Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:334

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-01-2018
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
05/720281-16 en 05/165044-14 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging in nabijheid middelbare school, waarbij onder meer een auto is gebruikt om op tegenstander in te rijden, hetgeen wordt gekwalificeerd als poging doodslag. Voor bewijs is geput uit de talloze filmopnames die door scholieren zijn gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720281-16, 05/165044-14 (TUL)

Datum uitspraak : 26 januari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 19 januari 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na door de rechtbank toegewezen vorderingen wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen openlijk, te weten op of aan

de openbare weg, de Hollandseweg, in elk geval op of aan een openbare weg,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [naam 1]

en/of [slachtoffer 2] welk geweld bestond uit:

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 2]

en/of inrijden op een personenauto, zijnde een [auto 2]

en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 1]

en/of die [naam 1] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op/botsen tegen

de fiets van die [naam 1] en/of

- het met een schep/spade althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere

malen, althans eenmaal, slaan (in richting van) van die [slachtoffer 2]

en/of die [slachtoffer 1] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 3] , meerdere malen,

althans eenmaal, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of

- het met een (al dan niet metalen) honkbalknuppel/slagwapen, althans een

daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan

op/tegen/in richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 2]

en/of

- het met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend

voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan en/of zwaaien

op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- het (met kracht) gooien van een fiets op/tegen/in de richting van die [slachtoffer 1]

, terwijl de door de verdachte gepleegde geweldshandeling(en) enig

lichamelijk letsel, te weten (een) diepe snijwond(en) ) op de (linker) elleboog,

althans de (linker) arm en/of (een) losse tand(en) en/of (een) striem(en) op

de buik van die [slachtoffer 2] en/of een gebroken middelvinger en/of

een (diepe) snede in voornoemde middelvinger, althans in de hand(en) en/of

op de arm(en) en/of de buik van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] en/of [naam 1] en/of

[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven door,

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] met aanzienlijke

snelheid, althans een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter

plaatse, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of op de [slachtoffer 2] en/of

op/tegen een auto waarin die [slachtoffer 2] was gezeten en/of

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] inrijden op (tegen de

fiets van) die [naam 1] en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of

snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gezwaaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] en/of [naam 1]

en/of [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] met aanzienlijke

snelheid, althans een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter

plaatse, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of op die [slachtoffer 2] en/of

op/tegen een auto waarin die [slachtoffer 2] was gezeten en/of

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] inrijden op (tegen de

fiets van) die [naam 1] en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of

snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting

van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft geslagen en/of gezwaaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

In het onderzoek zijn veel getuigen en verdachten gehoord. Opvallend is dat er veel filmopnames zijn gemaakt door omstanders, veelal scholieren die uit het raam van hun klaslokaal goed zicht hadden op de gebeurtenissen. Van die filmopnames heeft de politie dankbaar gebruik gemaakt bij het onderzoek. Ook de rechtbank heeft bij haar beslissing veelvuldig geput uit dit bewijsmateriaal, dat per definitie neutraal en objectief is, anders dan veel getuigenverklaringen.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 september 2016 heeft in Wageningen op de openbare weg, de Hollandseweg, een vechtpartij plaatsgevonden tussen de families [achternaam 1] en [achternaam 2] .

Daarbij waren van de kant van de familie [achternaam 2] vijf personen betrokken, te weten verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . Van de kant van de familie [achternaam 1] waren onder meer [slachtoffer 1] ( [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] betrokken.

Tijdens die vechtpartij heeft verdachte [slachtoffer 1] met een steekschep geslagen. Verdachte heeft ook met die steekschep uitgehaald naar [slachtoffer 2] .2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide feiten, met dien verstande dat hij onder feit 2 poging tot doodslag op [slachtoffer 1] en poging tot zware mishandeling op [slachtoffer 2] bewezen acht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat van feit 1 alleen het slaan met een schep in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kan worden bewezen.

Voor het overige onder feit 1 ten laste gelegde bepleit de verdediging vrijspraak. Daartoe wordt het volgende aangevoerd.

Het inrijden met de [auto 1] op de [auto 2] van [slachtoffer 2] is volgens de verdediging ook bewijsbaar, maar verdachte had op dat moment de auto niet onder controle, zodat dit niet kan worden gekwalificeerd als geweld.

Het inrijden met de [auto 1] op [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [naam 3] (feit 1 en 2): [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stonden niet tussen de [auto 1] en de [auto 2] op het moment van de aanrijding. Verdachte is juist weggedraaid van [naam 3] .

Slaan met een schep naar [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] : Het slaan naar [slachtoffer 2] gebeurde met de platte kant van de schep. Dit zou hoogstens poging tot zware mishandeling kunnen opleveren. [slachtoffer 1] loopt naar verdachte toe zodat hij dusdanig dichtbij staat dat het voor verdachte niet mogelijk is om hem met de schep te slaan. Verdachte heeft ook niet vol uitgehaald.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte met de [auto 1] is ingereden op [naam 1] , [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] . Naar het oordeel van de rechtbank bevinden zich in het dossier onvoldoende aanwijzingen dat [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich vlak voor de aanrijding tussen de [auto 1] en de [auto 2] bevonden.

Verder volgt uit de verklaring van getuige [getuige 1] dat de [auto 1] op het laatste moment wegdraaide voor [naam 1] . De rechtbank acht ook niet bewezen dat verdachte met de [auto 1] is ingereden op de fiets van [naam 1] , nu getuige [getuige 1] heeft verklaard dat deze laatste de fiets optilde en tegen de auto gooide.

Verdachte zal van die onderdelen (tweede en derde gedachtestreepje) worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de overige onderdelen van de tenlastelegging onder feit 1 overweegt de rechtbank als volgt.

Gelet op de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging gaat de rechtbank er van uit dat de officier van justitie zowel geweld tegen personen als tegen goederen ten laste heeft gelegd. De rechtbank zal de tenlastelegging dan ook op die manier lezen.

Verdachte heeft bekend dat zijn [auto 1] tegen de [auto 2] van [slachtoffer 2] is gereden.3 Hij heeft daarbij verklaard dat hij op het moment van de botsing echter al uit de (rijdende) auto was gesprongen nadat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hem door het open raam van de (rijdende) auto hadden proberen te steken.

De rechtbank acht die verklaring niet geloofwaardig. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de auto van verdachte hard op de [auto 2] inreed en hem ramde.4 Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de auto van verdachte vol in de flank van de [auto 2] reed.5 Geen van beiden heeft het over een persoon die daarvoor al aan de bijrijderskant uit de [auto 1] was uitgestapt. Los daarvan is het volstrekt onaannemelijk dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door het raam van de [auto 1] hebben gestoken en verdachte daarop aan de andere kant uit de rijdende auto is gesprongen, gelet op de snelheid waarmee de [auto 1] volgens de getuigen op de [auto 2] is ingereden. Bovendien heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij een harde klap hoorde en meteen in de richting van het geluid rende. Hij zag de auto van verdachte tegen de [auto 2] staan en zag dat verdachte via de rechterportier uit de auto kwam.6 De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte bewust de [auto 2] van [slachtoffer 2] heeft geramd en pas later is uitgestapt.

Van de vechtpartij bevinden zich meerdere door omstanders gemaakte filmpjes in het dossier. Deze filmpjes zijn door de politie beschreven en ter terechtzitting getoond.

Op de filmpjes “ [filmpje 1] , “ [filmpje 2] ”, “ [filmpje 3] ” en “ [filmpje 4] ” is het volgende te zien.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] staan op de motorkap van de stilstaande [auto 1] en maken trappende bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] trapt in de richting van de bestuurdersplaats van de [auto 1] – waar [medeverdachte 2] op dat moment dus nog steeds in zit en vervolgens aan de bijrijderszijde uitstapt om aan [slachtoffer 1] te ontkomen, hetgeen bevestigt dat hij niet uit de auto is gesprongen voordat die de [auto 2] heeft geramd, zoals hiervoor ook is overwogen – en maakt daarna slaande bewegingen richting [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waarbij hij een voorwerp in zijn handen heeft. Wanneer [slachtoffer 1] om de [auto 1] heen loopt, gooit [medeverdachte 3] een fiets in zijn richting.

Kort daarop komt een [auto 3] de Hollandseweg opgereden en botst tegen die gegooide fiets. De [auto 3] rijdt in op [slachtoffer 1] , die op het laatste moment opzij kan springen.

Verdachte rent met een steekschep in zijn handen richting [slachtoffer 2] en slaat met de schep richting de linkerkant van diens lichaam en onderarm. [medeverdachte 3] rent in de richting van verdachte en [slachtoffer 2] met een slagvoorwerp, komt eerst ten val en slaat vervolgens [slachtoffer 1] met dit voorwerp op het hoofd en op de achterzijde van zijn lichaam. Verdachte draait zich om en haalt met de schep vol uit naar de aanstormende [slachtoffer 1] , die de slag lijkt op te vangen met zijn rechterhand. [medeverdachte 4] stapt uit de [auto 3] , haalt een metalen honkbalknuppel uit de kofferbak van de [auto 3] en loopt met [medeverdachte 3] in de richting van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 3] slaat met het slagwapen tegen de rug van [slachtoffer 1] , terwijl [medeverdachte 4] met de knuppel zwaait. Zij richt zich vervolgens tot [slachtoffer 2] en maakt twee keer een slaande beweging in diens richting met de knuppel. [medeverdachte 3] raapt de schep op en haalt vol uit naar [slachtoffer 1] , die achteruit loopt. Daarna haalt [medeverdachte 3] nog een keer uit naar [slachtoffer 1] , die op dat moment een pas naar voren zet en de schep grijpt. [medeverdachte 4] komt teruggelopen met de knuppel in haar handen.7 [slachtoffer 2] is volgens diens verklaring door [medeverdachte 4] een keer op het hoofd geraakt en een keer op het bovenlichaam.8

Uit deze beelden volgt dat de familie [achternaam 2] gezamenlijk optrad. Het incident betreft één doorlopende vechtpartij, die niet in afzonderlijke fases te verdelen is en waaraan alle vijf familieleden deelnamen. Verdachte heeft aan die vechtpartij een significante bijdrage geleverd door eerst met zijn auto vol tegen de auto van [slachtoffer 2] in te rijden en daarna met een steekschep [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te slaan.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld in vereniging tegen personen en goederen, waarbij ook de door zijn medeverdachten gepleegde handelingen aan hem toe zijn te rekenen.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de onder gedachtestreepjes 1, 4, 5, 6, 7 en 8 opgenomen handelingen bewezen.

Uit ter terechtzitting overgelegde medische informatie blijkt dat [slachtoffer 2] tijdens het incident onder meer een wond aan de linker elleboog had met zichtbare spierbuik.9 Gelet op eerdergenoemde filmfragmenten gaat de rechtbank er van uit dat die wond door verdachte is toegebracht met de steekschep, omdat [slachtoffer 2] enkel door verdachte met de steekschep is geraakt.

[slachtoffer 1] heeft een comminutieve fractuur van de midphalanx van digitus 3 van de rechterhand (een gecompliceerde breuk in de rechter middelvinger) en een diepe snee in die vinger opgelopen, hetgeen blijkt uit onderzoek van de technische recherche en uit ter terechtzitting overgelegde medische informatie.10

Gelet op de eerdergenoemde filmfragmenten, waarbij is te zien dat [voornaam] de klap met de schep lijkt op te vangen met zijn rechterhand, gaat de rechtbank er van uit dat die verwondingen door verdachte met de steekschep zijn toegebracht.

Feit 2:

De rechtbank acht dit feit niet bewezen voor wat betreft het inrijden op [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [naam 1] met de [auto 1] . Zoals eerder is vastgesteld bevinden zich onvoldoende aanwijzingen in het dossier dat [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] voor de [auto 2] stond kort voordat verdachte die [auto 2] ramde, terwijl uit de verklaring van getuige [getuige 1] volgt dat verdachte op het laatste moment is weggedraaid voordat hij [naam 1] zou raken. Verdachte zal van die onderdelen worden vrijgesproken.

Zoals vastgesteld heeft verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] geslagen met een steekschep. De vraag is hoe dit is te kwalificeren. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In het eerdergenoemd filmfragment “ [filmpje 3] ” is te zien dat verdachte de schep boven zijn hoofd heft en met kracht uithaalt in de richting van het hoofd van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft daarbij de schep met beide handen vast onderaan de steel bij het handvat. Wanneer met dit zware voorwerp met scherpe randen, op bovenstaande manier gehanteerd, [slachtoffer 1] op het hoofd was geraakt had deze het hoogstwaarschijnlijk niet na kunnen vertellen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door zo te handelen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de laatste, door een rake klap, zou komen te overlijden. Dat [slachtoffer 1] niet is geraakt, is niet aan het handelen van verdachte te wijten, maar komt omdat die [slachtoffer 1] zelf op tijd zijn hoofd afwendt. De rechtbank kwalificeert dit handelen van verdachte dan ook als poging tot doodslag.

Ten aanzien van het slaan van [slachtoffer 2] acht de rechtbank poging tot doodslag niet bewezen. Op eerdergenoemd filmfragment is te zien dat verdachte zijwaarts richting [slachtoffer 2] slaat, in de richting van diens lichaam en niet in de richting van diens hoofd. Anders dan de verdediging gaat de rechtbank er van uit dat verdachte wel met de scherpe kant van de schep heeft geslagen. Uit de beelden valt naar het oordeel van de rechtbank niet op te maken dat verdachte met de platte kant slaat, en de verwonding die [slachtoffer 2] aan zijn elleboog heeft opgelopen wordt door de huisarts omschreven als een “steekverwonding.11 Door met kracht met de scherpe rand van een steekschep richting iemands lichaam te slaan kan gemakkelijk zwaar lichamelijk letsel ontstaan. Door zo te handelen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg aanvaard. De rechtbank kwalificeert dit handelen van verdachte dan ook als poging tot zware mishandeling.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen openlijk, te weten op of aan

de openbare weg, de Hollandseweg, in elk geval op of aan een openbare weg,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [naam 1]

en/of [slachtoffer 2] welk geweld bestond uit:

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] en/of inrijden op een personenauto, zijnde een [auto 2]

en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op die [slachtoffer 1]

en/of die [naam 1] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 1] , inrijden op/botsen tegen

de fiets van die [naam 1] en/of

- het met een schep/spade althans een daarop gelijkend voorwerp, meerdere

malen, althans eenmaal, slaan (in richting van) van die [slachtoffer 2]

en/of die [slachtoffer 1] en/of

- het met een personenauto, zijnde een [auto 3] , meerdere malen,

althans eenmaal, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of

- het met een (al dan niet metalen) honkbalknuppel/slagwapen, althans een

daarop gelijkend voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan

op/tegen/in richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 2]

en/of

- het met een (al dan niet metalen) slagwapen, althans een daarop gelijkend

voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal, slaan en/of zwaaien

op/tegen/in richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- het (met kracht) gooien van een fiets op/tegen/in de richting van die [slachtoffer 1]

, terwijl de door de verdachte gepleegde geweldshandeling(en) enig

lichamelijk letsel, te weten (een) diepe snijwond(en) ) op de (linker) elleboog,

althans de (linker) arm en/of (een) losse tand(en) en/of (een) striem(en) op

de buik van die [slachtoffer 2] en/of een gebroken middelvinger en/of

een (diepe) snede in voornoemde middelvinger, althans in de hand(en) en/of

op de arm(en) en/of de buik van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] en/of [naam 1] en/of

[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven door,

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] met aanzienlijke

snelheid, althans een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter

plaatse, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of op de [slachtoffer 2] en/of

op/tegen een auto waarin die [slachtoffer 2] was gezeten en/of

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] inrijden op (tegen de

fiets van) die [naam 1] en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of

snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in de richting van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gezwaaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Wageningen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] en/of [naam 1]

en/of [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] met aanzienlijke

snelheid, althans een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter

plaatse, inrijden op die [slachtoffer 1] en/of op die [slachtoffer 2] en/of

op/tegen een auto waarin die [slachtoffer 2] was gezeten en/of

- met een door hem -verdachte- bestuurde [auto 1] inrijden op (tegen de

fiets van) die [naam 1] en/of

- met een schep/spade, althans een daarop gelijkend scherp en/of

snijdend voorwerp, meermalen, althans eenmaal, op/tegen/in richting

van het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft geslagen en/of gezwaaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en tegen goederen, terwijl dat geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft

Ten aanzien van feit 2 primair:

Poging tot doodslag

en

Poging tot zware mishandeling

5 De strafbaarheid van het feit

Namens de verdachte is ten aanzien van de feiten 1 en 2 een beroep gedaan op noodweer dan wel noodweerexces. Het met een schep inslaan op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werd ingegeven door de drang om zijn zonen te beschermen. Deze stonden op de motorkap van de [auto 1] en [slachtoffer 1] probeerde hen te steken. Hijzelf was eerder al belaagd door [slachtoffer 1] toen hij nog in de auto zat. Ook [slachtoffer 2] had een mes bij zich zodat verdachte genoopt was zich te verdedigen met de schep.

Dit verweer wordt verworpen. Uit de verklaringen in het dossier blijkt dat er een gespannen situatie was tussen leden van de familie [achternaam 1] en de familie [achternaam 2] . Het is echter de actie van verdachte geweest waarmee het lont in het kruitvat werd aangestoken. Hij was het die in eerste instantie op [naam 3] afreed. Zij gooide haar fiets in de richting van de auto en daarna reed verdachte in zijn [auto 1] terug, keerde om en reed vol op de [auto 2] van [slachtoffer 2] in en raakte die auto vol in de flank. In het daarop volgende gekrakeel heeft [slachtoffer 1] inderdaad verdachte geslagen en in zijn richting geschopt, maar hem komt daarbij een beroep op noodweer toe om te voorkomen dat verdachte zijn auto nogmaals als wapen zou gebruiken tegen zijn ‘tegenstanders’, niet verdachte. Deze aanranding door [slachtoffer 1] is dus niet wederrechtelijk. Het handelen van verdachte moet eerder worden gekenschetst als het inzetten of voortzetten van de aanval en niet als noodweer (vgl. HR 8 juni 2010, NJ 2010, 339, LJN BK4788). In deze situatie, waarin de acties van verdachte het geweld hebben uitgelokt, komt hem geen beroep op noodweer of noodweerexces toe (vgl. HR 12 maart 2013, LJN: BY4855; HR 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:802)

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 15 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 2 jaar, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geëist. Bij iedere overtreding van het verbod dient vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen te worden toegepast.

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 30 uren werkstraf die door politierechter te Arnhem op 30 september 2014 voorwaardelijk is opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht in geval van strafoplegging aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest, gecombineerd met een werkstraf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 7 december 2017;

- een tweetal voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 7 december 2016 en 5 januari 2018.

De rechtbank overweegt verder als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld, poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling. Het incident vond plaats midden op een kruispunt op klaarlichte dag voor een middelbare school. Talloze scholieren hebben de vechtpartij van dichtbij gezien en veel van hen hebben het zelfs gefilmd. Dit alles weerhield verdachte er niet van om op een gegeven moment te trachten zijn tegenstanders met een steekschep te slaan, op zo’n wijze dat hij [slachtoffer 1] gemakkelijk de schedel had kunnen inslaan, indien deze zijn hoofd niet had afgewend. Verdachte heeft twee anderen tijdens de vechtpartij verwond. Daar komt nog bij dat verdachte de aanstichter is geweest van het incident door met zijn auto de auto van [slachtoffer 2] te rammen. De rechtbank acht gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden op zijn plaats. De rechtbank ziet geen aanleiding een groot deel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, en vindt dat ook onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten.

De rechtbank ziet geen noodzaak tot het opleggen van het door de officier van justitie geëiste contactverbod. Gelet op de opstelling van verdachte in de periode na het feit heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat verdachte nog op enigerlei wijze contact zal opnemen met [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] .

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [naam 1] en [slachtoffer 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de ten laste gelegde feiten.

[slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 2.773,29.

[naam 1] vordert een bedrag van € 2.213,33.

[slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 4.131,-.

De benadeelde partijen vorderen tevens de wettelijke rente over die bedragen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren nu er sprake is van eigen schuld en het vaststellen van de mate van die eigen schuld een onevenredige belasting voor het strafgeding vormt. De officier van justitie heeft voorts verzocht de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat niet uitgesloten is dat de schade aan de fiets is veroorzaakt doordat [naam 1] met de fiets heeft gegooid.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie wat betreft de medeschuld van de benadeelde partijen. Daarnaast stelt de verdediging dat de vordering van [naam 1] onvoldoende is onderbouwd.

Beoordeling door de rechtbank

Hoewel [slachtoffer 2] in zijn zaak is vrijgesproken en [slachtoffer 1] is ontslagen van rechtsvervolging heeft de rechtbank vastgesteld dat zij beiden betrokken zijn geweest bij geweldshandelingen in de onderhavige zaak. In die zin is bij beiden sprake van een zekere mate van eigen schuld aan de door hen geleden schade. Naar het oordeel van de rechtbank levert het vaststellen van de mate van eigen schuld een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

De benadeelde partij [naam 1] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering nu verdachte wordt vrijgesproken van het onderdeel van de tenlastelegging waarop de vordering betrekking heeft.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter te Arnhem voorwaardelijk opgelegde werkstraf ten uitvoer gelegd te worden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 57, 141, 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden; met aftrek

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

 verklaart de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 30 september 2014 te weten van: een werkstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 januari 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland Midden opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600/2016458833 (onderzoek Steekschop), gesloten op 30 november 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring van verdachte ter terechtzitting; proces-verbaal bevindingen, p. 11 (filmpje [filmpje 3] ).

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting.

4 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , p. 73.

5 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , p. 76.

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , p. 225.

7 Proces-verbaal van bevindingen p. 10-12 (beschrijvingen filmfragmenten); waarneming rechtbank ter terechtzitting van die filmpjes.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 2] , p. 169

9 Schrijven huisarts inhoudende medische informatie.

10 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 369; schrijven Vakgroep Heelkunde Gelderse Vallei.

11 Schrijven huisarts inhoudende medische informatie.