Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:2949

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
04-07-2018
Zaaknummer
05/820111-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een man van 42 uit Twist en een man van 21 uit Bocholt tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar.

Op 25 maart 2016 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de N18 in Lichtenvoorde. De man van 21 stond midden op de weg stil om linksaf te slaan, op een plek waar dat niet mocht. De man van 42 reed met zijn bestelauto op dezelfde weghelft, maar lette onvoldoende op en is eerst tegen de auto van de man van 21 gereden en vervolgens op de andere weghelft frontaal tegen een andere auto gebotst. In deze auto zaten een zwangere vrouw en haar vier kinderen. De inzittenden hebben allemaal letsel opgelopen en na een spoedkeizersnee bleek het ongeboren kind te zijn overleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/820111-16

Datum uitspraak : 3 juli 2018

Verstek

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 juni 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 maart 2016 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bus), komende vanuit de richting Varsseveld en gaande in de richting van Lichtenvoorde/Groenlo, daarmee rijdende op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de N18,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden,

hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het uitzicht voor hem, verdachte op geen enkele wijze werd gehinderd of belemmerd en/of

terwijl ter hoogte van een aan die weg gelegen ( [naam 1] ) tankstation, een voor hem, verdachte op die door hem, verdachte bereden rijstrook van die weg (N18) zich bevindend ander motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) stilstond en/of

terwijl hij, verdachte in de gelegenheid is geweest dat andere stilstaande motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) op een afstand van 400 meter, althans op grote afstand te kunnen waarnemen, niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct

voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (N18),

in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bus) op zodanige wijze heeft geregeld, dat hij, verdachte in staat was om dat motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bestelbus) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (N18) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

naar links is uitgeweken en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (N18) is terechtgekomen en/of

in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg (N18) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen

rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" , heeft bevonden en/of

in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat voor hem, verdachte uit op die weg stilstaande of langzamer rijdende andere motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, verdachte over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (N18) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, zwarte Opel Corsa),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een mede aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een anderen(genaamd [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

waardoor een ander ( [slachtoffer 5] )werd gedood;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 25 maart 2016 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bus), komende vanuit de richting Varsseveld en gaande in de richting van Lichtenvoorde/Groenlo, daarmee heeft gereden op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de N18 en

terwijl ter hoogte van een aan die weg gelegen ( [naam 1] ) tankstation, een voor hem, verdachte op die door hem, verdachte bereden rijstrook van die weg (N18) zich bevindend ander motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) stilstond,

in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bus) op zodanige wijze heeft geregeld, dat hij, verdachte in staat was om dat motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bestelbus) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (N18) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

naar links is uitgeweken en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (N18)is terechtgekomen en/of

in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg (N18) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" , heeft bevonden en/of

in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat voor hem, verdachte uit op die weg stilstaande of langzamer rijdende andere motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, verdachte over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (N18 ) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, zwarte Opel Corsa),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 maart 2016 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de voor het openbaar verkeer opengestelde weg: de ( [straatnaam] ) N18, gelegen buiten de bebouwde kom van Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre. Het verkeersongeval vond omstreeks 17:28 uur plaats vlakbij een [naam 1] benzinestation.

Het ongeval vond plaats op een recht weggedeelte van de N18, bij daglicht en droog en helder weer. Het uitzicht van de betrokken weggebruikers werd niet belemmerd.

Bij het ongeval waren drie voertuigen betrokken, te weten een grijze Opel Corsa (met Duits kenteken), een zwarte Opel Corsa en een Volkswagen Transporter.

De grijze Opel en de Volkswagen kwamen uit de richting van Varsseveld en reden in de richting van Lichtenvoorde/Groenlo. De zwarte Opel kwam uit de richting van Lichtenvoorde/Groenlo en reed in de richting van Varsseveld.

De grijze Opel wilde linksaf slaan, richting de inrit van het benzinestation. De grijze Opel is daarbij op de rijweg tot stilstand gekomen. De achterop komende Volkswagen is – om een aanrijding te voorkomen – uitgeweken naar links en linksachter tegen de grijze Opel gebotst. Daarna is de Volkswagen op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer gekomen. Daar botste de Volkswagen tegen de tegemoet komende zwarte Corsa.2

Verdachte was de bestuurder van de Volkswagen bestelauto.3

In de zwarte Corsa zaten [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en haar kinderen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4]4 en [slachtoffer 6] . Bij [slachtoffer 1] was sprake van een vergevorderde zwangerschap. Zij heeft na het ongeval een spoedkeizersnee ondergaan. De baby, [slachtoffer 5] , is overleden.5

[slachtoffer 3] heeft onder andere gebroken middenvoetsbeentjes, een gebroken grote teen en een nierkneuzing met inwendig bloedverlies opgelopen.6

[slachtoffer 4] is geopereerd in verband met drie darmperforaties. Verder was sprake van een bekkenvleugelfractuur aan beide kanten.7

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 6] hadden meerdere blauwe plekken en [slachtoffer 6] had daarnaast een nierkneuzing.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat N18 ter plaatse door middel van een dubbele doorgetrokken witte streep was verdeeld in twee rijstroken.8 Artikel 76 eerste lid van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 bepaalt dat een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, niet mag worden overschreden. Bestuurders mogen zich niet links van een doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen.

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van roekeloos verkeersgedrag van verdachte zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Over de vraag of hij aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft verklaard dat hij opeens een grijze auto zag stilstaan op de rechter rijbaan, ter hoogte van het tankstation. Hij moest vol in de remmen en week uit naar links. Bij het uitwijken heeft hij deze grijze auto aan de linker zijkant geraakt. Verdachte kwam op de rijstrook voor het tegemoetkomend verkeer terecht en zag een zwarte auto op zich af komen. Hij kon niet verder uitwijken en botste frontaal op de zwarte auto.9 Tijdens een aanvullend verhoor heeft verdachte verklaard dat de hele rijbaan een doorgetrokken streep had.10

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte onvoldoende opgelet: hij is niet blijven letten op de weg en het verkeer voor hem. Verdachte heeft verklaard dat hij vrij zicht had. In een Volkswagen Transporter zit je hoog en heb je goed uitzicht, aldus verdachte.11 Uit de fotoreportage van 23 maart 2016 volgt dat verdachte de auto van [naam 2] (opmerking rechtbank: de bestuurder van de grijze Corsa) ruim op tijd kon zien staan. Het tankstation is op een afstand van meer dan 500 meter te zien.12 Het zicht op de weg wordt niet belemmerd. Dat verdachte de grijze auto pas zo laat kon zien omdat deze opging in de tegemoetkomende auto’s, zoals hij heeft verklaard, volgt de rechtbank dan ook niet.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Hij had de stilstaande Corsa eerder kunnen én moeten zien en zijn snelheid daarop moeten aanpassen. Verdachte is te laat gaan remmen, waardoor hij moest uitwijken om niet op de grijze Corsa voor hem te botsen. Verdachte is daarbij uitgeweken naar links, waarbij hij de dubbele doorgetrokken streep heeft overschreden en zich niet heeft gehouden aan zijn verplichting om zoveel mogelijk rechts te houden. Zijn reactie om naar links te sturen, was een verkeerde.

Dit alles heeft (mede) geleid tot het ongeval, nu sprake is van een causaal verband tussen het uitwijken van verdachte en de daarop volgende botsing tussen zijn Volkswagen en de zwarte Opel.

Naar het oordeel van de rechtbank is het ondergaan van een (spoed)keizersnee door [slachtoffer 1] aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Ook het letsel van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] is te beschouwen als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank betrekt hierbij ook dat zij nog steeds hinder ondervinden van het opgelopen letsel.

Het letsel van [slachtoffer 2] is geen letsel als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, dus voor dat onderdeel volgt vrijspraak.

Over de dood van [slachtoffer 5] overweegt de rechtbank het volgende.

De beantwoording van de vraag of causaal verband bestaat tussen de gedraging van de verdachte en het overlijden gebeurt aan de hand van de maatstaf of het overlijden redelijkerwijs als gevolg van die gedraging aan de verdachte kan worden toegerekend. Als niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de bewezenverklaarde gedraging in de keten van de gebeurtenissen een noodzakelijke factor is geweest voor het ingetreden gevolg, is voor het redelijkerwijs toerekenen van het gevolg aan (een gedraging van) de verdachte ten minste vereist dat wordt vastgesteld dat dit gedrag een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, alsmede dat ook aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door die gedraging is veroorzaakt. Of en wanneer sprake is van een dergelijke aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid, zal afhangen van de concrete omstandigheden van het geval.

In het rapport van het NFI van 15 juli 2016 is het volgende vermeld. Bij onderzoek in het ziekenhuis zouden er verdenkingen zijn geweest voor foetale nood met verdenking op voortijdige placentaloslating, solutio placentae. Bij spoedkeizersnede werd [slachtoffer 5] echter levenloos geboren.

Bij sectie van de pasgeborene en de placenta is geen doodsoorzaak gevonden. De placenta was intact en toonde geen bloedingen en/of ander afwijkingen. Het kind was een jongetje zonder aangeboren afwijkingen en zonder ziekelijke en/of posttraumatische orgaanafwijkingen. De maten en (orgaan-)gewichten waren conform een zwangerschapsduur van 37-38 weken. De longen waren normaal aangelegd, niet ontplooid en niet luchthoudend hetgeen de diagnose van levenloze geboorte ondersteund.

Bij voortijdige placentaloslating, solutio placentae, hoeven er aan de placenta zelf geen afwijkingen zoals bloedingen zijn waar te nemen. Solutio placentae is een klinische diagnose. Het oplopen van stomp buik trauma zoals dat bij voorbeeld bij verkeersongevallen kan optreden, vormt een verhoogd risico voor voortijdige placentaloslating in de zwangerschap. Dit vormt een groot risico voor het overlijden van het ongeboren kind. Gezien het ontbreken van ernstige en fatale aangeboren afwijkingen bij het kind, het ontbreken van infectie ziekten en intoxicaties wordt op grond van de macroscopische en microscopische sectiebevindingen en het onderzoek van de placenta solutio placentae als gevolg van stomp buiktrauma als oorzaak voor het overlijden overwogen. Aanlegstoornissen en/of traumatische afwijkingen in de hersenen werden door neuropathologisch onderzoek uitgesloten.13

Gelet op deze bevindingen is de rechtbank van oordeel dat het overlijden van [slachtoffer 5] redelijkerwijs aan verdachte kan worden toegerekend.

Dit betekent dat de rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 25 maart 2016 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bus), komende vanuit de richting Varsseveld en gaande in de richting van Lichtenvoorde/Groenlo, daarmee rijdende op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de N18,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het uitzicht voor hem, verdachte op geen enkele wijze werd gehinderd of belemmerd en/of

terwijl ter hoogte van een aan die weg gelegen ( [naam 1] ) tankstation, een voor hem, verdachte op die door hem, verdachte bereden rijstrook van die weg (N18) zich bevindend ander motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) stilstond

en/of terwijl hij, verdachte in de gelegenheid is geweest dat andere stilstaande motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) op een afstand van 400 meter, althans op grote afstand te kunnen waarnemen, niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct

voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (N18),

in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bus) op zodanige wijze heeft geregeld, dat hij, verdachte in staat was om dat motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk] -bestelbus) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (N18) kon overzien en waarover deze vrij was en/of

naar links is uitgeweken en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (N18) is terechtgekomen en/of

in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg (N18) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen

rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" , heeft bevonden en/of

in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat voor hem, verdachte uit op die weg stilstaande of langzamer rijdende andere motorrijtuig (personenauto, grijze Opel Corsa) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, verdachte over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (N18) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, zwarte Opel Corsa),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een mede aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan anderen (genaamd [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

waardoor een ander ( [slachtoffer 5] ) werd gedood.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft onvoldoende gelet op de weg en het verkeer dat voor hem reed. Verdachte is te laat gaan remmen, waarbij hij naar links is uitgeweken en frontaal op de auto van [slachtoffer 1] en haar kinderen is gebotst. Natuurlijk mocht de bestuurder van de grijze Corsa niet stilstaan op de weg, maar verdachte had beter moeten opletten en zijn snelheid tijdig moeten aanpassen. Mede daardoor heeft een verkeersongeval plaatsgevonden waardoor bij anderen, waaronder twee jonge kinderen, zwaar lichamelijk letsel is ontstaan en een ongeboren kind is overleden. Het gezin [slachtoffer 1] ondervindt nog dagelijks de gevolgen van dit ongeval en het verlies van [slachtoffer 5] . Tijdens de zitting is dit heel duidelijk geworden door de door [slachtoffer 1] voorgelezen slachtofferverklaring.

Verdachte heeft geen strafblad en over hem is geen advies uitgebracht door de reclassering.

De LOVS-oriëntatiepunten hanteren als uitgangspunt voor overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 met de dood tot gevolg een werkstraf van 240 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar. De rechtbank ziet geen reden een lagere werkstraf op te leggen. Er zijn meerdere slachtoffers, waaronder een dodelijk slachtoffer. Omdat sprake is van een behoorlijk tijdverloop sinds verdachte op 25 maart 2016 als verdachte is gehoord, zal de rechtbank de ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Bijl (voorzitter), mr. C.H.M. Pastoors en mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juli 2018.

mr. Bijl en mr. Pastoors zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , brigadier van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam Achterhoek-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016147394-1, gesloten op 6 oktober 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 VerkeersOngevallenAnalyse, p. 12, p. 18 en p. 30.

3 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 4-5.

4 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , p. 95.

5 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] , p. 96.

6 Geneeskundige verklaring, p. 56.

7 Geneeskundige verklaringen, p. 58 en p. 60.

8 VerkeersOngevallenAnalyse, p. 17.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 99-100.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 17-22 van het aanvullend proces-verbaal.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 17-22 van het aanvullend proces-verbaal.

12 Fotoreportage 23 maart 2016, p. 16 van het aanvullend proces-verbaal.

13 Rapport NFI Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, 15 juli 2016