Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3478

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-08-2018
Datum publicatie
07-08-2018
Zaaknummer
C/05/337869 KG RK 18-502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af, omdat de beslissing over het al dan niet verlenen van uitstel een rechterlijke beslissing is. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/337869 KG RK 18-502

Beslissing van 2 augustus 2018

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[naam verzoekster],

wonende te Nijmegen,

hierna te noemen: verzoekster,

strekkende tot de wraking van

mr. P.J. Wiegman,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het wrakingsverzoek van 22 mei 2018, ingekomen op 23 mei 2018;

- het schriftelijke verweer van de rechter van 4 juli 2018;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 19 juli 2018.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling was verzoekster aanwezig. Zij heeft een “Verslag zitting dinsdag 1 mei 2018 13:30 uur” overgelegd. De rechter heeft op voorhand schriftelijk laten weten niet te zullen verschijnen.

1.3.

Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig namens Stichting Portaal: mevrouw mr. M.H. Andreae, advocaat, en [naam], werkzaam bij Stichting Portaal.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 6482980 CV EXPL 17-5479 tussen verzoekster en Stichting Portaal. In deze zaak is op 1 mei 2018 een comparitiezitting gehouden.

2.2.

Verzoekster heeft samengevat het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd.

Op 17 april 2018, nadat zij kort daarvoor zonder een advocaat kwam te zitten, heeft verzoekster verzocht om uitstel van de zitting van 1 mei 2018. De rechter heeft dat uitstel niet toegestaan. De rechter heeft zich bij die beslissing uitsluitend gebaseerd op de belangen van Portaal en heeft geen begrip getoond voor de belangen en omstandigheden van verzoekster. Verzoekster heeft daardoor geen kans gehad op een eerlijk proces.

2.3.

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer

gevoerd. Dat verweer wordt hierna, voor zover nodig, besproken.

3 De beoordeling

De ontvankelijkheid

3.1.

De rechter voert aan dat verzoekster haar wrakingsverzoek te laat heeft gedaan. Het verzoek is gedateerd op 22 mei 2018, terwijl de door verzoekster gestelde grond voor wraking zich voordeed op 1 mei 2018.

3.2.

Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij, na de zitting van 1 mei 2018, heeft gekeken op www.rechtspraak.nl om te zien wat de procedure is om een rechter te wraken. Op de site staat uitsluitend vermeld dat een rechter ook na de zitting gewraakt kan worden, indien nog geen uitspraak is gedaan. Verder staat op de site geen termijn genoemd. De rechter had bepaald dat het vonnis op 25 mei 2018 zou worden gewezen.

3.3.

Volgens artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet het

wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker

bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt ertoe te verzekeren dat de procedure direct

nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke

onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst door de indiening van een

wrakingsverzoek en niet pas op een later tijdstip nadat er mogelijk al verdere

proceshandelingen zijn verricht.

3.4.

De wrakingskamer constateert met de rechter dat de door verzoekster aangevoerde gronden voor wraking in ieder geval al op 1 mei 2018 bij haar bekend waren, terwijl het verzoek pas op 22 mei 2018 is gedaan. Verzoekster heeft evenwel een redelijke verklaring voor het tijdsverloop gegeven. Onder de gegeven omstandigheden en gelet op het feit dat verzoekster op het moment van wraking niet werd bijgestaan door een advocaat en zij zelf geen kennis en ervaring met gerechtelijke procedures heeft, acht de wrakingskamer verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.

De (schijn van) partijdigheid

3.5.

Verzoekster vindt dat de rechter partijdig heeft gehandeld in haar zaak door een onjuiste beslissing te nemen, nu de rechter het door haar verzochte uitstel niet heeft toegestaan.

3.6.

De rechter voert aan dat de weigering van uitstel van de zitting in de gegeven omstandigheden inhoudelijk geen wrakingsgrond oplevert. Hij heeft daartoe, voor zover van belang, in zijn verweerschrift aangevoerd:

“De zitting was al in januari 2018 gepland mede op basis van de verhinderdata van partijen. Twee weken voor de zitting vroeg [naam verzoekster] uitstel nadat haar advocaat zich had onttrokken. Zoals gebruikelijk is de wederpartij om een reactie gevraagd. Die maakte bezwaar tegen uitstel omdat (naar ik mij herinner, ik beschik nu niet over de correspondentie) de behandelend medewerkster van Portaal op korte termijn met zwangerschapsverlof zou gaan en bovendien Portaal volgens planning in de zomer met de uitvoering van de geplande werkzaamheden zou beginnen. Ik heb vervolgens het verzochte uitstel geweigerd. Ik ben daar ter zitting bij gebleven. Daarbij speelt een rol dat ik begrepen had dat [naam verzoekster] zelf de samenwerking met haar advocaat had beëindigd, zij bovendien nog geen uitzicht had op een opvolgend advocaat en geen idee had hoe zij aan een advocaat zou kunnen komen, die de zaak verder zou willen behandelen.”

3.7.

De wrakingskamer overweegt dat de beslissing van de rechter om het verzochte uitstel niet toe te staan een rechterlijke beslissing is. De rechter heeft deze beslissing gemotiveerd en hij heeft deze motivering aan verzoekster meegedeeld. Duidelijk is dat verzoekster het met deze beslissing niet eens was en is, maar de juistheid van de rechterlijke beslissing kan alleen worden beoordeeld als in de zaak met nummer 6482980 CV EXPL 17-5479 vonnis is gewezen en daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) wordt aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of zo onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De door verzoekster aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet. Dat de rechter ook anders had kunnen beslissen, dus om het verzochte uitstel wel toe te staan, maakt nog niet dat de beslissing van de rechter zozeer onbegrijpelijk is dat er een schijn van partijdigheid is ontstaan. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de rechter bij het nemen van de beslissing de belangen van Stichting Portaal heeft meegewogen.

De conclusie is dan ook dat het verzoek wordt afgewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. H.P.M. Kester-Bik, A.F. Germs-de Goede en G.W.B. Heijmans in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 2 augustus 2018. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing getekend door mr. A.F. Germs-de Goede.

- de griffier - de rechter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.