Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:2737

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-05-2018
Datum publicatie
21-06-2018
Zaaknummer
C/05/334012 / FA RK 18-668
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Gezagsgeschil. Rechtbank wijst verzoek om vervangende toestemming voor vakanties minderjarige toe. Beslissing of ouders foto’s van de minderjarige via Facebook of andere social media op internet plaatsen wordt aangemerkt als een gezagsgeschil in de zin van artikel 1 :253a, eerste lid, BW. Het belang van het kind is het toetsingskader. Door de moeder verzocht verbod aan de vader om foto’s en filmpjes van de minderjarige te plaatsen wordt toegewezen, omdat de rechtbank niet inziet welk belang de minderjarige (1 jaar oud) daarbij op dit moment heeft. Omdat dit nog kan veranderen als de minderjarige ouder is, wordt het verbod toegewezen tot het kind vijf jaar oud wordt.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/334012 / FA RK 18-668

Datum uitspraak: 31 mei 2018

beschikking vervangende toestemming

in de zaak van

[verzoekster] (nader te noemen: de moeder),

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. E.J. Kim-Meijer te ’s-Gravenhage,

tegen

[verweerder] (nader te noemen: de vader),

wonende te Culemborg,

advocaat mr. C.C.B. Boshouwers te Amsterdam.

Het verloop van de procedure

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 maart 2018;

- het bericht, met bijlagen, van mr. E.J. Kim-Meijer van 3 april 2018;

- het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 april 2018;

- de pleitaantekeningen, met bijlagen, namens de moeder van 12 april 2018;

- het bericht, met bijlage, van mr. C.C.B. Boshouwers van 26 april 2018;

- het bericht, met bijlage, van mr. E.J. Kim-Meijer van 2 mei 2018;

- het bericht, met bijlage, van mr. C.C.B. Boshouwers van 11 mei 2018.

Ter zitting van 12 april 2018 zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. E.J. Kim-Meijer;

- de vader, bijgestaan door mr. C.C.B. Boshouwers;

- een zittingsvertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (nader te noemen: de Raad).

De zaak met kenmerk C/05/325601 / FA RK 17-2794 is tijdens de zitting gelijktijdig

behandeld.

De feiten

Uit de relatie tussen partijen is geboren de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .

De vader heeft [minderjarige] erkend. Bij tussenbeschikking van deze rechtbank in de procedure met kenmerk C/05/325601 / FA RK 17-2794 van 4 december 2017 is bepaald dat de ouders gezamenlijk worden belast met het gezag over [minderjarige] en deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeder heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Bij voormelde beschikking is tevens een voorlopige omgangsregeling vastgesteld, op basis waarvan [minderjarige] – kort gezegd – vanaf 3 januari 2018 iedere woensdag een dag en iedere zaterdag een dagdeel bij de vader verblijft.

In de zaak met kenmerk C/05/325601 / FA RK 17-2794 is bij beschikking van 24 mei 2018 – onder meer – een regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders (hierna zorgregeling) vastgesteld, waarbij [minderjarige] – kort gezegd – iedere week van dinsdagavond tot woensdag 17.00 uur en op zaterdag een dagdeel bij de vader verblijft.

Het verzoek

De moeder verzoekt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

1. haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] in het jaar 2018 de navolgende drie familiebezoeken/vakanties bij haar ouders in het buitenland door te mogen brengen:

a. [geboortedatum] 2018 tot en met 22 mei 2018;

b. 2 augustus 2018 tot en met 27 augustus 2018;

c. 4 oktober 2018 tot en met 22 oktober 2018.

op het adres […] .

2. te bepalen dat er door de man geen foto’s en/of filmpjes van [minderjarige] op het internet via

social media mogen worden geplaatst op straffe van een dwangsom van € 250,00,

per overtreding door de man van dit verbod en tevens te bepalen dat de man de

foto’s en/of filmpjes van [minderjarige] die hij op Facebook heeft geplaatst binnen een week

na de gewezen beschikking van Facebook dient te verwijderen op straffe van een

dwangsom van € 250,00 per dag, dat de man nalaat de foto’s en/of filmpjes van

[minderjarige] die op Facebook staan te verwijderen.

3. kosten rechtens.

Het verweer

De vader verzoekt de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, dan wel haar verzoeken af te wijzen, dan wel haar verzoeken aan te houden in afwachting van ontwikkelingen in de zorgregeling.

De beoordeling

Stukken vanaf 12 april 2018

De vader heeft tijdens de zitting verzocht de pleitnota van de moeder buiten beschouwing te laten. Vanwege de omvang acht hij toelating van de pleitnota in strijd met de goede procesorde. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen, maar - gelet op het beginsel van hoor en wederhoor - de vader wel in de gelegenheid gesteld na afloop van de zitting schriftelijk op de pleitnota te reageren. De rechtbank heeft daarbij gelet op het tijdstip van indiening op voorhand van de pleitnota (om 07:03 uur op de dag van de zitting, die om 09:40 uur begon) en de omvang (18 pagina’s, met daarbij 12 pagina’s producties), die maakten dat het hier ging om een verkapte conclusie van repliek. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat indien de vader in zijn reactie nieuwe feiten of omstandigheden stelt of producties zou overleggen, de moeder daarop mocht reageren. De moeder meent in haar brief van 2 mei 2018 dat de vader in zijn brief van 26 april 2018 nieuwe feiten stelt, waarop zij mag reageren. De vader heeft op 11 mei 2018 verzocht haar brief buiten beschouwing te laten.

De rechtbank stelt vast dat de vader in zijn brief van 26 april 2018 in deze procedure géén nieuwe stellingen naar voren brengt. Dit betekent dat de rechtbank de laatste brief van de moeder voor de verdere beoordeling in deze procedure buiten beschouwing laat.

Gezagsuitoefening

Ingevolge artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening een geschil tussen de ouders hieromtrent op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

- Vakanties

De vader heeft gesteld dat hij de moeder in februari 2018 toestemming heeft gegeven om in mei 2018 met [minderjarige] op vakantie te gaan. Hij heeft het daarvoor benodigde formulier ondertekend, aan de moeder gegeven en in deze procedure overgelegd. De moeder heeft dat niet weersproken. Daarom wijst de rechtbank dit onderdeel van het verzoek bij gebrek aan belang, af.

Wat betreft de vakanties in augustus en oktober 2018 heeft de vader verklaard dat hij het prima vindt dat de moeder met [minderjarige] op vakantie gaat naar [buitenland] . Hij vraagt het verzoek echter af te wijzen, zolang een opbouw van de zorgregeling voor de moeder niet bespreekbaar is.

De rechtbank heeft de zorgregeling in de procedure met nummer C/05/325601 / FA RK 17-2794 uitgebreid. Zij heeft tevens bepaald dat de vader per 1 december 2018 eens per kwartaal vier dagen en drie nachten met [minderjarige] op vakantie kan. De rechtbank oordeelt dat de vader met deze regeling (deels) wordt gecompenseerd voor de vakanties van de moeder. Er zijn geen andere feiten of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan de verzochte vakanties niet in het belang van [minderjarige] zouden zijn. Omdat de rechtbank vakanties van [minderjarige] met de moeder in het algemeen in haar belang acht, zal de rechtbank de moeder vervangende toestemming voor de vakanties verlenen, zoals verzocht.

De moeder heeft tijdens de zitting verklaard dat zij in de verzochte periodes niet (in totaal) acht weken weg is. Dat betekent ook dat indien de moeder in die periodes in Nederland verblijft, de voormelde vastgestelde zorgregeling zal gelden.

- Verbod plaatsing foto’s en filmpjes op internet via social media

De moeder wil dat de vader foto’s en of filmpjes van [minderjarige] van zijn Facebookaccount verwijdert, omdat de foto’s naar haar stelling dan eigendom worden van Facebook en de kans bestaat dat de foto’s aan derden worden verkocht. Volgens de vader heeft hij één foto van [minderjarige] op Facebook geplaatst, die zichtbaar is voor iedereen. Hij heeft ook één foto met haar in WhatsApp staan, die zichtbaar is voor familie en vrienden en voor anderen is afgeschermd. De vader gaat ervan uit dat het plaatsen van foto’s van [minderjarige] haar niet meteen kan schaden. Daarnaast wil hij met zijn omgeving delen dat [minderjarige] bij hem is, zeker nu hij [minderjarige] niet zo vaak ziet als hij zou willen. De vader heeft overwogen de moeder tegemoet te komen in dit verzoek. Hij heeft dat niet gedaan, omdat hij ervaart dat de moeder aan geen van zijn wensen tegemoet komt.

De rechtbank overweegt dat de vraag of foto’s en filmpjes van [minderjarige] (al dan niet) via social media, zoals Facebook, door haar ouders op internet kunnen worden geplaatst, bij uitstek een kwestie is waarover deze ouders samen dienen te beslissen. Zij hebben namelijk het gezamenlijk gezag over [minderjarige] en een dergelijke beslissing grijpt - in meerdere of mindere mate - in op het leven van [minderjarige] en strekt zich daarmee uit over de persoon van [minderjarige] zoals bedoeld in artikel 1:245 lid 4 BW. Zijn de ouders het hierover niet eens, dan is sprake van een gezagsgeschil als bedoeld in artikel 1:253a, eerste lid, van het BW. Volgens dat artikel is het (enige) toetsingskader dat de rechtbank dan hanteert, het belang van [minderjarige] .

De rechtbank overweegt verder dat het verzoek om foto’s en filmpjes te verwijderen enkel is gericht op Facebook en niet op WhatsApp. De moeder heeft ter zitting immers aangegeven zelf ook foto’s en filmpjes via WhatsApp uit te wisselen met anderen. De door de moeder gestelde privacy-bezwaren ter zake (overige) social media gelden voor haar dus kennelijk niet voor WhatsApp. Zonder nadere toelichting of motivering, die ontbreekt, kan zij dus niet van de vader verwachten dat hij geen beelden uitwisselt via WhatsApp. De vader heeft daarnaast gesteld dat hij geen filmpjes van [minderjarige] op Facebook plaatst. De moeder heeft niet nader onderbouwd dat de vader dat wel doet. Het geschil heeft - voor zover het gaat om al geplaatste beelden - aldus nog betrekking op één foto van [minderjarige] die de vader op Facebook heeft geplaatst. Gelet op de in het geding gebrachte productie, lijkt het hier te gaan om zijn profielfoto, waarin hij samen met [minderjarige] op de arm is afgebeeld. Het gezicht van [minderjarige] is daarbij duidelijk zichtbaar.

De rechtbank ziet het belang van de moeder, eruit bestaande dat zij bang is dat foto’s van [minderjarige] , als die op Facebook worden geplaatst zonder toestemming van de ouders kunnen worden verspreid en in handen kunnen komen van derden. Dat is bij plaatsing op Facebook inderdaad niet uit te sluiten en het voorkomen daarvan is tot op zekere hoogte ook in het belang van (de privacy van) [minderjarige] . De rechtbank ziet echter zeker ook het belang van de vader om aan anderen te kunnen laten zien dat hij de trotse vader van [minderjarige] is en dat zij bij hem is, ook door middel van foto’s. Maar dat belang kan ook op andere manieren worden gediend, bijvoorbeeld door bezoek, WhatsApp en Skype/FaceTime of zelfs het traditionele fotoboek. Doorslaggevend is echter dat de rechtbank voor [minderjarige] zelf, die net één jaar is geworden, op dit moment geen enkel (positief) belang kan bedenken bij het feit dat er foto’s van haar (gezicht) op Facebook worden geplaatst. Kinderen van de leeftijd van [minderjarige] zijn (gelukkig) met andere dingen bezig en hebben geen weet van (de (privacy)aspecten van) social media. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat de vader de (profiel)foto van [minderjarige] op Facebook binnen een week na de datum van deze beschikking moet verwijderen. Daarnaast zal zij bepalen dat hij geen foto’s en/of filmpjes van [minderjarige] via social media op internet mag plaatsen zonder toestemming van de moeder, dit met uitzondering van het delen via WhatsApp zoals hiervoor omschreven.

Het verzoek van de moeder is niet beperkt in de tijd. Aangezien de maatschappelijke opvattingen en regelgeving over privacy en het gebruik van en het delen op social media volop in ontwikkeling zijn, acht de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige] de vader voormeld verbod voor onbepaalde tijd op te leggen. Daarbij weegt voor de rechtbank ook mee dat [minderjarige] op enig moment de leeftijd gaat bereiken waarop zij wel in staat is om hierover zelf gedachten te vormen en - vooral - weet zou kunnen gaan krijgen van reacties van anderen op van haar geplaatste beelden, bijvoorbeeld van familieleden. Op een dergelijk moment zou er voor [minderjarige] mogelijk wél een (positief) belang kunnen zijn bij het plaatsen van beelden van haar op sociale media door haar ouders. Dat alles afwegende maakt dat de rechtbank zal bepalen dat de beslissing geldt tot [minderjarige] vijf jaar oud wordt. Het staat de ouders uiteraard vrij in de tussentijd samen afspraken te maken over het gebruik van social media voor [minderjarige] en de rechtbank spreekt de hoop uit dat zij hiertoe binnen die periode ook in staat zullen zijn.

Dwangsom

De rechtbank gaat er vanuit dat de vader zal meewerken aan de voormelde beslissing. Daarnaast oordeelt zij dat het opleggen van een dwangsom aan de vader de verhoudingen tussen de ouders nodeloos verder onder druk zet. De rechtbank acht dat niet in het belang van [minderjarige] en de ouders. Daarom wijst zij dit verzoek af.

Proceskosten

Gelet op het familierechtelijke karakter van deze procedure compenseert de rechtbank de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De rechtbank

1. verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ;

familiebezoeken/vakanties bij haar ouders in het buitenland door te brengen in de periode:

- 2 augustus 2018 tot en met 27 augustus 2018;

- 4 oktober 2018 tot en met 22 oktober 2018;

op het adres […] ;

vervangt met deze beslissing de vereiste toestemming van de vader;

2. gebiedt de vader de foto van [minderjarige] die hij op Facebook heeft geplaatst binnen een week na de datum van deze beschikking van Facebook te verwijderen en verbiedt de vader foto’s en/of filmpjes van [minderjarige] via social media op internet te plaatsen (met uitzondering van het delen van foto’s en filmpjes via WhatsApp) zonder toestemming van de moeder, tot [minderjarige] vijf jaar oud wordt;

3. verklaart de onder 1 en 2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

4. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Rietveld, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Muis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2018.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.