Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3216

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-07-2018
Datum publicatie
19-07-2018
Zaaknummer
05/720262-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelt 3 mannen voor hun rol bij een drugslab dat in augustus 2017 in Neede werd ontdekt. Er werd MDMA (werkzame stof in XTC) en metamfetamine geproduceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720262-17

Datum uitspraak : 19 juli 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem,

raadsman: mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
24 november 2017, 16 februari 2018, 10 april 2018 en 5 juli 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

A.
hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 12 augustus 2017 te Neede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd, althans opzettelijk heeft bereid, en/of bewerkt, en/of verwerkt, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad:
(een) hoeveelhe(i)d(en)van (een) stof(fen) bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine, te weten XTC en/of MDMA, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en/of


B.
hij en/of zijn medeverdachte(n) in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 12 augustus 2017 te Neede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten:
het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van (een) stof(fen) bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine, te weten XTC en/of MDMA, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine zijnde, (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen door toen en aldaar
- een of meer anderen trachten te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders

-één of meerdere schu(u)r(en) en/of garage('s) gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of;
-een vervoermiddel gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of
-chemicaliën waaronder BenzylmethylKeton (BMK), en/of PiperonylMethylKeton (PMK) en/of PMK methyl glycidaat en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) zwavelzuur (ongeveer 3120 liter) en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) zoutzuur (ongeveer 350 liter) en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) methanol (ongeveer 80 liter) en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) aceton (ongeveer 75 liter) en/of methalamine en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) mierenzuur (ongeveer ongeveer 60 liter) en/of één of meerdere zakken caustic soda (natriumhydroxide) (ongeveer 375 kilo) vervoerd en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of;
- een ventilatiekast met daaraan gekoppeld een mengketel en/of een mengketel met mengmechanisme en buitenmantel en/of een vacuümdestillatieopstelling met gasbrander met daarop een rondbodemkolf met daarop aangesloten een spiraalkoeler aangesloten op een vacuumpomp en een koelmachine en/of één of meerdere kolf(ven) en/of een kookketel en/of één of meerdere gasfles(sen) en/of een of meerdere grote glazen fles(sen) en/of één of meerdere gasafvoerbuis(zen) en/of één of meerdere volgelaatsmaskers en/of één of meerdere gelaatsmaskers en/of één of meerdere rondbodemkolf(ven) en/of één of meerdere vacuümpompen en/of één of meerdere rlenmeyer(s) en/of een zoutzuur gascilinder en/of een elektromotor met roerstang en/of andere apparatuur ten behoeve van de productie van synthetische drugs besteld en/of laten maken en/of gekocht en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder A en B ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er geen, althans een onvoldoende redelijk vermoeden van schuld aanwezig was om het betreffende pand aan de [adres 2] in Neede binnen te treden en te doorzoeken. Om die reden is er sprake van onrechtmatig binnentreden en een onrechtmatige doorzoeking en dient al het bewijsmateriaal dat als gevolg van het binnentreden en de doorzoeking is verkregen te worden uitgesloten van het bewijs. Dat leidt tot vrijspraak van de ten laste gelegde feiten.

Subsidiair heeft de verdediging vrijspraak bepleit van het onder A en B tenlastegelegde en daartoe aangevoerd dat de aangetroffen vloeistoffen en poeders op geen enkele wijze geschikt, dan wel bruikbaar waren voor de productie van verdovende middelen. Niet is onderzocht hoeveel procent van de grondstoffen voor de productie is aangetroffen ten opzichte van de totale hoeveelheid onderzochte vloeistoffen en poeders, wat de ouderdom van de grondstoffen is, welke andere producten of bestanddelen zich in de onderzochte vloeistoffen en poeders bevonden en wat het percentage daarvan was ten opzichte van de totale hoeveelheid.

Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] niet voor het bewijs kan worden gebruikt, nu de verdediging effectief, ondanks het verzoek daartoe, niet in de gelegenheid is geweest om hem te ondervragen. Zijn verklaring vindt geen, althans onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen.

Verdachte heeft verklaard dat de aangetroffen stoffen drugsafval zijn en dat hij wordt afgeperst en bedreigd.

Ten slotte heeft de verdediging aangevoerd dat er niets is geproduceerd. Uit de gesprekken in de Blackberry volgt enkel dat niets is gelukt.

Beoordeling door de rechtbank

Onrechtmatige doorzoeking?

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] in Neede onrechtmatig was.

Verbalisanten zijn op 29 juli 2017, naar aanleiding van een melding, op het adres [adres 2] in Neede geweest. Bij een schuur op het terrein roken zij een henneplucht en hoorden zij het geluid van een monotone zoem. Zij zagen dat in de schuur een zwarte flexibele slang achter een zeil naar de eerste etage voerde. Naar aanleiding van deze bevindingen zijn verbalisanten op 12 augustus 2017 opnieuw naar het adres gegaan. Buiten op het erf heeft verbalisant aan medeverdachte [medeverdachte 2] , die verklaarde de hoofdbewoner te zijn, de cautie medegedeeld en gevraagd of hij illegale dingen in zijn schuur had. [medeverdachte 2] verklaarde dat hij de schuur verhuurde, dat hij er geen toegang toe had en niet wist wat er in de schuur zat. [medeverdachte 2] zei dat hij absoluut geen sleutel had maar dat hij toestemming gaf om de deur van de schuur te forceren. Daarop hebben verbalisanten de schuurdeur geforceerd en zijn zij daar binnengetreden. In de schuur ontstond bij verbalisanten vervolgens het vermoeden dat zij zich in een drugslaboratorium bevonden, waarop is overgegaan tot de doorzoeking van het pand en andere opstallen op het erf.

Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de doorzoeking in het pand (schuren en woning) rechtmatig was. Dat niet daadwerkelijk een hennepkwekerij is aangetroffen doet hieraan niet af. Hetgeen de verdediging overigens heeft aangevoerd, is speculatief en vindt geen steun in het dossier. Gelet op voorstaande oordeel hoeft de vraag wiens belang zou zijn geschonden wanneer de doorzoeking wel onrechtmatig zou zijn geweest geen bespreking. Er is dus geen reden voor bewijsuitsluiting.

Algemene overwegingen

Op 12 augustus 2017 hebben verbalisanten in een schuur op het perceel aan de [adres 2] in Neede een situatie aangetroffen die bij hen het sterke vermoeden deed ontstaan dat zij zich in een drugslaboratorium bevonden. Zij hebben onder meer een gasfles, die aangesloten was op een grote glazen fles, meerdere vaten met chemicaliën en dikke gasafvoerbuizen aangetroffen.2 Vervolgens heeft er op 13 augustus 2017 een doorzoeking plaatsgevonden in de woning en de schuren op het perceel. Daarbij werd onder meer een groot aantal jerrycans gevuld met (grote hoeveelheden) onder meer zoutzuur, mierenzuur, zwavelzuur en methanol aangetroffen. Verder werden aangetroffen grote hoeveelheden zakken met caustic soda. Tevens werd een vacuümdestillatieopstelling aangetroffen, bestaande uit een gasbrander die middels een gasslang was aangesloten op een propaan gasfles, met daarop een glazen rondbodemkolf gevuld met een donkerbruine, stroperige, zure vloeistof.3

Op basis van de grote hoeveelheden aangetroffen chemicaliën en productiemiddelen heeft de groep Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) gesteld dat op voormelde locatie vermoedelijk op grote schaal synthetische drugs werden vervaardigd, dan wel bewerkt. In de loods met open overkapping zijn in tonnen aangetroffen 13 zakken met resten van wit poeder PMK, totaal 325 kilogram verwerkt in PMK. Met de hoeveelheid in de loods aangetroffen stof, PMK, zouden ongeveer 1.192.800 XTC-tabletten kunnen worden vervaardigd. De drugs werden volgens het LFO geproduceerd door de vervaardiging van een precursor (BMK en/of PMK) uit een pre-precursor met behulp van een sterk zuur, waarna deze ter plaatse werd geneutraliseerd met caustic soda en gezuiverd middels de aanwezige vacuümdestillatieopstelling.4 Monsters van de aangetroffen stoffen zijn onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Door het NFI is aangetoond dat een deel van de monsters MDMA en metamfetamine bevat. Tevens is aangetoond dat een deel van de monsters BMK, PMK en methylamine bevat. PMK is een grondstof voor onder meer MDMA en BMK is een grondstof voor amfetamine of metamfetamine. In relatie tot synthetische drugs is methylamine in methanol een grondstof voor de vervaardiging van MDMA, uit PMK, of metamfetamine, uit BMK, met een reductieve aminering (de zogeheten ‘koude methode’).5

Door de verdediging is gesteld dat uit de processen-verbaal van bevindingen van het LFO en het rapport van het NFI niet kan worden opgemaakt dat de aangetroffen stoffen geschikt, dan wel bruikbaar waren voor de productie van synthetische drugs.

Naar het oordeel van de rechtbank miskent de verdediging met dit betoog dat uit de conclusies van het NFI volgt dat in verschillende op het terrein aangetroffen vloeistoffen wel degelijk synthetische drugs zijn aangetroffen, namelijk MDMA en metamfetamine. Daarmee staat vast dat een bewerkingsproces heeft plaatsgevonden nu zowel MDMA als metamfetamine niet kunnen worden gekwalificeerd als een grondstof.

Het verweer van [verdachte] dat de aangetroffen stoffen enkel afval zijn, is gezien het vorenstaande niet aannemelijk en verder niet relevant gelet op het feit dat verbalisanten een opstelling hebben aangetroffen die volgens de bevindingen van het LFO en de conclusie van het NFI geschikt is gebleken tot het produceren van synthetische drugs.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat op het perceel aan de [adres 2] in Neede een drugslaboratorium was gevestigd, waar synthetische drugs werden geproduceerd. Hetgeen door de verdediging overigens is aangevoerd, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen en behoeft in het kader van de bewezenverklaring van het tenlastegelegde geen verdere bespreking.

Verdachten [verdachte] & [medeverdachte 2]

De verdediging heeft verder aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs dat [verdachte] betrokken was bij het drugslaboratorium, omdat de verdediging, ondanks het verzoek daartoe, effectief niet in de gelegenheid is geweest om [medeverdachte 1] te ondervragen. De rechtbank volgt dit betoog niet. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de verklaringen van [medeverdachte 1] worden gebruikt voor de bewezenverklaring, omdat zijn verklaring niet het enige of beslissende bewijsmiddel is voor de bewezenverklaring, zoals uit het hierna volgende zal blijken.

Medeverdachte [medeverdachte 2] is per 8 maart 2017 de (mede)huurder van het perceel aan de [adres 2] in Neede (hierna: het perceel).6

Op 12 augustus 2017 rond 20.00 uur werd een witte Fiat bestelauto met kenteken [kenteken 1] op het perceel geparkeerd, met als bestuurder een blanke man van ongeveer vijftig jaar oud, met opvallend wit, lang haar en dezelfde kleur baard. Nadat hij de auto had geparkeerd, is de man uitgestapt en weggelopen. [medeverdachte 2] heeft tegenover de politie verklaard dat de man van de witte Fiat de man is die bij de drugs hoort. Diezelfde avond werd op het busstation in Borculo een man aangetroffen die voldeed aan voormeld signalement. Die man was in het bezit van een autosleutel die op de witte Fiat paste. De man bleek verdachte [verdachte] te zijn.7 Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de man is die de witte Fiat bestuurde toen de politie die dag ter plaatse was.

In de witte Fiat zijn onder meer jerrycans met BMK en mierenzuur aangetroffen.8 Tevens is er in de auto een mobiele telefoon van het merk Acer Liquid Zest aangetroffen. De telefoon is onderzocht. Er bleek met deze telefoon meerdere malen te zijn gezocht naar sites die te maken hebben met ‘chemistries, laboratorium’, zoals ‘vacuumbrand’, ‘membrane pump’, ‘hcl gas koppeling’, ‘gasfles’, ‘md 8 traps’, ‘neodmium magnet alternator’, ‘natrium hydroxide’, ‘ketamine’, ‘electromotoren’, ‘hypophosphoric acid’, ‘jodium’, ‘fentanyl’, ‘econine’. Ook bleken diverse sites te zijn bezocht die te maken hebben met laboratoriums en ‘chemistry’.9 In de fouillering van [verdachte] werd een agenda aangetroffen waarin een formule stond geschreven die wordt gebruikt om een chemische reactie tot stand te brengen die voor een synthese en een ontleding zorgt. De term ‘HOT ICE’ die in de agenda staat, wordt in de drugsscene gebruikt voor de drugs chrystal meth/methamfetamine.10

Er is DNA-onderzoek gedaan naar op het perceel aangetroffen latex handschoenen en gelaatsmaskers.

Van de bemonstering van de latex handschoen, die werd aangetroffen in de stal nabij het productievat, werd een DNA-mengprofiel verkregen waarvan het hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] met een bijzonder hoge zeldzaamheidswaarde (matchkans hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard).

Van de bemonstering van het gelaatsmasker, dat werd aangetroffen in de stal, werd een DNA-mengprofiel verkregen waarbij [medeverdachte 2] als mogelijke donor is aangemerkt.

Van de bemonstering van het gelaatsmasker, aangetroffen in de keuken, werd een DNA-mengprofiel verkregen, waarbij [verdachte] als mogelijke donor is aangemerkt. Van de bemonstering van de latex handschoenen, aangetroffen in de keuken, werd een DNA-profiel verkregen dat matcht met het DNA-profiel van [verdachte] met een bijzonder hoge zeldzaamheidswaarde (matchkans hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard).11

Gelet op deze bevindingen op grond van DNA-onderzoek, het feit dat [medeverdachte 2] huurder was van het perceel en [verdachte] aldaar is aangetroffen, stelt de rechtbank vast dat zij de donoren zijn van het celmateriaal in de bemonsterde handschoenen en maskers en dat zij deze goederen in gebruik hebben gehad. Het gaat bovendien, gezien het aangetroffen drugslaboratorium, om delictgerelateerde goederen.

In de middenconsole van de op het perceel geparkeerde auto Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2] werd een Blackberry met Imeinummer [nummer] aangetroffen.12 In hetzelfde voertuig zijn meerdere goederen aangetroffen waarvan [medeverdachte 2] heeft verklaard dat ze zijn eigendom betreffen.13 De gebruiker van de telefoon heeft zich in verschillende gesprekken van het alias ‘stratenmaker’ bediend. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij stratenmaker van beroep was.14 Verder heeft deze ‘stratenmaker’ in één van de uitgelezen gesprekken, op 22 juni 2017, aangegeven dat hij op de bruiloft van zijn moeder is. Uit de Gemeentelijke Basisadministratie is gebleken dat de biologische moeder van [medeverdachte 2] op 22 juni 2017 is getrouwd. Daarnaast heeft ‘stratenmaker’ in een uitgelezen chatbericht verklaard dat hij eerst [naam 1] moet wegbrengen. Verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben een relatie gehad en [medeverdachte 3] heeft een kind met de voornaam [naam 1] .15 Ter zitting heeft [medeverdachte 2] nog verklaard dat hij de week voorafgaand aan de inval met de Volkswagen Golf met vakantie is geweest en dat de Blackberry gedurende die periode in de auto heeft gelegen. Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] de gebruiker van de Blackberry was en zich daarbij bediende van de gebruikersnaam ‘stratenmaker’.

In de gesprekken uit de Blackberry wordt gesproken over ‘opa’. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ‘opa’ de man met de lange grijze haren en grijze baard, een Belg, is. Hij heeft [verdachte] op een foto herkend als ‘opa’.16

Uit de hierna weergegeven gesprekken uit de Blackberry leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] en [verdachte] , samen met anderen, nauw en bewust hebben samengewerkt bij de productie van synthetische drugs.

Op 17 juni 2017 vraagt ‘stratenmaker’ ( [medeverdachte 2] ) aan ‘mindsword’ waar hij branders kan krijgen. In een later bericht die dag zegt hij dat hij de branders gehaald heeft en dat ‘opa’ is gearriveerd en dat de spullen er ook zijn.17 Op 19 juni 2017 zegt ‘stratenmaker’ tegen ‘mindsword’ dat hij nog zwavel, methanol en aceton nodig heeft en vraagt waar hij dat in de buurt kan verkrijgen.18 Later die dag vraagt ‘stratenmaker’ aan ‘Patron’ wie de vorige keer de (lege) jerrycans heeft opgehaald, omdat men handschoenen had aangetrokken bij het ophalen van die jerrycans en dat dit bij de mevrouw van het bedrijf argwaan heeft gewekt. Daarbij merkt ‘stratenmaker’ op dat er ‘gelukkig geen link naar de voorgaande keren kon worden gelegd’.19 Op 20 juni 2017 zegt ‘stratenmaker’ tegen ‘Patron’ dat hij maar tegen [naam 2] en [naam 3] moet zeggen dat ze vanavond wel verder gaan, omdat er te veel volk op straat is. ‘Patron’ antwoordt ‘ok’ en dat vandaag de methanol en aceton binnen is en vraagt hoe het gisteren was gegaan. ‘Stratenmaker’ antwoordt dat het lekker ging en dat als die grote ketel zo leeg is, die grote ketel moet worden nagekeken en gerepareerd.20 Op 20 juni 2017 zegt ‘mindsword’ tegen ‘stratenmaker’ dat ‘opa’ zo al wilde komen, omdat er genoeg te doen is en dat er vanavond pas weer wordt gekookt. ‘Stratenmaker’ zegt dat de aceton en methanol er nog niet zijn en dat ‘opa’ mag komen om zelf te bepalen wat wijsheid is.21 Op 21 juni 2018 vraagt ‘Patron’ aan ‘stratenmaker’ hoe ze het morgen gaan doen, waarbij hij even later meldt dat de ‘olieboer’ er is.22 Op 28 juni 2017 zegt ‘stratenmaker’ tegen ‘Patron’ dat de ketel weg is en dat ‘opa’ alles schoon en proper aan het maken is zonder sporen na te laten.23 Op 12 juli 2017 vraagt ‘stratenmaker’ aan ‘Patron’ of de onbekende persoon hem wil leren kristalliseren. ‘Patron’ antwoordt dat het niet alleen gaat om kristalliseren, maar ook ‘koud draaien’.24 De rechtbank overweegt dat dit laatste gesprek duidt op de toepassing van de ‘koude methode’.

Uit het voorgaande volgt dat [medeverdachte 2] de logistiek rond het drugslab regelde en dat [verdachte] degene was die zich met de feitelijke productie bezighield.

De nauwe en bewuste samenwerking tussen (onder meer) [medeverdachte 2] en [verdachte] volgt tevens uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] en [verdachte] beiden zeggenschap hadden over het drugslaboratorium en dat hij op verzoek van [medeverdachte 2] en [verdachte] heeft geholpen met het schoonmaken van de stallen. Ook heeft hij lege jerrycans opgehaald, waarvoor hij geld van [medeverdachte 2] had meegekregen. [verdachte] heeft hem jerrycans laten zien waarin olie en water zaten. Hij heeft uitgelegd hoe het zat met de scheiding van vloeistoffen en vertelde dat hij de enige was in Nederland die baby-ice kon maken, wat uiteindelijk methamfetamine moest worden.25

[verdachte] heeft geen (afdoende) aannemelijke verklaring afgelegd over een andere mogelijke toedracht en zijn betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten.

Op basis van wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachten [medeverdachte 2] van [verdachte] , samen met anderen, synthetische drugs hebben geproduceerd en tevens voorbereidingshandelingen hebben gepleegd voor die productie.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

A.
hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 12 augustus 2017 te Neede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd, althans opzettelijk heeft bereid, en/of bewerkt, en/of verwerkt, althans en opzettelijk aanwezig heeft gehad:
(een) hoeveelhe(i)d(en)van (een) stof(fen) bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine, te weten XTC en/of MDMA, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en/of


B.
hij en/of zijn medeverdachte(n) in of omstreeks de periode van 16 juni 2017 tot en met 12 augustus 2017 te Neede, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten:
het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van (een) stof(fen) bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine, te weten XTC en/of MDMA, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of metamfetamine en/of amfetamine zijnde, (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen door toen en aldaar
- een of meer anderen trachten te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders

-één of meerdere schu(u)r(en) en/of garage('s) gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of;
-een vervoermiddel gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of
-chemicaliën waaronder BenzylmethylKeton (BMK), en/of PiperonylMethylKeton (PMK) en/of PMK methyl glycidaat en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) zwavelzuur (ongeveer 3120 liter) en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) zoutzuur (ongeveer 350 liter) en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) methanol (ongeveer 80 liter) en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) aceton (ongeveer 75 liter) en/of methalamine en/of een (grote) hoeveelhe(i)d(en) mierenzuur (ongeveer ongeveer 60 liter) en/of één of meerdere zakken caustic soda (natriumhydroxide) (ongeveer 375 kilo) vervoerd en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of;
- een ventilatiekast met daaraan gekoppeld een mengketel en/of een mengketel met mengmechanisme en buitenmantel en/of een vacuümdestillatieopstelling met gasbrander met daarop een rondbodemkolf met daarop aangesloten een spiraalkoeler aangesloten op een vacuümpomp en een koelmachine en/of één of meerdere kolf(ven) en/of een kookketel en/of één of meerdere gasfles(sen) en/of een of meerdere grote glazen fles(sen) en/of één of meerdere gasafvoerbuis(zen) en/of één of meerdere volgelaatsmaskers en/of één of meerdere gelaatsmaskers en/of één of meerdere rondbodemkolf(ven) en/of één of meerdere vacuümpompen en/of één of meerdere erlenmeyer(s) en/of een zoutzuur gascilinder en/of een elektromotor met roerstang en/of andere apparatuur ten behoeve van de productie van synthetische drugs besteld en/of laten maken en/of gekocht en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad.

Voor zover er in de bewezenverklaring kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Onder A:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder D, van de Opiumwet gegeven verbod;

en

Onder B:

Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door:

- een ander te trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen;

- een ander te trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen of gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder A en B tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 25.000,--, te vervangen door 160 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 23 mei 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 11 december 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting het navolgende in het bijzonder in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft met anderen op een boerenperceel een drugslaboratorium gevestigd. In dat drugslab heeft verdachte, samen met anderen, synthetische drugs geproduceerd. In de woning en de schuren op het perceel zijn grote hoeveelheden chemicaliën en productiemiddelen aangetroffen die kenmerkend zijn voor het produceren van synthetische drugs middels de ‘koude methode’. Daarnaast heeft verdachte diverse strafbare voorbereidingshandelingen gepleegd, waaronder het voorhanden hebben en vervoeren van voor de productie van synthetische drugs benodigde chemicaliën.

Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van synthetische drugs, zoals MDMA (XTC) en metamfetamine, grote gezondheidsrisico’s meebrengt voor de gebruikers daarvan. Door de productie van synthetische drugs wordt de volksgezondheid dan ook ernstig bedreigd. De productie brengt ook nadelige gevolgen met zich voor het milieu, aangezien men zich niet legaal kan ontdoen van het chemische afval waardoor het afval wordt gedumpt. Daarnaast wordt met synthetische drugs snel en grof geld verdiend en wordt geweld in het drugscircuit niet geschuwd. Van belang is tevens dat behaalde drugswinsten leiden tot ontwrichting van bestaande economische, sociale en bestuurlijke structuren. Al met al ondervindt de samenleving als geheel overlast van dit soort feiten.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij kennelijk slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen heeft gehad en daarbij geen acht heeft geslagen op de hierboven beschreven negatieve gevolgen. Verdachte heeft bovendien geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

Op de gepleegde strafbare feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van lange duur. De oplegging van een dergelijke straf is ook noodzakelijk om een voldoende afschrikwekkend effect te bewerkstelligen en recidive te voorkomen. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf is daarvoor passend. De rechtbank zal geen geldboete opleggen naast de gevangenisstraf, maar volstaan met oplegging van een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van het voorarrest.

Beslag

Op een geldbedrag dat bij verdachte in zijn fouillering is aangetroffen is zowel klassiek als conservatoir beslag gelegd. Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet en onvoldoende is komen vast te staan dat het inbeslaggenomen geldbedrag afkomstig is uit drugshandel, zal ten aanzien van het klassiek beslag de teruggave worden gelast van het na te melden geldbedrag aan de veroordeelde. Deze beslissing heeft geen gevolgen voor het conservatoir beslag op datzelfde geldbedrag.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van het klassiek in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag aan veroordeelde, te weten: € 1.182,70.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. C.J.M. van Apeldoorn en
mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juli 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017329009, gesloten op 6 november 2017, het door [verbalisant 1] opgemaakte aanvullend proces-verbaal, gesloten op 20 november 2017, het door [verbalisant 1] opgemaakte tweede aanvullend proces-verbaal, gesloten op 14 december 2017 en het door [verbalisant 2] opgemaakte derde aanvullend proces-verbaal, gesloten op 10 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 12, p. 78.

3 Het proces-verbaal, nummer 37, p. 535 en bijlage 1, p. 537-544.

4 Het proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, p. 654-655.

5 Het NFI-rapport van 12 oktober 2017, p. 687-690.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 763 en de huurovereenkomst, p. 766-767.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 12, p. 78-80 en het proces-verbaal van bevindingen, nummer 8, p. 89-90.

8 Het proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, p. 655.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 92, p. 862-863.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 121, p. 829-830.

11 Het proces-verbaal, nummer 135, p. 5.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 21.

13 Het proces-verbaal, nummer 112, p. 159.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] in het kader van de vordering tot inbewaringstelling, p. 108.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 22

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 422 en p. 450.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 24 en bijlage 6, chatgesprek 5, p. 81-104.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 24 en bijlage 10, chatgesprek 9, p. 155.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 25 en bijlage 11, chatgesprek 10, p. 174-178.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 25 en bijlage 12, chatgesprek 11, p. 190-195.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 26 en bijlage 13, chatgesprek 12, p. 299-300.

22 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 26 en bijlage 14, chatgesprek 13, p. 319-320.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 27 en bijlage 22, chatgesprek 22, p. 432.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 145, p. 28 en bijlage 30, chatgesprek 30, p. 493-496.

25 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 422-424.