Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3222

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-07-2018
Datum publicatie
19-07-2018
Zaaknummer
05/740491-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige, begaan tegen een kind dat hij opvoedde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740491-16

Datum uitspraak : 19 juli 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1961 te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats],

raadsvrouw: mr. M. Krabben-Tmin, advocaat te Rhenen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juli 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van de maand december 2014 tot en met de maand januari 2016 te Wageningen, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van de borsten van die [slachtoffer], en zijnde die [slachtoffer] een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 20-26;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juli 2018.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van de maand december 2014 tot en met de maand januari 2016 te Wageningen, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2], die toen de leeftijd

van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van de borsten van die [slachtoffer], en zijnde die [slachtoffer] een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 100 uren werkstraf, te vervangen door 50 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft een werkstraf geëist vanwege het tijdsverloop sinds de aangifte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de door de officier van justitie geëiste werkstraf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 29 mei 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 22 februari 2018;

Verdachte heeft twee maal de borsten betast van [slachtoffer], de dochter van zijn toenmalige vriendin. Dit heeft hij gedaan over haar kleren heen. Door deze ontuchtige handelingen heeft verdachte haar lichamelijke integriteit geschonden. Dit moet voor [slachtoffer] een hele nare ervaring zijn geweest, te meer nu zij zich juist veilig zou moeten voelen bij verdachte, omdat hij onderdeel uitmaakte van het gezin. Zij verbleef regelmatig bij haar moeder en verdachte en ze heeft zich door het handelen van verdachte onprettig gevoeld in haar eigen huis. Zo voelde zij zich niet meer vrij om vriendinnen bij haar te laten slapen en hield zij haar bh ‘s nachts aan.

Verdachte heeft grensoverschrijdend gehandeld en verdient hiervoor een straf. In verband met het tijdsverloop sinds de aangifte acht de rechtbank een gevangenisstraf niet langer passend, hoewel de ernst van de feiten dit op zichzelf zou rechtvaardigen. Ook houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat hij direct bij de korfbalvereniging is weggegaan waar het slachtoffer lid van was waar hij veel vrijwilligerswerk deed en dat de relatie tussen hem en de moeder van het slachtoffer is beëindigd. Verder houdt de rechtbank rekening met het advies van de reclassering, waarin staat vermeld dat het recidiverisico laag tot gemiddeld is en er momenteel geen signalen zijn dat verdachte begeleiding of behandeling nodig heeft. De rechtbank zal daarom, conform de eis van de officier van justitie, een werkstraf van 100 uren opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. G. Noordraven en

mr. R.G.J. Welbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juni 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016319722, gesloten op 19 december 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.