Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3059

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
05/720110-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeelt tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor de afpersing van een medewerkster van een Woonzorgcentrum die op dat moment werkzaam was als nachtverzorgster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720110-18

Datum uitspraak : 10 juli 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

thans gedetineerd te P.I. HvB Grave (Unit A + B) te Grave

raadsman: mr. J.C. Goeij, advocaat te Alkmaar.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 12 maart 2018 te Nijmegen omstreeks 00:53 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning,

- een hoeveelheid geld(te weten euro 10,-) en/of

- een mobiele telefoon, merk Samsung, type S6,(in een hoesje, met daarin een Rabobankpas , een SNS-Bankpas, een Rijbewijs en/of een of meer andere pasjes)

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers is heeft verdachte

- aan die [slachtoffer] (die werkzaam is als verantwoordelijke (nacht)verzorger op de zuster post bij het Sint Jozef Klooster (gelegen aan de Kerkstraat 65)) een (groot) (vlees)mes, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens)meermalen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer] (zakelijk weergegeven) heeft geroepen/gezegd "Ik wil geld, ik wil geld" en/of "Ik wil geld, kom op met je geld" en/of -(toen die [slachtoffer] haar telefoon pakte, omdat daar nog 10 (tien) euro in zat)

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/gezegd (zakelijk weergegeven) "Je telefoon ook" en/of "Ik wil je telefoon ook" en/of

- ( toen verdachte de telefoon en het geld had gepakt/ontvangen) meermalen, althans eenmaal, op dwingende/dreigende/intimiderende toon (met het (grote) (vlees)mes, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, nog in de hand) meermalen, althans eenmaal tegen die [slachtoffer] heeft geroepen gezegd " Ik wil eruit, ik moet weg" en/of "je moet mee, je moet mee" en/of "nee, jij moet eerst"(waarbij verdachte met zijn linkerhand wenkende bewegingen maakte in zijn -verdachtes- richting);

Subsidiair

hij op of omstreeks 12 maart 2018 te Nijmegen omstreeks 00:53 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een hoeveelheid geld(te weten euro 10,-) en/of

- een mobiele telefoon, merk Samsung, type S6,(in een hoesje, met daarin een Rabobankpas , een SNS-Bankpas, een Rijbewijs en/of een of meer andere pasjes),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] , in ieder geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, toebehoorde, immers heeft verdachte

- aan die [slachtoffer] (die werkzaam is als verantwoordelijke (nacht)verzorger op de zuster post bij het Sint Jozef Klooster (gelegen aan de Kerkstraat 65)) een (groot) (vlees)mes, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens)meermalen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer] (zakelijk weergegeven) heeft geroepen/gezegd "Ik wil geld, ik wil geld" en/of "Ik wil geld, kom op met je geld" en/of -(toen die [slachtoffer] haar telefoon pakte, omdat daar nog 10 (tien) euro in zat)

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/gezegd (zakelijk weergegeven) "Je telefoon ook" en/of "Ik wil je telefoon ook" en/of

- ( toen verdachte de telefoon en het geld had gepakt/ontvangen) meermalen, althans eenmaal, op dwingende/dreigende/intimiderende toon (met het (grote) (vlees)mes, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, nog in de hand) meermalen, althans eenmaal tegen die [slachtoffer] heeft geroepen gezegd " Ik wil eruit, ik moet weg" en/of "je moet mee, je moet mee" en/of "nee, jij moet eerst" (waarbij verdachte met zijn linkerhand wenkende bewegingen maakte in zijn -verdachtes- richting).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden van de primair tenlastegelegde diefstal met geweld en dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair tenlastegelegde afpersing.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de primair tenlastegelegde diefstal met geweld aangevoerd dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde afpersing heeft de raadsman aangevoerd dat dit feit, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het primair tenlastegelegde, te weten de diefstal met geweld, aangezien aangeefster [slachtoffer] het geld en de mobiele telefoon onder dwang aan verdachte heeft afgegeven en dat daarbij geen sprake was van een eigenmachtige wegnemingshandeling van verdachte.

De rechtbank is derhalve, in aanmerking genomen zijn bekennende verklaring op dat punt, van oordeel dat sprake is van het subsidiair tenlastegelegde, de afpersing, en dat verdachte aldus moet worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde diefstal met geweld.

Feit subsidiair

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] ;2

- de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie3 en ter terechtzitting van 26 juni 2018.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 12 maart 2018 te Nijmegen omstreeks 00:53 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een hoeveelheid geld (te weten euro 10,-) en/of

- een mobiele telefoon, merk Samsung, type S6, (in een hoesje, met daarin een Rabobankpas, een SNS-Bankpas, een rijbewijs en/of een of meer andere pasjes),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] , in ieder geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, toebehoorde, immers heeft verdachte

- aan die [slachtoffer] (die werkzaam is als verantwoordelijke (nacht)verzorger op de zuster post bij het Sint Jozef Klooster (gelegen aan de Kerkstraat 65)) een (groot) (vlees)mes, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens) meermalen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer] (zakelijk weergegeven) heeft geroepen/gezegd "Ik wil geld, ik wil geld" en/of "Ik wil geld, kom op met je geld" en/of

- ( toen die [slachtoffer] haar telefoon pakte, omdat daar nog 10 (tien) euro in zat)

- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft geroepen/gezegd (zakelijk weergegeven) "Je telefoon ook" en/of "Ik wil je telefoon ook" en/of

- ( toen verdachte de telefoon en het geld had gepakt/ontvangen) meermalen, althans eenmaal, op dwingende/dreigende/intimiderende toon (met het (grote) (vlees)mes, althans een daarop gelijkend (voor afdreiging geschikt) scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp, nog in de hand) meermalen, althans eenmaal tegen die [slachtoffer] heeft geroepen gezegd " Ik wil eruit, ik moet weg" en/of "je moet mee, je moet mee" en/of "nee, jij moet eerst" (waarbij verdachte met zijn linkerhand wenkende bewegingen maakte in zijn -verdachtes- richting).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit subsidiair:

Afpersing.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport opgemaakt door I. van Asselt, GZ-psycholoog gedateerd 19 juni 2018. De conclusie luidt dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een stoornis in het gebruik van cocaïne, een stoornis in het gebruik van alcohol, licht van ernst, een stoornis in het gebruik van heroïne, matig van ernst, een stoornis in het gebruik van anxiolyticum, matig van ernst, en ADHD, overwegend het hyperactief-impulsief type. Er is daarnaast sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een anders gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, afhankelijke, narcistische en antisociale trekken. Voorafgaan aan het delict was er bij verdachte sprake van een veelheid aan stresserende factoren waarmee hij, gezien zijn ADHD, verslavingsproblematiek en persoonlijkheidsproblematiek, niet adequaat heeft kunnen omgaan. Samenvattend hebben de psychische disfuncties voortkomend uit de stoornissen van verdachte doorgewerkt in het tenlastgelegde, welke disfuncties te duiden zijn als een zwakke identiteit, gevoelens van leegte en eenzaamheid, een beperkte draagkracht, impulsiviteit en een gebrekkige remming, een gebrekkige frustratietolerantie en zwakke coping vaardigheden. Verdachte was voldoende bewust van de wederrechtelijkheid en de onwenselijkheid van de tenlastegelegde feiten, indien bewezen geacht, maar was door de geconstateerde stoornissen, te weten gezien de verslavingsziekte, de impulsiviteit en de persoonlijkheidsproblematiek, in verminderde mate in staat om overeenkomstig dit inzicht te handelen.

De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat naar voren gebracht dat rekening moet worden gehouden met het feit dat verdachte, die destijds in een zeer moeilijke periode zat, meteen al na het delict spijt had en zich daarom direct heeft gemeld bij de politie, dat hij een excuusbrief heeft geschreven aan het slachtoffer en ook bereid is om persoonlijk excuses aan te bieden.

De raadsman heeft opgemerkt dat hij het in grote lijnen eens is met de eis van de officier van justitie, maar dat hij het geheel anders zou willen aankleden. Gelet op het feit dat zowel de reclassering als verdachte begeleiding en behandeling bij Iriszorg noodzakelijk vinden, bepleit de raadsman oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden zoals deze vermeld staan in het reclasseringsrapport. Op deze manier zal verdachte netto dezelfde onvoorwaardelijke gevangenisstraf moeten uitzitten als door de officier van justitie geëist en heeft hij daarnaast niet alleen een extra stok achter de deur, maar ook de voordelen van het door de reclassering aangeboden hulpverleningspakket, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 16 mei 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 19 juni 2018;

- een monodisciplinair rapport van I. van Asselt, GZ-psycholoog, gedateerd 19 juni 2018.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. Verdachte is kort na middernacht bij Woonzorgcentrum Sint Jozef Klooster naar binnen gelopen en heeft onder dreiging van een groot vleesmes aangeefster [slachtoffer] , op dat moment werkzaam als nachtverzorgster, gedwongen, geld en haar mobiele telefoon (met daarin (bank)pasjes) af te geven. Verdachte heeft hiermee het slachtoffer ernstig onder druk gezet en een grote inbreuk gemaakt op haar veiligheidsgevoelens. De ervaring leert dat slachtoffers van geweldsdelicten daarvan nog lange tijd gevolgen, zoals gevoelens van onveiligheid en angst, kunnen ondervinden.

De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan temeer nu dit is gebeurd in een voor aangeefster (op dat moment nog) veilige werkomgeving. Dat dit niet meer het geval is blijkt ook uit het schade-onderbouwingsformulier waaruit onder meer gebleken is dat aangeefster minder goed kan functioneren en focussen op haar werk als er minder personeel aanwezig is en dat ze sindsdien alleen nog maar dagdiensten draait. Ook is ze buiten haar werk veel meer alert op verdachte situaties en personen.

Voor wat betreft de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank onder meer gelet op voormeld Pro Justitia rapport. Daaruit komt onder meer naar voren dat, om herhaling van soortgelijke feiten als het tenlastegelegde te minimaliseren, behandeling van de problematiek van verdachte geïndiceerd is. Idealiter zou de behandeling ondergebracht kunnen worden bij Iriszorg, waar verdachte al een tijd bekend is. Daarnaast zou gedacht kunnen worden aan een ambulant behandelcontact bij de forensische GGZ. Gezien verdachtes gevoeligheid voor het ontwikkelen van gevoelens van eenzaamheid en leegte en zijn geringe draagkracht, wordt een begeleide woonvorm binnen Iriszorg sterk aanbevolen door de GZ-psycholoog. Ook merkt zij op dat verdachte wellicht een vorm van externe structuur, begeleiding en steun voor langere tijd, al dan niet levenslang, nodig zal hebben, om de kans op terugval in drugsgebruik en het daaraan gekoppelde recidiverisico te minimaliseren. Ten slotte wordt geadviseerd een verslavingsarts naar de medicatie van betrokkene te laten kijken. Als bewezen, wordt door de deskundige geadviseerd deze behandeling voor betrokkene als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

De rechtbank heeft verder gelet op voormeld reclasseringsrapport.

Uit dit rapport komt onder meer, zakelijk weergegeven, naar voren dat de relatiebreuk tussen betrokkene en zijn ex-partner Marcel ertoe heeft geleid dat verdachte in een zwart gat belandde. Het niet beschikken over de juiste vaardigheden om problemen op een andere manier op te lossen, het niet kunnen omgaan met stress, het niet zoeken van de juiste hulp en het ontbreken van een hulpverleningsnetwerk zoals dat eerder wel bestond, maken dat verdachte uiteindelijk opnieuw tot een soortgelijk delict komt als hij in 1996 pleegde (waarvoor hij TBS kreeg). De ernst en de zorgelijkheid hiervan, naast de afhankelijkheid van verdachte, maakt dat reclasseringsinterventies van groot belang en zelfs noodzakelijk zijn. Verdachte zijn bereidwillige houding, zijn oprechte spijt en het contact dat hij met zijn familie, ex-partner en sociaal netwerk heeft, die zijn gedrag ook afkeuren, zou in de toekomst een beschermende factor kunnen vormen aangaande het verkleinen van de kans op recidive. Door de reclassering wordt geadviseerd om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. In het geval gekozen wordt voor een langdurige gevangenisstraf, dan is er tijdens de detentiefasering ruimte voor het inzetten van interventies. Mocht de rechtbank besluiten tot een gevangenisstraf korter dan 12 maanden, dan wordt geadviseerd een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen, zodat verdachte in zijn re-integratie begeleid kan worden door de reclassering.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van (gewelds)misdrijven, maar dat deze feiten, waarvoor verdachte destijds onder meer een tbs-maatregel opgelegd heeft gekregen, al weer geruime tijd geleden zijn gepleegd.

Verder heeft de rechtbank heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting.

De rechtbank zal, alles afwegend, een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank zal hieraan een proeftijd verbinden van drie jaar. Hieraan zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, omdat de rechtbank het in het belang van verdachte acht dat hij hulp krijgt en ambulant wordt behandeld om soortgelijke delicten in de toekomst te voorkomen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.225,95, waarvan € 325,95 voor materiële schade en € 900,- voor immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde, vermeerderd met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de materiële schade van de benadeelde partij op het standpunt gesteld dat deze schade toegewezen kan worden tot het gevorderde bedrag. De opgevoerde immateriële schade kan naar mening van de officier van justitie tevens in zijn geheel worden toegewezen. De officier van justitie vordert daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, alsmede toewijzing van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel toegewezen kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden en de vordering wat betreft de materiele schade niet is weersproken en onderbouwd, en wat betreft de immateriële schade redelijk is, zal de vordering tot het gevorderde bedrag worden toegewezen. De verdachte is voor de schade − naar burgerlijk recht − aansprakelijk. De vordering dient tot dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2018, te worden toegewezen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

7b. In beslag genomen voorwerpen

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, volgens opgave van verdachte aan verdachte toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerp aan de rechthebbende.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36f en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het

nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel

1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die

veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, voor

zover en zolang als dat door de Reclassering noodzakelijk wordt geacht;

 legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:

- zich binnen twee dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis tussen 09:00 en 12:00 uur telefonisch bij Iriszorg (verslavingsreclassering) Arnhem/Nijmegen op telefoonnummer 088-6061600 zal melden en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

- meewerkt aan een intake bij de forensische GGz of een soortgelijke ambulante

forensische zorginstelling, indien de toezichthouder dit van belang acht, en aan verdere

behandeling mocht dit geïndiceerd blijken. Veroordeelde zal zich daarbij houden aan de

aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de

instelling/behandelaar zullen worden gegeven. Het innemen van medicatie kan

onderdeel van de behandeling zijn;

- meewerkt aan een traject gericht op zijn middelengebruik bij Iriszorg

en meewerkt aan urinecontroles;

- meewerkt aan bewindvoering en zich houdt aan de afspraken;

- meewerkt aan een traject gericht op het verkrijgen van vrijwilligerswerk;

- meewerkt aan plaatsing binnen een beschermde/begeleide woonvorm;

- openheid van zaken te geeft, zich actief in gesprekken opstelt en praktijksituaties

bespreekbaar maakt omtrent contact met zijn sociaal netwerk, zijn dagbesteding,

financiële situatie, zijn middelengebruik, zijn denkpatronen, gedrag en vaardigheden,

emotioneel welzijn en andere onderwerpen die de reclassering van belang acht in het

kader van gedragsverandering;

 geeft de Reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en

de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de

opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een totaalbedrag van € 1.225,95 (één duizend tweehonderd en vijfentwintig euro en vijfennegentig eurocent),

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2018, tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.225,95 (één duizend tweehonderd en vijfentwintig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2018, tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 22 (twee en twintig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten

- een mes, kleur chroom, YIQUN, mes is gebroken, lemmet 21 cm, handvat 12 cm;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende, te weten:

- een telefoontoestel, SAMSUNG, registratienummer: [nummer] .

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. M.F. Gielissen, rechters, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2018.

Mr. L.C.P. Goossens en mr. M.F. Gielissen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Zuid, Basisteam Tweestromenland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018107355-4, gesloten op 16 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 12-14.

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 43-45.