Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:296

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
05/085575-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie personen veroordeeld voor openlijke geweldpleging. Beroep op noodweer(exces) verworpen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/085575-17

Datum uitspraak : 23 januari 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

raadsvrouw: mr. D. Simo, advocaat te Culemborg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 januari 2018 en 25 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 april 2017 te Beesd, althans in de gemeente Geldermalsen openlijk, te weten, aan de [adres 2] (A), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door

- die [slachtoffer 1] (met kracht) een kopstoot te geven en/of

- die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of vast te houden en/of

- die [slachtoffer 1] in een nekklem vast te pakken en/of vast te houden en/of (met kracht) naar de grond te werken en/of te gooien en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te duwen en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een paal, althans een hard (slag)voorwerp, op/tegen de heup en/of het (overige) lichaam te slaan en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een paal, althans een hard (slag)voorwerp, op/tegen het hoofd en/of (overige) lichaam te slaan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Aangever [slachtoffer 1] , wonende aan de [adres 2] te Culemborg, en medeverdachte [medeverdachte 1] (vader van verdachte), wonende aan de [adres 1] te Culemborg, zijn als buren verwikkeld in een reeds langer lopend burenconflict. Op 9 april 2017 constateerde [medeverdachte 1] dat er op de [straat] in de berm langs het perceel van [slachtoffer 1] een boom geplant was, waardoor hij bij het uitrijden van zijn uitrit met zijn vrachtwagen dit gedeelte van de weg niet meer kon passeren. Hij heeft het boompje uit de grond gehaald en over het hek van [slachtoffer 1] gegooid, evenals de bijbehorende palen. [slachtoffer 1] kwam naar buiten en daarop is [medeverdachte 1] door het hek het erf van [slachtoffer 1] opgelopen en naar hem toegelopen. Bij het daaropvolgende incident waren eveneens aangever [slachtoffer 2] (zoon van [slachtoffer 1] ), verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] (broer van verdachte) betrokken.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het onrechtmatig verkregen bewijs verweer, nu er geen sprake is van een vormverzuim gedurende het voorbereidend onderzoek.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het niet is toegestaan een vaste camera op te hangen waarbij personen herkenbaar in beeld worden gebracht. Er is een onevenredige inbreuk op de privacy van verdachte en medeverdachten gemaakt. Daarbij merkt de verdediging op dat door [slachtoffer 1] selectief is omgegaan met de verstrekking van de camerabeelden, nu slechts van één camera de beelden zijn verstrekt terwijl er meer camera’s op het terrein aanwezig waren. De camerabeelden en het proces-verbaal van het uitlezen van de camerabeelden dienen derhalve uitgesloten te worden van het bewijs. Dit brengt met zich mee dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs overblijft. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dienen als onbetrouwbaar terzijde te worden geschoven, nu zij voorafgaand aan het doen van aangifte de gelegenheid hebben gehad met elkaar te overleggen en de camerabeelden te bekijken.

Daarbij komt dat het incident niet heeft plaatsgevonden op een voor het publiek toegankelijke plaats, nu het zich heeft afgespeeld op het erf van [slachtoffer 1] . Voorts heeft verdachte geen significante bijdrage geleverd aan het geheel. Verdachte heeft slechts geduwd. Dit levert geen strafbare gedraging op. De verdediging heeft (primair) vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde feit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient als eerste de vraag te beantwoorden of er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs met betrekking tot de camerabeelden. Niet is gebleken dat [slachtoffer 1] geen camera’s mocht ophangen op zijn erf. Maar ook indien de aanwezigheid van deze camera(‘s) in strijd zou zijn met enig wettelijk voorschrift, betreft dit geen verzuim dat is gepleegd in het voorbereidend onderzoek van de politie en kan dit derhalve geen vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a Sv opleveren dat tot bewijsuitsluiting of strafmindering aanleiding kan geven. Voorts is niet gebleken dat er andere camerabeelden beschikbaar zijn die het incident gefilmd hebben. Gezien het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting.

Bewijsmiddelen

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft gesommeerd van het erf af te gaan. Daarop gaf [medeverdachte 1] hem een kopstoot en sloeg [medeverdachte 1] hem een paar keer op zijn gezicht. [slachtoffer 1] zag dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] ook het erf op kwamen. [slachtoffer 1] riep nogmaals dat ze het erf moesten verlaten en dat hij de honden los zou laten. Daarop heeft hij een boompaal opgepakt en is hij weggelopen. Hij zag dat [medeverdachte 1] hond [naam] een klap gaf met een boompaal. Vervolgens liep [medeverdachte 1] met de boompaal op [slachtoffer 2] af en sloeg hem daarmee. Medeverdachte [medeverdachte 2] probeerde [slachtoffer 1] met een boompaal op zijn hoofd te slaan, maar hij miste en richtte zich vervolgens op [slachtoffer 2] . [medeverdachte 2] heeft [slachtoffer 2] met de boompaal geslagen en verdachte heeft [slachtoffer 2] vastgehouden en heeft hem met de vuisten geslagen. Ondertussen drukte [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] tegen de grond, sloeg hem een paar keer met de vuist en riep tegen [medeverdachte 2] waar laatstgenoemde met de paal moest slaan. [medeverdachte 2] sloeg daarop met de paal op de heup en rug van [slachtoffer 1] . Na enkele bedreigingen sloeg [medeverdachte 1] hem opnieuw en drukte de boompaal in zijn gezicht en tegen de auto aan. Daarna zijn verdachte en medeverdachten weggegaan.3

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] zijn vader in het gezicht sloeg en een kopstootbeweging maakte. [slachtoffer 2] heeft een boompaal gepakt om [medeverdachte 1] op afstand te houden. [medeverdachte 1] probeerde de paal af te pakken en [slachtoffer 2] heeft daarop de paal weggegooid. [medeverdachte 1] heeft de paal opgepakt en heeft daarmee de hond geslagen. Vervolgens liep hij met de boompaal op [slachtoffer 2] af. [slachtoffer 2] dook weg op het moment dat [medeverdachte 1] uithaalde en hij werd aan de zijkant van zijn heup geraakt. Medeverdachte [medeverdachte 2] probeerde [slachtoffer 1] met een boompaal op zijn hoofd te slaan, maar hij miste. Verdachte drukte [slachtoffer 2] naar beneden en sloeg hem. Voorts voelde [slachtoffer 2] dat hij door [medeverdachte 2] met de boompaal op zijn rug en hoofd geslagen werd.4

Op de ter terechtzitting getoonde camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 1] op [slachtoffer 1] afloopt en dat laatstgenoemde achteruit stapt. [medeverdachte 1] maakt een kopstootbeweging in de richting van [slachtoffer 1] en maakt vervolgens enkele slaande bewegingen. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] komen dan ook het erf op. [slachtoffer 2] pakt dan een boompaal van de grond en houdt deze horizontaal voor zich. Te zien is dat [slachtoffer 1] van de anderen weg loopt, een boompaal oppakt en uit het beeld verdwijnt. Op hetzelfde moment loopt [medeverdachte 1] op [slachtoffer 2] af en pakt hem in een nekklem vast. Daarop gooit [slachtoffer 2] de paal weg. [medeverdachte 1] loopt uit beeld en komt terug met een paal. Daarmee maakt hij een slaande beweging in de richting van de hond. Op de achtergrond is te zien dat [medeverdachte 2] ook een paal oppakt. Vervolgens komt [slachtoffer 1] terug in beeld met de paal in zijn handen. [slachtoffer 2] komt tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] in te staan. [medeverdachte 1] loopt in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en maakt met de paal een slaande beweging in de richting van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] slaan dan allebei in elkaars richting met de boompalen. Op dat moment komen ook verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] er aan gerend, waarbij [medeverdachte 2] de boompaal nog in zijn handen heeft. Het incident verplaatst zich grotendeels buiten beeld, maar te zien is dat [medeverdachte 2] de boompaal boven zijn hoofd houdt, uithaalt en slaat in de richting van waar [slachtoffer 1] reeds stond. Niet is te zien of en waar [slachtoffer 1] wordt geraakt. Vervolgens komen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] terug in beeld en is te zien dat [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] in een nekklem pakt en tegen de grond werkt. Ook [medeverdachte 2] is dan terug in beeld en te zien is dat hij nogmaals uithaalt met de boompaal. Het incident verplaatst zich dan weer buiten beeld, maar in de reflectie van de Mercedes-Benz bus is te zien dat iemand met witte bovenkleding slaande bewegingen naar beneden maakt. [medeverdachte 2] komt gedeeltelijk terug in beeld en te zien is dat hij de boompaal boven zijn hoofd houdt en daarmee een slaande beweging maakt. [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] komen weer terug in beeld, waarbij [slachtoffer 1] tussen [medeverdachte 1] en de Mercedes-Benz bus in staat. [medeverdachte 1] heeft de boompaal nog in zijn hand en te zien is dat hij daarmee een slaande beweging in de richting van [slachtoffer 1] maakt. Onderin het beeld is [slachtoffer 2] te zien, die meerdere keren aan zijn achterhoofd voelt. Op zijn T-shirt zijn vlekken te zien.5

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en dat hij hem heeft geduwd.6

Letsel

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij als gevolg van het incident last heeft van zijn hoofd, rug en heup.7 In de geneeskundige verklaring staat dat er sprake is van kneuzingen en onderhuidse bloeduitstortingen.8 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij een hoofdwond heeft.9 In de geneeskundige verklaring staat dat er sprake is van kneuzingen en onderhuidse bloeduitstortingen.10

Overwegingen

Van openlijke geweldpleging is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen.

Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. Het incident heeft zich afgespeeld op het erf van [slachtoffer 1] en was zichtbaar voor derden, of had althans voor derden zichtbaar kunnen zijn. Vrijwel direct nadat [medeverdachte 1] het erf had betreden en tegenover [slachtoffer 1] stond, betraden ook verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] het erf. Bij het daaropvolgende incident zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geslagen met boompalen, in een nekklem vastgepakt, geslagen en tegen de grond gewerkt. Dit is gebeurd door meerdere personen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van in een groep opererende personen die gezamenlijk openlijk geweld hebben gepleegd tegen andere personen.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of verdachte aan dit openlijk geweld een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Hierbij is overigens niet belang of verdachte zelf gewelddadige handelingen heeft verricht. Het is dus niet bepalend of verdachte degene is die aangever(s) of anderen heeft geslagen, gestompt, geduwd, geschopt en/of getrapt.

Bij de beoordeling van deze vraag vindt de rechtbank het volgende van belang. De rechtbank heeft op de beelden ter terechtzitting waargenomen dat verdachte het erf van [slachtoffer 1] op komt lopen, direct nadat [medeverdachte 1] een kopstootbeweging en slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] heeft gemaakt. Verdachte heeft niet ingegrepen. Op het moment dat [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] elkaar over en weer met boompalen slaan, komt verdachte aan rennen. Vervolgens verplaatst het incident zich buiten beeld en is in de reflex van de Mercedes-Benz bus te zien dat iemand met witte bovenkleding slaande bewegingen naar beneden maakt. De rechtbank stelt op basis van haar waarnemingen ter terechtzitting vast dat verdachte tijdens het incident de enige was die witte bovenkleding droeg. De verklaring van [slachtoffer 2] dat hij door verdachte naar beneden werd gedrukt en werd geslagen, wordt naar het oordeel van de rechtbank door het vorengaande ondersteund.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – openlijke geweldpleging.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 9 april 2017 te Beesd, althans in de gemeente Geldermalsen openlijk, te weten, aan de [adres 2] (A), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door

- die [slachtoffer 1] (met kracht) een kopstoot te geven en/of

- die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of vast te houden en/of

- die [slachtoffer 1] in een nekklem vast te pakken en/of vast te houden en/of (met kracht) naar de grond te werken en/of te gooien en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te duwen en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een paal, althans een hard (slag)voorwerp, op/tegen de heup en/of het (overige) lichaam te slaan en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een paal, althans een hard (slag)voorwerp, op/tegen het hoofd en/of (overige) lichaam te slaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij heeft gehandeld uit noodweer. Verdachte betrad het erf omdat zijn vader werd bedreigd. Hij hoorde dat de honden werden gesteld door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte heeft zich pas met het incident bemoeid op het moment dat zijn vader werd aangevallen. Verdachte heeft slechts ingegrepen. Hij heeft alleen geduwd om [slachtoffer 2] te doen stoppen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen beroep op noodweer toekomt. Niet is gebleken dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de agressors waren. Verdachte kon zich op ieder moment aan de situatie onttrekken door het erf te verlaten.

Beoordeling door de rechtbank

Voor een succesvol beroep op noodweer is vereist dat aannemelijk wordt dat sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed. Daarnaast dient de wijze van verdediging tegen deze aanranding noodzakelijk en geboden te zijn.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Nadat [medeverdachte 1] het erf van [slachtoffer 1] had betreden, is hij op [slachtoffer 1] afgelopen en heeft een kopstootbeweging in zijn richting gemaakt. Daarna is [slachtoffer 1] weggelopen en heeft [slachtoffer 2] een stok opgepakt, deze voor zijn lichaam gehouden en deze weggegooid toen [medeverdachte 1] de stok probeerde af te pakken. Uit de beelden heeft de rechtbank niet kunnen opmaken dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de agressors waren. De rechtbank heeft eveneens niet kunnen opmaken dat de honden aanvallend waren naar verdachte of naar medeverdachten. Het is vervolgens [medeverdachte 1] geweest die met een paal in zijn hand op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is afgelopen en [slachtoffer 2] met die paal heeft geslagen. Daarna werd door [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] over en weer met een paal geslagen en op dat moment heeft verdachte zich in het incident gemengd. In plaats van weg te gaan of zijn vader en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] uit elkaar te halen, heeft hij voor de aanval gekozen. Naar het oordeel van de rechtbank kan bij deze feiten en omstandigheden niet geconcludeerd worden dat verdachte heeft gehandeld uit noodzaak tot verdediging in reactie op een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Het noodweerverweer kan derhalve niet slagen. Het bewezenverklaarde feit is dan ook strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van de tijd die reeds in verzekering is doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie geëist dat aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van vijf jaren wordt opgelegd, inhoudende een locatieverbod ten aanzien van het perceel van de familie [slachtoffer 1] , waarbij eveneens de bezittingen niet aangeraakt, vernield of besmeurd mogen worden, en een contactverbod ten aanzien van de familie [slachtoffer 1] . Voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, dient 14 dagen vervangende hechtenis te worden toegepast. De officier van justitie vordert tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om aan verdachte conform de oriëntatiepunten een werkstraf op te leggen. De verdediging acht geen noodzaak aanwezig tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel, nu verdachte sinds het incident geen contact meer heeft gehad met aangevers.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 23 november 2017.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De slachtoffers zijn onder meer met boompalen geslagen. Verdachte heeft hiermee samen met anderen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Daarbij komt dat het geweld tegen de slachtoffers heeft plaatsgevonden op het erf van laatstgenoemden; een plek waar men zich geborgen en veilig moet kunnen voelen. Gedrag zoals verdachte en medeverdachten dat hebben laten zien, brengt gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg. Niet alleen bij de slachtoffers, zoals is gebleken uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring, maar ook op de directe woonomgeving en in de samenleving. De rechtbank houdt wel rekening met het feit dat verdachte zich pas later daadwerkelijk in het incident heeft gemengd en een kleiner aandeel heeft gehad in het geweld dan medeverdachten. Verder houdt de rechtbank rekening met het nagenoeg blanco strafblad van verdachte.

De rechtbank heeft voorts in aanmerking genomen de oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van strafsectoren (LOVS) voor artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Gelet daarop lijkt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen, zoals ook door de officier van justitie is geëist. In dit geval ziet de rechtbank daar vanaf.

Alles afwegende acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 100 uren passend en geboden.

Naast de op te leggen straf acht de rechtbank een contactverbod met de familie [slachtoffer 1] en een locatieverbod voor het hierna te noemen gebied op zijn plaats in de vorm van een maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal daarbij de onmiddellijke uitvoerbaarheid bevelen, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens aangevers. De vervangende hechtenis bepaalt de rechtbank op drie dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Door [slachtoffer 1] wordt een bedrag van € 16.240,38 gevorderd, bestaande uit € 6.432.38 aan materiële schade, € 8.000,= aan immateriële schade en € 1.808,= aan proceskosten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 11.427,79, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de behandeling van de strafzaak aan te houden, zodat het eigen aandeel van de benadeelde partij nader onderzocht kan worden. Indien dit niet wordt gehonoreerd, heeft de verdediging primair verzocht om de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens een onevenredige belasting van het strafgeding.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen dan wel te matigen. Wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding, wordt aangevoerd dat de aangehaalde jurisprudentie niet vergelijkbaar is met onderhavige zaak. De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met het eigen aandeel van de benadeelde partij bij het incident.

De verdediging heeft verzocht om de proceskosten af te wijzen, nu de benadeelde partij er zelf voor heeft gekozen een advocaat in te schakelen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het aanhoudingsverzoek oordeelt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht zich op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht om op de vordering van de benadeelde partij te beslissen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het met betrekking tot het bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Beschadigde kleding/goederen

Boom, boombandnagels, boomband en boompalen

Als gevolg van het bewezenverklaarde is schade ontstaan aan de uit de grond getrokken boom. De benadeelde partij heeft een vergoeding gevraagd voor de aanschaf van een nieuwe boom. Nu deze schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd, is zij van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost van € 59,= kan worden toegewezen.

Telefoon

De benadeelde partij heeft een vergoeding gevraagd voor zijn telefoon, omdat deze beschadigd is geraakt als gevolg van het bewezenverklaarde. De rechtbank acht deze schadepost voldoende onderbouwd en is van oordeel dat de vordering tot deze schadepost van € 199,= kan worden toegewezen.

Kleding

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd van zijn broek en T-shirt wegens vlekken en gaten. Uit het dossier is niet gebleken dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde vlekken op en gaten in zijn kleding heeft gekregen. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

Extra reiskosten

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd voor de reis- en parkeerkosten van onder meer bezoeken aan de huisarts, apotheek, het ziekenhuis en het politiebureau. Nu deze schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd, is zij van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost van € 162,55 kan worden toegewezen.

Ziektekosten

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd voor slaappillen, de huur van krukken en de kosten van het eigen risico. De verdediging heeft de kosten van het eigen risico betwist. De rechtbank merkt op dat uit het ‘overzicht rekeningen ingediend door zorgverleners’ blijkt dat de behandelperiode is gelegen in de periode van 4 juli 2017 tot en met 23 augustus 2017. De rechtbank is van oordeel dat de schadepost voldoende is onderbouwd en zij is van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost van € 938,43 kan worden toegewezen.

Beveiliging

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd voor de loonkosten van een ingehuurde beveiliger, extra kosten voor de accountant en de kosten van een login systeem voor de camera’s. De rechtbank is van oordeel dat deze schadepost in een verder verwijderd verband staat omdat er een keuze van het slachtoffer aan ten grondslag ligt om deze kosten te maken. De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard voor dit deel van de vordering.

Kosten opvragen medische informatie

De benadeelde partij heeft ten behoeve van de onderbouwing van zijn vordering zijn medisch dossier opgevraagd. Nu deze schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd, is zij van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost ad € 70,91 kan worden toegewezen.

Immateriële schade

Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid en gelet op schadevergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend een bedrag van € 2.500,= toewijzen en het overige deel van de vordering afwijzen.

De rechtbank zal op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Nu de voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten ieder op een ander moment zijn ontstaan, zal de rechtbank een ingangsdatum van de wettelijke rente kiezen die gelegen is in het midden van de gehele periode waarin de schadeposten zijn ontstaan. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 juli 2017.

Proceskosten

De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de rechtsbijstandskosten die hij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding in de onderhavige strafprocedure. De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de rechtsbijstandskosten die hij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding in de onderhavige strafprocedure. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen, ondanks dat in voorkomende gevallen kosteloos bijstand kan worden verleend door Slachtofferhulp. Enerzijds staat het een partij vrij zelf te kiezen door wie hij zich in deze wil laten bijstaan, anderzijds is ter zitting onweersproken gesteld dat in dit geval Slachtofferhulp de benadeelde partij heeft geadviseerd een advocaat in te schakelen.

Bij de bepaling van de hoogte van deze kosten dient te worden aangesloten bij het liquidatietarief in kantonzaken indien de vordering beneden de bevoegdheidsgrens van de kantonrechter blijft. Nu dit het geval is, ziet de rechtbank geen reden om het “liquidatietarief rechtbank/hof” toe te passen. De hoofdsom van de toegewezen vordering, vermeerderd met de wettelijke rente, betreft een bedrag boven de € 3750,= waardoor een tarief van € 200,= per punt geldt. Gezien de verrichte werkzaamheden, te weten het indienen van de vordering (1 punt) en de mondelinge toelichting ter terechtzitting van de politierechter (1 punt) en de mondelinge toelichting ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer (1 punt), komt daarmee de hoogte van de vergoeding van de kosten van de rechtsbijstand op een bedrag van € 600,=. De rechtbank zal dit bedrag toekennen en het verzoek voor het overige afwijzen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Door [slachtoffer 2] wordt een bedrag van € 16.021,55 gevorderd, bestaande uit € 9.213,55 aan materiële schade,

€ 5.000,= aan immateriële schade en € 1.808,= aan proceskosten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 8.370,37, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de behandeling van de strafzaak aan te houden, zodat het eigen aandeel van de benadeelde partij nader onderzocht kan worden. Indien dit niet wordt gehonoreerd, heeft de verdediging primair verzocht om de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens een onevenredige belasting van het strafgeding.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen dan wel te matigen. Wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding, wordt aangevoerd dat de aangehaalde jurisprudentie niet vergelijkbaar is met onderhavige zaak. De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met het eigen aandeel van de benadeelde partij bij het incident.

De verdediging heeft verzocht om de proceskosten af te wijzen, nu de benadeelde partij er zelf voor heeft gekozen een advocaat in te schakelen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het aanhoudingsverzoek oordeelt de rechtbank als volgt. De rechtbank acht zich op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht om op de vordering van de benadeelde partij te beslissen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het met betrekking tot het bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Beschadigde kleding/goederen

De benadeelde partij heeft een vergoeding gevraagd voor zijn bril, telefoon, telefoonhoesje, broek, T-shirt en auto omdat deze beschadigd zijn geraakt als gevolg van het bewezenverklaarde. De rechtbank acht deze schadepost voldoende onderbouwd en is van oordeel dat de vordering tot deze schadepost van € 1.251,69 kan worden toegewezen.

Extra reiskosten

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd voor de reis- en parkeerkosten van onder meer bezoeken aan de huisarts, apotheek en het politiebureau. De gevraagde reiskosten van een bezoek aan Jones en Jones zal worden afgewezen, nu de rechtbank heeft geconstateerd dat de kleding is besteld en bezorgd via Zalando. Voor het overige is deze schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en is zij van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost van € 76,33 kan worden toegewezen.

Abonnement sportschool

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd van zijn abonnement bij de sportschool, omdat hij daarvan drie maanden geen gebruik heeft kunnen maken. Nu dit uit het dossier niet is gebleken, zal dit deel van de vordering worden afgewezen.

Kosten Hollandse herder [naam]

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd van het consult bij de dierenarts, de medicijnen en de aanschaf van [naam] . De rechtbank acht deze schadepost met betrekking tot het consult en de medicijnen voldoende onderbouwd en zal de vordering met betrekking tot deze schadepost ad € 234,35 toewijzen. Wat betreft de gevraagde vergoeding van de aanschafwaarde van hond [naam] wegens het niet meer inzetbaar zijn als sporthond, is de rechtbank van oordeel dat hiervoor nader onderzoek nodig is. Dergelijk onderzoek levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. Voor het overige deel van deze schadepost zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beveiliging

De benadeelde partij heeft vergoeding gevraagd voor de loonkosten van een ingehuurde beveiliger, extra kosten voor de accountant en de kosten van een login systeem voor de camera’s. De rechtbank is van oordeel dat deze schadepost in een verder verwijderd verband staat omdat er een keuze van het slachtoffer aan ten grondslag ligt om deze kosten te maken. De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard voor dit deel van de vordering.

Immateriële schade

Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid en gelet op schadevergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend een bedrag van € 2.500,= toewijzen en het overige deel van de vordering afwijzen.

De rechtbank zal op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Nu de voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten ieder op een ander moment zijn ontstaan, zal de rechtbank een ingangsdatum van de wettelijke rente kiezen die gelegen is in het midden van de gehele periode waarin de schadeposten zijn ontstaan. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 juli 2017.

Proceskosten

De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de rechtsbijstandskosten die hij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding in de onderhavige strafprocedure. De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de rechtsbijstandskosten die hij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding in de onderhavige strafprocedure. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen, ondanks dat in voorkomende gevallen kosteloos bijstand kan worden verleend door Slachtofferhulp. Enerzijds staat het een partij vrij zelf te kiezen door wie hij zich in deze wil laten bijstaan, anderzijds is ter zitting onweersproken gesteld dat in dit geval Slachtofferhulp de benadeelde partij heeft geadviseerd een advocaat in te schakelen.

Bij de bepaling van de hoogte van deze kosten dient te worden aangesloten bij het liquidatietarief in kantonzaken indien de vordering beneden de bevoegdheidsgrens van de kantonrechter blijft. Nu dit het geval is, ziet de rechtbank geen reden om het “liquidatietarief rechtbank/hof” toe te passen. De hoofdsom van de toegewezen vordering, vermeerderd met de wettelijke rente, betreft een bedrag boven de € 3750,= waardoor een tarief van € 200,= per punt geldt. Gezien de verrichte werkzaamheden, te weten het indienen van de vordering (1 punt) en de mondelinge toelichting ter terechtzitting van de politierechter (1 punt) en de mondelinge toelichting ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer (1 punt), komt daarmee de hoogte van de vergoeding van de kosten van de rechtsbijstand op een bedrag van € 600,=. De rechtbank zal dit bedrag toekennen en het verzoek voor het overige afwijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27, 36f, 38v, 38w en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

  • -

    veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

  • -

    beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 Legt op de maatregel dat de veroordeelde gedurende een periode van drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , wonende aan de [adres 2] [woonplaats] ;

- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , wonende aan de [adres 2] [woonplaats] ;

- De echtgenote van [slachtoffer 1] , wonende aan de [adres 2] [woonplaats] .

Dit contactverbod geldt niet voor eventuele rechtszittingen bij de rechtbank waarbij zowel verdachte als bovenstaande personen betrokken zijn;

 Legt op de maatregel dat de veroordeelde gedurende een periode van drie jaren zich niet zal ophouden op de [adres 2] [woonplaats] noch dat veroordeelde op of rondom dit perceel voorwerpen/afval zal achterlaten;

  • -

    Met betrekking tot beide maatregelen:

  • -

    Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt drie dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan;

 Bepaalt dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

 Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1] , te betalen € 3.929,89 (negenendertighonderdnegenentwintig euro en negenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden vooralsnog begroot op € 600,= en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering voor zover deze betrekking heeft op de beveiligingskosten.

  • -

    Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

  • -

    Verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te betalen € 3.929,89 (negenendertighonderdnegenentwintig euro en negenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

  • -

    Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 2] , te betalen € 4.062,37 (vierduizendtweeënzestig euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden vooralsnog begroot op € 600,= en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering voor zover deze betrekking heeft op de aanschaf van hond [naam] en de beveiligingskosten.

  • -

    Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

  • -

    Verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , te betalen € 4.062,37 (vierduizendtweeënzestig euro en zevenendertig eurocent),, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 51 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

  • -

    Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. C. van Linschoten en mr. J.H.D. van Onna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017217583, gesloten op 14 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 196.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 79.

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 54-55.

5 Rechterlijke waarneming ter terechtzitting d.d. 9 januari 2018 van camerabeelden.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 197.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 79.

8 Geneeskundige verklaring [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2017, p. 113.

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 56.

10 Geneeskundige verklaring [slachtoffer 2] d.d. 20 april 2017, p. 76.