Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:339

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-01-2018
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
05/720287-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging in nabijheid middelbare school, waarbij onder meer een auto is gebruikt om op tegenstander in te rijden, hetgeen wordt gekwalificeerd als poging doodslag. Voor bewijs is geput uit de talloze filmopnames die door scholieren zijn gemaakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720287-16

Datum uitspraak : 26 januari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsman: mr. R.C. Vermeer, advocaat te Rhenen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 19 januari 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen openlijk, te weten op of aan

de openbare weg, de Hollandseweg, in elk geval op of aan een openbare weg,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] welk geweld bestond uit:

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 3]

en/of inrijden op een personenauto, zijnde een [auto 2] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 1]

en/of die [slachtoffer 2] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op/botsen tegen

de fiets van die [slachtoffer 2] en/of

- het met een schep/spade althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere

malen, althans eenmaal, slaan (in richting van) van die [slachtoffer 3]

en/of die [slachtoffer 1] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 3] , meerdere malen,

althans eenmaal, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of

- het met een (al dan niet metalen) honkbalknuppel/slagwapen, althans een

daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan

en/of zwaaien op/tegen/in richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 3]

en/of

- het met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend

voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan op/tegen/in richting van

het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- het (met kracht) gooien van een fiets op/tegen/in de richting van die [slachtoffer 1]

,

terwijl de door de verdachte gepleegde geweldshandeling(en) enig

lichamelijk letsel, te weten (een) diepe snijwond(en)) op de (linker) elleboog,

althans de (linker) arm en/of (een) losse tand(en) en/of (een) striem(en) op

de buik van die [slachtoffer 3] en/of een gebroken middelvinger en/of

een (diepe) snede in voornoemde middelvinger, althans in de hand(en) en/of

op de arm(en) en/of de buik van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

Primair

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal,

- met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend

voorwerp, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gezwaaid en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of

het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gezwaaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gezwaaid en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of snijdend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of gezwaaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Overwegingen en aanzien van het bewijs 1

In het onderzoek zijn veel getuigen en verdachten gehoord. Opvallend is dat er veel filmopnames zijn gemaakt door omstanders, veelal scholieren die uit het raam van hun klaslokaal goed zicht hadden op de gebeurtenissen. Van die filmopnames heeft de politie dankbaar gebruik gemaakt bij het onderzoek. Ook de rechtbank heeft bij haar beslissing veelvuldig geput uit dit bewijsmateriaal, dat per definitie neutraal en objectief is, anders dan veel getuigenverklaringen.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 september 2016 heeft in Wageningen op de openbare weg, de Hollandseweg, een vechtpartij plaatsgevonden tussen de families [namen] .

Daarbij waren van de kant van de [familie verdachte] vijf personen betrokken, te weten [naam 1] , [medeverdachte] , [naam 2] , [naam 3] en verdachte. Van de kant van de [familie slachtoffers] waren onder meer [slachtoffer 1] ( [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 3] ( [slachtoffer 3] ) betrokken. Tijdens die vechtpartij gebeurde onder meer het volgende:

  • -

    [naam 1] heeft met een schep [slachtoffer 3] geslagen.

  • -

    [naam 1] heeft met een schep [slachtoffer 1] geslagen.

  • -

    een [auto 3] , bestuurd door [medeverdachte] (echtgenote van [naam 1] ) is op [slachtoffer 1] ingereden.

  • -

    [medeverdachte] heeft twee keer met een metalen honkbalknuppel [slachtoffer 3] geslagen.2 Daarbij heeft zij hem een keer op het hoofd geraakt en een keer op het bovenlichaam.3

  • -

    Verdachte heeft met een houten lat tegen het hoofd en op de rug van [slachtoffer 1] geslagen.

  • -

    Verdachte heeft met kracht een fiets gegooid in de richting van [slachtoffer 1] .

  • -

    Verdachte heeft met een schep tweemaal richting [slachtoffer 1] geslagen.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak voor het onder 2 primair ten laste gelegde. De verdediging acht de feiten 1 en 2 subsidiair bewijsbaar.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte heeft bekend zich schuldig te hebben gemaakt aan de openlijke geweldpleging. De rechtbank acht de gedeeltes die zijn ten laste gelegd onder de eerste drie gedachtestreepjes (de handelingen waarbij de [auto 1] was betrokken) niet bewezen. Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij een klap hoorde (kennelijk van de botsing van de [auto 1] tegen de auto van [slachtoffer 3] ), naar de plaats is gerend waar de beide auto’s stonden. Bij hetgeen daarvoor is gebeurd is verdachte niet aanwezig geweest. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte aan die geweldshandelingen een bijdrage heeft geleverd. Voorts acht de rechtbank niet bewezen dat de door verdachte gepleegde geweldshandelingen enig letsel hebben veroorzaakt. De rechtbank zal verdachte van die onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

Uit de beelden volgt dat de [familie verdachte] gezamenlijk optrad. Het incident betreft één doorlopende vechtpartij, die niet in afzonderlijke fases te verdelen is en waaraan alle vijf familieleden deelnamen. Verdachte heeft aan die vechtpartij een significante bijdrage geleverd door een fiets te gooien in de richting van [slachtoffer 1] met een steekschep [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] te slaan.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld in vereniging tegen personen, waarbij ook de door zijn medeverdachten gepleegde handelingen aan hem toe zijn te rekenen.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de onder gedachtestreepjes 4, 5, 6, 7 en 8 bewezen.

Ten aanzien van feit 2:

Op de beelden van het incident is te zien dat [naam 1] de schep waarmee hij [slachtoffer 1] heeft geslagen op de grond laat vallen. Vervolgens is op de beelden te zien dat verdachte de schep opraapt, deze boven zijn hoofd heft en met kracht uithaalt in de richting van het hoofd van [slachtoffer 1] . De laatste loopt achteruit en wordt daardoor op een haar na gemist, waarna de schep hard op het trottoir slaat. Dat dit met kracht ging wordt onderstreept door het bij de beelden horende geluidsfragment. Hierna loopt verdachte achter de achteruitlopende [slachtoffer 1] aan en haalt nogmaals – dit keer zijwaarts – met kracht uit, waarbij hij [slachtoffer 1] opnieuw mist, nu omdat deze plotseling een stap vooruit zet en de schep grijpt. Verdachte heeft daarbij de schep met beide handen vast onderaan de steel bij het handvat.5 De schep was een steekschep.6

Wanneer met dit zware voorwerp met scherpe randen, op bovenstaande manier gehanteerd, [slachtoffer 1] op het hoofd was geraakt, had hij het hoogstwaarschijnlijk niet na kunnen vertellen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door met die schep op [slachtoffer 1] in te slaan bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de laatste, door een rake klap, zou komen te overlijden. Dat [slachtoffer 1] niet is geraakt, is niet aan het handelen van verdachte te wijten, maar komt omdat die [slachtoffer 1] zelf op tijd achteruit is gestapt. De rechtbank kwalificeert verdachtes handelen dan ook als poging tot doodslag.

Het ook onder 2 ten laste gelegde slaan met een slagwapen kwalificeert de rechtbank niet als poging tot doodslag nu dit wapen (een houten lat) brak op de rug van [slachtoffer 1] . Evenmin kan dit handelen door verdachte als poging zware mishandeling worden gekwalificeerd.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen openlijk, te weten op of aan

de openbare weg, de Hollandseweg, in elk geval op of aan een openbare weg,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] welk geweld bestond uit:

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 3]

en/of op een auto waarin die [slachtoffer 3] was gezeten en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 1]

en/of die [slachtoffer 2] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op/botsen tegen

de fiets van die [slachtoffer 2] en/of

- het met een schep/spade althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere

malen, althans eenmaal, slaan (in richting van) van die [slachtoffer 3]

en/of die [slachtoffer 1] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 3] , meerdere malen,

althans eenmaal, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of

- het met een (al dan niet metalen) honkbalknuppel/slagwapen, althans een

daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan

op/tegen/in richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 3]

en/of

- het met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend

voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan op/tegen/in richting van

het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- het (met kracht) gooien van een fiets op/tegen/in de richting van die [slachtoffer 1]

,

terwijl de door de verdachte gepleegde geweldshandeling(en) enig

lichamelijk letsel, te weten (een) diepe snijwond(en)) op de (linker) elleboog,

althans de (linker) arm en/of (een) losse tand(en) en/of (een) striem(en) op

de buik van die [slachtoffer 3] en/of een gebroken middelvinger en/of

een (diepe) snede in voornoemde middelvinger, althans in de hand(en) en/of

op de arm(en) en/of de buik van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

Primair

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, - met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend

voorwerp, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of

het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en tegen goederen

Ten aanzien van feit 2 primair:

Poging tot doodslag

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts oplegging van een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 2 jaar, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . Bij iedere overtreding van het verbod dient vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen te worden toegepast.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht aan verdachte een werkstraf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 14 november 2017;

- een drietal voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 29 september 2016, 22 december 2016 en 21 december 2017.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld en poging tot doodslag. Het incident vond plaats midden op een kruispunt op klaarlichte dag voor een middelbare school. Talloze kinderen hebben de vechtpartij van dichtbij gezien en veel van hen hebben het zelfs gefilmd. Dit alles weerhield verdachte er niet van om op een gegeven moment te trachten zijn tegenstander met een steekschep te slaan, op zo’n wijze dat, indien de laatste niet achteruit was gelopen, verdachte hem gemakkelijk de schedel had kunnen inslaan. De rechtbank acht gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden op zijn plaats. De rechtbank ziet geen aanleiding een groot deel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank houdt er ten opzichte van de medeverdachten van de kant van de [familie verdachte] wel rekening mee dat verdachte niet de initiator van het geweld is geweest.

De rechtbank ziet geen noodzaak tot het opleggen van het door de officier van justitie geëiste contactverbod. Gelet op de opstelling van verdachte in de periode na het feit heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat verdachte nog op enigerlei wijze contact zal opnemen met [slachtoffer 1] of [slachtoffer 3] .

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 2.773,29.

[slachtoffer 3] vordert een bedrag van € 4.131,-.

De benadeelde partijen vorderen tevens de wettelijke rente over die bedragen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren nu er sprake is van eigen schuld en het vaststellen van de mate van die eigen schuld een onevenredige belasting voor het strafgeding vormt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie.

Beoordeling door de rechtbank

Hoewel [slachtoffer 3] in zijn zaak is vrijgesproken en [slachtoffer 1] is ontslagen van rechtsvervolging heeft de rechtbank vastgesteld dat zij beiden naar de latere plek des onheils zijn gegaan in de wetenschap dat dit een confrontatie met de [familie verdachte] zou opleveren. Zij zijn betrokken geweest bij geweldshandelingen in de onderhavige zaak. In die zin is bij beiden sprake van een zekere mate van eigen schuld aan de door hen geleden schade. Naar het oordeel van de rechtbank levert het vaststellen van de mate van eigen schuld een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 57, 141 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en

mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 januari 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland Midden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600/2016458833 (onderzoek Steekschop), gesloten op 30 november 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12 (filmpje 001 tot en met 003); waarneming rechtbank ter terechtzitting van die filmpjes;

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 3] , p. 169

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12 (filmpje 002, 004 en 004a); waarneming rechtbank ter terechtzitting van die filmpjes; verklaring verdachte ter terechtzitting en proces-verbaal van verhoor verdachte p. 227.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12 (filmpje 001 tot en met 004a); waarneming rechtbank ter terechtzitting van die filmpjes.

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting.