Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:3025

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-07-2018
Datum publicatie
09-07-2018
Zaaknummer
05/740538-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzettelijk bewerken en/of verwerken van een grote hoeveelheid hennep en hasjiesj bewezen. Artikel 3 jo 11 Opiumwet. Straf: 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 197 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740538-17

Datum uitspraak : 6 juli 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats 1] , wonende te [adres 1] ,

raadsman: mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 juni 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 oktober 2017 tot en met
9 november 2017 te Lunteren, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (op
9 november 2017) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] )

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 93 (drieënegentig) kilogram (droge) hennep(toppen) en/of (plakken) hashish, in elk geval een groot aantal kilo's/een grote hoeveelheid (droge) hennep(toppen)/(plakken) hashish en/of een grote hoeveelheid joints, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep en/of hashish, zijnde hashish, (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 9 november 2017 is de melding binnengekomen dat op camping [naam 1] , gevestigd aan [adres 3] , in een woning op perceel [nummer] drugs wordt verpakt, vermoedelijk wiet.2 De woning is eigendom van [naam 2] en wordt verhuurd aan [naam 3] . In het huurcontract tussen [naam 2] en [naam 3] is opgenomen dat de woning wordt bewoond door medeverdachte [naam 4] .3 Verdachte wordt door de politie in de woning aangetroffen.4

In de woning wordt onder andere het volgende aangetroffen: zakken en gripzakjes met henneptoppen, op hasj gelijkende blokjes, 7 plastic voorraaddozen met voor gedraaide joints; pakketjes hasj, 3 draaimachines, plastic bakken met tabak gemengd met hennep, bak met verkruimelde hennep, zak met verkruimelde hennep, pakken met tabak en verkruimelde hennep, doos met voor gedraaide vloei, bakken met verkruimelde hasj, sealmachine en
2 zeven met hennepresten.5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat verdachte geen opzet had op het bereiden, bewerken en bezitten van de goederen op lijst II. Hij is geboren in [geboorteplaats 2] en woont in Spanje. Verdachte wist niet dat in Nederland het draaien van joints strafbaar was. Hem was verteld dat dit legaal was. Verdachte draaide, in opdracht, joints voor de verkoop in een coffeeshop. In Nederland wordt in de coffeeshops legaal wiet verkocht. Hij is er daarom van uitgegaan dat draaien van de joints voor de coffeeshop niet strafbaar was. Het Nederlandse gedoogbeleid valt volgens de verdediging niet aan een buitenlander uit te leggen.

Indien de rechtbank het opzet wel bewezen acht, kan de verdediging zich niet verenigen met de hoeveelheid aangetroffen hennep. Het betreft een bruto hoeveelheid. In een voorgedraaide joint zit 0,2 of 0,3 gram hennep. Daarmee kom je op een fors lagere hoeveelheid hennep uit. Een exacte hoeveelheid kan niet bewezen worden verklaard.

Met betrekking tot de rest van de tenlastelegging wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij op 5 oktober 2017 in Nederland is aangekomen6 en dat hij gedurende drie weken joints zou draaien voor een coffeeshop.7

Opzet

Verdachte heeft verklaard dat een Spaans meisje heeft hem in contact heeft gebracht met een persoon uit [plaatsnaam] waarvoor hij kon gaan werken. Hij is opgehaald van Schiphol maar wist de naam van de contactpersoon niet. Wel had hij een telefoonnummer, maar dat weet hij niet meer. De woning werd door een ander voor hem geopend en gesloten. Hij had zelf geen sleutel.8 In [geboorteplaats 2] , waar verdachte geboren is, en in Spanje, waar verdachte woonachtig is, is bezit van softdrugs (net als in Nederland) verboden. Verdachte werkte alleen, in een woning op een camping en niet in een werkplaats van een coffeeshop. In de woning treft hij een grote hoeveelheid drugs aan. Verdachte heeft niet (verder) geïnformeerd.

Gelet op de strafbaarheid van het bezit van softdrugs in vele landen, de grote hoeveelheid drugs, de vage omstandigheden waaronder verdachte de contactpersoon heeft ontmoet, en gezien de werkzaamheden die hij alleen en in een woning op een camping heeft verricht, mocht verdachte niet af gaan op de enkele mededeling van de contactpersoon dat het werk legaal was. Hij had verder moeten informeren. Nu verdachte dat niet heeft gedaan heeft hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij strafbare werkzaamheden verrichtte. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad op het bewerken en/of verwerken van hennep.

Medeplegen

Verdachte heeft van een ander joints leren draaien. Hij heeft de jointdraaierij overgenomen voor de periode dat medeverdachte [naam 4] op vakantie was. Hij werd opgehaald en weggebracht door een ander en de deur van de woning werd voor hem geopend en gesloten door een ander. De voorraad shag, hennep en hasjiesj werden in de woning aangeleverd en de door verdachte gedraaide joints werden door een ander opgehaald. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen.

Hoeveelheid

Uit het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen blijkt dat er 12,62 kilogram (hierna: kg) bruine blokken of brokken (inclusief verpakking) en 18,93 kg henneptoppen en hennepgruis (inclusief verpakking) aangetroffen is. Verder is er 52,45 kg aan joints aangetroffen met een mix van shag met cannabis en 9,05 kg losse vulling voor joints. Monsters van deze hoeveelheden zijn alle positief getest op cannabis met de werkzame stof THC.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat een exacte netto hoeveelheid aan hennep niet kan worden vastgesteld op grond van het dossier. De 52,45 kg joints betreft een bruto gewicht, bestaande uit hennep, shag en vloei. De 9,05 kg losse vulling voor joints betreft een mengsel van hennep en shag. Voor de strafmaat is de (netto) hoeveelheid hennep van belang.

Volgens de verdediging zit er ongeveer 0,2 à 0,3 gram hennep in een joint.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de aangetroffen hoeveelheid het volgende. Een joint weegt netto 1,3 gram. In de aangetroffen 52,45 kg aan joints zaten afgerond ongeveer 40.346 joints (= 52.450 gram joints / 1,3 gram per joint). De rechtbank gaat ervan uit dat er gemiddeld 0,25 gram hennep in een joint zit. Dat betekent dat er in totaal in de aangetroffen joints netto 10,08 kg hennep (= 40.346 joints x 0,25 gram) zat.

De rechtbank gaat ervan uit dat het gewicht van de vloei verwaarloosbaar is en dat losse vulling een zelfde verhouding tussen hennep en shag heeft als de joints. Een joint van 1,3 gram bestaat voor 0,25 / 0,013 = 19,2 % uit hennep. 9,05 kg losse vulling bevat dan 19,2 % = 1,74 kg hennep.

Netto is er daarmee 11,82 kg hennep (10,08 kg (joints) + 1,74 kg (losse vulling voor joints)) aangetroffen. De overige aangetroffen hoeveelheid hennep/hasjiesj is totaal 31,55 kg (= 12,62 kg hasjiesj + 18,93 kg henneptoppen en gruis).

De rechtbank concludeert dat er ongeveer 43 kg hennep/hasjiesj (= 11,82 kg + 31,55 kg) is aangetroffen. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte een groot aantal kilo’s, dus een grote hoeveelheid hennep en hasjiesj, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldig is aan het medeplegen van opzettelijk bewerken en/of verwerken van een grote hoeveelheid hennep en hasjiesj.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 oktober 2017 tot en met 9 november 2017 te Lunteren, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (op

9 november 2017) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] )

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 93 (drieënegentig) kilogram (droge) hennep(toppen) en/of (plakken) hashish, in elk geval een groot aantal kilo's/een grote hoeveelheid (droge) hennep(toppen)/(plakken) hasjiesj en/of een grote hoeveelheid joints, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep en/of hasjiesj, zijnde hasjiesj, (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van dat middel.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de leeftijd van verdachte en het feit dat hij een first offender is. Naast de duur van het voorarrest kan een voorwaardelijke straf worden opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 15 mei 2018.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet door het bewerken en verwerken van ongeveer 43 kg hennep. Het betreft hier een zeer aanzienlijke hoeveelheid softdrugs, die bestemd was voor de verkoop. Het gebruik van hennep heeft grote schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. De productie en handel van hennep gaat veelal gepaard met andere, ook zware, vormen van criminaliteit. Verdachte heeft door zijn gedragingen ook een bijdrage geleverd aan de instandhouding van een markt voor softdrugs.

Uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

In soortgelijke gevallen wordt voor het opzettelijk aanwezig hebben van 43 kg hennep een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd.

Gelet op de grote hoeveelheden aangetroffen softdrugs vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 8 maanden passend en geboden. De rechtbank zal echter hiervan 197 dagen voorwaardelijk opleggen. Deze straf is lager dan geëist door de officier van justitie omdat de rechtbank er rekening mee gehouden heeft dat verdachte nog jong is, dat het om een beperkte periode gaat, dat hij geen strafblad heeft en dat hij een ondergeschikte rol had in het geheel, hij was een vakantiekracht. De proeftijd wordt vastgesteld op 2 jaar. De rechtbank zal het – reeds geschorste – bevel voorlopige hechtenis opheffen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 (tweehonderd en veertig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 197 (honderd en zevenennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

heft op het – geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. A. Cimen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2018.

Mr. A. Cimen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 5] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL06002017519497, gesloten op 9 januari 2018, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2017, p. 136.

3 Proces-verbaal verhoor getuige [naam 2] , p. 337-338.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2017, p. 136.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2017, p. 139-140

6 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 11 november 2017, p. 39.

7 Verklaringen afgelegd ter terechtzitting d.d. 22 juni 2018.

8 Verklaringen afgelegd ter terechtzitting d.d. 22 juni 2018.