Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:305

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
05/880781-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 70 jarige moeder en haar zoon veroordeeld die tussen augustus 2016 en februari 2017 in Gelderland en Overijssel diverse (hoog)bejaarden geld, bankpassen en pincodes afhandig hebben gemaakt met een babbeltruc. Ze deden het voorkomen alsof de mensen extra hulp konden krijgen, waarvoor ze een klein bedrag moesten pinnen. Intussen liep de moeder met het slachtoffer door het huis zodat haar zoon op zoek kon naar de bankpas. Met de gestolen pinpassen en codes werd onmiddellijk geld opgenomen. Hoewel de toen verslaafde zoon het plan smeedde, was de rol van de moeder volgens de rechtbank zodanig dat zij voor alle handelingen als mededader is aangemerkt. De zoon is tot een gevangenisstraf van 3 jaar veroordeeld. Hij had, in tegenstelling tot zijn moeder, al een flink strafblad. De moeder is tot een gevangenisstraf van 2 maanden en daarnaast een jaar voorwaardelijk veroordeeld. Zij had zich intussen onder behandeling gesteld en moet die behandeling van de rechtbank voortzetten, terwijl ze voorlopig geen contact met haar zoon mag hebben. De rechtbank heeft het beiden bijzonder kwalijk genomen dat ze doelbewust deze kwetsbare groep hebben gekozen voor hun eigen financiële gewin, terwijl dat ook nog in hun eigen woning gebeurde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880781-17

Datum uitspraak : 24 januari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd in de PI Achterhoek, verlengde Ooyerhoekseweg te Zutphen,

raadsman: mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 augustus 2017, 23 oktober 2017 en 10 januari 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank op de terechtzitting van 23 oktober 2017 toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 augustus 2016 te Dinxperlo, gemeente Aalten, tezamen en

in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 2] heeft

weggenomen een bankpas en/of geld (EUR 70,--), in elk geval enig goed en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [adres 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders; (BVH

2016406628, incident 1)

2.

hij op of omstreeks 31 augustus 2016 te Terborg, gemeente Oude lJsselstreek, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat aan de Walstraat heeft weggenomen EUR 1250,00, althans geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 1] en de daarbij behorende pincode, althans met een bankpas en de pincode, welke niet door een bank waren afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde pinautomaat hebben gepind; (BVH 2016431397, incident 2)

3.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 3]

heeft weggenomen een bankpas en/of geld (ongeveer EUR 350,--), in elk geval

enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

(BVH 2016459059, incident 3)

4.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de ABN-AMRO

bank, aan de Markt heeft weggenomen EUR 500,00, althans geld, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader

dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een

valse sleutel, door met een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 2] en de

daarbij behorende pincode, althans met een bankpas en de pincode, welke niet

door een bank waren afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit

bedoelde pinautomaat hebben gepind; (BVH 2016459059, incident 3)

5.

hij op of omstreeks 02 november 2016 in de gemeente Hoogeveen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 4] heeft

weggenomen een bankpas en/of geld (EUR 250,--), in elk geval enig goed en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders; (BVH 2016312840,

incident 7)

6.

hij op of omstreeks 02 november 2016 te Zuidwolde, gemeente De Wolden en/of in

de gemeente Hoogeveen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening uit een pinautomaat van de Rabobank Zuidwest Drenthe aan de

Hoofdstraat te Zuidwolde heeft weggenomen EUR 250,00, althans geld en/of uit

een pinautomaat van de ING Bank aan [adres 4] te Hoogeveen heeft weggenomen

EUR 250,00, althans geld, telkens geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen geld

onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met

een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 3] en de daarbij behorende pincode,

althans met een bankpas en de pincode, welke niet door een bank waren

afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde

pinautomaten hebben gepind; (BVH 2016312840, incident 7)

7.

hij op of omstreeks 23 november 2016 in de gemeente Dalfsen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 5] heeft

weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders; (BVH 2016575222, incident 10)

8.

hij op of omstreeks 23 november 2016 in de gemeente Dalfsen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de Rabobank Vaart en

Vechtstreek, aan het Kerkplein heeft weggenomen EUR 1250,00, althans geld

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn

mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel

van een valse sleutel, door met een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 4] en de

daarbij behorende pincode, althans met een bankpas en de pincode, welke niet

door een bank waren afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit

bedoelde pinautomaten hebben gepind; (BVH 2016575222, incident 10)

9.

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 in de gemeente Doetinchem tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 6]

heeft weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders; (2016530054, incident 6)

10.

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 in de gemeente Doetinchem tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de ABM-AMRO bank aan de

Houtstraat heeft weggenomen EUR 500,00, althans geld geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader dat

weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, door met een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 5] en de daarbij

behorende pincode, althans met een bankpas en de pincode, welke niet door een

bank waren afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde

pinautomaat hebben gepind; (BVH 2016530054, incident 6)

11.

hij op of omstreeks 30 november 2016 in de gemeente Zutphen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 7] heeft

weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders; (BVH 2016593905, incident 12)

12.

hij op of omstreeks 30 november 2016 en/of op of omstreeks 01 december 2016 in

de gemeenten Zutphen en/of Deventer, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de ABN-AMRO bank,

Martinetsingel te Zutphen heeft weggenomen EUR 1000,00, althans geld en/of uit

een pinautomaat van ABN-AMRO bank aan de Verzetslaan te Deventer heeft

weggenomen EUR 1000,00, althans geld, telkens geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen geld

onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met

een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 6] en de daarbij behorende pincode,

althans met een bankpas en de pincode, welke niet door een bank waren

afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde

pinautomaten hebben gepind; (BVH 2016593905, incident 12)

13.

hij op of omstreeks 27 januari 2017 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 8]

heeft weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders; (BVH 2017042986, incident 14)

14.

hij op of omstreeks 27 januari 2017 te Twello gemeente Voorst, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat heeft weggenomen EUR

1250,00, althans geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik

hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een bankpas op

naam van genoemde [slachtoffer 7] en de daarbij behorende pincode, althans met een

bankpas en de pincode, welke niet door een bank waren afgegeven aan verdachte

en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde pinautomaat hebben gepind; (BVH

2017042086, incident 14).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

In de periode van 16 augustus 2016 tot 28 januari 2017 zijn in diverse plaatsen in Gelderland en Overijssel bij (hoog)bejaarde personen door middel van een babbeltruc geldbedragen en/of bankpassen in/uit hun woning weggenomen, waarna met behulp van de weggenomen bankpassen en de aan de slachtoffers ontfutselde pincodes geldbedragen zijn gepind bij banken variërend van 500 tot 1250 euro. De senioren werden benaderd door een man en een vrouw, die zich voordeden als medewerkers van een zorgbureau/instelling of van de gemeente in verband met mogelijk zorgaanbod/-voorzieningen en/of aanpassingen van de woning.

Naar aanleiding van beelden van beveiligingscamera’s uitgezonden via televisieprogramma’s “Onder de loep” en “Opsporing Verzocht” zijn verdachte en zijn moeder, medeverdachte [medeverdachte] in beeld gekomen. Verdachte is op 23 mei 2017 als verdachte aangehouden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, behoudens het onder 2 ten laste gelegde feit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van zijn bewijsmiddelenoverzicht. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat dit feit in een eerder stadium al is geseponeerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een mogelijke bewezenverklaring van de onder 1, 3, 4, 7, 8, 11,12, 13 en 14 ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat voor wat betreft de feiten 4, 8, 12 en 14 (de pintransacties) er naar de opvatting van de raadsman geen sprake is geweest van medeplegen.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, gelet op de sepotbeslissing die al was genomen ten aanzien van dit feit. Voor wat betreft de feiten onder 5, 6, 9 en 10 heeft de raadsman vrijspraak bepleit wegens onvoldoende wettig bewijs dan wel wegens meer dan gerede twijfel over de betrokkenheid van verdachte. De raadsman heeft het standpunt van de verdediging ter zitting toegelicht aan de hand van zijn pleitnota.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het tenlastegelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank zal de officier van justitie niet ontvankelijk verklaren in de vervolging wat het onder 2 ten laste gelegde feit betreft, omdat dit feit in een eerder stadium door het Openbaar Ministerie is geseponeerd en verdachte daaraan het vertrouwen mocht ontlenen dat hij voor dit feit dus niet meer zou worden vervolgd.

De onder 5, 6, 9 en 10 ten laste gelegde feiten

De rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig voor de betrokkenheid van verdachte bij de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten. Voor zover de officier van justitie heeft aangevoerd dat dat medeverdachte [medeverdachte] verdachte heeft herkend op screenshots van de pinner met de groene jas, is de rechtbank van oordeel dat uit het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] niet blijkt met welke screenshots zij is geconfronteerd en of dit de screenshots waren die horen bij de pintransacties in Hoogeveen en Zuidwolde.

Ten aanzien van de feiten 9 en 10 acht de rechtbank eveneens onvoldoende aanwijzingen in het procesdossier voorhanden voor de betrokkenheid van verdachte bij deze feiten. Uit het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] (vanaf doorgenummerde dossierpag. 577) blijkt dat haar tijdens het verhoor wel screenshots van de pintransactie in Doetinchem zijn getoond, maar onvoldoende duidelijk is wie of wat medeverdachte [medeverdachte] herkent, de jas of de pinner, terwijl evenmin is aangegeven op welke specifieke details zij de herkenning heeft gebaseerd. De herkenning is daarmee naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende betrouwbaar.

De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 5, 6, 9 en 10 is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

De zaak voor het overige

Er is sprake van een grotendeels bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [adres 2] , doorgenummerde dossierpagina 373 en 374 (feit 1);

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , doorgenummerde dossierpagina 439 en 440 (feiten 3 en 4);

- het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina 444 (pintransactie feit 4);

- het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , doorgenummerde dossierpagina 687 en 688 (feiten 7 en 8);

- het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina 696 (pintransactie feit 8);

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , doorgenummerde dossierpagina 772 en 773 (feiten 11 en 12);

- het als bijlage bij voormelde aangifte gevoegde bankoverzicht, doorgenummerde dossierpagina 775 (pintransactie feit 12);

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , doorgenummerde dossierpagina 825 en 826 (feiten 13 en 14);

- het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina 832 (pintransactie feit 14);

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] , doorgenummerde dossierpagina 188, 388, 389, 475, 741, 742, 792, 800 en 864;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2018.

De raadsman heeft aangevoerd dat er met betrekking tot de feiten 4, 8, 12 en 14 (de pintransacties) geen sprake is geweest van medeplegen, aangezien medeverdachte [medeverdachte] een onvoldoende wezenlijke of significante bijdrage heeft geleverd aan de door verdachte verrichte pintransacties.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Medeplegen veronderstelt – kort gezegd – een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn of haar medeverdachte(n).

Uit voormelde bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van de medeverdachte het volgende af.

Medeverdachte [medeverdachte] wist van het plan van verdachte (haar zoon) om door middel van een babbeltruc aan ouderen hun pincode te ontfutselen en vervolgens de pinpassen te stelen. Medeverdachte [medeverdachte] heeft daarbij een significante rol vervuld, door onder het voorwendsel van een bezichtiging of inspectie samen met de slachtoffers de woning door te lopen en verdachte zodoende in de gelegenheid te stellen de pinpassen weg te nemen. Het wegnemen van de pinpassen impliceert tevens dat pinnen van geld de daaropvolgende handeling is. Het uiteindelijke doel was immers financieel gewin. Ook hierbij heeft medeverdachte [medeverdachte] een cruciale rol gespeeld door samen met verdachte vrijwel onmiddellijk na de diefstal van de pinpassen naar een pinautomaat te rijden, waar vervolgens door verdachte een geldbedrag werd gepind. Medeverdachte [medeverdachte] kreeg ook steeds een deel van het buitgemaakte geldbedrag toebedeeld.

Tegen deze achtergrond kan het niet anders dan dat medeverdachte [medeverdachte] steeds op de hoogte is geweest van de bedoeling om met de gestolen pinpassen en codes geld te pinnen en dat zij op zijn minst genomen steeds voorwaardelijk opzet had op het in vereniging plegen van deze pintransacties.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zodanig bewust en nauw hebben samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van de onder 4, 8, 12 en 14 ten laste gelegde feiten.

De rechtbank komt op basis van voorstaande bewijsmiddelen tot een bewezen verklaring van voormelde ten laste gelegde feiten.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 7, 8, 11, 12, 13 en 14 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 16 augustus 2016 te Dinxperlo, gemeente Aalten, tezamen en

in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 2] heeft

weggenomen een bankpas en/of geld (EUR 70,--), in elk geval enig goed en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [adres 2] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

3.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 3]

heeft weggenomen een bankpas en/of geld (ongeveer EUR 350,--), in elk geval

enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

4.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de ABN-AMRO

bank, aan de Markt heeft weggenomen EUR 500,00, althans geld, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader

dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van een

valse sleutel, door met een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 2] en de

daarbij behorende pincode, althans met een bankpas en de pincode, welke niet

door een bank waren afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit

bedoelde pinautomaat hebben gepind;

7.

hij op of omstreeks 23 november 2016 in de gemeente Dalfsen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 5] heeft

weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders;

8.

hij op of omstreeks 23 november 2016 in de gemeente Dalfsen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de Rabobank Vaart en

Vechtstreek, aan het Kerkplein heeft weggenomen EUR 1250,00, althans geld

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn

mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel

van een valse sleutel, door met een bankpas op naam van genoemde [slachtoffer 4] en de

daarbij behorende pincode, althans met een bankpas en de pincode, welke niet

door een bank waren afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit

bedoelde pinautomaten hebben gepind;

11.

hij op of omstreeks 30 november 2016 in de gemeente Zutphen tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 7] heeft

weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders;

12.

hij op of omstreeks 30 november 2016 en/of op of omstreeks 01 december 2016 in

de gemeenten Zutphen en/of Deventer, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat van de ABN-AMRO bank,

Martinetsingel te Zutphen, heeft weggenomen EUR 1000,00, althans geld en/of uit

een pinautomaat van ABN-AMRO bank aan de Verzetslaan te Deventer heeft

weggenomen EUR 1000,00, althans geld, telkens geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen geld

onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met

een bankpas op naam van genoemde Heijenk en de daarbij behorende pincode,

althans met een bankpas en de pincode, welke niet door een bank waren

afgegeven aan verdachte en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde

pinautomaten hebben gepind;

13.

hij op of omstreeks 27 januari 2017 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 8]

heeft weggenomen een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders;

14.

hij op of omstreeks 27 januari 2017 te Twello gemeente Voorst, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat heeft weggenomen EUR

1250,00, althans geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen geld onder hun bereik

hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een bankpas op

naam van genoemde [slachtoffer 7] en de daarbij behorende pincode, althans met een

bankpas en de pincode, welke niet door een bank waren afgegeven aan verdachte

en/of zijn mededader, dat geld uit bedoelde pinautomaat hebben gepind.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 en 3 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 7, 11 en 13 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 4, 8, en 14 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 12:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zake van de door hem bewezen geachte feiten de oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders gevorderd. De officier acht het opleggen van de ISD-maatregel geïndiceerd, daarbij het standpunt volgend zoals door de reclassering is geadviseerd. De officier heeft in zijn afwegingen onder meer betrokken dat verdachte bewust oudere mensen, veelal op hoge leeftijd, heeft uitgezocht als slachtoffer, die vaak mensen over de vloer krijgen in het kader van hulpverlening en die vaak afhankelijk zijn van steun en zorg, hetgeen zijn optreden extra wrang maakt. Verdachte heeft bewust zijn moeder bij zijn plannen betrokken, om bij het uitvoeren daarvan vertrouwenwekkend over te komen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het opleggen van een ISD-maatregel een ultimum remedium dient te zijn en dat daarvan in het geval van verdachte [verdachte] allerminst sprake is, nu er niet eerder een klinische opname heeft plaatsgevonden in verband met de verslavingsproblematiek van verdachte. Een ISD-maatregel zal volgens de raadsman eerder contraproductief werken. Met betrekking tot de vraag of is voldaan aan de criteria voor het opleggen van een

ISD-maatregel heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Een meer reëel alternatief voor de strafrechtelijke afdoening is volgens de raadsman het opleggen van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf met de mogelijkheid van een klinische/ambulante behandeling tijdens het VI-traject of een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 januari 2018;

- een reclasseringsadvies van het Leger des Heils, gedateerd 7 augustus 2017, en de door de rapporteur [naam 1] ter terechtzitting als deskundige afgelegde verklaring;

- een trajectconsult gedateerd 6 juni 2017 van de psychiater [naam 2] ;

- een door de raadsman overgelegde mailwisseling met de GZ-psycholoog in de PI Achterhoek, [naam 3] .

De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat aan de in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht genoemde vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel is voldaan.

De rechtbank komt daarom tot een andere strafrechtelijke afdoening dan door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte heel bewust oudere, vaak hoog bejaarde mensen, heeft uitgekozen om middels een vertrouwenwekkend verhaal, gericht op zorg en ondersteuning waar mensen op die leeftijd doorgaans van afhankelijk zijn, hun pincode los te krijgen. Vervolgens heeft verdachte hun pinpas gestolen en vrijwel onmiddellijk daarna geld opgenomen van hun rekening. Verdachte heeft daarbij bewust zijn moeder betrokken en zij heeft in dit geraffineerde spel ook een wezenlijk aandeel gehad. Het is lafhartig te noemen dat verdachte en zijn mededader mensen binnen de beschermende omgeving van hun eigen woning/woonvoorziening hebben bezocht en vervolgens op slinkse wijze misbruik hebben gemaakt van vertrouwen. De impact van een dergelijk handelen is bij kwetsbare ouderen in het algemeen groot. Nu er inbreuk is gemaakt op de geborgenheid binnen de eigen woning ligt dit nog eens extra gevoelig. Verdachte heeft louter en alleen uit financieel oogpunt gehandeld, zonder zich te bekommeren om de verdere gevolgen van zijn doortrapte manier van opereren. Dergelijke feiten leiden tot maatschappelijk onrust en verontwaardiging. De rechtbank rekent de verdachte de feiten zoals bewezen ernstig aan. Deze feiten rechtvaardigen naar oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Verdachte heeft bovendien gezien zijn strafblad ook een behoorlijke “staat van dienst”. Op zijn strafblad prijken immers verschillende veroordelingen voor winkeldiefstallen/inbraken (al dan niet gekwalificeerd), oplichting en flessentrekkerij.

Verdachte heeft aangegeven een klinische behandeling te willen ondergaan voor zijn verslavingsproblematiek. Dat lijkt de rechtbank een prima voornemen, maar wat de rechtbank betreft kan daarvoor gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden binnen het VI-traject en is een dergelijk traject in het kader van een (deels) voorwaardelijke veroordeling niet meer aangewezen. Eerdere, vanuit justitie aangegeven en opgelegde mogelijkheden heeft verdachte niet benut, daarbij zijn eigen – berekenende – afwegingen makend (tussen de duur van het nakomen van een als bijzondere voorwaarde opgelegde behandeling en de duur van het uit te zitten voorwaardelijke strafdeel). Alles overziende acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaar passend en geboden.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

[naam 3] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd ten aanzien van een op 11 november 2016 aan de [adres 9] te Meppel gepleegd feit (incident 9).

Het standpunt van de officier van justitie en de raadsman

De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, nu het een niet ten laste gelegd feit betreft.

Beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu het een feit betreft dat niet aan verdachte is tenlastegelegd. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit;

 verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 5, 6, 9 en 10 tenlastegelegde heeft begaan

en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 3, 4, 7, 8, 11, 12, 13 en 14 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [naam 3] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen, voorzitter, mr. T.C. Henniphof en

mr. A. Zuil, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 januari 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant brigadier [verbalisant] Oude Sanderink van de Politie Eenheid Oost Nederland, Districtsrecherche Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte (stam)proces-verbaal nummer PL0600-2017224257, gesloten op 16 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.