Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3236

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
20-07-2018
Zaaknummer
05/185702-17 en 05/011997-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor meerdere diefstallen (artikel 310 Sr) en het opzettelijk uitgeven van vals geld op 24 oktober 2017 en 31 oktober 2017 (artikel 213 Sr). Vrijspraak voor het opzettelijk uitgeven van vals geld op 9 november 2017. Voorts vrijspraak voor het opzettelijk uitgeven van bankbiljetten die hij zelf heeft nagemaakt of waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was (artikel 209 Sr).

Straf: 200 uur werkstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/185702-17 en

05/011997-18

Datum uitspraak : 20 juli 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1997 te Tiel, wonende te [woonplaats] , aan het [adres] ,

raadsman: mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 06 juli 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/185702-17 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 3 augustus 2017 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] (e.v. [aangever 1] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 3 augustus 2017 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Aan verdachte is onder parketnummer 05/011997-18 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 oktober 2017 te Tiel althans in Nederland, opzettelijk een bankbiljet van 50 euro die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem, toen hij deze ontving bekend was (bij de Subway) als echt en onvervalst heeft uitgegeven;

(bvhnummer [nummer 5] )

( art 209 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 oktober 2017 te Tiel, opzettelijk een vals of vervalst bankbiljetten van 50 euro (bij de Subway) heeft uitgegeven;

2.

hij op of omstreeks 9 november 2017 te Tiel een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

(bvhnummer [nummer 6] )

3

hij op of omstreeks 9 november 2017 te Tiel althans in Nederland, opzettelijk een bankbiljet van 50 euro die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem, toen hij deze ontving bekend was als echt en onvervalst heeft uitgegeven;

(bvhnummer [nummer 6] )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 november 2017 te Tiel, opzettelijk een vals of vervalst bankbiljet van 50 euro heeft uitgegeven;

4.

hij op of omstreeks 1 oktober 2017 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een paar schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(bvhnummer [nummer 7] )

5.

hij op of omstreeks 31 oktober 2017 te Tiel althans in Nederland, opzettelijk een bankbiljet van 50 euro dat/die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem, toen hij deze ontving bekend was als echt en onvervalst heeft uitgegeven;

(bvhnummer [nummer 8] )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 oktober 2017 te Tiel, opzettelijk een valse of vervalste bankbiljetten van 50 euro heeft uitgegeven;

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Met betrekking tot parketnummer 05/185702-17 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij is opgemerkt dat verdachte het ten laste gelegde heeft bekend.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1 en 2:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , namens [naam 1] , p. 3-5;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 7-9;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] p. 10-11;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 16-18;

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 juli 2018.

Met betrekking tot parketnummer 05/011997-18 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1, subsidiair, feit 2 en 4 en feit 5, subsidiair, ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor feit 1, 3, 4 en 5. Feit 2 is door verdachte bekend. Ten aanzien van feit 4 is aangevoerd dat verdachte zijn telefoon kwijt was gedurende de ten laste gelegde periode en dat deze door een ander werd gebruikt. Met betrekking tot feit 3 is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte een onvervalst biljet heeft omgewisseld met een vals biljet. Uit de stukken blijkt namelijk niet dat er bij verdachte een echt biljet van € 50,00 is aangetroffen. Ten aanzien van feit 1 is opgemerkt dat verdachte heeft verklaard dat hij met een briefje van 20 heeft betaald en dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat dit niet zo is. Het valse briefje van 50 kan daarom niet aan verdachte worden gelinkt. Ten aanzien van het bij verdachte aangetroffen valse briefje van 50 op 31 oktober 2017 is opgemerkt dat verdachte niet wist dat het biljet vals was. Dit kan ook niet worden opgemaakt uit de Whatsapp-gesprekken.

Ten aanzien van de feiten 1, 3 en 5 is de verdediging subsidiair van mening dat enkel het subsidiaire ten laste gelegde bewezen verklaard kan worden.

Feit 2:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] , p. 25-27;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 75-79;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 juli 2018.

Feit 4:

Op 1 oktober 2017 is door [benadeelde 3] aangifte gedaan van de diefstal van een paar Louboutin schoenen. Aangever heeft verklaard dat hij de schoenen via marktplaats aangeboden had en vervolgens via Whatsapp contact kreeg met een persoon met telefoonnummer [telefoonnummer] . Op het Centraal Station van Tiel heeft aangever vervolgens met deze persoon afgesproken. Toen de koper de tas met schoenen in zijn hand had is hij zonder te betalen met de schoenen op zijn scooter weggereden.3

Het telefoonnummer [telefoonnummer] bleek na een onderzoek in de ter beschikking staande politiesystemen in gebruik te zijn bij [verdachte] (geboren op [geboortedatum] 1997 te Tiel en wonende aan het [adres] te [woonplaats] ). Verdachte heeft het betreffende telefoonnummer tijdens een verhoor op 28 augustus 2017 opgegeven (onder proces-verbaalnummer [nummer 1] , inzake parketnummer 05/185702-17).4

Verdachte heeft ontkend dat hij zich als koper van de schoenen heeft voorgedaan. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij zijn telefoon gedurende 2,5 week kwijt was. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn telefoon ongeveer twee maanden kwijt was. Over het terugkrijgen van zijn telefoon heeft verdachte bij de politie het volgende verklaard. Een vriend van verdachte werd geappt door iemand met verdachtes telefoonnummer met de vraag of hij een Louis Vuitton tas te koop had. De vriend herkende verdachtes nummer en wist dat verdachte zijn telefoon kwijt was. Hij en zijn vriend hebben vervolgens met de appende persoon in Nijmegen afgesproken voor de verkoop van de tas. Daar aangekomen heeft verdachte de jongen gevraagd of hij ook telefoons verkocht. Hierop liet de jongen verdachtes telefoon zien. Verdachte heeft toen de jongen bij zijn kraag gepakt en hem verteld dat dit zijn telefoon was. Vervolgens heeft verdachte de jongen op de grond gegooid en zijn telefoon gepakt. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat een vriend van hem, [naam 2] (fonetisch), met verdachtes nummer werd geappt en dat deze vriend met die persoon heeft afgesproken. Op de afgesproken plaats zou zijn vriend de persoon gezegd hebben dat hij beter die telefoon terug kon geven, omdat er anders grote problemen kwamen. Verdachte heeft zijn telefoon vervolgens van zijn vriend teruggekregen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte op twee punten met betrekking tot zijn telefoonnummer verschillend heeft verklaard. Zijn verklaringen over de periode dat hij zijn telefoon kwijt was en over hoe hij zijn telefoon heeft teruggekregen komen niet overeen. Op basis hiervan acht de rechtbank verdachtes verklaring – dat zijn telefoonnummer door een ander is gebruikt ten tijde van het ten laste gelegde – ongeloofwaardig. Het door de verdediging naar voren gebrachte alternatieve scenario wordt daarmee verworpen.

De rechtbank overweegt voorts dat het door aangever [benadeelde 3] opgegeven signalement van de dader overeenkomt met het uiterlijk van verdachte. Gelet hierop en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal van de schoenen heeft gepleegd.

Feiten 1 en 5:

(feit 5)

Verdachte is op 31 oktober 2017 op heterdaad aangehouden in restaurant Lekke Lekke te Tiel wegens verdenking van het uitgeven van een vervalst bankbiljet van € 50,00.5 Na onderzoek bleek het onder verdachte aangetroffen en inbeslaggenomen bankbiljet, met serienummer [nummer 3] , vals te zijn.6

(feit 1)

De eigenaar ( [aangever 3] ) van cafetaria Subway in Tiel heeft aangifte gedaan tegen een persoon die bij zijn medewerkster [naam 3] op 24 oktober 2017 omstreeks 14.21 uur met een vals bankbiljet van € 50,00 heeft betaald. Volgens aangever heeft een getinte jongeman een aantal koekjes en een flesje Pepsi Cola afgerekend met een bankbiljet van € 50,00. Dit betrof het eerste biljet van € 50,00 dat de medewerkster die dag in ontvangst nam. In de kassalade bevonden zich nog geen andere biljetten van € 50,00. Bij een controle van de kassalade anderhalf uur later zag aangever dat het onderste – en daarmee het eerst ontvangen – biljet van € 50,00 nep was.7 Na onderzoek door de politie bleek dat het onder aangever [aangever 3] in beslaggenomen bankbiljet, met serienummer [nummer 3] , vals was.8

Aangever heeft de camerabeelden – van de persoon die met het eerste (valse) bankbiljet heeft betaald – aan zijn personeel laten zien. Twee (onbekende) personeelsleden van de Subway hebben deze persoon herkend als ‘ [verdachte] ’.9 Ook verbalisant [verbalisant 1] heeft de persoon op de screenshot van de camerabeelden (dossierpagina 19) herkend als verdachte.10

Verdachte heeft verklaard dat hij bij de Subway voor een vriend twee koekjes en een flesje Pepsi heeft gekocht11, maar dat hij heeft afgerekend met een biljet van € 20,00. De rechtbank heeft geen reden om aan de verklaring van aangever – dat is betaald met een biljet van € 50,00 – te twijfelen, omdat aangever er geen belang bij heeft om onjuist te verklaren. Verdachte heeft dit wel, omdat is gebleken dat het biljet van € 50,00 vals was.

De rechtbank stelt vast dat het bij verdachte op 31 oktober 2017 aangetroffen valse bankbiljet van € 50,00 hetzelfde serienummer ( [nummer 3] ) heeft als het op 24 oktober 2017 in de Subway uitgegeven valse bankbiljet van € 50,00. Het serienummer duidt erop dat deze bankbiljetten van dezelfde druk en van dezelfde aankoop komen.

De rechtbank zal gelet op het vorenstaande de verklaring van verdachte ter zijde schuiven en acht bewezen dat verdachte in de Subway met een vals biljet van € 50,00 heeft betaald.

Opzet feit 1 en 5

Ten aanzien van het op 31 oktober 2017 bij verdachte aangetroffen valse bankbiljet heeft verdachte verklaard dat hij in een club in Arnhem een briefje van € 100,00 heeft gewisseld voor twee briefjes van € 50,00 met iemand die naast een gokautomaat stond en dat hij niet wist dat er een vals biljet bij zat.

Deze verklaring is op geen enkele wijze verifieerbaar en acht de rechtbank bovendien onaannemelijk. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte heeft verklaard dat hij geen inkomen en uitkering heeft. De rechtbank vindt het verder ongeloofwaardig dat hij (een) biljet(ten) van € 100,00 van familie of vrienden krijgt.

Uit een handmatig onderzoek in de telefoon van verdachte blijkt dat hij op Instagram recent heeft gezocht naar accounts over ‘nepgeld’ en ‘nepgeldtekoop’.12 Voorts blijkt uit whatsapp-gesprekken van 25 oktober 2017 met ‘ [naam 4] ’ dat geappt wordt over ‘nog drie stuks om te wisselen’, ‘dat eentje minder is en de rest goed’, ‘dat ze wel kunnen wisselen maar niet in Tiel’ en ‘Wil je Tiel uit voor € 150,-?’. Op 31 oktober 2017 appt [naam 4] verdachte met de vraag of hij nog wat heeft gewisseld. Hierop antwoordt verdachte: ‘nog niet’. Waarop [naam 4] reageert dat verdachte wel kan wisselen bij de Marokkaanse bus bij de moskee.13 Verdachte heeft over deze Whatsapp-gesprekken verklaard dat hij voor [naam 4] geld moest wisselen, omdat [naam 4] niet wilde dat mensen weten dat hij groot geld bij zich heeft.

Gelet op de zoekacties op Instagram naar ‘nepgeld’ en gelet op het bij verdachte aangetroffen valse bankbiljet van € 50,00 op 31 oktober 2017, acht de rechtbank ook deze verklaring van verdachte niet aannemelijk. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat er in de Whatsapp-gesprekken wordt gesproken over het wisselen van nep geld.

Gelet op het feit dat de valse biljetten van feit 1 en 5 hetzelfde serienummer hebben en in samenhang bezien met de zoekacties op Instagram naar (het kopen van) nep geld en de Whatsapp gesprekken over het wisselen van geld, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat de bankbiljetten vals waren.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldig is aan het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten, als waren deze echt en onvervalst.

Vrijspraak

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat hij de bankbiljetten zelf heeft nagemaakt of ten tijde van het ontvangen van deze biljetten wist dat deze vals waren. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde onder feit 1 en 5.

Feit 3:

Verdachte heeft na de diefstal van de portemonnee van aangever [benadeelde 2] het geld uit de portemonnee teruggegeven. Een van de teruggegeven bankbiljetten van € 50,00 bleek later vals. De rechtbank kan niet zonder twijfel vaststellen dat verdachte een onvervalst bankbiljet van € 50,00 van aangever heeft omgewisseld voor een vals bankbiljet van € 50,00. In het dossier bevinden zich geen stukken waaruit blijkt dat onder verdachte een (onvervalst) bankbiljet van € 50,00 is aangetroffen. Ook kan niet worden uitgesloten dat het valse briefje van € 50,00 reeds in het bezit van aangever [benadeelde 2] is geweest. Het serienummer van het valse bankbiljet, te weten [nummer 4] , komt bovendien niet overeen met het serienummer van de valse bankbiljetten van feit 1 en 5, te weten [nummer 3] .

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder feit 3 ten laste gelegde.

3 Bewezenverklaring

Ten aanzien van parketnummer 05/185702-17

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 3 augustus 2017 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] (e.v. [aangever 1] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 3 augustus 2017 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Ten aanzien van parketnummer 05/011997-18

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, subsidiair, feit 2, feit 4 en feit 5, subsidiair, tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Subsidiair

hij op of omstreeks 24 oktober 2017 te Tiel, opzettelijk een vals of vervalst bankbiljetten van 50 euro (bij de Subway) heeft uitgegeven;

2.

hij op of omstreeks 9 november 2017 te Tiel een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

hij op of omstreeks 1 oktober 2017 te Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een paar schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

Subsidiair

hij op of omstreeks 31 oktober 2017 te Tiel, opzettelijk een valse of vervalste bankbiljetten van 50 euro heeft uitgegeven.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/185702-17

Ten aanzien van feit 1:

diefstal;

Ten aanzien van feit 2:

diefstal.

Ten aanzien van parketnummer 05/011997-18

Ten aanzien van feit 1, subsidiair:

opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven;

Ten aanzien van feit 2:

diefstal;

Ten aanzien van feit 4:

diefstal;

Ten aanzien van feit 5, subsidiair:

opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten onder parketnummer 05/185702-17 en onder parketnummer 05/011997-18 zal worden veroordeeld tot het verrichten van 240 uren werkstraf, te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat bij een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten volstaan kan worden met een werkstraf en eventueel een voorwaardelijke gevangenisstaf. Verzocht is de werkstraf flink te matigen en niet voor het maximum te gaan.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 1 juni 2018.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan verschillende diefstallen, waarbij hij inbreuk maakt op het vertrouwen in de medemens en blijk geeft onvoldoende respect te tonen voor andermans eigendommen. Hij heeft daarbij uit puur financieel gewin gehandeld.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten

Het in circulatie brengen van vals geld is ontwrichtend voor de economie. Economisch gezien is het immers van groot belang dat erop kan worden vertrouwd dat aan bankbiljetten de daarop vermelde waarde kan worden toegekend. Het in omloop brengen van vals geld brengt niet alleen schade toe aan het vertrouwen in papiergeld en het monetaire verkeer, maar dupeert tevens de onwetende ontvanger van dit valse geld. De rechtbank neemt dit mee in het nadeel van verdachte.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Verdachte is na de tenlastegelegde feiten niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. Ook heeft hij sinds 27 februari 2018 werk als koerier. De rechtbank zal hiermee in het voordeel van verdachte rekening houden.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte een werkstraf voor de duur van 200 uur opleggen. Deze straf is lager dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank verdachte voor feit 3 heeft vrijgesproken. Daarnaast zal een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden worden opgelegd als stok achter de deur voor verdachte om geen strafbare feiten meer te plegen. De proeftijd zal worden vastgesteld op 2 jaren.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [aangever 3] , namens Subway te Tiel, heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 325,00. De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 216,38.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij Subway toe te wijzen tot het bedrag van € 50,00 en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] toe te wijzen tot het bedrag van € 150,00. Hij heeft voorts verzocht wettelijke rente toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen bij beide benadeelde partijen. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partijen Subway en [benadeelde 3] niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in de vorderingen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Subsidiair is de verdediging van mening dat het bedrag van € 50,- van de Subway kan worden toegewezen en het bedrag van € 150,- aan [benadeelde 3] . De gevorderde reiskosten door [benadeelde 3] zijn geen extra kosten en had hij in het geval dat de schoenen niet waren gestolen ook moeten betalen.

Beoordeling door de rechtbank

Vordering Subway

Het valse briefje van € 50,00 waarmee verdachte heeft betaald in de Subway te Tiel komt volgens de rechtbank voor vergoeding in aanmerking. Het gevorderde bedrag van € 275,00 voor de tijd die het gekost heeft om de camerabeelden te bekijken en uit te zoeken wie verantwoordelijk is, om naar het politiebureau te rijden en om aangifte te doen, is niet nader onderbouwd en daarom niet toewijsbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij Subway als gevolg van het onder feit 1 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 50,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 24 oktober 2017.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

Vordering [benadeelde 3]

heeft een bedrag van € 200,00 gevorderd voor de gestolen Louboutin schoenen. [benadeelde 3] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij met de koper een bedrag van € 150,00 voor de schoenen had afgesproken. De rechtbank is daarom van oordeel dat dit bedrag toewijsbaar is. Voorts is een bedrag van € 16,38 voor een treinretourtje gevorderd. Volgens de vordering zou het treinkaartje door de koper vergoed worden. Gelet op het feit dat ter zake geen stukken ter onderbouwing van die stelling zijn meegestuurd, zal de rechtbank dit bedrag niet toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [benadeelde 3] als gevolg van het onder feit 4 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 150,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 oktober 2017.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 310 en 213 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het in de dagvaarding met nummer 105/011997-18 onder 1, primair, 3 en 5, primair, tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een werkstraf gedurende 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering [en voorlopige hechtenis] is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

 bepaalt, dat deze gevangenisstraf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] namens Subway te Tiel

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 3] namens Subway te Tiel, van een bedrag van € 50,00 (vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [aangever 3] namens Subway te Tiel voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 3] namens Subway te Tiel, een bedrag te betalen van € 50,00 (vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 (één) dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3], van een bedrag van € 150,00 (honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] , een bedrag te betalen van € 150,00 (honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom drie dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. W.L.F. Prisse en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juli 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017378490, gesloten op 25 september 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018058587, gesloten op 7 februari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 3] , p. 5-6.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 oktober 2017, p. 8.

5 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 31 oktober 2017, p. 46.

6 Proces-verbaal Forensisch technisch onderzoek valse biljetten, p. 15; Kennisgeving van inbeslagname, p. 83.

7 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] /Subway d.d. 31 oktober 2017, p. 16-17.

8 Proces-verbaal Forensisch technisch onderzoek valse biljetten, p. 24; Kennisgeving van inbeslagname, p. 87.

9 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] /Subway d.d. 31 oktober 2017, p. 17 en 19.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2017, p. 22.

11 Proces-verbaal van verdachte d.d. 1 november 2017, p. 60.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2017, p. 30-31 en 33.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2017, p. 30-31 en 34-38.