Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3088

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
05/720114-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeelt tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor een overval op een 16-jarige pizzakoerier op klaarlichte dag op het Keizer Karelplein in Nijmegen, een woninginbraak en een winkeldiefstal bij het Kruidvat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720114-18, 05/740280-18, 05/047768-18 en 05/047916-18

Datum uitspraak : 10 juli 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , ingeschreven te [adres 1]

thans gedetineerd te PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo

raadsvrouw: mr. N.M.E. Verpaalen, advocaat te Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer: 05/720114-18

hij op of omstreeks 16 maart 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, op de openbare weg, te weten aan het Keizer Karelplein, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op, aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of

- daarbij die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: 'Ik ga je overvallen.' en/of ' Ik

heb een pistool in mijn zak, dus ga niet schreeuwen.' en/of 'Ik wil je portemonnee.' en/of 'Lieg niet, lieg niet. Nu je portemonnee.' en/of 'Dan wil ik je telefoon. Geef me je telefoon, geef hem

nu.', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 16 maart 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, op de openbare weg, te weten aan het Keizer Karelplein, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, weg te nemen een portemonnee en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgegaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op, aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of

- daarbij die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: 'Ik ga je overvallen.' en/of ' Ik heb een pistool in mijn zak, dus ga niet schreeuwen.' en/of 'Ik wil je portemonnee.' en/of 'Lieg niet, lieg niet. Nu je portemonnee.' en/of 'Dan wil ik je telefoon. Geef me je telefoon, geef hem

nu.', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer: 05/740280-18

hij op of omstreeks 20 mei 2018 te Roermond, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , weg te nemen, goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer: 05/047768-18

1.

hij op of omstreeks 10 maart 2018 te Breda in uit een woning gelegen aan de Wilderen 346, een laptop (HP) en/of een portemonnee met inhoud en/of een autosleutel, in elk geval enig goed, dat

geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 10 maart 2018 te Breda een personenauto (Volkswagen Golf), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in op of omstreeks de periode van 10 maart 2018 tot en met 11 maart 2018 te Breda, een goed te weten een (personen)auto (Volkswagen Golf) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit

goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Parketnummer: 05/047916-18

hij op of omstreeks 11 maart 2018 te Tilburg, een of meerdere potjes vitamine en/of smintjes, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Kruidvat,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

1a. De geldigheid van de dagvaarding

Parketnummer 05/740280-18

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, aangezien de uitvoeringshandelingen ontbreken en de tenlastelegging aldus onvoldoende feitelijk is.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft met betrekking tot de zaak met parketnummer 05/720114-18 gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, te weten de afpersing. De officier van justitie heeft verder gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder parketnummer 05/047916-18 en aan het onder 1 en 2 tenlastegelegde onder parketnummer 05/047768-18. Met betrekking tot het tenlastegelegde onder parketnummer 05/740280-18, de poging woninginbraak in Roermond, heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

In het door haar ter zitting overgelegde en voorgedragen schriftelijk requisitoir heeft zij de door haar gebezigde bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich met betrekking tot de zaak met parketnummer 05/720114-18 op het standpunt gesteld dat er weliswaar wettig bewijs aanwezig is, maar dat de verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit wegens het ontbreken van enig overtuigend bewijs. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat dit feit een ‘beleving’ van aangever is geweest en dat verdachte enkel op een wellicht licht intimiderende wijze om geld heeft gebedeld.

De raadsvrouw is met de officier van justitie van mening dat verdachte van het tenlastegelegde onder parketnummer 05/740280-18 moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de zaken met parketnummer 05/47768-18 en 05/047916-18 heeft de raadsvrouw zich verder op het standpunt gesteld dat deze feiten, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/720114-18 1

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen.

Aangever [slachtoffer 1] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij op 16 maart 2018 werkzaam was voor Domino’s Pizza in Nijmegen. Hij stond op een gegeven moment ter hoogte van de ABN AMRO Bank aan het Keizer Karelplein toen hij een man op hem af zag komen. Hij zag dat de man tegen hem aan ging staan en dat hij aangever daarmee aanraakte. Hij hoorde de man vervolgens zeggen “ Ik heb slecht nieuws voor je. Ik ga je overvallen.” Ook hoorde hij hem zeggen: “ Ik heb een pistool in mijn zak, dus ga niet schreeuwen.” Hierbij ging hij met zijn rechterhand naar zijn jaszak. Aangever zag daarbij in de jaszak van de man het uiteinde van een handvat van een pistool. De man vroeg vervolgens naar de portemonnee van aangever. Op het moment dat aangever zei dat hij maar 3 euro in zijn portemonnee had zei de man dat hij niet moest liegen en dat hij zijn portemonnee moest afgeven. De man pakte vervolgens de portemonnee, keek erin en vroeg waar de cash was. Aangever zei dat hij niet meer dan 10 euro meekreeg van zijn baas en dat hij net had getankt. De man zei vervolgens “ Dat lieg je, je hebt net een pizza bezorgd.” Aangever zei toen nee, kijk maar in de bak. Verdachte vroeg vervolgens nogmaals om zijn telefoon en zei: “Geef me je telefoon en wel nu.” Aangever herhaalde dit nogmaals en haalde daarbij de pistool iets uit zijn zak. Het pistool was zwart van kleur. De man begon hem ook af te tasten, op zoek naar de telefoon. Toen de man niets kon vinden wilde hij in de bezorgbak kijken. De man zei nog dat aangever rustig aan moest doen, gaf hem een ‘boks’ en is weggelopen.2

In een aanvullende verklaring van aangever heeft hij naar aanleiding van camerabeelden van de ABN AMRO Bank nog verklaard dat hij om 13:28:32 uur voor het eerst het wapen van de man zag. Dat was het moment dat de man een pistool iets uit zijn rechterzak haalde. Aangever kon dit checken aan de hand van het dienstwapen dat hem getoond was bij het opnemen van de aangifte. De man haalde het pistool voor het grootste gedeelte uit zijn rechterjaszak en het wapen zag er voor het gevoel van aangever echt uit. Om 13:29:34 uur wilde aangever eigenlijk wegrijden, maar de man zei dat hij geen herrie moest maken en af moest stappen. Om 13:30:13 uur zei de man nog: “geen politie bellen, rustig aan maatje.”3

In het proces-verbaal van bevindingen inzake het uitlezen van de camerabeelden van de ABN AMRO Bank staat onder meer, zakelijk weergeven, dat te zien is dat verdachte om 13:28:16 uur aan komt lopen in de richting van aangever, dat hij daarbij zijn hand in zijn rechterzak heeft en dat hij vlak naast aangever gaat staan. Om 13:29:42 uur is te zien dat aangever van zijn bromfiets afstapt en dat hij naast zijn bromfiets gaat staan. Om 13:29:49 uur is te zien dat aangever de bak openmaakt waar de pizza’s in zitten. Te zien is dat verdachte meeloopt naar de achterzijde van de bromfiets. Dan is om 13:30:08 uur te zien dat aangever met verdachte naar de andere zijde van de bromfiets loopt en dat de verdachte daarbij ook weer zijn rechterhand in zijn rechterjaszak houdt.4

Getuige [getuige 1] heeft, zakelijk weergeven, verklaard dat hij twee mannen heeft zien praten voor de bank en dat hij daar geen fijn gevoel bij kreeg. Toen hij even later omkeek zag hij dat de ene man, een pizzakoerier, moest huilen.5

Getuige [getuige 2] heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij op een bepaald moment een man voorbij zag rennen waarvan het signalement overeenkwam met het signalement dat (later) door aangever werd gegeven.6

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten inzake de aanhouding van verdachte wordt, zakelijk weergegeven, gerelateerd dat als verbalisant [verbalisant] een man in een portiek ziet staan die aan het signalement voldoet, hij ziet dat de man een schrikbeweging maakt en dat de man tijdens zijn aanhouding zijn petje van zich afgooit.7

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten inzake de melding wordt, zakelijk weergegeven, gerelateerd dat aangever tegen de verbalisanten heeft verteld dat hij zojuist was overvallen en dat de dader daarbij steeds vroeg om zijn portemonnee en zijn telefoon. Daarbij pakte de dader volgens aangever een zwart gekleurd voorwerp uit zijn jaszak wat aangever herkende als een vuurwapen. Aangever hoorde verdachte hierbij zeggen: “ Laat me hem niet gebruiken, ik heb niets te verliezen.”8

Verdachte heeft bij de politie9 en ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, verklaard dat het klopt dat hij op 16 maart 2018 een pizzakoerier, zijnde aangever, heeft aangesproken voor de ABN AMRO Bank op het Keizer Karelplein in Arnhem. Verdachte heeft in dat gesprek op een licht intimiderende wijze gezegd dat hij geld nodig had. Verdachte heeft daarover nog verklaard dat hij zag dat aangever angstig was, dat hij daar een beetje misbruik van heeft gemaakt en dat hij daarop heeft ingespeeld. Aangever heeft hem toen geld gegeven. Verdachte heeft ook nog om een pizza gevraagd. Verdachte is vervolgens de hoek om gerend.

De rechtbank is op grond van bovenvermelde verklaringen van oordeel dat genoegzaam vast is komen te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de afpersing van aangever [slachtoffer 1] door hem, door bedreiging met geweld, te dwingen tot afgifte van een portemonnee met inhoud. Verdachte heeft een situatie in het leven geroepen waarin aangever zich bedreigd voelde doordat verdachte een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan aangever heeft getoond en hem dreigend de woorden heeft toegevoegd: “ Ik ga je overvallen. Ik heb een pistool in mijn zak, dus ga niet schreeuwen. Ik wil je portemonnee. Lieg niet. Nu je portemonnee. Dan wil ik je telefoon. Geef me je telefoon, geef hem nu.”

In aanvulling op voormelde opsomming van de bewijsmiddelen overweegt de rechtbank als volgt ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw dat weliswaar sprake is van wettig, maar niet van overtuigend bewijs. De rechtbank is – anders dan de raadsvrouw – van oordeel dat sprake is van zowel wettig als overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de afpersing van aangever [slachtoffer 1] . De rechtbank neemt ten aanzien van die overtuiging specifiek in overweging dat de verklaring van aangever zeer gedetailleerd en consistent is en (in grote lijnen) overeenkomt met hetgeen de camerabeelden van de ABN AMRO Bank laten zien. Dat op deze beelden niet alles te zien is, kan worden verklaard doordat op enig moment het zicht op verdachte werd ontnomen door een paal. Voorts neemt de rechtbank ten aanzien van de overtuiging in overweging dat verdachte zelf heeft verklaard dat hij behoorlijk dwingend was tegenover aangever en daarnaast dat de getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij een man met een pizzakoerier zag praten, dat hij het gevoel kreeg dat het geen fijn gesprek was en dat hij even later zag dat de pizzakoerier erg moest huilen op het moment dat de andere man wegliep. Op de beelden is ook te zien dat aangever, zoals hij zelf ook heeft verklaard, in elkaar zakte nadat verdachte weg ging. Voorts heeft aangever meteen 112 gebeld toen verdachte weg was. Tot slot hebben de verbalisanten die afkwamen op de melding nog verklaard dat ze voor de hoofdingang van de ABN AMRO Bank een pizzabezorger aantroffen die rood gekleurde wangen had en die aan het huilen was.

Parketnummer 05/047768-18 10

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] namens [slachtoffer 5] namens [slachtoffer 3] , p. 4-5;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2018.

Parketnummer 05/047916-18 11

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens Kruidvat, p. 3-4;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2018.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer: 05/720114-18

Primair

hij op of omstreeks 16 maart 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, op de openbare weg, te weten aan het Keizer Karelplein, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op, aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of

- daarbij die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: 'Ik ga je overvallen.' en/of ' Ik

heb een pistool in mijn zak, dus ga niet schreeuwen.' en/of 'Ik wil je portemonnee.' en/of 'Lieg niet, lieg niet. Nu je portemonnee.' en/of 'Dan wil ik je telefoon. Geef me je telefoon, geef hem

nu.', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Parketnummer: 05/047768-18

1.

hij op of omstreeks 10 maart 2018 te Breda in uit een woning gelegen aan de Wilderen 346, een laptop (HP) en/of een portemonnee met inhoud en/of een autosleutel, in elk geval enig goed, die

geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

2.

hij op of omstreeks 10 maart 2018 te Breda een personenauto (Volkswagen Golf), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Parketnummer: 05/047916-18

hij op of omstreeks 11 maart 2018 te Tilburg, een of meerdere potjes vitamine en/of smintjes, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten aan Kruidvat,

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/720114-18:

Afpersing, op de openbare weg;

Ten aanzien van parketnummer 05/047768-18:

Feit 1:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2:

Diefstal;

Ten aanzien van parketnummer 05/047916-18:

Diefstal.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest en in verzekering doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn vermeld in het reclasseringsrapport.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat, gelet op het feit dat de woninginbraak in Roermond naar haar mening en die van de officier van justitie niet bewezen kan worden, de persoonlijke situatie van verdachte op dit moment niet anders is dan ten tijde van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. De raadsvrouw voert daarover verder aan dat verdachte een tweede kans verdient en dat hij uiteindelijk over twee dagen weer terecht kan bij Exodus in Groningen waar hij eerder zat net voordat de schorsing werd opgeheven. Het privé belang van verdachte is zwaarwegend; hij wil graag behandeld en begeleid worden en ook de reclassering heeft opgemerkt dat het belangrijk is dat hij naar Exodus gaat. Het maatschappelijke belang is er ook; verdachte kan langdurig opgenomen worden bij Exodus in Groningen en kan daar een ander leven opbouwen. De raadsvrouw is van mening dat de eis van de officier van justitie te hoog is; het OM hanteert hogere straffen dan de richtlijnen van het LOVS. De raadsvrouw is dan ook van mening dat een straf gelijk aan het voorarrest meer dan voldoende is mede gelet op het feit dat verdachte naar haar mening moet worden vrijgesproken van de afpersing en de poging tot woninginbraak in Roermond. Al met al is het van groot belang dat verdachte zo snel mogelijk geplaatst wordt in Exodus, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 19 maart 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 1 juni 2018.

De rechtbank stelt vast dat verdachte aangever [slachtoffer 1] , op dat moment 16 jaar, onder bedreiging van een in elk geval op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gedwongen tot afgifte van zijn portemonnee met inhoud.

Een diefstal in het openbaar op straat onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp is een ernstig feit, dat schade veroorzaakt en niet alleen bij de benadeelde gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengt, maar ook bij de samenleving in het algemeen. Bovendien kunnen zij voor de direct betrokkenen bijzonder traumatiserend zijn, hetgeen tot langdurige psychische schade kan leiden.

De rechtbank neemt in dit geval mee dat het slachtoffer jeugdig en erg bang was. In de slachtofferverklaring is onder meer te lezen dat aangever direct na de overval erg moest huilen, helemaal in shock was en in elkaar zakte. De dagen erna heeft aangever nauwelijks geslapen en durfde hij niet naar school en naar zijn werk. Verdachte heeft zich aan dit alles weinig gelegen laten liggen. Hij heeft geen enkel oog gehad voor het slachtoffer en was slechts uit op financieel gewin om zodoende zijn directe financiële behoefte te bevredigen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak bij een ‘safehouse’ waar hij zelf een tijdje heeft gewoond en waarbij hij naast goederen en geld ook een autosleutel heeft weggenomen. Met deze autosleutel heeft hij zich de auto van een (oud) medebewoner wederrechtelijk toegeëigend. De volgende dag heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal bij twee verschillende filialen van het Kruitvat.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op het advies van de reclassering waaruit is gebleken dat verdachte bekend is met verslavingsproblematiek en hiervoor recentelijk (2017) een behandeling heeft gehad. Na deze periode is verdachte weer teruggevallen in gebruik. Verdachte is daarna een tijdje zwervende geweest, maar is op 18 mei 2018 bij Exodus in Groningen geplaatst in het kader van de schorsing van de preventieve hechtenis. Op het moment dat verdachte een paar dagen met verlof mocht is hij weer aangehouden door de politie op verdenking van een woninginbraak, waarop de schorsing weer is opgeheven De reclassering heeft geadviseerd om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden.

De rechtbank laat ten gunste van verdachte meewegen dat verdachte niet recentelijk wegens soortgelijke strafbare feiten met justitie in aanraking is geweest. Wat niet in het voordeel van verdachte meeweegt is dat hij de “eenvoudig te bewijzen” zaken toegeeft en zich probeert eruit te praten bij de mogelijk wat lastiger te bewijzen zaken. Dit geeft weinig hoop op verbetering, nu verbetering meestal begint bij erkenning van wat iemand fout heeft gedaan.

Verder heeft de rechtbank heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting.

Alles in aanmerking nemend kan de rechtbank zich vinden in de eis van de officier van justitie

en komt zij tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest en in verzekering doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn vermeld in het reclasseringsrapport. De rechtbank overweegt dat deze straf recht doet aan de ernst van de feiten en de overige omstandigheden van het geval.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/720114-18 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.992,83.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het gevorderde bedrag. De officier van justitie vordert daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, alsmede toewijzing van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk c.q. afgewezen dient te worden in verband met de door haar bepleitte vrijspraak. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat vastgesteld kan worden dat sprake is van materiële schade en dat deze toegewezen kan worden. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsvrouw opgemerkt dat deze afgewezen dient te worden aangezien deze schade op geen enkele wijze ondersteund wordt door de bewijsmiddelen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 792,83 schade heeft geleden, bestaande uit € 192,83 aan materiële schade en

€ 600,- aan immateriële schade, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Met betrekking tot immateriële schade maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De vordering dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2018.

De benadeelde [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/047768-18 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.737,50.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het gevorderde bedrag. De officier van justitie vordert daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, alsmede toewijzing van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voornoemd als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 1.537,50 materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Ten aanzien van de hoogte van de materiële schade overweegt de rechtbank als volgt. Rekening houdend met een afschrijvingspercentage van 20% zal de rechtbank het toe te kennen bedrag met betrekking tot de laptop vaststellen op een bedrag van € 780,00. Verder heeft de rechtbank ten aanzien van het huishoudgeld overwogen dat, nu uit de aangifte blijkt dat het om een bedrag van € 65,00 gaat, zij een bedrag van € 65,00 zal toekennen met betrekking tot deze post.

Voor het overige deel zal de rechtbank de vordering van [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk verklaren. Het resterende deel van de vordering zal bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

De vordering dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2018.

De rechtbank zal op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van de toe te wijzen bedragen ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart de dagvaarding met parketnummer 05/740280-18 nietig;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het

nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel

1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die

veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, voor

zover en zolang als dat door de Reclassering noodzakelijk wordt geacht;

 legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:

- zich zal melden bij de verslavingsreclassering te Groningen, te weten verslavingszorg Noord Nederland. Veroordeelde zal zich hier blijven melden, zo vaak en frequent als de reclassering dit noodzakelijk vindt. Veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen welke de reclassering hem geeft, ook indien dit inhoudt dat zij hem toestemming dienen te geven voor een verblijf in Roermond;

- zich laat behandelen door een instelling voor ambulante verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde wordt hier aangemeld indien de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde zal zich hier laten behandelen zoals als de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

- verblijft in Exodus Groningen of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dit nodig vindt. Veroordeelde houdt zich dan aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Veroordeelde zal via DV&O vanuit detentie naar Exodus te Groningen worden gebracht;

- zijn medewerking verleent aan controle op middelengebruik indien dit bij het beleid van Exodus of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang hoort, en/of op aanwijzingen van de reclassering.

 geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en

de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de

opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit onder parketnummer: 05/720114-18 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een totaalbedrag van € 792,83 (zevenhonderd twee en negentig euro en drie en tachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2018, steeds tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd, een bedrag te betalen van € 792,83

(zevenhonderd twee en negentig euro en drie en tachtig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2018, steeds tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 15 (vijftien) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit onder parketnummer: 05/740280-18 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een totaalbedrag van € 1.537,50 (vijftienhonderd zeven en dertig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2018, steeds tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.537,50 (vijftienhonderd zeven en dertig euro en vijftig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2018, steeds tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2018.

Mr. L.C.P. Goossens en mr.. M.F. Gielissen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2018114808, gesloten op 24 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pag. 16-17.

3 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] , ongenummerd.

4 Proces-verbaal van bevindingen inzake het uitlezen van de camerabeelden, pag. 67-71.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pag. 26.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pag. 24-25.

7 Proces-verbaal van bevindingen inzake de aanhouding, pag. 79-80.

8 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten inzake de melding, pag. 28.

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 94-95.

10 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Zeeland-West- Brabant, District De Baronie, DAP De Baronie, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2000-2018056049, gesloten op 11 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

11 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Zeeland-West, District Hart van Brabant, Basisteam Tilburg-Centrum, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2000- 2018057120, gesloten op 12 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen- verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.