen.

Daar stond de man die was weggerend met zijn armen omhoog tegen de schutting. De verbalisant herkende hem aan zijn postuur en de donkere kleding. Ook heeft hij tijdens de achtervolging geen andere personen op straat gezien. De aangehouden man was verdachte.14

De rechtbank is van oordeel dat op grond van genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/841299-17 15

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Aan verdachte is op 12 november 2017 een gedragsaanwijzing uitgereikt. Hij mag niet in de buurt van [adres 2] komen en geen contact opnemen met [benadeelde 2].16

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1 en 2.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat de verklaringen van aangeefster en [getuige 4] tegenstrijdig zijn omdat zij verschillende tijden noemen waarop verdachte in de woning zou zijn geweest en omdat onduidelijk is of [benadeelde 2] alleen of samen met [getuige 4] de woning heeft verlaten. Bij twijfel en onduidelijkheid dient vrijspraak te volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

Op 17 november 2017 omstreeks 2.00 uur zat [benadeelde 2] thuis met [getuige 4] op de bank en zij hoorden geritsel bij de achterdeur. Ineens stapte verdachte binnen en hij zei: “betrapt”. Vervolgens stapte hij op [getuige 4] af en maakte met zijn vuisten slaande bewegingen in diens richting. [benadeelde 2] is naar de buurvrouw gerend. Toen zij terugkwam, zag zij dat er kapotte glazen op de grond lagen.17

[benadeelde 2] heeft verklaard dat zij op 17 november 2017 rond 3.35 uur met [getuige 4] op de bank zat toen zij een harde klap en glasgerinkel hoorde. [benadeelde 2] heeft de politie gebeld en [getuige 4] is gaan kijken. Hij zei dat verdachte wegrende uit de tuin. De ruit van de keukendeur was weer ingegooid en de baksteen lag in de woning.18

[getuige 4] heeft verklaard dat hij op 17 november 2017 omstreeks 1.00 uur bij [benadeelde 2] in de huiskamer zat. Zij hoorden de achterdeur opengaan. [getuige 4] zag een man binnenkomen en hij dacht dat het de ex van [benadeelde 2] was. Hij zei “betrapt” en vroeg aan [getuige 4]: “Wie ben jij dan?”. Hij wilde een fles van tafel pakken en [getuige 4] dacht dat hij hem daarmee wilde gaan slaan. [getuige 4] pakte hem vast en duwde hem van zich af. Daarop heeft [getuige 4] hem de deur uitgewerkt en is hij met [benadeelde 2] naar de overbuurvrouw op nummer 17 gegaan. Ongeveer anderhalf uur later waren zij weer thuis. Opeens vloog er een baksteen door het raam van de achterdeur. [getuige 4] zag dezelfde man wegrennen uit de achtertuin. Zij zijn weer naar nummer 17 gegaan en ondertussen is de ruit gemaakt door een glaszetter.19

Verdachte is op 17 november 2017 omstreeks 7.48 uur aangehouden toen hij uit de richting van [adres 2] kwam lopen, 2 straten daar vandaan. Verdachte zei dat hij daar was omdat hij daar zou wonen en verder niet bekend was en niemand kende.20

De rechtbank is van oordeel dat de tegenstijdigheid in de verklaringen van [benadeelde 2] en [getuige 4] met betrekking tot het tijdstip waarop het tenlastegelegde zou hebben plaatsgevonden niet van doorslaggevend belang is voor de bewijsbeoordeling van overtreding van de gedragsaanwijzing of van de vernieling. Dat geldt ook voor het verweer dat niet duidelijk is of [benadeelde 2] alleen of met [getuige 4] de woning heeft verlaten. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de gedragsaanwijzing heeft overtreden door [benadeelde 2] thuis op te zoeken. Daarnaast is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte één maal een ruit van de woning van [benadeelde 2] heeft ingegooid. De rechtbank acht onvoldoende bewezen dat verdachte zich twee maal aan vernieling heeft schuldig gemaakt en zal hem daarvan vrijspreken.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/840284-18 21

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

Aangeefster [benadeelde 3] woont op [adres 4]. Op 7 april 2018 rond 6.40 uur hoorde zij een harde knal en veel glasgerinkel. Beide ruiten van de voordeur waren met een baksteen ingegooid. Aangeefster heeft [benadeelde 2] drie dagen in huis genomen toen verdachte daar meerdere keren de ruiten had ingegooid. [benadeelde 2] heeft [benadeelde 3] afgelopen nacht nog gebeld en haar verteld dat verdachte een mail had gestuurd waarin stond dat als hij [benadeelde 2] niet te pakken kreeg, hij haar moeder zou pakken. Met “moeder” bedoelde verdachte [benadeelde 3] omdat [benadeelde 2] haar altijd mama noemt.22/23

Op camerabeelden van de buurman van nummer 12 is te zien dat verdachte in de buurt van de woning van [benadeelde 3] loopt, iets uit zijn zak haalt en een voorwerp met veel kracht in de richting van de woning van [benadeelde 3] gooit, op enkele meters afstand van de woning. Vervolgens rent hij weg.24/25

De rechtbank is van oordeel dat op grond van genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan vernieling van een ruit.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/840296-18 26

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde bedreiging en de onder 2 tenlastegelegde belaging.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de verdachte verklaard dat de e-mail geen bedreiging van [benadeelde 2] is. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft verdachte een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Er is geen stalkingsbrief aan verdachte uitgereikt en aangeefster heeft zich zelf ook niet onbetuigd gelaten. Het onderzoek is beperkt geweest en er is helemaal geen onderzoek gedaan naar ip-nummers, naar de data waarop de accounts zijn aangemaakt en naar de vraag of het verdachte is geweest die de e-mails heeft opgesteld. Dat geldt ook voor de berichten via hangouts. Verdachte is niet de enige persoon die een issue heeft met aangeefster. Het zou kunnen dat zij vanuit haar werkzaamheden mensen tegen zich heeft.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

[benadeelde 2] heeft op 12 april 2018 om 9.53 uur een mailtje van verdachte gekregen waarin hij onder meer schrijft: “de volgende x zijn het geen stenen maar molotov cocktails ij hb geeb genade voor ans dus hou je bek dicht nog 1x ik zrt heir kk huis in de fik”. [benadeelde 2] is bang dat verdachte dit ook gaat doen. Hij is ingelogd met haar youtube-kanaal en bekijkt daar filmpjes over inbraken, hoe je bommen maakt en moord.2728

[benadeelde 3] ([benadeelde 3] hoorde op 12 april 2018 van [benadeelde 2] over het mailtje van verdachte en heeft het bericht ook gelezen. Door alles wat er de afgelopen tijd is gebeurd, is zij bang dat hij dit daadwerkelijk gaat doen. Zij is doodsbang voor verdachte. Heeft afgelopen nacht hard gebonk op haar deur gehoord en denkt dat dat waarschijnlijk verdachte is geweest. Zij slaapt al 5 dagen niet omdat zij bang is.29

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde, te weten bedreiging van [benadeelde 2] en [benadeelde 3]

Ten aanzien van het door de verdediging gevoerde verweer dat aan verdachte geen stalkingsbrief is uitgereikt, overweegt de rechtbank dat het uitreiken van een dergelijke brief geen vereiste is voor bewezen verklaring van stalking. De rechtbank is echter met de verdediging van oordeel dat de ip‑adressen, facebookaccounts en g-mailaccounts die volgens de officier van justitie door verdachte worden beheerd onvoldoende zijn onderzocht. De enkele aankondiging van verdachte dat hij naaktfoto’s van [benadeelde 2] op internet gaat plaatsen30, en het feit dat die ook zijn geplaatst, is onvoldoende om aan te tonen dat verdachte de persoon is die de accounts beheerde of gebruikte. Nu de accounts niet aan verdachte kunnen worden gekoppeld is niet bewezen dat de berichten die van de accounts naar [benadeelde 2] zijn gestuurd van verdachte afkomstig waren. Ten aanzien van de berichten die verdachte onder zijn eigen naam heeft gestuurd neemt de rechtbank mede in aanmerking dat verdachte een langdurige relatie met [benadeelde 2] heeft gehad en over-en-weer tussen hen berichten zijn verstuurd. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor belaging en zal verdachte vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs in de zaak met parketnummer

05/840476-18 31

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend het onder 1 tenlastegelegde te hebben begaan. Hij heeft verklaard dat hij in Zevenaar een vriend heeft bezocht. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft verdachte een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde vernieling. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat getuige [getuige 4] heeft verklaard dat de dader dreadlocks had terwijl verdachte die niet heeft en ook nooit heeft gehad. Daarnaast komt de kleding die de dader volgens [getuige 4] droeg (een donkerblauw vest met capuchon) niet overeen met de kleding die verdachte droeg bij zijn aanhouding.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende.

[benadeelde 2] heeft een woning gevonden in Zevenaar op het adres [adres 3]. Zij werd op 10 juni 2018 om 4.45 gebeld door [getuige 4] ([getuige 4]) die zei dat zij de politie moest bellen in verband met verdachte. Hij zei dat de auto vernield was en de voordeur. Toen zij thuis kwam, zag zij dat de achterruit van de auto die op haar oprit stond vernield was en dat de ruit van de voordeur stuk was.32

[getuige 4] kwam op 10 juni 2018 om 3.00 uur aan in de woning van [benadeelde 2] aan de [adres 3] in Zevenaar. Hij heeft verklaard dat hij, toen hij later een harde knal hoorde, uit het raam keek en verdachte zag staan met een stoeptegel in zijn handen. Hij stond bij de voordeur naast de auto van [benadeelde 2]. Verdachte nam een aanloopje richting de woning en toen hoorde hij een knal. In de gang van de woning lag een stoeptegel. [getuige 4] hoorde verdachte wegrijden op een scooter.33

Verbalisanten hebben op 10 juni 2018 om 4.55 uur postgevat op de Brugweg in Westervoort en keken uit naar een man op een scooter die een vernieling gepleegd zou hebben in Zevenaar. Hij had de personalia van verdachte en zou een donkere huidskleur hebben.

Verdachte kwam aanlopen met een scooter aan zijn hand en de verbalisanten herkenden hem. Toen zij hem wilden aanspreken, gooide hij de scooter van zich af en rende hij weg. Eén verbalisant is achter hem aangerend en de ander heeft hem klemgereden met de politieauto. Toen verdachte op hem af kwam rennen, heeft de verbalisant pepperspray gebruikt. Vervolgens is verdachte aangehouden en geboeid. Toen hij in de politieauto werd geplaatst, begon hij te schoppen. Hij raakte een agent en schopte de ruit in het achterportier stuk.34

De volledige ruit van het achterportier aan passagierszijde was vernield.35

De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de verdediging dient te worden verworpen nu getuige [getuige 4], die al eerder een confrontatie met verdachte heeft gehad en hem daarvan kent, hem als de dader heeft herkend. Op grond van deze herkenning, tezamen met de overige bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 tenlastegelegde vernielingen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05/227320-17 primair en in de zaak met parketnummer 05/840296-18 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

- In de zaak met parketnummer 05/227320-17 -

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Arnhem [benadeelde 1] heeft mishandeld door een of meerdere malen (met kracht) met een (ijzeren) (honden)ketting op/tegen het hoofd van die [benadeelde 1] te slaan;

- In de zaak met parketnummer 05/226697-17 -

1.

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Arnhem, een goed, te weten een (huis)sleutel, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of de weg te nemen (huis)sleutel onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het ingooien van een ruit;

2.

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een ruit (van een woning gelegen aan [adres 2] aldaar), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] en/of Vivare toebehoorde, heeft

vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 12 november 2017 te Arnhem, in de woning, gelegen aan [adres 2] aldaar en in gebruik bij [benadeelde 2], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen;

- In de zaak met parketnummer 05/841261-17 -

1.

hij op of omstreeks 13 november 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 12 november 2017, gegeven

door de officier van justitie (van het Openbaar Ministerie Oost Nederland) te Arnhem, kort weergegeven inhoudende, dat hij, verdachte, zich niet in het gebied van de woning aan [adres 2] zal ophouden en/of dat hij de woning aan [adres 2] niet zal betreden en/of zich niet bij en/of in de nabijheid van die woning zal ophouden en/of niet in/bij die woning aanwezig zal zijn, immers heeft verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing die woning aan [adres 2] betreden en/of is verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing in die woning aan [adres 2]

aanwezig geweest;

2.

hij op of omstreeks 13 november 2017, in de gemeente Arnhem, in de woning, '[adres 2], bij een ander, te weten bij [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], althans bij

een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;

- In de zaak met parketnummer 05/841299-17 -

1.

hij op of omstreeks 17 november 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 12 november 2017, gegeven door de officier van justitie (van het Openbaar Ministerie Oost Nederland) te Arnhem, kort weergegeven inhoudende,

-dat hij, verdachte, zich niet in het gebied van de woning aan [adres 2] zal ophouden en/of dat hij de woning aan [adres 2] niet zal betreden en/of zich niet bij en/of in de nabijheid van die woning zal ophouden en/of niet in/bij die woning aanwezig zal zijn, en/of

-dat hij, verdachte, zich zal onthouden van contact met een persoon, genaamd [benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 2], immers:

-heeft verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing die woning aan [adres 2] betreden en/of is verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing in die woning aan [adres 2] aanwezig geweest, en/of -heeft verdachte toen aldaar in strijd met die gedragsaanwijzing contact gezocht en/of contact onderhouden met genoemde [benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 2];

2.

hij op of een of meer verschillende tijdstippen op of omstreeks 17 november 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) een ruit van een woning aan [adres 2] aldaar, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] en/of woningcorporatie Vivare, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

- In de zaak met parketnummer 05/840284-18 -

hij op of omstreeks 7 april 2018, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en) van een aan [adres 2] aldaar gelegen woning, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de woningcorporatie Vivare toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

- In de zaak met parketnummer 05/840296-18 -

1.

hij op of omstreeks 12 april 2018, in de gemeente Arnhem, [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of

met brandstichting, door die [benadeelde 2] via een e-mail bericht dreigend de woorden toe te voegen onder meer: "En de volgende X zijn geen stenen maar molotov cocktails ij heg geeb genade voor ans dus hou je bek dicht nog 1 x ik zrt haat heir kkr huis in de fik", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en welke woorden toen daar ook ter kennis van die [benadeelde 3] zijn gekomen/gebracht;

- In de zaak met parketnummer 05/840476-18 -

1.

hij op of omstreeks 10 juni 2018, in de gemeente Zevenaar, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een aan de [adres 3] aldaar gelegen woning en/of een ruit van een geparkeerd staande auto, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2]

en/of de woningcorporatie toebehoorden, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 10 juni 2018, in de gemeente Westervoort, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een auto (politie dienstvoertuig), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de politie Oost-Nederland toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

- In de zaak met parketnummer 05/227320-17 -

Mishandeling.

- In de zaak met parketnummer 05/226697-17 -

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Ten aanzien van feit 3:

Het in de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

- In de zaak met parketnummer 05/841261-17 -

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van feit 2:

Het in de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

- In de zaak met parketnummer 05/841299-17 -

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

- In de zaak met parketnummer 05/840284-18 -

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

- In de zaak met parketnummer 05/840296-18 -

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling en/of brandstichting.

- In de zaak met parketnummer 05/840476-18 -

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 05/227320-17 subsidiair tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 05/226697-17 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 05/841261-17 onder 1 en 2 tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 05/841299-17 onder 1 en 2 tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 05/840284-18 tenlastegelegde, het in de zaak met parketnummer 05/840296-18 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 05/840476-18 onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en begeleid/beschermd wonen (met reclasseringstoezicht), met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie geëist dat ten aanzien van verdachte de maatregel van 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contact- en locatieverbod voor de duur van 2 jaren, zal worden opgelegd. De officier van justitie heeft verzocht deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte problemen heeft en hulp nodig heeft om deze op te lossen. Verdachte moet de kans krijgen om op te krabbelen waarbij een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op zijn plaats is. De feiten hebben allemaal te maken met één situatie rondom één persoon en als verdachte straks een eigen plek heeft en hulp krijgt gaat het mogelijk beter. Verdachte heeft zich bereid verklaard zich te zullen houden aan de bijzondere voorwaarden die in de rapportages worden genoemd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 20 juni 2018;

- voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 23 februari 2018 en 29 juni 2018;

- een rapportage Pro Justitia van [naam 1], GZ-psycholoog, gedateerd 15 maart 2018.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, nadat zijn relatie was verbroken, verschillende keren de ruiten van de woning van zijn ex-vriendin ingegooid, heeft daar ingebroken en een sleutel gestolen en is een paar keer zonder toestemming de woning binnengedrongen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van de huisbaas van zijn ex-vriendin, heeft hij de ruit van de woning van een buurvrouw (waar zijn ex-vriendin vaak verbleef) ingegooid en zijn ex-vriendin en diezelfde buurvrouw bedreigd.

Ook nadat aan verdachte een contact- en locatieverbod was uitgereikt en zijn ex-vriendin was verhuisd, bleef verdachte met dit gedrag doorgaan. Toen hij de laatste keer werd aangehouden, heeft hij bovendien een ruit van een politiewagen vernield.

De rechtbank vindt het gedrag van verdachte zeer kwalijk. Door het gedrag van verdachte hebben verschillende personen niet alleen overlast en hinder ondervonden maar het heeft tevens gevoelens van angst en onveiligheid bij de gedupeerden veroorzaakt. Verdachte heeft hen herhaaldelijk “belaagd” in hun eigen huis, bij uitstek de plek waar men zich veilig moet kunnen voelen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij met dit gedrag is doorgegaan nadat hem een gedragsaanwijzing was gegeven, waarmee hij heeft laten zien dat hij geen enkel respect heeft voor het bevoegd gezag.

Uit de rapportages van de Reclassering en de psycholoog blijkt dat verdachte – naast praktische problemen – ook met problemen op het gebied van agressieregulering kampt, waarvoor een behandeling wordt geadviseerd.

De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen, onder de bijzondere voorwaarden van een meldplicht, een ambulante behandeling en begeleid wonen.

Daarnaast zal de rechtbank – ter voorkoming van strafbare feiten – een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid opleggen, te weten een contact- en gebiedsverbod voor de duur van 2 jaar.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de in de zaak met parketnummer 05/227320-17 en in de zaak met parketnummer 05/841261-17 onder 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 250,- aan materiële schade en € 450,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] toe te wijzen tot het bedrag van € 450,- (€ 150,- materiële schade en € 300,- immateriële schade), waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet is onderbouwd met een verklaring van een deskundige. Bovendien is de benadeelde partij na het incident gaan stappen. De vordering dient fors gematigd te worden. Ook de materiële schade is niet onderbouwd. Er zitten wel foto’s in het dossier maar op grond daarvan kan niet worden vastgesteld welke voorwerpen van wie zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05/227320-17 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 300,- immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

De gevorderde materiële schade ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05/841261-17 onder 2 bewezenverklaarde feit dient naar het oordeel van de rechtbank niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat de rechtbank niet kan vaststellen van wie de voorwerpen zijn en dus niet kan vaststellen wie de materiële schade heeft geleden.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.344,17, bestaande uit € 94,17 materiële schade en € 1.250,- immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] toe te wijzen tot het bedrag van € 594,17 (€ 94,17 materiële schade en € 500,- immateriële schade), waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet is onderbouwd met een verklaring van een deskundige. Daarnaast is het gevorderde bedrag te hoog. Primair dient de vordering te worden afgewezen en subsidiair dient deze gematigd te worden.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van
€ 94,17 materiële schade en tot een bedrag van € 300,- immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het in de zaak met parketnummer 05/840296-18 onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 350,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot betaling van het bedrag van € 350,- toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet is onderbouwd met een verklaring van een deskundige.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05/840296-18 onder 1 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 150,- immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij Politie Oost Nederland heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het in de zaak met parketnummer 05/840476-18 onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 284,37 aan materiële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij Politie Oost Nederland tot betaling van het bedrag van € 284,37 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05/840476-18 onder 2 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 38v, 55, 57, 138, 184a, 285, 300, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 05/227320-17 primair tenlastegelegde feit en het in de zaak met parketnummer 05/840296-18 onder 2 tenlastegelegde feit.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 123 (honderddrieëntwintig) dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen 3 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland [adres 5] en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de Tender of een soortgelijke forensische instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor agressie;

- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Transfore, Iriszorg, de RIBW of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld;

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

Bepaalt dat aan veroordeelde een contactverbod wordt opgelegd, te weten:

dat verdachte gedurende 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde 2], geboren op [geboortedatum 2];

Bepaalt dat aan veroordeelde een gebiedsverbod wordt opgelegd, te weten:

dat verdachte zich gedurende 2 jaren niet zal bevinden binnen straal van 500 meter van de woning aan ’[adres 2].

Beveelt dat het contactverbod en het gebiedsverbod, dadelijk uitvoerbaar zijn.

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1].

veroordeelt verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05/227320-17 bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van € 300,- (driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1], een bedrag te betalen van € 300,- (driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2].

veroordeelt verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2], van een bedrag van € 394,17 (driehonderdvierennegentig euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2], een bedrag te betalen van € 394,17 (driehonderdvierennegentig euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3].

veroordeelt verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05/840296-18 onder 1 bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3], van een bedrag van € 150,- (honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3], een bedrag te betalen van € 150,- (honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 3 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Politie Oost Nederland.

veroordeelt verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05/840476-18 onder 2 bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Politie Oost Nederland, van een bedrag van € 284,37 (tweehonderdvierentachtig euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij Politie Oost Nederland, een bedrag te betalen van € 284,37 (tweehonderdvierentachtig euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. G.J.H. Boerhof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Berk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 augustus 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant A. van der Heijden van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017521092, gesloten op 15 november 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1], pag. 9.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], pag. 13.

4 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1], pag. 9.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], pag. 13-14.

6 Pag. 11 dossier.

7 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant F. Wenting van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017523929, gesloten op 14 november 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

8 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 2], pag. 9-10.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], pag.12.

10 Proces-verbaal aanhouding, pag. 3-4.

11 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant R. Klarenbeek van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017524467, gesloten op 15 november 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

12 Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast van het arrondissementsparket Oost-Nederland met akte van uitreiking, pag. 30-31.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 3], pag. 22.

14 Proces-verbaal aanhouding, pag. 6-7.

15 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017534814 Z, gesloten op 19 november 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

16 Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast van het arrondissementsparket Oost-Nederland, pag. 38.

17 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 2], pag. 25.

18 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 2], pag. 16.

19 Proces-verbaal aangifte [getuige 4], pag. 33.

20 Proces-verbaal aanhouding, pag. 6-7.

21 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 3] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018147613, gesloten op 15 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

22 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 3], pag. 12-13.

23 Foto van het bericht van verdachte, pag. 14.

24 Proces-verbaal buurtonderzoek, pag. 18.

25 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 19.

26 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 4] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018163024 Z, gesloten op 20 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

27 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 2], pag. 3.

28 Bericht van verdachte, pag. 6.

29 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 3], pag. 10.

30 Bericht op pag. 59 van het dossier.

31 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 5] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018255158 Z, gesloten op 10 juni 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

32 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 2], pag. 11.

33 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], pag. 23.

34 Proces-verbaal aanhouding, pag. 5-6.

35 Proces-verbaal aangifte, pag. 19.